Historische Vereniging Arnemuiden

Brievenboek 1831-1832

Zeeuws Archief Inventaris van Archieven van de Gemeente Arnemuiden
Toegangsnummer 1200 Inventarisnummer 140

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Onderwerp: Maatregelen tegen de cholera
Uw Excie missive van den 22 Sept: l.l. no 265 betrekkelijk te nemen maatregelen tegen de cholera bij ons ontvangen zijnde, hebben wij dadelijk de daar bijgevoegde exemplaren van het geschrift getiteld aanwijzing ter bewaring der gezondheid en ter voorbehoeding van de aansteking der cholera, zoo aan de Leeraar en Schoolonderwijzer dezer Gemeente, als aan andere personen alhier ter hand gesteld om deszelfs inhoud algemeen bekend te maken en hebben verder de eer omtrent de punten aan het Slot der gem: missive Uw Excie te berigten.
1e Dat buiten of in den omtrek dezer Gemeente geene onbewoonde lokalen gevonden, welke tot opneming en behandeling etc van mingegoede cholera zieken kunnen dienen.
2e dat de hoeveelheden der onderscheidene middelen tot genezing etc in den gemeente benoodigd, om bij het ontstaan der ziekte dadelijk van dezelve voldoende voorraad te hebben, moeijelijk zich laat bepalen , daar in deze Gemeente veel minvermogende worden gevonden..
Doch dat de heelmeester Oversluis reeds heeft gezorgd om aanvankelijk in zijn apotheek die voorraad te hebben, welke voor eerst bij het ontstaan der ziekte kan gevorderd worden, terwijl de nabijheid der Hoofdstad dat gemak aanbiedt, om dagelijks het benoodigde te kunnen bekomen.
3e Omtrent de wijze waarop onze Gemeente onder de Genees & Heelkundige in wijken is verdeeld, zien wij ons verpligt Uwe Excie te berigten dat bij eene gehoudenen conferentie met de genees & Heelmeester alhier ,den Heelmeester J.H. van Opdorp, volstrekt heeft geweigerd om zich behoeve de minvermogende dienstbaar te stellen, en alzoo dit alleen aan den Heelmeester J. Oversluis is opgedragen, dewelke heeft verklaard bereid te zijn, om bij het onverhoopt ontstaan dezer ziekte, al het mogelijke te zullen verrigten waardoor de wijze van verdeling der gemeente is komen te vervallen.
En eindelijk dat door ons voor oppassers der minvermogende zieken een getal van 26 van het mannelijk en gelijk getal van het vrouwelijk geslagt op een lijst zijn gebragt en een 20 tal als Lijkbezorger waarvan een afzonderlijke lijst is gemaakt dewelke wij vermeenen als tot het een en ander best geschikt te zijn en voldoende om bij het ongelukkig ontstaan van gemelde ziekte dienstbaar te zijn.
Burgemeester & Wethouders der stadArnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Secretaris
Den 10e October 1831

Idem
Onderwerp: Aanvulling voor een ontslagen militair
Naar aanleiding van Uwe Excie missive van den 20 Aug: j.l. no 9829 A 1e Afd betrekkelijk de ontslagene milicien Johan? Gerlach Tieleman Plaatsvervanger van Jacob Schets,loteling dezer Gemeente van 1830 hebben wij laatsgen: daarvan kennis gegeven, met aanzegging om te zorgen dat binnen twee maanden een andere Plaatsvervanger voor hem wordt gesteld of in de verpligting zoude zijn zelve in dienst te treden.
Thans kunnen wij Uw Excie berigten dat hij aan ons heeft kennis gegven dat een ander plaatsvervanger van hem zoude gesteld worden, en reeds aan uwe Excie was verzogt den dag te bepalen, tot aanbieding en goedkeuring van denzelven, waardoor aan den inhoud van Uw Excie genoemde missive is en zal worden voldaan.
Burgemeester en Wethouders
Der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter Ordonnantie van dezelve
Corn: Dan: Baars
Secretaris

Aan de Heer Griffier der Staten van Zeeland
Onderwerp: ordonnantie van betaling
Wij hebben de eer UEG: de ontvangst te berigten van eene ordonnantie van betaling ten onzen behoeve groot f.50 in voldoening van het bij resolutie van Heeren GS dezer provincie van den 22 Julij JJ no 25 aan onze stad toegekende subsidie van verplegingskosten van bedelaars over 1830 welke bij UwEdG: missive van den 17 dezeris toegekomen.
Burgemeester en Wethouders der stadArnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnanntie van dezelve
Corn: Dan: Baars
den 28 Oct: 1831.

Aan de heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: overladen van visch
Ter voldoening aan den inhoud van Uwe Excie missive in dato 28 Julij j.l. A afd. No 8519 hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven dat wij rijpelijk onderzocht hebben hoedanig het gelegen is ,met de visch welke uit onze visschers aan andere vervoerders overgeladen wordt, en dat het ons bij dat onderzoek is gebleken:
Voor eerst dat door de bij uitstek geringe hoeveelheid visch, welke er gedurende dit jaar tot hier toe gevangen is, de overlading aan andere vervoerders zeer gering is geweest.
Ten anderen,dat welke ook het oogmerk der vervoerders met de overgeladen visch moge geweest zijn, zulks geheel buiten de bemoeijing der Arnemuidsche visschers is, daar zij bij het overladen hun geld voor de afgeleverde visch ontvangen, zonder zich verder verantwoordelijk te stellen, of te bekommerem werwaarts gezegde visch wordt heen gebragt.
Dat gelijk wij bereids zeiden , door de bijzondere schrale vischvangst dien overlading bij uitstek gering is geweest, en de visschers bijna al hun visch binnen Middelb. Vlissingen Goes ZZee en verder plaatsen van Zeeland hebben moeten slijten, terwijl volgens bekome informatie van de subontvanger voor de accijnsen in en uitgaande regten alhier, niet anders of meerder dan een Paspoort van versche visch ter waarde van f.12- aan zekeren A.Visscher wonende te ZZee opden 8 April dezes Jaars om naar Hulst te vervoeren is afgegeven en dat dit Document niet is te rug gebragt en dat bij zoo verre bedenkingen mogten gerezen zijn over het direct of indirect vervoeren van visch naar de Belgen, wij Uw Excie de verzekering kunnen geven,hieraan de Arnemuidsche visschers hoe ook genaamd geen deel hebben, terwijl wij overigens na de mededeeling van uwe Excie missive bovengemeld meer dan gewoonlijk op het overladen en vervoer van visch hebben doen toezien, en zulks zullen blijven doen, ten einde zoo veel mogelijk aan de bepalingen van ZM besluit de dato 20 Novb 1830 naar te komen en daaraan zoo veel in ons is zoeken mede te werken terwijl wij niet nalaten zullen om van de minste bedenkingen die ons hier in mogten voorkomen, dadelijk Uwe Excie kennis te geven,waarmede wij vertrouwen aan den inhoud UwerExcie missive bovengemeld te zullen voldoen.
Burgemeester & wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn: Dan: Baars
Secretaris
Den 7 Novb 1831

Idem
Onderwerp: Kwitantie van overstortingen
De kwitantie van overstorting van het aandeel onzer Gemeente in de adm. kosten der bedelaars Etablissementen welke Uwe Excie bij deszelfs missive van den 12 dezer maand no 1659 B 2 afd. ons heeft terug gezonden, dewijl die overstorting van dit jaar was geschied, en dit voor 1830 mogt hebben plaats gehad door ons aan den heer Agent gepresenteerd zijnde, om de noodige verandering daarin te doen plaats hebben,doch waar in gem:heeft gedefroulleerd ?? weshalven wij eene vernieuwde overstorting voor den dienst van 1830 hebben gedaan, waarvan wij bij deze de eer hebben aan Uwe Excie de quitantie te doen toekomen, na daar van een afschrift aan de Plaatselijke ontvanger te hebben ter hand gesteld terwijl wij die voor 1831 onder ons hebben behouden, totdat dezelve door Uwe Excie zal worden gevorderd.
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn: Dan:Baars
Den 18 Novb: 1831

Idem
Onderwerp: organisatie Veldwachters
De bij Uwe Excie aan ons gedane vraag bij missive van den 15e dezer maand A 1e afd. no 13431 of de betrekking van Klokopwinder welke door den veldwachter onzer Gemeente wordt waargenomen, hem al dan niet in die betrekking zal houden, vermeenen wij Uw Excie ontkennend te kunnen en te mogen beantwoorden.
Dewijl in de onderscheidene jaren welke door hem die bediening is waargenomen nimmer noch aan zijn dienst als veldwachter heeft hinderlijk geweest of eenig verzuim in het betrachten van Zijne verplichting in dien dienst heeft veroorzaakt of ter niet ? is gebragt geworden.
Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter Ordonnantie van dezelve
Corn: Dan: Baars
Secretaris
Den 21 Novb.1831

Idem
Onderwerp: Nasporing omtrent Schroevers
Bij Uwe Excie missive van den 19e Oct: j.l. no 12592 A 1e afd verzogt zijnde om bij de famillie van Schroevers in mijne Gemeente wonende, eenig onderzoek te doen omtrent de woonplaats van zekeren Jacob Schroevers volgens een daar bijgevoegd attest te Bergen op Zoom overleden.
Zoo heb ik de eer in voldoening daaraan Uwe Excie te berigten dat bij onderzoek aan gezegde famillie mij door dezelve is te kennen gegeven dat tusschen de 30 en 40 jaren geleden zekere Cornelis en Jacobus Schroevers alhier wonende uit deze gemeente metterwoon zijn vertrokken na het land van Cadzand, dat men onbekend was,waar ter plaatse eerstgenoemde is overleden, doch meende zeker te zijn dat laatstgem: Jacob Schroevers laatstelijk heeft gewoond te Philippine, en ook aldaar zoo wel als zijnhuisvrouw wiens naam hun onbekend was overleden is.
Zijnde dit de eenige inlicting welke ik heb kunnen bekomen en welke ik met terugzending van dit stuk aan Uw Excie dien aangaande kan mededeelen.
De Burgemeester der stadArnemuiden
J.H.Schorer
Den 21 Novb 1831

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Aanvrage onvoorziene Uitgaven
Zijne Excie de Heer Gouverneur dezer Provincie heeft ons bij missive van den 19 der vorige maand no 12223 A 2e afd te kennen gegeven dat deze gemeente voor transport kosten over 1831 voor bedelaars, welke in dat jaar ten laste dezergemeente in de gestichten der Maatschappij van Weldadigheid zijn verpleegd verschuldigd is eene som van f.60.
En aangezien op onze begrooting van dit jaar daarvoor geen post is gealloueerd zoo nemen wij de vrijheid zoo nemen wij de vrijheid UEGA autorisatie te verzoeken om genoemde som van f.60 uit de onvoorziene uitgaven van dit loopend jaar te mogen voldoen.
Burgemeester en Wethouders der stadArnemuiden
J.H.Schorer ter Ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Den 21 Novb: 1831

Aan het Diaconie Armbestuur van Arnemuiden
Onderwerp: Begraafnis Kosten J.Schroevers
Bij eene missive van Heeren Burgemeester & Wethouders der stadMiddelburg van den 21 Novb.j.l. is aan ons te kennen gegeven dat door het algemeen Armbestuur aldaar is betaald eene som van f. 8,25 van kosten van begraven en transport van den drenkeling J. Schroevers welke behoord tot den onderstands Domicilie dezer Gemeente met verzoek om de som volgens de bestaande wetsbepaling aan dat Armbestuur te doen restitueren.
Wij bij de nagelatene zoon van den overledene poging aangewend tot de voldoening daarvan doch denzelve heeft verklaard daartoe in het onvermogen te zijn.
Weshalven wij ons gedrongen zien, Uw Eerw: te verzoeken om de nodige order te stellen dat gem: f.8,25 aan het voorzeide Armbestuur worde gerestitueerd.

Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden
J. de Marée
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Secretaris

Aan het Diaconie Armbestuur van Arnemuiden
Onderwerp: Kon:decisiën wet 28 novb 1818

Wij hebben de eer, naar aanleiding van een bij ons ingekomen besluit van heeren GS dezer provincie aan uw Eerw: mede te deelen, de navolgende Kon: decisiën omtrent de toepassing der Wet van den 28 Novb: 1818
Ad art:
Wij verzoeken Uw Eerw: bij voorkomende gelegenheid vorenstaande Kon: decisiën in acht te nemen.
Burgemeester & weth: derstad Arnemuiden. De Wethouder
J.de Marée
Ter ordonnantie van dezelve Corn:Dan: Baars
Secretaris
Den 15 dec: 1831

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: ordonnantie van betaling
Verleende subsidie
Wij hebben de eer UEGA te berigten dat bij ons nevens deszelfs missive van den 1e dezer maand wel is ontvangen ene ordonnantie van betaling behoeve onze gemeente in voldoening van het door Heeren GS dezer Provincie aan ons toegekende subsidie uit de Prov: fondsen voor vervangingskosten van bedelaars over 1830 ter somme van f.60
Burgemeester & wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn: Dan: Baars
Den 17 Decb: 1831

Aan den Eerw: Kerkenraad van Arnemuiden
Onderwerp: Benoeming Diakenen
Wij hebben de eer UEerw: bij deze kennis te geven dat uit het dubbeltal door Uw Eerw: bij Missive van den 19 dezer maand voorgedragene Personen tot Diakenen van de nu aftredende door ons zijn benoemd, de personen van Marinus van Belsen, Marinus Keur.
Met verzoek dezelve daar van kennis te geven en volgens kerkelijk gebruik te bevestigen.
Wij meenen Uw Eerw: te moet opmerken dat hoezeer wij steeds aan het verlangen van den Kerkenraad voldoen, om die personen te benoemen, welke het eerste op het dubbeltal zijn gemeld, het de Regering aangenaam zijn zal ,dat bij vervolg zodanig eerstvermelde personen, de zodanige zijn welke eenigsints kunnen schrijven en ook schrift lezen, dat bij het waarnemen van die bediening of post zo noodzakelijk is
.Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J. de Marée
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
den 22 december 1831

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Om autorisatie op onv: uitgaven
Bij missive van Zijne Excie de Heer Gouverneur dezer Provincie van den 13e dezer maand no 14349 A afd ons te kennen gegeven zijnde dat door Z:Exc: onder meer een acte van chargement ter somma van f.101, 23 aan den ontv: der Registratie te Middelburg wegens verplegingskosten van weezen dezer Gemeente in de Koloniën der Maatschappij van Weldadigheid over 1830 ter invordering was toegezonden,met verzoek om voor de betaling die som te zorgen, en dit op de gemeene wijze op het Arm Bestuur dezer gemeente te verhalen.
Zoo hebben wij in voldoening daar aan het Diac: Armbest: dezer Stede aangeschreven om die som bij onze plaatselijken Ontvanger te brengen, dan het zelve bestuur heeft ons bij een brief van den 19e dezer maand te kennen gegeven dat het zelve zich daartoe in de onmogelijkheid bevind aangezien in den loop dezes jaars zekere Adriana de Ridder huisvrouw van M Schroevers , uit hoofde van krankzinnigheid in het huis der simpele te Middelburg was geplaatst, waarvan zij de kosten moeten dragen, en geenerlei fondsen bezaten, om daar uit de betaling te doen; terwijl door de aanhoudende ongesteldheid des Predikants, waardoor men veeltijds maar eenmaal Godsdienst had, de Collecte gering was en uit dien hoofde verzocht, door ons tot de betaling door subsidie aan haar te verleenen te worden in staat gesteld .
En daar wij van en met de aangevoerde redne van het Diaconie Armbestuur bekend zijn, daar het zelve geenerlei fondsen bezit, en alleen de armen, die thans vele zijn,uit de collecten, giften en gaven moeten onderhouden, zoo hebben wij gemeend, dat aan derzelver verzoek door ons behoorde te worden voldaan.
Waarom wij de vrijheid nemen UEGA te verzoeken aan ons de nodige autorisatie te verleenen om uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar aan het voorzeide Armbestuur eene som van f.100- subsidie te mogen verleenen en doen uitbetalen.
Burgemeester & Wethouders der stadArnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Den 22 dec: 1831

1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Personeel van het Bestuur
Geen veranderingen hebben er plaatsgehad.
Den 3 Januarij 1832

Idem
Onderwerp: Wering Bedelarij
Geen bedelende personen zijn door nauwlettend toezicht aangetroffen
Den 3 Januarij 1832.

Idem
Onderwerp: Maten en gewigten.
In deze zaak zijn geen overtredingen ontdekt geworden.

Idem
Onderwerp: Staat Broodzetting
Deze gaat hierbij over de laatste drie maanden als naar opgaaf der marktprijzen van de granen

Idem
Onderwerp: Fabrieken Trafieken en Werkwinkels
Geen veranderingen hebben plaatsgehad

Idem
Onderwerp: Berigt Stierhouder & Keurmeester.
Naar aanleiding van het bepaalde in het Reglement op de Stierhouders en Keurmeesters gearresteerd bij Heeren GS van Zeeland den 20 April 1817 hebben wij de Eer Uw Excie te berigten dat alhier thans een Stierhouder is, genaamd A. Boogert Landman in deze Gemeente, en dat met betrekking tot de keurmeester geen verandering is voorgevallen.
Den 3 Januarij 1832

Idem
Onderwerp: Handtekeningen Burgemeester en plaatsvervanger en 2 leden uit den Raad
t.b.v. attesten van de Nat: Militie.

Aan Gouverneur en de Provinciale Geneeskundige Commissie in Zeeland
Onderwerp: Vaccine
Er zijn geen rapporten ingekomen dat gedurende het laatste kwartaal 1831 iemand in deze gemeente is gevaccineerd geworden of dat de kinderziekte in dat tijdvak heeft geheerscht.

Aan den Gouverneur
Onderwerp: Proces verbaal Stedelijke kas
Deze doen wij Uw Excie toekomen na behoorlijk onderzoek volgens de bestaande verordening door ons heden opgemaakt en geteekend
Den 6 Januarij 1832

Aan de Provinciale Commissie van Landbouw
Onderwerp: Kennisgeving Hengsthouder
Ik heb de eer in voldoening aan Art:4 der Publ: van Heeren GS van den 20 Jan: 1817 hierbij an UGEA te doen toekomen een bewijs van Adriaan Adraanse Landman in mijne Gemeente waar bij den zelven te kennen geeft het voornemen te hebben van dit jaar weder een hengst te houden.
De Burgemeester der stadArnemuiden
J.H.Schorer
Den 6 Jan: 1832

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Staat van bevolking , geboorte & sterfte

Wij hebben de Eer nevens deze aan uwe Excie te doen toekomen een staat van bevolking dezer stad zoals die was op den 31 December 1831, als mede de staten van geboorte & sterfte met de daarbij behoorende tabel van het vorig jaar terwijl in den loop van dat jaar in deze Gemeente Acht Huwelijken zijn voltrokken en geen Echtscheiding heeft plaatsgehad
Burgemeester & Weth: van Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
C:D:Baars
Den 18 Januarij 1832.

Idem
Wij hebben de Eer Uwe Excie bij deze kennis te geven dat het Kohier van lasten op de gebouwde en ongebouwde Eigendommen dezer Gemeente van dit loopend Jaar bij ons is ingekomen,daarvan op heden den gewone bekendmaking door ons is gedaan, en het zelve dadelijk aan ’s Rijks Ontvanger dezer gemeente ter invordering is verzonden.
Den 20 Jan: 1832
Aan den Heer Agent van ’s Rijkskassier te Middelburg
Onderwerp: Inschrijving vrijwillige negotiatie 1832
Ik heb de eer aan Uwe Excie te doen toekomen eene opgave van gedane inschrijvingen en de vrijwillige negotiatie vastgesteld bij de wet van 6 Jan: dezes jaars tot heden alhier plaats gehadt.
Voor het Plaatselijk Bestuur van Arnemuiden
De Wethouder
J. de Marée

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Inschrijving Register & Alphabetische Lijst N.M. 1832
Hierbij gaat het Inschrijvingsregister en Alph. Lijst van de Manspersonen in 1813 geboren welke aan de Loting van de N.M. voor dit jaar moeten deelnemen; terwijl daarvoor geen vrijwilligers hun hebben aangeboden, en geen aanvragen tot bekoming van vrijstelling van reeds dienende bij mij is ingekomen.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
J.H.Schorer

Idem
Onderwerp: Vrijwillige Negotiatie
Het Register van inschrijvingen voor de vrijwillige Negotiatie, vastgesteld bij de wet van den 6e dezer (St.Bl no 9) op heden alhier gesloten zijnde, hebben wij de eer en voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 12 dezer (P.B.no 7) bij deze aan Uw Excie te doen toekomen een gecertificeerde opgave van het totaal bedrag, waarvoor binnen onze gemeente is ingeschreven, en van welke inschrijvingen een afschrift van het Register aan den Agent van ’s Rijkskassier heden opgemaakt zal worden ingezonden.
Burgemeester & wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Den 31 Jan: 1832.

Aan het Departement van Z.M.Marine te Vlissingen

Daar de personen van H. Buster en G. de Quelerij als vrijwilliger dienende op Z.M. Kanonneerbooten gestationeerd voor Antwerpen zijn gedagvaard om op den 4e ? dezer voor de Militie Raad van Zeeland te compareren ten einde op grond van art.94 GG der wet van 1807 weder voor een jaar vrijstelling te reclameren.
Zoo neme de vrijheid UEdG:te verzoeken van aan mij zodanige certificaten van hunne werkelijken dienst te laten toekomen.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Den 3 Februarij 1832

Aan den Heer Kommandant van de 1 Komp: 2 Batt: Zeeuwse Mobiele Schutterij te
Oostburg??
Onderwerp: Nat: Militie
Alzoo de Loteling Blaas de Ridder is gedagvaard om voor de Mil: Raad van Zeeland op den 14 dezer te compareren,ten einde bewijs over te leggen dat deszelfs broeder Jacob de Ridder noch werkelijk is dienende in de 1 Komp 2 Batt: Zeeuwsche Mobiele Schutterij
Zoo neme ik de vrijheid UEGestrenge te verzoeken van aan mij zodanig certificaat te laten toekomen.
De Burgemeester der Stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Den 3 Febr: 1832

Aan den Bevelhebber van het Depôt 2e afd: Inf: Nat: Mil:te Amsterdam
Idem 6 Batt:Art: Nat Militie te Delft.
Onderwerp: Attest van Activiteit
Ik heb de eer UEGestrenge te verzoeken van aan mij te laten toekomen een attest van activiteit van de milicien.
1e Jan de Ridder fus: bij de 2e afd: van de ligting van 1828 op het stamboek onder no 15905 bekend
2e Abr; Theune Kan: 1 Komp: 6 Batt: Art:van de ligting van1829- dat door deszelfs Broeder
Ook Job Adriaanse ? bij de Mil: Raad van deze Provincie moet worden overgelegd.
De Burgemeester der Stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Den 6 Februarij 1832.

Aan het Diaconie Armbestuur van Arnemuiden
Onderwerp: opgave weezen & Staat Armwezen

Overeenkomstig een bij ons opheden ontv: besluit van Heeren GS , vinden wij ons verpligt UwEerw: te verzoeken van aan ons voor of op den 13 dezer te doen toekomen een door Uw Eerw: gecertif: opgave der kinderen van 6 tot 18 jaren welke door Uw Eerw: worden besteed of bedeeld , volgens het model bij ons missive van 22 Decb 1828 Uw Eerw medegedeeld.
Tevens verzoeken wij Uw Eerw: om ook aan ons te doen toekomen een Staat van het Armwezen en een Staat betrekkelijk het kosteloos onderwijs aan kinderen van behoeftigen of minvermogende ouders in 1831 verleend met bijvoeging van eene toelichtende tabel beide ingerigt naar de door ons aan Uw Eerw: medegedeelde modellen.
Laatstgem: opgave verzoeken wij voor het einde van deze maand te mogen ontvangen.
Geteekend als voren doorde Wethouder
De Marée
Den 6 Februarij 1832.

Aan dhr: Lieutenant ter Zee W.T.Baars, komm: ZM Kann: boot no 24 voor Antwerpen.
Onderwerp: Attest activiteit
Bij UEG: missive van den 29 Jan: j.l. heb ik wel ontvangen de attesten van de vrijwillig dienende matrozen J. de Quelerij en H:Blaasse welke aan de Loting van dit jaar moeten deelnemen, en aan boord van Z.M. Kannonneerboot no24 onder UEG kommando hun bevinden; dan omtrent laatstgem; moet ik UEG te kennen geven dat bij het opmaken der Lijst van de Nat:Mil: is ontdekt in 1811 volgens een decreet van het toenmalig Fransch bestuur de familienaam heeft aangenomen Van de Gruiter en dat alzo het door UEG afgegeven attest bij de Militie Raad niet als voldoende zal worden aangenomen.
Ik neeme mitsdien de vrijheid UEG te verzoeken van aan mij zodanig attest van de nu wezenlijk genaamde Klaas Blaase van de Gruiter te laten toekomen.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
J.H.Schorer

Aan het Departement van ZM Marine te Vlissinegn

Onderwerp: Attest activiteit
Daar de persoon van M.Schroevers als vrijwillig matroos dienende op ZM Kanonneerboot voor Antwerpen aan de Loting voor de Nat: Mil: van dit jaar moet deelnemen en op grond van art: 94 GG der wet van 1817 voor een jaar vrijstelling verlangt te reclameren.
Zoo heeft denzelven benodigd een attest van werkelijken dienst ten einde dit bij de Mil: Raad over te leggen en de vrijstelling te erlangen.
Ik neem mitsdien de vrijheid UEG te verzoeken zodanig attest aan mij te laten toekomen.
Den 10 Februarij 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Veldwachter
In voldoening aan het 2 art: van Uw: Excie; besluit van den 19 Jan: j.l. (P.B.no 10) houdende organisatie van den veldwachter ten platten lande van Zeeland, hebben wij de eer Uwe Excie: te berigten dat de benoemden veldwachter over deze Gemeente verEenigd met de gemeente Cleverskerke van de bediening als bode van laatstgenoemde Gemeene heeft afstand gedaan, en dat denzelven tot standplaats bij voortduring onzen Gemeente is aangewezen.
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Secretaris
Den 10 Febr: 1832.

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Gealimenteerde kinderen
Wij hebben de eer in voldoening aan UEAbesluit van den 3e dezer maand(PB nr 18) betrekkelijk gealimenteerde kinderen welke in de termen verkeeren van naar Veenhuizen te worden opgezonden bij deze aan UEGA te doen toekomen, een nominative Staat der weezen, welke door het gesubsidieerd wordende Diaconie Armbestuur dezer gemeente gealimenteerd worden, waar onder wij de verEischte verklaring hebben gesteld,terwijl geen andere Arminrigtingen dan het genoemde alhier bestaat
Geteekend als voren
Den 17 Februarij 1832

Aan de Heer Griffier der Staten van Zeeland
Onderwerp:ordonnantie subsidie

Wij hebben de eer UEG: de ontvangst te berigten nevens UEG missive van den 11 dezer maand, Een ordonnantie van betaling behoeve deze Gemeente groot f.60—in voldoening van het subsidie voor transportkosten van bedelaars bij resolutie van Heeren GS dezer Provincie van den 2 Decb:j.l. no 18 aan onze gemeente toegekend.
Geteekend als voren
Den 17 februarij 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Staat wolvee


Wij hebben de eer in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 13 Junij 1829 (PB no 75) nevens deze aan uwe Excie te doen toekomen een Staat aanwijzende het wolvee op den 1e dezer maand, in onze gemeente aanwezig geteekend als voren
Den 28 Februarij 1832

Aan het Departement van ZM Marine te Vlissinegn
Onderwerp: Attest activiteit
Bij mijne missive van den 10e dezermaand heb ik UEG te kennen gegeven, dat de persoon van M. Schroevers als vrijwillig matroos dienende op ZM kanonneerboot voor Antwerpen, aan de Loting van dit jaar mogt deelnemen en tot bekoming van vrijstelling op grond van art 94 GG der wet van 1817 een attest van werkelijken dienst bij de Militie Raad moet overleggen, welke ik UEG verzocht hebt mij te laten toekomen.
En daar ik dat attest noch niet hebt ontvangen en in de verplichting ben, hetzelve aan den Heer Militie Kommissaris in te zenden, ben ik zo vrij UEG te inviteren zodanig attest aan mij te doen toekomen.
De Burgemeester der stadArnemuiden
J.H.Schorer
N.B. Deze niet afgezonden daar het attest was ingekomen.
Den 29 Februarij 1832.

Aan het Departement van ZM Marine te Vlissingen
Onderwerp: attesten Activiteit
Door de Militie Raad dezer Provincie verlangd wordende, dat door de personen Jacob de Quelerij en Klaas Blaasse van de Gruiter, beide als vrijwillige matrozen dienende op ZM Kanonneerboot no 24 gestationeerd voor Antwerpen wordt overgelegd een attest van hunnen werkelijken dienst, om op grond van de bestaande wet vrijstelling te bekomen.
Zoo neme ik de vrijheid UEG te verzoeken van aan mij die attesten te laten toekomen.
Tevens nemen ik deze gelegenheid waar UEG mede te inviteren om den vrijwillig dienende matroos G. de Quelerij volgens verleend attest van den 10 Febr: dezes jaars zich bevindende op ZM fregat Minerva, de nodige order te verleenen om op den 27 Dezer maand des morgens om tien uren voor de Militie Raad te compareren.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
J.H. Schorer
Den 5e Maart 1832

Aan d ‘Heer bevelhebber van het Depôt van de 2 Afd.Inf. Nat: Mil: te Amsterdam
Onderwerp: attest activiteit
Bij missive van den 6e der vorige maand , nam ik de vrijheid UEG te verzoeken van aan mij te laten toekomen een attest van activiteit van de milicien Jan de Ridder, fuselier bij de 2e afd.Inf; Nat: Mil: van de ligting van 1828 op het stamboek op no 15905 gemeld.
Dat attest noch niet ontvangen hebbende ende broeder van de milicien op den werkelijke dienst van derzelven reclamerende is door de Mil: Raad dezer provincie gelast, om dat attest op den 27 dezer maand over te leggen,waarom ik andermaal de vrijheid gebruik UEG te inviteren genoemd attest aan mij te laten toekomen.
Getekend als voren
Den 5 Maart 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: verzoek approbatie verpachting straatmest

De pacht van de Straatmest , aardasch en vuilnis dezer gemeente met ultimo Decb:1831 geexpireerd zijnde, zoo hebben wij na dat de Conditiën door den Raad dezer stad den 11 Novb: des vorigen ‘s jaars waren gearresteerd ,de openbare verpachting daarvan ondernomen, en hoewel de pachtsom met de vorige jaren weinig differeerde, hebben wij die noch eenige tijd aangehouden, om ware het doenlijk die tot de vorige som te brengen; dan daar in niet geslaagd zijnde, hebben wij de eer het Proces verbaal van de gedane verpachting, nevens de door den Raad dezer Stad gearresteerde pachtconditiën aan UEGA goedkeuring aan te bieden.
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Secretaris
Den 5 Maart 1832

Aan den Heer Burgemeester der stad Sluis
Ik heb de eer UEA te verzoeken van den goedheid te hebben om in de geboorte of doopregister van de Roomsch Katholijke Kerk te Sluis van den jaren 1750 of 1751 te laten nazien of in dezelve niet gevonden wordt, geboren of gedoopt te zijn , eenen Hendrik Brendonck, zoon van Johannis en van Johanna Boumans, en zo ja, als dan aan mij en Extract uit dat Register te laten toekomen, met opgave van het daar voor verschuldigde , dat ik dan aan UEA zal laten voldoen.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
J.H. Schorer
Den 5 Maart 1832.

Aan de Heer Ontvanger der Registratie te Middelburg
Onderwerp: Lijst overledenen in Oost & West Indiën
Onder terugzending van de Algemeene Lijst van Nederlanders van geboorte, welke in de Oost & West Indiën aan boord van ZM schepen of elders zijn overleden welke wij nevens UEG:missive van den 25e der vorige maand no 259 hebben ontvangen, met verzoek om die inlichtingen, waarvan wij in de gelegenheid mogten zijn te geven, hebben wij de eer UEG te berigten , dat door ons die Lijst naauwkeurig is nagezien, doch in dezelven geene gevonden, die tot de Gemeente hebben behoord, alhier eenige betrekkingen of goederen nagelaten hebben.
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan:Baars
Den 9 Maart 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Instellingen van Weldadigheid.
Wij hebben de eer in voldoening aan Uw Excie circulaire van den 2e der vorige maand (PB no 16) betrekkelijk de instellingen van weldadigheid bij deze aan Uw Excie te doen toekomen een staat van de huiszittende armen dezer gemeente met de daar bij behoorende tabel van Toelichting door ons over 1831opgemaakt naar de opgave van het Diac: Armbestuur dezer gemeente aan ons gedaan met bijvoeging van een Staat van het kosteloos onderwijs aan kinderen van behoeftige mede in dat jaar gegeven.
De redenen van de verschillen welke zich ten opzichte van den Staat van de huiszittende armen, betrekkelijk de Inkomsten weder opdoen, in dien staat over 1831 met die van 1830 bestaan:
1e dat het nu gebragte goed slot van 1830 meerder is geweest dan dat van 1829.
2e dat de Collecten zo door den treurigen toestand der Visscherij als de bijzondere giften aanmerkelijk minder dan in het voorig jaar zijn geweest; terwijl wij daar door in de noodzakelijkheid zijn geweest om bijzondere subsidie uit de plaatselijke kas aan het Armbestuur te verleenen.
En ten aanzien van de uitgaven, welke men naar mate van de inkomsten zoo veel doenlijk heeft beperkt, en die mede eenige verschillen opleveren, met het voorgaande jaar 1830 bestaan de redenen:
1e dat men gemeend heeft de verplegingskosten der weezen te Veenhuizen, niet onder de lasten- en kosten van administratie maar onder de bedeelingen van allerlei aard te moeten brengen en
2e dat even daar door dat art: van bedeeling meerder dan het vorig jaar bedraagd, zoo mede door eenige meerder verleende kleederen, en door hetgeen meerder is toegedragen in den onderhoud van eenen krankzinnige vrouw, als daarvoor door haar zoon, welke als vrijwillige matroos diend is bijgedragen
Verder kunnen wij UwExcie berigten dat het Diaconie Armbestuur hetwelk zonder moeite voltallig bijft , de belangens der Armen behartigd zonder eenige belooning te genieten de bedeeld wordende personen uit gebrekkige en oude lieden bestaan, en dat geene tot de Israëlitische Godsdienst behoorende personen alhier woonachtig zijn.
Eindelijk ten opzichte van den staat van het kosteloos verleend wordende onderwijs ,merken wij alleen aan, dat daar van dat Jaar maar door 8 kinders is gebruik gemaakt, en dat de f.20 daarvoor door het Armbestuur betaald ,eene bepaalde toelage is,terwijl uit de plaatselijke kas behalve de gewone Jaarwedde aan den onderwijzer de som van f.50 is goedgedaan, voor Schoolbehoeften en brandstof tot verwarming der school voor alle de ter schoolgaande kinderen , zoo als die som dan ook Jaarlijksch op onze begrooting wordt gemeld en door Heeren G.S. daar voor wordt toegestaan
Den 17 Maart 1832.

Aan de heer Gouverneur een aan de Prov:Commissie van Geneeskundig toevoorzicht- het eerste gedeelte van de navolgende missive.
Onderwerp: Kinderziekte
Wij vinden ons in de verplichting Uw Excie /UwEd: kennis te geven dat ons door de Plaatselijke Heelmeester Oversluijs berigt is gedaan dat zeker jongeling, welke als Timmermansknegt zedert 2 à 3 weken op gisteren de kinderziekte aan hem heeft ontdekt , en dat wij daarvan bij missive aan Zijne Excie.Commissie van Gen:toevoorzicht heden mede kennis gegeven- en onze Gemeente bij Publ: zullen herinneren aan art: 5 van ZM bedsluit van den 18 April 1818 ( Prov. Blad no 20) met aanmaning om de daar bij vermelde voorschriften naauwkeurig in acht te nemen.
Den 17 Maart 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Correspondentie
Bij art: 18 van Uw Exc: besluit van den 19:Jan: dezes jaars (prov.B no 10) betrekkelijk de organisatie der veldwachters in deze Provincie bepaald zijnde, dat met den aanvang van het 2e kw: dezes jaars het bestaande gebruik nopens de overbrenging en afhalen der dienstbrieven, naar en van de Hoofdplaats der Provincie door de veldwachter wordt afgeschaft en de besturen der gemeenten in welke geen brievenpost of bodenloop bestaan worden uitgenoodigt om aan Uw Excie voor de Ambt: correspondentie de nodige voorstellen te doen toekomen.
In voldoening daaraan, daar onze gemeente in laatstgem: geval verkeerd, nemen wij de vrijheid aan Uw Excie voor te dragen dat de dienstbrieven van het Prov: Gouvernement aan het Huis van den Heer Burgemeester dezer stede te Middelburg worden gebragt, en indien Uw Excie daartoe de noodige order geliefde te verleenen en aan het bestuur der stad Middelburg mede wordt aanbevolen ten opzichte van de de mededeeling van de middenprijzen der levensmiddelen op de markten aldaar voor de zetting van de prijs van het brood alhier, dan
Zoude de Correspondentie geregeld kunnen plaats hebben zonder dat daartoe of daarvoor eenige kosten verEischt werden, en ten opzichte van de brieven door ons aan het Prov: Bestuur te doen overbrengen, dit heeft tot heden plaats gehadt, zonder den dienst van den veldwachter daartoe gevorderd is, en kan op den tegenwoordige voet blijvenvoortduren zonder dat daarvoor andere schikkingen voorgesteld of gemaakt worden.
Den 20 Maart 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp:Tiende vrij bouwland
In voldoening aan Uw Excie: aanschrijving van den 22 dezer maand A no 32 70 6 Afd: betrekkelijk bouwlanden in onze gemeente welke niet onderhevig zijn aan tiende heffing en dus tiende vrij zijn hebben wij de eer Uw Excie te berigten dat daarvan in onze gemeente geen bouwlanden vrij zijn,dan alleen de Clasina Polder in Nieuwerkerk groot 10 B 83 A en 5 Ellen
Den 26 Maart 1822

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: berigt ontstane brand

Wij hebben de eer Uw Excie te berigten dat heden op den middag alhier in de woning van den broodbakker L. van Eenennaam brand is ontstaan,waarvan de oorzaak onbekend is, doch den ijver van de Ingezetenen heeft zoveel te weeg gebragt dat niet tegenstaande de sterken wind,dezelve spoedig is gebluscht geworden, zoo dat alleen het dak en achterste gedeelte van boven, daardoor is beschadigd,terwijl dit Huis bij de Zeeuwsche brandwaarborg Maatschappij van ZZzee is ingeschreven en reeds heden door den Heer Agent van die Maatschappij tot herstelling van het beschadigde de nodige order is gegeven.
Den 24 Maart 1832.

Aan de Centrale Directie van Walcheren
Onderwerp: Beweiding der wegen
Wij hebben de eer in voldoening aan den inhoud van UEG Missive van den 15e dezer maand no 14 bij deze aan UEG te doen toekomen de door ons ingevulde nominativen staat, houdende voordragt van twee personen in deze gemeente, welke zouden verlangen tot het beweiden der wegen,onder onze gemeene in het aanstaande saisoen te worden toegelaten.
Den 28 maart 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Personeel van het bestuur
Wij hebben de eer UweExcie te berigten dat in het personeel van het bestuur dezer Stede in den loop van het Eerste kwartaal dezes jaars het lid van den Raad Cn Meerman op den 2 Jan:l.l is afgetreden, als door Heeren GS niet weder benoemd zijnde, en in deszelfs plaats bij Resolutie van veelgemelde Heeren GS van den 23 Maart l.l. no 15 heden bij ons ontvangen is benoemd J.Kraamer die als zodanig bij de eerstvolgende vergadering zal worden beeedigd en geïnstalleerd terwijl omtrent den Secretaris of Ontvanger dezer Gemeente geene verandering heeft plaats gehad.
Den 2 April 1832

Idem
Onderwerp: Wering bedelarij
Wij hebben de eer UwExcie; te berigten dat in onze Gemeente een aanhoudend toezigt tot wering der bedelarij plaats heeft en dat in de nu verloopenen drie maanden alhier geene bedelende personen zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
Den 2 April 1832

Idem
Onderwerp: Maten en gewigten
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente een voortdurend toezigt wordt gehouden op het gebruik van de Ned: maten en gewigten en dat tot heden geene overtredingen op de deswege bestaande bepalingen welke zijn ontdekt geworden.
Den 2 April 1832.

Idem
Onderwerp: Broodzetting
Nevens deze hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen de staat der broodzetting over het Eerste kwartaal dezes jaars zzoals die naar opgave der marktprijzen van de granen alher is geregeld geworden naar aanleiding van het besluit van Heeren GS van den 2 Meij 1828 (P.B.no 78)
Den 4 April 1832

Idem
Onderwerp: Stedelijke kas
Wij hebben de eer nevens deze aan Uwe Excie te doen toekomen Een verbaal van onze bevinding van den staat der Stedelijk kas, na behoorlijk onderzoek, volgens de bestaande verordening door ons den 3e dezer opgemaakt en getekend.
Den 4e April 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Bedelaars Etablissementen
Quitancie

In voldoening aan UEGA besluit van den 23 der vorige maand (PB no 28) hebben wij de eer aan UGEA nevens deze te doen toekomen de quitancie in ongemak ? van het betaalde aandeel onzer Gemeente in de Administratie kosten van de bedelaars Etablissementen der maatschappij van Weldadigheid over 1831 in welke quitancie in het vorig jaar abusievelijk was gericht over1831 dat 1830 hadt moeten zijn en niet konde gecertificeerd worden,waardoor wij verpligt zijn geweest over laatstgen: jaar een vernieuwde overstorting te doen.
Den 4 April 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland & Prov: Commissie van
Geneeskundig toevoorzigt
Onderwerp: vaccine
Wij hebben de eer UW te berigten dat bij ons geen rapporten zijn ingekomen dat gedurende het 1e kwartaal dezes jaars iemand in deze gemeente is gevaccineerd geworden terwijl de kinderziekte zich alleen tot heden heeft bepaald bij den Jongeling waarvan wij Uw bij onze missive van den 11 Maart j.l. hebben kennis gegeven.
Den 6 April 1832

Aan de Heer Controleur van de Directe belastingen van Arnemuiden
Onderwerp: Kohier Patent Regt
Ik heb de eer UEGestr: te berigten dat het Kohier van het Patentregt voor dit loopende jaar heden bij mij is ontvangen, en daarvan dadelijk de Publicatie als naar gewoonte is gedaan, terwijl het zelve ter invordering aan den heer Rijks Ontvanger zal worden ter hand gesteld.
Voor de Burgemeester van Arnemuiden
De Wethouder
J. de Marée
Den 5.April 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Transport- en Vervangingskosten

De twee acten van chargement ten laste onzer gemeente ad f.120 wegens verschuldigde transport en vervangingskosten van Bedelaars in de Koloniën der Maatschappij van Weldadigheid van 1830 door ons in voldoening aan Uw Excie Missive van den 9 dezer A 11-3636 2 afd aan den Ontvanger der Registratie te Middelburg betaald zijnde ,hebben wij de eer de kwitantiën daarvan nevens de eensluidende kopiëen bij deze aanUw Excie te doen toekomen overeenkomstig het bepaalde in Uwe Excie circulaire van den 31 Decb: 1827 (PB 1580 vermeld
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden
J.H.Schorer
Ter ordonnantie van dezelve
Corn:Dan: Baars
Secretaris
Den 18 April 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Onkosten Register Burg: stand 1832

De onkosten voor het vervaardigen der Reg: van den Burg: Stand onzer Gemeente van dezen jare , volgens eene bij ons ontvangene Missive van Z:Excie de Heer Gouverneur dezer Provincie van den 2e dezer maand no 3630.A 1e afd: bedragende eene somma van f.55:02 terwijl daarvoor op onze begrooting maar de som van f.53:92 staat uitgetrokken zoo nemen wij de vrijheid UEGA autorisatie te verzoeken om het te kort daarvan ad f.1,10 uit de post van onvoorziene uitgaven over dit jaar te mogen voldoen.
Den 20 April 1832.

Idem
Onderwerp:Stads Rekening 1831

De Rekening dezer Stad over het voorgaande Jaar 1831door deze Raad heden nagezien en bij voorraad opgenomen zijnde , hebben wij de eer dezelve in triplo met de daar bij behoorende bescheiden aan UEGA nadere goedkeuring aante bieden.
Den 16 Mei 1832

Idem
Onderwerp: nadere opgaven omtrent de weeze B.E.Grootjans

Bij UEGA Resolutie van den 13 April j.l no 14 bij ons den 1e dezer ontvangen ons te kennen gegeven zijnde ,dat het kind B.E.Grootjans ter opzending naar de koloniën der Maatschappij van Weldadigheid bestemd is,daar bij de opgave dat het zelve met 1832 is begonnen geld te winnen, net is gebleken dat deszelfs verdiensten zodanig bedrag zullen beloopen,dat aan de opzending van dat kind geen voordeel voor de fondsen van het Armbestuur zou verbonden zijn.
Wij hebben de eer dien aangaande UEGA te kennen te geven dat bij een nader door ons gedane onderzoek bij het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente ons ten vollen is gebleken dat het gem: kind voor dit jaar is besteed voor eene som van f.16 gelijk het voorz: Armbestuur haar had voorgesteld , en ook in de begrooting van 1832 door UEGA den 1e Decb: 1831 gearresteerd ,daar voor werkelijk niet meerder dan genoemde som van f.16 staat uitgetrokken , terwijl de opgave bij onze missive van den 17 Febr: dezes jaars no 21 dienaangaande gedaan ,naar den begrooting van 1831 is geschied,daar de besteding van dat kind als toen noch geen plaats hadt gevonden.
En daar alzoo door de opzending van dat kind geen voordeel aan het Armbestuur kan opleveren, verlangt het zelve UEA mogten behagen hetzelve in de Gemeente en onder hare administratie in toezicht te laten verblijven.
Den 8.Mei 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Onderstand aan betrekkingen van Schutters en
Vrijwilligers

In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 3.dezer maand P.B.no56 betrekkelijk de verleend wordende onderstand aan behoeftige betrekkingen van uitgetrokkene Schutters en Vrijwilligers , hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat uit de Gemeente geene vrijwilligers bij het Leger of Schutterijen zijn in dienst getreden en dat die welke ten gevolge van het door hen getrokken nummer voor de Schutterij zijn opgegaan,ongehuwd zijn en geene betrekkingen hebben achtergelaten , waar voor men behoord te zorgen en dat alzo dat alhier geen heffing bij omslag heeft plaatsgevonden, gelijk mij bij onzen brief aan Heeren GS van den 4 Januarij 1831 no 8 hebben te kennen gegeven, en waarvoor in onze Gemeente voor alsnoch geen noodzakelijkheid bestaat.
Den 8 Mei 1832.

Idem
Onderwerp: Accijns op de zeep
Wij hebben de eer in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 10e dedzer P.B.no 61 betrekkelijk de invoering der wet totdaarstelling van eene accijns op de zeep Uwe Excie te berigten , dat door ons bij publicatie den 11 dezer van het reglement betrekkelijk den aanpeil van de bestaande harde en zachte zeep, bij Z.M.besluit van den 4e dezer vastgesteld , de nodige bekendheid aan onze Gemeente is opgegeven.
Den 12e Mei 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Diaconie Armrekening 1831
Door den Raad dedzer Stad de rekening van het Diaconie Armbestuur dzer Gemeente over het jaar 1831 bij voorraad opgenomen, en gearresteerd zijnde,hebben wij de eer dezelve met de daarbij behoorende Staat, beide in triplo, volgens de bestaande verordening opgemaakt bij deze ter nadere goedkeuring aan UEGA te doen toekomen.
Den 16 Mei 1832

Idem
Onderwerp: Verbaal beëediging Jan Kraamer
Wij hebben de eer nevens deze aan UEGA te doen toekomen een afschrift van het verbaal van beëediging van het Lid van den Raad dezer stad Jan Kraamer over UEGA bij hen van den 23 Maart j.l.no 15 als zodanig benoemd.
Den 16e mei 1832

Aan de Heer fung: Inspecteur van het Kadaster in Zeeland
Onderwerp: Kadaster
Wij hebben de eer UEGestrenge bij deze te berigten dat wij na de ontvangst van die Missive van den 9e dezer no 136 met de kadastralen Eigendoms lijsten, op welkers rondbrenging wij dadelijk order hebben gesteld, en de bekendmaking geaffigeerd, op gisteren wel hebben bekomen de stukken aan den voet van gemelden missive genoteerd.
Burgem: der stad Arnemuiden
Corn:Dan: Baars

Ter ordonnantie van dezelve:
De Wethouder als belast met de teekening van de vacante bedoening van de secretaris
J. den Marée
Den 25 Mei 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp:Aanvaarding bediening van Burgemeester

Wij hebben de eer Uwe Excie bij deze te berigten dat de door Z:M: bij besluit van den 19 April dezes Jaars no 32 benoemde Burgemeester dezer stad, welke op den 24.dezer den Eed als zodanig in handen van Uw Excie: heeft afgelegd, naar aanleiding van Uw Excie besluit van den 15e dezer maand nr4701 A 1e afd die bediening heeft aanvaard, zich als zodanig door de weth: en Leden van den Raad doen erkennen, van Zijn Ambtvervanger de Heer Jonkheer J.H.Schorer op behoorlijke wederzijdsch geteekende Inventaris alle boeken papieren etc de Gemeente aankomende en onder deszelfs bewaring en opzigt gehad hebbende heeft overgenomen en van Zijne benoeming als Burgemeester dezer Gemeente aan de Ingezetenen bij Publicatie is kennis gegeven
Den 25. Mei 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Voordragt Secretaris & Ontvanger
In voldoening aan Z.M. besluit van den 19e April dzes Jaars no 31 ,daarbij de benoemde Burgemeester dezer stad bij de aanvaarding van die bediening van Zijne betrekkingen van Secretaris en Ontvanger dezer Gemeente afstand gedaan hebbende; zoo heeft den Raad dezer Stede naar aanleiding van het voorgeschrevene bij de art:98 en110 van het Reglement op het Bestuur ten Platten Lande dezer Provincie van den 25 Julij 1825 werkzaam geweest om ter vervulling van die vacante bedieningen de nodige voordragten van een daar toe geschikt persoon te doen.
Wij hebben mitsdien de eer ten dien einde aan UEGA te doen toekomen twee afschriften van de deliberatiën van den Raad nevens de daar bij behoorende Lijsten van Voordragt betrekkelijk voorschreven bedieningen, door dezelve ons opgedragen om aan UEGA aan te bieden.
Den 30.Mei 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Zuivering boomen etc van Rupsennesten
Wij hebben de eer in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 8e Febr: dezes Jaars (P.B.no22) betrekkelijk de zuivering der boomen etc van Rupsennesten Uwe Excie te berigten dat wij naar aanleiding van de Res: en Public: van Heeren GS dezer Provincie in dato 20 & 26 Jan:? 1826 de gewone bekendmaking van de Wet van den 26e Ventôse 4e Jaar hebben gedaan, dat de bevolene zuivering in onze Gemeente heeft plaats gevonden, en dat tot heden alhier geen rupsennesten zijn bespeurd geworden.
Den 1e Junij 1832.

Idem
Onderwerp: Schutterij
Het adres aan Uwe Excie gepresenteerd door C..J, Delevarde bij ons gemeld onder den naam van Dillewaarde , met verzoek om ontslag als Schutter in onze handen gesteld zijnde, om Uwe Excie te dienen van berigt en advies.
Zoo hebben wij de eer in voldoening daar aan Uwe Excie te berigten, dat den adressant in 1828 onder no 18 op den bijzondere Rol is geplaatst,als ten dier tijd nog maar een jaar gediend hebbende, dat denzelven bij de bijzondere Loting volgens Z.M. besluit van den 18 Julij 1829 tot aanwijzing van het Jaar, waar in hij mogt overgaan tot de Reserve , hem het Jaar 1832 is ten deele gevallen en alzo noch als zodanig dienstbaar zoude blijven, doch aangezien hij volgens zijne bekomen ouderdom het regt heeft om deszelfs ontslag uit den dienst te bekomen, dit zo wij meenen hem behoord verleend te worden, dat wij bereid zijn op Uwe Excie; goedvinden aan hen toe te kennen en daarvan bewijs af te geven.
Den 1e Junij 1832

Idem
Onderwerp: Onderstands domicilie
Jacob Pagter Bros.
Het is ons hoewel niet onverwacht, evenwel onaangenaam geweest uit Uwe Excie missive van den 26 der vorige maand no5677 A 2e afd te vernemen dat den persoon van Jacob Pagetr Bros, die over weinige Jaren en en met onaanzienelijk Erfdeel is te beurt gevallen, door de berispelijke handelwijze van Zijn Zwager, nu zich heeft genoodzaakt gezien, en alles doorgebragt zijnde, als bedelaar naar de Ommerschans zich te moeten aanbieden, en wij moeten erkennen dat hij alhier bij zijn zwager van 1825-1830 heeft ingewoond, hoewel te Middelburg geboren en in laatstgenoemde jaar met het huisgezin van zijn zwager naar laatsgenoemde stad is gaan wonen, waardoor hij hoe drukkend ook voor onze plaatselijke finantiën ten laste van onze Gemeente zal moeten worden gebragt.
Den 1e Junij 1832.

Idem
Onderwerp: Cholera Epidemie

Daar den Commissie tot de Zaken der Cholera Epidemie in hare eerste bijeenkomst op gisteren alhier gehouden naar aanleiding van Uw:Excie besluit van den 20 Mei l.l. (P.B. no 68) tot haren President & Secretaris (mijn persoon)?? Heeft benoemd, zoo neme ik de vrijheid om van de vrijlating de Burgemeester vergund in het laatste gedeelte op pag. 9 van Uwe Excie: circulaire van den 19 Mei l.l. (P.B.no 67) gebruik makende, aan Uwe Excie de weth: J.de Marée voor te dragen, om mij bij voorkomende gelegenheid niet alleen te vervangen, maar ook in dezen mij behulpzaam te zijn.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn:Dan: Baars.

Idem
Onderwerp: Kantonnale Vergadering
In voldoening aan Uw Excie besluit van den 1e dezer maand A no 6046 – 6e afd betrekkelijk de benoeming van een afgevaardigde voor de Kantonnale vergadering , hebben wij de eer uwe Excie: te berigten, dat wij den Raad dezer Stad ,daartoe hebben bij eengeroepen, dewelke in hare Vergadering op gisteren gehouden ten dien einde heeft verkozen dhr A. van Eenennaam Lid van den Raad en Wethouder dezer stad
Den 7 Junij 1832

Aan de Heer Predikant J.Wanrooij te Arnemuiden
Onderwerp: Collecte gewapende dienst
De Jaarlijksche Collecte ten behoeve van het fonds ter aanmoediging van de gewapende dienst in de Nederlanden bepaald zijnde , alhier te zullen plaats hebben, op Maandag den 18e dezer maand, heb ik de eer aan Uw Eerw: als nu te doen toekomen, de missive van den Heer Minister van Staat belast met de Generale Directie voor de Zaken der Herv: Kerk enz van den 18 Junij dezes Jaars met verzoek dat op aanstaande Zondag aan den inhoud van die missive worde voldaan ,opdat dezelve aan het oogmerk mag beantwoorden.
Den 12 Junij 1832.


Aan de Heer Wethouder Ambtenaar van den
Burgelijken Stand der stadSluis
Onderwerp: Kosten Doopattest H.Brendonck

Met verwondering ben ik door UEd: missive van den 8e dezer ontwaar geworden dat de f.0,87 ½ van het doopattest van H.Brendonck aan UEA noch niet was betaald daar ik reeds bij ontvang van het zelven, dat geld te Middelburg hadt bezorgd om het aan de Sluische Schipper te geven; dit is wel eenigen tijd blijven leggen, door dien die schipper ter dier plaats zijnde een verschil niet is gekomen , doch op de ontvangst van UEd missive van den 4e der vorige maand,heb ik daar op nader aangedrongen, en ben verzekerd dat het toen reeds aan de schipper nevens zijn loon voor het bezorgen is ter hand gesteld,met een nota aan wien en waar voor dit betaald mogt worden, terwijl ik nu op de eerstvolgende marktdag die schipper te Middelburg zal opsporen en hem ernstig de voldoening aanbevelen.
Den 12 Junij 1832.

Aan Heeren Burgemeester & Assessoren van Nieuw & St.Joosland
Onderwerp: Herijk der maten en gewigten

Ik heb de eer UwEd: bij deze kennis te geven dat dHeer Arr: Inspecteur alhier op het stadhuis tot de verificatie en herijking der matenen gewigten zal komen vaceren, op maandag en dingsdag den 15e en 26e dezer maand Junij des voormiddags van half tien tot 12 uur en ’s maandags van half drie tot zes uren, ten einde UwEd: zoude kunnen voldoen aan de bepalingen vervat in het besluit van HeerenGS van den 9 Maart j.l.(PB 1138)
Den 14 Junij 1832


Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Correspondentie
Wij hebben de eer in antwoord op Uwe Excie missive van den 18 dezer maand A no 6499 1e afd: betrekkelijk de overbrenging der ambt. Coorespondentie omtrent welken voordragt door ons bij missive van den 20e Maart j.l. no 35 door de verandering van Burgemeester onzer Gemeente eene wijziging vereischt wordt bij deze aan Uwe Excie voor te dragen dat de dienstbrieven van het Prov: Gouvernement mogen worden bezorgd aan het Huis van den Kruidenier W V Schaik Serlé aantr:??zoon van onzen Burgemeester wonende op het Smalkandtje te Middelburg alwaar die voor de Gem: Cleverskerke worden bezorgd, wanneer wij zullen zorgen die aldaar worden afgehaald en tevens dat onze brieven op de gewone voet aan het Prov: Gouvernement worden overgebragt, zonder dat daar voor andere betrekkingen behooren gemaakt te worden.
Den 20 Junij 1832

Idem
Onderwerp: Accijnzen
In voldoening aan Uwe Excie missive van de 10 derzer maand no 6478 A:5e afd: betrekkelijk het doen eener voordragt aan ZM tot invoering der bepalingen opzichtens den accijns op het geslagt tot het verpligten van den belanghebbenden om dadelijk bij het inkomen van het veer den accijns te betalen of behoorlijk borgtogt voor denzelven te stellen,hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven dat in onze Gemeente geen Slagters of Vleeschhouwers worden gevonden welke vee tot slagting bij voorraad invoeren, alhier geen publieke markt daar voor bestaat, en dat het vleesch hetwelk in onze Gemeente wordt geconsumeerd veelal uit het naburige Middelburg wordt gehaald,terwijl voor zo ver ons eenigsints kennelijk is, de aangifte in voldoening van den accijns van het hier weinig geslagt wordende vee behoorlijk plaats vindt en eene allezints naauwkeurig toezicht daarop wordt gehouden, waarom het ons toeschijnt dat de toepassing van de bepalingen in art: 19 der Wet van den 2 Aug; 1827/ stbl 31 vervat in onze Gemeente niet kan beschouwd worden , voor ‘s Rijks belangen van wezenlijk nut te kunnen zijn, in eene gunstige uitwerking van dat gedeelte van ’s Rijksinkomsten zoude opleveren.
Den 23 Junij 1832

Aan de Heer Lieuten: A.?van Oosten te Veere
Onderwerp: Loting Schutterij
In vertrouwen UwEdG ook dit jaar benoemd zijt tot de bijwoning der Loting voor de Schutterij; en voor de beoordeeling der bepalingen ten opzichte der verpligting en bevoegdheid tot de schutterlijken dienst, heb ik de eer UEGestr; onder kennisgeving de Loting alhier is bepaald op Zaterdag den 30e dezer maand , des nademiddags ten vier uren te verzoeken om bij die Loting te adsisteren of wel een ander daartoe door UEG mag worden benoemd.
Den 25 Junij 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Kadaster
Overeenkomstig het voorgeschrevene in Uw Excie circulaire van den 6e dezer mand (P.B.no 72) betrekkelijk de te doene opgaven, wegens den vrijdom van grondbelasting, waarop de Eigenaren van vaste eigendommen vermeenen regt te hebben, hebben wij de eer Uw Excie te berigten dat de daarbij gevoegde Publicatie na te zijn onderteekend en gedateerd op de gewone wijze en plaats is gepubliceerd en geaffigeerd en dat dien ten gevolge aan ons drie verklaringen zijn ingekomen, die wij de vrijheid gebruiken, hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen.
Den 24 Junij 1832

Idem
Onderwerp: Gecertificeerde quitantie
Wij hebben de eer in voldoening aan UwExcie: missive van den 28e der vorige maand A no 7037 2 afd bij deze aan Uwe Excie te doen geworden de bij die missive gevoegde ongezegelde nu gezegelde quitantie behoorende tot de Rekening onzer gemeente over 1831 terwijl wij met betrekking tot de quitantie van gedane betaling voor verplegingskosten van bedelaars , het daaromtrent voorgeschrevene in het vervolg zullen in acht nemen
Den 2 Julij 1832

Idem
Personeel van het Bestuur
Wij hebben de eer Uwe Excie bij deze kennis te geven, dat in den loop van het 2e kwartaal dezes Jaars eene verandering in het Personeel van het Bestuur dezer Stad heeft plaatsgevonden hier in bestaande dat overeenkomstig ZM besluit van den 19 April j.l. no 32 de Heer Jonkheer Schorer als Burgemeester is afgetreden, den secretaris C.D.Baars die post heeft aanvaard onder afstand van de bedieningen van secretaris & Ontvanger welke als noch vacant zijn en de Waarneming daarvan provisioneel aan den Wethouder de Marée zijn opgedragen.
Den 3e Julij 1832.

Idem
Onderwerp: Wering bedelarij
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente een duurzaam toezigt tot wering der bedelarij plaats heeft, en dat in de nu verloopenen die maanden geen bedelende personen zijn ontdekt,of voor ons gebragt geworden
Den 3 Julij


Idem
Onderwerp: Maten en Gewigten
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente een voortdurend toezigt wordt gehouden op het gebruik van de Nederl: Maten en gewigten ,en dat tot heden geene overtredingen op de deswege bestaande verordeningen ons zijn voorgekomen.
Den 3 Julij 1832.

Idem
Onderwerp: Staat Broodzetting
Nevens deze hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen de Staat der Broodzetting in deze Gemeente over het tweede kwartaal dezes Jaren, zoo als den naam, opgaaf der marktprijzen van de granen alhier is geregeld geworden overeenkomstig het besluit van Heeren GS van den 2.Mei 1828 (PB.no 780 is geregeld geworden.
Den 3 Julij 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Borgtogt plaatselijken Ontvanger
In voldoening aan UEGA besluit van den 8 Junij j.l. no 11 houdende benoeming van Dhr C.J.Baars tot plaatselijken Ontvanger en om voordragt van deszelfs daar voor te stellene borgtogt, hebben wij de eer aan UEGA bij deze te doen toekomen, eene deliberatie van den Raad dezer Stad van den 2 dezer maand, houdende voordragt van die borgtogt te bepalen op f.300 – in geld gelijkstaande met f.500 --?? Inschrijving op het Grootboek van werkelijke Schuld,in even ? die som welke doorden afgetredene ontvanger daarvoor in ’s Rijks kas is gestort.
Wij nemen daar bij de vrijheid om aan de EGA in bedenking te geven of het niet voldoende zijn zoude ter vermijding van omslag en kosten, dat de gestorte borgtogt van den afgetredene ontvanger onder overlegging van behoorlijk bewijs dat bij ? zo geld als documente den ontvangst regarderende , voldoende hadt overlegd die borgtogt, welke in geld is geschied, en waar van bij denzelven bewijs berust , dat doch na overlegging van voldoende bewijs volgens UEGA besluit van den 5 Maart 1824 ?? no 28 aan den afgetreden ontvanger in Contanten behoord te worden gerestitueerd, dat bewijs worde afgegeven en ten name van den nieuw benoemde Ontvanger word overgebragt
Den 5 Julij 1832

Aan den Heer Gouverneur en Prov: Commissie van
Geneeskundig Toevoorzicht in Zeeland
Onderwerp: Vaccine
Wij hebben de Eer Uwe Excie te berigten , dat bij ons geene rapporten zijn voorgekomen, dat gedurende het 2e Kwartaal dezes Jaars iemand in deze gemeente is gevaccineerd geworden, of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht
Den 7e Julij 1832.

Aan De Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp:Verbaal Stedelijke Kas

Wij hebben de eer nevens deze aan Uw Excie te doen toekomen Een verbaal van onze bevinding van den Staat der Stedelijke Kas,volgens de bestaande verordening door ons heden opgemaakt en geteekend
Den 9 Julij 1832.

Idem
Onderwerp: Verkoop Zeevisch
In voldoening aan Uw Excie verlangen mij Dingsdag j.l. mondeling te kennen gegeven,heb ik de eer Uwe Excie te berigten.
Dat ik heden avond aan de schippers van visschuiten in deze Gemeente het nieuwe Reglement op het verkoopen van Zeevisch binnen de stad Middelburg van den 2 Julij dezes Jaars heeft voorgehouden, en van art: to art: duidelijk voorgelezen waarbij ik niet hebt? Nagelaten hun de nu daar bij gunstige gemaakte bepalingen, vooral ten opzichte van het uitleuren van visch te doen opmerken, en tevens dat gen: reglement in de volgende week zoude in werking gekomen, en zij zewel als hunnen vrouwen en die hunrer?? Manschappen als nu verplicht waren zich daaraan te onderwerpen, daar nu alles was gedaan, dat eenigsints dienen kon, niet alleen in het belang der stad Middelburg maar wel bijzonder ook in het belang van de visschers en vischleurders dezer gemeente en ik heb tevens het genoegen Uwe Excie te kunnen melden, dat allen zeer te vrede waren met het gen: Reglement, en geen de minste ongenoegen bij hun of ook in de gemeente daaromtrent hebt ontdekt of vernomen.
Eene geringe aanmerking is door hun gemaakt en waaromtrent ligtelijk zoo het mij voorkomt eenige Wijzing konde plaats hebben; hier in bestaande dat het keurloon voor een koppel Tongen of twee schollen op één leest is bepaald, zonder vermelding van groote of kleine,waaromtrent een groot onderscheid is, en hier in zoude eenige inschikkelijkheid kunnen gebruikt worden , door te bepalen , dat indien gen: visch , zo alsthans en al dikwijls men weet ? , dat als dan voor het dubbelde, van die visch dat keurloon gevordert werd en dan noch , dat het van den keuring op 9 uren bepaald wat laat was, en wel verlangde dat dit voor de uitventers wat vroeger mogt worden bepaald, hetwelk ik zoo vrij ben om Uwe Excie mede te deelen om is het doenelijk daaromtrent eenige verandering te kunne te weeg brengen.
Intusschen blijve ik in het vertrouwen gelijk ik eer hadt ? Uwe Excellentie deze week mondeling te betuigen dat mijne Ingezetenen hun rustig aan dat Reglement zullen gedragen.
Den 24 Julij 1832.

Idem
Onderwerp: Schutterij

Wij hebben de eer in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 9.Mei dezes Jaars (P.B.no 60 ) betrekkelijk de Inschrijving en Loting der Schutterij voor dit Jaar, Uwe Excie te berigten dat al het zelve op de bepaalde tijdstippen alhier heeft plaats gehadt , dat maar twee personen aan de Loting voor dit Jaar hebben moeten deelnemen , welke beide door de Commissie van Onderzoek finaal en onvoorwaardelijk zijn opgesteld geworden, en tevens dat geene vrijstellingen naar aanleiding van het bepaalde bij art.19 van ZM besluit van den 28e Junij 1828 (St.bl. no 420) aan de uit deze gemeente bij de mobiele Schutterij dienende personen is toegekend geworden, en waartoe ook bij ons geene aanvrage is ingekomen,
Den 25 Julij 1832

Idem
Onderwerp: Gewapende dienst
Wij hebben de eer Uw Excie te berigten dat de Collecte ten behoeve van het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden, in deze Gemeente gedaan den 19e Junij j.l.heeft opgebragt de som van f.9,25 en zulks in voldoening aan uwe Excie circulaire van den 28 Maart l.l.(P.B. no 43)

Aan de Heer Controleur van den Directe Belastingen te Middelburg
Onderwerp: Vermeerdering of vemindering belastbare Waarde Grond Eigendommen.
Ik heb de eer in antwoord op UEGA missive van den 31 Julij j.l. no 114 b betrekkelijk de veranderingen der belastbare waarde der grondeigendommen in deze gemeente UEdG te berigten dat zedert de laatsgedane opgave deswegen, na naauwkeurig onderzoek door het College van Zetters alhier de eenige verandering welke daaromtrent heeft plaatss gehad hier in bestaat:
Dat in 1827 Een Huis is aangebouwd op een stuk Land waar op bevorens geen gebouw heeft gestaan, hetwelk in 1828 is voltooid geworden, dat dit Huis behoord aan Mr Joosse Koornmolenaar alhier en door Zetters in huurwaarde is geschat op f.60—de overige gebouwen welke in den tijd zijn aangebouwd staan reeds allen als belastbaar op het Relevé aangeteekend, zoo wel die van J.K. Crucq als van A. van Eenennaam, geene zijn zedert afgebroken en tevens geen Landen voor Vergraving in Revenuen verminderd.
Den 8 Aug: 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Kwitantie van chargement

Ik heb de eer aan Uwe Excie te doen toekomen de kwitantie en een eensluidende Copie van dezelve wegens gedane betaling van een acte van chargement ten laste dezer gemeente adf.95-- wegens verschuldigde verplegingskosten van Weezen over 1831 bij Uwe Excie missive van den 31 Julij l.l.A no 8168/3 2 afd vermeld, overeenkomstig het voorgeschrevene bij Uw Excie circulaire van den 31 Decb: 1827(PB no 1507)

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Om Autorisatie onvoorziene uitgaven

Bij Missive van Zijne Excie de Heer Gouverneur dezer provincie van den 31 Julij l.l. A no 8168/3 2e afd: is ons kennis gegeven dat een acte van chargement ten last van onze gemeente
Ad f.5—wegens verschuldigde verplegingskosten van weezen over 1831 aan dhr Ontvanger der Registratie te Middelburg door Z:Excie was toegezonden met verzoek mij voor de betaling dier kosten wilden zorgen , en op de gewone wijze van het Armbestuur verhalen en verantwoorden .
Wij hebben daaraan voldaan doch het Diacon: Armbestuur heeft ons getoond niet meerder dan f.69,42 in kas te hebben , en tevens verklaard geene mogelijkheid te zien die som in het vervolg te restitueren, daardoor de aanhoudende ongesteldheid van den Leeraar dezer Gemeente een groot gedeelte van dit Jaar maar eenmaal op iederen Zondag , is gepredikt geworden en noch weinig uitzicht op verandering daarin ziet …….., terwijl even daardoor de Collecten min opbrachten en die genoegzaam de eenige revenuen uitmaakten, waaruit de behoeftigen onderstand genoten,en mitsdien verlangde eenige te gemoedkoming, door ons wierd verleend .
En daar wij overtuigd zijn, van dien Staat van dat Armbestuur, vermeenen wij aan dat verlangen te mogen voldoen en
Wij nemen alzoo de vrijheid UEGA eerbiedig te verzoeken van aan ons autorisatie te verleenen, ten einde aan gezegde Armbestuur uit de post van onvoorziene uitgaven over dit jaar eene subsidie van f. 50—te mogen toekennen en uit betalen.
Den 9 Aug: 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Algemeene begraafplaats
Wij hebben de eer in antwoord op Uwe Excie missive van den 3e dezer maand A no 8579 1 afd met betrekking tot den algemeene begraafplaats dezer gemeente Uwe Excie te berigten
1e dat de begraafplaats voor deze Gemeente aangelegd is genomen van een Weide aan de Stede in eigendom toebehoorende
2e dat geene graven in eigendom aan Particulieren worden uitgegeven, om aan andere particulieren over te doen, doch wel bijzondere plaatsen worden verleend voor hun eigen gebruik, en geen Grafkelders ?? op onze begraafplaats worden gevonden,terwijl van eerstgem: op een ongezegeld boekje of Register aantekening wordt gehouden.
3e dat van de vergunning van die bijzondere begraafplaats een bewijs op ongezegeld papier wordt afgegeven daar geen eigendoms overgang plaats heeft, als blijvende het eigendom den stede, welke die bijzondere plaatsen wederom kan naderen, om er gebruik van te maken.
Den 15 Augustus 1832

Aan de HoofdCommissie tot de Zaken van Cholera in Zeeland
Onderwerp: Cholera

UwEdG: Missive van den 9e dezer maand no 10 bij ons ingekomen zijnde,waarin na te kennen geving van de vrees, dat indien onverhoopt de cholera in onze Gemeente uitbrak, in dezelve vele slagtoffers zoude doen vallen, UEdG: voor het welzijn onzer Ingezetenen van het grootste belang achten, dat afdoende maatregelen worden in het werk gesteld, en dat behalve de naleving der voorbehoedsmaatregelen in het extract rapport van geneeskundige opgegeven ook UwEdG: ons uitnodigen tot het daarstellen van een cholera lokaal voorzien van al het noodige, om de lijders daar in op te nemen. En te doen verplegen..
Zoo hebben wij de eer UEG: daar op te berigten dat wij in het voortdurend behartigen van het welzijn onzer Ingezetenen verlangen de voorbehoedsmaatregelen in dat rapport medegedeeld na te leven en ook zoo veel doenelijk is te doen naleven, waarbij reeds door ons, zoo met betrekking der onderscheidene middelen tot genezing, als voor oppassing en bezorging van behoeftigen, de noodige maatregelen zijn genomen , gelijk mij bij onze missive aan ZExcie: de Hr:Gouverneur dezer Provincie van den 10en Oct: 1831 no 93 berigt hebben gedaan en nu noch aan den Heelmeester dezer Gemeente hebben aanbevolen van zich wel te voorzien van dat zoo zeer met vrucht gebruikte middel, in het tijdschrift de Recensent ook de ???? van April dezes jaars vermeld en nu in het letterkundig Magazijn no 8 herhaald, en trachten daar bij zoo van ons zelven als bij onze Ingezetenen eene goede opgeruimde gemoedsgesteldheid te bewaren, en zoo veel mogelijk hevige gemoedsaandoeningen van angst vrees en kommer met een biddend vertrouwen op de wakende zorg der Voorzienigheid voor te komen, dat zo bijzonder in genoemde rapport wordt aanbevolen.
Wat nu betreft het daarstellen en van al het nodige voorzien van een Cholera lokaal,vermeenen wij UwEG te moeten opmerken dat behalve dat in onze Gemeente geene onbewoond wordende huizen voorhanden zijn, daar zelve het Stadhuis bewoond wordt, wij als welbekend met den aard en gezondheid onzer Ingezetene , wel verzekerd zijn, geene als met dwang,die doch behoord vermeden te worden , en die wij ook niet gaarne zoude bezigen,veel min van de gevolgen daar van instaan, daarin zoude kunnen worden opgenomen, waarbij komt, dat met openen mogelijkheid den toegang ( behalve de naaste betrekkingen die men behoord toe te laten) ook andere niet zoude kunnen belet worden,daar het grootste gedeelte onzer Ingezetenen in familie betrekkingen tot elkanderen staan.
Dan al mogten deze bedenkingen uit den weg kunnen geruimd worden , dan zoude een lokaal berekend volgens het gem:rapport op onze bevolking zeer Min? zijn en mogt dan die vrees verwezentlijkt worden,zoo zoude,daar hier vele minvermogende zijn,zoo een lokaal niets beduidend wezen,daar het zelve dan wel aan het dubbelde van de bevolking in dat rapport vermeld,mogt beantwoorden en waar voor onze plaatselijke finantiën niet berekend zijn.
Wij achten alzoo hetzij met Eerbied gezegd, zodanige te impenderen kosten nut en vruchteloos.
Doch wij vermeenen daaren tegen het waar belang van onze Ingezetenen te zijn,dat indien het in de weg der Voorzienigheid mogt liggen, met dat Oordeel ook onze stadt te bezoeken,om in dat onverhoopt geval als dan te zorgen dat aan de behoeftigen , behalven de geneesmiddelen worden toegediend, ook daarbij alle nodige behoeften tot ondersteunig ,hulp , verkwikking en versterking zoo veel immer doenelijk is worden verleend, en dat daar bijzonder het oogmerk , dat is het verzachten van den lijder in zijn toestand en deszelfs behoud, het best zalbeeikt worden, waartoe wij wenschen als dan ook alles toe te brengen,dat eenigsints ter bereiking van dat heilzaam doel strekken kan; terwijl wij hopen dat dit berigt door UEdG gunstig zal worden opgenomen.
Den 16 Aug: 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Autorisatie op onvoorziene uitgaven
Ten einde aan de aanschrijving van Z:Excie de Heer Gouverneur dezer Provincie van den 14e dezer maand A no 6927 2e afd: te kunnen voldoen, betrekkelijk de betaling van f.13,60 voor verplegingskosten aan het bestuur Werkhuis te Middelburg voor den persoon van J.P.Bros tot deze gemeente behoorende ,nemen wij de vrijheid UEGA autorisatie te verzoeken om die som uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar te mogen voldoen.
Den 17 Augustus 1832

Aan De Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Mobiele Schutterijen

In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 27e dezer maand betrekkelijk de in dienststelling van den 1e Ban der Schutterij uit de ligting van dit jaar hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat in deze gemeente voor dit jaar maar twee personen aan de Loting hebben moeten deel nemen welke door de Commissie van onderzoek finaal en onvoorwaardelijk zijn vrijgesteld geworden, gelijk wij bij onze missive van den 25 Julij l.l. no 79 aan Uwe Excie hebben te kennen gegeven, en dat alzo geene manschappen voor dit loopend jaar alhier zich bevinden, om ingelijfd te worden, terwijl die van de vorige jaren tot den 1e Ban behoorende thans noch in werkelijken dienst hun bevinden
Den 31e Augustus 1832

Idem
Onderwerp: Verplegingskosten Bedelaars
Ik heb de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een borderel van gedane overstorting bij den Agent van ’s Rijks kassier te Middelburg, van verschuldigde verplegingskosten aan het werkhuis te Middelburg voor den bedelaar J.P.Bros en zulks in voldoening aan uwe Excie missive van den 14 Aug; h.l. no 6927 A 2afd
Den 1e September 1832.

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Staat van Begrooting1833
De Staat van begrooting in Ontvang en Uitgaaf dezer gemeente voor den dienst van het jaar1833 door den Raad dezer Stad opgemaakt zijnde hebben wij de Eer bij den in triplo met de memorie van toelichting en verder daarbij betoonende bescheiden aan UEGA ter goedkeuring aan te bieden.
Den 3 September 1832.

Aan Heeren GSvan zeeland
Onderwerp: Begrooting Diaconie Armbestuur 1833
Wij hebben de eer bij deze aan UEGA ter goedkeuring aan te beiden de Staat van Begrooting in Ontvang en Uitgaaf van het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente voor het dienstjaar 1832.
Hoezeer de Inkomsten van het armwezen met geen zekerheid kan bepaald worden, daar dezelve alleen uit de Collecten bij den godsdienst en vrijwillige giften bestaan, en het armbestuur uit hoofde van den voortdurende ziekelijken toestand van den Leeraar waardoor men meestal maar eenmaal op iedere Zondag openbaren Godsdienstoefening heeft die inkomsten heeft berekend zoo hebben wij gemeend daar die redenen in het volgende kunnen veranderd zijn de inkomsten te moeten stellen zoo als die in 1831 zijn geweest in welk jaar men ook al een aantal zondagen maar eenmaal Godsdienst oeffening gehad heeft, en evenwel de gestelde som zoo bij Collecte als vrijwillige giften heeft genoten, terwijl wij daar na hebben gemeend de onzekere uitgaven te moeten stellen, en de onvoorziene uitgaven om in voorkomende behoeften te kunnen voorzien, bijzonder meerder te moeten stellen te meer daar na het opmaken der begrooting is voorgekomen om twee kinderen thans in de bedelaars kolonie hun bevindende nu vaderloos geworden waarschijnlijk ten laste van het Armbestuur zullen komen door overplaatsing van dezelve naar het Etablissement te Veenhuizen en tevens ook daar de voorgestelde sommen voor bedeeling en kleeding van bedeeld wordende personen zoo wij ons verzekerd houden niet voldoende zoude bevonden worden.
Deze Staat aldus door den raad gearresteerd zijnde,hebben wij de Eer aan UEGA nadere goedkeuring te onderwerpen.
Den 3 September 1832

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp:Overplaatsing kinderen
Wij hebben de eer in voldoening aan Uwe Excie missive van den 27e der vorige maand no 9512 2 Afd betrekkelijk de overplaatsing van ouderloos geworden weezen,welke alhier onderstandsdomicilie hebben, en thans in de bedelaars gestichten der Maatschappij van Weldadigeid verpleegd worden in de kinder Etablissementen te Veenhuizen Uwe Excie te berigten
Dat door ons het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente daar over is gehoord en dat het zelve met betrekking tot die twee kinderen aan den voet van uwe Excie missive medegedeeld daartegen geen bedenkingen heeft, doch moeten daar bij opmerken dat de datum van geboorte van de daar op laatstgenoemde Weeze J.Tange gemeld de 8 Februarij 1830, niet juist is, maar het jaartal 1820 zijn moet, dat denkelijk een schrijffout is en men vertrouwd bij onderzoek alzoo zal bevonden worden.
Den 5 September 1832

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: om autorisatie aanvaarding legaten aan den Armen
Wij hebben de eer bij deze aan UEGA te doen toekomen een adres van het Diac: AmB: dezer gemeente houdende verzoek , van twee legaten ieder à f. 1,50 door P.Boogert & Francina Haaij in leven Echtgenote van Abraham van Eenennaam beide alhier overleden, aan den armen bemaakt te mogen aanvaarden, en nemen de vrijheid UEGA te verzoeken, de nodige autorisatie aan genoemd Armbestuur te verleenen.
Den 7 September 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Verdeeling Schutterij kontingent
In voldoening aan uwe Excellentie aanschrijving van den 6 dezer maand A no 10147 1 afd hebben wij de Eer bij deze aan uwe Excie te doen toekomen de Staat van verdeeling der manschappen voor het gewoon schutterij kontingent van dit jaar bestemd in 1e, 2e en 3e ban zonder dat voor buitengewone aanvulling vereischt wordt
Den 7 Sept 1832

Aan de Heer Gedelegeerde voor het toezicht op de Veldwachters dienst in het 1e District der Provincie.
Onderwerp: Dienst Veldwachter
Ik heb de Eer in antwoord op UwEd: missive van den 27 der vorige maand den 6 dezerbij mij ontvangen UEd: te berigten dat de veldwachter dezer Gemeente aan Zijne verplichting en order voldoet en ik op deszelfs gedrag en werkzaamheden hem bij het reglement van den 25 Junij 1829 no 35 voorgeschreven niets heb aante merken of voor te dragen.
Den 10 Sept 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Patentzegels.
Ik heb de Eer Uwe Excellentie de ontvangst te berigten van 5 stuks patentzegels voor de behoefte van den dienst van dit jaar, welke voor mijne Gemeente benodigd zijn geschat en die gevoegd zijn geweest bij Uwe Exellentie missive van den 3 dezer maand A no 1013 etc
Den 10 September 1832

Idem
Onderwerp: Voordragt Zetters
Voorstel: Paulus de Meulmeester, Jan Kraamer en Adriaan de Smidt alle drie alhier woonachtig benevens Pieter Goudswaart en Laurens Blok wonende in de Gemeente van Cleverskerke.
Het betreft werkzaamheden der Grondbelastingen en het patentregt voor den dienst van 1833

Den 10 September 1832.

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Acte borgtogt Plaatselijke Ontvanger
In voldoening aan UEGA resolutie van den 13 Julij l.l.no 9 betrekkelijk de borgtogtstelling door den benoemden plaatselijke ontvanger C.J.Baars, en overeenkomstig het bepaalde bij art: 5 der Instructiën van de Gemeente Ontvanger, hebben wij de eer bij deze aan UEGA goedkeuring aan te bieden, de Grosse der acte van affectatie door gem: Ontvanger voor den Notaris DJ ? Serlé & getuigen te Middelburg den 4e dezer maand gepasseerd , en aan ons ten genoemde einde overgelegd.
Den 20 Sept: 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Commissie Pers: Bel.1833
Wij hebben de eer in voldoening aan Uw Excie circulaire van den 12 dezer maand ( PB no 108) Uwe Excie bij deze kennis te geven , dat door ons tot leden van de commissie bedoeld bij art:58 der Wet op den Pers: belasting van den 28 Julij 1832 en naar aanleiding van art 64 van het Reglement goedgekeurd bij ZM besluit van den 29: Oct 1823 no 20 zijn benoemd
De heeren J.de Marée & A.van Eenennaam: Leden uit den Raad dezer Stad
Den 27 September 1832.

Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Om subsidie uit de Prov: fondsen.

Bij eene missive van Z:Excie den Heer Gouverneur dezer Provincie van den 21e Julij dezes Jaars A 2e afd no 7916 is ons kennis gegeven dat de verschuldigde verplegingskosten over 1831 voor bedelaars welke in gezegd jaar ten laste van onze Gemeente in de Gestichten der Maatschappij van Weldadigheid zijn verpleegd en bij acte van chargement zullen worden ingevorderd bedragen eene somvan f.149,18 en bij twee missives van Z:Excie: beide in dato 22 dezer maand A 2e afd no 10136 en 37 is ons kennis gegeven dat de verschuldigde transportkosten van bedelaars over dat jaar mede ten laste onzer gemeente bedragen f.54- en de vervangingskosten over dezelve f.45- dat te zamen uitmaakt de som van f.248,18 terwijl op onze staat van begrooting maar is gealloueerd geworden de som van f.112,50. En alzo een te kort van f.135,68.
Dat wel is waar dat tekort uit de post van onvoorziene uitgaven voor het loopend jaar zoude kunnen worden goedgedaan, dan daar het zeer waarschijnlijk is, dat in dit jaar andermaal subsidie aan het Diac: Armbestuur zal behooren te worden verleend, wanneer dezelve de verplegingskosten van weezen te Veenhuizen zal moeten voldoen, en tevens dat aan het hoofd dezer stede eene bijzondere reparatie vereischt wordt, waarvan wij reeds melding hebben gemaakt, in de memorie van toelichting, bij de begr; van het aanstaande jaar, die onze gewone Inkomsten niet zullen toelaten te dragen
Zoo nemen wij de vrijheid UEGA eerbiedig te verzoeken om aan onze gemeente uit de Prov: fondsen ter tegemoetkoming ene subsidie te verleenen, zodanig als UEGA zullen vinden te behooren
Den 27 September 1832

Aan de Heer Inspecteur van het kadaster in Zeeland
Onderwerp: Declaratiën rondbrengen
Eigendomslijsten
Ik heb de eer UEA te retourneren de door mij geteekende en met den naamen des belanghebbenden ingevulde staat van aanvragen van betaling in triplo ten behoeve van de persoon in den tijd belast geweest met het rondbrengen der kennisgevingen van de kadastrale schatting in mijne gemeente bij UEA missive van den 2e dezer no 275 mij gezonden.
Den 27 Sept: 1832.

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Personeel van het Bestuur

Wij hebben de Eer Uwe Excie te berigten dat gedurende het 3e kw: dezes Jaars geene verandering in het Personeel van het bestuur heeft plaats gehad ,terwijl in de vacature van secretaris noch niet is voorzien en de nieuw benoemdem ontvanger noch in geen functie is getreden.

De missives : Wering bedelaars;gebruik maten en gewigten
En Staat broodzetting zijn van den zelfden inhoud als hier voren
Geteeekend door Burgemeester & Wethouder

Idem
Onderwerp: Verbaal Stedelijke kas
Wij hebben de eer nevens deze aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den Staat der stedelijken kas, volgens de bestaande verordening door ons heden opgemaakt en geteekend.
Den 9e October 1832

Idem & Prov. Geneeskundige Commissie
Onderwerp;vaccine.
Wij hebben de eer van Uw Excie te berigten ,dat bij ons geene rapporten zijn ingekomen dat gedurende het derde kwartaal dezes jaars iemand in deze Gemeente is gevaccineerd geworden of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht
Den 9e Oct: 1833

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp;Landwacht

In voldoening aan uwe Excie missive van den 19 Sept; j.l. Ano 10610. 1 afd betrekkelijk het nazien en het behoorlijk onderhouden der wapenen , in den tijd aan den landwacht in deze Gemeente uitgereikt ,hebben wij de eer Uwe Excie te berigten
Dat die wapenen thans op een kamer op het Stadhuis zijn geplaatst en op ons verzoek den Heer bevelhebber over de Landwacht onzer gemeente , aan wien wij den inhoud van Uwe Excie: gemelde missive hebben medegedeeld die wapenen zeer naauwkeurig heeft nagezien, onder dewelke eenige gevonden zijn die reparatiën behoefden, en waar op door ons de nodige order is gesteld; terwijl alhier geen wachthuis wordt gevonden doch voor het seingereedschap de nodige zorg is gedragen dat mede op het stadhuis is geplaatst, en alzo onder onze bewaring zich bevindt en eindelijk dat de wapenen bestaan in 32 geweren en het seingereedschap in vier
Pekkranzen en twee manden.
Den 17e October 1832

Den Heer Controleur te Middelburg
Onderwerp: Staat opgenomene varkens
Ingevolge circulaire van den Heerr Gouverneur dezer Provincie van den 10 October l.l. A no 125 09 Prov: Blad no 120 heb ik de eer Uwe EdG nevens deze te doen toekomen de staat der opgenomene varkens in mijne gemeente aanwezig.
Geteekend door de Burgemeester
Den 23 October 1832.

Aan Heeren GS
Onderwerp: Maatschappij van Weldadigheid
Overeenkomstig het bepaalde in UEGA bdesluit van den 23.Maart l.l.( P.B. no 42) hebben wij het aandeel onzer gemeente in de administratie kosten van de bedelaars Etablissementen der Maatschappij van Weldadigheid over 1832 bij den agent van ’s Rijks Kassier te Middelburg gestort,waarvan wij de eer hebben de quitantie in originali aan UEGA te doen toekomen
Geteekend door Burgemeester & Wethouders.
Den 26 October 1832,


Idem
Onderwerp: Borgtogt Plaats: Ontvanger
Wij hebben de eer en voldoening aan UEGA Resolutie van den 28 September l.l. no20 betrekkelijk de door de nieuw benoemde Plaats:Onv: dezer Gemeente gepass: Notariële Acte van verband eene som van f.500 nominaal kapitaal ingeschreven in het Grootboek der Nat: werkelijke Schuld , aan UEGA te doen toekomen een afschrift van de Grosse van gem: Acte , benevens een Extract uit het gedachte Grootboek ten bewijze dat de verEischte aanteekening is geëffectueerd, waarop wij als nu Uw EGA nader goedvinden zullen inwachten, om de nieuw benoemde ontvanger te beEedigen en in functie te doen treden.
Geteekend als voren
Den 27 October 1832

Aan den Heer Kaptein der 3 Comp rustende Schutterij
Onderwerp: Rustende Schutterij
In antwoord op Uw EG Missive van den 26 der vorige Maand no 92 der 30 daaraan bij mij ontvangen heb ik de Eer UEG te berigten dat in dit jaar niet meer dan twee personen voor de Schutterij alhier hebben geloot en beide door de Commissie van onderzoek onvoorwaardelijk zijn vrijgesteld geworden waardoor geene benoeming dit jaar heeft plaatsgevonden.
Geteekend door Burgemeester

 

Ga naar boven