Historische Vereniging Arnemuiden

Brievenboek 1799–1801

Inventaris van de Archieven van de gemeente Arnemuiden

G.V.B.

 

Aan het Gemeente Bestuur der stad Goes.

 Medeburgers !

Op ’t oogenblik bied zich den Persoon van Jean Babtist Focaal aan om als voerman oft drijver bij den veldtrain bij den Armee te worden geemploijjeerd-  de bij Ul vastgestelden tijd reeds verstreken zijnde –namen wij den vrijheid den zelven aan Ul: te addresseeren,vermits wij ons bewust zijn of zulks noch kan geschieden.

Den 20 sept: 1799.

GVB.

Aan den gerechte der stad Middelburg

Medeburgers !

Ten Rescriptie op ulieder Missieve  van den 17e dezer maand hebben wij de eer ulieden  te melden,dat wij bereid zijn den geadprehendeerden man Mar: de Nooijer door onzen bediende der Justitie te laten overnemen, onder de gewone Acten van non prejudicie – welke hier nevens gaat, en te betalen de kosten ter der zake gevallen; hebbende ;hebbende wij onzen Balliu bereids gelast ten spoedigsten  van genomen Resolutie ter Executie te leggen.

21 September.

Ter ordonnantie van President en Regters van Arnemuiden volgt de Acte van Nonprejudicie.

 

Pro Justitia

Alzo President en Regters der Stad Middelburg hebben gelieven goed te vinden om in faveur van de Justitie op het verzoek van ons President  & Regters der stad Arnemuiden van onzen bediende van de Justitie te doen overleveren den persoon van Mar: Marinusz de Nooijer zo is’t dat wij President een regters van Arnemuiden verklaren dat de overlating van voornoemden Marinus Marinusse de Nooijer aan gezegden gerechte van Middelburg geensins zal prejudiceeren noch bij ons ooit zal worden getrokken in consequentie tot nadeel oft vermindering van dezelver recht Authoriteijt en Jurisdictie zullende mitsdien deze overlating niet anders worden geconsidereerd als in faveur der Justitie te zijn geschied.

In kennisse der waarheid hebben wij deze door onsen secretaris laten onderteekenen op den 20 September 1799

 

Aan den Agent van Finantie der Bataafsche Republicq

  1. Collot d’Escureij

 

Er is een abuis geconstateerd : de f. 509- 7- 0 zit niet meer in  cas maar is al afgedragen aan de Ontvanger  Strahoff

4 oct: 1799.

Aan den Burger I: Strahoff ? ontvanger der Marine der Bat. Rep: te Vlissingen

 

Medeburger

 

Op heden ontvangen wij een missive van den agent van finantie dezer Rep. Dat er bij ons nog een som van f. 504-6-0 in kas zoude zijn, daar bij ons niet meer ontfangen zij dan pond 88-11-8 oft f. 530-10 en aan uwe reeds in November is betaald op een assignatie f. 509-7 en het resteerende aan ons is gelaten waaruit wij de schrijffbehoeftens porten van missiven en de boeten volgens de aan uwe gedane opgave hebben voldaan; dus wij vermeenen en vertrouwen dat er een abuis is ingeslopen. En vragen in verband hiermee nadere informatie  en een generale quitantie te mogen ontfangen.

Inmiddels noemen wij ons met Eerbied etc

4 Oct: 1799

 

G.V.B.

 

Aan het Departementaal Bestuur van Schelde en Maas etc.

 

Na ontvangst van het Extract hebben wij dit alles ter kennisse van de Ingezetenen gebracht.

Daarna hebben wij door onze Stadsbode op den Poenaliteijten etc alle manspersonen die daarvoor in aanmerking kwamen opgeroepen,. 6 a 7 personen zijn gecompareerd, die verklaarden ingevalle alle de manspersonen in den termen der opschrijving van de Burgerwapening vallende zich lieten inschrijven , zij ook daartoe bereid waren, doch anders niet. Waarna wij alle de manspersoonen in de termen vallende voor de derdemaal op gemelde Poenaliteijten hebben doen citeren waarop dan ook genoegzaam alle dezelve zijn gecompareerden onaangezien alle onze aangewenden Pogingen en aanmoediging alle dezelve hebben gedeclareerd geen genegendheid te hebben, om zich tot de Burgerwapening te doen inschrijven, waardoor wij tot ons leedwezen, buiten staat zijn gesteld om te voldoen aan den last, vervat in voorengemelde Extract van UliederNotulen. En waarvan wij vermeend hebben ulieden ten spoedigsten te informeren.

Terwijl wij in afwagting van ulieder naderInstructie  hiet omtent ons na toewnsing van heil zijn noemdende  etc

31oktober1799.

 

G.V.B.

\Aan den Generaal Majoor Gernike ?  Inspecteur-Generaal van de aangeworven manschappen voor de legermacht van den Staat te Utrecht

 

Medeburger

Den Brenger dezes diend ten geleide van de manschappen door hem voor de legermacht van den staat behoeve dezer stad aangeworven.

Denzelven is door ons gequalificeerd om wanneer voor zeide manschappen door UEd zullen zijn geëxamineerd goedgekeurd het handgeld uit te reiken en voor de bepaalde daggelden ’t nodige aan hun te verzorgen.

En zulks ingevolge de bij ons aan hen verleende certificaat en de Lijsten hier nevens gevoegd wij verzoeken vriendelijk gemelde manschappen te doen examineeren en een lijst door Uwe geteekend met hen terug te mogen geworden ten einde  de bij ons voorgeschotene penningen te rug te mogem ontfangen- vermits deze stadskas in geen te favorabelen staat zich bevind.

De manschappen hebben verzogt uw onze voorschrijving te melden om ingevolge het konde zijnals dan als voerlieden bij den veldtrain te worden geemploijeerd.

5 november 1799.

 

Aan het Departementaal Bestuur van Schelde &Maas

 

Wij hebben getracht in evenredigheid van drie man voor ieder grondvergadering deze aan te werven en een inwoonder der stad als werver aangesteld om ten spoedigsten voor deze plaats 6 manschappen aan te werven en eijndelijk de nodige orders  aan ‘twerfhuis te Middelburg gegeven.

Dan alle onze Pogingen, hoewel niet vrugteloos zijn evenwel niet voldoende geweest en tot heden niet meer   dan 4 man kunnen bekomen en welken wij ook onder behoorlijke geleide op heden hebben doen tranporteren naar Utrecht.

De oorzaak dat wij niet verder hebben kunnen voldoen aan voorschreven last, is eensdeels door ’t verbod van ’t werffhuis te Middelburg gedaan van geen manschappen dan behoeve  laastgemelde stad aan te werven tot tijt & wijle men aldaar de gerequireerde manschappen zal bekomen hebben  en anderdeels zo wij geïnformeerd worden en gesporgeerd word dat de werving geschiede ten behoeve de marine en dat zo dra de manschappen te Utrecht zullen zijn gearriveerd dadelijk behoeven de marine zullen worden geemploijeerd

En daar wij geen middelen onbeproefd gelaten hebben ten einde te beantwoorden aan naargemelde last- en evenwel daaraan niet ten volle tot heden hebben kunnen voldoen,terwijl wij ook op heden vernemen door gemeente Bestuuren van andere Plaatsen Importante Sommen boven het vastgestelde handgeld uitloven en ‘twelk den toestand onzer stedelijke kas niet toelaat, zo verzoeken wij om van de poenaliteijt bij het art van ulieder vorengemelde Notul omschreven door ulieden te worden vrij verklaard.

Daar wij intusschen nog alle mogelijke divoiren(plichtplegingen) zullen aanwenden om nog twee man te laten aanwerven behoeve dezer stad, en zodra wij de verzondene  Lijst van den Inspecteur Generaal te Utrecht zullen hebben ontfangen,ulieder dadelijk te doen geworden.

Deze  snelle informatie is bedoeld om u niet langer onkundig te laten en hopen op eengunstige dispositie uwerzijds. Etc.

Den 6e November 1799.

 

Aan als voren.

 

G.V.B.

 

Wij hebben gedurende dit jaar geen paspoorten na buitenlands nog ook certificaten  tot verkrijgen  derzelve hebben verleend

Den 6e November 1799.

 

G.V.B

 

Aan het Dep. Bestuur van Schelde & Maas.

 

Wij kunnen ulieden berigten  dat op heden 9 personen in de termen van den dienst der burgerwapening vallende ingeschreven te worden zich hebben doen enregistreren en wijders een groot aantal nog een dag uitstel hebben verzogt om zich te beraden tgeen wij hun hebben geaccordeerd—zullende ulieden van den uitslag nader ten spoedigste informeeren

Etc.

 

G.V.B.

 

Aan het Depart. Bestuur van Schelde & Maas.

Medeburgers

 

Hierbij  een ontvangen lijst van den Inspecteur Generaal : alle gezonden manschappen op 1 na geaccepteerd.

Van welke desapprobatie wij ons in verwondering niet kunnen ontvenzen daar wel is waar ulieder aanschrijving alleen bepaald van den 18 tot 40 jaren en den gedesapprbeerde volgens aan ons vertoonde doopceel niet meer dan 41 jaar bereikte.

Wij verzoeken ulieden zulks in aanmerking gelieven te nemen, terwijl wij ook Restitutie van onse voorgeschotene Penninngen zijn verzoekende en ons inntusschen onderteekenen etc

 

Den 13e November 1799

 

Aan het Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republicq

 

Burgers Directeurs

 

Zekeren Marinus Marinusse de Nooijer bij onzen Sententie van den 13e Julij dezes jaars tot openbare geeseling en brandteekening verwezen zijnde, is ter verderen Executie van het zelve vonnis- waarbij zijn leven lang gedurende wierd gebannen uit de Limiten der voormalige gewesten van Zeeland & Holland, naar Bergen op den Zoom getransporteerd, na 8 dagen zich aldaar opgehouden te hebben heeft hij omtrent een gelijken tijd in Zuid-Beveland doorgebracht en is vervolgens wederom na deze stad geretourneerd, dog voor de poursuites der Justitie bedugt,heeft hij in ’t begin  van augustus deze plaats verlaten en is in den aanvang van september andermaals wedergekeerd, wanneer hij op den 6e dier maand onder het 3e Bataillon der 3 halve Brigades in de 6e Compagnie te Middelburg destijds in guarnisoen heeft dienst genomen onder de aangenomen naam van Marinus Schroever, dog spoedig erkent zijnde voor een gescharotterd en gebannen persoon, is hij in handen der Justitie overgeleverd en vervolgens bij ons geadprehendeerd.

En zijn zaak zoude reeds lang zijn afgedaan geweest indien hij niet eerst uit zich zelve in zeer onbepaalde bewoordingen , en daarna deswegens zo naauwkeurig mogelijk ondervraagd zijnde had bekend dat hij onder den verzonnen naam van Marinus van Belzen bij een werver van de Bataafsche Troupes te Bergen op den Zoom in Augustus laastleden had dienstgenomen voor zes jaren; dat hij vier ducaten handgeld ontfangen had, van welke hij eene aan den werver had gegeven dat hij van daar met den werver na Rotterdam en vervolgens over Amsterdam  na den Helder was vertrokken; dat hij nog het Nummer zijner Compagnie nog dat van den Brigade en Bataillon wist; en alleen bewust was dat den monteering van het Corps waartoe hij behoorde met geele kleppen oft opslagen was voorzien; dat hij omtrent vier weken en wel tot den aanval door de Engelsen geschiede bij het corps was gebleven, dat hij nog geen geweer en wapens had ontfangen maar gelast was bij de Baraquens te blijven, om voor de goederen zorg te dragen, en eijndelijk dat hij ten tijde der attaques het Corps verlaten had en naar herwaarts geretourneerd zijnde in het te Middelburg guarnisoen houdende Bataillon dienst genomen had,waarna hij gelijk wij hier voren hebben genarreerd aan ons is overgeleverd.

De Bailliu dezer stad zo wij vermeenen te regt van oordeel zijnde dat de Desertie  in tijd van Oorlog en van een aangevallene off bedreigde post eene misdaad is,welke ten strengsten behoord te worden gecorrigeerd, heeft vermeend  aan den Cheff der zevende halve Brigade … Gilquin over deze zaak te moeten schrijven, en denzelve bij missive van 29 september verzogt, om een Extract uit het Stamboek der Compagnie waar onder zekere Marinus van Belzen in augustus dezes jaars dienst genomen had, te bekomen, ten einde als dan naar bevind van zaken en nader verhoor van dengedetineerde te kunnen handelen ; dan deze missive onbeantwoord zijnde gebleven, heeft den Procureur van de Bailliu een double van dezelve afgezonden  en onvoldoening aan het voorschreve verzoek gesolliciteerd, dog dit mede vrugteloos zijnde, heeft den Bailliu ons deswegens kennis gegeven en onze voorziening verzogt –wij hebben ter voldoening van dit verzoek vermeend ulieden het hier voren gemelde te moeten exponeeren en tevens te observeeren dat deze gedetineerde bij ons zeer wel in staat geoordeeld word om uit verdriet en wanhoop iets te confesseeren, het geen bezijden de waarheid is, dat gelijk wij ons overtuigd houden dat wij geene bevoegde Rechters zijn over een puur militair delict, hetwelk door een militaire straff moet geboet worden,, wij even onbevoegd zijn den gedetineerden aan den Militairen echter over te geven, voor en aleer gebleken is dat iemand die zich Marinus van Belzen noemt in dien tijd hier voren omschreven en in den daar bij verhaalde omstandigheden bij een Bataaffsch Corps dienst genomen heeft, van het zelve gedeserteerd is, dat verder onzen Bailliu gaarne aan den Cheff van het Bataillon zich zoude hebben geaddresseerd, indien het Nummer van het zelve was bekend geweest, doch dat hij als nu Enkel op de aanduiding der monteering kunnende affgaan,  gemeend heeft den Cheff der Brigade te moeten adieeren billijk vertrouwende dat deze in staat wasvan de Cheff der Battaillons de nodige inlichting te geworden.

Daar intusschen de allerbekrompendste  staat onzer stedelijke finantien niet gedoogd dezen reeds zo lang opgehoudene gedetineerde bij aanhoudendheid zonder eenige uitslag van zaken te bekomen geencollereerd te laten, hebben wij nodig geoordeeld ons bij Ulieden te adresseeren met verzoek dat door Ulieden de nodige middelen beraamt en ter Executie gelegd mogen worden ten Einde het Extract uit het Stamboek der Compagnie waar toe de gewaande Marinus van Belzen behoord heeft ons geworden, indien namentlijk na gedane Recherches den gedetineerdens  den waarheid overeenkomstig bevonden worden, En dat indien gevallen den bevoegde krijgsraad door ulieden mag worden aangeschreven en gelast den gedetineerde te doen afhalen en overnemen en te betalen de kosten der Justitie op deze zaken gevallen en dat ingeval blijken mogt dat des gedetin: bekentenis niet overeenkomstig het stamboek worden bevonden, ons deswegens de nodige kennis gegeven worden ten einde wij in staat mogen zijn zijnen zaak wegens de violatie van bannissement af te doen etc

De 13e November 1799.

 

G.V.B.

 

Aan het Departementaal Bestuur van Schelde & Maas

 

MedeBurgers

Op den 13e dezer deden wij ulieden geworden Copie eener bij ons gedanen Publicatie en gaven Ulieden berigt dat op dien dag negen personen tot den dienst der Burgerwapening zich hadden laten inschrijven met belofte van den verderen uitslag dier zaken Ulieder ten spoedigsten te zullen informeeren,- zo diend dezes, om daar aan te voldoen en Ulieden te berigten dat wij allen die In-en Opgezeteen dezer Staden Jurisdictie welke zich nog niet hadden doen enregistreren voor de Tweede en Derdemaal hebben doen citeeren ten voorgemelde Einde en op den vastgestelde Poenaliteijten- dat er zich noch zes en dus nu in’t geheel 15 personen daar aan hebben voldaan, doch dat het voornaamste gedeelte, waar van het meerder getal visschers zijn, wel zijn gecompareerd, dan nog tot heden ongenegen zijn, onaangezien onzes Ernstige vermaninge, hun te laten Enregistereren, daar van deze  Redenen gevonden Dat de visschers binnen de stad Veere in ’t geheel noch ten deele zijn ingeschreven geworden, hoewel ook een aantal in die termen gevonden worden, en zij zich bevreesd maken, ingeval dezelve zich laten Enregistreren- zullen gerequireerd worden den Lande te dienen, daar en waar de nood zulks vereischt-

Welke opgegeven Redenen wij vermeend hebben ulieden te moeten berigten,daar dezelve andersints zich niet onwillig betoonen, en wij overzulks ook zwarigheid maken- om allen dezelve op een Lijst van Requisitie te brenegen, ingevolge het 18e Articul van het 3e hoofddeel van het Constitutioneel Reglement voor den gewapenden Burgermacht van den 7e meij jongstleden.

Verzoekende mitsdien hier omtrent de nodige orders van ulieden te mogen geworden etc

18 november1799.

 

Ter attentie van het Departementaal Bestuur.

Er zijn geen plaatselijke Placcaten Publicatien ordonnantiën oft keuren tot voorkoming van het bederff der visscherije voorhanden zijn   ??

20 november 1799

 

Idem

 

Geen Inwoonders dezer gemeente zijn zonder Paspoort uitgeweken uit deze Republicq

Ook niet met behoorlijk paspoort.

En wij ook onbewust zijn zich eenige Inwoonders tijdens de vijandelijke invasie in eeniger hande opzichten mogten hebben onderscheijden noch met den vijand geheuld off denzelven op eenige wijze hoe ook genaamd zoude begunstigd hebben.

Dit op verzoek van de Agent van Inwendige Policie.

 

Idem

 

G.V.B.

 

MedeBurgers.

 

Daar wij voor den Legermacht van den Staat  als nog drie man na Utrecht verpligt zijn op te zenden, waarvan reeds twee man alhier  zijn aangenomen, en onzen stedelijke kas in dit jaar door onderscheijdenen omstandigheden als mede wegens voorgeschotene Penningen voor den Lande zodanig is uitgeput geworden,wij in deze oogenblikken ons in ’t onvermogen zien gesteld om de nog op te zenden manschappen en de van ons gequalificeerde werver de bepaalde handgelden en Premien te voldoen en wij aan de reeds opgezondenen en te Utrecht goedgekeurde manschappen eenen somma van Een Hondert Acht en zeventig guldens en twee Stuivers- voor den Lande hebben voorgeschoten,ook de voor deze plaats zo zeer ongelukkige schade welke dezelve geleden heeft, zo aan aan den werver & transport derzelver manschappen. Als van een gedesadprobeerden, en waar van door den Lande geen Restitutie geschied, zo vinden wij ons gedwongen om bij Ulieden te verzoeken den hier voren gementioneerde voorgeschotene penningen ter somma van f. 178-2-0 te mogen verleenen ordonnantie van betaling en zulks opden Lijst op den 13e dezer Ulieden toegezonden alles op grond van ‘geaccordeerde bij ulieder aanschrijving van den 15e dezer vermeld—

Vertrouwende aan ons voorschreven voorgeschotenen penningen, zo spoedig immer doenlijk zullen worden gerestitueerd, ten Einde wij ons in staat zien gesteld om de nog onntbrekende manschappen ten spoedigsten op te zenden. Etc.

Den 25e November 1799.

 

G.V.B.

Aan den generaal Majoor Geericke ?/Gernicke ? Inspecteur Generaal te Utrecht.

Burger Generaal

Den Brenger dezes diend andermaaql tot geleide van eenen bij ons aangeworvene persoon van den Legermacht van den Staat- welke wij vertrouwen door uwe zal worden geaccepteerd,- terwijl wij buiten staat zijn meerder manschappen alhier te bekomen. En wij ook bij dezen niet kunnen ontveinzen zeer verwonderd te zijn geweest omtrent den desadprobatie van een man van de Eerste verzending daar den zelven maar een jaar boven den bepaalden ouderdom had, en overzulks tot den dienst even geschikt  als een persoon van juist 40 jaren.

Daarbij komt nog volgens ingekomen berigt uwe zoude hebben verklaard zijnen bekomen handgeld te moeten houden daar volgens het 3e Articul van onse order bepaald is,- het handgeld maar eerst moet worden gegeven, - wanneer de manschappen a costi zouden wezen goedgekeurd,-dan dat denzelven zonder eenige onkosten ten zijnen laste mogt terugkeeren, stemmen wij met uw toe, Echter hebben wij vermeend uw zulks te melden,- daar de schade daardoor aan de plaats en zijne finantie toegebragt, te drukkenzij, vooral daar dezelve zich in een geheele slegte situatie bevind,-en wij ook ons verpligt vinden hier van de nodige berigten aan de hoogst geconstitueerde macht te doen geworden- op hoop omtrent dien schaden tegemoet te worden gekomen. Etc

 

Den 28e November 1799

 

Aaan het Dep.Bestuur van Schelde &Maas

 

Ondanks de aanschrijving van de 22e betreffende de Enregistratie hebben de opgeroepenen na comparatie zich bij voortduring  zich ongeneigd betoond zich te enregisteren

Hierbij zenden wij u de originele Registratielijst en ten tweeden een Particuliere lijst welke als nog ongenegen zijn om zich te laten inschrijven. Etc.

Den 3e December 1799.

 

Idem.

Medeburgers

 

Wij hebben een werver aangesteld die naar evenredigheid van de grondvergadering er zorg voor moet dragen dat er 3 man worden aangeworven.

Er kwam een kink in de kabel: een man (zie hiervoor) werd gedesapprobeerd.Verder was er iets met “een aangenomen persoon “en de laast verzondene personn wasvolgens de nevensgaand Lijst onbekwaam geoordeeld.

En daar wij geen middelen onbeproefd hebben gelaten en onze werver verklaard heeft geen manschappen meer te kunnen bekomen, vermits de grotere en Importanter handgelden welke van ander plaatsen zijn gegeven geworden,daar bij het meerder handgeld twelck de mannen aanbied, en daardoor ons buiten staat zien gesteld om verder aan meergemelden last te beantwoorden.

Zo ist wij bij dezen ulieden verzoeken het hiervoren bijgebragte in aanmerking nemende wij door ulieden voor diligent moge worden gehouden.

Den 11e December 1799.

 

Aan het Dep. Bestuur van Schelde & Maas.

 

Medeburgers

 

Wij hebben alle mogelijke moeiten aangewend om aan de Werffhuizen te Middelburg de nodige orders te stellen en te bevorderen dat door oproeping o.a.mede door trommelslag een ieder daartoe aangewezen uit te nodigen tot in dienstneming. Helaas is niet het benodigde en gerequireerde aantal bereikt. Eijndelijk hebben wij den Burger Jean Babtist Gifard binnen deze stad de nodige qualificatie gegeven.

Opden 5e november j.l., was het, dat onzen werver vier man ten voorengemelde Einde had aangenomen, die wij dan ook dadelijk hebben opgezonden, onder behoorlijk geleide na Utrecht.

En op den 28e derzelver maand had onzen voorzeide werver wederom 2 man aangenomen, dan waarvan een persoon is doorgegaan en de bepaalde tijd reeds verstreken zijnde,dagten wij verpligt te zijn om den andere persoon ook ter voorkoming van desertie ten spoedigsten te moeten opzenden, tgeen ook ten uitvoer is gebragt.

En uit de Lijsten den 13e Nov. &11 dec dezes jaars zal ulieden costeeren van de vijf opgezondene persoonen twee derzelve zijn afgekeurd geworden.

En daar het Gemeente Bestuur van Middelburg verboden hebbende om in derzelve stad eenige werving voor andere plaatsen te doen,tot zo lang het gerequireerde getal zoude worden aangenomen, en onzen gequalificeerde werver gedeclareerd heeft onaangezien zijne aangewende divorcen, geen manschappen meerder te kunnen bekomen,zo is het dat wij bij dezen ulieden op grond van onze (gedeeltelijk vrugteloos ) aangewende divorsen , geen manschappen meerder te kunnen bekomen. Wij vragen in verband hiermede diligentie en tevens van de poenaliteijten te worden verschoond.

Den 30December 1799.

 

G.V.B

 

Aan de Commissie tot administratie van de finantien over het voormalig gewest Zeeland.

Hierbij komt u toe het cohier van’t dienstbode ,karos,wagen en paardegeld over de jaren1798 en 1799.

 

Aan het Departem.Bestuur.

Er is geen ziekte onder het Rundvee in onze Jurisdictie ontdekt.

Den 17 febr: 1800

 

Aan Coenraad de Jong

Medeburger

 

Ik heb uw verzoek bij den Raad ingediend . Er is thans nog en fungerende Chirurgijn, die zolang hij leeft en aan zijn plicht voldoet wordt getolereerd. Daarom kan aan uw verzoek om zich metterwoon te vestigen geen gevolg worden gegeven.

Bij overlijden, wat men vreest, is dat wel het geval. Daartoe wordt eventueel de gelegenheid tot opvolging opengesteld.

 

G.V.B.

 

Aan het Dep.Bestuur

 

Er zijn aanwezig in Arnemuiden een Stijfselfabriek en in deszelfs Jurisdictie 17 zoutkeeten.

 

Aan de Kerkenraad der Hervormde Gemeente alhier

 

Geachte Broeders

 

Wij doen Ulieden hier nevens geworden Extract van onsen Resolutie van dato heden en vertrouwen Ulieden aan het daar bij gementioneerde , zodra mogelijk wellicht gelieven te voldoen en speciaal zult bedagt zijn omtrent het al oft niet overgeven van de Armen dezer gemeente als kinderen van den Staat de nodige en vereijscht wordende Elucidatien en daarbij gevoegde verklaring ons in tijd te doen geworden opdat wij aan de ons opgelegde last na behooren kunnen beantwoorden etc.

 

25 Sept 1800.

 

Aan Departementaal Bestuur van Schelde & Maas

Deze is dienende ulieden te berigten dat binnen onze gemeente geen wagen off Schuiten  Heesen ?    gevonden worden

En zulks ter beantwoording aan Ul: resolutie van den 14e October jongstleden nr. 2.

1 november 1800.

 

Iedere keer moet de gemeente zich verantwoorden voor “penningen respecteerende de 8% die achtergebleven zouden zijn”. De secretaris kan zich uitstekend met concrete cijfers verantwoorden.

 

GVB. Aan het Departementaal Bestuur.

 

Er alhier geen geschut, geweeren, wapenen, munitien off behoefftens aan den lande in eigendom toegehoorende gevonden worden “

20 November 1800.

 

Aan het Departementaal bestuur

 

Eerst dat wat den staat van het armwezen betreft enz. alzo het zelve door ons niet wordt geadministreerd en mitsdien kerkelijk beheerd wordende wij ook buiten staat zijn, daarvan eenige opgaven te doen.

Wij hebben het Hervormd kerk genootschap aangeschreven of zij hun behoeftige lieden zelf willen onderhouden en daarvan berigt te doen.

De Kerkenraad is niet in staat om de gemeente daarover te laten stemmen omdat die meestal weinig doorzigt  in dien aart van zaken hebbende

Er zijn geen fondsen ; de armen worden alleen onderhouden uit de Liefde giften in de kerk en aan de huizen en dit jaren herwaarts veroorzaakte dat de Rekening nu eens goed dan een kwaad slot had, doch men het met dit al, schoon met veel moeijte, zorg en bezuiniging, nog al gaande hield.

En wat belangt het peremptoir berigt off men dan verkiezen en gezind zij de Armen als kinderen van den Staat met afstand van allen fondsen etc over te geven

Hier omtrend is de voorschreve Kerenraad huiverig stellig te besluiten, niet wetende, wat hier omtrend den wil van haar Kerkgenootschap is en dit niet kennende ( om vorengemelde reden) te weten te komen  tenzij men zich de onaangenamen moeiten getrooste om van huis tot huis te gaan, het welk te moeijlijker geschieden kan; daar meest alle de Kerkenraads leden met hunner handen arbeid het brood winnen moeten.

Echter verklaard gedagte Kerkenraad bereid en gewillig te zijn met dezelfden zorg de belangen der armen te behartigen en tevens niet minder bereidwillig te zijn om op de Eerste nadere aanschrijving de gemeente op te roepen off desnoods van huis tot huis rond te gaan en verwagt dat daar toe, dan nog wel gelegendheid zal worden verschaft.

Terwijl wij eindelijk meergemelde kerenraad ingevolge uliede Resolutie hebben gelast ommet de Administratien en Directien van het Armwezen, op den zelven voet als tot hier toe gebruikelijk is te continueeren.

 

26 november 1800.

 

Er zijn geen goud-en zilversmeden in onze gemeente.

 

Aan den Burger I.Strehoff ontvanger van de Marine der Bat: Rep: te Vlissingen

 

Er zijn geen penningen voorhanden. Reeds in November 1798 zijn al  de ontvangen gelden U geworden. N.B. De penningen die ons zijn gelaten ook met toestemming van de agent van finantie bij ons zijn gebruikt voor de schrijffbehoeftens en waarvan wij de Quitantien aan de Commissie tot de administratie van de finantien op dezelve Requisitie hebben doen geworden.

Wij hebben de bovengenoemde agent daarin geïnformeerd en ons beklaagd dat wij tegemoetkoming zouden moeten krijgen wegens port van onderscheidenen missiven, terwijl wij voor onze vacatien en moeijtens even zo min als onze Bode eenig Salaris hebben genoten.

Wij verzoeken U vriendelijk om een generale decharge

11 december1800.

 

Er worden geen geestelijke goederen aangetroffen in onze gemeente

3 januarij 1801.

 

Aan de municipaliteijt der stad Brielle

 

De Persoon van Coenraad de Jong is eerst  op het einde van het vorig jaar zich metterwoon komen te vestigen. Er zijn geen bijzondere toevallen geweest om een oordeel over zijn kunde in de chirurgie te kunnen hebben en ook niet over de verloskunde , omdat hier ten allen tijde een vroedvrouw woonachtig is

Verder kunne wij ulieden berigten voorn. C. de Joncg in Utrecht onderwijs bekomen heeft en omtrent den Chirurgie de beste en voldoende bewijzen en Certificaten van de aldaar practiseernde Doctoren & Chirurgijns bekomen heeft-  terwijl denzelven te Middelburg voor zijn aanstelling ter dezer plaatse  nog practijk heeft geëxerceerd- waar over denzelve veel is gelouangeerd; dan het vooroordeel ’t welk men hier ter plaatse nopens zijn persoon en vorige gedanen affairens heeft gehad en waar van men nog niet geheel is teruggekomen, steld ons buiten staat, verdet Elucidatien te geven, zo ook om de reeds aangehaalde reden terwijl wij op deszelfs gehoude  gedrag geen aanmerking tot dus ver kunnen bijbrengen in deszelfs nadeel.

Etc.

 

Aan den Borger C. Perlee ?

Collonel der gewapende Burgermacht in Departement

 

Toegezonden een Copie van de Registratie lijst dezer stad & Jurisdictie

13 meij 1801.

 

GVB

 

Aan het Departement.

 

Het aantal huizen  en de vereiste antwoorden op de gestelde vragen wordt opgegeven

13 Julij 1801.

 

Idem het aantal paarden : 34 oude en 3 jonge paarden

25 Julij 1801

 

Bericht dat het nieuwe ontwerp van Staatsregeling ter Lecture aan de bevolking is voorgelegd

28 september 1801.

 

Aan het Uitvoerend Bewind der Bat. Rep.

 

Aangeboden worden de Stemlijsten van de manspersonen welke m.b.t. de nieuwe Staatsregeling hun stem hebben uitgebracht;benevens den daar bij gevoegde Lijst van de apparente Stemgerechtigden dezer gemeente.

 

Aan het Dep.Bestuur

Het heeft geen nut  om een klok of grote bel aan te brengen bij het veer over het Canaal genaamd het Arnemuidsche Gat aan en van het Nieuwland overzettende en de veerman aan deze zijde even binnen deze stad wonende .

Dat Canaal is niet zeer breed. En de reiziger zou zich ook ’s nachts kunnen beroepen.

Doch het tegendeel plaats hebbende, geen klok zou gehoord worden om de veerman te adverteren, tenminste wanneer reizigers zich aan het Nieuwland bevinden.

 

Aan de Heer mr. Daniel Radermacher Heer van Nieuwerkerk en Middelburg.

Wel Edel Heer

 

De Gemeente Raad dezer Stad heeft op gisteren ontvangen het bijzonder welgelijkend Portret van UwEd: geëxecuteerd door den met Regt alom beroemden Kunstenaar Gaal , omgeven met eenen bij uitstek fraaij vergulde Lijst, met het wapen van UwEd: mede verguld daarboven pralende, ook ongemeen schoon ten uitvoer gebragt door den kunstbeminnende LaCable.

De gemeente Raad was geheel verwondering, daar zij op de uit haren naam aan uwEd: gedane vriendelijke sollicitatie , en UwEd: Portrait te mogen hebben ten haren koste ten einde die nevens de reeds bezittende van UwEd: geeerde  voorzaten op haren Raadkamer te plaatsen, wel verwagtende was als UwEd: goedheid en Toegenegendheid omtrent haar en de Plaats haarer inwoning al te wel bekend en daar van door daden meermalen volkomen overtuigd, dat UwEd: haare welmeenende Invitatie  niet onbeantwoord zoude laten dan zo iets uitneemends kostelijk en in alle oogen zeer cierlijk uitmuntend stuk als het ontvangene en reeds op hare Raadkamer geplaatst, kon zij niet denken en overtrof zeer verre hare verwagting.

 

De Gemeente Raad vermeend Een harer Eerste Pligten te zijn hare Dankbaarheid, daar over aan den dag te leggen en deze is ingericht om UwEd; haren hartelijken welmeenende en opregte dank te betuigen voor  het in allen opzigte schoon & kostelijk stuk waar mede zij zich  vereerd vind en waar mede ook haaren Raadkamer  voor het oog van een ieder is pralende  en zeer vercierende .

Dat Pronkstuk ‘twelk haar steeds met Respect zal doen gedenken aan de bijzondere Toegenegendheid welke zij door daden  van UwEd: nu en voormaals onderscheidene reizen zag bevestigd.

Dat Pronkstuk ‘tgeen haar in staat steld om de waereld aan te wijzen en telkens met dankbare gevoelens dezelve te zeggen :

“Dat cierlijk stuk is het welgelijkend Portrait en wapens van den in allen opzigten verwonderingswaardig en voorbeeldelijken Heer & mr: Daniel Radermacher etc  welke niet alleen in zijn UEd woonstad veele steeds verpligte tot veeler Nut en Welzijn Arbeid, en steeds zijn doel is, een ieder met hulp raad en daad wel te doen, maar is ook den gever en schenker  van deze pronkstukken, hier geplaatst en het zeer kostelijk den godsdienst Luister bijzettende orgel in de Hervormden Kerk dezer gemeente, help nog jaarlijks voor het instandhouden van het laastvermelde verzorgen en dus aller achting en eerbied waardig.

Dat Pronkstuk zal ook steeds haare groote erkennende verpligting & dankbaarheid welke zij aan UwEd: heeft te binnen brengen en in’t oog doen houden.

Dat Pronkstuk Eijndelijk, zal zij tragten te bewaren den vergetelheid te ontrukken te vereeuwigen en aan hare successeuren en nageslagt  ongeschonden en even cierlijk overleveren onder aanbeveling van hoogachting en Respect voor UwEd: persoon en geeerde

Famillie steeds en ten allen Dagen verschuldigd, opdat aan UwEd: ook nog na ’t verscheijden in zegenende aandenkens blijft bij deze gemeente en hare bestuurders.

De gemeente Raad solliciteerd UwEd: eerlang met UwEd: Persoon eenige oogenblikken vereerd te worden ten einde UwEd: goedkeuring nopens de plaatsing van ‘tmeermalen genoemden voortreffelijke stuk te verneemen en de verbetering aan het schoone orgel in de kerk alhier door UwEd waarvoor de gemeente Raad niet minder haer Dankbaarheid & Genoegen  bij dezen betuigd te bezigtigen terwijl dezelve zo dra zij in staat gesteld word de kosten van het ontvangenen volgens haar aanbod zal tragten te voldoen,

 

De gemeente Raad eindigd deze onder herhaalde dankbetuiging en opregte wensch den Allerhoogsten UwEd: nog in Zijn hoogen gunst gelieve te bewaren, lichaams & geestelijke zegeningen overvloedig deelachtig maken, nog een Reeks van Jaren gelieve toe te voegen tot heilrijk nut  & cierheid der Maatschappij, tot welzijn van allen welke UwEd: zo zeer veschuldigde tot vreugd van Middelburgs Ingezetene tot blijdschap en om steeds de verpligte dankbaarheid te erkennen van de gemeente Raad en de Plaats welke zij d’Eer geniet met haren Raad te bestuuren, en vooral ook tot vreugd & ware vegenoegen van UwEd: Hooggeëerde Famillie.

De gemeente Raad betuigd, met die Hoogachting en Respect  te zijn, en wenscht ten allen dagen te blijven als waar mede zij de Eer heeft zich te onderteekenen

Wel Edel Heer

UwEd: Ond: zeer gehoorz: en verpligtende Dienaaren

De gemeente Raad der Stad Arnemuiden

Ter ordonnantie en uit naam van dezelve

Corn. Da, Baars secretaris

Ga naar boven