Historische Vereniging Arnemuiden

Brievenboek 1815-1817

Inventaris van de Archieven van de Gemeente Arnemuiden

Aan de Heeren Gedeputeerde Staten van Zeeland

Edel Groot Achtbare Heren!

Daar met ultimo December aanstaande de Pagt van het Pontveer van deze Stede op het Nieuwland expireerd, zo verlangd het Plaatselijk Bestuur dat Veer weder voor een Jaar te verpagten, waar toe ik Uw Edel Groot Achtbare authorisatie verzoek en aan deszelfs approbatie submitteere de Pagtconditien  welke hier bijgaan met een Copie op ongezegeld Papier.

Ik heb d’Eer met allen verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uw Ed: Groot Achtbare DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 31e Oct: 1815.

 

Aan den Eerw Heer P.Hondius

Predikant te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaarde Heer!

 

Bij eene Missive in dato 8 dezer maand geeft den Heer Gouverneur dezer Provincie mij kennis dat Zijne Majesteit bij Besluit van den 25 den afgeloopenen maand,heeft goedgevonden en bepalen dat de maandelijksche Bedestonden van nu voortaan zullen ophouden, zich niettemin voorbehoudende om na het sluiten en publiek maken van het algemeen Vredes Tractaat,ten bewijze van dankbaarheid voor de groote weldaad eene algemeene godsdienstoefening te bevelen..

Uw Eerw hiervan bij dezen informerende, heb ik d’Eer mij met alle hoogachting te noemen,

Uw Eerw Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 10 November 1815.

 

N.B. Hier volgen opmerkingen van de Griffier der Staten namens de Gedeputeerde Staten op de posten en bedragen m.b.t. de onvoorziene uitgaven. Er schijnt sprake te zijn van overschrijding.

 

Middelburg den 15 November 1815

 

Op de Staat van begrooting uwer Gemeente over dezen lopende Jare de som van f. 370—voor onvoorziene uitgaven geaccordeerd zijnde, heb ik bevonden , dat op 31 Julij is toegestaan uit gemelde post te betalen, voor ½  in de vernieuwing der veerdammen               f. 97.7.8

Op 5 octob: voor reparatie aan het hoofd                                                            f.206.

Op 14 Aug.voor suppletie Tractement

Van den Schoolmeester                                                                                       f.50

Op 28 dito voor suppletie Tractement van

De vroedvrouw                                                                                                     f.50

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------                                                                               te zamen                               f.403: 7: 8

 

Waaruit blijkt dat er bereids de som van f. 33 : 7: 8 op de post van onvoorziene uitgaven meerder is gedisponeerd dan er is toegestaan.

Indien deze aantekeningen juist zijn,moet ik mij deswegens ten uitersten verwonderen, daar het tegen alle orde van administratie is, dat Gemeente Bestuuren meerder betalingen op de onvoorziene uitgaven zouden willen affecteren, als uit het aan hun op de begrooting toegestaane fonds mogelijk is.

Ik verzoek dus ten spoedigsten daaromtrent van UEd: te worden geïnformeerd en speciaalte worden ingeligt omtrend het fonds,waaruit UEd bij deszelfs voordragt gemeend heb,het meerder te zullen kunnen vinden.

 

De Griffier der Staten

W ?  Hurgronje

 

 

Aan d’Heer Griffier der Staten

 

Wel Edel Gestrenge Heer!

 

In antwoord op UwEdGestrenge. Missive van den den 15 dezer maand  heb ik d’ Eer UEdGestrenge te informeren dat de som van de Vernieuwing der Veerdammen door mij gevraagd en den 31 Julij toegestaan juist is f.97-7-8 zo mede die voor de reparatien aan het

hoofd den 5: Oct. Geaccordeerd                                                    f. 206

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

f. 303:7:8

Dat de suppletie van de tractementen voor

De schoolmeester en vroedvrouw door

HEA zonder mijn aanvraag zijn toegestaan

Ieder à f.50                                                                                      f. 100

f. 403: 7: 8

 

Van welke laatste posten voor als nog niet meerder dan dan de helft is betaald en de wederhelft eerst met ult. December behoord betaald te worden.

Dat mij mitsdien wel bekend was, dat dit alles te zamen de geaccordeerde som van f.370 voor onvoorziene uitgaven overtrof , waarbij nog komt, dat ik met ult. December aanstaande aan d ‘Erven van Mevrouw van de Perre voor den Dam aan de Nieuwlandsche wal volgens contract in dato 18 maart 1815 den 10 April daar aan door UEGH  geapprobeerd f. 80: moet betalen  terwijl de voor de Bureau onkosten waarschijnlijk  nog f.10 à f.20 te kort zal komen , dan ik heb gemeend over die aanvragen door mij te doen, het einde van dit loopende Jaar te moeten afwagten, om dat ik dan vooral met betrekking tot de laatstgenoemde post het zekere zoude kunnen weten.

Wat nu betreft het fonds waar uit ik  van gedagten was,die aanvragen te doen, moet ik Uw EdGestrenge informeren,dat de Revenu der Ponte op den Staat van begrooting op f. 600 gesteld,voor dit jaar voor F. 1104 is verpagt, en waar van reeds 10 maanden zijn betaald terwijl  er voor de overige twee maanden geen zwarigheden bestaan of dit zal mede inkomen,waardoor er genoegzame voorraad zijn zal, om het tekort op de onvoorziene uitgaven te vinden, en waaruit ik het voornemen had die aanvragen op de gemelde tijd voor te dragen.

Ik hoop UwEdGestrenge met deze informatie genoegen nemen zal, en heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te teekenen.

 

UEdGestrenge DW Dienaar

De Provisionele Burgemeester

C. Crucq

Den 17 Novb. 1815

 

Hieronder enkele opgaven van de voorraden van landlieden:

Adriaan van Maldegem

Heeft nog tarwe te dorssen

Ontrend 40 sakken

Ontrend 35 sakken paardeboonen

Twee sakken witteboonen

 

Arnemuijden den 20 desember 1816

Tarwe te dossen 40 zakken

Paardeboonen te dossen

20 zakken

Jacob Schoonenboom

 

Tarwe op de zolder                     zak 10

En nog te dossen                                126

Boven op de zolder                              20

En nog te dossen                                  40

(h)Erten ? wit en blouw                         6

Goste?     Gerst ?                                   4

Saterdag   den 21 December

Cornelis Vinke ?

 

Opgaave van A.L. Wisse

80 zakken Tarwe

80 zakken Paardeboonen

Noodig voor Zaaijgraan

10 zakken

50 Alfmanden Aardappelen

Nodig voor zetgraan

20 Alfmanden

 

Gedosse 10 zakken tarwe

Ongedosse 25 zakken paardeboonen

A.Koets

 

Opgaaf van granens

Van L. Wisse

Vijftig sak tarwe in strooij

Dertig zak paardeboonen

 

40 zak tarwe

30 zak zwarte Boonen

Voor Joos Adriaanse

 

Weduwe Marteijn

30 zak tarwe

20 zak zwarte Boonen

 

Tezamen

 

Tarwe: 486 zakken; Zwarte Boonen: 290 zakken; witte boonen 2 zakken; erwten 6 zakken

Gerst ? 4 zakken

 

 

Aan d’ Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Bij mijne Missive van den 12 Meij dezer jaars, heb ik aan Uwe Excell: van de gemaakte kosten voor de inlevering der pretensien van de Landlieden en Arbeiders dezer Gemeente ten laste der fransche kroon  een Nota à f.38.2 behoeve het administratie kantoor van Daelin/Daene ? à ‘s- Hage laten toekomen,en verzogt behoeve die Lieden dezelve uit de Gemeente kas te mogen voldoen.

Een geruime tijd daar na, heb ik een assignatie van dat kantoor à f. 28.2 ontvangen, welke ik met dhr. Somer ? als hunne gequalificeerd heb verrekend in hoop op Uwe Excell.autorisatie totdie betaling en om dat ik daar toe gedrongen werd.terwijl het different van f.10 mij als een abuis voorkwam, en het daarbij heb gelaten, daar ik opnieuw bij den Heer Moens schuld had moeten maken, door dien die Reclamatien waren teruggekomen en weder op eene andere wijze mogten geformeerd worden.

Dan nu is mij eene Missive van genoemd administratie Kantoor toegekomen met een vernieuwde Nota à f.28:2 waarbij hun Ed: mij te kennen geven dat zij ontwaar zijn geworden dat hunne Nota’s  ????? aan de differente bestuuren gezonden verhoogd zijn,waarom hun Ed: mij zodanige nieuwe nota doen toekomen met verzoek om in cas ik de vorige niet voldaan mogt hebben, hunne assignatie aan de orden van den Heer van Deinse in te wagten.

Ik heb als gemeend met bijvoeging van de Nota Uw Excell: hier van te moeten kennis geven.

Waar mede ik d’ Eer heb met Verschuldigde Eerbied te zijn.

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq.

Den 17 Novb. 1815.

 

Aan d’Heeren S. van Daenne ?? & Comp.

Solliciteurs à ’s-Hage

 

Mijne Heeren!

 

In antwoord op Uw Ed: Missive van den 27  der vorige maand diend, dat de Eerste Nota Courant, die ik van wegen UwEd: heb ontvangen bedroeg f. 38.2 dat ik een geruime tijd daar na een assignatie van Ued:  aan de order van dhr: Somer f.28:2 heb ontvangen en dat ik dezelve heb afbetaald,waar van de quitantie onder mij berust.

Ik heb d’Eer mij met alle achting te noemen.

Uw Ed DW Dienaar

C. Crucq.

Den 17 Novb. 1815.

 

Aan den Eerw Heer P.Hondius

Predikant te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaarde Heer!

 

Et heeft Zijne Majesteit den Koning behaagd,bij Hoogstdeszelfs Besluit  van den 5 dezer maand No 44 te bepalen dat op Woensdag den 20e December aanstaande ’s middags ten 12 uuren een plegtig Dankuur zal gehouden worden, wegens den gesloten Vrede.

Uw Eerw met toezending van den uitschrijvingsbrief mij van Z.E. de Heer Gouverneur dezer Provincie op heden toegekomen, daar van kennis gevende, houde ik mij verzekerd dat Uw Eerw als Voorganger dezer Gemeente daar aan met blijder harte zult voldoen, en wel de goedheid zult hebben, de Gemeente daar van berigt te doen, en dezelven ter Vorengemelde einde met gepasten Ernst uitnodigen.

In vertrouwen daar op heb ik d’Eer met betuiging van hoogachting te zijn

Uw Eerw DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn;

C.Crucq.

Den 14 December 1815.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog  Edel Gestrenge Heer,

 

Ter voldoening aan de order van Uwe Excell; mij op heden gegeven, heb ik d’ Eer aan Uw Excell;te doen toekomen een Extract uit de Notulen der voormalige Regeering dezer Stede in dato 7 Junij 1796, waaruit Uwe Excell; zal consteren dat van Sommen van Weezenpenningen beneden de f. 100 door de Weeskamer aan de stede overgebragt geen Intrest werd betaald die sommen konden ook bij meerderjarigheid als andersints dadelijk worden opgevraagd, dog die van f. 100 en daar boven mogten 3 maanden bevorens gewaarschouwd zijn, om voor de prompte voldoening te zorgen, dat ook steeds heeft plaats gevonden.

Ik heb d’Eer met allen Eerbied te zijn.

Uwe Excell: DW Dienaar

C. Crucq

Den 14 December 1815.

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Den 2e dezer maand de Verpagting van het Ponte Veer dezer stede mislukt zijnde, heeft het Gemeente bestuur gemeend dit andermaal, op heden te moeten beproeven en daar in geslaagd zijnde, aangezien zij het veer op heden aan den tegenwoordige pagter publiek heeft verpagt voor eene Somma van 74 pond vls, waarmede zij van gedagten is genoegen te moeten nemen, hoe zeer aanmerkelijk minder dan de tegenwoordige pagt bedraagd waarvan de redenen te vinden zijn.- Eerst in het opbreken van de voetpad en daar door slegte passage na Middelburg.- Vervolgens in de slegte situatie van de rijweg, en Eijndelijk in de mogelijke zo niet waarschijnlijke Verlegging der rij en postweg van Middelburg na het Sloe, hetgeen ten grooten nadeele dezer Stede moet verstrekken, waarbij nog kan gevoegd worden, het gebruik dat door veele word gemaakt van den dam aan en bij de Zaagmolens.

Intusschen heeft men alle pogingen aangewend om dat veer te verpagten, om is het niet doenelijk de Gemeente geheel van eene plaatselijke belasting te bevrijden, dezelve dan evenwel zo min mogelijk te doen zijn.-

Het bestuur verlangd Uwe Exc: approbatie hier op te mogen bekomen, die ik Uwe Exc: Eerbiedig verzoeke ten welk einde ik de VerpagtConditien hier bij voeg.-

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te onderteekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq.

Den 16 December 1815

 

De Prov: Burgemeester en Schouten van Arnemuiden, Nieuw en Sintjoosland

En Cleverskerke

Aan

Zijne Excellentie de Heer Gouverneur

Van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Daar wij kennis bekomen hebben, den Persoon van Abraham den Decker, veldwagter van onze Gemeenten tot Gerechtsdienaar te Biervliet is benoemd, en met primo Januarij aanstaande derwaarts staat te verrekken zo hebben wij gemeend, om tegen dien tijd in die Post te voorzien, ten welk einde wij bij den anderen zijn gekomen en eenparig daartoe benoemd den Persoon van Klaas Flink, die ons daar toe zeer geschikt voorkomt, waarvan wij proces-Verbaal hebben opgemaakt,  dat wij d’ Eer hebben ter approbatie aan Uwe Excellentie te laten toekomen, en ons met verschuldigde Eerbied te noemen.-

Uwe Exc: DW Dienaar

De Burgemeester en Schouten voorn:

C. Crucq

P. Bommeljé

C. Polderdijk

J. Baaijens

Den 18 December 1815

 

Aan d’ Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Van de militairen in Rusland krijgsgevangen, die van deze Gemeente nog afwezend zijn, gedurende de laatste drie maanden van dit Jaar geen berigt zijnde ingekomen, geve ik Uwe Excellentie daar van kennis en heb d’ Eer mij met alle verschuldigden Eerbied te teekenen.

 

Uwe Excellentie DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 31e December 1815.

 

Aan d’Heer Officier bij de Regtbank te Middelburg.

 

Wel Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer Uwe EdGestrenge te berigten dat door mij gedurende den loop der laatste drie maanden van dit Jaar geen sententie is geslagen, waarbij gevangenis is bepaald.

Waarmede ik d’Eer heb mij met respect te teekenen

uweEdGestrenge DW Dienaar

De Prov; Burgemeester voorn:

C. Crucq.

Den 31 December 1815

 

Aan de Heer Gouverneur

Van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Na het VerEischt onderzoek te hebben gedaan. Nopens de klagten die bij Uwe Excellentie zijn ingeleverd betrekkelijk de Stremming die de Postiljon met de Brievenmäle aan het Veer dezer Stede bij de laatste IJsgang zoude hebben ondergaan, vinde ik mij in de gelegenheid Uwe Exc: daar van het navolgende te rapporteren.

Dat de Eerste keer in de voorgaande maand, wanneer er geen gelegenheid was, door den IJsgang de Postiljon met kar en Paard over te zetten, door den Veerman een Persoon zijnde genaamd Jan Simons is medegegeven om de Postknegt in het dragen van de Brievenmäle na en van het Sloe behulpzaam te zijn, waarvoor door den Veerman aan die persoon 4 zesth: (een zesdehalf is een oude zilveren munt) Is betaald geworden . Dat de tweede reis de postiljon van het Sloe komende  mede met het paard en de kar niet konde worden overgezet, door den Veerman aan de Postknegt is aangeboden om een man over te brengen om zijn kar en Paard bij een of ander Landman  tot dat de gelegenheid ter overzetting zoude opdoen  te bezorgen, de Postknegt met de Brieven mäle over te brengen, en met de Kar en paard  van hem Veerman na Middelburg te transporteren, dog dat kort daar na een scheiding in het IJs is gekomen hij de Post met de Kar en Paard heeft overgebragt.

Voorts heeft den Veerman mij berigt dat op Woensdag avond den 27e der vorige maand de Post van Middelburg is gekomen aan zijn Veer circa ’s nagts ten half 12 uuren, en als toen zeer stormagtig weer zijnde, niet verkoos om overgezet te worden, voor ruim half twee uuren in den morgen,  en zo hij vernoemen heeft dezelve op zijn reisblad ?? door de knegt van den veerman aan het Sloe heeft doen zetten; dat hij aan dit veer circa  2 ? uuren is opgehouden geworden, terwijl den Veerman mij heeft verklaard dat er nog nimmer zo danig tijd van weer is geweest, nog genoegzaam zijn kan, dat hij zo al  niet de kar met het Paard zoude kunnen overbrengen, egter altijd de Postknegt met de brievenmäle heeft overgebragt en adsistentie verleend, en dit altijd kan en zal doen.

Dit zo ik vertrouw na waarheid getrouw Verhaal in aanmerking nemende, meene ik te moeten veronderstellen, en mogelijk niet zonder grond, dat men gaarne zag , den Dam aan de Zaagmolens rijbaar werde gemaakt, om dit Veer, zo van voornaam Revenu aan deeze stede opleverende, waar het doenelijk te vernietigen, terwijl ik meen zo veel mogelijk werkzaam te moeten zijn, tot behouding van het zelve , en daar door mijne verarmde Ingezetenen van lasten te bevrijden, waarom ik ook gemeend heb, dit een en ander an Uwe Excell: te moeten berigten, en aan deszelfs overdenking mede te deelen.

De belangens dezer Plaats Eerbiedig aan de goedgunstigheid van Uwe Excell; aanbevelende heb ik d’ Eer mij met Verschuldigde Respect te noemen.

Uwe Excell; DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 5 Jan: 1816

 

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Op de Staat van begrooting dezer gemeente voor het afgeloopen Jaar 1815, is voor onvoorziene uitgaven  geaccordeerd f. 370.

Daar op is door Uwe Excell: toegestaan te betalen  in de Vernieuwing der Veerdammen

Op den 31e Julij 1815                                                                                f. 97-7-8

Op den 14 aug. doorHEG A voor suppletie tractement Schoolmeester       50-

Op den 28 dito voor Suppletie tractement vroedvrouw                                30-

Op den 5e October voor Reparatie aan het Hoofd                                      206-

Daar te boven verzoeke ik Uwe Exc: autorisatie om aan d’ Erven

van Mevrouw van de Perre voor den Dam aan het Nieuwland

volgens contract in dato 18 maart 1815 den 10e April daar aan door

de HEGrootAchtb. De Heeren Ged.Staten geapprobeerd te mogen

betalen                                                                                                          80-

Op de Bureau Onkosten kom ik te kort blijkens eene hierbij

Gevoegde Specifique Staat voor 1815 die ik mede verzoeke

Te mogen betalen eene Somma van                                                            19-19-4

503-6-12

het geaccordeerde hier vorengemeld bedraagd                                          370-

dus een deficit of te kort van                                                                     133-6-12

 

Nu is op de Staat van begrooting voor 1815 in Ontvang, voor de Pagt van de Ponte  presumptief gesteld f. 600, terwijl die pagt voor dat Jaar bedraagd en reeds op heden in Stadskas is gestort de somma van f. 110-4 ?

(dus f.504 meerder als als daar voor is gesteld )

Ik neem dus de vrijheid Uwe Exc: Eerbiedig te verzoeken uit dat batelijke der Ponte de vorenstaande som van f. 133-6-12 te kort op de onvoorziene uitgaven te mogen betalen.

Waarmede ik d’ Eer heb mij met Verschuldigde Eerbied te noemen

Uwe Excell:DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn.

C. Crucq

Den 8 Jan. 1816

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Den Heer Boddaert ontvanger dezer Stede berigt mij dat deszelfs ontvangloon over 1814 berekend à 4pct bedraagd fr. 162-42, terwijl op het Budget van dat Jaar niet meer dan fr. 130-38c is gealoueerd.

Ik vinde mij dus verpligt Uwe Excell: authorisatie te verzoeken om de fr. 27-04 te kort te mogen mandateren op de post van onvoorziene uitgaven over dat Jaar.

Ik heb d’Eer mij met verschuldigde Eerbied te teekenen.

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 27 Jan. 1816

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Deze Stede voor de Oorlogsbelasting van 1815 op f.16-2-5 aangeslagen zijnde, zoude ik gaarne van den vrijheid gebruik maken bij art. 17 van de Wet van den 11e Nov. 1815  vergund om dien aanslag bij afkoop met een vijfde te voldoen.

Ik verzoek mitsdien daar toe Uwe Exc: authorisatie en tevens om dat Een vijfde à f. 3:4  op het batelijk saldo van 1815 te mogen  mandateren?

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied te teekenen

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq.

 

Den 31 Jan. 1816

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer hier bij aan Uwe  Exc: te doen toekomen de Rekening dezer Stede in triple gedaan door den Plaatselijken Ontvanger over den Jare 1814 met de daar bij behoorende bewijzen, welke op den 13 dezer maand door het Gemeente bestuur zonder remarques opgenomen en goedgekeurd is,- verder diend

Dat de Staat der Schulden dezer Gemeente den 19e Oct. 1813 opgemaakt, waar van een Copie den 16e September 1814 aan Uwe Exc; is ingezonden, bedraagd anterieur 1814 eene somma van 7319. frank 34 Cent, welke door het Bestuur is goedgekeurd.

Dat een Supplementaire Staat den 30e Oct. 1813 opgemaakt en aan Uwe Excell: ingezonden bedragende fr. 865:54 van de Jaren 1789  87  89  91  94 en 1795 door het Bestuur niet is erkend, daar zij onbewust was van die schuld, en onaangezien  er Leden van het bestuur zijn, welke ruim 18 Jaren in het Bestuur der Plaats zijn geweest, nimmer daar van vernomen of eenige ingediende Rekening gezien hebben, als in October 1813.

Waar mede ik d’ Eer heb met verschuldigde Eerbied te zijn

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 16e febr. 1816.

 

Aan d’ Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer

 

Ten voldoening aan Uwe Exc: aanschrijving van de 8e dezer maand No: heb ik d’ Eer Uwe Exc: te informeren, dat ik de gedane Reparatien aan het Hoofd dezer Stede door den aannemer A v. Eenennaam  te zijner tijd door de timmerlieden dezer Gemeente heb laten opnemen, waar van ik nu een Schriftelijk bewijs heb gevraagd, welke ik hier bijvoeg.

Ik heb d’ Eer mij Eerbiedig te noemen.

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

 

Den 16 Febr. 1816

 

Aan d’ Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Op mijn verzoek heeft de Heer solliciteur Mirandolle aan mij gezonden de Rekening Courant nopens het fournissement in de Conversie en verder kosten, volgens de Wet van den 14 Meij 1814 den Certificaten Hollandsche Schuld, aan den Stede behoorend, waar uit blijkt dat na aftrek  der ontvange Intressen de stede aan dien Heer nog schuldig blijft

f. 25-14-

En aand’Heer Not: van de Kreke

Voor de opgemaakte Procuratien                                                           9-13-8

f. 35-3-8

blijkens gezegde Rekeningen, die ik de vrijheid gebruik hier bij te voegen, Uwe Excell: tevens verzoekend om genoemde som te mogen voldoen en te ordonnanceren op het batelijk saldo van 1815.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te teekenen

Uwe Excell: DW Dienaar

C. Crucq.

Den 22 Febr. 1816

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Eijndelijk zie ik mij genoodzaakt, de Klaagstem van een groot aantal Ingezetenen dezer Stede nopens het opbreken van de Voetpad, aan de nieuwe haven bij Uwe Excell. Te brengen

Na de gantsche winter door de werkzaamheden aan de nieuwe haven van Middelburg, is het al niet geweest het gemis van die voetpad, dan tot echter zeer veel ongemak daar door te hebben geleden, vooral door hun, die dagelijks hun beroep in Middelburg uitoeffenden en  wie het juist ’t meest aan de zo noodzakelijke verschooningen mangelde, die men die pad passerende tekens behoefden

Zo is nu die passage  geheel opgebroken: en men ziet zig gedrongen om de weg langs de Zaagmolens, dat ongeveer een half uur verder is, te gebruiken, welke passage bij regenachtig weder ook gansch niet gunstig, bijzonder voor veele van mijn arme Ingezetene, welke iederen dag met vragten daar van gebruik moeten maken, En naar mijns bedunkens, zonder groote kosten te Impenderen, daar in konde te gemoet gekomen, wanneer aan de gemaakte uitweg voor het Hof Arnestijn, en andere daar  omstreeks leggende Hooven, welke ter zijde van de Voetpad is gelegd en aan den Havendijk  uitkomt, ter zijde een Voetpad van Zand werd gelegd na genoemde Havendijk, waardoor de gewone passage voor een groot gedeelte werd behouden, en bij vevolg zoude kunnen blijven, zelfs dan nog wanneer de Nieuwe haven geheel voltooi zijn zal.

Ik neem mitsdien de vrijheid dit aan de attentie van UwExc; te brengen, aan wien ik de belangens ook ten dien opzigte van mijne Gemeente Eerbiedig aanbeveele.

Ik heb d’Eer met verschuldigden respect mij te teekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C. Crucq

Den 7 maart 1816

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel gestrenge Heer!

 

Heden heb ik een declaratie van kosten van dheer  Notaris van de Kreke ontvangen, wegens de opgemaakte Volmagt op den Heer Mirandolles ter incassering der Verschenen Intressen à ’s Hage  over 1815.

Ik verzoek die f.4 uit het batelijk saldo van 1815 daar het fonds van onvoorziene uitgaven geabsord(b)eerd ??, te mogen voldoen.

Ik heb d’Eer mij Eerbiedig te noemen

Uwe Exc: DWDienaar

C. Crucq

Den 8 maart 1816.

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ten gevolge van Uwe Exc: Missive van den 1e dezer maand 2e afd: No 490 heb ik een Staat van den Schuld dezer Stede aan dhr Mirandolle  & van den Kreke over 1814 laten opmaken, die ik den vrijheid gebruik hier bij te voegen.

Ik heb d’Eer met schuldige Eerbied mij te teekenen

Uw Exc: DW Dienaar

C. Crucq.

Den 8 Maart 1816.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer hier bij aan Uwe Exc: ter voldoening aan de mij gegeven order te doen toekomen, Een staat van de Posten beneden de f. 100 welke deze Stede aan de Weeskamer verschuldigd is, en ik meen Uwe Exc: daar bij te moeten observeren

1e dat de 4  à  5 op dien staat eerstgenoemden posten, als reeds van eenen ouden datum waarschijnlijk nimmer zullen gevraagd worden.

2e Dat de Posten beneden de f. 100 waarvan geen Intrest werden betaald, dadelijk konden opgeEischt worden. Mits de weezen meerderjarig waren, eb dat mitsdien de moeder van de kinderen van Landsdoorn zijnde de post pond 12:1:1 geen regt nog heeft om die penningen te Eischen, aangezien die kinderen op eene na niet meerderjarig zijn.

3e dat van die schuld niets is gebragt op de staat van begrooting van dit loopend Jaar, dan alleen den Jaarlijkse Intrest van f. 71:16:10 van de posten boveb de f. 100.

Terwijl onder verbetering van gedagten ben, dat d meerderjarige weezen, benevens de schulden van Timmerman metzelaar?? Van 1810? Bij den Generalen Staat der Schulden opgegeven het eerst en meeste regt van vordering hebben, om uit het batelijk saldo den Rekening van 1814 dat  ruim f 2800 heeft bedragen enige voldoening te erlangen.

Waar mede ik d’Eer heb met verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uw Exc: DW Dienaar

C. Crucq

Den 18 Maart 1816

 

Aan den Kerkenraad dezer Stede

 

Wel Eerwaarde Heer, Geachte Broederen!

 

Ten einde te kunnen voldoen aan de aanschrijving van Zijne Exc: De Heer Gouverneur van Zeeland, in dato de 27e dezer maand, bij mij heden ingekomen, heb ik van Uw Eerw eene inlichting benoodigd op de navolgende vragen:

Hoe groot is  etc ziet de tabellen

Daar ik voor den 15 April Eerstkomend onder meer andere, bovenstaande vrage moet beantwoorden verzoeke ik Uw Eerw mij in tijds daartoe in staat te stellen.

Ik heb d’ Eer mij met hoogachting te teekenen.

UwEerw DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn.

C, Crucq.

Den 30e Maart 1816.

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Wij hebben d’Eer de tabellen bij Uwe Exc: missive van den 27e Maart j.l. 2 afd. No 649 ons toegekomen hier bij aan Uwe Exc: te doen retourneren, de Eene met betrekking tot de bedeeld wordende Armen of behoeftigen, behoorlijk ingevuld, dog de anderen ten opzigte van Publieke Weldadige Gestichten, hebben wij oningevuld gelaten, daar de zodanige als daar bij zijn opgenoemd alhier niet bestaan.

Waar mede wij d’ Eer hebben met Verschuldigde Eerbied ons te noemen

Uwe Exc: DW Dienaren

Het Gem: Bestuur voornoemd

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 8 April 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Van de Militairen in Rusland krijgsgevangen en van deze Gemeente als nog afwezig tot heden geen de minste berigten zijnde ingekomen geve ik Uwe Exc: daar van kennis en heb d’ Eer mij met verschuldigden Eerbied te teekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 9e April 1816

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Het Kohier van Hoofdelijke Omslag voor den dienst van dit jaar, door het Gemeente bestuur dezer Stede opgemaakt, en daar van de nodige Publiciteit aan de Gemeente gegeven zijnde, zonder dat daar tegen eenige reclamatiën  zijn ingekomen. Zo heb ik d’ Eer het zelve in duplo, hier bij aan Uwe Excell: ter approbatie en Executoir Verklaren te doen toekomen.

Waar mede ik d’ Eer heb met Verschuldigde Eerbied mij te teekenen.

Uwe Excell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 29e April 1816.

 

Aan d’Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Daar de pagtsom van het Ponte veer dezer Stede aanmerkelijk minder dan het vorig Jaar bedraagd heb ik gemeend aan Heeren en Vrouwen van het Ambagt van het Nieuwland, voor de vergunning van den Dam op hunlieder territoir eene verminderde som te moeten aanbieden en hun Ed: daar toe bewogen hebbende, daar in plaats van f. 80 nu f.40 heb geaccordeerd..

Z heb ik d’ Eer de daar van gemaakte contracten in triple aan Uwe Excellentie te laten toekomen, met Eerbiedig verzoek het zelve door Uwe Exc: mag worden geapprobeerd.

Ik heb d’Eer met verschuldigden Eerbied te teekenen

Uwe Exell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq

Den 3 Meij 1816

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

Onderrigt zijnde dat de betaalde fr. 9:48c: op den 21 Junij 1814 gemandateerd, voor het verschuldigde Dijkgeschot dezer Stede over dat Jaar, is geschied uit de onvoorziene uitgaven van 1814 zonder van de VerEischte autorisatie  te zijn voorzien, hebbende die betaling plaatsgegrepen, voor dat de Staat van begrooting ove 1814 was ingekomen, en door de verzwaarde grondlasten, die over dat Jaar zijn gevorderd.

Ik heb d’Eer mitsdien Uwe Exell: autorisatie ten vorengemelde Einde Eerbiedig te verzoeken om die bij het mandaat te kunnen voegen.

Waar mede ik mij met verschuldigde respect teekene

Uwe Exell: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq.

 

 

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De Stedelijke Rekening over den Jare 1815  door de Heer Ontvanger Boddaert afgedaan? zijnde  is dezelve door het Bestuur nagezien en zonder remarques bij voorraad goedgekeurd , hebbende ik d’Eer die in triple met de nodige bewijzen  aan Uwe Excellentie  te laten toekomen.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te teekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar,

Den 28 Junij 1816.

 

De drie maandsche Rapporten, nopens de in Rusland Krijgsgevangenen en betrekkelijk de politie Vonnissen, zijn gedaan, bij Missiven aan den Heer Gouverneur, en dhr Officier bij de Regtbank te Middelburg, als de voorgaande.

 

Aan den Heer Militie Commissaris  te Middelburg.

 

Ik heb d’ Eer hier nevens aan Uw Ed Gestrenge te doen toekomen , een uittreksel van het Register der Nationale Militie dezer Gemeente, voor zover die met verlof  teruggekeerde manschappen betreft,welke aan mij hun Verlofpas hebben vertoond.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 5 Julij 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

In voldoening aan Uwe Excellenties Missive van den 3e dezer maand 2e afdeling no1432 voeg ik hier bij een Staat van de Recepissen van den Oorlogsbelasting van 1815, welke niet zijn afgehaald geworden.

Ik heb d’Eer mij met verschuldigde Eerbied te noemen

Uwe Excellentie DW Dienaar

C.Crucq.

 

Den 6 Julij 1816.

 

Aan d’ Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ter voldoening aan Uwe Exc. Aanschrijving van den 3e dezer maand  2e afd. No 1405, heb ik d’ Eer  Uwe Excie te berigten , dat over den Jare 1815 bij mij zijn ontvangen 139  gezegelde Patentbladen, die aan den Heer Ontvanger Boddaert zijn ter hand gesteld , waar van door  Zijn Excie 110 stuks zijn verdebiteerd, en mitsdien 29 zijn overgebleven, welke aan den Heer Ontvanger Particulier  zullen worden ter hand gesteld.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uwe Excie DW dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C.Crucq

 

Aan d’Heeren Ged. Staten van Zeeland.

 

Edel Groot Achtbare Heeren!

 

In voldoening aan Uw Ed: Gr: Achtb: circulaire van den 1e dezer maand No 1, hebben wij de daar bijgevoegde Tabellen ingevuld , waaruit UEdGrootAchtb: zal blijken,dat in deze Gemeente geen krankzinnigen gevonden worden.

Wij hebben d’Eer met verschuldigde Eerbied ons te noemen.

Uw Ed: Groot Achtb: DWDienaren

Het Gemeente Bestuur voornoemd.

De Prov: Burgemeester

C. Crucq.

 

Aan den Minister van Oorlog

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Wij nemen de  vrijheid hier bij aan Uwe Excellentie te laten toekomen  de declaratie van de Overvaargelden van dit Veer op en van het Nieuwland, over het Eerste halfjaar van 1816- met Eerbiedig verzoek Uwe Excell: daar op ordonnantie van betaling gelieve te verleenen

Wij hebben d’ Eer ons met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uwe Excell: DW Dienaren

Het Gemeente bestuur voornoemd.

De Prov: Burgemeester

C. Crucq.

 

Aan den Heer Lieut Coll: van het 2e Battaillon Schutterij in Zeeland.

 

Het Request van L. Wisse aan den Krijgsraad der rustende Schutterij gepresenteerd om ontslag als benoemd Lid van dezelven, door UwEdGestre: aan mij gezonden om daar op te dienen van berigt, zo heb ik d’Eer in voldoening daar aan Uw Ed Gestr: te informeren dat de bijgebragte bezwaren in genoemde requeste mij niet ongegrond zijn voorgekomen, daar den verzoeken als kasteleijn op eene Hofstede geplaatst zijnde, hem zeer zeker minder tijd en gelegenheid overblijft, daar hij op alles een goed acht moet houden en meer verantwoordelijk blijft,als een knegt, die zijn aanbevolen werk verrigt en ook verlaat als hij elders geroepen word, zonder dat die zorg en verpligting van den anderen op hem rust, waardoor den laatsgemelden zonder benadeeling aan zijn beroep en gerust den dienst van Schutter kan waarnemen.

De  positiven? Door denverzoeker als overEenkomstig met de waarheid oordeelende te zijn, voege ik hier bij een lijst van de namen  der bedoelde ongehuwden , met de daar nevens gevoegde aanmerkingen en inligtingen,denaangaande, vetrouwende daar mede aan Uw EdGestrenge intentie te voldoen.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C.Crucq.

Den 26 Julij 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De gewone Jaarlijksche reparatien aan het Stadhuis, den Thoorn, de Stadshuisjes en aan de Straten zo als die op den Staat van begrooting voor dit jaar volgens daar bijgevoegde beraming zijn gealloueerd, door mij publiek  op heden aanbesteed zijnde, heb ik d’Eer die aanbesteding met de Conditiën, nevens een copie daar van aan Uwe Exellentie te doen toekomen,met Eerbiedig verzoek, vandaar op Uwe Excie approbatie te mogen Erlangen.

Ik heb d’Eer mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uwe EXc: DW Dienaar

C. Crucq

Den 3 aug: 1816

 

Aan  H. E. Gr: Achtb: d Heeren Ged: Staten van Zeeland.

 

Het Gemeente Bestuur der Stede Arnemuiden heeft d’Eer aan H.E.G. Acht: de Heeren Ged. Staten van Zeeland voor te dragen de Staat van begrooting harer Gemeente voor den Jare 1817. Zo als die  door haar heden is opgemaakt – waaromtrent zij observeerd_

  1. met opzigt tot de buitengewone ontvangsten  dat alhier is gebragt het batelijk saldo, zo als die op den staat van dit Jaar is bepaald.
  2. Met opzigt tot de gewone Inkomsten

Dat in de 7 Eerste artikelen en in het  9. geen Verandering  plaatsvind en gebragt zijn, zoals die voor het loopend Jaar worden ontvangen, alleen is No 6 de pagt van het Ponte Veer gebragt, zoals die voor dit Jaar is verpagt, terwijl men onder No 8 voordteld om eenige Boomen in de zogenaamde Dokweijde, die aan den groeij en opwas der andere aldaar staande hinderlijk zijn, publiek te verkoopen, waar voor men f.120 voor den opbrengst heeft gesteld, en waar toe men Uw Ed: groot Acht: authorisatie verzoekt.

  1. met opzigt tot de gewone Uitgaven

Dat Art: 1.2 en 3 is gesteld, zo als die bepaald zijn voor dit Jaar; art. 4 is berekend à 5 pct van de Revenuen, in Veronderstelling dat deze Gemeente eene eigen Ontvanger zal hebben in het volgende Jaar.

No. 5 hier voor is een tableau bijgevoegd, en daar deze Stede een eigen gebouw heeft voor de bijEenkomsetn van het Bestuur heeft men daar op geen Huur gebragt, zo als dat van dit Jaar door HEGrA: voor dit Jaar op f.50 was bepaald, dan men heeft f.15 gesteld voor het Jaarlijks Schoonmaken en zuiver houden van dat gebouw.

Art. 6 is gesteld, zo als deze Gemeente in de Grondlasten voor dit Jaar is aangeslagen.

Art. 7&8 ondergaat geene Verandering.

Art.9 & 10 daar voor is eene beraming van de nodige reparatien hier bijgevoegd in duplo, alleen heeft men art: 10 met f.10 vermeerderd, dat volgens Jaarlijkse gewoonte betaald word, voor het zuiver houden van de goten,mestputten en de markt.

Art.11 is met f.40 verminderd, aangezien men bij het vernieuwd Contract met d’ Erven van wijlen  Mevrouw van der Perre , zodanige som voor het gebruik van den Dam op de Nieuwlandsche kant in vermindering heeft geaccordeerd.

Art. 12.13.14.15 en 16 zijn voorgedragen, zoals die voor dit loopend Jaar  zijn geaccordeerd, terwijl men in art, 17 f. 250 voordraagt voor onvoorziene uitgaven.

Art.18 steld men weder een Som  voor tot het planten van Boomen op de NoordOost walle, om also van tijd tot tijd even als in vorige Jaren eenig Boomgewas rond de plaats te bekomen en ook daar door in den tijd de Revenuen der Stede te Verbeteren.

Het Gemeente Bestuur deze Staat aldus aan UwEdGrActb: ter approbatie voordragende heeft d’Eer haar met verschuldigde Eerbied te noemen.

UwEdGrAchtb: DW Dienaaren

Het Gem: Bestuur van Arnemuiden

C. Crucq, C. Kramer, I. Crucq, A van Eenennaam, J de Marée I.L. de Rijke.

Den 20 Aug: 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’Eer ter approbatie van HEGrAchtb: de Heeren Gedeputeerde Staten van Zeeland aan Uw Exc: te doen toekomen, de staat van begrooting voor deze Stede voor den dienst van 1817 met de daar bij benoodigde bescheiden.

Waar mede ik d’Eer heb mij met verschuldigde Eerbied te teekenen

Uw Excell: DW Dienaar

C. Crucq

Den 20 Aug: 1816.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ter voldoening van Uwe Ex: aanschrijving van den 25e dezer maand 2 afd. No 1840- draag ik tot Zetters dezer Gemeente van 1817 aan Uwe Excell: voor:

J. de Marée , P. de Meulmeester, J.B. Joose. J. Crucq en P. Bogert.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij.te noemen.

Uwe Excell: DW Dienaar

C. Crucq

Den 28e Aug: 1816

 

Aan den Kerkeraad van Arnemuiden

 

Informatie over diverse besluiten van ZM ?

Zie ingekomen stukken!

 

Den 28e Aug 1816.

 

Aan Heeren Burgemeesteren

Der Stad Middelburg

 

In antwoord op UEdAchtb: Missive van den 2e dezer maand, betrekkelijk de justificatoire bescheiden, benodigd bij de pretensien dezer Gemeente wegens gedane militaire transporten in 1810 en 1811, vinde ik mij verpligt UEdAchtb: te berigten dat door mij alle bescheiden, die ik onder mij heb gehad, aan den Heer Somer ? ter opmaking der reclamatiën heb ter hand gesteld, en daar na aan den Heer Mr. Moens zijn overgegaan terwijl die Militaire transporten al dikwils op eene mondelinge requisitie zijn verrigt zonder dat daar voor altijd behoorlijke Bons zijn afgegeven. – zo dat ik mij in de onmogelijkheid bevinde eenig nader bewijs daar van te produceeren.

UEdAchtb: DWDienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 6 Sept: 1816.

 

Aan dhr Militie Commissaris te Middelburg

 

De Verlofgangers tot de Nat: Militie behoorende en waar van ik UEd: in de vorige maand een staat heb doen toekomen, bevinden zich nog alle binnen deze Gemeente, en heb op hun gedrag niets te remarqueren waarvan ik UEd bij deze kennis geef.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq

Den 6 Sept: 1816

 

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Op den Staat van begrooting voor dit loopend Jaar is onder No 6 voor belasting en Ongelden op de Gemeente goederen gealloueerd                              f. 16 :  2  :  6

Terwijl deze gemeente voor Dijkgeschot

Over 1816 is aangeslagen op                                                              f.   4  :10  : 9

En voor grondlasten nevens voor

Deuren en Vensters                                                                                13  :   9  : 12

Voor de kennisgeving                                                                                       1

Te zamen                                                                                             f. 18  :   1  :  5

Zo dat tot voldoening daar van een

Te kort is van                                                                                       f.   1  :  18  :  15

 

Deze verhoging meene ik te moeten toeschrijven aan de 4.0 pct ?? augmentatie die dit jaar op de belasting van de deuren en vensters is bepaald, waarom ij Uwe Uwe Excellentie Eerbiedig verzoek om genoemde f. 1 : 18  : 15 op de geaccordeerde post van onvoorziene uitgaven te mogen mandateren.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te onderteekenen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq

Den 7e Sept. 1816.

 

Aan d’ Heeren Gedep. Staten van Zeeland

 

Edel Groot Achtbare Heeren!

 

De Missive van den 9. dezer maand No 2, waarmede UEGAchtb:ons verEerde, en welke strekt tot geleide van een afschrift van Z.M. Besluit van den 20 Aug. J.l. No 22 was ons hartelijk welkom, en het was met bijzondere vreugde en gevoel van schuldig Erkentnis dat wij daar in onze begeerte zagen vervuld, dat Z.M. onzen geEerbiedigden Souverein bij dat Besluit , deze plaats hoe nederig en gering in voorkomen, echter tot haren vorigen luister verheft,en aan haar overEenkomstig UEGAcht: gunstige voordragt voortaan vergund de naam van Stad te voeren, en derzelver Bestuurders dien van Burgemeesters en Raden.

Wij ontvangen daardoor een blijk van Z.M. belangstelling in onze Plaats, welkers inwoonderen van de vroegste tijden, en duurzaam, ja onder alle beroertens en rumoeren den(r) Volken, haar verknogtheid en Liefde voor het Kon. Huis van Orange heeft doen blijken en behouden.

Onzen geliefden Koning die wij hoogschatten, toont daarin zijn min gegoede en zeer verarmde onderdanen, met bijzondere Liefde gade te slaan, en hun gelijke Eer, als de meer aanzienelijk steden van Zijn Koningrijk te willen vergunnen.

Dit van Z.M. voor deze plaats derde? Bijzonder bewijs Zijner goedgunstigheid onswaarts? Treft ons bij uitnemendheid, en alware onze harten immer in Liefde voor Hem verminderd, waar van wij geen tijdstip  kennen, dan moet zij wel tot liefde Eerbied en dankbaarheid thans gestemd zijn: als wij ons herinneren hoe Zijne Majesteit

Eerst ten Jare 1814 deze plaats met Zijne hooge tegenwoordigheid verEerde.

Daar na eene niet geringe gift verleende in dat zelfde jaar, voor onze behoeftigen, die met een dankbaar gevoel daar aan nog gedenken.

En nu met Hoogstdeszelfs  Besluit verEerd  waarbij deze plaats haar aloude naam van Stad erlangd  O mogten wij weldra in de gelegenheid  zijn, om dien geliefden Vorst onze hulde en Erkentenis mondeling te betuigen, het welk een genoegen en blijdschap zoude ons dat verstrekken.

Intusschen Edel Groot Achtb: Heeren betuigen wij UEDGrAchtb: onze welmeenende en hartelijke Dank,  zo voor die mededeeling, als bijzonder voor UEGrAchb: ten dezen opzigte zo gunstig gedane voordragt bij Z.M.

Wij zullen, en ook vertrouwen wij  dit Van alle onze Inwoonderen, die wij dit gunstig Besluit hebben medegedeeld trachten deze Gunst ons waardig te maken- door steeds een Vurige Liefde en getrouwheid voor en aan Z.M. aan den dag te leggen, door het gehoorzaamen aan deszelfs weldadige bevelen, en door onze bede steeds voor ’t welzijn van Z.M  en het geheele Koninglijk Huis hemelwaarts op te zenden; terwijl wij ook onze verschuldigde  en Eerbiedige Erkentenis voor UEdGrAchtb: in onze harten zullen bewaren, en in het behartigen der belangens van deze Stad en hare Inwoonderen in de posten die wij bekleeden, zo lang het ons blijft aanbevolen, naar onze beste kennis en wetenschap, onder den goddelijken Zegen, bij voortduring ons zullen bevlijtigen.

Ontvangt  Ed Gr.Achtb: Heeren, de betuiging van den diepen Eerbied en dankbare hoogachting waar mede wij de vrijheid gebruiken ons te noemen

UEd GrAchtb: DW Dienaren

Burgemeesteren en Raden der Stad Arnemuiden.

C. Crucq

Den 14 Sept. 1816

 

Aan den Kerkenraad van Arnemuiden

 

Wel Eerwaarde Heer en Broeders!

 

Thans zien wij onze poging bekroond en onze wenschen vervuld, daar het Z.M. onzen geliefden Koning heeft behaagd ons Eerbiedig verzoek gunstig te accorderen bij Hoogstdeszelfs besluit van den 20e Aug: j.l. waar bij overEenkomstig de gunstige voordragt van HEDGrAchtb: de Heeren Ged. Staten van Zeeland, deze plaats vergund word om voortaan de naam van STAD te voeren en deszelver bestuurders dien van Burgemeesteren en Raden.

Wij hebben gemeend als ons overtuigd houdende, van het belang dat UwEerw in welzijn van deze Stad steld, en de Eensgezindheid die tusschen ons en Eerw bestaat, daar van bij dezen te moeten kennis geven, niet twijffelende of UEerw zullen dit blijk van Z.M. belangstelling even als door ons met dankbaarheid ontvangen.

Wij teekenen ons bij dezen met hoogachting

 

Uw Eerw Toegenegen vrienden

Burgemeesteren en Raden der Stad Arnemuiden

C. Crucq

Ten Ordonn: Hun: Ed Achtb:

Corn: Dan: Baars

Secretaris

Den 14 Sept. 1816.

 

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Deze om Uwe Exc: den ontvangst te accuseren van een ordonnantie No 6175  ad f 4-7- ten mijnen name voor Veergelden over ‘1e halfjaar van 1816 welke gevoegd was bij Uwe Exc: Missive van den 18e dezer mand.

Ik heb d’Eer met verschuldigden Eerbied mij te teekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq.

Den 18e Sept: 1816

 

Aan den Eerw Heer P. Hondius

Predikant te Arnemuiden

 

Wel Eerwaarde Heer!

 

Hier bij bekomt UwEerw een Exemplaar van Z.M Besluit de dato 25e Sept: l.l. No 35.- betrekkelijk te doen gebeden voor H.K.H. de Princesse van Oranje met invitatie die aan de Gemeente voor te houden en aan de daarbij gedane uitnoodiging te voldoen.

Ik heb d’Eer met alle hoogachting te zijn.

Uw Eerw DW Dienaar

De ProV; Burgemeester der Stad Arnemuiden.

C. Crucq.

Den 4e Oct: 1816

 

Aan den Eerw Heer P. Hondius

Predikant te Arnemuiden

 

Wel Eerwaarde Heer!

 

Ik heb d’Eer aan Uw Eerw te doen toekomen een besluit van Z.M. in dato 25. Sept: b No 36 betrekkelijk te doene dankzegging op den 20e dezer maand bepaald wegens den gedenkwaardigen Slag van Algiers en verzoeke Uw Eerw: dat besluit de Gemeente voor te houden en aan deszelfs inhoud wel te willen voldoen, terwijl ik met hoogachting blijf.

Uw Eerw DW Dienaar

De Prov: Burgemeester der Stad  Arnemuiden.

C. Crucq.

Den 7e Oct: 1816.

 

Aan Heeren Gedep. Staten van Zeeland

 

De Tabellen met betrekking tot den Staat van de Fabrieken en Trafieken, waar in dezelve zig tegenwoordig alhier bevinden: en welke gevoegd was bij UEdGr: Achtb: Missive van den 23 Sept: l.lNo 1 door mij na ingenomen informatien ingevuld zijnde, heb ik d’Eer  hier bij aan UwEdGrAchtb: te retourneren, en in vertrouwen daar bij aan de Intentie beantwoord te hebben, teekene ik mij met allen verschuldigden Eerbied.

UwEdGr: Achtb: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester der Stad Arnemuiden

C. Crucq

Ter ordonn van dezelve

Corn: Dan: Baars

Secretaris

Den 8e Oct: 1816.

 

Aan den Heer Griffier der Staten van Zeeland

 

Wel Edel Gestrenge Heer

 

De Staat ter invulling der benoodigde vellen voor de onderscheidene Registers van den Burgelijken Stand over 1817 bij UwEdGestr: Missive van den 9e dezer maand mij gezonden, heb ik ingevuld, en doe die hier bij aan UwEdGestreng: retourneren, alleenlijk daar bij observerende, dat ik voor het Register van geboorte Een vel meerder als dit Jaar heb genoteerd, daar doorgaans alhier Jaarlijks circa vijftig kinderen worden geboren.

Ik heb d’Eer met allen Eerbied mij te teekenen.

Uw EdGestrenge DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voornoemd

C. Crucq.

Den 14e Oct: 1816.

 

Aan Zijne Exc: de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Bij mijne Missive van den 22 febr. dezes jaars, heb ik Uwe Exc: doen toekomen, de Rekening courant nopens het fournissement in de conversie en verder kosten.

Volgens de wet van den 14 Meij 1814 der Certf. Holl. Schuld, door den Heer solliciteur Mirandolle geeffectueerd, waaruit consteerde deze Stede aan gemelde Heer schuldig bleef f. 25:10.

Heden ontvange ik eene Missive van dien Heer in dato 11 dezer maand, waarin Zijn Ed: mij berigt  weder? Een Jaar Intrest te hebben gemansseerd/gemousseerd??, en dat na aftrek van die f.20:10- de Stede competeerd f. 7: 18, waarvoor  een acceptatie is bijgevoegd.

Ik heb gemeend die Missive in Origile aan UwExc: te moeten zenden, en deszelfs approbatie te verzoeken, dat ik bij dezen doe, en die mogende gewordens als dan de Missive aan den Ontvanger der Gemeente ter hand te stellen, nevens de acceptatie, ten einde dat batelijk saldo te innen, en in de Rekening van dit Jaar te verantwoorden.

Ik heb d’ Eer met verschuldide Eerbied mij te noemen.

Uw Exc: D.W. Dienaar.

C. Crucq.

Den 19e Oct: 1816.

 

Aan den Heer Liebert Capt: der 5 Comp 2 Batt Schutterij  à Serooskerke

 

De Gemeente Besturen van Arnemuiden Nieuw &Sint Joosland & Cleverskerke, gezien de Voordragt door dhr Liebert Capt. Van de 5 Comp. 2 batt schutterij bij Missive van den 26e der vorigen maand gedaan, van dhr Lieut: Frederiks Sergeant de Rest, Corporaal Melis en schutter Goedhof om nevens Zijn Ed: uit te maken den Krijgsraad van gem. Comp declareren bij dezen voor zo ver van hun betreft die voordragt te agreëren en dezelve daar toe te benoemen waarvan zij d’ Eer hebben den Heer Capt met dezen te informeren.

De Gem. Besturen voornoemd

Uit naam dezelve

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq

De Prov: Schout van Nieuw en Sint Joosland

P. Polderdijk

De Prov: Schout van Cleverskerke

J.Baaijens

Den 4e November 1816

 

Aan de Heer Griffier der Staten van Zeeland.

 

Wel Edel Gestrenge Heer!

 

Ik vinde mij verpligt Uw EdGestrenge te verzoeken, om aan mij nog te laten toekomen Een suppletoir Register van de Acten van geboorten van Een vel voor ieder houdende te zamen 16 acten.

 

Ik heb d’ Eer met allen Eerbied mij te noemen

UwEdGestrenge DW Dienaar

C. Crucq.

Den 4 novb. 1816

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De Missive van Uwe Exc: van den 9e Oct: j.l.afd No 2208 betrekkelijk de kwijting van agterstallig Predikantstractement, met de daar bijgevoegde Dispositie van den 30e Sept bevorens , door ZE. Den Heeren Commiss, Gen: Prov: belast met de zaken der Hervormde Kerk enz. genomen, bepalende de wijze van kwijting van voorst:?/ agterstallig Tractement  voor 1/3  over de Jaren 1811, 1812 % 1813 bij mij ontvangen zijnde, heb ik zo een en ander dadelijk aan den Raad dezer Stede medegedeeld, zo mede aan den Kerkenraad van het alhier bestaande Hervormd Kerkgenoodschap, als bestaande alhier wel kerkmeesteren, die opzigt hebben over en omtrent het onderhoud van het kerkgebouw, dog geen Kerkcommissie die belast is geweest met den onderhoud of inzameling voor den Eerendienst, aangezien in die voor deze stad ongelukkige en drukkende Jaren, de Vrijwillige Inteekening tot in Standhouding van den Godsdienst is bewerkt door het Gemeente Bestuur in bijzijn van een Commissie uit den Kerkenraad, terwijl door het laatstgenoemde Collegie de Inzameling of Invordering en den betaling aan den predikant is geschied.

Door beide genoemde Collegien, dit moeijlijk werk dan aangevangen zijjnde, hebben na bekomen Informatie van den Predikant, dat het 1/3 van deszelfs agterstallig Tractement over de genoemde jaren nog bedraagd f.400 de quotisatie daar van opgemaakt over de Leden van het hervormd Kerkgenoodschap, en daar bij niet alleen het vermogen derzelve in het oog gehouden, maar ook zo veel doenelijk is geweest, getragt een en ander welke hun in die Jaren hebben onttrokken, in dien last bijzonder te doen deelen, hoewel over het algemeen genomen, deze Gemeente, onaangezien de bijzondere verdrukking, welke zij van de overheerschers onzes Vaderlands heeft moeten verduren, en zeer veel heeft geleden, echter zo veel maar doenelijk was, ten dien opzigte aan hare Verpligting heeft beantwoord, en daarom ook niet had gedagt, dat zij in dien agterstand nog zoude moeten deelen, maar ook dit nevens zo veele  andere reclamatiën  die even wettig zijn, ten laste van het fransch Gouvernement zoude gekomen zijn.

De Vrugt van dien Arbeid bekomt Uw Exc: hier bij in de hier bijgevoegde Quotisatie Lijst.

En wat nu aangaat der gedagten van die Collegien, nopens de bepalingen der termijnen zijn dezelve van oordeel, dat vermits deze Gemeente over het algemeen genomen zeer zeker de armste dezes Eilands is, daar in een weinig beteekende Burgerstaat(stand) word gevonden, die zeer veel aan de schamele Armoede moet toebrengen de nog geringe Welvaard, daar de, in de genoemde drukkende jaren, gemaakte schulden, bij het grootste gedeelte op verre na nog niet zijn gekweten, de nog bestaande drukkende lasten, nevens de bovenmaate hooggeklommen duurte der meest benoodigde levensbehoeften, en de met schrik te te gemoet gezien wordende voorhanden zijnde winter, die termijnen te moeten voordragen van drie tot drie maanden telkens ¼ van de aanslag, en dus in vier Termijnen, om alzo om vorengemelde redenen de Gemeente te gemoet te komen, en den invordering te faciliteren.

Dit een en ander aan de overwegin en naderen dispositie van Uwe Exc: submitterende, heb ik d’ Eer met verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voorn:

C. Crucq.

 

Aan den Eerw. Heer P. Hondius

Predikant te Arnemuiden.

 

Wel Eerwaarde Heer

 

De Publicatie bij HEGA. De Heeren Ged. Staten van Zeeland den 4e dezer maand gearresteerd betrekkelijk eene te doene Collecte in deze Provincie voor fr noodlijdende in den Watersnood in Zuid-Holland bij mij ingekomen zijnde, doe ik Uw Eerw. Daar van hier nevens een Exemplaar toekomen, en noodigd Uw Eerw. Conform art: 4 den gezegde Publicatie, om op Zondag den 17e aanstaande, bij de gewone Godsdienstoeffening de Gemeente op te wekken, om aan hare Verpligting in dezen te beantwoorden.

Ik heb d’ Eer met alle hoogachting mij te noemen.

Uw Eerw. DW Dienaar

De Prov: Burgemeester der Stad Arnemuiden

C. Crucq.

Den 8e Novb. 1816.

 

Aan de Commissie uit HEGAchtb:

De Ged. Staten van Zeeland, belast met

De opneming van den Achterstand etc.

 

De Raad dezer Stede, door mij onderrigt zijnde van de getroffen overeenkomst, nopens de pretensie van de Heeren van de Kreke, ten laste dezer stad op Woensdag l.l. plaats gehad hebbende, heeft daar in genoegen genomen waar van ik UwEdGestre: volgens toezegging informeere, terwijl ik met verschuldigden Eerbied mij teekene

Uw Ed Gestre: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 16 Novb. 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Daar de pagt van het Ponteveer dezer Stad op het Nieuwland, met ultimo December aanstaande staat te expireren, neem ik de vrijheid Uwe Excellentie te verzoeken, om dat veer wederom voor een Jaar te verpagten, waar toe ik aan Uwe Exc: approbaties onderwerpe, bijgaande condities, met een ongezegelden  copie, en zijnde die van derzelven inhoud als die voor dit loopend Jaar.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voornoemd

C. Crucq.

Den 19e Novb. 1816.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Bij mij ontvangen zijnde de Missive van Uwe Excell; in dato 20e dezer maand 1 afd No 2560. met den daar bij Executoir verklaarde quotisatie Lijst, tot vinding van het 1/3  van het achterstallig Predikantstractement over 1811. 1812 en 1813, ten bedrage van f. 400 en waarbij Uwe Exc: mijne nadere consideratien verlangd nopens de te bepalen  termijnen van betaling, welke om de drie maanden zijn voorgedragen, en door Uwe Exc: in bedenking word gegeven om die vast te stellen van 6 tot 6 maanden, zo heb ik d’Eer in voldoening daar aan Uwe Exc: te berigten:

Dat wanneer ik den toestand der gemeente over het algemeen in aanmerking neem, zo als ik die bij mijne Missive van den 9 dezer maand Uwe Exc: heb medegedeeld en tevens observeer dat het Predikants Tractement nu van ’s Landswege , om de drie maanden geregeld word bepaald, en de f. 200 welke Zijn Eerw: van den achterstand dan jaarlijks zal geworden, als een surplus en aanwinst kan aanmerken, welke zo weinige van hunne geledene schaden genieten dan meene ik Uwe Exc:  te moeten declareren, het mij aangenaam  zijn zal, de termijnen van betaling door Uwe Exc: van 6 tot 6 maanden worde bepaald.

Ik neem tevens de vrijheid, om bij deze Occasie, Uwe Exc: te observeeren, dat wanneer den ontvanger der Directe belastingen, met de Invordering van dien achterstand werd gechargeerd, zoals  in de andere Gemeenten van dit Eiland geschied, die Invordering geregelder en zekerder zal plaats vinden, dan wanneer een of ander in deze Gemeente daar mede werd belast, daar men aan Eerstgenoemde thans als gewoon is, zijne belastingen te voldoen, en zulks onder bepaling van zodanige belooning, als andere Ontvangers daar mede belast genieten, of zo als Uwe Exc: naar deszelfs wijsheid zal vinden te behooren.

Waar mede ik d’ Eer heb met verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De ProV: Burgemeester voornoemd:

C. Crucq.

Den 22 Novb. 1816

 

Aan d’ Heer Boddaert Ontvanger

Der Gemeente van Arnemuiden

 

Heden bij mij ingekomen zijnde de door Zijne Exc: den Heer Gouverneur van Zeeland inbaar verklaarde Rol van Hoofdelijken Omslag tot Vinding van de agterstallige Jaarwedde van den Predikant dezer Gemeente ten bedrage van f. 400, heb ik d’ Eer dezelve met eene Copie der Missive van den Heer Gouverneur van den 2e dezer maand  Uwe Ed: te doen toekomen UEd: inviterende om den Ontvang en uitbetaling conform die aanschrijving te Effectueren.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq

Den 7 Decb: 1816

 

Aan de Heer J. Boddaert

Ontvanger te Arnemuiden

 

Ik heb d’ Eer aan UwEd. Hier bij te doem toekomen een copie van den Staat der Baten en Lasten over 1814 en vroegere Jaren, voor deze stad geregeld bij dispositie van H.E.G.A. de Heeren Ged, Staten van Zeeland in dato 2 Decb. 1816 en verzoeke UwEd: om die bepalingen, zo van die Uw betreffen te te obserververen, terwijl ik gemakshalve hier bijvoeg, een staat van het geen door UwEd: over dit Jaar nog zal behooren te worden betaald en verantwoord, waar van Uw Ed: successivelijk de ordonnantien zullen worden gepresenteerd, voor welks behoorlijk  quitancien door de daaropgenoemde personen UwEd. Gelieve bijzonder zorg te dragen, en de betaling conform dien Staat te Effectueren.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 16 Decb. 1816.

 

Aan de Heeren Ged. Staten van Zeeland.

 

Het Ponte Veer van deze stad op het Nieuwland door ons op heden, publiek aanden persoon van Gerard Meerman verpagt zijnde, voor Eenen Somma van  pond 120 volgens bijgaande conditien

Verzoeken wij Eerbiedig daar op UwEdGr: Achtbare approbatie te mogen Erlangen en teekenen om met verschuldigden Eerbied.

Uw EdGrAchtb: DW Dienaren

De Prov: Burgemeester en Raden der Stad Arnemuiden.

C. Crucq

Ter Ordonnantie van dezelven

Corn: Dan: Baars.

Den 21 Decb. 1816.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

In voldoening aan UwExc: aanschrijving van den 18e dezer maand 1 afd: No2795 diend deze om UwExc: te berigten dat er thans in deze Gemeente aanwezig is de navolgende gedorschte en te dorschen granen te weten:

486 Z. Tarwe 8 Z. witte boonen  6 Z. Erwten  4 Z. gerst en 290 zak zwarte boonen

En dat men berekend voor Jaarlijkse Consumtie benodigd te hebben:

1500 Z. Tarwe  en 100 Z. Rogge.

Waarbij ik alleen observeer, dat wanneer de prijs der granen minder is, er weinig Rogge word gebruikt, dat de als dan benodigde tarwe vermeerderd.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uw Exc: Dw Dienaar

C. Crucq.

 

De drie maandelijkse Rapporten, wegens de afwezige consents, aan dhr Gouverneur—en nopens de policie vonnissen aan dhr: Officier bij de Regtbank te Middelburg zo mede wegens de verlofgangers der Nat: Militie aan dhr: Militie Commissaris, zijn gedaan bij de gewone Missiven.

 

Aaan Broederen Diaconen van de

Hervormde Gemeente te Arnemuiden

 

Geachte broederen!

 

Met verwondering ben ik ontwaar geworden, dat van wegen UE: telken Zondag een Collecte behoeve der Armen aan de Huizen word gedaan, zonder daar toe verlof van de Regering te hebben verzogt nog bekomen.

Hoe gaarne ik nu geloof, dat dit niet geschied zonder noodzakelijkheid, moet ik Ul onder het oog brengen, dat dit niet vermag te gebeuren, zonder consent van het Stadsbestuur, en dat die van het Gouvernement is aanbevolen, om zo spaarzaam als mogelijk is, het doen van Collecten toe te laten.

Ik vind mij dus verpligt Ul. Te verzoeken van daar niet mede verder dan om de veertien dagen dat bevorens is vergund voor te gaan, en dat ingeval dat de nood dit vorderd, aan mij over te leggen een Staat van de tegenwoordige behoeften der door Ul. Bedeeld wordende, en van Ul: wekelijksen ontvang, opdat het bestuur van den nood overtuigd wordende, het nodig consent mag verleenen en zij desgevergd haar kan verantwoorden.

Ik verlaat mij op Ul. Billijke overtuiging daar van en teeken mij.

UE: toegenegen vriend

De Burgemeester voornoemd

C. Crucq.

Den 17 febr.1817.

 

Aan Zijne Excellentie den Minister

Van Oorlog in het Koningrijk

Der verEenigde Nederlanden.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik neem de vrijheid om volgens gewoonte aan Uwe Excellentie hier bij te doen toekomen de declaratie van de Overvaargelden, van het veer van deze stad op het Nieuwland, voor het tweede halfjaar van 1816—met Eerbiedig verzoek Uw Excellentie daar op ordonnantie van betaling gelieve te verleenen.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde respect mij te noemen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

De Burgemeester voornoemd

C. Crucq

 

Aan den Heer Gouverneur

Van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer hier bij in triple aan Uwe Excellentie te doen toekomen, het contract door mij met de gequalificeerde van de Ambachtsheeren en Vrouwen van het Nieuwland, nopens den Dam voor de Overset Ponte dezer stad op hun Ed: grond leggende aangegaan, zijnde van denzelven inhoud als dat van het Vorig jaar.

Uwe Exc: approbatie daar op verzoekende, heb ik d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C. Crucq

 

24 jan. 1817

 

Aan den Eerw: Heer P. Hondius

Predikant te Arnemuiden

 

Wel Eerwaarde Heer!

 

Het Besluit van Z.M. van den 20 febr j.l. en de circulaire van Z.E. den Heer Gouverneur dezer Provincie in dato 5 dezer maand, betrekkelijk te doene Dankzegging voor de gelukkige verlossing van H. K.H. Mevrouwe de Princesse van Oranje van een Prins, vergezeld van de bede voor het spoedig en volkomen herstel van H.K.H. en het welzijn van Haar jongeboren Zoon, bij mij heden ingekomen zijnde, haaste ik mij die stukken aan UwEerw te doen geworden.

Ik heb d’ Eer mij te noemen

Uw Eerw DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq.

Den 6 Maart 1817

 

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Door een treffend ongeluk, zijn op gisteren onderscheidene in deze Gemeente in diepen rouw gedompeld en in een kommervollen toestand gebragt, hierin bestaande.

Op Vrijdag in den avond kwam het berigt ter dezer Plaats, dat een schip op den Banjaard was gestrand waar op onderscheidene hunne schuiten en hoogaarzen in gereedheid bragten en in den vroegen morgen van Zaterdag den 8 dezer derwaarts stevenden, ten einde de behulpzame hand te bieden in het redden van schepelingen en het bergen van goederen, aldaar gekomen zijnde vonden zij het schip verlaten en geladen met garst.

Wijders aan den Banjaard vertoevende tot dat de aankomende hun weder toeliet herwaarts te keeren is de wind die in den morgen zuis Oost was weder naar het NoordWesten gekeerd en van tijd tot tijd in kragt toegenomen, waar op in den namiddag bij een verbazende buije zijn veele hoogaarzen  in den grootsten nood en het uiterste gevaar geweest van te vergaan waar op een derzelve in de felste branding bij de Bank de Onrust is omgeslagen zonder dat er een mogelijkheid was, door andere hoe genegen ook en hoewel nog pogingen aanwende dezelve te redden.

Zijnde Een hoogaarts, gevoerd bij Gillis Cornelisse met twee zijner Zonen, benevens nog twee getrouwde lieden zijn omgekomen en verdronken, welke nalaten drie bedroefde weduwen  en tien kinderen, en van welke weduwen daar te boven zig nog een hoog zwangere bevind en alle in eene zeer armoedige en behoeftigen Staat verkeeren.

Heden worden nog twee hoogaarzen vermist, dan welke men verzekerd te Zierikzee zijn binnen geloopen.

Ik heb gemeend Uwe Exc: daar van te moeten kennis geven, en heb d’ Eer met verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C. Crucq.

Den 9  Maart 1817

 

Aan den Heer Militie Commissaris te Middelburg

 

Ik vinde mij in de onaangename verpligting Uwe EdGestrenge kennis te geven dat Klaas Gillisse behoorende tot de Landmilitie, bij de Loting in het vorig Jaar voor deze Gemeente opgegaan, en zederd den 3 Julij 1816 alhier met verlof zijnde, op gisteren bij occasie hij met Zijn Vader was medegevaren na den Banjaard ten einde tot redding van schepelingen en goederen van het aldaar, op den vorigen dag gestrande schip behulpzaam te zijn in het wederkeeren, door het omslaan van den hoogaarts nevens Zijn vader, Broeder en nog twee andere is verdronken.

Ik verzoeke UwEdGestre. Mij berigte, of ik zijn montering in bewaring moet naderen, of dat daar op door UwEdGestr: order zal worden gesteld.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 9 maart 1817.

 

Aan den Heer Schout van Wissenkerke

 

Met dankbetuiging voor de gedane kennisgeving bij UEd: Missive van gisteren, wegens een drenkling op het strand de Onrust gevonden, zo diend deze, dat ik dadelijk de famillie daar van heb kennis gegeven, die voorschreve lijk requireerd, en verlangd het zelve alhier ter aarde te bezorgen.

Ik neem dus de vrijheid UEd te verzoeken voorschreve lijk aan benger dezes te laten volgen, en hoewel ik geloof het niet is  UEd te melden dat de Inwoonders dezer Plaats zeer arm zijn, verzoek ik UEd: de kosten daar van zo gering maar immer doenelijk te maken

Waar meede ik d’ Eer heb mij te noemen.

De Prov: Burgemeester

Bij deszelfs absentie

Corn: Dan: Baars

Secretaris.

 

Aan Heeren Burgemeesters der stad Middelburg.

 

Door het veelvuldig opperwater reeds twee voetplanken op de voetpad van deze stad naar Middelburg ruim een handbreedte onder water staande in de voetpad op onderscheidene plaatsen eenige noodwendige reparatien, door het verhoogen der putten, behoevende, neeme ik de vrjheid UEdAchbare bij de kennisgeving daar van vriendelijk te solliciteren, ten einde de passage niet belemmerd word, daar op de nodige orders gelieve te stellen.

Ik heb d’ Eer met alle hoogachting mij te noemen.

UEd Acht: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 10 maart 1817

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ter voldoening aan Uwe Exc: aanschrijving van den 7. dezer maand 12 afd: No 409 heb ik d’ Eer aan Uwe Exc: voor te stellen de Leden uit den Raad  der Gemeente

Ten einde volgens de Wet op de Nat: Militie, tot het teekenen en afgeven der attesten, nevens mij of Plaatsbekleeden(de)?, door Uwe Exc: te worden benoemd, waarbij ik hun handteeken in triple voeg.

Ik heb d’Eer mij met verschuldigden Eerbied te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 12e Maart 1817.

 

Aan d’ Heeren Ged. Staten van Zeeland.

 

Edel groot Achtbare Heeren!

 

Door de nagelatene weduwen van de vissers, welke op Zaterdag den 8 dezer maand, door het omslaan van een hoogaarts bij de Onrust zijn verongelukt verzogt zijnde, het Rekwest aan UEdGr:Achtb: gepresenteerd, tot het doen van een collecte in het district Middelburg te ondersteunen, zo meene ik de vrijheid na dat rekwest te hebben ingezien UEdGrAcht: te kunnen berigten, dat daar in alles overEenkomstig de Waarheid is ter nedergesteld,en make alzo geen zwarigheid om ten hunnen behoeve eene gunstige dispositie van UwEdGrAchtb: eerbiedig te verzoeken.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

UEdGrAchtb: DW Dienaar

C. Crucq.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer Uwe Excellentie te accuseren, den ontvangst eener Ordonnantie door de Intendant Generaal van de Administratie van oorlog den 24 febr. 1817 No 1170 ten name den Ontvanger der Gemeente Arnemuiden ten behoeve deze Gemeente geslagen groot f. 4:35 nevens Uwe Exc: Missive van den 28 dezer maand.

War mede ik d’ Eer heb met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C. Crucq

Den 31 maart 1817

 

De drie maandsche Rapporten aan den Heer Gouverneur nopens de afwezige in Rusland krijgsgevangen Militairen en aan den Heer Officier nopens de policie vonnissen zijn gedaan bij de gewone Missives den 31 maart 1817.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer  Uwe Excellentie te berigten, dat bij mij geen schriftelijke aanvrage is gedaan tot ontslag uit den dienst van hen, welke van wege deze gemeente bij de Landmilitie thans in dienst zijn.

Waar mede ik d’ eer heb mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq.

Den 12 April 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ingevolge art. 72 der Wet op de Nationale Militie van den 8e Januarij 1817. heb ik d’ Eer hierbij aan Uwe Exc: te doen toekomen de Alphabetische Lijsten en Inschrijvings Registers  voor de Ligting van dit jaar, door mij ingevuld en geteekend, terwijl mij niet kennelijk zij, dat er in de gemeente nalatige zijn gebleven, van zich te doen inschrijven.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C.Crucq

Den  30 April 1817

 

Aan de Heeren Ged. Staten van Zeeland

 

De Rekening dezer Stad door Uw EdGr: Achtbare den 20 febr; dezes Jaars over den Dienst van 1815 gearresteerd, en bij mij ontvangen zijnde, heb ik in het daar agter gevoegde Besluit van UEdGrAchtb: ontdekt dat het het Loon van den Ontvanger, dat tegen 4 pct was gebragt, is veranderd en berekend tegen 5 pct dat eene vermeerdering in den Uitgaaf veroorzaakt van f. 20:9:4.

In UEdGrAchtb:  Missive de dato 24 Julij 1815 geleidende den Staat van begrooting van 1815 is door UEdGrAchtb: bepaald

c. met opzigt tot de gewone uitgaven

 

h.Dat men etc ziet den brief.

En daar zedert 1811 deze Gemeente zo met de overige gemeenten in dit Arrondissement geen eigene  Ontvanger heeft gehad, maar de bediening zijn ontnomen, en tot heden daar van verstoken zijn, aangezien de Heer J. Boddaert wonende te Veere ontvanger der Directe belastingen, zedert dat jaar en nog actueel als Ontvanger dezer Gemeente fungeerd, is het mij voorgekomen,dat die gemaakte verandering van belooning voor den Ontvanger abusivelijk heeft plaats gegrepen, daar de 5 perc. Belooning alleen maar mag worden berekend volgens UEdGr:Achtb: hier voren aangehaalde voorschrift , dan, wanneer het Stedelijk Bestuur de vrijheid zal hebben bekomen om een Eigen afzonderlijken Ontvanger aan te stellen.

Ik heb mitsdien gemeend alvorens die Rekening aan den Heer Ontvanger Boddaert ter hand te stellen, die bedenking UEdGrAchtb: te moeten mededeelen, en derzelver nadere dispositie deswegens Eerbiedig te verzoeken, t’welk ik met deze ben doende.

Waar mede ik d’ eer heb met verschuldigden Eerbied mij te teekenen

UEGrAchtb: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voornoemd

C. Crucq

Den 28 April 1817

 

Aan den Heer Officier bij den

Regtbank van Middelburg

 

Wel Edel Gestrenge Heer!

 

Het zal Uw Edgestr: denkelijk bekend zijn, dat op den 8 Maart dezes jaars bij occasie een schip op den bank den Banjaart was gestrand. Onderscheidene dezer Gemeente met hoogaarsen  derwaarts ter hulp en redding zijn gesneld, en dat bij opgekomen Storm, Een hoogaarts is omgeslagen, waar door vijf manschappen zijn verongelukt.

Twee dagen na die ongelukkige gebeurtenis is aan Noordbeveland, een man van de verdronkene opgevischt, alhier gebragt, begraven, en in het Dood Register ingeboekt.

Ik heb mij gevleid dat ook de andere bij vervolg zouden gevonden wanneer ik dezelve mede in het Register zoude hebben ingeschreven.

Dog tot heden zijn dezelve niet gevonden, en er blijft geen waarschijnlijkheid over dat die meer zich zullen opdoen.

Nu is de vraag, zullen die ingeboekt worden: zo ja, op welk een wijs, want hoewel er getuigen genoeg zijn die den hoogaarts  hebben zien omslaan en zij welke daar in waren zien verdrinken nogtans geeft de tegenwoordige Wet op dat Stuk geen voldoende voorschrift; hoe daar mede te handelen.

Art 86 en 87 geeft wel voorschrift ingeval van overlijden op een Reise ter Zee, door de Scheepsofficieren, maar hier blijft niets over.

Het advies van den Staatsraad van den 27 messidor van het 13e jaar, geeft wel een middel op, in de acten van overlijden, bij gebrek daar van te voorzien, maar hoe kunnen de Bruidegom en Bruid onder Eede verklaren, dat de plaats van het overlijden van hunne ouders onbekend zij, daar hun zeer wel door geloofwaardige getuigen kennelijk zij, dezelve in de zee op den Banjaard hun graf hebben gevonden, en echter word zodanige verklaring of een acte van overlijden bij een huwelijk als anders van de weduwe of kinderen van de overledenen gevorderd.

Ik heb gemeend die bedenking aan UwEdGestrenge te moeten mededeelen, en tevens te verzoeken om daaromtrent eenige Elucidatien van UwEdGestrenge te verzoeken.

Waar mede ik d’ Eer heb met allenrespect mij te noemen.

Uwe EdGestrenge DW Dienaar

De Prov: Burgemeester voornoemd.

C. Crucq.

Den 28 April 1817.

 

Aan den Heer Militie Commissaris te Middelburg.

 

Wel Edel Gestrenge Heer!

 

Na het opmaken van de Alphabetische Lijst van de Ingeschrevenen dezer Gemeente voor de Nat: Militie voor de Ligting van dit Jaar, vervoegde zich heden bij den Persoon van Cornelis Dekker Arbeider in deze Gemeente, die mij te kennen gaf, dat hij zo wel als zijn Zoon Gerard in de gedagten verkeerd hebben, dat hij evenals in het voorgaande jaar mogt loten in de Gemeente daar hij dienstbaar was, dog daar van nu anders onderrigt hij zijn zoon op deszelfs verzoek kwam aangeven.

Hoezeer ik mij overtuigd houde, dat dit verzuim niet toe te schrijven zij, aan een onttrekken of moedwillige nalating, aangezien die jongeling van de 4 klasse  is en een Eenige zoon, die de wet vrijsteld, heb ik hem op het Register model  H ? gebragt, zo mede met moeite op het Inschrijving Register , daar ik geen binnen vellen heb kunnen bekomen, en ook op het Alphabetische Register terwijl ik als nu gemeend heb, volgens art 6.2 der wet  alle de Registers aan UEdGestrenge te moeten opzenden.

Waar mede ik d’ Eer heb mij met respect te teekenen.

UEdGestrenge DW Dienaar

De Burgemeester voornoemd.

C. Crucq

Den 30 April 1817

 

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik heb d’ Eer Uwe Excellentie te berigten dat op de gedane uitnodiging en aanbod van Premie ter belooning van vrijwilligers voor de Nationale Militie voor den dienst van dit Jaar, geen daar toe zich in deze gemeente heeft laten vinden.

Waar mede ik d’ Eer heb met verschuldigde Eerbied mij te noemen

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Op den 30 van afgeloopen maand, wanneer niet alleen het Inschrijving Register  voor de Nat. Militie maar zelve de Alphabetische Lijsten daar van door mij waren opgemaakt en gesloten, is aan mij door Cornelis Dekker op die tijd arbeider in deze Gemeente, dog op den 3 dezer na Middelburg mettre/metter  woon vertrokken, zijn zoon  Cornelis Dekker, geboren in 1795 en eenige Zoon, als Boereknegt dienstbaar in de LodewijkPolder District Goes, aangegeven, welke ik mitsdien op het Register Lett. H heb gebragt, en dat nevens de andere Registers en Lijsten conform art. 62 der Wet aan den Heer Militie Commissaris opgezonden, waar van ik Uwe Excellentie conform deszelfs aanschrijving van gisteren afd No  bij dezen kennis geef en d’ Eer  heb met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq

Den 5 Meij 1817

 

Aan de Heeren Ged. Staten van Zeeland

 

Ede; Groot Achtbare Heeren!

 

De Jaarlijksche reparatiën aan het Stadhuis: verder gebouwen en de Straten door mij aanbesteed zijnde, op den 10 dezer maand, volgens de benaming daar van opgemaakt, en bij den Staat van begrooting voor dit Jaar overgelegd, zo heb ik d’ Eer van die aanbesteding de geteekende conditien met een Copie hier bij aan UEdGrAchtb: te laten toekomen, met Eerbiedig verzoek UEdGrAchtb: dezelve gelieven te approberen.

Waar mede ik d’ Eer heb met verschuldigde Eerbied mij te tekenen.

UEdGroot Achtb: DW Dienaar

C. Crucq.

Den 12 Meij 1817.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Het Kohier van Hoofdelijke Omslag ter Voorziening in de Stedelijke behoeften voor dit Jaar, opgemaakt door den Raad dezer Stede en welke den tijd van veertien dagen, voor een ieder heeft te lezing gelegd, zonder dat er iemand tegen den aanslag eenig bezwaar heeft ingebragt heb ik d’ Eer hier bij in duplo aan Uwe Excellentie   ter executoir verklaring te doen toekomen.

Waar mede ik d’ Eer heb met Verschuldigde Eerbied mij te teekenen.

Uwe Excellentie DW Dienaar.

C. Crucq

Den 31e Meij 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer

 

Ik heb d’ Eer Uwe Exc: den Ontvangst te berigten eener Ordonnantie geslagen door Z.E. den Minister van Justitie in dato 20e Maart 1817 No 4368 ten name van G. Meerman Veerman te Arnemuiden groot  f 2: 65 nevens Uwe Exc: Missive in dato 4. dezer maand.

Waar mede ik d’ Eer heb met Verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar.

C. Crucq

Den 6 Junij 1817.

 

Aan den Commanderende Officier

5 Comp. Batt No 16 Nat. Militie

te Breda

 

Wel Edel gestrenge Heer!

 

De Personen van Adriaan Meulmeester fuselier in de Depot Comp. En Gillis de Nooijer fuselier in de 5 Comp. Van het 16e Batt. Nat: Militie, hebben ieder een Broeder die nu geloot hebben, en tot bekoming van vrijstelling een attest behoeven dezelve werkelijk in dienst zijn, hoewel thans met verlof alhier tegenwoordig.

Zij hebben reeds daar over geschreven, dan dat attest niet ontvangen, waarom ik ten hunne behoeve UwEdGestrenge verzoeke, die attesten volgens model Lett F voorkomende in de Wet op de Nat. Mil: van den 8 Januarij 1817 art. 91 m m mij is het doenelijk met de eerstkomende post te laten toekomen.

Ik heb d’ Eer met alle hoogachting mij te noemen.

UWEdGestrenge DW Dienaar

De Burgemeester van Arnemuiden

C. Crucq.

Den 11 Junij 1817

 

Aan de Heer Militie Commissaris te Middelburg

 

Ik heb d’ Eer hier bij aan UwEd: Gestrenge te doen toekomen den Inventaris met de Ingeleverde bewijs stukken, tot het verkrijgen van vrijstelling van den Dienst der Nationale Militie door hen welke van deze Gemeente op den 4 dezer maand te Veere hebben geloot.

Ik vinde mij tevens verpligt UwEdGestre: te informeren dat de jongelingen te weten

Marinus van Belsen                               2 Klasse no 7

Marinus Schroevers                               2 Klasse no 9

Cornelis Jobse                                        3 Klasse no 1

Jacob Blom                                             3 Klasse no 4

Jan de Ridder                                          4 Klasse no 4

Mede gereclameerd hebbende als Broodwinners hunner moeder.zo door de Vaders van Lotelingen welke de attesten daar van mogten teekenen, als door de Gecommitteerde uit het Bestuur, zwarigheid is gemaakt, om die declaratoiren te teekenen, daar wel is waar die Jongelingen onderstand aan hunne moeders verleenen, als bij hun inwonende, en dat die moeders geen onderhoud uit eenig publiek fonds genieten: dog niet kunnen verklaren dezelve geen bedrijf uitoeffenen , aangezien de drie eerstgenoemde en de vijfde hun moeders visleursters zijn, en de vierde zijn moeder een Boer arbeidster is, en dat alzo die verzogte vrijstelling volgens art. 94.kk niet kan worden  verzogt.

Weshalven ik UwEdGestrr: daar van kennis geef en d’ Eer heb mij te noemen.

UwEdGestr: DW Dienaar

C. Crucq

Den 12 Junij 1817

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Het Rekwest van wege den Heer P.Hondius Predikant alhier, aan Z.M. den Koning gepresenteerd, verzoekende om Emeritus verklaard te worden, door Uwe Excell: in onze handen gesteld zijnde, ten fine van berigt hebben wijd’ Eer in voldoening daar aan met terugzending van het zelve en bijlagen Uwe Exc: te berigten dat in het rekwest geavanceerde wegen: Zijne Eerw gedurige Ligchaams ongesteldheid, dat hem in het waarnemen van den dienst zeer dikwijls belemmerd en onbekwaam maakt overEenkomstig de Waarheid is en wij dus Vermeenen met alle vrijmoedigheid tot eene gunstige dispositie op dat verzoek te kunnen en te mogen berigten.

Waar mede wij d’ Eer hebben ons met verschuldigden Eerbied te noemen.

UweExc: DW Dienaren

De Prov: Burgemeester & Raden voorn.

C. Crucq

Ter Ordonnantie van dezelven

Corn: Dan: Baars.

 

 

Aan Heeren Burgemeesteren der stad Middelburg

 

Bij mijne Missive van den 10 Maart dezes jaars, heb ik UEdAchtb: kennis gegeven, dat door het veelvuldig opperwater twee voetplanken op de voetpad van deze plaats naar Middelburg onder water stonden, en dat eenige noodwendige reparatiën  door het verhoogen der Putten op sommige plaatsen, op de voetpad verEischt werden met verzoek dat UEdAchtb: daar in geliefde te voorzien.

De Voetplanken daar op boven water gebragt zijnde neeme ik de vrijheid UEdAchtb: vriendelijk te verzoeken van nu ook die noodzakelijke reparatiën aande voetpad te laten verrigten, dat zonder groote kosten kan geschieden daar alleen de steenen in die putten zijn op te nemen en met eenig land te verhoogen, en waar door den passage bijzonder voor een volgende winter in een goede staat kan worden gebragt.-

Ik hoopUEdAchtb: ook aan dit verzoek zullen gelieven te voldoen, en in dat vertrouwen teeken ik mij met ware hoogachting.

UEd: Achtb: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden

C.Crucq

Den 23 Junij 1817.

 

Aan de Heer Militie Commissaris

Te Middelburg.

 

Voor de geloot hebbende Marinus Meulmeester van de Eerste Klasse, getrokken No 3 en Blaas de Nooijer van de 5e Klasse no 1 welke ieder een Broeder in dienst heeft  met de attestatiën door het bestuur op vertoon der verlofpassen opgemaakt en aan UEdGestrenge gezonden zijnde, doch niet de verEischte attesten van hun Corps, waarom zij hadden verzogt,heb ik zelve mij aan den Heer Lieut Collonel van ‘t 16 Batt: Nat: Militie geaddresseerd, die zo goed is geweest mij dezelve te zenden, en welke ik als nu de vrijheid gebruike aan UwEdGestr: te laten toekomen.

De Prov: Burgemeester van Arnemuiden.

C. Crucq

Den 24 Junij 1817.

 

 

Aan de Heeren Ged. Staten van Zeeland

 

Edele Groot Achtbare Heeren!

 

Ik heb d’ Eer aan UwEdGrAchtb: te doen toekomen de ingevulde Tabellen, betrekkelijk de ongebouwde en gebouwde Eigendommen dezer gemeente, waarom , waaromtrent  met alle naauwkeurigheid is te werkgegaan en mitsdien vertrouwe aan UwEdGrAchtb: intentie bij derzelver missive van den 9 dezer maand No 8 mij medegedeeld te hebben beantwoord.

Waar mede ik d’ Eer heb met verschuldigde eerbied mij te noemen.

Uw EdGrAchtb: DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 30 Junij 1817.

 

De 3 maandsche Rapporten aan den Gouverneur nopens de afwezige militairen en aan de Officier nopens de policie Vonnissen, zijn bij de gewone Missiven gedaan.

 

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De Rekening dezer Stede over den Jare 1816 door de Heer Ontvanger Boddaert gedaan en door het Stedelijk bestuur op heden bij voorraad opgenomen zijnde, heb ik d’ Eer drievoudig met de nodige bewijzen hier bij aan Uwe Excellentie te doen toekomen, en mij met verschuldigde Eerbied te teekenen.

Uwe Exc: DW Dienaar

C. Crucq.

 

Aan Heeren Burgemeesteren en Raden der Stad Middelburg.

 

Edel Achtbare Heeren!

 

Zedert een aantal Jaren, zoals UEdAchtb: niet onbekend zullen zijn, heeft over eenig territoir tusschen Middelburg en Arnemuiden verschil bestaan, die onder de vorige Bestuuren dier Steden menigmaal aanleiding tot briefwisseling en onderhandelingen hebben gegeven, dan nimmer heeft men het eens kunnen worden, daar geen der partijen eenig afstand van hun vermeend regt wilden doen,- de gedurige schokken welke ons Vaderland hebben getroffen, hebben die differenten voor gewigtiger en moeijlijker bezigheden doen zwijgen.-

In het Jaar 1809 heeft men van deze zijde, op eene gedane klagte en daar op gevolgde aanschrijving van den voormalige Heer Landdrost nog eens een poging bij het toenmalig Bestuur van Middelburg gedaan, dan welke van geen gevolg is geweest—dog de fransche overheersing bij de formatie van een nieuw cadaster vond goed om in 1811 en 1812 zodanig gedeelte van ons Territoir af te nemen een aan Middelburg toe te kennen, dat het territoir van die Stad zich uitstrekte tot bijna onder de muren van Arnemuiden.

Billijker wijze heeft men van deze zijde daar tegen geprotesteerd en alle mogelijke pogingen aangewend om den voortgang te stuiten, maar daar alles voor de fransche Wil mogt bukken, kon het ook niet anders of den zich verheffende maar evenwel kragtelooze stem van Arnemuiden werd gesmoord, en dat zo wel door de alles gebiedende magt, als de niets beduidende vleijende toezegging van die Usurpateurs.

Thans evenwel nu onder een Vaderlandsch Bestuur vrijer adem halende, en dat begeerd van tijd tot tijd de aangedane verongelijking zo veel mogelijk te herstellen, schijnt het, dat onze onder Verdrukking verhefte Stem, nog een naklank heeft doen hooren, ten minsten bij eene Missive van den Heer griffier der Staten van Zeeland van den 25e der vorige maand, worden wij namens het besogne van HEGestrenge de Heeren Ged. Staten deze Provincie verzogt om te willen beproeven in hoe verre een vergelijk tusschen UEdAchtB: en ons onder nadere approbatie over het questieus Territoir mogelijk mogt zijn.-

Wij nemen zeer gretig die aangebodene gelegenheid aan, en zijn bereid daaromtrent ons op een billijke en regtvaardige wijze te laten vinden, terwijl wij het zelve van UEd: Achtb: vertrouwen.

En daar nu de nieuw aangelegde Dijk voor de Haven van Middelburg een juiste limite daar steld, en wanneer men nu die daar voor aan die zijde aannam en aan de andere of Zuid&Zuidwestzijde der ouden havendijk, met overlating van de Landen aan deze zijde gelegen aan deze Gemeente, voorts de Zaagmolens en de aldaar staande zoutkeeten aan Middelburg latende,en op den Zaagmolense Dijk een Scheidspaal plaatsende, ter zijde van den aldaar thans leggende dam, of tot aan een daar bijkomende Wegeling, zo zoude Middelburg wel eenig territoir missen, maar ook Arnemuiden verloor die Hofstede en op onderscheidene gedeeltens Land, aan de overzijde van de Nieuwe Westhaven Dijk gelegen,en bekwam daar door een groot gedeelte terug van het geen haar ontnomen is.

Zo het ons toeschijnt zoude deze Limietscheiding zeer billijk en natuurlijk zijn, en grond zich ook op eene Ministeriele Instructie van den 13 maart 1806 art. 77/78 welke wij vermeenen dat als nog bij de formatie van het Cadaster gevolg word.

Mogten UEd: Achtb: van de billijke en regtmatige scheiding overtuigd, ons daar op eene goedkeurende rescriptie doen toekomen, zo zoude alle Verschillen getermineerd worden, en zulks zeer aangenaam zijn, aan hen die d’ Eer hebben met bijzondere hoogachting te zijn.

UEdAchtb: DW Dienaaren

Burgemeester en Raden voornoemd

C. Crucq

Ter Ordonnantie van dezelve

Corn: Dan: Baars

Secretaris.

Den 4 Julij 1817

 

Aan den Heer Minister van Oorlog

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ik noem de vrijheid aan uwe Excellentie hier bij te doen toekomen de declaratie in duplo wegens de veergelden van de militairen over het eerste halfjaar, met de daarbij behoorende bewijzen, en verzoeke Uwe Excellentie daar op ordonnantie van betaling gelieve te accorderen.

Ik heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te teekenen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

De Prov: Burgemeester

C. Crucq

Den 16e Julij 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur

Van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Ingevolge Uwe Excellenties aanschrijving van den 9. dezer maand 2e afd. No. 1499. diend deze om Uwe Excellentie kennis te geven, dat de door mij gedane Waarschuwing aan deze gemeente, wegens de door mij aan den Heer Ontvanger ter handgestelde Kohieren der directe belastingen over 1817 is gedagteekend op dato dezer.

Waar mede ik d’Eer heb mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uw EdGestr. DW Dienaar.

C: Crucq

Den 18 Julij 1817.

 

Aan de Heer Gouverneur

Van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De vlag welke bij feestviering en plegtige gelegenheden op den Thoorn dezer Stede word gebruikt is zodanig versleten, dat volstrekt daar toe een nieuwe word verEischt, en na de prijs daar van vernomen hebbende, is mij opgegeven dezelve f.24 moet kosten.

Ik neem de vrijheid Uwe Exc: te verzoeken van aan mij te vergunnen zodanigen vlag voor de Stad te koopen, en die te voldoen uit de post van onvoorziene Uitgaven voor dit loopend Jaar gealloueerd.

Ik heb d’ Eer met verschuldigden Eerbied mij te noemen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq.

Den 29e Julij 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland.

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Gisteren in de nademiddag circa half 5 uuren werd alhier brand ontdekt ten huize van den Secretaris dezer Stede. Zo dra ik daar van berigt ontving begaf ik mij derwaarts, dan die man met zijn huisgezin te Middelburg zijnde, gaf ik dadelijk order om in het Huis in te breken,wanneer men ontwaarde den Brand op een agterkamer plaats vond de spoedige aangebragte hulp en de voorbeeldelooze Vigilantie van alle de Inwoonderen, die in dezen allen Lof verdienen, was Oorzaak men onder Gods Zegen den Brand weldra  meester werd en gebluscht had, terwijl ik tot voorkoming van wanorde en Verkeerdheden, die bij zodanige gelegenheden wel eens plaats vinden, op alles de nodige order stelde en een wakend oog hield, tot dat den Eigenaar waarom ik per Expresse gezonden had, ten zijnen was terug gekomen.

Zijnde den brand in een hoek van de genoemde Kamer ontstaan, aan een balk, terwijl die benevens eenige planken en meubelen zijn verbrand.

Hoe dien brand ontstaan was, bleef gisteren een Raadsel, dan is nu dezen morgen ontdekt zijn oorsprong te hebben genomen van een Fournuis  nevens het Huis van den Secretaris staande, en behoorende aan buurman, waar in men des morgens tot de Wekelijksche Wasch, water had geheet en daar door de gemelde Balk vuur had gevat.

Ik heb gemeend UwExc: daar van te moeten berigt doen, en heb d’ Eer met verschuldigde Eerbied mij te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar.

Den 4 aug: 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

Bij eene Missive van den Hoogen Raad van Adel van den 4e dezer maand, ontvange ik de akte van confirmatie, nopens het voeren van een wapen, door deze Stad, waar voor ik heb moeten betalen eene Somma van Vijftien Guldens.

Ik verzoek Uwe Excellenties  Authorisatie om die som te mogen ordonnanceren op de post van onvoorziene uitgaven over dit jaar gealloueerd.

Ik heb d’ Eer mij met verschuldigde Eerbied te noemen.

Uwe Excellentie DW Dienaar

C. Crucq.

Den 12 Aug: 1817.

 

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland

 

Hoog Edel Gestrenge Heer!

 

De staat, betrekkelijk het getal Ingezetene dezer Gemeente, welke uit de Armekas bedeeld worden als mede de onderscheidene klassen van bedeelingen door mij overEenkomstig UweExc: aanschrijving van den 3e dezer maand ingevuld zijnde, heb ik d’ Eer hier bij aan uwe Exc: te doen toekomen en mij met Verschuldigden Eerbied te noemen.

Uwe Exc: DW Dienaar

De Burgemeester voorn;

C. Crucq.

Den 16 Aug: 1817

Ga naar boven