Historische Vereniging Arnemuiden

Dingtalen m.b.t. inwoners van Arnemuiden 1504-1550

Algemeen Rijksarchief, Den Haag

Toegang nr. 3.03.01.01 Inventaris nummers 1800 t.e.m. 1916

Mijn doel en werkwijze

Op zoek naar informatie over de schilder Marinus Claaszoon van Reymerswale, die naar ik aanneem in Reymerswale woonde, zijn persoon, werk en omgeving, heb ik de Dingtalen geraadpleegd over de genoemde periode. Daarbij is om allerlei redenen niet gekozen voor een chronologische benadering, d.w.z. eerst inv. nr. 1800 en tenslotte nr. 1916. Deze opmerking is van belang, omdat ik gaandeweg ben gaan inzien, dat hier een archief lag met grote historische waarde voor de omringende plaatsen van het oude Reymerswale en dat ik met betrekkelijk weinig meer inspanning deze informatie kon verzamelen. Hierbij denk ik met name aan Goes e.o. (Prof. dr. C. Dekker), Schouwen-Duiveland (streekarchivaris H. Uil) en de gemeente Tholen (archivaris J.P.B. Zuurdeeg), naast informatie over het Hof, zijn medewerkers en landmeters. Op verzoek ben ik ook in de loop van het onderzoek (na 7.11.1997) Arnemuiden gaan volgen.

Men moet erop bedacht zijn dat in een (klein) aantal gevallen (enkele % ?) de koppen niet de juiste namen van partijen geven of incidenteel zelfs niet de juiste zaken, waardoor de eerstgevolgde methode gestoord wordt. Ook zijn de koppen niet altijd consistent in het noemen van de juiste en volledige procespartij. Ze zullen bedoeld geweest zijn als snelle toegangen voor griffiers en raden. Later in het onderzoek heb ik de beginteksten doorgenomen.

Als bij slechts één procespartij wordt aangegeven dat hij of zij uit een bepaalde plaats afkomstig is en bij de andere niets, dan blijkt uit mijn ervaring dat de kans groot is dat de andere partij ook uit die plaats afkomstig is. Zeker is dit echter allerminst.

Gebruik van deze aantekeningen

Na bovenstaande toelichting merk ik het volgende op:

  1. Deze Dingtalen beslaan verreweg het grootste deel van de periode. Echter zijn er kleinere en grotere ,,gaten'', bijna zeker door het verloren gaan van banden in het verleden.
  2. Het opzoeken van de referenties is mogelijk aan de hand van het ARA-toegangsnummer 3.03.01.01, het inventarisnummer, de gegeven Gedinge-datum en daarbij het folio-nummer (recto/verso), indien dit (nog) aanwezig is, in romeinse cijfers, indien niet in arabische cijfers. Voor een aantal (vooral vroeg in het onderzoek genoteerde) referenties geldt dat het folio-nummer niet bekend is, ook komt een tweede nummeringsreeks bij een Gedinge-datum voor en is dit door mij dan aangegeven.
  3. Citaten uit de (verdere) tekst van een referentie (na de aanhef) zijn als volgt bijgevoegd: ...citaat...
  4. Het gebruik van haakjes (...) geeft aan dat de betreffende tekst niet in de kop staat, maar verderop in de tekst.
  5. Bij mogelijke problemen met de aantekeningen kunt u een beroep doen op mijn oorspronkelijke aantekeningen.

Veelvuldig gebruikte afkortingen:

  • i. = inwoner
  • p. = poorter(esse)
  • w. = wonende
  • A. = Arnemuiden (vele schrijfwijzen)
  • M. = Middelburch
  • R. = Reymerswale
  • RBOS/RBWS = rentmeester Beoosten/westerschelt
  • m. en v. = man en voogd
  • / = keus van letters
  • AM = volgens A. Mackor

Inventarisnr., Gedingedatum (stilo curie): Partijen etc., folionummer etc.

1807, 26.11.1510: Willeboort Maertsz. c.s. x de vrouwe van Armuyden, f. ? v.

1807, 16.12.1510: Die vrouwe van Arremuyden x Willeboort Maertsz. c.s., f. ? v.

1830, 8.5.1526: Gerryt Willemss. Claess. (impetrant van remissie wegens doodslag) contra die vrunden ende magen van wijlen Geleyn Pieterss. (van Campen, wsch. Noord-Beveland). Hierna komt een hele serie namen, w.o. Adolf Hardinck rentmeester Bewesten Schelt en Jan Dommusz. , bailliu van Arremuyden, 2 verhalen, nl. f. x v. en f. xxv v. (ongenummerd), het eerste is zeer lang.

1830, 9.7.1526: D'executeurs van heer Thomas van Zwanenburch contra Jan Bettenzoen (van A.), f. xv r.

1833, 18.1.1527: Jacob Wisse schipper up A. x Heinrick Claesz. Ryswercker, f. j r.

1834, 18.11.1527: Jacob Willems zoon (buyerman vander Haeghe) x Huych Spierinck (w. A.), f. viij r.

1835, 27.1.1527 (= 1528): Huych Spierinck w. A. x Dirck Joost Aems zoon (w. delff), f. xvij r. en xviij r.

1835, 3.2.1527 (= 1528): Mr. Jan Psallandt w. R. x Yeman Jans zoon w. A., f. iij v.

1840, 8.3.1528 (= 1529): Jacob Willems zoon x Cornelis Jacobsz. Foye (bailliu v.d. watere in Zeelant), fij r.

1841, 11.5.1529: Cornelis Jacobsz. Foy(e) bailliu vanden wateren tot A., f.xvij v., ook: 7.6.1529, f. ? r.

1841, 24.5.1529: Die stede van Zierikzee x Jacop Joesten zoon (deken, lange Adriaen(,?) Jan Willemszoon ende Adriaen Jans zoen tot A., beleyders v.d. scippers van M. ende A., mitsgaders die stede van M.), f. 26 r.

1841, 7.6.1529: Andries Andries zoon (van dordrecht) x Jan Boegaert tot A., f. v r.

1841, 21.6.1529: Dekens, gezworens van den schipluyden (binnen M. ende up A.) x den deken. gezwoerens vanden scipluyden t'Ziericzee), f. 19 v.

1841, 5.7.1529: Jacob Willems zoon x Cornelis Jacopsz. Foy (bailliu v.d. wateren in Zeeland), f. iij v., f. v v. en f. xj r.; ook: 19.7.1529, 2 entrée's

1842, 26.7.1529: Jacob Willems zoon (ex-thollenaer van Yersickeroort) x Cornelis Jacobs zoon Foy(e) (bailliu v.d. wateren in Zeelant), f. ? r., 2 entrée's, de tweede keer = LANG verhaal; ook: 13.9.1529, f. x v. en f. xviij v.; ook: 1843, 22.11.1529, weduwe van CJF, f. xviij r. en 13.12.1529, f. xxij r.

1842, 13.9.1529: Jan Jacobs zoon (aennemende 't proces voor wylen Jacob deRoese ende zyn erfgenamen) x Cornelis Cornelisz. (ende Pieter Harmans z. (w. up A.), laatste zaak

1844, 17.1.1529 (= 1530): Jan Jacobs zoon x Cornelis Corneliszoon (ende Pieter Harmansz., w. A.), f. ? v.

1844, 21.2.1529 (= 1530): Mairten de Mortelle w. A. xDirck Jans zoon w. M., f. 22 r. en v.

1845, 30.5.1530: De weduwe Cornelis Jacobsz. Foye x Jacob Willemszoon wylen (AM = vroeger) tollenaer van Yersickeroort, f. j r.

1846, 14.11.1530: Frans Halsburch x Jan Han schoenmaicker w. A., f. viij r.

1847, 12.12.1530: Ferdinando de Mirando Spaengnaert w. A. x Jacob Willemsz. (ende Cornelis Adrieans zoon, weerdt inden Hollantschen thuyn tot Dordrecht), f. v v.

1847, 10.1.1530 (= 1531): Claes Hermansz. Cramer w. A. x mr. Govaert Hooffslager (van Gorinchem), f. 34 v.

1848, Lievyn Stevens zoon w. A. x Pouwels Claeszoon w. Goes, f. iij v. en f. vij v.

1859, 7.9.1534: Adriaen van Dam (deurwaarder of advocaat?; impetrant van sallarys) contra Jorys Pieterszoon (op Arremuyden), f. xxvj r.

Idem, 15.9.1534: Cornelis ende mr. Willem Gerytsz., voogden van de weeskinderen van wijlen Jan Symonsz. Cost contra Geryt Claesz. op Arremuyden, f. xiij r.

Idem, 30.9.1534: Cornelis Jansz. in de Halve Mane (herberg?) tot Armuyden contra Pieter van Coudekerck (poorter van Middelburch), Jan Pieterss. Bom (poorter van Delft), Sebastiaen Tange, Jheronimus Schonevelt, Claes Bouwensz. vander Veere, Gijsbrecht de Moerman, Pieter Gillisz. van Hulst in Vlaenderen ende Pieter de Castro Spangnart, woenachtich tot Middelburch, f. xviij v.

Idem, 12.10.1534: De deekens ende gezwoerens vanden scipluyden ende coggenaers der stede van Ziericxzee, Cornelis Jacobsz. deeken vanden hadenaers (of hordenaers?) der voorss. stede ende Jacob Jansz. contra die deekens ende gezwoerens vanden ambochten ende neeringen vanden scipluyden binnen der stede van Middelburch ende Arremuyden in Zeelant, f. xiij r.

1860, 7.1.1534 (=1535): Jan Dircxz. op Arremuyden contra Joost Cornelis Gerritsz. (vander Veere), f. ca. 30 r.

1863, 7.12.1535: Die weduwe wijlen Adriaen van Dam contra Jorys Pietersz. op Arremuyden, f. xvj r.

Idem, 13.12.1535: Gerryt Claesz. op Arremuyden contra de voochden van 't sacramentsgilde t'Alcmaer, f. iiij v.

1864, 13.3.1535 (=1536): Gheryt Claesz. van Arremuyden contra de voochden van 't Heilige Sacramentsgilde tot Alcmaer, f. viij r.

Idem, 2.5.1536: Geryt Claeszoon van Arremuyden contra den gildevoochden van 't Heilich Sacramentsgilde tot Alcmaer f. iv v.

1867, 15.1.1536 (=1537): Lenaert Cornelisz. Poelvoet (van Zierikzee) contra Baernt Janszoon van Arremuyden, f.ij v.

1870, 1.4.1537 (= 1538): Gheryt Claeszoon van A. x Jan Eelez. (, Cornelis Symonsz.. w.dorpe van Sint Martens), f. j r.

1870, 1.4.1537 (=1538): Gerrit Claeszoon (van Arremuyden) contra den voochden van 't Sacramentsgilde etc. (tot Alcmaer)

Idem, 8.4.1537 (=1538): Gheryt Claesz. van Arremuyden contra die gildemeesters van 't sacramentsgilde t'Alcmaer, f. xv r.

1872, 25.6.1538: Adriaen Pieterss. up A. x Elisabet Jans dochter, f. xxiiij v.

Idem: Robbrecht Cuyper (ook: Coeper) x Geerit Heynricx zoon (w. A.), f. 37 r.

1872, 1.7.1538: Vrederick Baernts z. (op A., als m. en v. van Maritgen Domis dochter, vervangende d'andere erffgenamen van Domis Coop Maertsz.) x Mr. Herman Symonsz. schoelmeester (vander Veere ende Pieter Aertsz., alias de schoonenbacker, als ...erffgenamen van Bouwen Cornelisz.), f. xiij v en f. xiiij r.

1874, 4.11.1538: Gerrit Claes zoon in 't Hert up A. x Marten Jans zoon (, Adam Jans, Jacob Sagens ende Jan Jacobsz., kerckmeesters van A., die burgmeesters ende scepenen van M., Huyghe Spierinck up A. ende Kourt Jacob Baerntsz., w. M.), f. v r.

Idem: Gerrit Claesz (van A.) x d'erffgenamen van Henrick van Opmeer, f. 35 r.

1874, 26.11.1538: Gheryt Claesz. in 't Hart van A. x Koert Jacob Baerntsz. (tot M.). f. iiij r.

1874, 9.12.1538: Gheryt Heinricxz. (w. A.) x Robbrecht Couper, f. vj r.

1890, 12.12.1541: Vrederick Baerntsz op A. x Bouwen Cornelis zoon's weduwe, f. 25 r.

1890, 10.1.1541 (= 1542): Pieter Pieterszoon Bette (w. ter Nyeuwerkerck onder Arremuyden) x Ollebrant Claes zoon, f. xv v.

1899, 26.1.1544 (= 1545): Meester Jan Borreman ( A.) x Jacob Domiss. tot Zzee

Ga naar boven