Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1819-1820

Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de Gemeente Arnemuiden
Ingekomen Stukken van het jaar 1820
Toegangsnummer: 1200
Inventarisnummer 84
Selectie en samenvatting van P.J. Feij

Extract uit het Verbaal van de Edele Groot Achtbare Heeren
Gedeputeerde Staten van Zeeland

Vrijdag den 17 December 1819

Door den Griffier overgelegd zijnde de nog aanhangige en ter Griffie gecolligeerde stukken betrekkelijk de nog aanwezige vacatures in de Gemeente raden als mede de onvervulde Secretaris en Ontvangers posten ten Platten Lande.Heeft de vergadering
Gedaan de navolgende benoemingen als a. tot Gemeente raad te Arnemuiden de Heer Adriaan Adriaanse in plaats van Jan Bernard Joosen bedankt hebbende

Middelburg den 7 januarij 1820

Hierbij 2 Exemplaren m.b.t. de bepaalde tentoonstelling van voorwerpen van Nationale Nijverheid te Gend te fine van promulgatie en Affixie en narigt.
Ook hierbij modellen voor de aan te leggene registers en de af te gevene Certificaten
G.S. van Zeeland
Van Doorn
Ter ordonnantie
J. Snouck Hurgronje

Middelburg, Januarij 1820
Onderwerp: toezegging van koepokstof
In aanmaningen de vaccine
Te bevorderen
Dat geschiedt door de Provinciale Commissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt
Middels De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S der provincie Zeeland
Vrijdag den 21 januarij 1820

Uiterlijk voor het midden der volgende maand op te geven:
Het getal der Hoofden van Huisgezinnen, welke, hoezeer voor behoeftig bekend, niet worden gealimenteerd en bedeeld, waaronder die gene verstaan worden, die hoezeer geene bijdragen van de Arm-administratiën genietende , uit hoofde van hunnen minvermogenden staat, niet op de rol van het Personeel gebragt zijn en Het getal der personen, waaruit de boven omschrevene Huisgezinnen bestaan.

De Griffier der Staten

Middelburg den 26 Januarij 1820
Onderwerp: Beschrijving van het Vee-Fonds voor 1820.

Wilt U de beschrijving voor of op den 5e Februarij aanstaande aan de Controleur der Directe Belastingen van uw Ressort doen toekomen
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn


Middelburg den 31 Januarij 1820
Onderwerp: Kontingent enz.
1e Zitting van den Militie-Raad

Het Kontingent voor Arnemuiden voor het jaar 1820 is bepaald op het gewoon Kontingent van twee man.
Eerste zitting op 14 Februarij
Compareren : de vrijwilligers waarvan de Staten in triplo mij op 5 Februarij moeten zijn geworden.
De Ontdekte (vrijwilligers) na het sluiten der Inschrijvingsregisters
Allee Lotelingen van de Ligting van 1817,1818 en 1819 welke een dienstpligtig Nummer getrokken hebbende, slechts voor 1 jaar zijn vrijgesteld.

De Gouverneur van Zeeland

Middelburg den 31 Januarij 1829

Belangrijk bepaling van art.45 van het burgerlijk Wetboek om geen Extracten uit Registers van den Burgelijken Stand, welke in een andere gemeente dan de juiste afgegeven zijn, als bewijs aan te nemen,indien ze niet gelegaliseerd zijn door de President der Regtbank van eersten aanleg
De Acten van Notorieteit dienen door de Regtbanken daartoe bevoegd gehomologueerd zijn..

De Officier bij de Regtbank van eersten aanleg te Middelburg
S. de Wind

Middelburg den 4 Februarij 1820
Onderwerp: Inzameling van liefdegaven
Voor Noodlijdenden door den Watersnood.
Een ontzettende Overstrooming in Gelderland, Holland en Noord-Brabant
Veel Publiciteit. Leeraren van alle gezindten dienen de gemeenten op te wekken tot mededeelzaamheid ten laatsten op zondag 13 Februarij.
Er moet een Commissie tot organisatie van de geldinzamelingen in alle plaatsen te komen.
Collecte of gesloten bus
Zijne Majesteit wekt U op;heeft zelf uit eigen Fondsen al hulp aangebragt.
De Gouverneur van Zeeland


Middelburg den 4 Februarij 1820
Onderwerp: Buitengewoon Kontingent
Voor de Ligting der Nationale Militie van 1820

Door Z.M. wordt de buitengewone Ligting over het jaar 1820 voor deze provincie bepaald op 57 manschappen.
In deze repartitie heeft tot nu toe Uw gemeente niet gedeeld. Waarschijnlijk zal dit bij een buitengewone Ligting voor een volgend jaar dat wel gebeuren.
De Gouverneur
Van Doorn.

Middelburg den 4. Februarij 1820

De Eerste zitting van de Militieraad zal in Zeeland op Dinsdag 15 Februarij plaatsvinden des morgens 9 Uren in de Abtdij te Middelburg. U uitnoodigende de bij Art.43 derzelver Wet bedoelde persoonen te doen verschijnen, met dien verstande nogthans dat ingevolge Art. 70 en 80 in verband alleen de dienstpligtige van vorige jaren voor een jaar vrijgesteld worden opgezonden.
De Militie Kommissaris van Zeeland
H.Keijl

Middelburg den 10 Februarij 1820
Onderwerp: Inzending van Hoofdelijke Omslag
Dat gebeurt veelal zeer onregelmatig en veelal langen tijd na den ontvangst der begrootingen bij de gemeenten zijn geworden; hierbij uitnodiging om het Kohier van Hoofdelijke Omslag uwer Gemeente voor 1820, voor of op den laatsten dezer maand, aan mijn executoir te onderwerpen.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het verbaal van G.S. van Zeeland
Vrijdag 11 februarij 1820

Gelezen zijnde een missive van den Raad van Arnemuiden van den 7 Februarij j.l. daarbij op aanzoek der hervormde diakonie autorisatie verzoekende om aan dezelve een subsidie van f.100 te verleenen ten einde daarmede de buitengewone steeds voortdurende behoefte der armen te bestrijden.
Is goedgevonden den voorn; Raad de verlangde autorisatie toe te staan, gelijk geschied bij deze met bepaling dat deze som van f.100= uit de post voor onvoorziene uitgaven op de begroting van den jare 1819 vermeld zal behooren te worden voldaan.
Etc.etc. De griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje.

Middelburg den 18 Februarij 1820
Onderwerp: Om inzending rapport nopens
Het beheer der sluis in het
Arnemuidsche Kanaal.

Het was mij aangenaam uit UEd: missive van den 12 Februarij j.l. te vernemen dat de commissie benoemd uit de belanghebbenden in het Arnemuidsche Kanaal bereids was geinstalleerd en zeer spoedig haar rapport opzichtens het beheer en het onderhoud der Sluis zoude inzenden.
Wij hopen, zonder stellige zekerheid, dat dit rapport voor den 20e dezer aan mij zal worden toegezonden . Dit vanwege uw stilzwijgendheid; de uiterste datum is echter 25 februarij

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

Middelburg den 18 Februarij 1820
Hierbij gaat de Ordonnantie met verzoek deze aan den Ontvanger der Gemeente te doen toekomen een bedrag van f.0: 99

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

De Gouverneur van Zeeland
Besluit:
Art.1: De Loting voor de Ligting der Nationale Militie van het jaar 1820 plaats te doen hebben in de Hoofdplaatsen der Militie-Kantons op de navolgende dagen en uren
Voor het 1e Kanton te Middelburg op 1 maart 1820 om 10 uren
2.De Hoofden der Plaatselijke besturen zullen twee leden committeeren om de Loting bij te wonen en de Alphabetische Lijst en het Inschrijvings register ter hand stellen.

Ook het in orde brengen en expedieren der bewijzen van vrijstelling. Etc.
De Gouverneur
Van Doorn
Middelburg den 19 Februarij 1820

Middelburg den 26 Februarij 1820
Onderwerp: Overstorting van Collecte-gelden
Voor Noodlijdenden door den Watersnood

Liefdegiften in gangbare Muntspecien dadelijk ten Kantore van den Ontvanger Particulier van Uw District met behoorlijk bewijs
Vreemde Muntspecien, Effecten en andere geldswaarde bezittende Papieren en Objecten aam mij met bijvoeging van naauwkeurige Staten. Reçu van Referendaris Hinlopen
Etc.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 24 Februarij 1820
Onderwerp: Installatie notabelen
Hervormde Kerk

Bij circulaire van 17 April bekend gemaakt met het bestaan van een Reglement op de finantiële administratie van den Hervormden Eeredienst invoering in de eerste plaats het benoemen en in werking brengen van notabelen behoort daartoe.
Hoezeer door de hervormde gemeente in uwe plaats gevestigd omtrent de toepassing van dat reglement op dezelve is gereclameerd, en deswegens nader zal worden beslist, heeft echter Zijne Majesteit goed gevonden om ook voor de zelve Notabelen en Plaatsvervangers te benoemen bijzonderlijk om de gronden dier reclamatie nader te onderzoeken.
Deze benoemde zijn
Tot Notabelen de Heeren
A. Adriaanse
B. A. van Eenennaam
C. J.Crucq
D. M.Kramer

J. Buijs
L.Wisse
. J. Schoonenboom
A.Koets

Tot plaatsvervangers de Heeren
J.L. de Rijke
C.Kramer
J,Schets
A.de Smidt

Ten einde nu de installatie dier notabelen en plaatsvervangers op eene geregelde en eenvormige wijze te doen plaats hebben, heb ik gemeend dit aan UEd te moeten opdragen. Ik verzoek UEd diensvolgens om dezelve daartoe, onder uitreiking van hunne nevensgaande acten van aanstelling ten spoedigsten in een geschikt locaal binnen uwe gemeente te zamen te roepen en van den afloop dier installatie dadelijk uw rapport in te zenden

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland.
Vrijdag den 11e Februarij 1820.

Is goedgevonden:
Om de Raden der steden en gemeenten van waar men ter vischvangst uitgaat aan te bevelen zoo als geschiedt bij deze om de uitvoering van ’s Konings besluit van den 19 Januarij 1820 op alle mogelijke wijze te bevorderen en dezelve tevens naar aanleiding van de missive van Z.Excell: den Minister voor het publieke onderwijs de nationale Nijverheid en Koloniën de dato 28 Januarij daaraanvolgende opmerkzaam te maken op de noodzakelijkheid welke er bestaat dat voor zoo verre dit in hunne gemeente mogt te pas komen zij zich onverwijld onledig houden om niet alleen ingevolge art 3 van hetzelve besluit een of meer keurmeesters te benoemen, welke zullen gehouden zijn de netten alvorens die ter kustvischerij gebruikt worden te keuren, maar ook om eene instructie ter dezer zaak te ontwerpen en ter dezer vergadering ter goedkeuring in te zenden wordende aan hun al verder te kennen gegeven dat bij deze eventuele instructie als hoofdtrekken behooren te worden opgenomen.
a. de tijd en wijze waarop elk die netten gebreid heeft welke hij voornemens is tot de bedoelde vischerij te bezigen gehouden zal zijn dezelve ter keuring aan te bieden.
b. De wijze waarop die keuring moet plaats hebben.
c. De omschrijving of bepaling van het merk of den stempel daartoe te bezigen en voorts
d. Alles wat geschikt is om zich te kunnen overtuigd houden dat Z.M. besluit en bij voortduring gehandhaafd worde.
Dat het wijders als belangrijk moet worden beschouwd, de keurmeesters te verpligten om van tijd tot tijd van drie tot drie maanden, bij voorbeeld, een verslag hunner werkzaamheden over het afgeloopen tijdperk vergezeld van hunne aanmerkingen aan den Raad der gemeenten waaronder de keuringen verricht zijn te doen toekomen. Dat hoezeer het ter bereiking van het voorgestelde oogmerk noodig zal zijn dat aan elk gelegenheid worde gegeven om ook tusschentijds wanneer hij een net voltooid heeft en hetzelve wil gebruiken daarop de bepaalde keur te verkrijgen en dat tevens keurmeesters de vrijheid hebben om ten allen tijde bij de Visschers onderzoek te doen of zij met geen dan behoorlijk gekeurd en gemerkt want hunne nering bedrijven, zal de te ontwerpen instructie echter zoodanig ingerigt zijn dat de keurmeesters daaruit nimmer aanleiding kunnen nemen om de vischers of wien het ook moge zijn op eene onbetaamlijke wijze te kwellen of dezelve noodelooze kosten te veroorzaken daar ’s Konings bedoeling geensints is, om door het benoemen van keurmeesters aan dezen een onafhankelijk middel van bestaan te bezorgen, maar eenig en alleen om door den genomen maatregel den verachterden staat der kustvischerij; zoo veel mogelijk te verbeteren en dezelve tot den vorigen trap van welvaart terug te brengen- dat eindelijk voor hun die met het onderzoek en de keuring belast zijn en daar dikwijls hunne gewone beroepsbezigheden moeten verzuimen bij de voren verm: Instructie eene aan hunne verdiensten geëvenredigde schadeloosstelling zoude behooren bepaald te worden.
Extract: gezonden aan de raden der steden als mede aan de Raden der gemeenten Arnemuiden met verzoek om aan deze vergadering kennis te geven of hetzelve besluit en vorenstaande indicatiën bij dezelve van applicatie zullen moeten zijn en zoo ja wat er als dan zal wezen verrigt.

Accordeert met voorz; Verbaal voor zoo veel het geëxtraheerde aangaat.
De Griffier der Staten

J. Snouck Hurgronje

Extract uit het verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Vrijdag den 18 februarij 1820

Is gelezen eene missive van UEd daarbij de auctorisatie dezer vergadering verzoekende tot het verpachten voor den tijd van tien jaren van zekere Berg, de Galgenberg genaamd tot dus verre met kaphout beplant geweest, doch in den afgeloopenen winter daarvan geheel beroofd, en nu tot meerder voordeel als weiland kunnende verhuurd worden; terwijl dezelve Raad wijders verlangt zulks te doen op dezelfde voorwaarde, als waarop het kerkhof in den jare 1818 met goedkeuring dezer vergadering is verpacht geworden, blijkens hare dispositie van den 20 April van dat jaar.
Is goedgevonden den voorn; Raad daartoe bij extract dezes te auctoriseren, zooals geschied bij deze, zullende dezelve Raad niettemin gehouden zijn om de gedane verpachting aan de goedkeuring dezer vergadering te onderwerpen
Etc
De Griffier der Staten
J.Snouck Hurgronje


Middelburg den 1 Maart 1820

Besluit van Z.M. 20 februarij: dat de onderscheidene Kerkgenoodschappen in hare gebeden den gezegende staat van Hare Keizerlijke Hoogheid de princes van Oranje indachtig zoude zijn, met verzoek om dezelve aan de Leeraar der hervormde en andere niet Katholieke Eerediensten in UEd gemeente te doen uitreiken
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het verbaal van G.S. der provincie Zeeland
Maandag den 6 Maart 1820

Goedgevonden
De Raden der gemeente ten platten lande te autoriseren om op de begrooting van 1819 toegestane traktementen voor het Plaatselijk Bestuur te doen uitbetalen.
De traktementen der Secretarissen ten platten Land over 1819, met ongeveer 1/3 te vermeerderen:
Arnemuiden : f. 100 + surplus f.33
Etc,

De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje


Extract uit het verbaal van G.S. der Provincie Zeeland.

Vrijdag den 10 Maart 1820

Is gelezen een missive van den Minister van Binnenl: Zaken en Waterstaat geschreven te ’s-Gravenhage den 4 Maart j.l. te kennen gevende dat Z.M. den voorn: Minister heeft gelast:
1. Om bij de finale herziening der plaatselijke Ordonnantiën op het gemaal de navolgende grondbeginselen tot rigtsnoer te nemen en te doen nemen,
a.Dat in de steden of plaatsen alwaar de rigtige ophef van dat middel behoorlijk kan worden verzekerd zonder verbiedende bepalingen tegen de vereeniging van beroepen met de voorbereiding van of den handel in graan speciën in verband staande dergelijke bepalingen afschrift zullen moeten worden, of niet zullen kunnen worden daargesteld.
b.Dat voor zoo verre de steden betreft alwaar vergelijke bepalingen als bij voorbeeld het verbod aan Molenaars, om het beroep van bakkers, meelverkoopers ,brouwers,stijfselmakers te drijven, varkens aan te houden enz. Onvermijdelijk zoude worden geacht en van ouds hebben plaats gehad, de stedelijke besturen bij het aanbieden hunner reglementen ter finale goedkeuring van Zijne Majesteit daarbij zullen moeten aantoonen en bewijzen dat diergelijke verbiedende bepalingen van ouds zonder merkelijk nadeel of tegenkanting hebben plaatsgehad, dat het middel van het gemaal voor hunne kas belangrijk en noodzakelijk is en niet gemakkelijk door een ander kan vervangen worden, en dat tot verzekering van dat model diergelijke maatregelen volstrekt noodzakelijk zijn.
c.Dat voor zoo verre voorzieningen nodig zullen worden geoordeeld omtrent het bezitten van Kwasen ? of handmolens of andere diergelijke instrumenten, die bekwaam zijn tot het malen of breken van Koren, mitsgaders omtrent het ten dien einde gebruikmaken van die werktuigen, deze voorzieningen zullen kunnen bestaan in de verpligting aan de bezitters , om aan het Stedelijk of plaatselijk bestuur of aan de administratie der plaatselijke belastingen schriftelijke aangifte te doen van de gezegde werktuigen en wijders om dezelve tot het malen of breken van koren niet te gebruiken dan behoorlijk gepatenteerd zijnde, en na eene nieuwe gelijksoortige afgifte te hebben gedaan, en mits zich onderwerpende aan de peilingen, visitatiën en alle andere pligten der molenaars
d.Dat op gelijke wijze zal worden gehandeld ten aanzien der ros, wind, water, of andere molens, onder welke benaming ook waarop tot het vervaardigen van eenige speciën steenen moeten worden gebruikt om daarmede deze speciën te malen te wrijven of te pletten en
2. Om de stedelijke en plaatselijke besturen aan te schrijven, in afwagting van de finale herziening der reglementen en ordonnantiën op het middel van het gemaal dezelve in den geest der vorenstaande voorschriften zoo veel mogelijk te wijzigen, terwijl de steden, welke zoude vermeenen te vallen in de termen der opgegeven bepaling onder b. zich onverwijld zullen moeten bezighouden met het ontwerpen van een reglement op het gemaal met opgave der redenen van de voorgestelde afscheidingen van neringen.
Is goedgevonden op grond van voorm. Missive de raden der steden Arnemuiden enz, van deze bepalingen te informeeren ten einde zich daarna te gedragen met verdere te kennengeving dat ingevolge des Ministers aanschrijving Z.M. die niet gaarne handel en nijverheid door beperkingen en belemmeringen ziet gekneld, de voorzieningen tegen de vereeniging van de vorengemelde beroepen uit een zeer ongunstig oogpunt beschouwt, en dat dezelve dus alleen ingevalle eener onvermijdelijke noodzakelijkheid door bondige redeneringen en daadzaken gestaafd in aanmerking zullen kunnen komen, zoo dat wanneer men mogt verlangen dat aan Molenaars of grutters en hunne onderhavigen wordt verboden om tevens Bakkers, meelverkoopers, Brouwers, Stijzelmakers , mout of Pelmolenaars te zijn, deugdelijk zal moeten worden bewezen dat zelfs de bepaling welke men aan eerstgemelde zoude kunnen opleggen om namentlijk tot de uitoeffening der laatstgen: beroepen afzonderlijke localen te bestemmen 7 aan te wijzen aan het oogmerk niet zoude voldoen, of voldoen kan dat men het verbod aan grutters om in hunnen grutterijen tarwe en roggemeel te mogen verkoopen verlangende daargesteld te zien insgelijks dient te bewijzen dat zonder dat verbod, de rigtige ophef van het middel van het gemaal geheel ondoenlijk is, ja zelfs dat in de bezwaren om aan grutters het verkoopen van tarwe en roggemeel te vergunnen niet genoegzaam kan worden voorzien door eene bepaling dat aan zoodanige grutters die wegens gepleegde fraude of overtreding meer dan eene reize zullen gecondemneerd zijn geworden die toelating voor eenen bepaalden tijd( welke echter nimmer 2 jaren zal te boven mogen gaan) zal worden ontzegd.
En zal voorschr; einde van het vorenstaande bij afschrift dezes en geleidende missive aan de raden der voorzeide steden worden kennisgegeven.

De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje.

Middelburg den 21 Maart 1820

Onderwerp:Correspondentie met kommanderende Officieren
Over de Nationale Militie.

Volgens Z.M. ‘besluit van 3 Januarij 1818 zal alle correspondentie tussen Plaatselijke besturen en de Kommandanten portvrij geschieden: brieven moeten wel ongesloten worden toegezonden.
Etc. De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Maandag den 6 Maart 1820

Is goedgevonden:
Dat de Besturen met het onderhoud van Zee of Rivierwaterkeerende Dijken of Werken zijn belast zodra mogelijk en uiterlijk voor den eersten Mei aanstaande aan GS een naauwkeurige en volgens het bijgevoegde Model ingerigte opgave in te zenden van hetgeen in dat jaar tot onderhoud, herstelling of aanleg dier Werken zoude worden verrigt en te koste gelegd.
Onderscheid makende tussen het gewoon onderhoud en het geen betrekking heeft tot buitengewone herstellingen of nieuwen aanleg
De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje

Extract uit het verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Vrijdag den 24 Maart 1820

Is gelezen eene missive van den Raad van Arnemuiden d.d. 18 Maart j.l. daarbij tengevolge de Resolutie deze Vergadering van den 18 Februarij te voren ter goedkeuring inzendende de conditiën van gedane verpachting van den zoogenaamden Galgenberg, voor den tijd van 10 jaren om f.20 == ’s jaars.
En is goedgevonden dezelve verpachting te adproberen zooals geschied bij deze en daarvan bij afschrift dezes en bijvoeging der conditiën aan evengemelden Raad kennis te geven.
De Griffier der Staten
J.Snouck Hurgronje.

Extract uit het Verbaal van G.S. der provincie Zeeland.
Vrijdag den 17 Maart 1820

Is goedgevonden:
Tot verdere executie van het besluit van Z.M. door den Minister voor het Publiek Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën m.b.t. de tentoonstelling van voorwerpen der Nationale Nijverheid te Gent
Dit bij Publicatie ter kennis van de Ingezetenen te brengen.van alle Steden en gemeenten ten platten lande.
De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje

Middelburg den 10 April 1820
Onderwerp: Te pasporteren manschappen der
Staande Armée

Ten einde voor te komen dat door het gelijktijdig pasporteren der Manschappen van de Staande Armée welke in het jaar 1814 zijn aangeworven en volgens Z.M. besluit met 1 November zouden moeten worden gepasporteerd, het grondgebied van het Rijk door eene menigte afgedankte Soldaten in eens worde overstroomd, heeft het Departement van oorlog de kommanderende Officieren der Korpsen aangeschreven, om aan hetzelve maandelijks eenen Staat te doen toekomen van zoodanige manschappen der staande Armée, wier dienst-tijd is geëxpireerd, en die in het burgelijke een bestaan kunnen vinden of voor het onderhoud hunner Familien onontbeerlijk zijn, ten einde de zoodanige nog voor den 1e November aanstaande te pasporteren.
Legale bewijstukken nodig waaruit van de echtheid der motieven blijkt.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Maandag den 13 April 1820

Daar thans wederom het tijdstip gekomen is, tot het uitreiken van permissie billetten tot het weiden van beesten langs de kleijwegen vinden wij ons verpligt den aandagt van UE even als ten voorleden Jaar op de noodzakelijkheid te vestigen om deeze gewoonte zo veel mogelijk te beperken en het uit te reiken getal permissie billetten te verminderen, want ofschoon deze maatregel tot de tegemoetkoming der armen in de gemeentens is ingesteld, zo is het nogthans onwedersprekelijk, dat het grote nadeel aan de reeds zo zeer versmalde kleijwegen des Eilands door intrappen der slootkanten toegebragt, het daarmede bedoelde voordeel verre overtreft.
Het is ons dus voorgekomen dat het belang der gemeente Besturen en van onse Directie als met het beheer der Wegen belast, vordert dat hier in doelmatig worde voorzien en wij zijn van oordeel dat reeds dit Jaar daarmede diende een aanvang te worden gemaakt.
Onder de meeste geschiktste middelen om hier toe te geraken, vleijen wij ons dat de volgende uwe medewerking zullen erlangen.
Wij hebben dan, na den gehelen omslag van het vorige Jaar te hebben nagegaan geen beswaar gevonden om eene niet zeer drukkende vermindering daar te stellen en daarna elke Gemeente na mate van haare uitgestrektheid met een aan elkander evenredig getal permissie billetten bedeeld.,
En om deze vermindering zo weinig mogelijk te doen gevoelen is het bij ons als doelmatig voorgekomen en het zal ons aangenaam zijn hier in uwe medewerking te erlangen dat namentlijk niemand zal vermogen meer dan een beest op de wegen te weiden, ten anderen dat men zich alleen zal bepalen om deeze permissie billetten aan de meest behoeftigen uit te reiken, en ten laasten schijnt het ons toe dat de veld en Dijkwagters met deeze Vergunning niet zullen behoeven bevoordeelt te worden, want het komt ons niet zonder bedenking voor dat gesalarieerde amptenaren belast met de surveillance der Wegen in het beweiden derzelver een permissie zouden erlangen, tegen het misbruik waarvan zij verpligt zijn te waken.
Wij twijfelen niet of UEd zullen met deze onse principes instemmen en met ons medewerken ter bereiking van een voor het algemeen niet zo noodzakelijke bedoeling, en wij hebben dienvolgens de eer UEd uitte nodigen om voor den 20 deser maand ons een opgaaf te doen voor drie personen aan welke ingevolge de bovengemelde evenredigheid de permissien kunnen worden uitgereikt, zullende wij als dan op maandag den 24e daaraanvolgende tot de afgifte der Billetten vaceren.
De Centrale Directie van Walcheren
Handtekening
Ter Ordonnantie van dezelve
Paraaf.


Middelburg den 13 April 1820

Hun EdGrAchtb: GS dezer Provincie bij deszelver dispositie van den 24 Maart ten fine van consideratie en advies aan ons hebbende ingezonden een request door J.C. de Bruijn aan Z.M. gepresenteerd tot het verkrijgen van Octrooij op daarbij gespecificeerde Conditiën tot verbetering der weg lopende van de zaagmolens door de stad Arnemuiden tot deszelfs buskruidmolen den Gouden Draak.
Hebben wij intusschen nodig geoordeelt om alvorens hier omtrend onze gedachten aan HEdGrAchtb: te kennen te geven hieromtrend de gevoelens van UEd in te nemen ten einde ons te informeren in hoe verre zodanig Octrooij aan UEd en geadministreerdens belangrijk toeschijnt.
Wij hebben diensvolgens de eer het rekwest in originale aan UED toe te zenden met verzoek om hetzelve met uwe aanmerkingen, zodra mogelijk aan ons te retourneren.
De Centrale Directie des Eilands Walcheren
J. Snouck Hurgronje

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Vrijdag den 14 April 1820

Is gelezen eene missive van den raad van Arnemuiden de dato 7 April j.l. daarbij verzoekende geïnformeerd te worden of de bij de resolutie dezer vergadering van den 6 Maart j.l. no 21 geautoriseerde uitbetaling der op de begrooting van 1819 toegestane Tractementen voor het plaatselijk bestuur aan de raad aldaar dan wel aan den Burgemeester moet geschieden.
En is goedgevonden denzelven raad te kennen te geven zoo als geschied bij deze , dat de bij voorschr: resolutie vermelde betaling kragtens de dispositie dezer vergadering van 30 December no 18 no 25 alleen aan den Burgemeester moet worden gedaan; wordende het denzelven Raad echter vrijgelaten, om des verkiezende en indien de finantiën der Gemeente zulks gedoogen, aan deze vergadering een voorstel omtrent het uitbetalen van een geringe som bij wijze van presentiegeld aan de leden van den Raad te doen
En zal afschrift dezer aan den Gemeente Raad worden toegezonden.
De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje

Middelburg den 25 April 1820
Onderwerp: om kennisgeving van
De ter invorderingstelling
Der Kohieren

Bij eene circulaire van 9 Julij 1817 is UEd verzogt geworden mij opgave te doen van de dagteekening der waarschuwing waarbij aan de ingezetenen uwer gemeente het ontvangen van de Kohieren der directe belastingen is kennisgegeven en zij tot de voldoening hunner aanslagen zijn aangemaand.
Dusdanige opgave is mij niet door UEd gedaan betrekkelijk het kohier van het Patentregt over het 2e halfjaar van 1819 en ik heb mitsdien de eer UEd te verzoeken mij de bedoelde opgave zoodra mogelijk te doen toekomen; en voortaan op de geregelde nakoming der opgemelde circulaire te letten.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn


Staat van FABRIJKEN EN WERKWINKELS

Zoutziederijen/zoutRafinaderijen: thans nog vijf,waarvan echter maar twee somtijds nog werken; voorheen waren er twee en dertig in volle werking.
Getal : wanneer in werking zijn: 3 à 4 in iedere ziederij; Middelprijs der arbeidsloonen:
Behalven de vrije wooning & brand na gelange dat Rafineren, hetwelk dan kan gerekend worden van 70 cents tot Een Gulden.
Werwaarts de vervaardigde goederen hoofdzakelijk werden of worden verzonden:
Voor 1814: Tot den jare 1794 na Duitsland , Vrankrijk Oostenrijksche Nederlanden mitsgaders de zogenaamde Generaliteits Landen en de Provinciën Gelderland en Zeeland
Van den Jare 1794 tot 1806 zich bepalende tot een gedeelte der zogenaamde Generaliteits Landen & de Provinciën Gelderland en Zeeland .
Van 186 tot 1813 inclusive alleen tot een gedeelte der Provincie van Zeeland
Na 1813: Alleen tot een gedeelte der Provincie van Zeeland.
Voormalige en tegenwoordige Toestand:
Tot 1794 goed; tot 1806 middelmatig; tot 1813 kwijnend
Indien voordeelig; waardoor?: vele verzendingen en een doelmatig stelsel van belasting
Indien nadeelig: welke verhinderingen?:
Door belette invoer na Vrankrijk, Oostenrijksche Nederlanden en gedeelte der zogenaamde Generaliteit Landen.
Stelsel van belasting en geheel belette uitvoer en toevoer
Gedurende 1814,1815 en 1816 en t/m de 1e helft 1819:
Toestand :kwijnende t/m 1816
Geheel geruineerd t/m 1819.
Indien nadeelig welke verhinderingen: d(v)oor een gedeelte van het steldel van belasting en
Door het geheele stelsel van belasting van 1 september 1816
Op 31 December 1819:
Toestand: geheel geruineerd
Indien nadeelig: welke verhinderingen
Door het gehele stelsel van belasting van 10 September 1816
Middelen van redres of aanmoediging;
Dat de belasting of inkomende Rechten op het van Buiten aangevoerd wordende Ruw zout zodanig verminderd worden, dat er geen voordeel bij de ontduiking derzelve te behalen zij.
Voorts geen vrijdommen of afschrijvingen ten welke gebruike ook te tollereren.
Of
Wil men een Consumtive Recht heffen, dan moet het zelve alleen door den Consument & wel bepaaldelijk ter plaatse waar de consumtie werkelijk geschied betaald worden, zonder dat den Zeehandelaar, Rafinadeur of Handelaar daariets mede te maken hebben, met Een woord dat Stelsel van belasting op het zout zoals hetzelve tot den jare 1806 in de Provincie van Zeeland bestond, en aanmerkelijke Inkomsten aan den Lande opleverde, zonder eenig bezwaar voor zeehandelaar, Rafinadeur of Handelaar daarte stellen, geen noemenswaardige kosten van perceptie of surveillance voor den Lande behoevende
Broodbakkerijen: Broodbakkerswinkel: 3 winkels; behalve de meester 1 knecht;loon: de kost en f.30 à f.40 per jaar; afzet in de gemeente; voor 1814 beter: door toenmalige prijs der granen en geen belasting op het gemaal.; na 1814 minder goed: door de belasting op het gemaal en de duurte der granen. Op 31 December 1819: toestand goed door gematigde belasting en geringe prijs der granen.
Hoefsmederijen: twee hoefsmitse’s; behalve de meester 1 knecht;loon: behalve kost f.30 à f.40 per jaar; werkt voor de gemeente; toestand: min voordelig: door belet vaart der visserij? En geringe welvaart der landlieden; na 1814 toestand goed door de vrije vaart der visserij en welvaard van de landbouw; toestand op 31december 1819 : minder goed: door de mindere welvaard van de landlieden en goedkoopere prijs der veldvruchten.
Kleermakerijen: kleermakerswinkel:3 personeel :behalve de meester, sommige 1 knecht andere geen; loon 40 tot 60 cents daags; werken voor de gemeente; voor 1814 min voordelig;
Door belet vaart der vissers en geringe welvaard der landlieden; na 1814 goed door de vrije vaart der visserij en welvaard van de landbouw; op 31 december 1819: minder goed door de mindere welvaard van de landlieden goedkopere prijs der veldvruchten
Metzelarijen: metselaar is hier tevens timmerman, schilder & glazenmaker; drie bedrijven : 3 4 à 5 knechts; loon 90 cent tot F..1; in en in de omtrek van de gemeente werkende; toestand voor en na 1813 minder goed; na 1814 beter (zie hierboven); op 31 december minder goed door de mindere welvaard van de landlieden..
Molenmakerijen: molenmaker; geen soms 1 knecht; werkzaam op het Eiland;voor 1814 toestand min voordelig; na 1814iets beter:oorzaak zie boven.Op 31 December 1819 minder door minder welvaart van de landlieden,
De verder vragen kunnen beantwoord worden, dat alleen de toestand afhangd van de min of meerder schaden en slijtage welke aan de molens komen.
Wagenmakerijen : een wagenmaker; een knecht:zie wat betreft de welvaart: hierboven
Algemeen: Daar de voormalige Gildens een band der maatschappij was, zo was ook de meerder magt der Besturen in staat om de bestaande Ambachten bevordelijk te zijn; dan nu doen meerdere vrijheid een ieder door een Patent alles dat hem behaagt..

Middelburg den 24 April 1820
Onderwerp: Tweede verzameling en aflevering van het Kontingent

Dat geschiedt op den .1e Meij aanstaande de Middags ten twaalf uren.
Het betreft de tot den dienst bestemde personen en eventueel hun Plaatsvervanger of Substituant.
Eindelijk gaat hiernevens de staat der provisioneel en definitief vrijgestelden van uwe Gemeente Gaarne aanplakking en aflezing op de twee eerstkomende Zondagen
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

Middelburg den 9 Meij 1820
Onderwerp: 3e aflevering van het Contingent .
Tot voltallig making van het Contingent uwer gemeente heb ik de eer UWEd: bij deze te doen toekomen eene oproepingsorder voor L.Wisse , welke ik UwEd: uitnoodige aan den belanghebbenden te doen uitreiken na dat de plaats en het uur van vertrek uit uwe gemeente daarin zal zijn gesteld,terwijl ik UwEd: uitnoodige dezen persoon op den 15e dezer’s middags ten twaalf uren aan mij op de wijze bij art. 153 der wet van den 8e Januarij 1817 voorgeschreven te doen overbrengen.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 15 mei 1820
Onderwerp: Repartitie Directe Belastingen 1820.
Grondbelasting: Gebouwde Eigendommen f.594:00
Ongebouwde Eigendommen f..1181:00

Personele en
Mobilaire Belasting Hoofdsom f.414:00
40% f.165:00 = f579:00

Regt op de Deuren
En Vensters Hoofdsom: f.240:00
40% 96:00 = f.336:00

Verhoging o.a ter bestrijding der gemeente uitgaven
Ook ter bestrijding van de kosten van Administratie, Regtspleging en Eeredienst
En 2 pct voor de kwade posten en ruim 3 % voor de kosten van het Kadaster.
15% ten behoeve van het Sijndicaat
Extrakosten voor de opmaking der Kohieren
8% voor de kwade Posten op het Regt van de Deuren en vensters
Etc

Middelburg den 12 mei 1820

Ik heb de eer UEd: hiernevens toe te zenden een genoegzaam aantal exemplaren der door mij op den 14 April l.l.gearresteerde lijst der bevoegd erkende geneeskunst Oeffenaren binnen deze provincie;Medicinae Doctores;Heelmeesters ten platten Land; Vroedmeesters; Officieren van gezondheid; Apothekers; 1 drogist; stedelijke heelmeesters

Voor Arnemuiden wordt alleen de vroedvrouw Maria Vermeulen genoemd, toegelaten 23 Oct. 1806
Namens de Gouverneur van Zeeland
De Referendaris der 2e Classe
Eerste Commies

Handtekening

Middelburg den 19e Meij 1820
Onderwerp: om opgave stormschade
Van 2 Maart l.l aan vaartuigen van visschers.
Door eene missive van den Raad uwer stad dato 10e dezer Maand onderrigt dat vijf visschers inwoners uwer stad door den storm en hoogen vloed van den 2e maart aan hunne vaartuigen eenige schade hebben geleden, waar voor zij gaarne zoo mogelijk schadeloosstelling zouden erlangen, zoo verzoek ik UEd: van dezelve schade nader opgave te doen in eenen staat ingerigt volgens het hierbij zijnde Model & mij die alsdan zoo spoedig mogelijk te doen geworden.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

Extract uit het verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Vrijdag den 19 Meij 1820

Het gaat om het feit of het Reglement op het weren van het schadelijk gevogelte binnen deze Provincie aan het voorgestelde doel heeft beantwoord en in hoeverre het voor wenschelijk en noodzakelijk te houden is hetzelve bij de aanstaande expiratie langer te doen voortduren te wijzigen of te veranderen
Etc. De Griffier der Staten
J. Snouck Hurgronje

Middelburg den 20e Meij 1820.
Ik hebbe de eer UE hier nevens te doen geworden een nader door C.J. Maitland te Veere aan Heeren Gedeputeerde Staten gepresenteerd rekwest tot het bekomen eenre afzonderlijke legplaats voor Engelsche oesters met verzoek eenige uwer voornaamste Ingezetenen welke zich met de vischvangst ophouden deswege in hun belang te hooren, en mij onder retour van het stuk, den uitslag hiervan tegelijk met UEd consideratiën ten spoedigsten te willen mededeelen.
De Griffier der Staten
J.Snouck Hurgronje.

Middelburg den 26 Meij 1820
Onderwerp:remplacements gelden

De persoon van Egbert Jesse Hondius loteling uwer Gemeente voor wiens den Plaatsvervanger Piet Frans van de Putte is in dienst gesteld tot heden niet voldaan hebbende aan de verplichting den geremplaceerden bij art: 9 8 alinea 4 der wet van 8 Januarij 1817 opgelegd heb ik de eer UEd uit te nodigen denzelven te doen aanzeggen om onverwijld aan den kaptein kwartiermeester der 2e afdeeling Infanterie de volgens Contract verschuldigde sommen te doen ter hand stellen, en mij zoo spoedig mogelijk rapport te doen van het uitvoeren der deswege door UEd te gevene Orders
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 31 Mei 1820
Onderwerp: Terugzending der Staten D.D.
Hierbij doe ik U toekomen den Staat der ingelijfde manschappen uwer Gemeente.
Wilt U mij verder onverwijld het Register Zeevarenden model P bij art. 94 hh der Wet voorgeschreven te doen opmaken en mij een dubbel/duplo van hetzelve te doen toekomen.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 7e Junij 1820

Ik heb de eer UEdAchtb: hiernevens toe te zenden een genoegzaam aantal exemplaren besluit van de door Zijne Excie den Directeur Generaal voor de zaken der Hervormde Kerk gearresteerde uitschrijvingsbrief voor den algemeenen dank-en Bededag volgens Z.M. besluit van den 18 Mei l.l. op den 18e Junij aanstaande bepaald dewelke ook voortaan jaarlijks opdien zelfden dag zal worden gevierd, zoo tot Uwe informatie als om daarvan aan de zich in uwe Gemeente bevindende Protestantsche Gemeente de noodige uitreiking te doen.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

Extract uit het Verbaal van Hun Edele Groot Achtbare de Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Zeeland.

Vrijdag den 26e Meij 1820

Gelezen zijnde eene missive van den Minister van Binnenlandsche zaken en Waterstaat geschreven te ’s Gravenhage den 17 Meij j.l.ten geleide eener Copie van Z.M. besluit van den 3e dier Maand no 21 houdende bepaling der wijze waarop
1e zal behooren te worden voorzien in de kosten van onderhoud des Arnemuidschen Kanaals als mede van de daar inleggende keersluis en verder werken daar toe behoorende en
2e het beheer toezicht over deze werken zal behooren te worden uitgeoeffend verzoekende de vergadering daaraan de vereischte executie te willen geven en derzelver consideratiën te doen toekomen omtrend het bepaalde in art 6 van het zelve besluit, ten aanzien van de restitutie der kosten, welke bij besluit van den 24e December j.l. ter herstelling van de defecten in die sluis zijn voorgeschoten geworden.
Is Goedgevonden het Plaatselijk Bestuur van Arnemuiden als mede de Dijksdirectiën der in dat kanaal uitloopende Polders de administratie der Zaagmolens en Eigenaren der zoutkeeten onder kopijelijke toezending van voorschreven Koninglijk besluit bij een afschrift dezes met deszelfs inhoud ten fine van informatie en narigt bekend te maken met aanschrijving om aan deze vergadering onverwijld immers binnen den tijd van 14 dagen na den ontvangst op te geven in hoeverre zij in den reeds gedane benoeming der bij besluit dezer Vergadering van den 10 december 1819 no 8 daargestelde provisioneele Commissie berusten dan wel bij eene definitive benoeming daar in eenige verandering verlangen te brengen en wordt intusschen de voorschr: Provisionele Commissie alsmede onder kopijelijke toezending van voorschr: Koninglijk besluit bij extract de zes aangeschreven om de vergadering te dienen van Consideratiën en advis ten aanzien van de meest geschikte middelen om het bij art: 6 vermelde verschot aan s Rijks kas terug te geven zullende eindelijk tevens eene kopij van het meergemelde Koninglijke besluit aan den Hoofdingenieur in de drie eerste districten dezer Provincie tot informatie gezonden worden

Accordeert met voorz; Verbaal
De Griffier der Staten

J.Snouck Hurgronje

WIJ WILLEM, BIJ DE GRATIE GODS,KONING DER NEDERLANDEN
PRINS VAN ORANJE-NASSAU, GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG
Enz.enz.

In aanmerking nemende de noodzakelijkheid van het maken van vaste bepalingen omtrend de wijze waarop zal kunnen en behooren te worden voorzien, in de kosten van het onderhoud der Arnemuidsche Kanaal als mede van de daar in gelegene keersluis en der verder werken daar toe behoorende mitsgaders omtrent de wijze waarop het beheer en het toezigt over deze werken zal behooren te worden uitgeoeffend.
Op het Rapport van Onze Minister van Binnenlandsche zaken & Waterstaat van den 15 April 1820 no 24 W. na ingewonnen advies van de G.S. der Provincie Zeeland

Den Raad van State gehoord hebben besloten en besluiten

Art: 1

Het Arnemuidsche kanaal met de daar inleggende keersluis en verder werken daartoe behoorende zal onder het toezigt der G.S. van de Provincie Zeeland ter beheering worden opgedragen aan ene Commissie van vier persoonen gekozen door de vier voornaamste belanghebbende te weten, een door het plaatselijk bestuur der Stad Arnemuiden, een door de Administratie der Zaagmolens aan het Kanaal gelegen, een door de Eigenaren der zoutkeeten mede aldaar en een door de in het kanaal uitloozende Polders.

Art.2

Deze Commissie zal belast zijn met de zorg voor het behoorlijk onderhoud van het Kanaal der daar in leggende sluis & der verder werken daar toe behoorende, zij zal jaarlijks tijdig in het voorjaar de noodige voorzieningen bij eene begrooting voordragen aan G.S en na goedkeuring derzelve de voorgedragene werken naar behooren doen uitvoeren.
Voor zoo verre echter deze begrooting eenige buitengewone herstellingen mogt bevatten, zal dezelve door G.S. aan onze Minister van Binnenlandsche Zaken & Waterstaat ter approbatie worden ingezonden ingevolge ons besluit van den 22 Meij 1819 L.M.

Art.3

Tot vinding der vereischte fondsen voor de kosten van het onderhoud der voorz: werken zal door de Commissie worden geheven

Van ieder schuit of van elk schip welke het kanaal zullen bevaen, bij het inkomen 5 cents per last, met uitzondering echter der Visch schuiten en vaartuigen te Arnemuiden t’huis behoorende waaromtrent wordt bepaald dat door de Plaatselijke kas aan de Commissie jaarlijks bij afkoop voor de hoogaartsen en kleine vaartuigen zal worden uitbetaald f. 50= en voor de cordenen en andere dergelijke vischschuiten bij abonnement jaarlijks f.3 voor elke schuit van ieder houtvlot eene afzonderlijke lengte hout tot grondslag hebbende en de sluis passerende f.1 :
Van de Landen welken in het kanaal en de spuiboezem uitloozen 2 ½ cents per gemet.
Zullende voorts worden aangenomen het aanbod door de Eigenaren der Zaagmolens en zoutkeeten voor den tijd van tien Jaren gedaan om namelijk bij aldien de opbrengst der voornoemde heffing voor zooveel die de schepen bestemd betreft voor eerstgemelde ( de Zaagmolens) geen f. 300== en voor laatsgemelde ( de Zoutkeeten) geen f.50== jaarlijks mogt beloopen, het daaraan ontbrekende tot de voorz: sommen te zullen suppleren.

Art 4

De Commissie zal verplicht zijn om hetgeen na aftrek der kosten , blijken zal het restant van de opbrengst der voorz: heffing uit te maken, aan te leggen in nationale fondsen, waarvan het montant tot het doen uitvoeren der eventueele gevonden wordende buitengewone reparatie zal moeten dienen.

Art 5

De Commissie zal van hare Administratie jaarlijks de rekening ter opneming indienen aan de G.S. welke dezelve zullen sluiten.

Art.6

Onze Minister van Binnenlandsche zaken & Waterstaat zal ons eene nadere voordragt doen ten aanzien der Restitutiën van de kosten welke bij ons Besluit van den 24e Dec. 1819 no 68 ter herstelling van de Defecten aan de sluis in het meergemelde kanaal zijn voorgeschoten geworden.
Afschrift aan de Min. Van B.Z. en Waterschap ter fine van Executie alsmede aan den Raadvan State tot informatie
Den Haag den 3e Mei des jaars 1820 het zevende van onze Regering.

Geteekend WILLEM
Etc.etc.

Middelburg den 13 Junij 1820

De Koning en de Koninklijke Familie zijn in de diepste smart gedompeld: Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Princesse Douarière van Oranje , Moeder des Konings, is den 9e dezer maand ten twee uren op het Loo overleden.
UE deze smartelijke gebeurtenis ,ten gevolge van eene deswegens bij mij ontvangene Missive van Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche zaken mededeelende, houde ik mij overtuigd , dat UE met alle getrouwe Onderdanen in de droefheid, welke uit dit afsterven voor ZIJNE MAJESTEIT en Hoogstdeszelfs Huis voortvloeit, een wezenlijk deel zullen nemen.

De Gouverneur van Zeeland

Van Doorn.

Middelburg den 23 Junij 1820
Ik heb de eer UEdd hiernevens toe te zenden een genoegzaam aantal Exemplaren Z.M. Besluit van den 13e dezer no 68 waarbij wordt bepaald dat de tot dus ver plaats gehad hebbende gebeden voor de gelukkige verlossing van HKH de Princes van Oranje thans nu dezelve verhoord zijn, zullen vervangen worden door een plegtige dankzegging aan den Allerhoogsten verzeld van de bede voor het spoedig & volkomen herstel van HKH en het welzijn van haren jong geboren zoon met uitnoodiging zulks te doen plaats hebben op den eersten zondag na het ontvangen der daartoe betrekkelijke aanschrijving. Zoo tot uwe informatie als om daarvan aan de bij UEd: zich bevindende Leeraars der onderscheidene Kerkgenootschappen behalve die der R:C: de nodige uitreiking te doen

De Gouverneur van Zeeland

Van Doorn.



Middelburg den 15 Junij 1820
Onderwerp: Premiën van Vrijwilligers

Op de twijfeling,of de manschappen der Nationale Miliie, die zich na expiratie van hunnen diensttijd, op nieuw vrijwillig engageren en alzoo volgens art. 19 der wet van 8 Januarij 1817, in mindering strekken van de kontingenten der gemeenten voorwelke zij dienen,al dan niet regt hebben op de premie van f 30 door de plaatselijke kassen aan de Vrijwilligers ingevolge art.32 der gemelde wet en ZIJNER MAJESTEITS’S besluit van 6 Maart 1817 . litt. N 3e wordt verstrekt, heeft Zijne Excellentie de Minister van Binnenlandsche zaken en Waterstaat mij te kennen gegeven van meening te zijn, dat ook aan deze die premie niet wel kan worden onthouden,daar zij even als de andere Vrijwilligers ten voordeele der Gemeenten zijn geëngageerd, en de bedoeling van art.19 moet verstaan worden te zijn, het voorkomen van het heen en weder marcheren der manschappen naar de gemeenten voor welke zij verlangen te dienen.
Ik heb de eer UE dit tot uwe informatie en narigt mede te deelen,
De Gouverneur van Zeeland.

PUBLICATIE

Reglement van inwendige Policie over de Haring-visscherij in Zeeland, door de Staten dier Provincie gearresteerd.

Algemeene Bepalingen

Art.1

Volgens de wet van 12 Maart 1818 op de uitoefening der groote Visscherij: de directie van de Haring-visscherij in deze Provincie wordt toevertrouwd aan een Kollegie, waaraan alle Ambtenaren en, Bedienden en verdere Personen, welke met die Visscherij in eenige betrekking staan, onderworpen zullen zijn.

Art.2

Dit Kollege heeft als standplaats die plaats waarde haringvisserij het meest wordt uitgeoefend. Leden: minstens 3 personen met interesse in die Visserij. Uit een dubbeltal op voordragt van de Besturen der meest belanghebbende Plaatsen.

Art.3

G.S. bepaald de interne gang van zaken

Verpligtingen der Reeders
Aanvrage om ter Haringvangst te mogen varen.

Art.4

Voor ieder schip dient consent aangevraagd te worden met gezegeld bewijs van nationale echtheid..

Art.5

Consent bij behoorlijke acte

Bijzonderheden der Uitrusting


Art.6

Schip dient minstens een volle vleet van minstens 40 netten te hebben.\
Bij nalatigheid; Schipper of Stuurman: een boete van f. 50 en verbod van dit beroep.
De netten moeten aan de voorgeschreven maten voldoen:
Zie origineel.

Art 7

Idem verbeurte van f.0,50 voor ieder verboden exemplaar.

Art.8

Alleen goed garen te gebruiken van Hollandsche en Oostersch Rhijn-hennip, wel gewaterd en naar behooren gedroogd.

Art.9

De breijers/breijsters moeten volgens de voorgeschreven maten breijen

Art. 10

Er zullen op de bestemde plaatsen beëdigde tellers of tellers door de Plaatselijke besturen worden aangesteld,waarbij kenmerken zoals Letters worden aangewend.

Hier volgt een korte samenvatting van de volgende artikelen t/m art.41.

Geheele Haringtonnen of halve vaten mogen slechts aan boord worden genomen na behoorlijke keuring door beëdigde Keur-en Brandmeesters.
Alle vaatwerk dient aan boord van het haringschip gebrandmerkt te zijn; alles op boete van f.25
Het haringschip dient minstens bemand te zijn met 13 koppen. En de Plaats van afvaart op verbeurte van f.50
Ook alle gereedschappen moeten voorzien en gebrand zijn met het wapen der Stad en den naam van het Schip op boete van 13 cent per stuk.

Bereiding van den Haring

Inzouten van de haring: met niet minder dan 4 tonnen zout op het last op een boete van f.6 per ton of vat, groot of klein
De Haring moet wel gelijk en kruisgewijze worden gelegd van den eenen tot den anderen bodem
Verbod van de haring te bloemlagen, veranderen of vervalschen.Ook verboden de Haring die door Haaijen gebeten is, als mede de zulke die uit de vleet gevallen is en in het ruim was blijven liggen, of die langer dan een nacht in de vleet in zee gestoken heeft, in te zouten, maar zoodanige haring zal moeten weg geworpen worden. Op straffe van boete.
De onderscheidene soorten van haring dienen goed gesorteerd te worden.
Zie verder origineel dat zeer gedetailleerd is.



Vlissingen den 10 Julij 1820

Ingevolge Aanschrijving van ZE: den Kommissaris Generaal van oorlog d.d. 29 Junij l.l no 17 en daar bijgevoegde Afd. order no 275.
Heb ik U Ed Achtb: mits dezen te verzoeken van de miliciens van Belsen (J) welke zich met groot verlof in uwe Gemeente bevinden te gelasten bij het opkome van verlof hem door het korps afgegevene pas mede te brengen. Bij nalatigheid zou hij kunnen worden gecorrigeerd.
De Kommandeerende off: van de 1e Kompagnie
1 Bataillon 2e Afdeling Infanterie

Handtekening.

Middelburg den 18e Julij 1820
Onderwerp: Onkosten Registers van den Burgelijken stand uwer gemeente voor dezen Jare eene somma van f.35:40
Bedragende als voor Zegels f. 26:25
Voor druk bind & transportkosten 9:15
Zamen f..35:40

Verzoek ik UEd gem; som stiptelijk voor den 15e augustus aanstaande ter Provinciale Griffie te voldoen.
De Gouverneur der Provincie Zeeland.

Middelburg den 26 Julij 1820
Onderwerp: Approbatie beroep
Predikant
Ik heb de eer UEd te informeren dat Z.M. bij besluit van den 6e dezer no 69 heeft goedgekeurd de beroeping door den Kerkenraad der Hervormde Gemeente te Arnemuiden op Hendrik Johan van Ingen Predikant te Waarde Classis van Goes uitgebragt.
De Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 27 Julij 1820
Onderwerp: Om algemeene evenredigheid
In de klassificatie der Patentpligtigen
Te helpen bevorderen

De Directeur Generaal der Directe belastingen en Posterijen bevindt na gedaan onderzoek dat de klassificering der beroepen t.a.v. de patenten over het 2e half jaar 1819 opmerkelijk ongelijkheden laat zien.
De bedoeling is om den arbeid van de Zetters en Controleurs over dit lopende jaar na te gaan en verantwoording te laten afleggen wegens de verschillen in de onderscheidene gemeenten.
Daarna moeten de ongelijkheden worden opgeruimd.
Verzocht : eene eenparige medewerking, ook als mogelijk een verhooging van aanslagen zal plaatshebben.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 3 Augustus 1820
Onderwerp: Indiening der Plaatselijke
Begrootingen voor 1821.

Voor of op den 1e September van elk jaar dienen de Plaatselijke Begrootingen volgens de voorschriften opgemaakt aan de Ged. Staten worden toegestuurd.
In het 2e, 4e en 5e District door het intermediair van de District-Kommissarissen.
De Gouverneur van de provincie Zeeland.
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Vrijdag den 14 Julij 1820

Een K.B. besluit van 24 Junij l.l. voorschrijvende dat bij Ampliatie van het bepaalde bij de Reglementen van zamenstelling der Provinciale Staten, het Kiezersregt ter benoeming van leden in de P.S. van wege den landelijken Stand door Mans voor hunne Vrouwen, en door Meerderjarige Zoons voor hunne Moeders, Weduwen zijnde, zal kunnen worden uitgeoefend; dat zoodanige Moeders Weduwen, welke voor deze verkiezing of wel voor die der leden van de Stedelijke Raden het Kiezersregt in hunne plaats voor een van derzelver Meerderjarige Zoons verlangen te doen uitoefenen, verpligt zullen zijn den genen van derzelver Zoons door wien zij eene zoodanige uitoefening bij voorkomende gelegenheden verlangen gedaan te hebben aan het bestuur harer woonplaats kenbaar te maken, welk bestuur daarvan de noodige aantekening zal moeten houden tot eventueel narigt; en dat de besturen de Moeders Weduwen voor zoo verre die aan hen bekend zijn, of ondersteld worden in de termen ten dezen te verseren met de vorenstaande bepaling zullen moeten bekend maken etc.
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract uit het verbaal van G,S. der Provincie Zeeland.

Vrijdag den 21 Julij 1820

Samenvatting: gelden uit een bepaald fonds zullen na toestemming van Z.M. dienen als subsidie voor de kosten van eersten aanleg van een Provinciaal Bedelaars Werkhuis te Vere

De Griffier der Staten
Hinlopen

Middelburg den 3e Augustus 1820
Onderwerp: Verlofgangers N.M.

De Persoonen van N. Jansen en R. Schroevers, verlofgangers uwer Gemeente , zich op de laatstgehoudene Inspectie niet hebbende bevonden heb ik de eer UEdAchtb: uit te noodigen zorg te dragen dat dezelve zich op de eerstkomende inspectie aan den Heer Militie commissaris aanbieden of zoo dezelve wettige redenen van verhindering mogten hebben of zich in uw Gemeente niet bevinden mij daarvan kennis te geven.
De Gouverneur van de provincie Zeeland.
Van Doorn

Middelburg den 1e September 1820
NATIONALE MILITIE
Provincie Zeeland
Gemeente Arnemuiden

Nominative Staat der Manschappen van de Nationale Militie die voor de Exercitiën dit jaar
Moeten opkomen, of daarvan verschoond zijn, behoorende bij de Missive van den Heer Gouverneur van den 1 September 1820 Nationale Militie no 233

Manschappen die door de Plaatselijke Besturen, dadelijk, op hunne Korpsen moeten worden gedirigeerd:
J. van Belsen
W.Jansen
Adr.Meulmeester : Plaats: 1e Bataljon 2e afd Infanterie te Vlissingen

Manschappen die in de maand September aan den Gouverneur moeten worden overgeleverd, met tijdsbepaling wanneer:
R. Schroevers Tijd: II Sept 1820

Manschappen van het bijwonen der Exercitiën voor dit jaar verschoond:
M. de Nooijer

Middelburg den 4e September 1820
Onderwerp: aanschrijving aanvragen
Van autorisatie aanvaarding
Legaten

Volgens informatiën mij door de administratie der Registratie en Domeinen in dedze provincie gesuppediteerd, is gelegateerd door A. Hubrechtse de Ridder bij testament gepasseerd voor de schepenen der stad Arnemuiden den 11 Julij 1809 aan den armen dier stad eene som van eene gulden vijftig cents.
Tot de aanvaarding van dit legaat tot heden geene autorisatie gevraagd zijnde geef ik UEd van deszelfs aanwezen kennis, met verzoek om aan de belanghebbende administratie daarvan mede kennis te geven., en te zorgen dat door dezelve tot de aanvaarding van het legaat met in achtneming der gevorderde formaliteiten de noodige autorisatie worde aangevraagd: of wel dat mij de rede worde opgegeven waarom men vermeenen mogt in die aanvaarding te moeten difficulteren.
De Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 7 September 1820

Hierbij gaat een genoegzaam aantal exemplaren mijner notificatie van heden betrekkelijk de opening der groote Jagt in deze provincie op den 15e dedzer bepaald.
Dit tot UEd.informatie en publicatie en affictie binnen uwe gemeente ter kennisgeving.
Etc

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 9 September 1820

De Gouverneur informeert den Heer Burgemeester der gemeente Arnemuijden dat bij dezelve Resolutie aan het Kollegie van Zetters te Arnemuiden betrekkelijk het Patent over 1819 is toegelegd eene som van f.7==
En dat tot uitbetaling van dezelve de noodige ordonnantie ten spoedigsten opgemaakt en aan den Ontvanger der Directe Belastingen zal gezonden worden; met verzoek om aan het voorschr. Kollegie van Zetters daar van mede kennis te geven.
De Burgemeesters en Schouten worden verzocht aan de Kollegiën van Zetters dank te betuigen voor de diensten in die functies bewezen en hun aan te sporen tot het betrachten van den meesten ijver en naauwgezetheid bij de vervulling der gewigtige werkzaamheden, die hunner zorgen zijn aanbevolen

Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der provincie Zeeland

Maandag den 21e Augustus 1820.

Gelezen zijnde eene missive van den Raad van Arnemuiden van den 11e Augustus l.l. verzoekende autorisatie ten einde uit de onvoorziene uitgaven voor het loopende jaar op de begrooting gealloueerd te mogen voldoen de over dit jaar verschuldigde Vijftig Guldens voor afkoop der sluisgelden voor de hoogaartsen en kleine vaartuigen aldaar thuis behoorende overeenkomstig het bepaalde bij art.3 van Z.M. besluit van den 3e Meij l.l no 21 en voor welke uitgave nog geen Post op de voorn: begrooting staat uitgetrokken.
Is goedgevonden de verzochte autorisatie te verleenen zooals geschiedt bij deze en ten dien einde een afschrift dezer aan den Raad van Arnemuiden toe te zenden.
De Griffier der Staten

J.G. Hinlopen.

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Maandag den 21e Augustus 1820
Verzoek van Arnemuiden om uit de onvoorzienen uitgaven op de begrooting dezes jaars gealloueerd te mogen disponeren over de som van zeven gulden voor het uitsteken der vlaggen van de publieke gebouwen en het luiden der klokken op den aanstaanden Verjaardag Zijner Majesteit, zullende dit object in het vervolg op de jaarlijksche begrooting worden voorgedragen.
Etc
De Griffier der Staten
J.G. Hinlopen


Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Vrijdag den 25 Augustus 1820

Gehoord zijnde het rapport van Exc: op de missive van den raad van Arnemuiden d.d. 17 Julij te voren daarbij eenige nadere inlichtingen mededeelende aangaande de bij het opnemen der stedelijke rekening over 1819 geregistreerde posten.
En in aanmerking genomen zijnde :
Is conform het gerapporteerde goedgevonden ons met alteratie der resolutie van de vergadering d.d. 19 mei j.l.waarbij dezelve rekening is gearresteerd, in uitgaaf te admitteren
1e de som van f. 7 voor het luiden der Klokken, betaald uit de post voor huishoudelijke onkosten.
2e De som van f.17-90 tot aankoop va tras in plaats van kunstcement bij de reparatie der stedelijk gebouwen gebezigd.
Wordende diensvolgens de uitgaven dier rekening met f.24.90 vermeerderd en alzoo gebragt op f. 2069:70 waardoor het goed slot van f.403:93 ½ wordt gereduceerd op f.379:03 ½
Zullende Extracten dezer zoo aan den raad van de gen: stad als aan den Ontvanger aldaar worden gedepecheerd ten einde aan de voorschr; rekening geannexeerd

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland.

Vrijdag den 1 September 1820

Gehoord van een Missive van GS van Drenthe dat er op 8 augustus j.l. in Beilen een ontzettende Brand is ontstaan: binnen 1 ½ uur van de 98 Huizen, 77 geheel verteerd in elkanderen gevallen en vele Ingezetenen alles verloren hebbende in de diepste ellende gedompeld. Z.M. besluit van 22 augustus t.b.v. de hulpbehoevende een collecte te laten houden in de Noordelijke provincien.
Ook verzoek in deze provincie een collecte te doen houden.
Collectes hier hadden meer dan eens een ongunstig gevolg: daarom verzoek tussen 25 en 30 september een Kollecte te doen plaats hebben op zoodanige wijze als dezelve het , ter bereiking van het doel, meest geschikt zal beoordeeld worden. Vooraf Publicatie en voor den 10e der volgende maand aan G.S. over te maken, terwijl de gemelde Ambtenaren in het 2e,4e en 5e District bij deze worden uitgenodigdd om dezelve penningen aan de Kommissarissen binnen die Districten vóór het gemelde tijdstip toe te zenden.
De Griffier der Staten
J.G. Hinlopen

Middelburg den 12 September 1820
Onderwerp: Voordragt van Zetters

Voorbereidingen tot de werkzaamheden van de Directe belastingen voor 1821: benoeming van Zetters voor dat jaar.
Gevraagd: een voordragt van de meest geschikte personen, waarvan twee zoo maar immer mogelijk buiten, doch in de nabuurschap van de Gemeente dienen woonachtig te zijn.
De Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 26 September 1820
Onderwerp: Burgelijken Stand Huwelijken,
Soldaten en Onderofficieren
Van de Landmagt

Gaat over de bevoegdheid van slechts Kommanderende Officieren m.b.t. tot het afgeven der schriftelijk permissien aan de Onder-Officieren en Militairen van minderen rang om een Huwelijk aan te gaan. Dat zijn meestal Kolonels het bevel voerende bij de afdeelingen Infanterie, bij de regimenten Zwitsers en regimenten Kavallerie’de Luitenant-Kolonels, die bevel voeren de onderscheidene bataillons Artillerie, de Pontonniers, Mineurs en Sappeurs en het Koloniaal Depôt en eindelijk de Compagnie-Kommandanten bij het Garnizoens-Bataillon.
Bericht van de Kommissaris Generaal van Oorlog

Informatie van:

De Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 30e September 1820
Onderwerp: Oestervangst

Ik geloof niet dat er thans eenige bepalingen kunnen gerekend worden te bestaan, op grond van welke het vangen van Oesters waartegen bi jUwEd: missive van den 18e September l.l. werd gereclameerd, zoude kunnen worden tegengegaan: de nodige bepalingen omtrend die visscherij maken met andere een punt van overweging bij het algemeen bestuur uit en de beslissing van Zijne Majesteit den Koning zal hieromtrend behooren te worden afgewacht.
Intusschen deel ik den inhoud van UwEd: gemelde missive aan Heeren G.S. mede, ten einde ook bij vernieuwing den aandacht van Hen op die belangrijke zaak te vestigen.

De Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 6 October 1820
Onderwerp: Vervulling der Schoolonderwijzersplaats

De Gemeente besturen handelen vaak niet naar het voorgeschrevene t.a.v. der vervulling van openvallende Schoolonderwijzersplaatsen en ook t.a.v. de aankondiging opgemaakt onder overleg en afspraak met den Districts-Schoolopziener. Daarvan wordt niet spoedig genoeg kennis gegeven.
Hierbij dus een herinnering: bij overlijden of verplaatsing en vacature opgave van de datum.
Ook vermelding of er eenig Lands-tractement wierd genoten, en zoo ja welk bedrag daar van was.

De Gouverneur van de provincie Zeeland.
Van Doorn

Middelburg den 10e October 1820

Onderwerp: Kennisgeving hoedanig de brieven en depêches
Voor het Dep: van Oorlog behooren te worden
Geadresseerd.

Ik heb de eer UEd: te onderrigten dat de brieven en depêches van Z: Excell: den Kommissaris Generaal van oorlog te zenden met den agsten dezer maand, zullen geëxpedieerd dienen te worden aan deszelfs adres te Brussel met uitzondering van de declaratiën en bescheiden wegens transportkosten van zieke Militairen veer en overvaargelden indemniteit van leegleggende kazernfournitures en in het algemeen van alle rekeningen wegens pretensiën ten laste van de administratie van oorlog welke allen bij voortduring aan het adres van het Departement van den gen: Kommissaris Generaal te ’s Gravenhage behooren verzonden te worden.
De Gouverneur van de Provincie zeeland
Van Doorn

Middelburg 16 October 1820

Uit krachte eener aanschrijving van Zijne Excellenie den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken en Waterstaat, wordt het Gemeentebestuur van Arnemuiden uitgenodigd
1e Zorg te dragen, dat voortaan geen stedelijk of plaatselijk ambtenaar of bediende worde voorgedragen of benoemd, dan na dat alvorens gebleken is uit de registers van den Burgelijken Stand of uit het besluit van Naturalisatie, dat de voortedragen of te benoemen persoon een geboren of genaturaliseerd Nederlander is.

Gaarne binnen den tijd van 14 dagen na ontvangst terugzending en met de stipste naauwkeurigheid ingevuld.

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Vrijdag den 13 October 1820

Z.M. heeft het Provinciale Reglement op het weren van het schadelijk Gevogelte door de P.S. voor 2 jaren gearresteerd, goedgekeurd.
Dit moet bij Publikatie worden bekend gemaakt en overal gepubliceerd.
Ook de noodige zorg dragen en mede te werken dat men daar van nut ondervinde.
De Kommissarissen in de Districten dienen een wakend oog te houden op de volledige executie van de bepalingen en mee te werken aan gepaste maatregelen.
Etc. De Griffier der Staten
Handtekening.

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Vrijdag den 13 October 1820
Voordragten tot vervulling der openvallende Raadsplaatsen is door de Eigenaren der Heerlijkheid van Kleverskerke niet voldaan.
Etc etc.
De griffier der Staten

Hurgronje


Extract uit het Register der Besluiten van de Gouverneur van de Provincie Zeeland

Tot Zetters voor de Belastingen over den jare 1821worden benoemd
In het district Walcheren
Voor de Gemeente van Arnemuiden
De Heeren Jannis de Marée
Paulus de Meulmeester
Jan Kramer
PieterBogert
Willem Midavaine

Middelburg den 30 October 1820
Van Doorn
Voor eensluidemd Extract
De Griffier der Staten van Zeeland
J. Snock Hurgronje.

.
Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland
Maandag den 6 November 1820

Gelezen zijnde eene missive van den Raad van Arnemuiden van den 28 Octob: l.l verzoekende autorisatie om ter reparatie van den bermweg van Arnrmuiden naar de oude Arne te mogen disponeren over eene som van f.25== uit de post van onvoorziene uitgaven op de begrooting van 1820 gealloueerd.
Goedgevonden autorisatie te verleenen op grond der bij de missive aangevoerde motieven.
Kennisgeving aan de Raad met verzoek van deze dispositie ook de plaatselijke ontvanger kennis te doen dragen
De griffier der Staten
Hurgronje

Middelburg den 19 November 1820
Van voornemens zijnde in den loop des volgende maand het ontbreekende getal manschappen tot completering mijner kompagnie te designeren, zoude ik UEd verzoeken zo mogelijk noch voor het einde van deeze maand mij te willen doen toekomen eene opgave van die personen in UED Gemeente welke ingevolge de wet in die termen vallen zullende UEd alsdan nader bekend maken met den dag op welke deeze dedignatie zal plaatshebben
De Kapitein der 5e Kompagnie
2e Batt Schutterij

Handtekening

Middelburg den 22 November 1820

Ik heb de eer UEdhiernevens te doen toekomen een genoegzaam aantal exemplaren van mijn besluit van heden no 3137 betrekkelik de executie der wet op het regt van patent.
Dit tot informatie, publicatie en affictie binnen Uw Gemeente/de Inwoners de noodige kennis te laten dragen.
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland.
Vrijdag den 14 November 1820

Hoe bij de expiratie van de pagt van het overzetveer op het Nieuwland op ultimo december op nieuw zoude verlangen te verpachten.
De vergadering heeft tegen de voordragt van de gemeente geen bedenking: onder goedkeuring dezer vergadering zal op de voorgestelde voordragt verpacht kunnen worden.
De Griffier der Staten
Hurgronje.

Middelburg den 9 december 1820

Ik heb de eer UEd Hiernevens te doen toekomen een genoegzaam aantal exemplaren mijner verificatie van heden betrekkelijk de sluiting der groote Jagt, als mede van die op ganzen Eenden& watersnippen.
Dit ter informatie, publicatie en affictie om de Inwoners de noodige kennis te doen dragen.
Voor de Gouverneur van Zeeland afwezig

F.Ermerins
Lid der G.S.
De Sluiting der Groote Jagt op den 21 december aanstaande en die op Ganzen, Eenden enWatersnippen, op den 1 Maart 1821, is bepaald.

Extract uit het Verbaal van Hun Edele Groot Achtbare de Heeren G.S. der Provincie Zeeland
Vrijdag den 8 December 1820

Z.M. de Koning heeft het verzoek van het Hoofd-bestuur van het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning van den gewapende Dienst in de Nederlanden: om jaarlijks eens eene Collecte langs de huizen van alle Ingezetenen des Rijks, met uitzondering van dezulken welke jaarlijks aan het Fonds bijdragen, te mogen doen, en dat de Plaatselijke Magten, gehouden mogen zijn het Hoofd-Bestuur daarin steeds zoo veel mogelijk de behulpzame hand te bieden, wordt ingewilligd.Mits: dat dit geschiedt in alle Steden en dat de tijd en wijze waarop dezelve jaarlijks zal gedaan worden, door de Sub-Commissiën met de Plaatselijke Besturen geregeld worden.
Dit ter kennis te brengen van de Burgemeesters en Schouten derSteden en gemeenten ten platten Lande der Provincie
Etc.

De Griffier der Staten
Hurgronje.

Middelburg den 25 December 1820
Onderwerp: Werkzaamheden der Nationale
Militie Ligting 1821
Enige belangrijke zaken: de gehuwden zullen de bewijzen tot vrijstelling niet meer zoals op 8 Januarij 1817 is bepaald aan het Plaatselijk bestuur bij de inschrijving overleggen,maar aan den Militie-Raad
Dat alleen de eenige Zoon die voor zijn Ouders de kost wint volgens het model voor 1 jaar van den Dienst wordt vrijgesteld.
Dat geen andere Zoon of Kleinzoon om de gezegde reden is vrijgesteld geworden
Dat alleen voorden Militie-Raad moeten verschijnen die reclames hebben in te brengen en dat alle niet verschijnende worden gehouden gene redentotvrijstelling te hebben.
Etc. etc.

De Gouverneur van de Provincie Zeeland
van Doorn

21 December 1820
PUBLIKATIE m.b.t. Maten en Gewigten en belangrijke conrole-ambtenaren

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland

Vrijdag den 22 December1820

Conditën waarop het veer van Arnemuiden naar het Nieuwland publiek voor den tijd van 7 jaren is verpacht aan C. Kraamer voor eene Som van f.109= ’s jaars met verzoek tevens om aangezien dezelve pagter de overzetponte niet verlangt over te nemen, maar zich van een boot zal bedoenen dezelve pont uit de hand of publiek te mogen verkoopen.
Het nieuwe tarief zal d.d 9 april 1819 aan het besluit van Z.M. worden onderworpen.
Besloten de verpachting provisioneel te approberen
Vraag naar de redenen tot verandering van het bestaande tarief alsmede voordragt van het als nu bepaalde tarief
Etc
De griffier der Staten
Hurgronje

Extract uit het Verbaal van G.S. der Provincie Zeeland.

Vrijdag den 22 December 1820

Gehoord het rapport bij missive van 8 december gemanifesteerd verlangen tot de afschaffing van de binnen de gemeente tot dusverre geheven wordende belasting op het gemaal
En in aanmerking genomen zijnde dat de gewone uitgaven jaarlijks behoren te worden gerekend op f.2.100
Dat de vaste inkomsten slechts bedragen f.1100
De belasting op het slachtvee & dranken f. 500
f.1600
En gevolglijk bij de geheele afschaffing van de belasting op het gemaal een jaarlijks deficit
Zoude wezen van f. 500
En dat de gemelde Raad dientengevolge toegevende dat de voornoemde voordragt als niet aannemelijk konde worden beschouwd, van hun gevoelens is teruggekomen en zich eenparig verklaard heeft voor de vermindering van de belasting op het gemaal tot de helft en van die op het bestiaal en de Dranken op drie vierde der tegenwoordige aanslag
Is goedgevonden om
Den Raad van Arnemuiden aan te schrijven zoo als geschied bij deze om ten spoedigsten aan de Vergadering in te zenden een Extract deliberatie inhoudende de motieven waarom men de vermindering der aldaar geheven wordende Indirecte middelen verlangt alsmede de opgave van de hiervoren vermelde mate der vermindering.
Den voornoemde Raadte autoriseeren zooals geschied bij deze om provisioneel en in afwachting van Z.M. goedkeuring met 1 januarij 1821 de belasting op het Gemaal voor de helft en die op de dranken en het bestiaal voor drie Vierde der tegenwoordige aanslagen te heffen
Etc. etc

Middelburg den 28 December 1820
Onderwerp; Tijdsbepaling aangifte
Van Patentpligtigen in de
7e en 8e Tabel derWet enz.

Volgens de Wet van den 21e Mei 1819 zijn de Kramers en andere Patentpligtigen vermeld in bovengenoemde Tabellen, mitsgaders de Debitanten van Loterijbriefjes op de boete (zie Wet) bepaald, verpligt steeds hun Patent met zich te voeren; en wel, tot den afloop van den tijd voor de inlevering der verklaringen bepaald, dat van het vorige jaar, en, na dien tijd dat van het loopende jaar.
Tussen de 1e en 15e Januarij zal de aanvraag over 1821 moeten worden gedaan.
Zij die hun beroep na dien tijd aanvangen zullen gehouden zijn zich dadelijk bij dien aanvang van Patent te voorzien,
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn.

Middelburg, eind december 1820
Neem de vrijheid UEd te verzoeken mij toe te willen zenden het montant der contributie van UEd gemeente ten behoeve mijner Compagnie over het dienstjaar 1820 ofwel mij te informeren hoedanig de Ordonnantie voor die betaling te kunnen erlangen

De Kapitein der 5e Komp. 2e Bat. Schutterij
Handtekening.

Tweede Deel voornamelijk handgeschreven brieven en missiven
WelEdele Heeren !

Indien wij ons verzoek aan hen moesten doen, die niet den toestand der gemeente onbekend waren, zouden wij een bedroefend tafereel moeten afmalen van de omstandigheden, waarin zich de inwoners bevinden; van UwE: is zulks niet noodig, en gijl zijt overtuigd, dat wij niet te veel vragen door te verzoeken om hondert guldens in dezen tijd om te voorzien in de behoeftens der gemeente.
Wij vertrouwen, dat de Regering ons door haar antwoord zal verblijden . Na verzekering van achting hebben wij de eer ons te teekenen.
Arnemuiden 23 Jan: 1820
UwelEd: Dienaar
Uit naam van den Kerkenraad.
P: Hondius.

Middelburg den 5 Februarij 1820

Den Heer Burgemeester van Arnemuijden wordt namens den Heer Griffier der Staten verzocht zich op aanstaande Maandag den 7e dezer maand met één der voornaamste visschers in uwe gemeente woonachtig te willen vervoegen ten huize van den Heer F. Ermerins lid der Gedeputeerde Staten, wonende in de lange Noordstraat te Middelburg des voormiddags ten half Elf uren.
De Commis
Van Eijndhoven.

Vlissingen den 28 Februarij 1820

Den fuselier de Nooijer Gullus/Gillis van de Ligting van 1815 en in Uw Gemeente met groot verlof woonachtig zal zich op den 15e Maart aanstaande voorzien van zijn kleeding en Equipment stukken des ‘smorgens alhier te Vlissingen bij deszelfs Korps moeten bevinden ten einde zijn paspoort en ???? te bekomen.
De Kapt Kommand der 5e Komp;
1e Bataljon der 2e afd. Infanterie
Handtekening

Middelburg den 1 Maart 1820

Ik heb de eer UEd kragtens Art.131 der Wet op de Nationale Militie kennis te geven dat de Militieraad in de Provincie Zeeland , ingevolge Art.126 derzelver Wet hare tweede zitting tot onderzoek van alle geloothebbende Persoonen voor het 3e Kanton Veere zal houden op Dingsdag den 4.April 1820 en hare derde zitting tot aanneming van Plaatsvervangers en verwisseling van Nummers op Vrijdag den 21. daaraanvolgende beide des morgens ten 9 ½ Uren in de Abtdij te Middelburg.
De Militie Kommissaris in
De Provincie Zeeland
H.Keijl

Middelburg den 2 Maart 1820

Ik heb de eer UEd hier nevens toe te zenden het kohier voor het Patentregt tweede half jaar 1819; met verzoek om daarvan Publicatie te doen als naar gewoonte, en daarna hetzelve onverwijld aan den Heer ontvanger J. Boddaert te Veere te overhandigen en mij den datum der gedane publicatie en die der overhandiging aan voorn: ontvanger op te geven.
De Controleur der directe
Belastingen, district Middelburg.
C.I. Ritter

Middelburg den 15 Maart 1820

Hierbij een genoegzaam aantal exemplaren mijner notificatie van heden betrekkelijk het sluiten van de Visscherij binnen deze Provincie.
Gaarne Publicatie en affictie binnen Uwe Stad

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

De Opperjagermeester van Z.M., Opperhoutvester voor de Noordelijke Provinciën omtrent de sluiting der Visscherij
De Visscherij(die der Paling uitgezonderd) zal gesloten zijn van den 1e April tot den 31 Mei dezes jaars.
De Visschers van beroep zullen de door hem vóór den verboden tijd gevangen Visch tot den 10e April aanstaande mogen verkoopen.
Overtredingen zullen met straffen worden vervolgd


Goes den 16 Maart 1820

Mijn Heer

Den Persoon genaamd Jan Desie woonachtig geweest te Arnemuiden zijnde ten tijde van het Franse bestuur Douanier heeft te Wolphaartsdijk eenig hout ? van de Gemeente aldaar gekogt waarvoor hij ten mijne kantoore den 1/10 penning verschuldigd was, ik heb nooit die gelden van hem kunnen geworden en nu vertrokken is.
Om mij te kunnen verantwoorden heb ik van UEd: een certificaat nodig en hoop dat U deze spoedig kunt opzenden.:

Certificaat
Ondergeteekende Burgemeester der stad Arnemuiden verklaart bij dezen dat de bovengemelde Persoon Jan Desie is geweest Fransch douanier dewelk met de verandering van zaken ten jaare 1814 van hier is vertrokken zonder thans zijn tegenwoordig verblijf te weeten
Den ontvanger van de Registratie van Domeinen te Goes.


’s Gravenhage den 17 Maart 1820

Ik heb de Eer Uwe Achtbare te informeren dat ik, heden, de nodige order heb gesteld, dat de op uwe ingezonden geweest zijnde declaratie van veer en Overvaargelden over den verleden jare, ten gevolge van art: 116 van het provisioneel Reglement van administratie bij de Landmagt geroijeerde posten door de hoofdadministratie van de 2e Afdeeling Infanterie te ’s Bosch zullen worden voldaan en verzoek U mits dien U aangemelde hoofdadministratie daar omtrent te adresseren.
De Commissaris Generaal van oorlog
Handtekening

Middelburg den 20 Maart 1820

Mij is geïnformeerd dat de kleine jol behoorende tot het Fransche Brikschip La Caroline gevoerd door Kaptein La Crosnie welke den 27 dezer is driftig geraakt en waaromtrend eene advertentie is gedaan onder anderen in de Middelburgsche Courant van den 9e dezer over eenige weinige dagen zoude zijn aangedreven op de hoogte van den kruidmolen en aldaar door eenige Arnemuidenaars gesloopt, het welk zoude gezien zijn door eene vrouw onlangs zich te Arnemuiden hebbende nedergezet en die op die hoogte was gaan houtrapen vergezeld van eene anderen inwoner uwer gemeente die de sloopers wel moet kennen.
En daar UwE mij bekende activiteit gevoegd bij de niet zeer aanmerkelijke uitgestrektheid uwer gemeente en het gering aantal van derzelver Inwoners, het aan UwE als het hoofd derzelve gemeente zeer gemaklijk moet maken om de bovenbedoelde persoonen zoo misdadigers als getuigen op te sporen , verzoeke ik UwE om daarna de ernstigste navorschingen te doen en te laten doen, en mij met den meesten spoed deswege te informeren.

De Prokureur Crimineel
In de Provincie Zeeland

Handtekening

Serooskerke den 1 April 1820

Ik heb de eer UEd: achtbare kennis te geven dat ik bij besluit van Z.M. van den 22 December 1819 mijn honorabel ontslag heb bekomen als kapitein bij de Schutterij onder dankbetuiging voor alle dienstvaardigheid door UEd: Achtbare aan mij in mijne voorschreve kwaliteit betoond, met verdere kennisgeving van alle kompagnies zaken te hebben overgegeven aan den 1e Luitenant der kompagnie A. Crucq.
Blijve na mij bij voortduring aanbevolen te hebben, met de meeste achting.UEdAchtare DW Dr
J.H. Liebert

Amsterdam den 14 April 1820

Hoog Edele Achtbaare Heeren

De ondergetekende. Gelezen hebbende de advertentie in de Nederlandsche Staatscourant van den 10 April l.l. verlangt eerbiediglijk te weten hoe hoog het geaccordeerde Tractement beloopt, hoe groot de bevolking beider respectiven gemeenten geschat wordt, en welke bijzondere voordelen daaraan geaccrocheerd zijn/vastzitten;het ligt den ondergetekende ten hoogsten aangelegen dit op het spoedigst te weten, aangezien hij reeds eenige jaaren de practijk als stedelijk Heelmeester te Rotterdam uitgeoeffent heeft, aldaar gehuwd, echter gaarne zijn omstandigheden zoude verbeterd zien, hij tot dusverre zijn woning nog niet ingehuurd heeft; en daar de verhuistijd met primo meij aanstaande op handen is, word het zaak een vast besluit daaromtrent te nemen; zo is zijn verzoek dat men hem zo spoedig mooglijk daarvan onderrichte; en indien de voorwaarden eenigszints aanneemelijk zijn, zo zal spoedig een antwoord gereed zijn, met overlegging van bewijsstukken van bekwaamheid uitgereikt door de provinciale Commissie van geneeskundig toevoorzigt te Dordrecht van goed en zedelijk gedrag van de stedelijke regering van Rotterdam enz.
Ontvangt Hoog Edele Achtbare Heeren de verzekering mijner onbegrensde hoogachting
E:Asscher
Chirurgijn operateur en Breuk mr
Adres:
Aan den Heer B: Asscher
Stads chirurgijn en vroed-meester
In de Rapenburger straat no 34
Te Amsterdam

’s Gravenhage, den 17e April 1820

Departement van Oorlog
4e Afdeeling
1e Bureau

Ik heb de eer UE:Achtbare hiernevens twee op de declaratie wegens veer-en overvaargelden over het 2e halfjaar 1819 geroijeerde Passage-Biljetten voor het overvaren van Mariniers terug te zenden, als behoorende de voldoening daarvan bij het Ministerie van Marine te worden gereclameerd.
De chef der 4e Afdeeling

Handtekening.

Middelburg den 19 April 1820

Ik heb de eer UwEd: hiernevens toe te zenden de nodige Exemplaren mijner annonce van heden omtrend het besteden van het timmer en metselwerk tot uitbreiding en behoorlijke inrichting van het zoogenaamde Gouvernements Huis, Stal en Koetshuis alhier
Ten fine van affictie!

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

OPENBARE AANBESTEDING

van
Het Timmer-en Metselwerk tot uitbreiding en behoorlijke inrigting van het zoogenaamde Gouvernementshuis in de Abtdij te Middelburg, met levering van de daartoe benoodigde Materialen, en

Het Timmer-en Metselwerk tot uitbreiding en behoorlijke inrigting van een Stal en Koetshuis in de Munt te Middelburg, met de levering van de daartoe benoodigde materialen.
Van de bestekken kan visie worden genomen op de griffie van het Gouvernement en bij den Inspecteur der Landsgebouwen A.Voerman te Middelburg.etc.

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 20 April 1820

Op last van Zijne Excellentie den Heere Gouverneur van Zeeland, heb ik de eer UEd bij deze te verzoeken de personen van Klaas van Belsem ! en Blaas Jobse beide lotelingen uwer gemeente van dezen jare aan te zeggen van zich op morgen 21 dezer voordemiddags ten half Elf uuren te begeven aan het locaal van het Gouvernement in de Abtdij alhier ten einde aldaar te compareren voor Heeren Gedeputeerde Staten dezer provincie, wanneer uitspraak zal worden gedaan op de reclame van den laatstgenoemden tegen de decisie van den Militieraad opzichtelijk den voorgemelden.
De Referendaris der 2e Classe
Eerste Kommies

J.G. Hinlopen

Tholen den 14e Junij 1820

Ik heb de eer UED:Achtb: hiernevens toe te zenden het certificaat van den ongehinderden afloop der Huwelijks afkondigen van Salomon van Eenennaam.
De Burgemeester beambte tot de zaken van den Burgelijken Stand
Der stad Tholen
J.van Lichtenbergh

Middelburg den 15 Junij 1820

Ik heb de eer UEd hiernevens ten fine van affixie toe te zenden een genoegzaam aantal Exemplaren mijer annonce van heden betrekkelijk de nadere besteding van de Reparatiën aan het Gouvernementshuis etc

De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

PROVINCIE ZEELAND
OPENBARE AANBESTEDING

De Gouverneur van Zeeland verwittigt de Gegadigden ,dat de prijs waar voor

De Timmer-en Metselwerken tot uitbreiding en behoorlijke inrigting van het zoogenaamde Gouvernementshuis in de Abtdij, mitsgaders van een Stal en Koetshuis in de Munt te Middelburg, met levering van de daartoe benoodigde Materialen.
Op de publieke Aanbesteding van den 3e Mei laatsleden zijn aangenomen, te hoog zijnde bevonden, dezelve niet zijn kunnen worden gegund, en mitsdien andermaal worden aanbesteed op maandag den 26e Junij aanstaande, des middags ten 12 uren, aan de Lokalen van het Gouvernement te Middelburg.
Etc.Etc.
Zie hiervoor de vorige aanbesteding op de 3e Mei l.l.

De Gouverneur
Van Doorn

Middelburg den 25 Julij 1820

Hier nevens geworden UEd de Kohieren voor de Directe Belastingen over den jare 1820, zoo voor de gebouwde en ongebouwde Eigendommen, als voor de Personeele en Mobiliaire belastingen over de gemeente van Arnemuiden, met verzoek om daar mede te handelen als naar gewoonte en mij de datums der gedaane Publicatie en verzending dier Kohieren aan den Heer Ontvanger J. Boddaert op te willen geven
De Controleur der Directe
Belastingen district Middelburg
C.J. Ritter


Middelburg den 27 Julij 1820

Tengevolge van daartoe gedaan verzoek heb ik de eer UwEd uit te nodigen om op morgen voor den middag ten 10 uren vergezeld van twee der voornaamste visschers uwer gemeente zich te willen vervoegen aan het Gouvernement alhier ten einde met de Commissie tot de communicatie van het UwE: bekende verzoek van den Heer Maitland te Veere in besogne te treden.
De Referendaris Eerste
Commies
J.G. Hinlopen

Middelburg den 25 Julij 1820

De Gouverneur van Zeeland heeft de eer aan den Heer Burgemeester der stad Arnemuiden hier nevens toe te zenden de Ordonnantien hier onder vermeld:
No 1430 17 Junij 1820 Burgemeester van Arnemuiden f.4:02
De Gouverneur van Zeeland
Van Doorn

Middelburg den 24 Julij 1820

Hierbij een genoegzaam aantal exemplaren mijner notificatie betrekkelijk de opening der jagt op ganzen Eenden en watersnippen binnen deze provincie
Tot informatie, publicatie en affictie.
Deze jagt blijft bepaaldelijk gesloten in en langs Bosschen, alsmede op Bouw-en Weilanden tot het gewone Jagtveld behoorende.
Zullende de opening van de Groote Jagt nader worden bekend gemaakt.
De Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Doorn

Vlissingen maand Julij 1820

In voldoening aan een onswegen bekomen order van de Heer Koll: Speelman heb ik de Eer UwEd: te verzoeken aan fuselier A. de Nooijer thans in Uw Gemeente met verlof ter kennis te willen brengen dat door hem bij de aanstaande opkomst de door het Korps aan hem uitgereikt verlofpas zal moeten worden mede gebragt wijl dezelve anders niet zal worden geadmitteerd en voor eigen rekening tot afhaling van deze naar zijn gemeente zal moeten retourneren en bovendien wegens nalatigheid worden gestraft.
De Kapt Kommd der 5e Komp. 1 Bataljon 2e afd: Infanterie
Schlosser

Middelburg den 30 Augustus 1820

Ik heb de eer UEd: bij deze te verzoeken, met brenger dezes te willen mede geven, de maat der oesters, waarvan ten gevolge der publicatie van het Departementaal bestuur van Zeeland in dato 18 November 1805 aan de Secretarissen der belanghebbende Steden en Plaatsen de grootte is opgegeeven en ter hand gesteld geworden, zullende dezelve na gemaakt gebruik aan UEd worden terug gezonden
De Griffier der Staten van Zeeland
J. Snouck Hurgronje

Aan den Heer Burgemeester der Stede
Arnemuiden

Den Ondergeteekende Johannis Cornelis Harthoorn tot dus ver Bode dezer Stede, meend voor hem voldoende redenen, bij deze te moeten verzoeken, om zijn ontslag als zodanig, met verzoek dit bij den Raad mag worden ingediend, en aan hem van zijn Ontslag een Extract uit de Notulen van den Raad mag worden verleend.
Arnemuiden den 27e September 1820
J:C:Harthoorn

’s-Bosch 30 September 1820
Ontvangen: 2 Oct 1820
Dadelijk beantwoord

Ik heb de eer UEdGr hiernevens te zenden het signalement van den van groot verlof achtergeblevene soldaat van het 1e Bataljon der 2e afd Infant: H:J: Van Heijl behorende tot de gemeente Arnemuiden
De Lt:Kolonel Komm het Depot
Bataljon der 2e afd Inf.
Handtekening

Hierbij gaat een Model SIGNALEMENT

Brieven Posterij
No 11
Circulaire

Breda den 30 September 1820

Bij Art.1 der Missive van den Heer Directeur Generaal der Directe Belastingen en Posterijen dato 21 September no 25 word ik verzogt om aan de Eijgenaars der Veeren welke de Post van Breda na Vlissingen en Zierikzee, moet passeeren; af te vragen welke onkosten thans door de aannemers van die Post-bediening worden betaald voor het veer te Arnemuiden en terug: uw Ed: Achtb: als Burgmeesters voor de Stadt Eijgenaars van dat Veer, verzoeke mij in antwoord ook officieel die opgave te doen, zodanig dat ik die in origineel bij mijn Raport kan opzenden
Den Inspecteur der Posterijen
In ‘t 3e Post-District
Z:Eekhout


Middelburg den 5 October 1820

Wij vinden ons verplicht ter kennis van UEdG. Te brengen dat zoo wel uit veele bij ons ingekomene klagten. Als uit eene locale inspectie gebleeken is, dat de bermweg langs den dijk van de Stad Arnemuiden naar de Oude Arne zich in eene onbruikbare staat bevind. Het zal UEdG: bekend zijn, dat deeze weg als eene origineele Bermweg uitmakende een gedeelte van den dijk, door de Eigenaars deszelve moet onderhouden worden, en aangezien dezelve door de stad Arnemuiden verpag wordt, dat diensvolgens deeze verplichting behoord tot de administratie dier Stad. Wij hebben dus de eer UEd te verzoeken de nodige orders te willen stellen dat deeze bovengemelde weg in een rijdbare staat worde gebragt, en vervolgens door het op zijn tijd opronden, wateraflaten en toekappen der Sporen, in een behoorlijke staat ingevolge de bestaande bepalingen worde onderhouden.
De Centrale Directie des Eilands Walcheren
J. Snouck Hurgronje.

Middelburg den 9: October 1820

Bij deze informere ik UEd: dat ik op heden het kohier der patenten over den jare 1820, wegens uwe gemeente heb gezonden aan den Heer Ontvanger J. Boddaert te Veere. Ik verzoek UEd: om hier van kennis te geven aan de belanghebbende uwer Gemeente bij Publicatie, als gebruikelijk is, en mij den datum der te doene Publicatie, te willen opgeven.
De Controleur der directe
Belastingen, district
Middelburg
C.I. Ritter

Middelburg den 30 October 1820

De Gouverneur van Zeeland, heeft de eer aan den Heer Burgemeester der stad Arnemuiden hier nevens toe te zenden de Ordonnantiën hier onder vermeld met verzoek dezelve aan de belanghebbende te doen toekomen.
No 2157 3oct:1820 G. Meerman te Arnemuiden f. 1: 85.
De Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Doorn

Den Weldelen Gestrengen
Heer C:Crucq
Burgemeester der Stede
Arnemuiden

Daar ik een bewijs dat door mij aan de Nationale Militie is voldaan benodigd heb, en mij gezegd is dat ik mij ter verkreiging van het zelve aan UwEG moet addresseeren neeme ik de vrijheid zulks bij deeze te doen UwEGs vriendelijk solliciteerende mij zulks ten spoedigste te bezorgen, waardoor UwEGs mij ten hoogsten zult obligeeren.
Niet twijffelende of UwEGs zult wel aan dit mijn vriendelijk verzoek willen voldoen, heb ik de eer met betuiging van hoogachtingte zijn
UwEGsDW Dienaar
E:J:Hondius
Middelburg den 2 Nov:
1820

Vere den 3e November 1820

Hier onder bekomt UE: eene opgaven der overledenen in uwe gemeente, waarvan tot op dit oogenblik nog geen Memoriën van aangifte zijn ingedient, met vriendelijk verzoek van certificaten van behoeften (genoegzaam aantal gaat hierneven) voor die genen op te maken, welke hunne erfgenamen onvermogend zijn om eene Memorie van aangifte in te leveren en die genen welke UE: daartoe in staat berekend uit te noodigen tot het nog indienen derzelve, zullende zij bij gebreke van dien , zich te wijten hebben de gevolgen welke hier uit zullen voortspruiten
Schroevers Adriaan Grootjans Joost
Kramer Maatje Jobse Lieven
Meulmeester Joost Katte Jannetje
Marteijn Janna Polderdijke Catharina
Cornelisse Catharina Rooze Adriana
Grootgan?/Adr”Boudewijnse Rooze Maria
Ridder Cornelis de Ridder Daniël de
Gestard Jan Schroevers Jan
Meerman Janis Blaasse Grietje
Schroevers Dina Ketterij Cornelis van de
Beeckman Cornelis Klaasse Teuntje
Belsen Frans van Ridder Geertje Lievense de
Grootjans Marinus Blaasse Geertje
Gilissen Gillis Harthoorn Cornelis Johannis
Grootjans/ Clazina Adriaanse Joosse Dorothea
Grootjans/Janna Boudewijnse Meulmeester Geertje
Nooijer Geertje Ridder/ Lieven Lievense de
Schroevers Jacob Gruiter Joost de
Buijs Bastiaan Huiszoon Willem
Beeckman Poetje? Nooijer Cornelis de
Cornelisse Teuntje Siereveld Maria
Grootjans Jan
Grootjans Teuntje

De Ontvanger der Registratie en Domeinen te Vere
Winkelman

WelEdele Gestrenge Heer!

Overeenkomstig UwEGr Missive van 3 November l.l. heb ik mij ter Staten Griffie alhier vervoegd, ter verkreiging van een Certificaat dat door mij aan de Nationale Militie is voldaan dan die Heeren hebben juist zoo als ik verwagt had gezegd dat ik mij ten dien einde bij UwGr moest addreseeren; daar het aan UwGr gemandeert is, de aanvrage om zoodanig een bewijs ter Staten Griffie te bezorgen, daar ik in het minst geen kennis heb van de mesures die ten dien einde door het Goevernement genomen zijn, en ik enkel en alleen op hetgeen men mij gezegd heeft moet afgaan, hoop ik dat Uw EGr het mij niet ten kwade zult duiden dat ik zoo vrij ben, mij andermaal ter verkreiging van het bewuste certificaat aan Uw EGr te addresseren met vriendelijke sollisitatie van mij zoo ik mij abuseerde zulks te doen weten, en is het dat ik mij overeenkomstig het gestatueerde bij de wetten gedraage het meer gemelden certificaat te bezorgen waardoor UwEG mij zeer zult verpligten.
In welke verwagting ik de eer heb met betuiging van hoogachting te zijn.

WelEGestrenge Heer!
UwEGr DW Dienaar
E:J:Hondius
Middelburg den 13 November 1820



Middelburg den 20 Nov: 1820

Alzoo Pieter F. van de Putte verlofganger der Nationale Militie binnen Uwe gemeente zich op den 16e noch 17 dezer niet op de Inspectie vertoond heeft, acht ik mij verpligt ter bevordering van Zijne Majesteits dienst het Gemeente Bestuur van Arnemuiden uit te nodigen om zich te willen informeren of daar voor wettige redenen bestaan , en mij daar van te informeren zoo niet, genoemde Pieter F. van de Putte op Donderdag den 23 dezer om Elf Uren bij mij te Middelburg te kompareren , voorzie van Zijne Equipement Stukken, ten einde door mij te worden geïnspecteerd , en behandeld volgens Art 173 der Wet op de Nationale Militie van 1e Januarij 1817

De Militie Kommissaris der Provincie Zeeland

Handtekening

Middelburg den 11 December 1820

Ik heb de eer UEd te verzoeken om U op aanstaande Donderdag den 14 December aanstaande des morgens tusschen 10 en 12 uuren te willen vervoegen aan het Locaal van het Provinciaal Gouvernement alhier gemunieerd met de door UED ten Jare 1818 gedane rekening nopens de uitbetaalde som van f.200 aan de weduwe en Weezen welker mans en Vaders op den 8 Maart 1817 op den bank den Banjaart zijn verongelukt.
De Referendaris der 2e Classe
1e Commies
Handtekening.


Aan d’Achtbare Heeren Burgemeester en Raden
Der Stede Arnemuijden

Geeft met verschuldigden Eerbied te kennen Barend Jan Harthoorn wonende te Middelburg Dat den suppliant met dankzegging erkend, de gunst hem betoond; met hem op deszelfs request tot Bode en Crieerder dezer stede te benoemen, welke hij aanneemt om bij zijne Inwooning alhier met allen naarstigheid en vlijt bedienen Dat hij bij dat Rekwest verzogt hebbende van ook met die bedieningen welke aan de eerst genoemde verbonden waren of daarbij werden waargenomen indien die vacant mogten worden daar meede te worden begunstigd,
Dat nu door het overlijden van zijn Broeder J.C. Harthoorn de bedieningen van lijkdienaar Stroobinder en Klokluider vacant zijnde geworden
Weshalven den suppliant andermaal de vrijheid neemt zich tot uw Achtbare te wenden, eerbiedig verzoekende dat het uwe Achtbare mogt behagen hem suppliant met de voorschreve vacante bedieningen te begunstigen, opdat hij daar door; en met de waarneming van zijn vleeschhouwer affairen een bestaan ter deze stede mag vinden
‘Twelk doend
B.J Harthoorn

Aan de Achtbare Heeren
Burgemeester en Raden der Stede Arnemuijden

Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Barend Jan Harthoorn, vleeshouwer te Middelburg, dat den suppliant reeds over eene geruimen tijd vernomen hebbende, zijn broeder J.C. Harthoorn als stadtbode alhier voornemens was, daar voor te bedanken, en op dien tijd reeds den Heer Burgemeester dezer stad had verzogt, om ingeval dit plaats mogt hebben met die bediening te worden begunstigd, en hem bij uw Achtbare voor te dragen, dat den suppliant nu is onderigt geworden zijn gemelde broeder werkelijk zijn ontslag heeft verzogt, en bekomen, en hij uit hoofde van de geringe welvaard der stad Middelburg zich verpligt zijn ? om zo tot maintien van zijn huisgezin en voortzetting zijner affairen na een meer voor? Hem voldoende gelegenheid om te zien, terwijl hij hem? Genegen is om is het doenelijk in zijn geboorteplaats zich te komen nederzetten weshalven den suppliant de vrijheid neemt zich tot uw Achtbare te wenden eerbiedig verzoekende uw Achtbare mogten behagen hem suppliant met de post van stadtbode crieerder en zodanige andere daar mede gepaard gaande bedieningen.
Welk nu reeds door gemelde ontslagt van zijn broeder vacant zijn of nog vacant mogten worden nu en in den tijd daar mede te begunstigen verlangende hij suppliant uit hoofde van de betrekking welke hij daar op heeft, door dien zijn waerde overleden vader die bedieningen ruim vijftig jaren zo hij meend met allen ijver en getrouwheid heeft waargenomen, en ik hier geboren opgevoed en dus geen vreemdeling zo van deze plaats als genoemde bedieningen zijnde dit een en ander een voor hem gunstige invloed bij Uw Achtbare zal mogen maken; terwijl hij dan ook evenals zijn vader de vleeschhouwers affairen daar bij alhier wenschte uit te oeffenen en bereid is om een certificaat van zijn burgerlijk Gedrag van het Bestuur zijner woonplaats bij uw Achtbare over te brengen.
‘Twelk doende
Barend Jan Harthoorn.

Sestal (Namen van eventueel te benaderen predikanten )

Isaak Matthias Voijer Koudekerke
Cornelis Jacobsen Pols Colijnsplaat
Jacob Versprille St. Annaland
Cornelis Bart Andriessen Charlois
Jacobus Hoek de Lier
Nicolaas Borsboom Serooskerke

Weledele Heeren!

Uit uwe letteren van den 31 Dec: l.l zagen wij met vreugde dat de Regering belooft: “om in den tijd die gepaste middelen aan te wenden, welke vereischt worden om aan onze verlangens naar genoegen te voldoen “. Wij maken dus rekening op de honderd Guldens uit der Gemeente of Stadskas- het zal ons tot bijzondere blijdschap zijn schriftelijk daaromtrent stellige verzekering te vangen namens UEd:- en wij verzoeken daar ernstig om; Uwe vergadering zal met ons overtuigd zijn, dat er meer geld als 100 Gulden noodig is om de onkosten te bestrijden welke er vallen zullen op het beroepen van eenen predikant; de kerkeraad oordeelt zich verpligt om in de volgende week eene vrijwillige inteekening te laten doen, en daartoe aan de huizen met eene lijst rond te gaan, overreed an UEd gunstige medewerking, waaraan wij niet twijfelden, maar waarvan wij te meer bevestigd zijn door de UED vererende verklaring:” dat Gij zoo gaarn de godsdienstige belangens der gemeente waarneemt als die van derzelver tijdelijken welvaart”
Zoo vertrouwen wij dat UEd: voorgaan en voorbeeld de gemeente ter navolging zal opwekken, drangredenen bi UEd te gebruiken is noodeloos, en zoude wantrouwen verraden,

Houdt UEd: verzekerd van onze welgemeende bereidwilligheid om onder een biddend opzien tot den Heer der kerke, zoo spoedig mogelijk een leeraar te beroepen; het belang van den Godsdienst gaat ons ter harte, en wat wij kunnen voor den bloei der gemeente, doen wij zoo gaarne.
Wij hebben de eer ons met betamelijke hoogachting te noemen

UWelEd: DW Dienaren en vrienden
Uit naam en op last van den
Kerkeraad
P.Hondius praeses
Johannis Crucq
Adriaan Adriaanse

Ga naar boven