Historische Vereniging Arnemuiden

Het Schorretje in de jaren dertig
Het Schorretje in de jaren dertig - 5.0 out of 5 based on 1 review

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Arnemuiden bij winterdagVroeger was het Schorretje zeg maar de volkstuin die de zee schonk. Men haalde daar de lamsoren, zeekraal en kreukels. Het lag als het ware aan de achterdeur. Vanaf het Schorretje keek men zo naar Nieuwdorp, dat was één zee. Daar lagen de grote vrachtschepen op de rede te wachten om gelost te worden te Arnemuiden. Later, in de jaren dertig, lagen de vissersscheepjes er elke week weer; zaterdag en zondag was men bij moeder. Ieder had zijn vaste ligplaats. Een beetje schuin tegenover de wal; dit om de loopplank beter te kunnen uitleggen. Van links naar rechts: de hoogaars ARM 48 van Jacob de Nooijer ('Jacob de visser'), dan de ARM 47 van Leen de Nooijer ('Leen Balk'), dan de botter ARM 28 van Cor-nelis Marijs ('Gidetje'), dan de ARM 27 van Willem van Belzen ('Dolle Willem'). Deze bijnaam droeg hij al vanaf zijn kinderjaren mee. Hij was als kind zo rap dat hij overal op klom en er ook af sprong. Zo kende ook het hele dorp hem. Er was er haast niet één die onder zijn eigen naam door het leven ging. Ook zien wij nog het puntje van de botter ARM 36 van Laurens Koppejan ('Louwtje de baerd'). 
Verder zien we links op de foto twee loodsen van de scheepswerf Meerman. Tussen de twee hoogaarzen het zogenaamde 'keienkot', waarin de keien werden opgeslagen. Daarachter had je de schuurtjes van J. Kousemaker, waar de varkens werden vetgemest en ook geslacht. Dat was voor ons als jeugd een heel gebeuren. Je keek je ogen uit en kreeg ook wel eens een stukje zwoerd van het varken, waarvan de haren waren afgebrand met stro.
Tussen de twee botters in ziet men de T-Ford (auto) staan met daarachter de werkplaats van Jan Hendrik Willem Knolle. De familie Knolle was omstreeks 1921 vanuit Amsterdam in Hansweert ('Answest') neergestreken om zich daar te vestigen voor de aan- en verkoop en reparatie van scheepsmotoren. In de jaren dertig vestigde zich zijn zoon, Jan Hendrik Willem Knolle (geboren te Amsterdam 1913), in Arnemuiden. Dit, om hier scheepsmotoren in de vloot in te bouwen en zo meer vaart te brengen in de vloot en zodoende ook welvaart. Knolle heeft zelfs een dag gekend dat er drie motoren ingebouwd werden. Het bedrijf van de familie Knolle had ook mijn belangstelling gewekt. Dat zien draaien van de draaibank om nieuwe lagers te maken; de grote boor; de ijzerzaag die met een draai aan de knop maar bleef doorzagen. Ik vond dat alles geweldig. Tegen Jan Knolle, flink uit de kluiten gewassen, zag ik met veel ontzag op. Eens vroeg hij mij of ik een boodschap wilde doen bij de kruidenier, Janus Kousemaker. Of ik 1 1/2 ons kaas wilde halen, met daarbij de boodschap: als zijn dochter Jo je helpt, doe haar dan maar de groeten van Jan. En als ze dan vraagt: welke Jan? Dan zeg je: van Jan Knolle. Zo beloofd, zo gedaan. Zo waar stond ze daar: Johanna Catharina Kousemaker, geboren 13 augustus 1916. Ze vroeg me: van welke Jan heb ik de groeten? En ik vertelde haar: van Jan Knolle. Dat kwam goed over want ik moest de groeten terug doen en niet vergeten hoor! En de 1 1/2 ons kaas werd ruim 2 ons; ik kreeg nog een toffee mee. Direct na mijn terugkomst stelde Jan mij de vraag: heeft Jo je geholpen en wat zei ze? Je hebt de groeten terug, zei ik. Nu krijg jij niet 1 cent, maar 2 cent, zei hij. Wist ik veel, ik was 9 jaar oud. Maar mijn bemiddelingsrol heeft 100 % succes gehad. 13 december 1939 zijn Jo en Jan gehuwd. Ze hadden wel wat met het getal 13. Verder liepen de motortjes gesmeerd. Ze kregen kinderen, ook een zoon Jan Hendrik Willem,  die de zaak later zou overnemen. Al met al is het toch een goede gedachte geweest van opa Knolle om vanuit Amsterdam naar het Zeeuwse land te verhuizen. Een meesterzet! Ik vind het zo frappant dat deze stamboom zo goed herkenbare vruchten draagt. Nu komen vaak vruchten te hangen aan de stamboom met Noorse of Engelse namen, namen die soms nergens op slaan. Je vindt ze niet terug in de stamboom.
Rechts van de scheepjes lag ons zwembassin. Daar leerde men zichzelf zwemmen, want een zwembad met badmeester, dat was voor ons wel erg hoog gegrepen. Daar op het Schorretje lagen altijd klampen met stenen, met tussenruimten opgestapeld. Als kinderen speelden wij daarop en sprongen zo van de ene klamp stenen naar de andere klamp. Janna Siereveld, toen een meisje van ongeveer 10 jaar oud, deed een 'missprong' en viel daarbij een groot gat boven haar oog. De boer die op het Schorretje boerde bracht haar naar de dokter, die de gapende wond hechtte en haar weer thuis bracht. Ook nu nog draagt ze een litteken mee en elke keer weer als ze in de spiegel kijkt, ziet ze die klampen met stenen voor ogen.
Ook lag daar altijd een hoop zand dat geregeld werd aangevoerd. Met het lossen van schepen werd er ook gemorst met zand; zodoende hadden wij daar een 'Erremuus' strandje. Je kon daar net niet het kanaal door lopen, maar om het zwemmen te leren was er een prachtige gelegenheid. Je leerde het zwemmen op zijn hondjes. Vele malen zwom men voor de helft van de afstand het kanaal over, totdat men de overtuiging had dat men het kanaal helemaal kon overzwemmen. Dat gebeurde bij de smalte recht tegenover de molen. In het dorp was het alom bekend dat 'Gerard van Prien' ging overzwemmen. Als het uur der waarheid was aangebroken, togen je vrienden mee op en enkelen stonden je al aan de overkant op te wachten. Terwijl je zelf zo ver mogelijk het water in liep, werd je onder escorte begeleid en aangemoedigd. Eenmaal over, had je het gevoel alsof je in een vreemd land was aangekomen. Ook moest je nog terug en dat was met de wetenschap dat "osepik' (synoniem voor de duivel) in het kanaal rondzwierf. Hij kon je elk ogenblik naar de kelder trekken op het moment dat niemand naar je keek. Was dat alles achter de rug, dan mocht je zeggen dat je kon zwemmen. Dit alles was voor jongens weggelegd, want meisjes mochten niet zwemmen. Ook gezien hun klederdracht was dat moeilijk voor hen. Attributen als een baddoek kende men niet. Was men uitgezwommen, dan legde men zich te drogen op de zandberg als een zeehondje. Je veegde met je hand het zand van je lijf en je moest deze week niet in de wasteil om je te wassen. Je had gezwommen, dus je was schoon.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Ga naar boven