Historische Vereniging Arnemuiden

Brievenboek 1811-1813

Zeeuws Archief Inventaris van het Archief van de gemeente Arnemuiden

 

De Maire Adjoinct Maire  en de Leden van den Communalen Raad der Stede Arnemuiden

Aan de Kerkenraad van de Hervormde Gemeente dezer Stede

Wel Eerwaarde Heer !

Veel Geachte Broederen !

Daar een onafgebroken Vriendschap en Voorbeeldig eensgezindheid tusschen het op heden afgetreden Bestuur  en Uw Eerwaardens heeft plaatsgevonden waardoor de onderlinge Vrede Liefde en hoogachting in deze Gemeente  in Vergelijking van vroeger tijden aanmerkelijk is veranderd en bevorderd geworden, en de voortduring daar van vooral  in de bijzondere tijdsomstandigheden in welke wij ons bevinden, zo hoognoodzakelijk als hartelijk te wenschen is, zo hebben wij het als een onzer pligten beschouwd bij de openbare bekendmaking aan de Gemeente van de aanvaarding onzes Bestuur over dezelve, daar toe bij een Arretee  van de Heer Prefet van dit Departement Uw Eerwaardens daar van op het oogenblik van onze Constitutie in het bijzonder te moeten informeeren en U uit te nodigen daar wij doch allen belijdenis doen van een en dezelve Godsdienst om zo veel doenelijk is, de algemeene belangens der Gemeente zo in het Burgelijke  als Godsdienstige gemeenschappelijk te behartigen en daar toe door Uw Eerwaardens bijzondere invloed bij onzen Gemeente bij alle voorkomende gelegenheden mede te werken.

Gaarne verzekeren wij UwEerwaardens van onze geneigdheid tot Vrede Eensgezindheid en Vriendschap zo ook van onze bereidwilligheid om naar mate van onze Vermogens en de aan ons voor te schrijven bevelen ons eenigsints zullen gedoogen ook ter bescherming, Instandhouding en bevordering van onzen gezegende Godsdienst.

Wij bidden UwEerwaardens Gods Zegen toe etc.

 

27 december 1810

De Maire van Arnemuiden

Christiaan Crucq

 

Aan dezelve

 

Ten gevolge van een Arreté van de Heer Prefet van dit Departement in dato 15e dezer vinde ik mij in de onvermijdelijke verpligting om van Uwe te verzoeken  aan mij voor Zaterdag aanstaande het Register van de geboorene en gedoopte kinderen  van 1 Januarij1791 tot Ultimo December daar aan te laten toekomen , waarvoor ik bereid ben UWE  een behoorlijk reçu af te geven.

Den 27 December 1810.

 

De Maire voornoemd

Christiaan Crucq.

 

Aan Zijne Excellentie den Heer Prefet

 

Wel Edel Gestrenge Heer.

 

 

Bij een Arreté van UweE van den 17e dezer maand  worden wij geïnformeerd dat de Revenuen van de Overzet Ponte met den 1e Januarij 1811 moeten worden overgebragt ten Kantore van de VerEenigde Rechten over dit Arrondissement.

Ik vind mij verpligt hierop het volgende te informeren:

Dat die Overset Ponte  eenige Jaren geleden, door het Stedelijk Bestuur is gelegd, in welks onkosten de toenmalige Veerman heeft gedeeld, en de volgende Pagters van het zelve Veer dat deel bij Tauxatie hebben moeten overneemen volgens Pachtcontract.

Dat in de maand November 1809, die Ponte door eenige Engelse matrozen van deze Plaats is weggevoerd zonder dat men immer daar van iets heeft tegemoed bekomen.

Dat den tegenwoordige Pagter weinig lust had ons opnieuw in de onkosten van de nieuw aan te leggen Ponte te deelen doch op ernstigen aandrang en belofte des Bestuurs om hem in de Pagt niet alleen te gemoet te komen, daar hij ook voor het overzetten van Militairen geen belooning zo als te voren plaats vond erlangde, maar ook met toezegging hij zijn daarin besteede penningen wanneer dezelve Ponte te eenige tijd word vervoerd of genaderd, zoude terug bekomen, eindelijk in het maken der Nieuwe Ponte zijn aandeel ter helft van de daar voor te bestedene gelden heeft gedragen.

Dat gezegde Ponte volgens besten Conditiën  heeft gekost twaalf Hondert en zestig guldens Hollanssch; behalve de extra kosten welke men in de maand April dedzes Jaars heeft moeten maken om deszelfs voltooing te bespoedigen wegens de verwagt wordende komst van Zijne Majesteit  onzen Keijser, waarvan de bijzondere Rekening is opgemaakt  en overgebragt aan de toenmalige gequalificeerden van den Heer Souprefet dezes Eilands die de voldoening van de extra kosten had toegezegd, maar nog niet zijn ingekomen, waardoor  men den aanleg van die Ponte in Onkosten gerust kan berekenen op veertien Hondert en Zestig a Vijftien Hondert.

Dat deze Stede als nog weinig Revenuen zedert Meij dezes Jaars voor de Importante Kosten ,zo min als den Veerman genoeten hebbende , en zich nu daar van op het onvermogte ziet ontzet, hetwelk een important Verlies voor de Revenuen dezer \stede veroorzaakt, zo vinde ik mij behouve deze Stede verpligt,om mij bij Uwe Excellentie te addresseeren  en vriendelijk te sollicteeren  om deze Stede in die gemaakte onkosten , waarvoor zij geen genot heeft gehad tegemoed te komen, ofwel uit de Revenuen dezelve eenig aandeel toe te kennen en ook den Veerman de restitutie van den helft  der hier voren genoemde onkosten te accordeeren etc etc.

Uwe Excellentie D Dienaar

De Maire van Arnemuiden.

Chistiaan Crucq.

 

Aan den Prefet

 

De benoemde Leden van het Bestuur dezer stede hebben den Eed van getrouwheid aan Zijne Majesteit den Keijser afgelegd in gehoorzaamheid aan de Constitutie des Keijzerijk. En als zodanig in functie zijn getreden; alleen heeft het benoemd Lid voor den Communalen Raad H. Leendertse niet tegenstaande alle vriendelijk Instantien geweigerd die functie te aanvaarden.

Den 29e December 1810.

Christiaan Crucq.

 

Aan als boven

 

Ik heb d’eer Uwe Excellentie te berigten dat bij mij ontvangen zijn twee Registers voor geboorenen, twee dito voor de Huwelijken  met een dito voor de Publicatien derzelve en twee dito voor de Overledenen, met een kleijn Boekje, houdende de formulieren der civile Actens.

 

29 December 1810

Christiaan Crucq. De Maire van Arnemuiden.

 

Aan den Kerkenraad van de Hervormde Gemeente

Te Arnemuiden.

 

Als gevolg van het Besluit van den Prefet van de 16e dezer moet ik UE verzoeken over te doen brengen ten Stadhuize alhier binnen de tien eerste van Januarij 1811 de geboorte, Trouw en Dood-Register die door UwEerwaardens  of derzelven Bediende zijn gehoiuden en bij UE berustende zijn, benevens de daar toe betrekkelijke stukken.

Verzoeke een Commissie van 2 Leden te vormen met het oog op het te maken Proces-Verbaal.

Den 29 December 1810

 

Christiaan Crucq.

 

Aan de Prefet

 

Als gevolg op de circulaire van den 15e December 1810 betrekkelijk de opschrijving der conscrits, heb ik de Jongelieden welke zedert den 1: tot en met den 31ee December 1791 ingesloten geboren zijn opgeroepen en ook conform Uwe Excellentie order het Doopregister voor dat Jaar aan mij doen overbrenegn.

De Lijst van dezelve heb ik d’eer hier bij aan Uwe Exellentie te doen toekomen; waarop alle die in genoemde Jaar geboren zijn binnen deze Gemeente zonder eenige uitzondering zijn gebragt.

 

Den 3 Januarij 1811

Christiaan Crucq. De Maire van Arnemuiden.

 

Aan de Maire der Stad Middelburg.

 

In antwoord op Uw schrijven van den 1e dezer m.b.t. den Persoon van Pieter Helbers, denkelijk

Dezelfde als in uw schrijven Herbers word genoemd; deze heeft zich  vrijwillig als kustbewaarder voor deze Gemeente geEngageerd te Veere in garnisoen legd, en zo hij heeft te kennen gegeven wettig van zijn vrouw gescheiden te zijn; dat denzelven eenige toelage van de Gemeente erlangd, en ik zeer bereid ben om de nodige order te stellen, dat van die toelage wekelijks zo veel word ingehouden als gewoonlijk aan gealimenteerde word toegevoegd, indien ik mag geïnformeerd worden, hoeveel UwEdGestrenge tot onderhoud van de vrouw van Helbers heeft bepaald of doen uitkeeren, zo mede aan wie die penningen maandelijks behoorde te worden afgegeven.

Den 3e Januarij 1811.

De Maire van Arnemuiden

Christiaan Crucq.

 

Aan den Prefet van het Departement van de monden der Schelde

 

De grote Visschuiten hebben sinds het begin van november van het vorige jaar het vissen gestaakt en zijn sinds die tijd niet meer in zee geweest; dat de kleine hoogaartsen niet verder  ter uitoeffening hunner beroep komen dan in het Sloe, voor de steden Vlissingen en Vere, en in de binnenrivieren van dit Departement; dat alhier geen kustbooten zijn, hoewel daarmede zeer wel bekend, en ook in de tijd  van commercie zulks bij gelegenheid hebbende geëxerceerd, en Eijndelijk dat door de ingevallen Vorst, ook de kleine Vischerij  voor het tegenwoordige gestaakt is ;terwijl ik er geen ken, alware het, dat zo als in het Zomersaisoen, de Vischerij dagelijks de zee bezogt, die de stoutheid en Vrijmoedigheid zoude hebben, om eene Verbodene Correspondentie met den Vijand te houden, terwijl ik egter dan, wanneer de Visscherij hare werkzaamheid in het aanstaande Voorjaar weder aanvangt, een zeer naauwkeurig en wakend oog op derzelver gedrag zal houden.

Den 8e Januarij 1811.

De Maire van Arnemuiden

Christiaan Crucq.

 

Over de afgifte van Paspoorten.

10 paspoorten zijn door de maire Christiaan Crucq ontvangen.

Den 19e Januarij 1811.

 

Aan de Heer A:I:Marinussen

Ontvanger van het Enregistrement en de Domeinen a Veere.

 

Reeds in het najaar van 1810 zijn zij die verzuimd hebben zich van een Patent te voorsien door de Substituut Fiscaal te Middelburg als door mij geconstringeerd en mitsdien volgens de Hollandsche Wet op dat middel zich van een Patent tot het uitoefenen van hun beroep hebben voorzien.

22 Januarij 1811

De Maire voornoemd

C. Crucq.

 

Aan H.Schippers Heel en Geneesm: te Aarlanderveen en I. Rathsman Chirurgijn te

Waddinxveen.

 

Aan de Chirurgijnsplaats alhier is geen tractement verbonden; de plaats is bevolkt met 840 zielen, de meeste Inwoonders tot de visschers Stand behooren en de vorige Chirurgijn zo door hun Practijk binnen als in den Omtrek dezer Gemeente hun bestaan hebben gevonden,hoewel ik buiten staat ben  daarvan Verzekering te kunnen geven, daar zulks zo wel aan U: als aan andere voorkomende omstandigheden zal disponeren  om in het voor of nadeel uit te loopen.

Zo Ued: tot de plaats mogt inclineren,verzoeke ik UEd: mij spoedig te berigten, daar nog meerder sollicitanten  zich hebben opgedaan en de plaats vereischt om spoedig te vervullen.

C. Crucq.

 

Aan de Heer Capteijn van den Haven van Middelburg en Arnemuiden

Gevolmagtigde der Marine te Middelburg

 

Informatie dat door mij de zeevarende dezer Stede zijn gewaarschuwd om zich van een Monster rol te voorzien te Vlissingen en dezelve maandelijks bij UEd: te laten afteekenen ;dit op UwEd: verzoek.

C.Crucq

Den 31 Jan, 1811.

 

Aan A. Presman ?? Chirurgijn te Numansdorp Buitenshuizen ?

 

Over de vacante chirurgijnsplaats: hoewel ik niet weet of U verder geinteresseerd bent, ben ik bereid en genegen om UEd met die Post te favoriseren.

Dat UEd zodra mogelijk herwaarts komende mede brengt de bewijzen van Examinatie en toelating van de Departementale Geneeskundige Commissie te Middelburg, door U vermeld.

Zo mede een Certificaat van Ued: Comportement( bewijs van goed gedrag)  door het Bestuur van de Plaats Uwer tegenwoordige woning en eijndelijk dat Ued: hier zijnde volgens plaatselijke gewoonte een Request aan de Maire presenteerd, om met die Post begunstigd te worden en de Onkosten daarvan en van de Acte voldoet ter Somma van Negen Gulden

C.Crucq

Den 9. Februarij 1811.

 

Aan den Prefet

 

Volgens de afgetreden vorige Prefet 17 december 1810 zouden de Revenuen van de Overzet Ponte gestort wordende in de Kas van het Kantoor der Vereenigde Regten te Middelburg; ik heb mij aan het kantoor vervoegd, en einde eenige Schadeloosstelling voor dezelve behoeve dezer Stede te bekomen en mitsdien verzogt dezelve Overzet Ponte mogt worden geauthoriseerd.

Dan men heeft mij aan Uwe Exellentie gerenvoijeerd ten einde daartoe te worden geauthoriseerd.

Ik neem dus de vrijheid mij tot UEd: te addresseren  en eerbiedig te verzoeken daar die Overzet Ponte met deszelfs ap-en dependentie in Meij van het Jaar 1810 opnieuw gelegd aan deze Stede en den Veerman meer dan 1200 en zestig Gulden Hollandsch heeft gekost.\

Hierbij refereer ik aan de missive aan de vorige Prefet.

Vermits de Ponte aan dagelijkse Verslijting onderhevig is, Uwe Exellentie Eerbiedig te solliciteeren  om authorisatie te verleenen op den Ontvanger of Controleur van het Kantoor der Vereenigde Regten tot het doen tauxeeren  van voorsscreven Ponte en toebehooren, door deskundige wederzijdsch te benoemen, en de getauxeerde Som aan deze Stede en Veerman van t ‘zelve als beide daar bij geintresseerd  uit te keeren en te voldoen.

C. Crucq

Den 9 februarij 1811.

 

Aan Maria Vermeulen Stads Vroedvrouw  te Arnemuiden.

 

Mejuffrouw !

In antwoord op de Uwe van heden diend.

Dat hetgeen ik U Zaterdag laatsleden heb medegedeeld eene bloote kennisgeving is, en geen aanbod, daar den Raad  van Prefecture op aanhouden eindelijk 100 frnacs heeft geaccordeerd het welk nog door den Communalen Raad en den Prefet moet worden geapprobeerd, alvorens het van Effect zijn kan, dat het mij niet mogelijk is de 100 francs in f. 80 Holl: te veranderen, dewijl ik zulks uit mijn zak zoude moeten bijleggen, vermits geen duit meer mag worden uitgegeven, als op het Budget is gemeld, al de beambten zijn vermindert, zo al niet daar onder nog een of meer die geheel zijn tractement zal moeten missen.

Verder dat UEd: geen meerdere Stedelijke belasting zult behooren te betalen als Uwe zult verkiezen, daar die zal komen op het Beestiaal, Wijn en Genever.

En eijndelijk dat zo lang UEd: afzonderlijk woont, ik Uwe wel van Inkwartiering zal trachten te bevrijden , tenzij een overvloed van Troepen mogte komen, waardoor ik buiten de mogelijkheid werd gesteld doch dat ik dit geensints kan toezeggen aan die Lieden bij wie UEd: mogte gaan inwonen.

Ik verwagt ook hier op eenig antwoord ten einde zodanige maatregelen te nemen als ik tot algemeen welzijn den In en opgezetene zal nodig oordeelen

 

De Maire voornoemd

C. Crucq.

 

Aan Zijne Exellentie den Graaf Gillij, Gouverneur van de Eilanden van Zeeland.

Zijnde een Brief van denzelven inhoud exept het ondergehaalde aanden HeerPrefet afgezonden.

 

Wel Edel Gestrenge Heer !

 

Ik vinde mij in de onaangenaame Verpligting Uwe Exellentie te informeeren dat in den Vroegen morgen van dezen dag circa ten Vier Uuren den Commandant dezer Plaats verzeld van den Heer Dumarest en een van de alhier gestationeerde Gendarmes, mij zijn komen wekken, welke mij hebben te kennen gegeven

Dat de Heer Dumarest benevens  dhr Schmidt een accoord hadden gemaakt over eene Reijs met Cornelis Verstraate en Cornelis Jobse, beide Visschers dezer Gemeente, en dat Eerstgemelde daar van had ontvangen 20 Rijksdaalders.

Dat ik mij daarop in gereedheid gebragt hebbende met dezelve Heeren ben gegaan na het Huis van C. Verstraate  alwaar wij niet vonden dan de vrouw en twee Dochters van denzelven dewelke verklaarde onbekend te zijn waar haar man en Vader was.

Den Commandant aan dezelve vragende waar het geld was dat haar man voor het gemaakte accoord had ontvangen van bovengemelde Heeren, is door gemelde Vrouw uit een kas 13 Rijksdaalders te voorschijn gebragt en aan den Commandant ter hand gesteld, te kennen gevende dat het overige van de 20 Rijksdaalders zijnde  een goude Napoleon door haar man aan een genaamt Pieter de Paruikmaker uit Middelburg was gegeven

Dat wij ons vervolgens hebben begeven naar de plaats alwaar gemelde Heeren de Schipper en Leidsmannen hadden aangevallen, om dezelve te arresteeren; van dewelke zij maar eene genaamd Andries Goree van Middelburg hadden geapprehendeerd en verder gekomen zijnde aan het einde der haven, alwaar de schuit, tot transport den voorn; Heeren mogt dienen zich bevond  benevens gemelde Cornelis Jobse en Zijn Zoon welke zijn gearresteerd en aan d’Heer Generaal Gillij toegezonden; zijnde door den Commandant ter woning van C.Vertraate een Gendarme geplaatst tot dat denzelven zal zijn teruggekomen.

Onbegrijpelijk komt mij dit geval voor daar ik meen Arnemuiden daar van geen voorbeeld opleverde nog nimmer zodanige gebeurtenis alhier plaats had het ruime aanbod van geld en de armoedige toestand van die Lieden zijn waarschijnlijk oorzaken geweest van hun gedrag;dat zij Personen zonder van een behoorlijk Paspoort voorzien zoude transporteren zijnde van het een en ander door den Commandant aan den Heer Generaal Gillij kennis gedaan;en ik bid Uwe Exellentie om de Vrouw en kinderen van de Inlegering der Gendarmes te ontheffen, daar zij buiten staat is om eenige de minste kosten te dragen en zij verklaard heeft de Verblijfplaats van haar man onbekend te zijn, terwijl ook zelve den hoogaarts aan een ander in Eigendom behoord.

 

C. Crucq

DeMaire

Den 14e Februarij 1811

N.B. Betreft het hier  royalisten of spionnen of deserteurs ??

 

Aan den Heer Prefet.

 

Acuserende de receptie van de circulaire van den 8e dezer Maand geleidende Copie van een Keizerlijk Decreet van den 13e Januarij te voren bepalende 25 Francs gratificatie geaccordeerd voor de Arrestatie van een Deserteur of Weerspannig Conscrit.

Alle mogelijke moeite gedaan om de papieren te onderzoeken van hen die niet tot deze gemeente behoren en hen voor mij ontboden; gebleken dat er weinigen van andere Gemeenten van dit Departement zig alhier ophouden en niemand die tot de voortvluchtige of weerspannige conscrits behoort.

C. Crucq

22 Februarij 1811.

 

Aan den Prefet

 

Volgens aanschrijving: een lijst van Jonge Lieden welke geboren zijn van de 1e Januarij 1788 tot 31 December ingesloten opgeroepen gemaakt en naar U opgezonden.

C.Crucq

23 februarij 1811.

 

Ook een copie van de door mij overgenomen Doop-Trouw-en Dood-Register.

C.Crucq.

Den 2 maart 1811.

 

Idem

Nog een persoon ontdekt die geboren is in het jaar 1791 en dus tot de conscrits behoord van dit jaar. Nog een lijst met diens naam er op.

2 maart 1811.

 

Idem

Een twaalftal Schippers van kleine Hoogaartsen hebben zig op heden bij mij vervoegd en klagelijk te kennen gegeven dat zij in het begin van de voorgaande week door den Ontvanger van den Keizerlijke Douane waren genoodzaakt geworden om een acquit a caution te nemen, waarvoor zij aan hem twaalf stuiver hebben betaald en zes stuivers aan de Lieutenant van de Douane alhier resideerende , dat zij waren aangezegd zij iedere week zodanig acquit a caution

Tegen gemelde betaling mogte nemen hetwelk  circa f.46 Hollandsch in het Jaar zoude bedragen

Dat zij aan onderscheidene Schippers zo van Philippine als andere van Cadsant en Brabant daar na geinformeert hebbende zijn onderrigt geworden dat men aldaar van geen acquit a caution wist, tenzij ingeval van Negotie bij transport van gekogte goederen maar geensints wanneer men ter visvangst uitliep en dat zelve die van ter Veer van geen acquit a caution waren voorzien.

Dat zij mitsdien hadden gerefuseerd  om die meerder te neemen en het voor hun ook niet mogelijk was dit bij Continuatie te voldoen, daar zij al dikwijls een gantsche week ijverig werkzaam waren in hun beroep en zij egter het nodige voor hun Huisgezin niet konde verdienen, terwijl zij zo om hunne schuiten te laten francesseeren als voor de nodige Zeebrieven alles hadden moeten inspannen om die kosten te voldoen; en Eijndelijk dat zij nu uit hoofde van hun refus in het neemen van een Acquit a caution, door de Keijzerlijke Douane op heden morgen waren belet geworden om uit te varen.

Ik vinde mij mitsdien verpligt daar ik  overtuigd ben dat veele Ingezetenen armoedige zijnde, buiten de mogelijkheid zijn om ieder Week 18 st. te betalen voor een kleine hoogaarts mij bij Uwe EXellentie te addresseren en Eerbiedig ter hunner behoeve te solliciteeren dat het Uwe Exellentie mogt behagen dezelve van die ondragelijke last te libreeren

C. Crucq

Den 4e Maart 1811.

 

De vorenstaand brief  is op verzoek veranderd met agterwege lating  van een 11tal regels.

 

Aan A. Preesman ? Chirurgijn te Numansdorp

 

De inhoud van Uw Missive heeft mij niet weinig verwonderd en heb ik daarom gemeend de onderscheidene Articulen daar in voorkomende te moeten beantwoorden.

  1. Dat uwe door eene nog te presenteeren Request geen zekerheid van de vacante Chirurgijnsplaats alhier , heeft geen grond aangezien ik in mijn qualiteit geloofbaar behoord te zijn en van een zeer slegt Carakter zoude moeten wezen om Uwe te beroepen en Uwe hier zijnde die plaats niet zoude vergunnen, dat was nog is geensints mijn bedoeling alleen kon dit plaats hebben wanneer Uwe niet konde overleggen een Bewijs  van bekwaamheid en goed gedrag van Uw laatste woonplaats en het eerstgenoemde missende, zoude nog door een nader Examen voor de Commissie geredresseerd kunnen worden,
  2. Dat het een arme Visscherplaats is, is de Waarheid; waar zijn de Rijken

Dan dat de meeste in de Winter bedelen is bezijden de Waarheid; er komen meer Bedelaars van Middelburg alhier, dan er van deze Plaats gaan bedelen; ik ken er thans niet meer dan drie a vier. De twee vorige chirurgijns hebben hun bestaan alhier en in den omtrek van Cleverskerke en het Nieuwland hier digt bij gelegen gevonden doch dit kan ik Uw geensints verzekeren,daar dit van Uw gedrag, bekwaamheid en den Zegen afhangt.

  1. Dat de Welgestelden gebruik maken van Docter de Lange, is ook niet alzo. Dominee

Hoek deed dit en waarom is mij onbekend, doch omdat die Heer dit deed, daarna andere af te meten, is niet waar; ik ken geen drie huishoudens die gebruik maken van dien Heer of gemaakt hebben, doch dat al staat hier een Chirurgijn de een eens na die loopt en een ander na die, dit gebeurt, en ook overal heeft dit plaats, en wie zal dit beletten.

  1. Dat Uwe nog genegenheid aan den dag legd om te komen, mits Uwe vrij en vrank         overhalende is mij, daar ik in mijne uitgaven bepaald ben onmogelijk- met Meij aanstaande komt eene ordentlijke woning open voor een chirurgijn, voorraad is er weinig, daar den plaats volkrijk is, zijnde het een Gemeente van 840 zielen waarvan er over de 700 binnen de plaats huisvesten.

Zie daar kortelijk de Uwe beantwoord alleen om dat ik bespeurd heb Uwe nog genegenheid tot de plaats hebt getoond. Intusschen zijn er nieuwe sollicitanten gekomen, en wacht dus met ommegaande Post nader antwoord; die niet ontvangende zal ik door met een anderen in onderhandeling te treden trachten de plaats te voorzien

Indien UEd dus nog mogt resolveeren, zal ik gaarne voorengenoemde Huis, dat circa 10 pond vls  van huur doet, voor Uwe Rekening huuren of verkiest Uwe de plaats zelve eerst te komen zien; dat mag ik ook lijden—doch in welk geval ook verzoeke ik UE zig bespoedigen, dewijl ik niet in de mogelijkheid ben de plaats lang open te houden.

C. Crucq

Den 8e Maart 1811

 

 

De Heer Prefet

 

De Heer Johan Christiaan Crucq Adjunct Maire is benoemd en ook in functie getreden als Ontvanger van de Keijzerlijke Douane te Vollenhoven. Daarom is bovengenoemde post vaceerende.

Hierbij deze informatie.

C.Crucq  Maire

Den 10e Maart 1811

 

Aan A.Preesman ?? chirurgijn te Numansdorp

 

C.Crucq maire heeft gemeend van oogmerk te veranderen en is bereid bovengenoemde als chirurgijn te admitteeren als deze een Acte van Examen of toelating  door een of ander Departementaal Collegie van Geneeskundig onderzoek over te leggen en een Attestatie van het Burgerlijk gedrag van de laatste woonplaats. Crucq zal daartoe een Acte laten opstellen.

C.Crucq  Maire

Den 15e Maart 1811.

 

Aan de Prefet

 

Als antwoord op Uw missive van 24 december 1810 aangaande de benoeming van een garde Champetre (veldwachter) en omtrent derzelfs qualiteit en werkzaamheden  de Vereischte onderrichting bekomen hebbende heb ik na een geschikt Persoon voor deze Gemeente uitgezien.

Intusschen heeft de Maire van het naburig Cleeuwerskerke mij de voordragt gedaan om gecombineert een Champetre voor de beide Gemeenten te benoemen en ter approbatie en finale aanstelling aan Uwe Exellentie voor te dragen

En daar de Landerijen van de beide Gemeenten zeer door eengevlogten zijn, en de plaatsen niet ver van den anderen zijn gelegen terwijl het ook tot soulaas verstrekt, heb ik in die Voordragt onder nader Approbatie van Uwe Exellentie genoegen genomen.-

Ik heb daar de Maire van Cleverskerke aan mij de verkiezing van een geschikt Persoon heeft overgelaten, den Communalen Raad, ingevolge verleend authorisatie bij  bovengemelde Missive geconvoceerd, die zo de gemelde Voordragt als de door mij voorgestelde Persoon heeft geaggreeert ?

Verzoek tot goedkeuring om op de wijze tot een “combinatie” te komen.

Voorgesteld wordt de Persoon van Abraham den Decker, Burger en Inwoonder dezer Stede.

C.Crucq Maire

Den 15e Maart 1811.

 

Kennisgeving daarvan aan de Maire van Cleverskerke met de mededeling dat Abraham den Decker zijn benoeming tot champetre heeft aanvaard.

 

16 maart 1811.

 

Aan de Prefet

 

Toezending van een lijst van de zeelieden vallende in de jaren van 24 tot 49.

Wilt U in gedachtenis houden dat mijn Gemeente al elf man heeft gefurneerd voor de Compagnie Kustbewaarders van dit Eiland  en daarvoor bij continuatie contribueerd. Om die Lieden behalven hun soldij nog eenig onderhoud te verschaffen, nu weder Personen in de conscriptie vallen en een groot aantal Lieden zijn in de voorschreve jaren zig bevinden waar door de Marine meer dan andere LandGemeenten gedrukt word, daar bij overlijden van een Kustbewaarder een ander Persoon moet verzorgt worden, hetwelk kortling geleden heeft plaats gevonden.

C.Crucq  Maire

Den 16 Maart 1811

 

Aan Mejuffrouw Maria Vermeulen te Arnemuiden

 

Zij krijgt een attestatie van gehouden gedrag.

Wat het jaarlijkse tractement betreft. Eerst moeten de uitgaven voor het loopende jaar door de prefekt worden goedgekeurd. Dan kan pas een beslissend antwoord worden gegeven m.b.t.tot het Tractement voor een Stadsvroedvrouw. Als er geen tractement meer zoals vroeger verleend zal worden, komt dat omdat wij afhankelijk zijn van de over ons gestelde “hoogen magt “

 

C.Crucq  Maire

Den 21 e Maart 1811.

 

 

De Heer Prefet.

 

In de vacante plaats van Adjunct-Maire wordt benoemd

Cornelis Daniel Baars.

 

C.Crucq  Maire.

 

Idem

 

Hierbij het Proces Verbaal van de agreatie van de persoon van Abraham den Decker als “gecombineerd champetre”van Arnemuiden en Cleverskerke.

Eerbiedig verzoek tot approbatie.

 

C.Crucq  Maire van de gemeente Arnemuiden.

 

Aan de Heer Lieutenant van den Berge

Commandeerende een Platbodem ? gestationeerd voor Arnemuiden.

 

Op Uw verzoek een Lijst der Manschappen welke Donderdag laatsleden voor de Marine te Veere getrokken hebben- het Nummer van hun getrokken Lot staat naast hun naam vermeld- dan ik ben niet in de mogelijkheid hun signalement op te geven daar die nog hier nog te Veere is opgenomen geworden zo als voor de Landconscriptie heeft plaats gehad.

 

C. Crucq  Maire van Arnemuiden

Den 8e April.

 

Aan de Prefet.

 

Een staat van de Binnenlandsche Paspoorten door mij van Primo Januarij tot Ultimo Maart dezes Jaars afgeleverd.

C.Crucq

Den 19e April 1811.

 

Idem

 

Hierbij een staat van de Kaphout Boschjes welke aan deze Stede behooren, zijnde geen andere houtgewassen onder de Gemeente welke aan Kerken of andere publieke gestichten toekomen

Gemelde Kapboschjes hebben zeer veel geleden geduurende het verblijf der Engelse troepen in dit Eiland en vooral is de plaats genaamd het Kerkhof groot  2 m(gemet)?:  70 Roeden of 95 Ares en 1 deciares zodanig geruineerd dat ik van oordeel ben dat van het zelven geen nut of voordeel kan verwacht worden, waarom ik Uwe Exellentie zoude verzoeken om authorisatie ten einde het daar op nog staande hout te mogen verkoopen, die plaats tot een weijde te formeeren en dan als zodanig aan de meestbiedende behoeve de Stede te verpagten hetwelk ik oordeel het voordeligste te zullen zijn.

 

C.Crucq   Maire van de Gemeente Arnemuiden.

Den 20e April 1811.

 

Staat der Kapbosschen behoorende aan de Stede Arnemuiden

Canton Veere, Departement van de monden van de Schelde.

 

Buiten de zogenaamde Middelburgsche Poort, digt bij de Stede word gevonden Een Berg, van ouds genaamd den Galgenberg beplant met Esse kaphout groot 145 roeden of 20 Ares en 6 deciares.

In of ter zijde van de Kraaijenolschen Weg is mede een Esse Kaphout Bosje genaamd het Kerkhof groot  2 gemet ? 70 roeden of 95 Ares en 1 deciare.

Beide plaatsen zijn tijdens het Verblijf der Engelse Troepen zeer geruineerd en daar na gekapt, zodat dezelve niet eerder kunnen  en behooren gekapt te worden dan in het Wintersaisoen  van het Jaar 1814.

C.Crucq

Den 20e April 1811.

 

Aan den Heer Prefet

 

Ten Stadhuize dezer Stede bevind zig eenige Tinne Schotels Borden en anders tafel Servies, welke in vroegere tijden wanneer bij de Verpagting van ’s Lands Gemeene middelen  en bij andre gelegenheden een maaltijd werd gegeven;thans is hetzelve buiten gebruik,en mogt het verkogt worden, zo zoude met de daarvan komende gelden de Stedelijke Schuld, vooral die aan de Weeskamer daar mede verminderd kunnen worden; te meer zoude mij dit aangenaam zijn daar een Persoon welke eenige gelden op de Weeskamer heeft en meerderjarig is geworden, mij daarom op den duur lastig valt en het uwe Exellentie uit het Budget en de daar bij zijnde observatien zal gebleken zijn dat de gelden der minderjarige ter Weeskamer gebragt , steeds door de Stede ter Intresse van drie percent is gebruikten nu van der Stede moet worden gesepareerd.

Ik neem dus de Vrijheid Uwe Exellentie eerbiedig te solliciteeren mij zo tot den verkoop van voorschreve Tin en de betaling van de genoemde Schuld aan de Weeskamer  immers voor zo verre de daar van komende gelden zullen strekken authorisatie te verleenen met betuiging van bereidvaardigheid om zo de ontvangene als uitgegevene penningen ten dien respecte in het Budget  voor het Jaar 1812 te verantwoorden, of wel en dat van dit Jaar zo Uwe Exellentie zulks mogt verkiezen te ordonneeren.

C.Crucq   maire van de gemeente Arnemuiden

Den 20e April 1811.

 

Idem.

 

De benoeming van C.D. Baars tot Adjunct Maire wordt officieel door een Arrest van de Prefet.

C.Crucq.

Den 20e April 1811.

 

Idem

 

De Prefet doen toekomen op verzoek de Tabellen van de bevolking dezer Gemeente.

 

Den 20e April 1811.

 

Idem

 

De Persoon Gerrit Dorias is als Cannonnier Kustbewaarder bij de Compagnie te Veere tot completering van het Contingent dezer Gemeente geleverd en door d’Heer Commandant le Monty ? is geaccepteerd geworden, blijkens een Certificaat hierbij gevoegd.

C.Crucq.

Den 26e April 1811

 

Idem

 

Daar de armoedige toestand van het meerderdeel dezer Gemeente zedert het Embargo zodanig is toegenomen en van dag tot dag kommerlijker word, zo heb ik uit besef en overtuiging  van hunne beklagelijken Staat, mij deze deze morgen ten huize van Uwe Exellentie, als mede aan dat van den Heer Gouverneur Gillij, geaddesseerd, ten einde ware het mogelijk den ophef van het Embargo te Erlangen, dan het voorregt niet hebbende kunnen genieten om Uwe Exellentie of den Heer Gouverneur te spreken ; zo neeme ik de vrijheid bij dezen Uwe Exellentie eerbiedig te bidden om Hoogstdesselfs goede diensten aan te wenden, bij den Heer Gouverneur Generaal Gillij ten einde het Embargo doch worde opgeheven; daar moet dat nog langer duuren de armoede van veele Inwoonders dezer Gemeente jammerlijk zal vermeerderen, dewijl de geringe sources die zij genoeten hebben, van de zeekoraal langs de zeekust op te zoeken en daaruit eenig onderhoud bekomenten einde loopt, en ook het Armwezen of fonds niet in den mogelijkheid is, om in de behoeftens der toenemende Armen te voorzien.

Ik had mij gevleid dat na den afloop der zeeconscriptie het Embargo zoude zijn opgeheven geworden en dit niet gevolgd zijnde , zal Uwe Exellentie mijne vrijpostigheid in dezen hoop en vertrouwe ik verschoonen, daar de klagende armoede mij daartoe heeft gedrongen.

Ik twijfel geensints aan de goedheid van Uwe Exellentie zo min als aan deszelfs veelvermogende Invloed bij den Heer Generaal, en in dat vertrouwen teekene ik mij met diepsten Eerbied.

 

C. Crucq Maire van Arnemuiden

Den 28e April 1811.

 

Idem.

 

In antwoord op een Missive van de 27e dezer Maand: sedert 19 Januarij is er geen begraafenis  in de Kerk binnen deze Stede geschied , terwijl de tusschen tijd voor het begraven van een Lijk bepaald op 48 Uuren, alhier stiptelijk is geobserveerd geworden.

Dat het Kerkhof thans gebezigd wordende hoog en bijzonder droog ligd en wel aan de Noord Oostzijde der Kerk, dat niet alleen dat niet alleen genoegzaam ondoenelijk is, zodanig een begraafplaats in den omtrek der Stede te vinden, aangezien de Landen zeer laag leggen veelal in de winter met water bezet en dus moerassig, waardoor de lijken op eenen bepaalde diepte begraven wordende zeer zeker in het water zoude moeten gelegd worden, waarbij komt alware het  men door het Impenderen van kosten  een stuk Lands daar toe kogt of pagte en approprieerde de toegang na het zelve bijzonder in de winter daar het al kleij of aardwegen in den omtrek zijn, zodanig zig bevinden dat het niet alleen moeijlijk maar bijna onmogelijk is de Lijken derwaarts te brengen.

Het is om die aangevoerde redenen , en zo het mij voorkomt geschikte hooge en drooge begraafplaats aan de Noordoostzijde der Staat gelegen, en welke mijns oordeels niet benadeelend is aan de gezondheid , daar men ook aan de water of zeekant is gelegen, ik Uwe Exellentie Eerbiedig solliciteere om het begraven te dier Plaatse bij continuatie te accorderen etc.

C.Crucq

Den 30e April 1811.

 

Idem

 

Verzoek om het leveren van “binnelandsche Paspoorten”

 

Den 1e mei 1811.

 

Idem.

 

De Lijst van het Beestiaal onder deze Commune gevonden ingevuld en doe ik U toekomen.

Terwijl volgens getuigenis der Landlieden het Land voldoende voeder opleverd, daar men dezelve naar mate van de behoeften van voeder, vermeerderd of verminderd; dat de Paarden een bijzonder goed soort is voor de Zeeuwsche Landbouw; en ook het ander vee van een zeer goed ras is , zodat men ter verbetering derzelve niets meend te kunnen voordragen, zo als ik in de observatie op de Lijst zelve heb te kennen gegeven.

C.Crucq.    Maire van de gemeente Arnemuiden

Den 7e Meij 1811.

 

Getal opgegeven aldus:

Ruins    18

Merries 3 ter voortplanting

Dito       15 niet ter voortplanting

Hengstveulens 8

Merrieveulens  8

Ossen               8

Koeijen            86

Vaerzen            34

Kalvers            24

Schapen           9

Lammers          11

 

En in de observatie aldus gesteld

 

Les Ressources que le paijs presente est suffisant pour  l ‘ entretien des communeaux, parce que on accroisse ou diminue les meme , selon qu ‘on calande qu ón aura besoin de fourage ; les races des chevaux est extraordinairement destine pour le culture de la Zelande et aussi sont les autres animaux  d ‘un tres bonne races pour cet paijs de quoi ‘on ne sait pas pour amelioration.

 

Aan de Prefet

 

Jacob Marteijn

Joos Adriaanse

Leendert Wisse

Adriaan Koets en

Cornelis Melis

 

Worden aan Uwe Excellentie als Commissarissen Repetiteurs ter benoeming voorgedragen.

 

Den 7e Meij 1811.

 

Aan de Prefet

 

Op Uw Arretee hebben de Landlieden van deze Gemeente de Rupsenesten en het Spinrag uit de hagen behoorlijkgezuiverd. Dat heb ik waargenomen.

Verder suggereer ik U  “een omgang te bepalen op de exters,Kraaij en Valduiven nesten: een zeer schadelijk gevogelte voor de granen en waaromtrent jaarlijks volgens een Zeeuwsche Wet in de maanden Meij,Julij en Augustus omgang en naspeuring werd gedaan.

 

7 Meij 1811

 

Idem

Ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van de keizer, de koning van Rome , zullen de klokken geluid worden, de saluutschoten afgevuurd, de vlaggen gehesen, en op de bestemde dag dankdiensten worden gehouden door de diverse kerkgenootschappen.

 

Den 20e Meij 1811

 

Idem

 

Opgave van een lijst van goederen behoorende aan deze Stede; welke ik bij mijn Missive van den 20e den vorige maand van Uwe Exellentie heb voorgesteld om behoeve de Stede te verkoopen.

22 Meij 1811.

De goederen opgegeven zijn aldus:

12 groote tinne Schotels; 8 kleine dito; 12 dito schotels; 62 tinne Borden 2 dito ? schenkbladen 1 dito souskom; 20 dito lepels 14 dito vorken en 4 dito zoutvaten; 1 koperen Koekpan; 1 dito Braadschotel, 12 messen.

 

Aan den Kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Arnemuiden.

 

De Feestviering wegens de geboorte des Koning van Rome zo ook de Doopplegtigheid door Zijne Majesteit den Keijzer is uitgesteld tot op zondag den 9 Junij aanstaande

29 Meij 1811

 

Aan de Prefet.

 

Een verzoek mij nog Een Hondert Veiligheids Kaarten te verleenen ten einde alle de Inwoonders dezer Stede van dezelve op de bepaalde tijdte kunnen voorzien.

 

29 Meij 1811

 

De Repartiteurs der Gemeente van Arnemuiden

De Heer Controleur der beschreven middelen te Middelburg.

 

Aan de Heer Vrede Rechter van het Canton Veere.

 

Hierbij op verzoek een Lijst van de overledenen welke minderjarige hebben nagelaten zedert Primo Januarij dezes Jaars tot op heden en vinde mij verpligt UwEd te observeeren

Dat de eerstgenoemde op de Lijst derzelfs Boedel, aan de Directie van den Armen is overgegaan, die de overleden heeft doen begraven en de de kinderen besteed voor Rekening van de Diaconie.

Dat de tweede ook zeer arm zijnde over de minderjarige  een Voogd ter Weeskamer alhier is aangesteld en de kinderen op het Boek van niet zijn gebragt. En

Dat de derde ook maar een Arbeidster geweest zijnde . ook voogden ter dezen Weeskamer zijn aangesteld en den secretaris  zo wel als voogd  als Executeur het nodige in dien Boedel heeft verrigt en de minderjarige verzorgd.

Den 12 Junij 1811.

C.Crucq

Aan de Heer Prefet

 

Verantwoording van de activiteiten ter gelegenheid van de geboorte en de doop van de koning van Rome:

Ingevolge het besluit van 29 april 1811: daags voor de feestdag des avonds om agt uuren de klokken zijn geluid, hetwelk in den vroegen morgen van den 9e Junij is herhaald geworden, wanneer de Fransche vlag op de publieke gebouwen den Thoorn en het Raadhuis zijn opgehaald geworden; dat door de visschuiten is gevolgd, terwijl om Elf Uuren de Klokken andermaal luidende het Bestuur is vergaderd op het Stadhuis en van daar is gegaan naar de Kerk, alwaar zij de gepaste Redevoering en plegtige Dankzeggingen  door den Leeraar dezer gemeenteverrigt heeft bijgewoond, na het eindigen derzelve naar het Stadhuis terug gekeerd, zijn de Leden zo meede  den Leraar die aldaar was verzogt vriendelijk gerecipieerd en op eenige verversching onthaald geworden.

 

Den 12e Junij 1811

C.Crucq

Idem

 

Het Budget voor deze Gemeente is geapprobeerd; toch vind ik mij verpligt een en ander Elucidatie eerbiedig te verzoeken.

  1. Daar 100 francs voor het regt van een Barriere op de Weg van deze Stede naar Middelburg op het budget is gesteld en geaccordeerd. Is het mij nu dus geoorloofd een Barriere op die weg te stellen en het regt in te vorderen zo als in de Observatien is verzogt.
  2. Dewijl een Octroi is geaccordeerd en alle de In en Opgezetene  bij berigt en de Winkeliers Herbergier en Slagter nog mondeling ter dier tijd de belasting is te kennen gegeven, dezelve ook hun Drank Wijn en Vleesch daarna hebben verkogt en bij den Thesaurier telken aangegeven: mag ik nu die belasting zedert de aangifte zijnde primo Februarij 1811 invorderen. Zo ja dan is er mogelijkheid om de ordinaire uitgaven der Gemeente volgens  het Budget te doen, vooral aan de bedienden.

Terwijl ik nog altijd de opgegeven repartitien menageeren indien ik tegen Verwagting    in mijn berekening van waarschijnlijke ontvang mij mogt misleid hebben, en dat is bijna niet mogelijk daar de meeste Revenuen dezer Commissie uit Pagten en andere zekere inkomsten bestaat.

  1. Daar deze Plaats stedelijke voorregten ten allen dage heeft genoten en mitsdien een Thesaurier gehad zijnde  geweest den Secretaris welke alle Ontvangsten en Uitgaven verrigte en daar voor eenige beloning genoot, ter gemoedkoming en Zijne veelvuldige moeijtens terwijl het nu  ter Invordering van het Octroi allernoodzakelijkst is dat ter dezer Stede een man daar toe worde aangesteld , verzoeke ik UWed Exellentie Eerbiedig mijn secretaris met de Ontvangst  en Uitgave dezer Gemeente volgens het Budget te mogen begunstigen.
  2. Is het mij geoorloofd de geaccordeerde Sommen in uitgaaf voor onderhoud der gebouwen Straten naar mate ik zal zien, de onzekere Revenuen, dit permitteeren te besteden zonder Uwe Exellentie nadere authorisatie Daar ik steeds scrupuleus ben,om iets daar ik niet genoegzaam in ben ervaren te verrigten, verzoek ik U mij te verschoonen in de gebruikte vrijpostigheid etc

 

Den 18e Junij 1811.

 

C. Crucq

 

Idem

 

Hierbij ter voldoening van Uw aanschrijving: een Lijst van 9 personen tot het formeren van de Kamer van Weldadigheid.

De Personen zijn mannen van Jaren en Ondervinding, zedelijk in gedrag, bekwaam om het nodig toeverzigt te houden die meermalen in dat vak zijn werkzaam geweest met den Staat der Gemeente en haar behoeftigen, waar van sommige nog actueel in dienst zijn, en zo het mij toeschijnt juist berekend om de ware belangen  der noodlijdende en hulpbehoevende te behartigen en wel te bestuuren.

De Personen die thans daar mede belast zijn, bestaan uit de Leden des Kerkenraads; en inzonderheid de Diaconie,  die de Collecten doen, en de Uitdeling aan de behoeftigen, naarmate de Armkas zulks gedoogd, op welke zedelijk gedrag  en bekwaamheid ik ook niets had te observeeren, hoewel ik ze niet alle op de lijst heb voorgedragen, maar alleen die welke uit dezelve mij de geschikste en de notabelste zijn voorgekomen.

 

C.Crucq

Den 18e Junij 1811.

Voorgedragen Leden:

  1. van Eenennaam

I. Crucq

S. de Maree

C.Kramer

C.D. Baars

I. Marteijn

A. Marinusse ??

Jan Bernard Joose

Adriaan Koets

 

 

Idem

 

Onder de toenmalige regering vorig jaar werd de stad aangeschreven een zeker getal kustbewaarders te leveren; daarna heeft de Regering de gantsche Gemeente opgeroepen en uitgenoodigd om zich vrijwillig daartoe te Engageren: niemand daartoe lust hebbende, heeft de Gemeente zo Visscherij als Burgerij de Regering verzogt om manschappen ten dien einde te doen werven , met belofte van zodanige toelage als men goed zoude vinden, en betuiging van bereidvaardigheid om de nodige belasting daarvan te zullen voldoen.

Daartoe zijn Gecommitteerde uit de Gemeente benoemd , die de belasting bij maandelijksche Invordering heeft gereguleerd  en vastgesteld ; men heeft manschappen aangeworven, toelage beloofd en een ieder heeft vrijwillig volgens toezegging daaraan betaald.

Dan zedert de zeeconscriptie in werking is gekomen en eenige mannen van deze Gemeente in den zeedienst zijn opgegaan, waarvoor men geen Remplaçanten kan bekomen hebben alle die tot de Visscherij behooren geweigerd hunne belofte gestaand te doen en de maandelijkse belasting te betalen.

Ik vinde mij daar door in eene moeijlijke omstandigheid daar de aangenomen Kustbewaarders mij in betaling lastig vallen, en de burgerij al werd ook de toelage verminderd zo gering is , dat die zonders de Visscherij niet kan opbrengen en volhouden.

Ik neem dus de vrijheid om Uwe te verzoeken dat ik geauthoriseerd mag worden om de onwillige door eenige dagen hun in derzelver bedrijf van Visschen te beletten of zodanige andere contrainte als UWE mag behagen tot de voldoening te noodzaken, of wel dat Uwe de goedheid mogt believen het Contingent dezer Gemeente te verminderen, daar zij buiten de Landgemeenten  of Dorpen die geen Zeelieden leveren, dubbeld bezwaard is, of Eijndelijk mij zodanige orders in dezen te verleenen als Uwe Exellentie  naar deszelfs vrijheid zal vinden te behooren etc.

C. Crucq

21 Junij 1811.

 

Idem.

 

Een Lijst van de door mij afgeleverde Binnenlandsche Paspoorten van de 1e April tot den 30e Junij 1811.

 

Aan I.Marteijn,I.Adriaanse,L.Wisse, A. Koets en C. Melis  benoemde Repartiteurs der Contributien voor de dienst van 1812 over de gemeente van Arnemuiden.

Benoeming, die naar vertrouwd wordt, zal worden aangenomen.

Ook bericht ervan aan de Prefet

6 Julij1811.

 

 

Idem

 

Op verzoek een lijst van de Cannonniers Kustbewaarders

 

C.Crucq.

Den 12e Julij 1811.

 

Idem

 

Aan de maire ter hand gesteld eene Missive van de Kerkenraad der Gereformeerde Gemeente.

Deze geeft kennis dat onderscheidenen middelen zijn beproefd ten einde  een fonds te vinden, waarin de Gemeente vrijwillig zoude dragen, ten provisionele voorziening in de behoeftens van het Godsdienstig Genoodschap, tot tijd en wijle daaromtrent door het Gouvernement een vaste maatregel zoude zijn daargesteld en voorgeschreven, dan dat hoe zeer zommige zig daartoe bereid hebben getoond, echter veele zich daaraan hebben onttrokken, en mitsdien verzoekende om in dezen hun de behulpzame hand te reiken, door zodanige mesures te nemen als ik ter bereiking van dat oogmerk dienstbaar zoude oordelen.

Hoop wordt door Crucq geput uit de Keijzerlijke Decreten van nivose en september1807 waardoor door Municipale Raden  de nodige maatregelen kunnen worden voorgedragen tot vermeerdering van de bezolding der leraars, ten koste der Gemeente, zelfs dan wanneer de bezoldingen door de publieke Schatkist betaald worden.

Het gaat momenteel niet goed op economisch gebied, ook niet wat de visscherij betreft als voornaamste bron van bestaan. Daarom is een provisioneel middel nodig ter voorziening in de behoeften van het genoemde Godsdienstig Genoodschap.

Authorisatie gevraag ter bijeenroeping van de Raad om over deze zaak te delibereren..

C.Crucq.

 

15 Julij 1811

 

Idem.

 

Voordracht voor den Ontvanger van ’t Octroij dezer Gemeente:

C.D. Baars     I.C. Harthoorn   en  A. Kramer

 

15 Julij 1811.

 

Idem

 

Daar den oogst staat ingezameld te worden voor welks bevrijding het allernoodzakelijkst is, een persoon met de vereischte magt bekleed een gepast toeverzigt houden en Uw Exellentie mij mondeling bij een verleende audiëntie op den 4e dezer maand heeftt toegezegd, den Persoon van Abraham den Decker voor Arnemuiden gecombineerd met Cleverskerke als Garde Champetre te zullen benoemen, zo neeme ik de vrijheid Uwe Exellentie eerbiedig te solliciteeren op die persoon met gemelde Commissie te begunstigen  en hem daarvan een Acte te verleenen opdat hij in staat worde gesteld om met meerder kragt het kwaade te weeren, en voor de veiligheid van den Landman te waken en ook opdat hij die functie ongestoord mag uitoeffenen.

 

20 Julij 1811.

 

Idem

 

Aan Broederen Ouderlingen en

Diaconen van de Hervormde Gemeente

Te Arnemuiden.

 

Veel Geachte Broederen !

 

Ik heb met leedwezen in Uw Missive van den 14e dezer maand gelezen, de vrugteloose pogingen die men heeft aangewend om een fonds op te rigten ter provisioneele  voorziening in de behoeften van ons Godsdienstig genoodschap en om te kunnen voldoen aan het verzoek daar bij gedaan, heb ik dadelijk den hoofdzakelijken inhoud ter kennis gebragt van den Heer Prefet en verzogt om authorisatie tot het bijeenroepen van den Communalen Raad om over de maatregel van de Prefet raadpleging te houden.

Antwoord:

Mijnheer de Maire: Ik heb met aandagt Uw brief gelezen van den 15e dezer m.b.t. de behoeften van den godsdienst Uwer Gemeente ; ik kan niet zoals U mij voorsteld het daarstellen van eenige belasting  voor dat onderwerp authoriseeren; gij moet in deze omstandigheid de organisatie der kerkdiensten afwagten, die onder de Oogen van Zijne Majesteit zijn ….

Hieruit blijkt dat ik, hoezeer ook genegen, buiten de mogelijkheid ben om eenig maatregels in dezen te neemen, die met kragt kan gehandhaafd worden; verder eenige bepalingen te wagten zijn. Dat is het beste.

Dat de vrijwillige ingeschreven penningen zonder verzuim in drie tot 4 reijsen worden geinnet en voor dit Jaar ter vermijding van kosten door ulieden zelven , daar wanneer de Contribuanten in agten ? verdeeld worden, zulks eenen geringe moeijte is om op te halen, en terwijl die welke niet ingeteekend hebben eene vrijwillige gifte zoude kunnen verzogt worden, daar wagt men de finale beslissing af, welke nog lang kan aanloopen de behoeften  en ook de schuld vermeerderen die dan onbetaalbaar zoude worden.

Indien Ul van dezen Raad gebruik gelieft te maken ben ik bereid U een Lijst van de Inteekenaaren te doen toekomen.

Den 26e Julij 1811

 

Aan den Prefet

 

Voorstel om de goederen meest oude tinnen schotels die op een veiling onverkoopbaar zijn te verkopen aan een tinnegieter, terwijl ik bereid ben van het verkogte een certificaat  van den kooper over te leggen.

 

29 Julij 1811.

 

Aan de Heer Vrederechter

Der stad Veere.

 

Heden morgen geïnformeerd dat in de kil aan de Zoutkeeten een onbekende drenkeling lag, heb ik mij dadelijk derwaarts begeven dezelve geheel nakend was, zijnde geblesseerd aan het Hoofd en aan het rechter been; waarop ik dadelijk de nodige orders heb gegeven om die Persoon uit de Kil te halen en op de Erven van het Stadhuis te brengen waar aan voldaan zijnde, zo heb ik gemeend UEd: daar van te moeten kennis geven, met invitatie om te worden geïnformeerd wat ik verder in dezen behoord te verrigten.

De Maire

Den 6e Augustus 1811.

 

Aan de Heer Vrederechter van het Canton Veere

 

Hierbij het Proces Verbaal van de op heden ontdekte drenkeling aan de Zoutkeeten dezer Stede, benevens een Declaratoir van C. de Jongh, Officier van gezondheid in het Nieuwland.

Dan daar ik nog den beschouwing  nog den begraving van dat Lijk heb kunne doen verrigten, zonder eenige kosten te maken, wenschte ik Ued: mij informeerde bij wie ik dezelve moet recouvreeren.

 

De Maire van Arnemuiden

Den 6e Aug. 1811.

 

Aan den Eerw Kerkenraad van de Hervormde Gemeente

Der stede Arnemuiden.

 

Ontvangen een circulaire van den Prefet : de Verjaardag van Z.M. den Keijser op 15 Augustus a.s. zal gevierd worden evenals in het voorgaande jaar, conform het Arretee van deszelfs Predesseur van den 7e Aug.1810.

Donderdag a.s. om 11 uuren des morgens in onzen Kerk te verschijnen en aldaar de plegtige Dankzegging en gebeden die ik den Heer Preses van UL: Vergadering verzoek te doen bij wonen.

De Maire

Den 12e Augustus 1811.

 

Aan den Prefet

 

De lijst van de dienst zijnde Kustbewaarders.

 

10 Augustus 1811.

 

Idem

 

Op heden den geboortedag van Zijne Majesteit den Keijser en Koning alhier is gedagt geworden, zo door het luiden der Klokken op onderscheiden tijden van den dag en het doen uitsteken der Fransche vlag van den Thoorn en het Raadhuis, terwijl den Communalen Raad in den morgen op het Gemeente Huis vergaderde met mij is gegaan naar de Kerk dezer Stede en aldaar de plegtige Redevoering en dankzegging door den Leeraar dezer Gemeente verrigt heeft bijgewoond.

 

De Maire

Den 15e Aug. 1811.

 

Idem

Behelzende een opgaaf van Hoefsmits die als Geneesmeesters van het Beestiaal die konst alhier uitoeffenen; zo heb ik de eer UExc te berigten dat te dezer Stede zodanige persoonen niet gevonden worden.

De Maire.

Den 16e Aug. 1811.

 

Idem.

 

Doen toekomen het Budget van de Gemeente voor het jaar 1812 met de Observatien en Proces Verbaal.

Hierbij Tableaux wegens de Ontvangst en Uitgaaf van 1810 en den Staat der Schulden van de Gemeente heb gerequireerd bij deszelfs Besluit  van 4 Meij 1811.

De Maire

Den 20e Augustus 1811.

 

Idem

Met betrekking tot het formeeren van een Lijst van gezworenen, die alhier wonen, en geschikt zijn voor deze bediening.

Niemand uit deze gemeente behoort op die lijst geplaatst te worden, daar hier geen personen zijn die tot het Departementaal of Arrondissement Kiescollege zijn benoemd, ook geen bediende die door Zijne Majesteit worde benoemd nog Rechtsgeleerde Doctoren of andere geleerde ook geen Notarissen, Bankiers, Wisselhandelaars of kooplieden patent betalen die in een der twee eerste Classen en geen bedienden die 4000 francs Tractement genieten.

 

De Maire

Den 20e Augustus 1811.

 

Monsieur Le Griffier ? du Tribunal de !e Instances Arrondissement Middelbourg

Vertaald:Hierbij op verzoek een Lijst van de namen en voornamen van al de citoijens absent da la Communes pour le services des Armee de terre et de mer

 

Le Maire

Le 20 Aout 1811.

 

Aan de Prefet

 

Over de (wan)betaling  en uitbetaling van kustwachters.

Er zijn overigens 10 Kustwachters in dienst van de gemeente: buiten staat om aan alle hun weekloon uit te keren. Vissers weigeren Kustwachtgeld te betalen.

22 Augustus 1811

 

Idem

 

Over de bebouwing van de Beet of mangel Wortel; de Gemeente is aangeslagen of bepaald op 2 Hectares en 54 Ares. De Communalen Raad en Landlieden bij elkaar geroepen en hun gedachte Besluit voorgehouden en welke Vergadering door de Landlieden is aangenomen geworden om aan den inhoud van die order te voldoen

De Maire

20 Augustus 1811.

 

Idem

 

Journaal Register van alle ingeschreven jongelieden geboren zedert den 1e Januarij 1789 t/m 31december 1789.

 

De Maire

Den 27e Aug. 1811.

 

Idem.

 

Over het stedelijk Octroij bij de Winkeliers, Herbergiers en Slagters in te vorderen na informatie. Zonder tegenspraak daaraan voldaan.

Echter over het Droits reunis heb ik authorisatie nodig t.o.v de ontvanger, ten einde bij het einde van het jaar behoorlijk in de stedelijke rekening verantwoord te worden.

Zo kan ik over de ontvangen gelden van de Verenigde Regten in de maandstaten in orde brengen.

De Maire

27 augustus 1811.

 

Idem

Door mij alle die pogingen zijn aangewend welke in mijn magt zijn om de vischers dezer Stede te permoveeren tot het volbrengen hunner toestemming in den opbrengst van het Loon  aan de Kustbewaarders, doch alles vrugteloos, terwijl een 70 zo Burgers als Landlieden waaronder boven en beneden de Jaren, zo geringe als vermogende al en niet daar toe gehouden zijn, onmogelijk de belooning der Kustbewaarders door het voormalig bestuur in naam der Gemeente toegezegd kunnen opbrengen om een elftal manschappen onderhouden.—gaarne verlange ik dat die toezegging aan dezelve door mij mogte vervuld worden en het Uwe Exellentie behaagde  mij te authoriseeren om de Vischers te noodzaken tot die voldoening waar aan die Burgerij en weinige Landlieden redelijk beantwoorden.

De Maire

11 september1811.

 

Idem.

 

De alfabetische Lijst der Consenten van den Jare 1809 + alle Reclamatien.

 

Aan de Commissie van Liquidatie te Middelburg.

 

De oude Ontvangers:: 2 Thesauriers: met name Cornelis Daniel Baars en Abraham van Eenennaam, waarvan den eersten Ontvanger en Kassier was en den tweeden het dagelijks toezigt had van al hetgeen aan de Stede mogt verrigt worden; echter deden zij eene gemeenschappelijke Jaarlijkse Rekening.

Ook nog een Subontvanger van den Personelen Omslag  of Hoofdgeld, zijnde den ouden Gerechts en Stadsbode Jan Harthoorn die aan de Eerstgenoemden zijn ontvang verantwoorde.

 

De laatste Rekening welke door het afgetreden Bestuur is opgenomen en gesloten den 30e Junij 1810 gaat van Primo Meij 1809  tot Ultimo April 1810 zoals zulks jaarlijks  en van de vroegste tijden plaats vond waaruit consteerde dat een nadeelig saldo is gebleven van f. 212: 9 :6 Hollandsch.

 

De Jaarlijksche Ontvang bestond

 

  1. Uit een Personeele Omslag, welke bij Octroij door het Departementaal Bestuur van Zeeland  is geaccordeerd in dato 21: Julij 1806 en zulks in plaats van eene aloude stedelijke belasting op de wijnen, sterke dranken en Bier, volgens Octroij en Reglement benevens een Lijst volgens welke zulks ontvangen werd, hier bijgevoegd.
  2. Uit Landpacht en Huishuur van dijken wallen Weijden en een Huijsje , de stede toebehoorende, zo mede van de Verpagte Straatmest, waarvan de Pagt en Huurceelen onder de griffiepapieren berusten en waarvan Copien bij het Budget van dit loopend Jaar zijn gevoegd.
  3. Uit de pagt van de Overzet Ponte, welke nu aan het Gouvernement word betaald en een chijns en windpagt der Koornmolen.
  4. Uit het Provenue van Verkoopingen van Boomen en Houtgewas, zo mede van Intressen van een Nationale en vier O.I Compagnie Effecten in de Rekening vermeld.
  5. Uit de Huisschatting of Verponding die zedert 1806 door het Land is genaderd ? zonder de minste Vergoeding; zo mede uit het Unie of Ponde geld welke ten allen dage is ontvangen als 6 gr: te ponde. van publicq verkogt wordende onroerende goederen 3 gr. Wanneer dezelve uit de hand werden verkogt en 4 gr. Van de Roerende goederen welke Publicq verkogt worden en ook van Recognatien van de zodanige welke verzogten om eenig neering of beroep binnen de stede te mogen uitoeffenen die dan ook verpligt waren  geen geboren Inwoonders zijnde eenig Burgerregt te voldoen, zoals Ulieden uit de Rekening hier bijgaand zal consteeren.
  6. uit geringe Ontvangsten van differente Aart en Natuur.
  7. Uit penningen welke men te goed had van den Land voor gedane Leverantien enz.
  8. Uit gelden welke behooren minderjarige weezen ter Weeskamer werden gebragt en die door de Stede ten Intresse van 3 percent werden gebruikt.

 

De Uitgaven daar tegen bestonden

  1. Aan Tractementen welke jaarlijks aan de beambten en bediende werden goedgedaan.
  2. Aan ordinaire en Extraordinaire Lasten zijnde de verponding voor de Landen of weijden benevens de wateren, dijkpenningen en eene zekeren schadeloossstelling welke men mogt voldoen aan de Ambachtsvrouwe van het Nieuwland voor de schaden die door de gelegde Pont aan haar Veer werd toegebragt, dewijl een Dam op de grond van het Nieuwland mogt worden gelegd voor de gezegde Ponte.
  3. Aan Arbeidsloonen van allerleij aart.
  4. Aan Leges van het Stedelijk Bestuur voor hunne Werkzaamheden en verlet hetgeen ten allen tijde  aan dezelve is goedgedaan geworden.
  5. Aan de Weeskamer den Intrest van het Capitaal door de stede gebruikt wordende en den afleg aan de meerderjarig geworden weezen.
  6. Aan differente Natuur en nadeelig Saldo van eenen voorige Rekening.
  7. aan gedane betalinge behoeve den Lande voor gedane diensten en leverantien en ten
  8. Aan bijzondere zaken welke veelal als onvoorziene uitgaven beschouwd werden.

Na deze geslote Rekening bleef er niet over te vereffenen dan de laatste agt maanden van het jaar 1810, waarvan een Rekening is opgemaakt en waaromtrent ik geen zwarigheid heb gemaakt om die den 23 Maart dezes jaars  op te neemen en te sluiten, dewijl ik daarmede bekend was  en welke Rekening die ik hier bijvoege een Batelijk saldo nalaat van f. 13: 9 : 8 Hollandsch. Aan den Ontvanger ter hand gesteld.

 

De Maire  C. Crucq

Den 16e September 1811.

 

N.B. Ik heb mij over geen abusen te beklagen daar de Ontvangsten en Uitgaven geregeld werden gedaan etc.

 

Aan de Vrederechter der stad Veere

 

Gisteren nademiddag alhier is overleden Clasina Marinusse Meulmeester weduwe van Cornelis  Jacobse van Belsen nalatende  een onmondige Weese; dan tevens diend dat die vrouw geduurende haar weduwstaat door de Diaconie is onderhouden geworden en ook door dezelven moet worden begraven; terwijl genoemde Weeze ten laste en voor Rekening van het Armwezen staat besteed te worden.

De Maire

Den 20e September 1811.

 

Idem

 

Deze is dienende om UEd: te berigten dat de Heer Mr Willem Aarnout van Citters Inwoonder der stad Middelburg gisteren avond op deszelfs Buitenplaats Brakenburg gelegen onder de Jurisdictie dezer Stede is komen te overlijdennalatende een onmondig kindkind.

 

De Maire

Den 23e September 1811.

 

Aan de Maire van Middelburg

 

Volgens art.82 van het Code Napoleon, verplicht UE te doen toekomen een Extract uit het Regiser van Overlijden dezer Gemeentewegens de aangifte van het overlijden van de Heer W.A.van Citters op des zelfs Buitenplaats Brakenburg.

 

23 september 1809

 

Aan de Prefet

 

Hierbij een Staat van de afgegeven Binnenlandsche Paspoorten geduurende de nu geeindigde drie maanden.

2 October 1811.

 

Idem

 

Gerard Meerman Pagter van het Overset Veer van dedze Stede op het Nieuwland heeft mij te kennen gegeven dat hij van de Directie van de Verenigde Rechten dat Veer heeft gepagt onder Conditie dat voorschreve Directie de  Overset Ponte voor haar rekening mogt onderhouden

Dat die Ponte al over eene geruime tijd noodzakelijke reparatien Vereischte en hij zulks aan de genoemde Directie der Vereenigde Rechten had ter kennis gebragt, die hem hadden onderrigt, dat hij door mij zig ten dien einde aan Uwe Exellentie mogt addresseeren om authorisatie daar toe op hun te Erlangen.

N.B. Dit jaar is nog geen enkele reparatie verricht, en het is meer dan tijd dat er onderhoud wordt gepleegd. Daarom verzoek aan UWExellentie om de nodige Authorisatie op het Bestuur der Vereenigde Rechten te Middelburg te verleenen om de vereischt wordende Reparatien aan genoemd Overzet Pont te laten doen.

Bij deze Occasie neem ik de Vrijheid Uwe Exellentie te informeeren dat ik nog geen kennis draagd dat deze Ponte is getauxeerd gewordendaar mogt die Tauxatie plaats hebben en die gelden daar van werden voldaan dan zoude Uwe Exellentie mij in staa kunnen stellen om de loopende Schuld van deze Stede over het jaar 1810 te voldoen, waaromtrent men mij van tijd tot tijd lastig valt te voldoen ten welk einde ik Uwe EXellentie Eerbiedig verzoek om daartoe de nodige orders te verleenen.

 

3 October 1811

 

Idem.

 

De Persoon van Abraham den Decker is  met goedkeuring benoemd tot Garde Champetre over deze Commune gecombineerd met Kleverskerke, Nieuw en St. Joosland aan te stellen en voorschreve Persoon voor dien tijd al eenige goede diensten met betrekking tot de Waakzaamheid voor de veiligheid van personen en goederen heeft gepresteerd,tevens een man is die een vrouw en kinderen heeft en mitsdien zeer verlangt om eenige belooning te bekomen.

Verzoek:Van welke tijd ik dezelve kan en mag betalen enof de andere genoemde Gemeenten aan hem zulks ’s maandelijks of aan mij als deze Stede de woonplaats van denzelven zijnde, kunnen of moeten voldoen.

 

3 October 1811.

 

Aan de Heer Boddaert Ontvanger der Directe Contributien.

 

Over de uitgifte van een Certificaat van Onvermogendheid, die voortijdig zal moeten worden vastgesteld.

 

3 october 1811.

 

Idem.

 

Alleen Jacob Jobsen, zijnde een oud afgeleefd man die niet meer in staat is zijn brood te winnen, van welks onvermogen ik dus ten volle overtuigd ben, terwijl ik niet twijfele of er zullen daar na zig nog veelen opdoen die even onvermogend zijn, daar er thans te dezer plaats geen verdiensten zijn, zo als op andere Jaren doch die kan ik niet wel opgeven voor dat zij zig bij mij hebben vervoegd “.

 

Den 4 October 1811

 

Aan de Heer Capiteijn der Haven te Middelburg.

 

Ik heb mij geensints bedrogen met op de Rolle der Conscriptie de naam van Klaas Cornelissen te stellen, die bij de trekking te Veere no 15 heeft bekomen, maar den slegte gewoonte die veele van de Inwoonders dezer plaats hebben van de voornaam van hun vader voor de Famille naam te gebruiken, is oorzaak dat er twijffeling en abuisen ontstaan. Zijn Vader heeft de naam van Cornelis, en voegd daar bij de voornaam van de consent zijn grootvader Jacobs.

Indien Uwe aan de bedoelde persoon nu zijn naam vraagd, zal hij zeggen van Klaas Cornelissen en zo is hij algemeen hier bekend, en mij is zeer wel bekend dat hij tot de Marine behoord, zo als hij op de Rolle is opgeteekend en kan daar dzelve bij de Heer Prefet berust daar op geen Verandering maken, maar ik ben bereid om bij een Certificaat  te verklaren dat de Persoon van Klaas Cornelisse dezelve is die bij de marine bekend staat onder naam van Cornelis Jacobsen.

 

Den 8e October 1811.

 

Aan de Prefet

 

Het voorschreven oud Tin uit de hand heb verkogt, blijkens Certificaat van den Kooper hier bijgevoegd en daarvoor heb ontvangen de somma van fr. 240

En de andere goederen Publiq heb verkogt, volgens nota

En daarvan heb zuiver geprovenieerd                          fr. 13. 60

Totaal                                                                     Fr. 253. 60

 

Met de gelden wensche ik dat het Uwe Exellentie behaagde mij te authoriseeren om twee portien van Weesen welke hunne gelden op de geweese Weeskamer berusten en die door de Stede volgens eene alouden gewoonte zijn gebruik geworden.

En wel aan de Weesen Neeltje en Jacob Jaspersen Geldhof welke laatste reeds is overleden en geduurende deszelfs ziekte door het Armbestuur is onderhouden en bij zijn overlijden door dezelve is begraven geworden onder toezegging van de voorschotten te zullen restitueeren zodra men daartoe permissie erlangde .Zijnde de nog in leven zijnde Weesen, een arme behoeftige Diensmaagd , bedragende hunne Weesepenningen nog  f. 42 “11 Hollandsch.

Als meede de Weespenningen toekomende

De Weesen Petronella Vogel, mede een Arme

Dienstbode, ter Somma van                                                               f. 83    16  8

Totaal                                                                                                 f. 126    7   8

 

Welke som daar de franc tegen tien stuivers is berekend juist die penningen uitmaakt, welke bij mij van de verkogte goederen zijn ontvangen, waardoor die Weesen hunne gelden zo zeer bij hun benodigd zoude bekomen , en  de schuld der Stede daar door zoude verminderen.

 

Den 16e October 1811.

 

Aan den Kerkenraad van de

Hervormde Gemeente

Te Arnemuiden

 

Jongelinge die op den 1e Julij ten vollen 15 Jaren hadden en die door het Armbestuur werden besteed of onderhouden op te roepen en dezelve op de 24e aanstaand aan de Prefecture te presenteeren en zulks conform een Keijzerlijk Decreet van de 11e September laatstleden.

Verzoek aan de Maire te presenteren  op Maandag avond ten einde hun naam, ouderdom op te neemen en hun de nodige orders te geven terwijl ingeval zodanige Jongelingen niet onder UwEd: directie staan Ulieden verzoeken mij daar van schriftelijk te berigten.

 

Den 18e October 1811

 

De Prefet

 

Er worden geen vondelingen, verlaatenen of wettige Weezen door de Arm Directie alhier werden gealimenteerd

 

Den 22 October 1811.

 

Aan de Vrederechter van het Canton Veere.

Maatje Jacobsen weduwe van Boudewijn Grootjans  is gisteren alhier overleden, welke 2 minderjarige kinderen nalaat. De weduwe zal voor Rekening der Diaconie begraven worden.

 

Den 24e October 1811.

 

Idem

 

Gisterenmorgen is overleden Janna Polderdijk vrouw van Cornelis Melis wonende op den Hofstede L.B. aan de Oude Veerschen Weg bij Middelburg, nalatende vijf minderjarige kinderen.

 

Den 28e October 1811.

 

Aan den Heer Maire van Middelburg.

 

Barend Jans Harthoorn, wiens vader alhier woonachtig is, en thans als Beenhouders knegt woond bij Kakenberg Vleeshouder te Middelburglaatstleden Zaterdag  is ontboden op het Stadhuis te Middelburg voor een Commissie om voor het Kustbewaarders fonds aldaar te waken, en door die Commissie is aangezegd geworden,dat hij aldaar aan dat fonds mogt betalen.

Dat gedagte Jongeling ten voorleden Jare, wanneer de Gemeente alhier bij den anderen is geroepen tot het oproepen van een fonds voor kustbewaarders denzelven onder die opgeroepenen heeft behoord, daar in ook heeft deel genomen, tot heden daaraan voldoet en verpligt is te blijven continueeren, voor dat termijn van Jaren dat de Kustbewaarders zijn aangenomen geworden, en dus voor hem ondragelijk zijn zoude, op twee plaatsen te moeten betalen. Vraag om hem voor dienst te Middelburg hem te libreeren.

31 October 1811.

 

Aan de Capteijn van de Haven te Middelburg.

 

Hierbij een Lijst van de Hoogaartsen met de namen der Eigenaars en Schippers alhier thuis behoorende.

Ik moet UEd: bij dezen observeeren dat de Schippers op dedzelve geduurig veranderen, waardoor het zeer moeijlijk is, om daarvan een behoorlijke lijst te formeeren

Den 4e November 1811.

 

Aan de Commissie van Liquidatie in het Departement der monden van de Schelde

 

Een deel van de missive:

Ten slotte vinde ik mij verpligt UEd: te informeeren dat bij het Bestuur voor de weggenomen Ponte van het toenmalig Engelsch bestuur niets is ontvangen, maar dat door den Veerman, die voor den helft in den Eijgendom was en nog is geintresseerd op deszelfs aanhoudende klagte geappuieerd door het Bestuur van de Engelsen is ontvangen 1100 gulden.

Dat de Regeering bij hem heeft aangehoudenom een nieuwe Ponte te laten maken waar toe hij geensints inclineerde dan het Intrest van de stad vorderende dat en een Ponte weder gemaakt werd, heeft het Bestuur niet opgehouden dat aan te dringen met toezegging dat wanneer de Ponte meerder mogte kosten dan de ontfangenen Elf Hondert Gulden zulks door de stad zoude worden gedragen en men ook hem in de pagt dewijl hij geen betaling zo als te voren voor het overzetten van Militairen beurde, te gemoed zoude worden gekomen, eindelijk daarin heeft bewilligd; zijnde daarop de Ponte door het Bestuur aanbesteed geworden voor 1260 gulden, volgens een contract dat ik hier bij voege, doch waarvan de stad weinig genot heeft gehad, daar dezelve met Meij 1810 eerst in werking is gekomen, en met primo Januarij dezes Jaars door het Bestuurder Vereenigde Rechten is genaderd, zonder dat dezelve tot op heden is getauxeerd geworden, en Stad en Veerman eenige Schadeloosstelling  bekomen heeft.

 

Den 5e November 1811.

 

Aan de Prefet.

 

Fabrieken en Manufacturen die alhier mogten gevonden worden. Alsmede het aantal armen en bedelaars en de jaarlijkse Revenuen waarmede zij onderhouden worden.

Dat de 5 zoutkeeten onder deze Gemeente gelegen dit Jaar niet hebben gewerkt en genoegzaam altijd wanneer dezelve Zout raffineeren, zulks door het Huisgezin dat in de Keeten woond geschied.

Dat het getal der Armen af- en toeneemd, naarmate de Visscherij min of meer voorspoedig is , en dat hoezeer de Arme alhier veele zijn, egter het getal gering is dat om duurzaam onderhoud zig bij het Armbestuur vervoegd, tenzij bij ziekte of sterfgevallen, bij welke gelegenheden de Arm. Directie zeer dikwijls bijstand moet verleenen.

De Inkomsten van de Arme zijn genoegzaam alle onzeker, daar de fr. 73 welke als vaste Inkomsten zijn opgegeven, bestaan uit een Pagt van een Kerke Regenbak en een gering Capitaal dat bij de minste tegenspoed in deze winter zal verminderen, terwijl de andere opgegeve Revenuen bestaan uit Inzamelingen bij de Godsdienstoeffeningen en collecten aan de Huizen en andere geringe Ressourcen.

Nota

Ingevuld 5 zoutkeeten: 3 menschen altijd  benodigd wanneer de keet werkt

Populatie 814; armen 16; bedelaars 4; zeker inkomen fr. 73; onzeker fr. 904: totaal fr.1057;

Portie op het Octroij onbekend.

 

Den 9e November 1811.

 

Aan de Prefet.

Een mandaat van betaling afgegeven ter somma van fr. 150 ter betaling en kleeding van de Garde Champetre dezer Gemeente voor de eerste zes maanden van dit jaar en tevens de noodige orders gegeven om die Gelden zowel als voor de loopende zes maanden op de   bepaalde tijden het verschuldigde bij den Ontvanger van het Arrondissement over te brengen.

Den 11e November 1811.

 

Idem.

 

Aan het z.g. Molendijkje moeten eenige noodwendige reparatien geschieden. Dit door de arbeiders die dat gewoon zijn,laten opnemen. Ter voorkoming van rampen bij meer dan een gewone watervloed, eenige provisioneele voorzieningen nodig ter verbetering. Voor een bedrag van zes en twintig francs en negen en dertig centimes.

Gevraagd authorisatie om dit uit het fonds onvoorziene uitgaven te betalen.

Ook 5 francs en 40 centimes voor de verhoging op de foncier contribution.

Den 13e November 1811

 

Aan den Prefet.

Bij het opmaken van het plan van St.Joosland  door den Landmeter Martens, zou 10 hectaren  aan de overzijde van het Canaal gelegen af gestaan moeten worden.  Bezwaren om dat vrijwillig af te staan, tenzij van hogerhand daartoe gedwongen

Dan ik vinde mij ten dien respecte verpligt U te informeeren dat ik aan de overzijde van het Canaal zo in de Nieuwerkerke, Johanna en Susanna Polder een terrein gelegen heb dat onder deze Gemeente behoord, van eene uitgestrektheid van ruim 92 hectaren , waarvan ver het grootste gedeelte grenst aan de landen van de de Gemeente van het St.Joosland, en daaromtrent heb ik gedifficulteerd om zo een uitgestrektheid van grond vrijwillig af te staan zonder verzekerde schadeloosstelling, tenzij mij zulks van het Bestuur over mij gesteld werd geboden, als wanneer ik nimmer gewoon mij daar tegen te verzetten zoude obeidieeren

Dan ik vond geen vrijheid om zonder verzekerde Indemniteit tusschen de 70 en 80 Hectare Land zo maar vrijwillig over te geven in prejudicie van mijne gemeente en plaatselijke …

Maar heb verklaard dat indien men mij aan deze zijde schadeloos stelde ik dan bereid was om de voorgeslagen afstand en Limiet scheiding dadelijk te accordeeren en te approbeeren voor zover zulks van mij dependeerde.—

En waarlijk indien ik zo een uitgestrektheid gronds,maar vrij afstond,zoude ik oordeelen,daar de Iurisdictie dezer gemeente gering is, als zijnde in vroegere dagen van de zijde van Middelburg van tijd tot tijd van mijn landerijen afgenome, en waarvan bij de Limietscheiding tusschen Middelburg en deze Gemeente, de Heer Maire van die stad niet eene voet gronds heeft believen af te staan en terug te geven, mij zelve grootelijks verantwoordelijk te stellen.

Behaagd het uwe Exellentie echter mij te ordonneeren om al het zelve af te staan ,zo zal ik als gehoorzamende mij onderwerpen; terwijl ik tenslotte Uwe Exellentie moet betuigen dat ik geen partij mij zoude hebben gesteld indien de Landen aan de overzijde van het Canaal gelegen niet meer meer bedragen dan Tien hectaren.

 

De Maire   C. Crucq

Den 15e November 1811

 

Idem

 

Onder deze Gemeente word geen wolvee gevonden, except een enkel schaap die de een en ander Landman voor eige Consumtie opkweekt, en de weinige Lammers of Schapen die de Vleeshouder alhier slacht, en welke hij uit het Eiland Zuidbeveland wekelijks bekomt

 

De Maire

Den 15e November 1811.

 

Aan den Eerwaarden Kerkenraad

Van de Hervormde Gemeente

Te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaardig Heer, Geachte Broederen !

 

Bij Decreet van den 19e Februarij 1806 bepaald zijnde , dat de Krooning van Zijn Majesteit den Keizer, jaarlijks op den Eersten Zondag in de maand December, zoude gevierd worden, en de aanstaande rustdag met December een begin makende , verzoeke ik dat den Heer Preses van UEd: Vergadering in den morge van dien dag bij den Gebeden bijzonder aan Z.M. den Keijzer gelieve te denken , Hem biddend Gode voor te dragen, ook daar toe de Gemeente opwekken en Ul: daar bij tegenwoordig mogen zijn.

Ik voldoe hier mede zo ik meen aan de circulaire van de Heer Prefet van den 24e dezer maand en heb de Eer in vertrouwen op UwEerw: bereidvaardigheid  etc.

 

De Maire van Arnemuiden

Den 27e November 1811.

 

N.B. Kan als waarschijnlijk  aangenomen worden : zie de door mij vetgedrukte regel, dat de kerkgangers en ook de ambtsdragers “ massaal “plachten deze bijzondere eredienst te mijden. ?

 

Aan de Heer Prefet

 

De Feestdag der Krooning van Zijne Majesteit den Keijzer en Koning, is alhier gevierd geworden zo het door het Uitsteken der Fransche vlag van den Thoorn en het Raadhuis als het Luiden der Klokken op onderscheidene tijden van dien dag, zijnde ook bij den morgen Godsdienst door den Leeraar dezer gemeente aan dien gedenkwaardigen dag bijzonder en zeer gepast gedagt geworden.

 

De Maire

Den 3e December 1811

 

Aan de Heer Boddaert Ontvanger te Veere

 

De Revenuen dezer Gemeente over het loopend jaar 1811 zijn berekend en door de Heer Prefet op het Budget den 25 Meij gearresteerd op eene somma van fr. 3943- 40 centimes.

 

De Maire van Arnemuiden

Den 3e December 1811.

 

De Heer Prefet.

 

Benodigd een Register voor de Acten van geboorte van 10 vellen of 20 feuilles

Een dito voor de Huwelijks Proclamatien van 6 vellen of 12 feuilles

Een dito voor de Acte van Overlijden van 10 vellen of 20 feuilles, waarbij de doubles niet zijn gerekend.

 

De Maire van Arnemuiden

Den 4e December 1811.

 

Aan de Vrederechter van het Canton Veere

 

Den Persoon van Cornelis Cornelissen gisteren overleden zijnde welke onder meerder  kinderen een minderjarige nalaat; geeft ik UwEd: daar van bij dezen kennis en ook tevens dat den overledene zeer arm is geweest.

De Maire van Arnemuiden

Den 10e December 1811.

 

De Prefet

 

Inlichting nopens een aanzienlijk gedeelte grond, welke aan het St.Joosland grenst, en aan die Gemeente behoord te worden afgestaan, en waaromtrent ik mij bezwaard oordeele.

Ik kan niet afzijn Uwe Exellentie bij dezen mijnen Opregten dank te betuigen en aan Uwe Exellentie kennis te geven dat ik met de daad bewezen heb het geen ik Uwe Exellentie bij mijne vorige heb gemeld namentlijk dat ik heb geobeideerd en mij gedragende naar de Ministerieele Instructien van den 13e Maart 1806 aan den inhoud deszelven en op grond van Uwe Exellentie Missive heb geobtempereerd door die Landen aan St.Joosland, hoezeer dit voor Arnemuiden een considerabel Verlies is, doch in hoop van hier voor wel eenig Indemniteit te zullen bekomen af te staan en het daar van opgemaakt Proces verbaal te teekenen

 

De Maire van Arnemuiden

Den 12e December 1811

 

De Prefet

 

Op verzoek: Opgave verstrekt van de voorhanden zijnde granen met de antwoorden.

 

De maire van Arnemuiden

Den 15e December 1811

Opgegeven 665 zakken  of 478 Hectoliter  Tarwe

59 zakken   of 43 Hectoliter   Gerst.

 

Aan de Vrederechter.

Kennisgeving dat gisteren alhier is overleden Jacob Lievense  Meulmeester man van Neeltje Klaassen, zijnde een arme visser en nalatende een minderjarig kind.

De Maire van Arnemuiden

Den 16e December 1811.

 

Idem

Kennisgeving van het overlijden hedenmorgen van Cornelis Pieterse  Melis, weduwnaar van Janna Polderdijk, wonende op een Hofstede onder deze Jurisdictie alwaar door UwEd: onlangs verzegeling is gedaan bij het overlijden van gemelde Janna Polderdijk.

 

De Maire van Arnemuiden

Den 25e december 1811

 

Idem

 

Circulaire van 30 december 1811: antwoord: onkundig ben (of) eenige delicten ten platten Land onder mijn Ressort hebben plaats gevonden en dat bij voorkomende gelegenheid ik wel zal zorgen dat van overtredingen tegen de Wetten voor zo ver mij die zijn toegezonden en bekend zijn de Vereischte Proces Verbalen worden opgemaakt en aan UwEd: of den Heer Keijzerlijken Procureur opzenden , terwijl ik reeds aan Zijn Ed: nopens de Politie vonnissen het nodig berigt gedaan heb.

De Maire van Arnemuiden

Den 6e Januarij 1812.

 

Opgave aan de Capt. De Marine te Middelburg behalve de geboren kinderen, de gehuwde personen en de overleden van het jaar1811, qui sont soumis a l ‘ inscription maritime, demandees par votre lettre du 30 xbre 1811

 

Le Maire

Le 8 janvier 1812

 

Aan de Vrederechter en Marinussen Ontvanger van het Enregistrement  en den Domeinen te Veere

 

Toezending van de Staat van de Overledenen.

 

Den 8e Januarij 1812.

 

Aan de Heer Prefet

 

Ik haaste mij om aan Uwe Exellentie te doen toekomen een doubel / copie van den Staat der Schade door de Invasie defensie en Verblijf der Engelsche Troupen in het jaar 1809 aan deze stede en Inwoonderen veroorzaakt en toegebragt en welke Staat ter zijner tijt aan den toenmaligen Heer Sousprefet van het Eiland door het vorig bestuur is opgezonden

Ik hoop dat de Copie zal beantwoorden aan de Intentie van de Missive van Uwe Exellentie van den 2e dezer maand heb ik de Eer mij eerbiedig te teekenen

De Maire van Arnemuiden

Den 10e Januarij 1812.

 

Aan de Ontvanger der Directe Contributien over het Arrndissement Veer.

 

Over de Revenuen: deze bestaan, waarover ik een weinig verlegen ben, voor het meerendeel uit pagtpenningen van de wallen, dijken etc en die onderscheidene posten bij het opmaken van het Budget  door den Raad van Prefecture, zijn berekend  en op het Budget voor 1811 gesteld, de gulden a 2 francs 10 centimes en dit kan ik alzo van de Pagters niet invorderen, aangezien dit een en ander nu niet, maar over drie jaren volgens de Hollandsche geldberekening zijn verpagt geworden en nog vier jaren moet continueeren, terwijl  de te ontvangen gulden ook niet meer dantegen 2 fr ”3 cent kan uitbetalen, volgens Keijserlijk Decreet, terwijl ik in het Budget voor dit jaar , dit different heb  geremedieerd en de heer Prefet geobserveerd, dan daar ik dit budget nog niet terug heb, weet ik niet of dit al dan niet door Zijn Exc: zal zijn geapprobeerd.

Om Uwe: egter in staat te stellen om aan de Requisitie van den Heer Ontvanger-Generaal  te voldoen  zo heb ik de gantsche Revenuen van de Gemeente opgemaakt, zo na mij doenelijk was, de Gulden wegens Keijserlijk Decreet a fr. 2 en 3 cent berekend en dan zal dezelve  genoegzaam zeker bedragen eenen somma van fr. 3906 “12, het Octroij daar bij getekend: hoewel de Revenuen nog niet al over het jaar 1811 zijn ontvangen, twijffel ik evenwel niet of ik zal die eerlang kunnen incasseeren.

De 5 Centimes additioneel die onder de bovenstaande som zijn opgegeven, staan in het Budget voor 1811, op een Somma van fr. 215 “50 cents en het 10e der Patenten  op fr. 33 “30 cents.

De maire van Arnemuiden

Den 10e Januarij 1812

 

Aan de Prefet.

 

Een staat van de Binnenlandsche Paspoorten van de laatste maanden vanaf October 1811

 

De maire van Arnemuiden

Den 17e Januarij 1812.

 

Aan de Prefet.

 

Er word een weinig beduidende Jaarmarkt alhier gehouden, welke een aanvangt neemt op den Eersten pinksterdag van ieder Jaar en die week duurt, terwijl daar op weinig meer komt dan 3 a vier Kramen met Peperkoekbakkers waaren

 

De Maire

Den 24e Januarij 1812.

 

Aan den Heer Maire der Stad Middelburg.

Ik heb ondervonden dat de aan mij gedanen klagten omtrent de geringe Staat der Voetplanken en Lee(u)ningen op de Voetpad van Middelburg na deze Plaats, gegrond waren, daar onderscheidene  of van Leuningen ontbloot of de voetplank in zodanige Situatie bevinden dat de passage gevaarlijk word en noodwendige reparatien vereischen, zowel als een en anderen plaats van de Voetpad.

En daar die passage niet alleen dagelijks door mijn Ingezetene word gebezigd, maar ook door de minderen Vaart op Holland veel meer als te voren word bezogt, zo neeme ik de vrijheid het vorengemelde onder UwEd: attentie te brengen, met zeer vriendelijke sollicitatie om ter voorziening daarin , zo goed te zijn van de nodige orders te verleenen.

De Maire van Arnemuiden.

Den 25e Januarij 1812.

 

Aan de Ontvanger van het Enregistrement en den domeinen te Veere

 

In antwoord op UwEd: schrijven diend dat binnen deze gemeente geen Religieuse Corporatien begiftigd of niet begiftigd gevonden worden.

 

De maire van Arnemuiden

Den 5e Februarij 1812.

 

De Ontvanger Boddaert moet zo spoedig mogelijk de 5% voor de Compagnie de Reserve door deze gemeente aan den Lande moetende betaald worden in de kas van den Generalen Ontvanger storten.

 

De Maire van Arnemuiden.

Den 6e Februarij.

 

De president en Leden van de voormalige Rechtban enWeeskamer der stede Arnemuiden

 

Alle de Boeken, Effecten, papieren en gelden onder onzen administratie behoord hebbende vordert U dat die bij en aan Uw volgens daarvan gemaakte Proces Verbaal worden overgebragt.

Antwoord: dat willen wij gaarne doen, echter twee zwarigheden:

1 dat de gelden der weezen ten allen dage ad 5 pct door de Stede  zijn gebruikt geworden en welke dus niet voorhanden zijn om over te brengen.

2. dat alle die Boeken en Papieren tot de beide Collegien behoord hebbende niet zonder Transport kosten kunnen worden overgebragt en men mitsdien verlangt te weten, door wie die te maken kosten moeten worden gedragen.

C. Crucq.

 

Aan de Prefet.

 

Hierbij de verantwoording van de f. 54 “19 “8 Hollandsch welke ingevolge Uwe Exellentie authorisatie van den 8 April 1811 door den gewezen Ontvanger van het passagegeld aan de Veeren dezer Plaats  en het Sloe, aan mij zijn afgegeven om daar mede de Zandweg van het Sloe na Middelburg zo veel doenelijk te repareeren.

Daaraan voldaan hebbende, hoop ik de Rekening, waarbij ik een doubel gevoegd heb door Uwe Exellentie mag worden geapprobeerd, terwijl ik Uwe Exellentie bij dezen moet informeeren dat voor den Onderhoud van de Landweg geen fonds voorhanden is, om dezelve zo als vereischt word te onderhouden, ten zij Uwe Exellentie behaagde, om tot dat door een nader Reglement in den Onderhoud zal zijn voorzien, authorisatie geliefde te verleenen om een f. 30  a f. 40 te accordeeren uit de Gemeente Kas, en te brengen op het Budget voor dit loopend jaar.

De Maire van Arnemuiden

Den 4e Maart 1812.

 

Idem.

 

Hierbij het Proces Verbaal  wegens de gehoudene deliberatien door de Communalen Raad  dezer Gemeente over de wegen, conform Uwe Exellentie aanschrijving van den 25e Februarij.

De Maire van Arnemuiden

Den 9e Maart 1812

 

 

Idem

 

Hierbij een Staat der Bosschen, waarin Uwe Exellentie zal ontwaren dat een Bosch met Boomen en kaphout door een gemengd op een Buitenplaats gevonden worden en twee andere kleine boschjes behoorende aan de Stede zijn van weinig  waarde .

Den 16 maart 1812.

 

Idem

 

Hierbij de Staten van de Geboornen, gehuwden en overledenen binnen de Gemeente over het jaar 1811.

De Maire van Arnemuiden

C. Crucq

20 maart 1812.

 

Aan de Commissie benoemd bij Arretee

d.d 1810 ?/1812 ? nopens het Kustwagtersfonds

te Arnemuiden

Aan de Heer Prefet

 

Wij haasten ons aan Uwe begeerte te voldoen zulks met betrekking tot het nazien van de Rekening en het gemaakte gebruik der gelden voor de aangenomen kustbewaarders dezer Gemeente ingezameld zo mede nopens de middelen waardoor de administratie dezer stede  in staat worde gesteld om aan de Engagementen te voldoen.

Door de gantsche Gemeente ten getalle van 220 van Junij 1810 tot meij 1810 redelijk is beantwoord aan de beloofde maandelijkse betaling van de Kustbewaarders en dat in dat jaar is opgebragt eene Somme van f 1410-8 Holl terwijl ons bij quitantien volledig is gebleken dat over dat jaar aan de Kustbewaarders is betaald f 1434-13-8daar onder begrepen f 50 welke door het Bestuur en Gecommitteerden die op dien tijd de aanslag hadden gereguleerd aan den Ontvanger en Boekhouder was toegekend voor het maandelijks ophalen der gelden en het betalen en boekhouden daar van, zo dat onaangezien de redelijke betaling nog een nadelig saldo is overgebleven van f 23-5-8.

Dat wijders zo dra de Mariniers in het vorig jaar zijn opgeroepen het aantal van 220 betaalders op 70 is gedeminueerd  als en welk getal als nu niet meerder bedraagd dan 61 Personen waaronder nog verscheiden zijn die zo door hun qualiteit als wegens hun jaren boven Verpligting daar aan voldoen, bedragende, bedragende mitsden wanneer een ieder maandelijks zijn aanslag voldoet de ingezameld wordende gelden niet meer dan f 39-18 hollandsch en zie daar deware redenen waar door de administratie van Arnemuiden in de Onmogelijkheid is gebragt om aan de Engagementen die zij in naam  en voor de Gemeente heeft aangegaan te kunnen voldoen.

Zijn de Mariniers niet gehouden daar in te deelen, kunne die niet genoodzaakt worden, dan is het ook volstrekt ondoenelijk om elf man Kustbewaarders te beloonen daar het getal en het Vermogen der Burgerij dezer Stede zeer gering is en ook buiten staat is om het agterstallige aan te zuiveren.

Het is ook onmogelijk om vissers te verpligten tot betalen, waarvan reeds 7 man zijn opgegaan, en waarvan  nu twaalf worden opgeroepen , zoude eene handigheid zijn en de Burgerij of liever de 61 betaalders zo veel te verhoogen is en blijft eene onmogelijkheid en er blijft ons dus niet anders over daar de landlieden geen zeelieden leveren Uwe Exellentie eerbiedig te solliciteerden om het getal Kustbewaarders zodanig te verminderen als U zou behaagen, waardoor en de Kustbewaarders hun loon kunnen bekomen en het gering aantal Burgerij in de mogelijkheid blijft om te kunnen voldoen.

 

24 maart 1812.

 

Idem

 

Toegezonden den Staat  van het Bestuur. Verder zijn er geen Leden van het Tribunal, Vrederechters, Griffiers, Deurwaarders, Notarissen alhier woonachtig.

 

25 maart 1812

 

Idem

 

Het naamloos briefje dat Uwe Exellentie den 24e dezer maand bij het onderzoek der Mariniers is ten hand gesteld en waar bij ik beschuldigd werd vijf zeelieden te hebben verzwegen waarvan ik copie heb genomen ingezien hebbende, zo heb ik mij verpligt gevonden om naauwkeurig onderzoek te doen na de Personen die daar in worden opgegeven.

Ik heb d’Eer van mijn naspeuringen hierbij aan u Rapport te voegen waaruit Uwe Exellentie zal consteeren dat kwaadaartigheid en onbeschaamde lasterzucht de oorzaak is  van die beschulding die even onregtvaardig als valsch is  terwijl ik niet twijffel of uwe Exellentie zal het zelve als een Libel considereren  dat geen de minste attentie waardig is.

De schrijver van dat briefje is Adriaan Danielsen de Reiser welke nu in den zeedienst is opgegaan, een Persoon welks caracter zodanig bij mij bekend is, dat hij geen geloof menteerd , en wiens gedrag in meer dan een opzicht laakbaar is; doch welke ik thans van deze Plaats van ………….?? Aan zijn lot overlaat,  maar anders gaarn hem ter nadere Verantwoording over de valsche aantijging voor Uwe Exellentie zoude geroepen zien.

 

31 maart 1812.

 

Er is   “aucun jugement de police”geweest in het trimester van januari 1812

Bericht aan le Procureur Imperial.

 

31 maart 1812.

 

Aan de Prefet.

 

Op diens missive order gegeven aan de Landlieden tot het leveren van Een kar te Veere op den 3e april  a.s. en die hebben aangenomen om daar voor te zorgen.

 

31 maart 1812.

 

Idem

 

Op bevel: 6 hectares 35 ares zullen worden ingezaaid met beetwortelen.

Over de zaailanden onder deze Stede behoorende  verdeeld.

 

31maart 1812.

 

Aan de Vrederechter van het Canton Veere

 

Toegezonden een Staat van de Overledenen van de laatste 3 maanden.

 

Aan de Prefet.

 

Een lijst van nieuw benoemde Repartiteurs

Jacob Marteijn

Joos Adriaanse

Adriaan Koets

Leendert Wisse en Jannis de Maree in plaats van Cornelis Melis die in het najaar van 1811 gestorven is.

 

25 april 1812.

 

Aan Mijn Heer de Vrederechter van het Canton Veere

Bericht van overlijden  van Marinus de Vries , nalatende een vrouw en een minderjarig kind, doch dat denzelven ten koste van de Armdirectie is begraven geworden

28 april 1812.

 

Aan de Prefet

Hierbij een Copie van de Redevoering of aanspraak die ik heb gedaan bij de opening der Sessie van den Communalen Staat.

 

1 meij 1812

 

Idem

Een lijst van de Jaarlijksche reparatien aan het gemeente Huis, de gebouwen en de Straten behooren te geschieden, zo heb ik die op laten maken, zo als dezelve bij het Budget  in het voorgaande Jaar voor 1812 aan Uwe Exellentie zijn voorgedragen en gearresteerd geworden.

De 3 ontwerpen  van Aanneming met de Duplicaten voeg ik daarvan hier bij en verzoek Uwe Exellentie approbatieen authorisatie daar op te mogen ontvangen.

Den 6e Meij 1812.

 

Idem

 

Doe toekomen de Rekening van den gewezen Communalen Ontvanger die in het voorgaande jaar door mij Provisioneel is belast geweest met den Ontvangst en Uitgaaf dezer Gemeente ,doch het welke met Primo Januarij van dit Jaar aan  de Heer Boddaert Ontvanger te Veere is overgegaan.

Zo mede mijn Rekening beide over  bij den communalen Raad overgelegd en door dezelve gearresteerd zijnde daar bijgevoegd de Justificatoire bescheiden al het welk ik hoop door Uwe Exellentie mag worden geapprobeerd en definitief gearresteerd..

 

16 meij 1812

 

Aan de Prefet

 

Ik heb Uwe Exellentie Misive van den 14e dezer Maand met de Rekening en andere verificatoire bescheiden  over het jaar 1810 gedaan door C.D.Baars en A. van Eenennaam in qualiteit als Thesauriers dezer stede wel  ontvangen, zo ook het daarbij gevoegden Relevee van de Commissie van Liquidatie van dat Departement.

Ik heb die Staatingezien en met alle oplettendheid en vereischte naauwkeurigheid nogmaals de ekening van het jaar 1810  van de voormalige Thesauriers  die aan mij was gedaan nagezien en dat wel Articul bij Articul en bijzonder die welke door de Commissie van Liquidatie zijn verworpen om dat dezelve in 1811 zijn betaald geworden, en ik moet Uwe Exellentie observeeren

1e dat zodra ik op den 27e December 1810 als Maire in functie ben getreden, dadelijk de fungeerende Thesauriers heb gelast bij eene schriftelijke Resolutie waarvan ik Uwe Exellentie hierbij een Copie doe toekomen om alle Pretensien behoeve de Stede ten spoedigsten in te vorderen en ook alle Tractementen der bedienden en de Rekeningen ten laste dezer Stede welke met ultimo December 1810 zouden vervallen  of de stede schuldig zijn behoorlijk te volvoeren.

2e Dat alle die Articulen welke door de Commissie zijn verworpen omdat ze in 1811 betaald zijn geworden, wezentlijk Tractementen,belooningen en Rekeningen zijn die de Stede in 1810 op ultimo December schuldig was, hoewel in 1811 betaald.

3e Dat dezelve in een kort tijdsbestek van den 29e tot den 31e december 1810 niet wel konden betaald worden, zo min als het batelijke ingevorderd, daar men de Pagten van de Wallen Weyden en Dijken altijd maar na ultimo December ontvangt en dus meer na dien tijd is ontvangen als uitgegeven.

4e Dat nog de Tractementen voor den Vervaldag zijnde geweest ultimo  December 1810 nog de Rekeningen die eerst na den genoemden dag zijn ingekomen kon betalen en dus wel genoodzaakt was in 1811zelve te voldoen en ten

5e dat alle Articulen op het Relevee als Verworpen genoteerd zowel als alle andere wettige en deugdelijke Schulden der Stede  zijn die waarlijk door Thesauriers aan de daarbij genoemde Personen behoorlijk en volgens mijn orders zijn betaald geworden.

Ik neem dus de vrijheid met de terugzending van alle aan mij gezondene stukken, Rekeningen en bescheiden Uwe Exellentie eerbiedig te solliciteeren om alle die gedane betalingen te approbeeren en de Rekening zo als die door mij is opgenomen  en met hetwelk ik niet onkundig was, daar ik reeds op dien tijd tien Jaren in het Bestuur der Stede was

Gelieve te arresteeren

 

De Maire van Arnemuiden

C Crucq,

 

 

16 meij 1812.

 

Aan den Prefet

 

Ik heb d’eer Uwe Exellentie te doen toekomen een Proces Verbaal  door mij op heden opgemaakt betreffende den Installatie van den geweezen Adjunct Maire  Cornelis Daniel Baars tot Maire dezer Stede en zulks in voldoening aan Uwe Exellentie Arretee van den 14e dezer maandag.

    1. Crucq.

 

A Monsieur le Prefet du Departement

Des Bouches de l ‘ Escaut

 

Monsieur Le Prefet

 

Tres inattendu je recois une Missive, adjoint d ‘un arreté  de votre Exellence en datée le 14e du mois courante  pour le quel je me vois nominé maire de cette commune  en remplacant le Sieur C. Crucq  demissionaire.

J’ Avois bien voulu que Mons: Crucq avoit continué dans cette function, parce que il ait a peu pres quinze ans que je suis venu ici, comme secretaire et dans cet qualité suivant ? la Régime

Hollandaise faisant la function de Notaire et étant  aussi Recevoir du moijens indirect , j ‘ ai trouver a subsister et actuellement sous cela perdus ? , il me restait  encore le salaire par votre— Exellence allouée dans le Budget de cette commune  pour un Griffier.

Convaincu que ‘ il y a point des habitans ici qui parlent francois, et seulement moi qui le parle et le comprend un peu, aussi connu avec la situation et les habitans de cette commune , j’ ai l ‘honneur d’ informer votre Eellence, qui j’ ai accepté cette nouvelle function, don’t je suis installé le 16 courant.

Je prie votre Exellence de prender toute consideration avec moi je ferer ? tout mon pouvoir pour satisfaire à vos orders et intention et je me recommender bien respectivement dans la bontee favourable de voter Exellence.

En Vertu du meme  Missive  je prend la liberté de de proposer a votre Exellence, pour remplir le qualité  d’ adjoint Maire.

Christiaan Crucq  au devant Maire

Abraham van Eenennaam

Jannis de Maree

Agreez Monsieur Le Prefet  l’ assurance  de mon profond respect dont j ‘ai l ‘honneur de me signer.

Votre Très obeisant Serviteur

La Maire d ‘Arnemuiden

Corn. Dan. Baars.

 

Le 16e Mai 1812.

 

Aan den Kerkenraad te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaarde  Heer Geachte Broederen !

 

Kennisgeving van de benoeming van de Heer C.D. Baars als Maire in plaats van Christiaan Crucq die demissionair is geworden,

Ik had gaarne gezien  dat de afgaande Maire in die post had gecontinueerd, en als Raadsman na de geringe Vermogens die ik bezit hem dienstbaar gebleven, zo lang mijn Verblijf alhier dit eenigsints had toegelaten, dan daar ik hem nu moet opvolgen, omdat ik oordeel dat soms een min aangenaamen daar in zoude gesteld worden , wensche ik dat God mij met die Wijsheid  en dat doorzigt zal gelieven te begunstigen,  die ik in deze behoeve, om ten nutte van deze kerk en gemeente werkzaam te zijn.

Ik ben overreed hoe nuttig en heerlijk het zij dat Kerk en Waereld Bestuur  in Vrede en Vriendschap verkeeren om de belangens van dezelve gemeenschappelijk te behartigen , en dit is de ware reden waarom ik Uw Eerw van mijn aanstelling kennis geef Uw Eerw Vriendschap  verzoekende, biede ik de mijne gul(d) ? en opregt aan .

Het zal mij aangenaam zijn wanneer ik iets tot den bloei en Welvaard van het Godsdienstig genoodschap waar toe ik het zegen ? en als een Voorregt erken te behooren en waar van Uw Eerw Leeraar en bestuurders zal mogen kunnen toebrengen , ten dien einde biede ik mijn dienst aan hoe gering die ook zijn mag, een goede wil geloove ik niet maar soms wel dat de magt mij zal ontbreken dan ik vertrouw dat Uw Eerwdaar mede genoegen zullen neemen en mijne zwakke pogingen Uw laten welgevallen.

Uw Toegenegen Vriend

Cornelis Daniel Baars

Den 16e Meij 1812.

 

Au Monsieur le Juge

A Veere

Monsieur!

 

Bericht van overlijden van Janna Marteijn, echtgenote van Jannis de Maree ; zij laat 2 minderjarige kinderen achter van haar overleden dochter.

 

19 mei 1812.

 

A Monsieur Le Prefet du Departement des Bouches de l ‘Escaut

Monsieur Le Baron !

 

Le decret Imperial du 25 Avril dernier  portent le point de station des Pêcheurs qui vont en mer au Ports de Veer et Brouwershaven  ne s ‘explique pas avec assez de précision pour m ‘assurer que les bateaux pêcheurs de ma Commune doivent désormais rester au port de ter veere; cependant les patrons en ont recu l  ‘ordre de l’autorité maritime, le qui nous porte le coup le plus sensible.

Je n ‘ai pas besoin Monsieur Le Baron de vous exposer la misère qui existe en cette commune sur tout de puis que les marins appellez  au Service  de Sa Majestee  y ont  l assez ? femmes et enfant sans apui ni resource  don’t environ 151 individus souffrend: été en état  de pouvoir au soulagement  de les malheureux  il n’est pas déja ? necessaire  de vous metre  le tableau sous les yeux en bon pere vous connaissez aussi bien que moi l’affreuse misère qui  corge ? les pauvres habitant d ‘ Arnemuiden, le Commune de la Pêche faisait doucement exister une partie de les malheureux, maintenant ce faible secours est arraché ?

C’est don’t pour implorer votre pitié en faveur de mes pauvres administres, que je me  faits  l ‘honneur de vous addresser la Présente  afin que vous voulez bien appuijer  la démande qu íls ont fait a Monsieur  Le  Prefet Maritime  de pouvoir entrer à Arnemuiden avec leurs bateaux aux conditions de faire viser leurs permis  de pêche  à ter Veer a chaque  sortie et a chaque entré  de faire leur raport  au meme endroits. Je crois aussi Monsieur le Baron que  c’ est le

Esprit  du decret , car il  n’ est pas problable que notre magnamine souverain qui ne cherche que le Bonheur de ses Sujets ent au en vise de forcer de malheureux pêcheurs a perdre le fruit de leur travail  en vendant  a vil  prix les produits de leur pêche  au port de Veere où ils pouvent conserver leur poisson vivant et par l’consequence sont obligés  de le vender au prix que l’ on veut bien leur en donner pour ne pas perdue.

Daignez Monsieur  Le Baron prendere en consideration l’ exposé ci dessins/dessinee ? et appuijez la prière de Monsieur  Le Prefet maritime la reclamation  des patrons pêcheurs et la lettre que je me fais l’honneur de lui addresser de lui addresser dont copie le joint

Daignez agreer les sentiments   bien respectueux avec les quels j ái l’honneur d’etre.

 

Arnemuiden le 14 Mai 1812.

 

A Monsieur Le Baron de Sersaint officier de legion d’honneur Prefet

Maritime a Anvers.

 

Monsieur Le Baron

 

J’ai  l’honneur de vous addresser le joint une demande des pauvres Pêcheurs habitans de ma Commune.

Cet au nom de l’humanité souffrant que j’ose vous supplier Monsieur Le Prefet de leur accorder leur demande vous exposant que Plus de 150 individus d’ont la pluralitee composant les familles des marins partis pour la Service de Sa Majesté sont en proie a la Plus affreuse des misères n’aijant absolument aucune resource pour exister et se voijant privés du seul apui qui leur restoit par le commerce de la peche.

J’ ose croire Monsieur le baron que vous aurez egard a mon prière  et que vous vendrez a les malheureux le seul Moijen qu’ils aient de se procurer les choses necessaire a la vie.

Il me semble aussi Monsieur le Prefet que le …… ? du decret Imperial den 25 Avril n’en servit pas moins rempli car nos bateaux ne peuvent sortir que par ter Veere dons en passant ils font visant leurs permis soit au stationaire ou ailleurs que vous voudrez l’ indiquer  et a leur entré de la mer, ils font aussi leur Declaration ? en Passant.

Je vous prie Monsieur Le Baron de vouloir bien m’accorder une reponce ?

Arnemuijden

Le 14 mai 1812

Signee Corn : Daniel Baars

 

A Monsier Le Prefet

Du Dept des Bouches de l’Escaut

 

Monsieur Le Prefet !

 

Ici un tableau des grains qui se trouvent actuellemant dans ma commune.

 

Votre très obeissant serviteur

Le Maire d’Arnemuiden

Corn ; Dan : Baars

Le 28 mai 1812.

 

Monsieur le Prefet

 

Napoleon eist dat de wegen verbeterd en gerepareerd worden  ten behoeve van de algemene welvaart, maar vooral ter verdediging van huidige en toekomstige vijanden.

Le Maire Corn : Dan : Baars verzoekt daartoe voor de regio Arnemuiden een subsidie die aanmerkelijk hoger ligt dan 50 francs.

 

Le 30 mai 1812.

 

Aan den Kerkenraad van de Hervormde Gemeente van Arnemuiden

 

Wel Eerwaardig Heer en veel Geachte Broederen !

 

De Prefet heeft « met aandoening vernomen te hebben dat de kinderziekte in dit Dept. Verwoesting aanregt dat toegekend word door zijn Ed : aan het niet algemeen gebruik  van de weldadige ontdekking den Vaccine of koepokinenting en aan de onkunde en tegenstand die dit Heilzaam middel bij den gemeenen man heischt en ontmoet

De Prefet schrijft mij voor hoe en op welk een wijs ik een ieder daar toe behoord op te wekken, door te onderzoeken wie de kinderziekte hetzij natuurlijk hetzij door inenting of vaccinatie nog niet heeft ondergaan, door de zodanige te verzekeren van en te Verbinden om van die schoone ontdekking en van dat Weldadige middel gebruik te maken, door berigt aan het Publiek te doen, dat iedere maandag en Donderdag  in een der Saken  van de Prefecture die kunstbewerking ? aan alle Personen en kinderen van wat Jaren zij ook zijn, en die geen middelen bezitten, om die operatie te bekostigen , om niet word verrigt door de hand te houden dat geen personen , welken of hunne kinderen de kinderziekte niet hebben ondergaan, eenig onderstand van het Armwezen ontvangen, en eijndelijk door den Doctor of Chirurgijn dezer Gemeente te ordonneeren, dat hij die koepokstof steeds in voorraad hebbe, en aan de Onvermogende om niet mededeelen terwijl ik mij gelast zie om van het Verrigte in dezen d’Heer Prefet rapport te doen.

Uitgaande van den zakelijken inhoud van ddie Missive mededeelende , verzoeke ik UwEerw zeer vriendelijk :

1e Om te informeeren wie van de door Armen bedeeld of besteed wordende Personen of kinderen al dan niet de kinderziekte hebben ondergaan, en die welke dezelve nog niet gehad hebben, of nog niet gevaccineerd zijn daar toe, met Voorhouding van het weldadige dat zig daar in opdoet, en met allen aandrang  van redenen  die Uw eerw daar toe nuttig zullen oordeelen , aan et sporen op te wekken , en also allen tegenstand te overwinnen-

2e De zodanige welke halstarrig weigeren gehoor daaraan te verleenen, dadelijk allen onderstand of bedeeling te weigeren en in te houden, tot dat zij daar aan gehoorzamen –

3e De kinderen die door UwEerw besteed worden, zonder uitstel die kunstbewerking te doen ondergaan.

4e Geen Personen of kinderen  in ‘t vervolg te bedeelen of besteden dan die welke de kinderziekte hebben gehad, of zich hebben laten vaccineren, of aannemen ter bekwamer tijd het te laten Verrigten, en eijndelijk ten

5e.Om zo veel doenelijk van den inhoud dezes de Gemeente te onderrigten en door Uw Eerw meerderen invloed bij dezelve mede werkzaam te zijn door aanprijzing,uitnoding en opwekking om van dit gezegend aanngeboden wordend middel gebruik te maken en alzo behulpzaam te zijn, ter voldoening aan de Intentie van de Heer Prefet.

Ik geef U ook kennis dat de koepokstof bij den Medicijnmeester dezer stede voorhanden is, welke ook mij heeft toegezegd om die kunstbewerking  voor een matig Salarium te zullen verrigten, en de geheel onvermogende om niet te zullen dienstbaar zijn.-

Uw Eerw berigt van het Verrigte , op den inhoud dezes solliciteerende, betuige ik met bijzonder achting te zijn

Uw Eerw Dw en Toegenegen

Corn : Dan : Baars

Den 2e Junij 1812.

 

Aan de Prefet.

 

Op verzoek wordt een drietal personen voorgesteld als kandidaat adjoint-maire door het bedanken van Abraham van Eenennaam voor die post.

Voorgesteld Christiaan Crucq  cidevant Maire

Johannis Crucq    Conseil Municipal

Jannis de Maree      idem

 

Voorkeur voor Christiaan Crucq, die dit ook ambieert.

C.D. Baars

Le 9 Juin 1812.

 

Idem

 

De volgende brief gaat over de « dettes » van de commune

Le 11 Juin 1812.

 

Idem

 

Le Proces Verbal ter gelegenheid van de installatie van Christiaan Crucq tot adjoint Maire in de plaats van Salomon van Eenennaam.

 

Le 13 Juin 1812.

 

Idem

 

Le Proces Verbal m.b.t. de reparatie van het gemeentehuis en 5 « edifices communaux  «

Waartoe authorisatie et « Examen « was vereist .

Le 15Juin 1812.

 

Idem

Op verzoek un tableauet renseignement a regard des cheveaux, que vous m’avez demandé et ordonner de remplir.

Le 17 Juin 1812

C.D. Baars.

 

Idem

 

Onkosten gevraagd voor o.a. de registratie van

« familles »waarvan de achternaam nog niet is vastgesteld etc.

Le 20e Juin 1812.

 

Idem

Une copie des Proces Verbaux onderhoud reparaties van openbare gebouwen en bepaalde bestrating.

Le 22 Juin 1812

 

Idem

Gaat o.a over de kosten du Compte de l’an 1811 : une Somme de fr. 132

En andere kosten.

Le 22 Juin 1812

 

A Monsieur le Procureur Imperial  a Middelburg

 

Un tableau du jugement de simple Police pendant le Trimester d’Avril 1812

Le 30 Juin 1812.

 

Le Prefet

 

La list des Individus, agis de 21ans accomplis : ont droit d’ été Invent dans le Registre civique de cet Arrondissement.

 

Le 30 Juin 1812.

 

Idem

 

Ici un etat des Passeport a l’ Interieur delivree par moi pendant le trimestre  …. 1812

Etc

Le 1 Juillet 1812

Corn.Dan. Baars.

 

Idem

En vertu de vôtre lettre du 17 courant a regard de situation de la Culture de Betteraves, j’ ai l’honneur de vous faire parvenir un Tableau de l’enseignement , et de la réusite jusqu'à present de cette culture.

En esperant que les renseignemens repondra a votre intentions, j’ai l’honneurd  ètre avec un profond respect.

Votre tres obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars

Le 1e Juillet 1812.

 

Idem

Pour satisfaire a votre lettre du 24 Juin dernier concernant  l’ état de la recolte, j’ai l’honneur de vous parvenir un état a cet regard remplir par moi avec tout exactitude, et je vous dois observer que pour la consommation de cette commune que ‘ il aura a peu apres

Un tiers trop moins que la recolte en froment(froidement = koude) ? peut donner.

J’ ai l’honneur de me signer avec un profond respect.

C.D. Baars

Le 4e Juillet 1812.

 

Idem.

Bericht dat alle Boeken, papieren en een behoorlijke Verantwoording  der Weeskamer  aan de Heer Vrederegter van het Canton Veere , onder welke wij ressorteeren is gedaan en overigens geenerleij administratien  bij voornoemde Besluit genoemd alhier exteeren.

Den 17 Julij 1812.

 

A Monsieur Le Prefet

 

Korte samenvatting in onze moedertaal.

Aan de gendarmerie  wordt opgave gedaan van alle ongeregeldheden, diefstallen die zich voordoen in de commune , waarover ik niet te klagen heb tot op de huidige dag.

Wat betreft « des passeports et des cartes de sureté je vous peut informer, que les Aubergistes(herbergiersters) ont des ordres sincère de ne loger aucune personne, avant que j  ‘ai viser leur passeport ou carte de sureté, cependant que le Garde champêtre doit arreter toute étranger qui se tient ou retarde dans la commune sans qu’il en est munis (voorzien) ,et le conduire devant moi, afin de prender desInformations necessaires, pour m’assurer de leur dessein et conduite, aussi il est tenu un Registre, par les Aubergites des tous Voijageurs qui logent chez eux, et quel Register je vis de temps a temps ??

J’espere de satisfaire a votre intention etc

Corn : Dan : Baars

Le 27 Juillet 1812

 

A Monsieur Le Gouverneur de la Zelande.

 

Les Circomstances dont les habitants de ma commune se trouvent par l’embargo

Est deplorable, digne de compassion, et m’oblige neanmoins que je m’ai aucun Interet dans la pêche, que celuis de habitant du meme commune, pour m’addresser a votre Exellence.

La pêche est ni seulement l’unique source et moijen du subsistance de cette commune, ,mais beaucoup veuves et femmes avec des Enfants, qui ont leurs maris et Pères par la conscription maintinue, et qui n’ont point de pain, si elles ne peuvent pas ce trouver en allant et vendant avec le poissons frais, sont dans un etat de pauvretè pitoijable , et …de m’addresser a vôtre Exellence.

Je prend la liberté en faveur de mes administres , de prier votre Exellence bien respectueusement ,que vôtre bonté daignez si est possible a chance que la meilleure tonijn se presente pour la pêche, de lever l’embargo, afin que les pauvres des vôtre commune, peuvent chercher et trouver leurs subsistance si necessaire.

Agreez  Monsieur le Gouverneur les assurances de mon profond respect avec le quel j’ ai l’honneur d’ ètre

Vôtre tres obeissant  Serviteur

Corn : Dan : Baars

 

Le 31 Juillet 1812.

 

A Mons Le Juge de Paix

A Veere.

 

Je vous doit informer que le nommé Lieven Adriaans de Ridder, pêcheur, mari de Jacomijntje Blaasse Grootjans est decedé hier le 2e courant, dans le maison  section A no 85 et a delaissé  deux enfants mineurs.

Corn : Dan : Baars.

Le 3 Aout 1812.

 

Monsieur le Prefet,

 

J’ ai à Monsieur le Maire de la Ville de Middelbourg donné connaisance, qu’il  etait au passage a pied de bon dite ville a cette commune , si bien au paves que les planches de passage , des reparations a faire bien necessaires, et cette passage jusqu’au digne, appartenant a la dite ville, lui prier, qu’il avait la bonté de le faire reparer, mais neanmoins que dite reparation sont très urgente , ils ne sont pas fait jusqu á present, pourquoi je prend la liberté de nous prier que votre bonté daigne de donner  des ordres requis  a cet regard , afin qu íl en soit prevu et ainsi prevenir des malheurs, qui pouvent …….. on dit passage et surtout par les planches a pied, dont quelques sont dangereux a passage.

Corn : Dan : Baars.

Le 4 Aout 1812.

 

A ‘Recevoir de l’Engistrement et des domaines de Veere.

Les livres et papier de dit Chambres des Orphelins sont transmis a mr. Le juge de paix a Veere, et qu  ‘il n’existe point d autre administration

 

Le 5 Aout 1812.

 

A Prefet.

 

De enige administratie namelijk die van de Weeskamer is overgebracht naar de administratie van de « juge de paix de Veere «

Le 3 Aout 1812.

 

Idem.

 

Les Cultivateurs de ma Commune m’ont fait des plainte, qu’ils etaient surchargé avec les quatres tombereaux, qu’ils doivent fournier a Veere, sur tout avec la récolte  qui  se presente actuellement, et ils  m’ont sollicitee de m’ addresser a votre Exellence .

Convaincu que dans ma Commune, ou il ne s’en trouve que 36 chevaux pour le travail, ils sont très necessaire dans moment, je prend la liberté de prier que vôtre bonté  daigne d’accorder a mon commune une diminution des tomberaux a fournir aux travaux de Veere

 

Le 7 Aout 1812.

 

Aan de Eerw: Kerkenraad

Van Arnemuiden

 

Wel Eerwaardig Heer Geachte Broederen

 

Den 15e dag dezer maand behoord door ons gevierd te worden, daar dit de dag is die ons doet gedenken aan de geboorte van Z.M. den Keijzer, eene Missive van den Heer Prefet van den 9 dezer bij mij heden ontvangen houd in, dat zijn Ed: vertrouwd, dat wij onze verpligting zullen persisteren, die als dan op ons nut, en wij mitsdien niets zullen verzuimen, om opentlijk onze liefde en verknogtheid aan de besten der souvereinen te doen blijken.-

Om aan dat vertrouwen te beantwoorden, ken ik geen beter bewijs dan op eene godsdienstige wijze, onze pligt te vervullen, en het is daarom, dat ik den Heer Preses van Uw Eerw. Vergadering vriendelijk invitere om op Zaterdag morgen , om 11 uuren, eene na gelegenheid des tijds plegtige dankzegging en gebeden in onzen Tempel te verrigten, en dat uw eerw: het zelve met uwe tegenwoordigheid vereeren.

Ik verzekere Uwe Eerw: van mijn hoogachting en teeken mij

 

Uwe Eerw: Dw: Dienaar

Corn: D; Baars.

Den 11 aug 1812.

 

A Monsieur le Prefet.

 

Monsieur le Prefet !

 

Pour satisfaire a vôtre arrêté du 28 Juillet dernier  a égard des enfans trouvés . abondonnés ou orphelins élevés par les hospices , soit dans les édifices a les destinés , soit ailleurs  agés de plus de 16 ans, je me trouve dans le cas de vous rapporter que dans cette commune, il ne sont point des tels enfans.

 

Votre très obeissant Serviteur

Corn: Dan: Baars

Le 12 Aout 1812.

 

Idem

Mon Predesseur à aussitôt qui lui est parvenu le Reglement et tarif d óctroi Municipal et de bienfaisance, pour les communes rurales, arrêté par vous le 15Juin 1811 en vertu de l’arte 15 du même Reglement fournir au Recepteurs Provisoir de Octrooi deux Registers de recettes timbrés: Savoir  une pour les quitances, au dessous de deux ? francs don’t il a payé pour les timbres                                                                                        fr. 24” 75

Et une pour les quitances au dessus de 10 francs

Don’t le timbre monte à                                                             fr.  82” 50

--------------------------------------------------------------------------------------------

Chaque Register à 30 feuilles   total                                           fr. 107 “25.

 

Quand un Décret Imperial du 8 février 1812 à chargé  l ‘administration des droits rénis de la perception des Octrois Municipaux , communiqué à les communes Rurales, par votre circulaire de 12 mars 1812,  les employés de cette administration conjoint avec le maire, ont clos les Registres et eu? Formé d ‘autres provisoirement  sur papier non timbré ``a cet époque il était debité  du premier Register 22 feuilles don’t chaque feuillet  avoit un tibre de 75 centimes

Ce qui monte à                                                                             fr. 18 “ 15

Et la secondde don’t il était debité 31 quitances

à 25 centimes                                                                                  8 “ 52

Total                                                                                             fr. 26 “67.

 

Ainsi Monsieur le Baron il resulte, qui reste encore dans les deux Registers des quitances timbrés  à la somme de 80 fr. 58 cent.

Cette somme ne point si moin être perdu par le Receveurs Provisoire, que par la caisse Municipale et en consequence je me trouve obligé  de priér  votre Exellence , qu ‘ il daigne d áccorder que le Receveurs des  l ‘ Enregistrement  de Middelbourg, à qui le payement des Traiteurs ? est fait, restituer la Somme de fr.80 “58 sur mentionné ou qu’il vous plaire  de prendre tel autre mésure,afin qu ‘on  soit dedommagé, de ce timbre non emploijé, et qui ne peut être employé , à cause que le timbre est sur des quitances imprimé pour l’ octroi.

J ‘ai l ‘honneur de me signer avec un profond respect.

C.D.  Baars

 

Le 12Aout 1812.

 

Idem

 

La fête du 15 Aout de noter Auguste Souverein ait ici celebrer, par les cloches qui sont fait entendre de temps en temps, et pour les pavillons  de la france, qui étaient  du Tour et la maison commune et aussi au grand batiments de pêche, que nous avions le bonheur  de voir dans notre Port pour la premiere fois depuis le Semaine de pentecôte.

Cependant qu’ à dix heures du matin le Conseil était assemblé à la maison commune , qui sont à onze heures aller à l ‘église , où par le Ministre de Culte est fait une ……..?/sermon ?  et prières, à egard de cette fête, et pour le Bonheur de sa Majesté , après quoi le Conseil est retourné  à la maison commune , où on a encore été assemblé très amicalement quelque temps, et célebrer le fête don’t ils étaient invité.

Votre très obeissant Serviteur

C.D. Baars

Le 18 Aout 1812

 

Idem.

J’ai l ‘honneur de vous faire parvenir la liste de l ‘adjoint et membres du Conseil  Municipal de cette commune, remplir par moi, comme vous m ávez present par vôtre lettre du  Aout 1812.

Le 18 Aout 1812.

 

Idem

 

Au reception de vôtre lettre de hier, j ‘ ai sur le champs fait de recherches dans ma commune, mais aucun étranger trouver, outre renouvelles l ‘ordre, ni seulement au aubergistes, mais aussi sur tous ceux fermiers, de ne loger, , ni accorder aucun logement même dans les granges  à des personnes, qui que ce soit, sans m ‘avoir prévenu, et d’avoir presenter les personnes à moi, afin d’examiner leurs passeports ou autre papiers de Sureté.

Cependant que j’ai renouvellé aussi l ‘ordre  à  le Garde Champêtre , de surveiller toutes étrangers dans son tourné dans les champs, et d ‘arrêter  tous individus qui lui ……? Espions.

C.D. Baars

Le 20 Aout 1812.

 

Aan den Kerkeraad van Arnemuiden.

Ontvangen van de prefet eenige bepalingen ter bevordering der Vaccines.

Met het verzoek daaraan te voldoen.

C.D. Baars

Den 28 Augustus 1812.

 

Aan de Prefet.

 

En vertu de votre lettre du 25 Juin dernier, j’  ai formé un journal pour insanie les conscrites Retardataires et refractaires, et j’ai l ‘honneur de vous informer qu’aucun individu m’a été

Signifié pendant le trimester de juillet pour y été insant ?

 

C.D. Baars

Le 15 Sept.1812.

 

Idem

 

D’après votre lettre du 8 Courant, que je viens de recevoir aujourd’hui, je vois que ma commune doit fournier avant le fin du mois un homme pour la Compagnie des Canonniers gardes Cotes afin de completer le Contingent de 11 hommes don’t cette commune a été fixé.

Plusieurs fois j ‘ai fait des plaintes à votre Exellence que cette commune, don’t la pluralité sont des marins, est surchargé avec le contingent d’ onze hommes, et dernierement quand votre exellence a donné audience à l ‘hotel de la Maire à Veere , à tous les marines de ce Canton, votre bonté m’ a promis de diminuer le contingent de cette commune, et que je serez present de faire un appél  de tout hommes, pas marins, qui avaient l ‘ age  de 25 jusqua’45, les quels don’t servit obligé d’ engager le paijement  à raison de f.2 par semaine pour chaque garde côte, et pour le contingent que vous aurez fixé de nouveau  pour ma commune, ou s íl difficultaient ? , que je le ferez tirer le sort, ou bien designé.

En attendant cet ordre , j  ‘ai tous fait ce qui etait possible pour faire paijer le 10 hommes en service active, mais pas plus peut faire paijer  que f 3 à 3.10 par mois, en place de 10 à 12 florins, comme ils sont engagé  par la Cidevant Municipalité, et cela n’ est aussi pas possible d’ augmenter , à cause qu ‘il ne sont guère plus de 50 à 55 personnes qui paijent les autres appartiennent tout à la marine.

Actuellement je me trouve avec vôtre lettre et ordre très en peine, et je prend la liberté de priér vôtre Exellence qu’il daigne de prendere en consideration, que cette commune qui a déja fourni 20 hommes pour la marine et 4 pour l ‘armé et que les autres communes, excepté les trois villes ne fournissent aucun individu pour la Marine, sont aussi pas si surchargé  que cette commune de diminuer mon Contingent et de me donner un ordre , comme votre Exellence m ‘a presenté dans l ‘audience m’ accordé le 27 mai dernier et ainsi de rendre droit  à mes plaintes que j ‘espére que vôtre bonté trouvera fondé de raison just.

J ‘ai l  ‘honneur de me signer devouement.

C.D.Baars

Le 15 Sept. 1812.

 

À Mons Le Procureur Imperial

À Middelbourg.

 

Monsieur !

 

J ‘ai l ‘honneur de vous informer que pendant le trimestre de juillet aucun jugement de police; prononcant l `emprisonnement a été rendu par moi.

Avec respect j ái  l ‘honneur de me signer.

C.D. Baars

Le 30 Sept: 1812.

 

À Monsieur le Prefet.

 

Les Patrons des Hogars, qui sont depuis trois semaines requis par Mr. le Capitain du Port de Middelbourg, conform vos ordres, pour servir  à Flessingue me tont fait ? des plaintes qu ‘ ils  n ‘ont rien gagner depuis  ce tems, qu íls sont incapable pour cet ouvrage ni seulement, mais que plusieurs des dites hogars ne sont pas emploijé  jusqu  á ce jour, cependant que quelques ont donné leur bateaux en louage pour f. 3 ? par semaine, don’t une à seulement recu encore cet prix, ce qu ‘ ils ont bien et plus besoin pour les reparation,  de raison qu ‘ un vingtième des familles souffrant actuellement beaucoup, n  áyant point des moijens à subsister et privé  de leurs bateax, ils se trouvent dans un état de misère—

En consequence je prend la liberté de priér votre Exellence, qu il vous daigne , d ‘ accorder, que les bateaux de cette commune, dont on ne si sent pourtant point soient ? rendu à les pauvres malheureux pêcheurs, afin qu ‘ ils soient à même de chercher de subsistance pour leurs familles –

Agreez l ‘ assurance de mon profond respect avecle quel je me signe.-

Votre très obeissant Serviteur

Corn: Dan: Baars.

Le 8 Oct. 1812.

 

Idem

 

Monsieur le Prefet

En vertu de vôtre circulaire du 30 Septembre dernier ? reçu le 8 courant, j ‘ai l ‘honneur de vous envoijer la list contenant les noms du Ministre de Culte de ma commune avec la designation des tractement  dont il jouissait sous le Gouvernement Hollandais et indication de la population du Culte.

J ‘ai l  ‘honneur  de me signer avec respect.

Vôtre très obeissant Serviteur

Corn: Dan: Baars.

Le 10 Oct: 1812.

 

À Monsieur le Prefet.

 

J ‘ Ai  l ‘honneur de vous informer que dans le trimester de Juillet, j  ‘ai delivré un Passeport à l ‘interieur savoir

Le 14  Juillet 1812, à Augustin Hension

Avec un Respect distingué , j  ái l  ónneur d ‘être

Vôtre  très obeissant Serviteur

Corn: Dan: Baars.

Le 10 Oct: 1812.

 

À Monsieur le Prefet.

 

Korte samenvatting: Er is een circulaire binnengekomen  “ a égard des bureaux des hospices et de Bienfaisance “. Er bestaan geen instellingen van deze  “zorg “in Arnemuiden en omgeving. Ook geen “ Fonds pour les Pauvres “

Wel vanuit de Kerk een Collecte voor  “les pauvres membres “

 

Idem

 

En vertu de vôtre lettre de 23 Septembre dernier concernant les tableaux de l ‘etat des manufactures et du commerces, j  ái l  ‘honneur de vous renvoijer le tableau remplir pour autant qu  íl reguarde ma commune, et dont vous verrez, q uíl n  y a ici que quatre Etablissements  de raffenerie de sel, qui appartiennent à  les Messieurs la frères Tak et van Deinse , domicilié à Middelbourg.

Ces Raffineries, don til y a été plusieurs et même comme je suis informé  au nombre de 26 ont été bien florissant, et une branche qui a donné beaucoup de properité à cette commune, mais la guèrre et depuis que les fabriquants ont du payés  l ‘impot en avance, cequi se ? faisait ? un paravent (dekmantel) par les consom(m)ateurs l’ ont très deminuée aussi sont il dans l  án 1802 brulé  au nombre de huit; cependant que cette branche  à ici été établi d ún epoque de plus dún siècle.—

C.D. Baars

Le 13 Oct. 1812.

 

À Monsieur le Prefet

En vertu de vôtre arrêté du 28 Septembre dernié  j’ai pa run avis  à mes administrés appellé tous indigenes attaqués de la maladie  de la teigne (zeerhoofdigheid), et j ái l ‘honneur de vous faire parvenir une liste de ceux qui sont se presenter.-

Il me parait que l ‘office de santé  le Sieur Coenraad de Jongh, domiclié dans cette commune , et qui m á declarer  de très bien connaître les medicines et la nature des traitements qu ón doit emploijés, pourrait être chargée dans la suite de suivre la guérison de cette maladie ; cependant qu ‘on pourrait lui vingt à vingt franc pou chaque personne  qu ‘il ( ?? ) guéri, quelle somme ou payement sa peut trouver de l  excedent du Budget de l  année courante,  ou imputer sur les depenses imprevues de l  án prochain.-

J ái l ‘honneur de me signer respectueusement.

C.D. Baars

Le 29 Oct. 1812.

 

À Monsieur le Prefet

 

Le nommé Jan van Geelen ,concrit de l ‘an 1811 de mon commune, qui à concours au tiragedu Canton Veere a obtenu le no 64 et a fait de reclamation comme fils unique d un veuve, n’a pas pas peut prouvé par Acte de decès  la mort de son père, à cause que son père  nommé Simon van Geelen est parti pour les Indes, dans l  án 1793 avec le vaisseau nommé de Onderneming Capitaine I.P. Moerman, et qu’ il est manqué le 15 Juin 1794 à Pleijmouth en Angleterre suivant un pétit Certificat du dit Capitaine Moerman, que je prend la liberté de joindre dans celle …

En outreje puis vous informer que pendant le quinze anneés qui je suis ici domicilié, je n’ ai jamais entendu du retour du père  du dit consent, et que sa mère nommé Crina Jobse demeurant dans cette commune , est un très pauvre femme, qui n ‘a point d áutres enfans, que le dit conscrit , dont elle recoit de subsistance.-

Le Conseil de Recrutement m á ordonné de vous faire un rapport, j  óbeisse à cette ordre par celleci, et en esperance ? que cela suffira , pourvu que le dit conscrit obtient le faveur d ‘^tre placé à la  fin du depot , j’ ai l  ‘honneur de me signer respectueusement

 

C.D. Baars

Le 3 Nov. 1812

 

No 215.

 

À Monsieur le Prefet

 

J ‘ ai l ‘honneur d ‘……. La reception de vôtre lettre du 5 Courant, avec trois mandements qui  fixant le contingent de ma commune dans les contributions foncière personelle et mobilier  et portes et fenêtres en 1813

 

C.D. Baars

Le 20 Novembre 1812.

 

Aan d ‘Heer Maire der Stad Middelburg.

 

Mijn Heer de Maire !

 

Ik ben onderrigt geworden dat op vrijdag den 13 dezer maand  door een Persoon, zo men zegd Krijger genaamd, op de Hofsteden van Leendert Wisse en Cornelis Melis beide onder deze Gemeente behoorende, opschrijving is gedaan, zo van het Hooij, als het Beestiaal op dezelve Hofsteden voorhanden zijnde, terwijl aan den Landman Wisse is geordonneerd om bij het vervolg eenig Beestiaal slagtende, daar van te Middelburg aangifte te doen.

Ik kan geen denkbeeld maken van die opschrijving en gegeven order, daar bij de opneming en arreteering van de Limiten tusschen de gedelegueerde der beide Communes, geen de minste different is ontstaan, en ook voor zo ver mij bekend is het daar van opgemaakt Proces-Verbaal, door dheer Prefet geapprobeerd, waarom ik de vrijheid gebruik met de kennisgeving aan UwEd: van het gebeurde tevens UwEd: vriendelijk te sollicteeren van mij eens te informeere, of die opneeming in die gegeven order, van UEd: is geordonneerd geworden op de genoemde Hofsteden te doen, en zo ja, door wie UEd: in dat regt is gevestigd geworden dan wel of zulks abusivelijk of door die Persoon eigener autoriteit is gedaan.-

Hoewel ik het laatste veronderstel, erkende ik het van mijn pligt, en ook het belang mijner Gemeente vorderdhet, om daar omtrent informatien in te winnen, en ik twijfel niet of UEd: zal mij die wel gelieven te doen geworden.

Intusschen ter voorkoming van alle onaangenaamheden voor die Landlieden, moet ik UEd informeeren, dat ik dezleve provioneel en tot nader order verboden heb, om zonder mijn voorkennis, eenige aangifte van het door hun te slagtene Beestiaal anders dan te Arnemuiden te doen waar onder zij behooren.

Ik heb d ‘ eer met betuiging van alle hoogachting te zijn.-

Uw DW Dienaar

De Maire voornoemd

Corn: Dan: Baars

 

Den 26 Nov 1812.

 

À Mons: Le Prefet.-

 

J ‘ai l ‘honneur d ‘accuser la reception de vôtre lettre du 19 courant, contenant des Informations et Lucidation à l ‘égard de la police Municipale et rurale.

J ‘ai l ‘honneur de moi signer respectueusement.

 

Vôtre très Obeissant Serviteur

Corn: Dan: Baars.

Le 27 Nov: 1812.

 

À Monsieur le Prefet.

 

Monsieur le Préfet.

 

Le tem(p)s pour planter des arbres est là , et dans le Budget de l’ an courante vous m ‘avez accorder une somme de deux cent francs, ce que je souhaite et il me parait aussi bien utile , pour emploijer à cet effet, pour qouoi je prend la liberté de soumettre à vôtre approbation, le devis ? estimatif  pour planter ces Arbes.-

Celui qui s ‘a engager pour fournir et planter les arbres dans le devis ? mentionné , est un habitant de ma Commune qui est toujours emploijé pour cela, comme très capable et je prié vôtre bonté de m’ accorder autorisation pour faire planter ces arbes, à la Somme de cent quatre vingt dix huit francs, porté au dit devis Estimatif.

J ‘ai l ‘honneur d ‘être avec un parfait respect.

C.D.Baars

Le 1 Décembre 1812.

 

Aan d ‘Heer Predikant P. Hondius

Te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaardig Heer !

 

De Eerste Zondag in de maand December bij een Keizerlijk Decreet bepaald zijnde ter Viering van Hoogstdeszelfs Kroondag en bij eene Missive van d ‘Heer Préfet  van den 10 dezer bijzonder zijnde aangeschreven om dien dag te vieren, om blijken te geven van Verknogtheid aan dien Grooten en besten der Souvereinen.-

Zo heb ik gemeend onder anderen, ook UwEerw: te moeten verzoeken, om op Zondag aanstaande, bij het gebed bijzonder te gedenken aan Z.M. den Keizer der Franschen.

Ik reken op UwEerw: Welwillendheid, en betuige  met bijzondere achting te zijn

Uw Eerw DWDienaar

Corn: Dan: Baars

 

Den 30 November 1812.

 

Aan den Kerkenraad

Van de Hervormde Gemeente te  Arnemuiden.

 

Wel Eerwaarde Heer en Geachte Broederen !

 

De Heer Préfet van dit Departement begeerd bij deszelfs Missive van den 25 November l.l bij mij heden ontvangen dat de attentie van de Maire in Zijn Departement, bij de aannadernde Winter bijzonder gevestigd is, op de behoeftige en de vreemdelingen, zonder middelen van bestaan, en dezelve zich verzekeren dat de Arme het noodige bekome, met opgaaf aan zijn Ed: ingeval de gewoone ressources niet voldoende zijn voor de Winter van de Extraordinaire middelen, die de Maire ter hunner dispositie mogten hebben zeer genegen om aan dit heilzaam doel, zoveel mij doenelijk is mede te werken, heb ik gedagt om bij de kennisgeving daar van dan Uw Eerw tevens Uw Eerw ? uit te noodigen om op Zaterdag avond ten zes Uuren , door een Commissie uit Ul: midden te benoemen met mij op het Stadhuis te raadplegen, zo over de behoeften der Armen dezer Gemeente, als wel over de middelen voorhanden zo ook over die welke ter voorziening daar in, zoude kunnen vertrekken en voorgedragen worden.

Ik twijfel niet aan UwEerw: bereidvaardigheid in deze, en in Vertrouwen daar verzekere ik UwEerw: van mijn Hoogachting;

 

Corn: Dan : Baars

Den 1 december 1812.

 

À Mons: Le Procureur Imperial

Près le tribunal de première Instance

À Middelbourg.

 

Monsieur !

 

En accusant la reception de vôtre lettre du 23 novembre à égard des abus et erreurs, qui ‘ on eu lieu dans les Registres de l ‘état civil de ma Commune, pendant le courant de l ‘année 1811, j ‘ai l ‘honneur  de vous informer que actuellement les dites Registres sont tenu par moi même, et que  je observerez les remarques, que vous me faite, seulement je vous doit observer que dans les modeleedes ? Actes que j ‘ ai reçu il n ést pas indiquer qu ‘on doit dans chaque Acte faire mention du nom du maire, mais bien de qualité  de fonctionaire publique ni aussi dans le modèle de l’  acte des déces, qu ‘on doit faire mention de l’ age, domicile la profession  et des témoins, mais bien si les témoins sont parents ou voisins, ces fautes  on trouvera dans les Registres de l’ an courante, jusqu á l ‘’epoque de la reception de vôtre lettre, quand j ‘ai d’ abord  pris les remarques en observation, et que je previendrai dans la suite.

J ‘ai l ‘honneur Monsieur de me signer avec une parfaite consideration et respect.-

Vôtre très humble Serviteur

Corn: Dan: Baars

 

Le 2 decembre 1812

 

À Mons: le Prefet

 

Près les fêtes publiques de l ánniversaire de Sa Majesté nôtre souverain, le Bataille de Rokman ? (veldslag) …., et l ‘ anniversaire du couronnement, j ‘ai du faire quelques frais pour sonner les cloches et mettre les pavillons au tpour et à la maison commune.

La note que j ‘en ai recu monte à la somme de 53 francs 75 centimes, et dans le Budget de ma Commune de l án courant il n ý a point allouée pour les fêtes  publique en consequence je prie que vôtre bonté  daigne de m áccorder autorisation d ‘imputer cette sommes sont ? celle allouée dans le Budget  pour depentes Imprévues.

La note de les frais  je prend la liberté de joindre et j ‘ai l ‘honneur de me signer avec tous respect.

C.D. Baars

Le 10 decembre 1812.

 

Idem

J ‘ai l ‘honneur de vous rapporter que dans le trimester d óctobre de l ‘an courante ,aucun individu m ‘a été signifié pour être insent,dans ? le Journal des Conscrits retardataires et refractaires.

 

C.D.Baars

 

Le 14 decembre 1812.

 

À Monsieur le Préfet

 

Aujourd’hui je recois vôtre lettre du 11 courant par le quel vous me démandez des renseignements  les plus précis sur les facultés du conscrit Pierre Maas, de la Classe de 1809,que sur celles de son père et mère et sur les taux de leur contributions, à cause que le dit conscrit n á pas fourni son relevé des contributions.

Néanmoins que j’ ai par ma lettre du 10 courant, vous envoijer le dit relevé des contributions, du consent mentionné j ‘ai rempli le tableau ci joint, autant qu íl  m ést connu à cause que lui et sa m`re , que  ‘ ils etaient peu de tem(p)s avant la levée de 1809 venir demeurer dans ma Commune de Middelbourg, où le dit Consent est retourné, paye ses contributions à Middelbourg, où le dit relevé est rempli

C.D. Baars

Le 14 Decembre 1812.

 

Idem.

 

Monsieur le Préfet!

Au reçu de vôtre lettre du 25 novembre dernier à egard des pauvres de ma commune et les étrangers sans moijens d ‘existance , j’ ai d’ abord m ‘informé chez le Conseil de l ‘Eglise qui donne au pauvres des Secours,des donnes  qu’on recoit par collecte chaque dimanche dans l’église, et je suis convaincu que les ressources  ne sont pas suffisant, surtout quand l’hiver est extrême ; les pauvres qu ón donne de secours sont des veillards et des orphelins qu ón ne peut pas donner à travaille, des moyens extraordinaires , que j ái à ma position cet ? de faire faire de tem(p)s en tem(p)s une collecte à les maisons de mes administrés , seulement je m’ai procuré (aangeschaft)  un état de l’ octroi minicipal et de bienfaisance, j’ ai vu que cet moijen,est déjà monté à la somme  de fr. 1215 cependant que cela est calculé et porté au Budget à fr 1029-60 et en consequence actuellement un Excedant de fr. 185- aussi est il allouée dans le Budget de l’an courante pour le ???  de l’octroi fr : 102 :95 cependant que ma commune qui n ést pas 50005 âmes et n á pas les revenus  de 10000 francs n’est pas redevable (schuldig) de paijer cette somme.-

Le vôtre bonté daignoit de m’autoriser `a donner ?? accorder une somme de fr : 150 pour achêter un peu de chauf(f)age et du pain ou pomme de terre, pendant les mois de l’hiver , alors ilme parait que les pauvres avaient assez  à subsister, avec cela que le conseil de l  église leur donne.-

à égard des Etrangés , j’ai l’honneur de vous informer qu’il ne s’en trouve dans ma commune.

Vôtre très obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars.

Le 15 Decembre 1812

 

à Monsieur le Procureur Imperial

à Middelbourg.

 

Monsieur !

Pendant l’ ecoulement du trimestre d óctobre aucun jugement de police prononcant l’Emprisonnement aijant été rendu par moi, dont j’ai l’honneur de vous informer, cependant que je suis avec respect.-

 

C.D. Baars

Le 31 december 1812.

 

Hiertussen een los papier :

 

à Mons : le Directeur des droits réunis à Middelbourg.

 

Monsieur !

 

Pour ma lettre de 12 Aout dernier qui Mons le Prefet informé, que le cidevant Maire de cette Commune  a en vertu du (krachtens) Règlement sur l’octroi arrêté le 15 juin 1811 fournir au Perception de l’octroi, deux Registers de recette timbrés, savoir une pour des quittances au dessous de dix francs, dont j’ai paijé  pour les timbres                 fr. 24- 75

Et une pour des expeditions au dessous des 10 francs

Dont le timbre monte à                                                                  fr. 82 – 50

 

Total                                                                                               fr. 107- 25

 

Quand un décret Imperial du 8 février 1812 a chargé l  ádministration des droits rénis de la perception des Octrois Municipaux ; les Régistres sont clos et arrêté, et à cet époque, le 31 mars ? 1812 il était debité du

Premier Registre                                                                             fr. 18 – 15

Et du seconde                                                                                        8--  52

-----------------------------

26--  67

Dont il resultait qu’il restorent encore des Expeditions

Timbré  à la Somme d                                                                     fr. 80 – 58

J’ai prié monsieur le Prefet de donner des Orders pour reprendre ou rembourser les timbres, qui étaient devenu inutile.

Je n  ‘ai jusqua present point recu de reponse , mais je suis informé que le depend de vous Monsieur à faire faire ?? le rembourse de ces timbres.

En consequence je prend la liberté de vous priér qu íl vous daignez de donner des orderes requis à cette  égard, pourquoi ? que je recois de restitutions de cette somme, car mon salaire de  le  PC o? monte seulement par ans ? à fr. 48 ainsi que jamais deux ans `a peu pr`s besoin pour gagner une somme que j’ai  malheureusement perdu, sans necessité pour la commune et dont aucune personne en `eu le faveur que le Trésor publique qui je ne crois pas veut des deniiers des timbres dont on ne s’ á pas puis sservir.

Plusieurs Receveurs de cette  …. Sont dans le même cas, qui soupconnes de recevoir de restutions je prié vôtre bonté d’ avoir égard  à mon demande et j’ai l’honneur de me signer avec tous respect.

Vôtre très humble Serviteur

 

26 Decembre 1812

 

 

A Monsieur le Préfet

Monsieur le Préfet

 

J’ai l’honneur de vous parvenir le Relevée des contributions paijé pour le concrit Jan Janse de Nooijer, dont vous m’àvez inviter par vôtre lettre du  … dernier

 

C.D.Baars

Le 31 Decembre 1812

 

Idem

 

En vertu  de vôtre arreté du 15 Decembre 1812 par le quel je me vois de nouveau nommé comme Maire de cette commune et Mr. C. Crucq pour adjoint de Maire j’ai l’honneur de vous faire passer le Procès verbal de nôtre Installation et prestation du Serment dans les dites fonctions.

Je vous prie Monsieur le Baron, d ágréez l ássurance de mon profond respect, avec le quel j ái l’honneur de me signer.

 

Vôtre très obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars

 

Le 1 Janvier 1813.

 

Idem

 

J’ai l’honneur de vous faire parvenir  un État des passeports délivré par moi pendant le trimestre d’octobre 1812.

C.D. Baars

Le 5 janvier 1813.

 

A Monsieur le Receveur de l’Enregistrement  à Veere.

Monsieur !

En réponse de vôtre lettre du 10 Courant, j’ai l’honneur d vous informer, qu’il m’ est inconnu que Mr. Van den Houte ou son Epouse, ont des propriétés dans ma commune.-

J ái l’honneur de me signer avec une parfaite consideration.

Corn : Dan : Baars.

 

Le 13 janvier 1813.

 

Aan den Heer Maire  van OostCappelle.

 

Mijn Heer de Maire

 

Op verzoek diend deze om Ued : te informeeren, dat de Persoon van H.W. Hogerheijde, Schoolonderwijzer, in deze Gemeente geduurende den tijd van circa 5 ½ jaren, die Post met allen ijver naarstigheid en getrouwheid heeft waargenomen, dat hij in de fransche taal Examen heeft afgelegd in den Derden Rang, en in die taal reeds een Jaar les geeft, terwijl zijn gedrag zedig en onberispelijk is, waar van des gerequireerd , ik bereid ben om een behoorlijke attestatie te verleenen.

Ik meen dus, wanneer de vacante Schoolonderwijzersplaats in Ued : Gemeente tot zijn bevordering kan strekken, hem bij UE te moeten recommandeeren, dat ik met deze ben doende.

Ik heb d’ Eer met betuiging van alle hoogachting te zijn,

 

U Ed : DW Dienaar

De Maire voornoemd

Corn : Dan : Baars.

 

Den 15 Jan : 1813.

 

A Monsieur le Préfet

 

Dans le Budget de ma commune de 1812, il n’ y a que six francs alloués, pour abonnement aux bulletin des lois. Cependant que je suis redevable la somme de douze francs ; je vous  prie en consequence d’avoir le bonté de m’accorder autorisation de paijer le six francs qui n’ est pas allouée, de la somme allouée dans le Budget pou depenses Imprevues.

J’ai l’honneur d’être avec un respect distinguée

Vôter très obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars.

Le 15 Jan : 1813.

 

Idem.

 

J’ai l’honneur  d’accuser la reception de vôtre lettre du 29 Decembre dernier, avec les Registres de l état civil pour l’exercise de 1813 et je ne manquerez pas d’observer les ordres mentionnée dans vôtre lettre, à ‘gard du paiement des Timbres du dit Registre, et ceux concernant la cloture (rekening) des Registres  de 1812.

J’ai l’honneur de me signer avec un parfait respect.

Vôtre très obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars.

 

Le 18 janvier 1813.

 

Idem.

 

J’ ai bien recu vôtre circulaire du 8 Courant pa la quelle je me vois de nouveau en peine à cause qu’elle contient de fournir des hommes, pour completer mon contingent dans les compagnies Gardes Côtes .

Je prend la liberté de m’addresser de nouveau à vôtre Exellence pour constater que ma Commune est extrêmement surchargé avec un contingent de 11 hommes, à cause que mes administrés comme j’ai demonstré dans ma lettre du 15 Septembre 1812 à cette effet, sont la pluralité des marins, et dont il sont déjà  20 hommes en service active, pendant que les autres communes  Rurales ne fournissent point des marins, et que ma commune dans les conscriptions passé  à de même aussi fournir des jeunes gens, qui ont  tiré un sort sans que les marins ont été eximé.

Je ne peut pas désigner ou engager des personnes pour gardes Cotes, ou je le doit faire paijer un certain tantum par sémaine ou par mois, et dans le liste des contribuables dans le fonds pour les gardes Cotes, que je prend la liberté de vous faire parvenir, dont le total contribuables monte à 56 personnes, et la somme par mois s’ éleve à f. 37- 18 Hollands et cela pour 11 Gardes cotes  vous verrez Monsieur , qu’il  se trouve encore des personnes qui n’ont pas l’age et qui ont passé  l’age de 50 ans et en consequence  pas obligés  de paijer. Cependant que je ne puis pas augmenter  leur taxe à raison que la pluralité  sont des ouvriers ou des pauvres jounaliers, charpentiers et dont plusieurs sont déjà en arrière ( achterstand) et aussi y à l’il quelque frais de perception à le Receveur et paijeur du dit fonds, ce qui fait que chaque garde cote ne peut avoir que trois florins par mois.

Je vous prie dont Monsieur le Baron de prendre mes reclamations en considerations, et à deminuer le contingent de ma commune `a un tel nombre, que vous trouverez juste à cet égard.

J’ ai l’honneur de me signer avec un profond respect

Vôtre très obeissant Serviteur.

Corn : Dan : Baars

 

Le 18 Janvier 1813.

 

A Monsieur le Conseiller des

Préfecture Fokker.

 

Monsieur !

 

Au recu de vôtre lettre du 23 de ce mois j’ai d’ abord donné avis à mes administratés de le qui est passé dans la séance de Maires  du Canton Veere vendredi dernier, ainsi que  j’ était autorisé  à recevoir des Enrolements ? Volontaires, et de recevoir les souscriptions pour les frais des deux cavaliers équipés et montés.

Jusqu’ à present personne ne s’a presenté  je moi pour être enrolé volontaire ni pour faire des souscriptions pour les dites frais ; cependant si l’un ou autre se presentait encore, je ne manquerez pas de vous en informer..

J’ ai l  honneur de me signer avec respect.

Vôtre très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars

 

Le 26 janvier 1813

 

A Monsieur le Préfet.

 

En accusant la réception de vôtre lettre du 26 de ce mois, j’ ai l’ honneur de vous assurer que je ne manqueré pas de faire versé dans la caisse du Receveur General, les 5 Centimes par franc, de tous les Revenus de ma commune de 1812- comme vous  m’avez present par vôter lettre.

Corn.Dan. Baars

 

Le 30 janvier 1813.

 

A Monsieur le Conseiller

De Préfecture Fokker.

 

J’ai  l’ honneur de vous faire parvenir le résultat de l’  operation de moi et des deux Répartiteurs de la repartition de cette commune pour les frais de l’ équipementt des deux chasseurs offerts à Sa Majesté et cela en Vertu de vôtre lettre de hier.

 

J’ ai l  ‘honneur de me signer  avec tous respects.

 

Vôtre très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars

Le 2 février 1813.

 

A Mons. Préfet

 

Un état du mouvement de la population de ma commune pendant l’ année 1812 en vertu  de vôtre circulaire du 28 janvier dernier

 

C.D. Baars

 

Le 8 février 1813.

 

Idem.

 

J’ ai l  honneur de vous rapporter, que j’ ai du continuer ?? du  vôtre lettre  à l’égard du conscrit Jean van Geelen de 1811 en date du le janvier dernier, lui informé , que le Conseil de Recrutement lui  a accordé en délai de trois mois pour justifier dans les formes voulu par la loi de l’absence de son père.

Le dit conscrit  a d’ abord été elative ??( uitgezonderd ?) pour en satisfaire mais m’a informé que selon l’ art. 119 du Code Napoléon pour justifier l’ absence de son pére,il  avoit besoin au moins un tem(p)s d’un an, pourquoi  il m’a sollicité de m’addresser à son faveur  à vôtre Exellence , et je prend en consequence la liberté de vous prier de lui accorder un tem(p)s convenable pour satisfaire à surdit disposition.

J’ai l  ‘honneur de me signer respectueusement

Corn : Dan : Baars

 

Le 9 février 1813

 

Aan de Heer Maire van Middelburg.

 

Mijn Heer de Maire.

 

Na de nodige informatiën te heben ingenomen vinde ik mij in staat,de vragen nopens de vragen nopens de Koop en Huurprijs van de Weij en Zaaijlanden onder deze Commune gelegen, mij bij Missive van den 12 dezer gedaan te beantwoorden, en wel

  1. de middelbare koopprijs van een gemet Weijland meen ik te moeten bepalen op frs. 150.
  2. die van een gemet Bouwland op frs. 160
  3. de middelbare Huurwaarde  van een gemet Weijland op frs. 19.
  4. en die van een gemet Bouwland op frs. 20.

De differentie in mindere Waarde , als die onder Ued Ambachten gelegen, is toe te kennen, aan de laage legging en schraale gronden en min voordelige bedrijven, als die rond Ued gemeentegelegen, terwijl ik van het tegenovergestelde different geen redenen zoude weten te geven.

Ik heb d’Eer Mijn Heer de Maire met betuiging van alle hoogachting te zijn.

UE DWD

Corn : Dan : Baars

Den 19 februarij 1813.

 

Aan de Heer Maire van Beest.

 

Mijnheer !

 

Heden ontvange ik Ued : Missive van den 13 dezer maand waarbij Ued : mij kennis geeft dat de zoon van d’ Heer P. Hondius alhier woonachtig genaamd Gerrit, te Akenoij in 1792 is geboren, en mitsdien tot de actueel geroepen wordende Classe van 1812 behoord.-

Onder dankbetuiging voor Ued : attentie, kan ik Ued : informeeren dat de Jogeling, als Eerste Luitenant bij het 17 Regiment van Ligne dienende, door deszelfs vader bij mij is aangegeven en op de lijst van mijn gemeente is gebragt.

Ik heb d’Eer mij met ware hoogachting te noemen.

Mijnheer !                                   UEDW Dienaar

Corn : Dan : Baars.

Den 20 februarij 1813.

 

A Monsieur le Préfet.

 

J’ai l’honneur de vous rapporter que dans le trimestre de janvier de l’an courante aucun individu m á été signifié pour être  insent sur le Journal  de Conscrits  rétardateurs ou refractaires

J  ‘ai l  ‘honneur d  être avec un profond respect.

C.D. Baars.

 

A Monsieur le Préfet.

 

Dans le mois de Novembre dernier, on m’a fait rapport qu’ on avait de la part de mr. Le Maire de Middelbourg, au ….. ? L Wisse et A Melis de ma commune , pris en note le Sevin ?? et Bestiaire qui ij se trouvait , et donné order au surnommés de donner connaissance au Bureau de Middelbourg de ce qu ils avaient en suite dessein d’ abattre.

J’ ai d’abord m’addresse à Mr le Maire de Middelbourg pour être informé si cela s’était fait avec son connaisance et pour quel raison cela avait en lieu.

Monsieur le Maire m’ a repondu, que cela était fait par les Emploije’s des droits réunis, et sans order de cette Regio , et si on avait pas suivi la limitation entre nous faite,que je devait porter mes plaintes au dit Regio ?

Aujourd’hui j’ ai appris qu’ on a ni seulement arpenté le Lecime ? du premier nommé L Wisse et un terrain d’ environ de 40 arpent anciene mesure, sous la Commune de Middelbourg, mais aussi qu’on l’a déjà expertisé , comme appartenant ma dite commune, pourqoui j’ ai  cru de ne pas perdre de tems, pour m’ addresser à vous, et je prend la liberté de vous en consequences observer, que ni le moindre different ou difficulté a eu lieu enter les delegués des maire de Middelbourg et de ma commune, en faisant ces limitations, étant moi-même en ce tems la delegué du Maire d’ Arnemuiden, en suite que cet ferme ( boerderij)  et dit terrain se trouve bien appartenir ? de ma place, que ces ne se touve point enclavé puisque les digues, entie(r) ? ces quels le terrain se trouve appartiennent à ma commune, et que je ne peut  pas permetier ?? des raisons pourquoi on comprendra une ferme et terrain, qui sont la la moitié au moins plus éloigné que de ma commune sous la premiere qui est déjà si étendue.

Je vous prie Monsieur le Baron qu’il vous daigne de donner des orders necessaires au messr. Chargés de faire le cadastre de comprendere et Rendre le ferme et terrain surmentionné à ma commune , à la quelle cela à toujours appartenu, et aussi est compris dans le Procesverbal de Limitation, qu’on a fait, et sans doute dans le tems à vous transmis.

Je ne doute pas Monsieur le Baron , ou vous me rendrez justice dans cette affaire ; cependant que j’ ai l’honneur  de signer respectueusement

Vôtre très obeissant Serviteur

Corn : Dan : Baars

 

Le 6 mars 1813

 

Le 13 mars 1813.

Idem

 

Les Patrons de grands batimens pêcheurs, sont accoutumé dans le printem(p) s d’aller à la pêche , au côtes de la Hollande à raison qu’il n y a se trouve ici point de poissons, qu’ on la fin du mois d’Avril ou au commencement du mois de mai, actuellement ils peuvent bien aller en hollande pour aller à la pêche , et retourner quand il fait  un tem(p)s tranquille, mais souvant il se trouve hors d  ‘état par le mauvais tem(p)s et grand  vent. Cependant qu’ il leur n’est pas permis d’entrer à un ou autre port en hollande ni de retourner pour l’ interieur.

En consequence je prend la liberté en leur nom de vous prier de leur donner un permis pour aller à la pêche en hollande  et en cas de mauvais tems ou grand vent de retourner pour l ínterieur ou d’entre dans un port d’ hollande

J’ai l’ honneur d’être aves un profond respect.

C.D. Baars

Le 19 mars 1813.

 

A Mons. Le Procureur Impérial

A Middelbourg.

 

Monsieur

J’ai l’ honneur de vous informer que pendant le trimestre de janvier 1813 aucun jugement de police prononcant emprisonnement a été rendu pour moi.

J’ ai l  ‘honneur d’être avec un parfait respect.

Vôtre très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars

 

Le 31 mars 1813.

 

A Monsieur le Préfet

 

En vertu de vôtre lettre du 22 juillet 1812 `a égard des forcats liberés, j’ai l’honneur de vous rapporter, que je n’ ai paijé aucun frais pour les forcats librés sortant des ba(i)gnes et dages ? sur les lieux destinés à les residence pendant le trimestre de janvier 1813

Le 2 Avril 1813                                        Corn : Dan : Baars.

 

 

 

Idem

 

J’ai l’honneur de vous faire parvenir un Etat de passeport à l’interieur, delivré par moi, pendant le trimestre de janvier 1813.

 

Le 2 Avril 1813                                              C.D. Baars.

 

Idem

 

Vôtre lettre du 1 mars dernier, contenant avec le renvoi des Comptes d’ administration et du Receveur Municipal de 1811 et le Budget pour 1813…… par vous arrêté des observations, et Elucidations  à l’ egard du dit compte et Budget si bien, que  pour ceux à rendre et à formé  me sont bien parvenu, et je me conforme au contenu du même.

J’ ai l’ honneur d’ être avec un parfait respect.

C.D. Baars

Le 6 Avril 1813.

 

Idem

 

J’ai l’honneur de vous faire parvenir un Etat du produit du colza(t) pendant   l’ année 1812 en vertu de vôtre lettre de 22 mois dernier.

C.D. Baars

Le 6 Avril.

 

Idem

J’ai l’honneur de vous informer qu’en vertu de vôtre lettre du 1 courant, ma commune a fourni un tombereau pour les travaux des fortifications de Flessingue.

C.D. Baars

Le 7 avril 1813.

 

Idem

 

Pour satisfaire à le contenue de vôtre lettre du 5 courant j’ai l’honneur de vous presenter pour les fonctions des Repartiteurs de 1814  pour ma commune  les sieurs

J.Adriaanse, I. Marteijn, A. Koets, L, Wisse et J. de Marée

J’ai l  honneur de me signer avec respect.

C.D. Baars.

Le 7 Avril 1813.

 

Aan de Heer President van Walcheren.

 

 

Mijn Heer President

 

Met een bijzonder genoegen heb ik in UwEd. Missive van den 7 dezer het verlangen gezien, om aan de minvermogende Lieden mijner gemeente, volgens een aloud gebruik consent te verleenen tot het weiden hunner koebeesten langs de publieke wegen, en voldoen zeer gaarne bij dezen aan den verzogte opgaaf.

Die Lieden mijner gemeente welke gewoon zijn ieder twee koebeesten, langs de wegen te weiden zijn :

Cornelis Dekker en Adriaan Zuurmond, waar voor ik UwEd : consent verzoek ; en de wegen zijn onder Nieuwerkerk en Kraaijenhol.

Ik heb d’ Eer met alle hoogachting mij te noemen

 

Mijn Heer de President

C.D.Baars

Den 11 April 1813.

 

Aan de Maires van Veere en Cleverskerke,

 

Daar de Persoon van Cornelis Melis inwooner mijner gemeente door wie bij de laatste requisitie een Paard is geleverd voor Uwe gemeente verleend, met die van Cleverskerke en Veere en mijn gemeente, welke is goedgekeurd, verlangd daar voor betaling te bekomen, zo neeme ik de vrijheid  om UwEd :  hier bij een opgaaf en verdeeling van de koop en onkosten, van dat Paard te doen toekomen met vriendelijk verzoek om het aandeel van Uwe Gemeente  ter somm van fl. 76 – 6 – 4  / fr 142-9 hollandsch, mij zodra mogelijk te laten geworden.

Inmiddels heb ik d’Eer met bijzondere achting te zijn.

Mijn Heer de Maire

C.D. Baars.

Den 16 April 1813.

 

Aan de Préfet.

 

En vertu de l’ arrête de Monsieur Le Préfet du 9 Courant, j’ai l  ‘honneur de vous faire parvenir la liste de habitans de ma commune de l áge de 20  à 40 ans, formée en Execution  du Decrèt Impériale de 5 Avril 1813 pour l’organisation  de la garde Nationale

Je vous formel ? aussi Monsieur que Personne ne s’ a presenter pour être inscrit sur le Registre  pour entrer dans le Regiment des garde d’honneur.

J’ ai l’honneur  de signer avec respect

Vôtre très humble Serviteur.

Corn : Dan : Baars.

Le 18 Avril 1813.

 

A mons. Le Sous Préfet delegué

Du 1e Arrondissement.

J’ai l’ honneur de vous envoijer la liste des habitans de ma commune à  l’áge de 41  à 60 ans en vertu de l’ Arrête  de Mr. Le Prefet en date  du 9 de ce mois.

J’ ai l’honneur de signer respectueusement.

C.D.Baars

Le 20 Avril 1813

 

A Mr Le Préfet

 

Par ma lettre du 7 courant, je vous ai presenté pour remplir les fonctions des Repartiteurs pour 1814—les cinq candidats suivants, savoir les sieurs :

Joos Adriaanse, Jacob Marteijn, Adriaan Koets, Leendert Wisse et Jannis de Marée.-

Quelle lettre ne vous doit pas être parvenu, néanmoins que je l’ai envoijer à vôtre addresse.-

C.D. Baars.

Le 28 Avril 1813

 

Idem

 

En vertu de vôtre arrête du 10 Courant, à égard des Effets aijant en cours en Hollande, j’ai l  ‘honneur de vous faire parvenir  les joint cinq certificats d  ‘inscription dans le grand livre d’Hollande sur les noms de Dirk Jan Homberg ? et Willem Borski  appartenant à cette commune, avec un Bordereau en double Expedition.

J’ai l’honneur d’être avec  un profond respect

C.D.Baars.

Le 28 Avril 1813.

 

1 certif no 333 dato 1 juillet 1811 grand f.600 à 3pc avec 6 coupons

Dito 21 mars 1813 à 21 mars 1816

3 dito   no 391, 392,393 1 febr.1812… à f.600 à 3 ½ pc avec 7 coupons

Du 12 mai 1813 à 22 sept. 1816

1 dito no 1082 grand  f.400 avec 7 coupons  idem

 

A Mons. Le Sijnder à Flessingue

 

J’ai bien recu aujourd’hui vôtre lettre du 29 dernier par la quelle vous me faite part d’ une depêche de H. le Ministre  de la Marine  et des Colonies , qui supprime  le Syndicat de Middelbourg dont ma commune fait parti et present qu’ il doit être administré  pour celui de Flessingue ,de quel changement  j’ai donne avis à les marins de ma commune, et je vous prie  en leurs noms de leur facilité autant qu’il vous sera possible.-

J’ai l’honneur de vous saluer avec un parfait respect

Le Maire d’Arnemuiden

Corn : Dan : Baars.

 

A Mr le Capitaine du port

 

Monsieur le Capitaine !

J’ai hier au soir bien recu vôtre lettre de ce jour, par la quelle  vous me faite part, qu’un bateau serait sorti des caneaux de Middelbourg ou Arnemuide, qui aurait enlevé 18 conscrits refractaires.

Je ne peut pas croire  Monsieur , qu’il y a une dans ma commune , qui serait  si mêchant de hasarder un tel affaire aussi y à  l’il pas autres personnes que Karel Lievense qui fait des voijages avec des particuliers  et en ce cas vient il encore toujours chez moi pour viser les passeports, néanmoins je defendér bien sevèrement à tous mes administrés de prendre des conscrits à leur bord sous peine présent pas cette occasion je vous informe que j’ai samedi dernier recu une lettre  de mr : le Sijndre de Marines de Flessingue qui me donne connaisance  que le Syndicus de Middelbourg dont ma Commune fait partie est supprimer, et qu’ il doit être administrés par celui de Flessingue , avec invitation d’ en donner avis à les marins de ma commune et qu’on doit correspondre avec lui pour tout ce qui est relatif au service du Syndicat, à quel invitations j’ai satisfait, mais mes pêcheurs sont en peine comment faire avec leur Role , car s’ils doivent chaque samedi  avec leur Role à Flessingue, cet encore plus dif(f)icile pour eux et ils souhaitent qu’il était ici un ou autre personne pour viser leur Role, comme cela se fait en Hollande dans chaque port du mer.

Je vous prie de m’ accorder quelque elucidation, à cette égard afin que je leur peut informer, quand il seront  arriver.-

J’ai l’honneur de vous saluer avec une consideration distingué.

 

Vôtre très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars.

Le 4 mai 1813.

 

Aan de Heer Corbeleijn Capiteijn

Eener Compagnie van de Nat. Garde.

 

Mijn  Heer !

 

Daar eenige personen van mij(n) Plaats, als geroepen tot Leden van de Nationale Garde, bij het te kennen geven dat zij hunne reclamatien aan Ued : mogten opgeven, mij verzogt hebben, om hun daar in behulpzaam te zijn, zo heb ik kortheidshalve dezelve op een Lijst gebragt, en hunne bezwaren zo opgeteekend als zij mij die hebben  opgegeven, welke lijst ik de vrijheid gebruik hier bij aan Ued : te doen toekomen.

Ik heb d’ Eer met alle hoogachting te zijn.

Mijn Heer !

UEDW.Dienaar

Corn : Dan : Baars.

Den 6 Meij 1813.

 

A Mr : le Capitaine du Port

De Middelbourg.

 

Monsieur le Capitaine !

 

En vous remerciant pour les Elucidation que vôtre bonté m’a suppidité ?? par vôtre lettre du 5 courant, je vous doit observer que je n’ ai en aucune manière entravés ( belemmerd) vôtre service de la police du port, mais seulement sur l’invitation de Mr. Le Sijndre de Marine de Flessingue, les pêcheurs donner avis du contenue de son lettre, et qu’ils devoient corresponder avec lui ce qui est relatif au Service du Syndicat de Flessingue, cependant que je n’etait pas connu avec cette service,, ou ce que mes pêcheurs devoient faire, pour ne pas être dèsobeissant j’ai pris la liberté de vous informer de la reception du dit lettre et inviter de m  ‘accorder quelques élucidations, comment faire avec leur Roles et la reponse que vous m avez donné , j’en ai déjà fait part au pêcheurs.

Je suis très étonné  que vous me dite que les 18 Conscrits réfractares sont embarqués dans cet Port, mais je ne peut pas croire que les pêcheurs ont fait cela, cet possible que les patrons des batiments qui viennent ici avec des vaches et veaux ont été si méchant, nénmoins qu’il est presque impossible si les douanes les visitent avant q ‘ils partent  aissi j’  ai à plaindre relatif le paiement de droit des balisage  de ces gens et ils osent ( wagen )  bien de tem(p)s en tem(p)s partir sans paijer.-

Pendant que je m’occupe  d  ‘écrire cette lettre le patron Siereveld me vient inviter, quand je viens en ville de passer chez vous, je que je fairaz ? avec plaisir, mais je  n’ en suis pas accoutumer de venir en ville que ce jeudi ; cependant si cela presse, faite me le savoir, et je viendrai de suite.

J’ai l’honneur de vous saluer cordialement.

Corn : Dan : Baars

 

Les 7 mai 1813.

 

A Mr. Le Capitaine de fregate Major

Du 64 Equipage de hautbord ?? Embarqué sur le vaisseau de  SM le Doggersbank.

 

Monsieur le Capitain !

 

J’ai l’honneur de vous faier parvenir le certificat ci joint  delivré par l’officier de santé de ma commune, parce quel il conste que le nommé Marinus Jacobse marin du dit équipage de hautbord ? se trouve  encore dans le même état d ímpossibilité de se rejoindere au bord  à cause de maladie, et il me paroit que cet malheureux qui est dans un état de misere , ne sera jamais plus capable de faire service.

J’ ai l’honneur de me signer avec une considration distingué.

Corn : Dan : Baars

Le 6 avril 1813.

 

A Monsieur le Sous- Préfet

 

En vertu de circulaire de Monsieur le Préfet du 17 mars dernier, relatif les chemins vicinaux, j’ ai fait une visite sur les chemins de ma commune , que j’ ai trouvé assez reparer, et dans un bon état, mais j  ái observer que les chemin de sable de cette commune au moulins à sciers ( zaagmolens )  declarer Departementale, exige des reparations  urgentes. Cet chemin on il y a beaucoup de passages et auparavant entretenu par la commune, et pour le porté(e) (draagkracht) cet été dans un bon état, il sera necessaire de faire chercher de sable, pour remplir les differents puits. Cependant qu’il  à par tous besoin quelques reparations annuelle dont les frais monterons à soixante francs.

Dans la même visite j’ai aussi observé que le molendijkje a des reparations très urgente. Cet pétit digue au longue du canal est de grande importance pour ma commune.

Car le pré (weitje) qu’ en trouve en bas de digue donne une bonne revenue à la commune, si bien que le rempart pourquoi il est de necessité de l’ entretien je m’ ai fait informer du coûte des reparations, et ils monteront à trente six à trente huit francs.-

Je vous prie en consequence Monsieur de m  ‘accorder les deux sommes, et autoisation pou  l  ‘imputer sur la somme porté au Budget pour dépenses Imprevues.

J’ai l’honneur d’ être avec un parfait respect.

Vôtre très humble Serviteur.

Corn : Dan : Baars.

Le 20 mai 1813.

 

A Monsieur le Sous-Préfet

 

J’ai l honneur de vous informer, que j’  ai bien recu le circulaire de Monsieur le Préfet du 29 avril dernier relatif la police generale, et je suis  en état de vous rapporter, que la bonne harmonie et la tranquilité existe dans ma commune, que je ne doute ou continuera bien  pouvu que mes administrés peuvent chercher leur subsistances en rien à la pêche – aussi personne ne sera ici si méchant de prendre des conscrits refractaires à leur bord, non obstant que je me tient persuader de cela j ái de nouveau defendu  bien severement tout sont munis des cartes de Surête , et des étrangers , ceux ne se trouve point ici.-

J’ ai  l’honneur  d’ être avec un parfait respect.

Vôtre très humble Serviteur,

Corn : Dan : Baars

Le 20 mai 1813.

 

A Monsieur le Sous Préfet

 

Après  l’envoi de ma lettre d’aujourdhui  à  égard des marins de ma commune, je  recois la vôtre du 15 courant par le quelle vous m’a demandé à charge de qui ces chemins ont été

Entretenu jusquoi. J’ai l’honneur  de vous repondre que les chemins sont entretenu jusquo íci par les proprietaires  de terrain à tous deux las cotés des chemins chacun la moitié.

C.D. Baars

 

Le 20 mai 1813.

 

Monsieur le Sous Préfet.

 

J’ai l’honneur en vertu de vôtre lettre du 18 courant de vous faire parvenir un Etat des Raffineries de Sal de cette commune, les seuls fabriques qui de trouvent ici.

J ái l’honneur d’être avec un parfait respect.

Corn : Dan : Baars

 

Le 24 mai 1813.

 

A Monsieur le Sous Préfet

 

Vôtre lettre du 3 Courant m’est parvenu aujourdhui après midi, raison pourquoi je n’ai pas été à même de vous remettre une liste requis plutot.

J’ ai remarqué qu’on a passé les pêcheurs, ce qui me donne de peine  de faire une désignation à cause que j’ai très peu de Bourgeois et qui se trouve encore, le sont des mariés avec des Enfants.

Dans la liste ci-joint, il se trouve  un celibataire qui a déjà un frère designé, deux mariés sans Enfans un veuf avec un Enfant, et un marié avec un Enfant comme j’ai observer dans la Liste.

J’ai l’honneur d’être avec un parfait respect.

Vôtre très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars.

Le 5 juin 1813.

 

A Monsieur le Sous Préfet

 

Pour satisfaire à le contenue de vôtre Lettre du 5 Courant à  égard des chemins de sable de Middelburg à Sloe, j  ‘ai l’honneur de vous rapporter premièrement à égard du chemin  de Middelbourg à Arnemuiden.-

Que cet chemin avant 1792 était un chemin de terre, qui est entretenu, comme les autres par les propriétaires ou Loueurs du terrain, au long du chemin ; quand cet chemin était très mauvais.-

Que dans l án 1792 à l’occasion que le canal d’Arnemuiden est creuser (verdiepen) ; le chemin commencant aux moulins à scier,jusqu'à le ferme de L Wisse au Coin, est sablé par la direction de Walcheren et de Middelbourg, et le chemin  en bas de digue du dit L.Wisse au long des salines, jusqu'à Arnemuiden est sablé au Coûte  de ma communes que dans la suite le dit chemin commencant au moulins à scier jusquoi’a Arnemuiden est entretenu à cette manière . Ma commune donnait par an f. 25 d’hollands

Mr.W.A. van Citters              f. 12       «

La Veuve Bomme                  f.   6       «

Tous de bonne Volonté, cependant que les paijsans transportaient le sable sans frais, et le sable on avait en abundance du Canal, et quand il y avait quelques reparations extraordinaires, ma commune le payait, et  à un tel manière  a  l’on  entretenue quelques années le dit chemin.

Je crois que c’ est été dans l án 1808 quand on n’a voit plus de sable, et qu’on le ….. faire chercher par des bateaux, qu ón s á de dresser  à Mr le landdrost pour  l  éntretien du chemin à cause que s’’etait la route du poste à la charge du Gouvernement, parce que on était plus en état de  se entretenir  comme cidevant , ou bien  pour mettre une barrière , sur quelle  addresser Mr. Le Landdrost répondre ,qu’on tâcherait de faire quelques arrangement en 1811 quand les ….. des autres chemins  devaient été renouvellés , priant jusqu’à  cet époque de se charger avec l’ entretien, ce qui est fait autant possible, mais le chemin aijant beaucoup souffert par le transport des anglois en 1809 et en 1810 par les tranport de bagages des francais, ceendant que que Mr. Vvan Citters est décédé et madame Bomme a vendue sa maison  de campagne ( buitenhuis) quelle avait ici, l’entretien est tout à fait  venu à la charge de ma commune, néanmoins que les paijsans ont sans frais tranporté le sable pourqoui que j’ ai fait la demande  fr.60 pour faire chercher le sable et pour les ouvriers.

Secondement à égard du chemin  d’Arnemuiden à Sloe  en suivant les digues.-

Cet chemin n’appartient pas à ma commune, mais à celui de Sintjoosland, et  je suis en état de vous informer qu’avant l’ an 1809 cet chemin était ….  De terre ? entretenu des propriétaires ou …. Du terrain de tous deux coté, chacun la moitié  la longuer de don terrein, que dans le dit anneé 1809 le chemin est sablé au bout du gouvernement , cependant qu’on a introducé un petit contribution d’un …. De chaque personne qui passait le ponteau d’Arnemuiden ou celui de Sloe, quel recette les berteliers ?? m’ont transmis comme Receveur chaque trimestre , jusqu’ à la fin de 1810 . Cependant que la somme recu en vertu d’un autorisation de Mr le Préfet du 9 avril 1811 et transmis par moi à le cidevant maire, et  aijant mon prédecesseur avec les deniers ( duiten) fait les réparations à les chemins mentionnées  dont il a rendu compte à Mr. Le Préfet envoijé par son Missive le 4 mars 1812.-

Et voilà Monsieur le Sous Préfet ce qui m’est connu de les deux chemins,et dont il conste que les chemins n ont pas été à la charge de la direction de Walcheren ni des Poldres.

J’ai l’honneur d’ être avec un parfait respect

Vôter très humble Serviteur

Corn : Dan : Baars.

Le 8 juin 1813.

 

A  monsieur le Sous Prefet

 

J’ ai l  ‘honneur de vous faire parvenir  les Comptes de 1812 rendu par le Reveur  de la Commune et par moi  ainsi que les piéces justificatives à l  áppui, et le Budget pour l’exercises de 1814.

C.D.Baars

Le 15 mai 1813.

 

A le Sous Préfet.

 

J’ai l  ‘honneur de vous rapporter que dans le trimestre  d’avril de l l ánnée courante aucun individu m á été signifié pour être inscrit sur le Journal des conscrits rétardataires et réfractaires.-

C.D.Baars

 

Le 15 juin 1813

 

Idem

 

Ici l État de la population de ma commune.

 

C.D.Baars

 

Le 14 juin 1813.

Ga naar boven