Historische Vereniging Arnemuiden

Staat van fabrieken en werkwinkels 1820

Staat van Fabrijken en Werkwinkels (1820)

Lonen van de werknemers.

Het gemeentebestuur was verplicht ook in 1820 verslag te doen van de activiteiten op economisch gebied. Wat de zoutketen betreft wordt beweerd dat er nog 5 waren , waarvan echter maar 2 somtijds in werking waren. Vroeger waren er wel 32. Het aantal pannen , wanneer ze in werking waren, bedroeg in iedere ziederij 3 à 4. Het gemiddelde arbeidloon is, naast vrij wonen en “brand “ naar gelang de hoeveelheid te raffineren zout, 70 cent tot 1 gulden per dag.
Tot 1794 was er een behoorlijke export naar Duitsland , Frankrijk, Oost-Nederland, Zeeland en de Generaliteitgebieden dank zij het Provisioneel Accoord tussen Holland en Zeeland.
Vanaf 1794 tot 1806 is er alleen nog export naar Zeeland, de Generaliteitsgebieden en Gelderland
Vanaf 1806- 1813 bleef alleen Zeeland nog over.
Sinds die tijd is de toestand slecht te noemen.
Voorstel: als middel tot redres/ herstel van de ingezakte handel: Het Invoerrecht van het van buiten aangevoerde Ruwe zout moet zo verminderd worden, dat ontduiking van die belasting geen voordeel meer oplevert.
Het Consumptieve recht/ zoutbelasting zou door de consumenten-kopers moeten worden betaald op de plaats waar ze het zout hebben gekocht.
Wat de broodbakkers betreft: er zijn 3 winkels met 1 meester en 1 knecht. Het loon bedraagt, behalve de kost f.30 tot f.40 gulden per jaar. De afzet van brood was voor 1814 beter door de toenmalige prijzen van het graan, maar ook was er geen belasting op het gemaal; na 1814 minder goede afzet vanwege de belasting op het gemaal en de duurte van de granen.
Vanaf 31 december 1819 weer een gunstige toestand door de “gematigde “belasting op het Gemaal en de lage prijs van de granen.
De 2 Hoefsmeden hebben een goed bestaan als het goed gaat met de Landbouw.
Bij de 3 kleermakers fluctueren de lonen tussen de 40 en 60 cent per dag.
Wat de metselaars betreft: er zijn 3 bedrijven met 3 à 4 knechts.
De metselaar is tevens timmerman, schilder en glazenmaker. De lonen zweven tussen de 90 cent en en 1 gulden per dag.

Bron:
Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de Gemeente Arnemuiden
Toegangsnummer 1200 / inventarisnummer 96 / brievenboek 1820-1821

 

Ga naar boven