Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1835 - 2

Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de Gemeente Arnemuiden

Ingekomen Stukken en afschriften van uitgane stukken 1835 2e halfjaar

Toegangsnummer 1200,  Inventarisnummer 109

                          

Arnemuiden 1 Julij 1835

Aan Heeren GS van Zeeland

Onderwerp; Gemeente Comptabiliteit

Ten gevolge UEG Besluit besluit van den 1 febr: 1833 no 22 hebben wij UEGA te kennen gegeven dat door ons in den loop van het kwartaal is betaald geworden te weten

Voor grondlasten van 135     f.148,13

Zegel der quitantie                         : 21

Water & dijkpenningen                 4,58

                                                f. 152.87

terwijl op de begrooting van dit jaar …… daarvoor slechts is gealloueerd

de som van                               139:20

zodat het tekort betreft         F. 19:67

Hetwelk in de post van onvoorziene uitgaven is betaald geworden.

De Burgemeester

CDB

Den 3 Julij 1835

Onderwerp: Wering Bedelarij

Aan de Gouverneur van Zeeland

Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze gemeente bij voortduring een naauwkeurig toezicht word gehouden tot wering dezer bedelarij, en dat in het afgeloopen kwartaal dezes jaars geene bedelende personen zijn ontdekt of voorons gebragt geworden.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden, den 3 Julij 1835

Onderwerp: Maten & gewigten

Wij hebben de eer uwe Excie te berigten dat in onze gemeente een getrouw gebruik wordt gemaakt van de nieuwe Nederlandsche maten & gewigten, en dat bij een aanhoudend toezicht daarop tot heden geene overtredingen zijn vastgesteld geworden.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden, 3 Julij 1835

Onderwerp: Broodzetting

Arnemuiden, 3 Julij 1835

Nevens deze hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen een staat der broodzetting in onze gemeente over het 2e kwart dezes jaars, zoo als die naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 3 Julij 1835

Onderwerp: Verbaal Stedelijke kas

Wij hebben de eer nevens deze aan uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den staat der stedelijke kas, volgens de bestaande verordening door ons op heden opgemaakt & geteekend

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 2e Julij 1835

Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden Extract mijner dispositie van heden A no 8217 1e Afd: ter fine als daarbij vermeld, benevens een extract uit opgem: mijn dispositie op het request van Simon Koets; met verzoek om laatstgemeld stuk na daarvan inzage te hebben genomen aan den belanghebbenden te doen toekomen.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Arnemuiden den 3 Julij 1835

Ik heb de eer UEA bij deze te berigten dat ik in den loop van het tweede kwartaal dezes jaars heb gevaccineerd 2 kinderen beneden de 10 jaren, zijnde dezelve geregeld afgeloopen en niet door mij gratis geschied, terwijl in den loop van dat kwartaal ik geene personen aan de kinderziekte heb behandeld.

J. Oversluijs

Heel en vroedmeester

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland

Disponerende op de requesten van

1a Simon Koets behoorende tot de gemeente Arnemuiden en de plaatselijke Schutterij aldaar; verzoekende ontslag wegens tienjarige dienst.

Heeft Goedgevonden

Dat hij tot zijn ontslag geregtigd is verklaard en order is gegeven om hen van de dienst der Schutterij te doen ontslaan.

2. Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden aan te schrijven om den bevelhebber der Schutterij te magtigen, om aan den Schutter Simon Koets welke daartoe geregtigd is finaal ontslag uit de dienst te verleenen en hem daatoe van een behoorlijk bewijs van ontslag of paspoort te voorzien en voorts te zorgen dat de door zijn ontslag opengevallen plaats bij de Schutterij voor zooveel dit mogt worden vereischt, op en voet van het bepaalde bij art; 25 der wet van den 11 April 1827 ( St: blad nr 17) worde aangevuld.

Etc:

De Griffier der Staten

Van der Heim

Arnemuiden 6 Julij 1835

Aan den Gouverneur & Prov: Commissie

Onderwerp: Vaccine

Hiermede hebben wij de eer aan Uw Excie te doen toekomen den staat der gevaccineerde kinderen gedurende het 2e kwartaal dezes jaars, terwijl in den loop van dat kwartaal geene personen alhier aan de kinderziekte zijn behandeld geworden of alhier geheerscht..

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden, den 7 Julij 1835

Ingevolge een bij ons ontvangene dispositie van Zijne Excie den Heere Staatsraad Gouverneur der provincie in dato 2 dezer maand A no 8217 1 Afd: hebben wij de eer UwEdG bij deze kennis te geven dat den Schutter Simon Koets bij den 2 Ban onder UED kompagnie geregtigd is verklaard deszelfs ontslag uit de Schutterij en wij dientengevolge UEd: magtigen om aan dien Schutter zijn finaal ontslag ontslag uit de dienst te verleenen; waarbij wij tevens UEdG doen toekoomen een behoorlijk bewijs van ontslag ten eind hetzelve aan den belanghebbende te doen uitreiken.

De Burgemeester

CDB

Aan den Heere Kapitein Snijder

Bij de 3 Comp: rustende Schutterij in Zeeland

Middelburg den 10 Julij 1835

Onderwerp: Mutatiën Miliciens

Ik heb de eer UEd: kennis te geven,dat van de 2e Afd: Infanterie waarbij hij diende tot de vrijwilligen aangeworvenen van dat Korps is overgegaan Cornelis Leendertse behoorende tot uwe stad en Ligting 1830.

Ik verzoek UEd; hiervan aanteekening te doen op de alphabetische lijst van voorz: ligting en op het register van ingelijfden model litt GG uwer stad.

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Vlissingen den 13 Julij 1835

Onderwerp: Vacatie voor herijk

                  & IJklocaal

In voldoening aan Art:5 van het besluit van HEGA der provincie Zeeland d.d. 3 April 1835 no 139 P.B. no 32,, heb ik het voordeel UEA te kunnen berigten , dat ik voor den Herijk der Ned. Maten en Gewigten te Arnemuiden zal vaceren op Maandag en Dingsdag den 20 en 21 dezer, na welken tijd het kantoor voor den Herijk te Arnemuiden zal gesloten zijn; dat in dit jaar ingevolge Resolutie van HEGA Staten dezer provincie den 24 April 1835 no 25 de gemeenten Kleverskerke ,Nieuw-en St.Joosland voor den Herijk met Arnemuiden zijn gecombineerd, en dat dientengevolge voor de belanghebbende dier gemeenten mede te Arnemuiden zal gevaceerd worden.

Tot gemak der neringdoenden heb ik gemeend den tijd mijner vacatie op ieder der opgenoemde dagen te moeten bepalen des morgens van 9-12 en des namiddags van 2-5 uren.

Alle maten en gewigten en bijzonder ook derzelver stempelplaten moeten behoorlijk schoongemaakt worden aangeboden; zullende dezelve bij faute van dien, als wordende de verificatie en stempeling daardoor onmogelijk gemaakt, zonder bedenking worden afgewezen.

Ik bid UEA om bovengemelde bepalingen in UEA kennisgeving aan de Besturen der gemeenten welke te dezen met de stad Arnemuiden zijn gecombineerd, wel te willen opnemen en mij bij of kort na mijne aankomst ter hand te doen stellen eene naamlijst van de inwoners welke uit hoofde hunner betrekkingen verpligt zijn zich van Maten en gewigten te moeten bedienen.

Ook moet ik UEA bij dezen eerbiediglijk verzoeken, mij naar aanleiding van Art: 7 van het Reglement op den Herijk der Maten en Gewigten in de provincie Zeeland, gearresteerd bij HEGA van Zeeland dato 15 Febr: 1822 van stadswege het gebruik van een voor den herijk geschikt locaal te willen toestaan,met nederige bede tevens om mij naar aanleiding van art.10 van genoemd Reglement daarvan de noodige aanwijzing te doen en mij UEA gunstige dispositie tijdig te willen mededeelen

De Arrondissements IJker te Middelburg      

Koppen

Arnemuiden den 15 Julij 1835

Onderwerp: Herijk

In voldoening aan art:5 van het Besluit van HEGA in dato 3 April dezes jaars P.B. no 32,hebben wij de eer UEd: A te berigten dat op bekomen missive van den Heer Arrondissements IJKer, den Herijk voor de nieuwe Nederlandsche maten & gewigten voor UEA Gemeente zal plaats hebben te Arnemuiden maandag & Dingsdag den 20 en 21 dezer maand van des morgens van 9 tot 12 en des nademiddags van 2 to 5 uren.

Wijders hebben wij de eer UEA kennis te geven dat alle maten & gewigten en bijzonder voor derzelver stempelplaten behoorlijk schoongemaakt worden aangeboden, zullende dezelve bij faute van dien als wordende de verificatie en stempeling daardoor onmogelijk gemaakt, zonder bedenking worden afgewezen.

De Burgemeester

BEKENDMAKING

Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden maken bekend, dat den Heer Arrondissements IJker tot den herijk van de Nederlandsche maten & gewigten op het stadhuis alhier, zal vaceren op maandag & dinsdag 20e en 21e dezer maand van des morgens van 9 tot 12 en des namiddags van 2 tot 5 uren

Wordende bij deze alle neringdoenden en handeldrijvende personen welke tot het gebruik der nieuwe Ned: maten & gewigten verpligt zijn, ernstig aanbevolen om hiervan gebruik te maken, zullende zij in gebreke van dien ingevolge de bepalingen van Zijne Majesteit besluit van den 30 maart 1827 Staatsblad no 13 tot eene geldboete worden veroordeeld…… ?

Alsmede zal een iegelijk zorg dragen dat hunne maten & gewigten ook derzelver stempelplaten behoorlijk schoon worden aangeboden, zullende zij bij faute van dien niet tot de verificatie en stempeling worden aangenomen.

De Burgemeester

Het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente heeft ons te kennen gegeven dat zij haar verplicht heeft gevonden om tijdelijke onderstand zoo van levens als geneesmiddelen te verleenen aan eenen Marinus Knuijt welke in de vorige week uit UEA Gemeente herwaarts is gekomen bij deszelfs broeder H. Knuijt alhier woonachtig,- en dat die persoon uit nood daar toe zich gedrongen heeft gezien daar hij hoewel landmansknecht bij onderscheijdenen Landlieden in Zuidbeveland gediend hebbende, zijn woonplaats in UwEdel:A: gemeente heeft gehouden

Bij zekeren Blaas Ketel ?? aldaar woonachtig alwaar hij geen dienst hebbende of bij ziekte thuis behoorde, zooals door laatstgemelde redenen weder ? heeft plaats gevonden, en ook onder behandeling van den Heelmeester aldaar heeft geweest; doch na alles verteerd te hebben wat hij bezat die Lieden hem niet langer kunnende houden en ook zonder geneesmiddelen was hij den toevlugt tot zijne gem: broeder hadt genomen.

Dat die man mede maar eenen armen arbeider zijnde belast met kinders, in het onmogelijke verkeerde zijn gem: broeder te onderhouden en denzelven geneesmiddelen te laten toedienen

Terwijl het voorschr:Armbestuur bij deze kennisgeving ons heeft verzocht dat door ons het nodige mogt worden aangewend, opdat zij van die persoon mogt worden ontlast, met remboursement van de gem: verleende onderstand.

Dien ten gevolge verzoeken wij onder mededeeling van het gemelde UEGA volgens art: 13 der Wet van dato 28 Novb: 1818 etc het Armbestuur uwer gemeente de noodige order te verleenen, ten einde gezegde persoon tot haar? zoo mogelijk te doen terugkeren en de aan hem verleende tijdelijke onderstand volgens de bestaande verordeningen te doen restitueren

Den 20 Julij 1835

Aan den Heer

Komm: Off: 3 Comp

Rustende schutterij in Walcheren

Arnemuiden den 24 Julij 1835

Wij hebben de eer UwEd: hiernevens te doen toekomen de bijzondere rol van dit loopende jaar, met kennisgeving van de manschappen welke op de vorige rol van 1834: zijn geplaatst en op deze rol niet gevonden worden, tot de nieuwe zijn overgegaan.

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 23 Julij 1835

DIRECTE

BELASTINGEN

Onderwerp: Toezending van een invorderbaar

                   Verklaard kohier

Volgens de resolutie van Zijne Excie den Heer Minister van Financiën van den 17 Mei 1834 no 194, opgenomen in het provinciaal blad no 53, heb ik de eer UEA hiernevens, in overeenstemming met art. 13 van het Besluit van 16 Thermidor, 8e jaar, toe te zenden, het, op den 15 dezer invorderbaar verklaarde kohier van de patentbelasting Uwer gemeente, dienstjaar 1835/1836.

Ik verzoek UEA dat kohier, op den voet van het bepaalde bij art.14 van het gemelde besluit, binnen vijf dagen na ontvangst, aan den Heer Ontvanger der directe belastingen, te doen toekomen , en mij den dag op te geven, waarop de, naar luid van art.5 der wet van 4 messidor, 7e jaar, te doene afkondiging, zal hebben plaats gehad.

De Controleur der directe belastingen,

In-en uitgaande regten en accijnsen

In de controle Middelburg

Van Dooren

Aan den Heer Controleur

Te Middelburg

Onderwerp: Afkondiging

                   Kohier Patentregt

Arnemuiden 25 Julij 1835

Wij hebben de Eer UwEd: te berigten dat bij uwe missive van den 23 dezer no 420 is ontvangen het door Zijne Excie den Heere Staatsraad Gouverneur dezer Provincie executoir verklaarde Kohier van het patentregt dezer gemeente over het dienstjaar 1835/1836,waarvan de afkondiging op heden alhier heeft plaats gehad en het Kohier aan den Heere Ontvanger ter invordering is ter hand gesteld.

De Burgemeester

C.D.B.  

Arnemuiden 25 Julij 1835

BEKENDMAKING

Burgemeester & wethouders der stad Arnemuiden maken bekend dat bij hun is ingekomen het door Zijne Excie den Heere Staatsraad Gouverneur der Provincie executoir verklaarde Kohier van het Patentregt dezer gemeente voor het dienstjaar ingegaan den 1 Mei 1835 en dat hetzelve aan den Heere Ontvanger dezer Gemeente ter invordering is ter hand gesteld.

Wordende mitsdien de belastingschuldigen vermaand om hun verschuldigde op de bepaalde termijnen te voldoen en hun patent bij den secretaris dezer Gemeente te komen afhalen, alles tot voorkoming van boeten en lasten die bij nalatigheid daarop vallen en bij de wet zijn bepaald.

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 22e Julij 1835

Onderwerp: mutatiën Milicien.

Ik heb de eer UEd: kennis te geven dat onder de miliciens welke tot deze Provincie behooren en bij de 17e Afd: Infanterie dienen, de navolgende mutatiën voor zoo veel uwe stad betreft heeft plaats gehad te weten dat in de maand Mei j.l.bij de 9e Afd: Infanterie is overgegaan Klaas Meulmeester, behoorende tot de ligting van 1831.

Ik verzoek UEd:hiervan aanteekening te doen op de Alphabetische lijst der voorz: ligting en op het Register van Ingelijfden model lett; gg uwer stad

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

           

Middelburg den 22 Julij 1835

Onderwerp: Inlijving provisioneel vrijgestelden

                   1e Ban Schutterij 1833 & 1834

Ten gevolge van den gerezen twijfel of zoodanige leden van den 1e ban der schutterijen van de Ligtingen van 1833 en 1834, welke overeenkomstig art: 21 van Zijne Majesteits Besluit van den 25 Julij 1834 ( Staatsblad no 24 ) op grond van bewijsbaar zwangerschap hunner vrouwen of als kind of kinderen hebbende van de inlijving bij de Mobiele Schutterij zijn verschoond gebleven, al dan niet bij dezelve behooren te worden ingedeeld,nadat door het overlijden van het kind of de kinderen, de reden van verschooning heeft opgehouden te bestaan, is door het Departement van Binnenlandsche zaken te dezen aangemerkt geworden dat de uitzondering bij het aangehaalde artikel gemaakt, voor de zoodanigen die tijdens hunne oproeping voor de mobiele dienst behoorlijk aantoonen dat zij wettig kind of kinderen in leven hebben of dat hunnen vrouwen zich in bewijsbaar zwangeren staat bevinden, hen niet ontslaat van den 1e Ban of van de Mobiele Schutterij, maar alleen medebrengt dat zij niet met alle anderen ter inlijving worden opgeroepen; uit welke duidelijke bepaling van dat artikel naar het inzien van voorschr: departement volgt, dat deze niet-oproeping met alle anderen slechts tijdelijk werkt, zoolang namelijk de omstandigheden aanwezig zijn, voor welke de uitzondering is toegestaan; vermeenende gedacht Departement derhalven dat zoodanige schutterspligtigen, welke in de aangewezenen positie verkeeren door het overlijden van hun kind of kinderen, of omtrent welke de zwangerschap hunner vrouwen door eene of andere oorzaak heeft opgehouden, in dezelfde positie worden teruggebragt als alle andere gehuwden zonder kinderen, wier inlijving alreeds bij de mobiele korpsen is bewerkstelligd geworden en mitsdien geene aanspraak maken kunnen om vande inlijving bij de Mobiele Schutterij langer te worden verschoond.

De bedenking die welligt zoude kunnen gemaakt worden dat de onderhavige beginselen niet geheel overeenstemmen, met die gene welke laatstelijk omtrent de Leden van den 1e ban tot vorige ligtingen behoord en in gelijke omstandigheden verkeerd hebbende, gevolgt zijn, zal zoo ik vertrouw geheel wegvallen, wanneer in aanmerking wordt genomen dat het beginsel waarvan thans wordt uitgegaan sedert 1830 tot op het uitvaardigen van Zijne Maj: besluit van den 17 November 1832 ( Staatsblad no 49 ) betrekkelijk de formatie en organisatie der reserve schutterij allerwege is in acht genoemen,terwijl de afwijking die daaromtrent ten gevolge van art: 1 van gedacht Besluit opzigtelijk die Leden van den 1e ban der dienstdoende en rustende schutterij, die destijds nog niet bij de mobile schutterijen ingelijfd of van dezelve anders dan met verlof afwezig waren, en tot de reserve schutterij moesten gerekend worden te behooren, heeft plaats gevonden,slechts is te beschouwen als eene tijdelijke uitzondering, welke bepaalde personen tot reeds vroeger opgeroepen ligtingen behoorende aanging, welke niet kan geacht worden op de Leden van den 1e ban van 1833 en 1834 van toepassing te wezen, te minder, dewijl niet allen dezelfde of eene gelijksoortige bepaling als in art: 1 van het evengemelde Besluit vervat, in dat van den 25 Julij 1834 ( Staatsblad no 24 ) ontbreekt, maar ook de schorsing van de verdere organisatie der reserve bataillons bij het nader K.B. van den 28 Junij 1833 no 88 bevolen, hoezeer dan ook medebrengende, dat de reeds bij deze Bataillons ingedeelden, daarbij zullen verblijvn, echter niet toelaat aan dezelve nieuwe manschappen toe te voegen.

Ten gevolge dezer mededeeling zal er behooren te worden nagegaan of en in hoeverre die schutterijpligtigen van 1833 en 1834 welke uit voorsch: hoofde van de inlijving bij de mobiele schutterij tijdelijk zijn verschoond geworden, nog in dezelfde omstandigheden verkeeren, om naar gelang daarvan dezelve in hunne tegenwoordige te doen blijven of bij de mobiele schutterij in te lijven.

Ik heb overzulks de eer UwEd: te verzoeken om door een opzettelijk onderzoek zich te verzekeren of de tot uwe stad behoorende schutterpligtigen van den 1e ban der ligtingen van 1833 en 1834, die wegens de boven aangevoerde redenen van de inlijving bij den zelven zijn verschoond gebleven, en aan den voet dezer worden aangewezen, alsnog voor het tegenwoordige,het zij door het in leven hebben van wettig kind of kinderen, of door eene blijkens de verklaring van een bevoegd deskundige bewijsbaar zwangerschap hunner vrouwen, in eenen staat van uitzondering op de bedoelde inlijving verkeeren terwijl zulks niet alzoo zijnde , er dadelijk voor derzelver opzending op de gebruikelijke wijze zal behooren gezorgd te worden; zullende ingeval van bestaande zwangerschap, de bewijsstukken deswege bij mij worden ingewacht.

Ik zal in allen gevalle uw rapport hieromtrent met eenigen spoed inwachten.

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie zeeland

Van Vredenburch

  1. 18331834

                             Arnemuiden

Simon Koets

David Geldof                                                                  Jan Kramer

Aan den Heer Gouverneur

Arnemuiden den 27 Julij 1835

In voldoening aan Uwe Excie missive in dato 22 dezer maand A no 9198 1 Afd: , hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat aan den voet van die missive vermelde schutters Simon Koets en David Geldhof van 1833 en Jan Kraamer van 1834 ieder hunner in leven hebben een wettig kind waardoor zij bij voortduring in de positie verkeeren van niet bij de Mobiele Schutterij te worden ingelijfd.

Terwijl de schutter Simon Koets bij Uw Excie dispositie van den 2 dezer maand A no 7217 1 Afd: dezelve ontslag heeft bekomen.

De Burgemeester

Middelburg den 22 Julij 1835

Onderwerp: verschuldigde kosten aan de

                     Maatschappij van Weldadigheid.

Ik heb de eer aan UEA hiernevens te doen toekomen extract uit de rekeningen der verschuldigde verplegingskosten van Weezen en bedelaars welke ten laste van uwe stad gedurende het jaar 1834 in de Gestichten der Maatschappij van Weldadigheid zijn verpleegd, uit welk extract UEA zullen bekend worden met het bedrag der door uwe stad verschuldigde sommen, alsmede met hetgeen daarop na de reeds door UEA bij voorschot gedane betaling nog zal behooren te worden betaald,en welk bedrag UEA in de 1e kolom van die rekening wordt aangewezen, hetgeen ten behoeve van uwe stad uit derzelver aandeel in de provinciale belasting zal worden gepreleveerd, en met dezelve op de gewone wijze worden verrekend, zullende hetzelve door UEA op den post van onvoorziene Uitgaven bij de Plaatselijke begrooting van dit jaar toegestaan, kunnen worden geimputeerd UEA wijders verzoekende , om indien bij UEA op de voorschreve rekening eenige bedenkingen mogten voorkomen, mij die voor het einde der loopende maand op te geven, terwijl ik alsdan geene opgave deswegen van UEA ontvangen hebbende het daarvoor zal houden dat er geene bedenkingen op de rekening bij UEA bestaan

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan den Heer Gouverneur

Onderwerp: Verplegingskosten Bedelaars

Bij ons ontvangen zijnde Uwe Excie missive in dato 22 dezer maand no 8695/2 2 Afd: betrekkelijk de verschuldigde kosten aan de Maatschappij van Weldadigheid met den daarbij gevoegden Staat, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten wij aangaande de verschuldigde kosten der weezen niets hebben aan te merken maar aangaande Jannetje Huissoon vermeenden ? wij de onkosten voor haar H…. f.25 bedroegen, terwijl wij in dien staat opmerken buiten de gestorte som van f.25 nog f.27,50 verschuldigd zijn en daar wij geene redenen weten waaruit dit verschil voorkomt hebben wij gemeend Uwe Excie dit alle ?? bij ons voorgekomene bedenking te moeten mededeelen om hieromtrent door uwe Excie nader te worden mogen onderrigt.

N.B. Bovenstaande tekst slecht leesbaar !

                                          Weezen

1911 Beeckman Marinus Aankomst: 27 October 1828 ontslagen 13 April 1835

       365 dagen gestorte som f.25

1913 Beeckman Dirk       Aankomst: idem 365 dagen gestorte som f.25.

935 Caljouw Casper Aankomst: 23 Augustus 1829 365 dagen gestorte som: f.25.

840 Tange Isaac Aankomst: 19 November 1832 365 dagen gestorte f.25.

                                                                                                                         f.100.

                                        Bedelaars

868   Huiszoon Jannetje Aankomst 5 April 1830   365 dagen verschuldigde som 52,50 gestorte som f.25. nog verschuldigd f. 27,50   zenuwtoevallen

Arnemuiden 28 Julij 1835

Het rekest van Cornelis Peijl verzoekende om te worden ontslag wegens 34 jarige ouderdom … bij dispositie van den 25 dezer A 1 Afd: no 327 in handen gesteld om berigt consideratie & advis, hebben wij de eer uwe Excellentie te berigten dat deszelfs redenen in zijn verhaal overeenkomstig de waarheid is, en wij van oordeel zijn daar hij volgens bijgevoegd extract reeds zijn 35 jaar heeft volbragt hij uit de schutterlijken dienst wordt ontslagen.

Terwijl hij dat rekest Bijlage Uwe Excie dan retourneren om daarvan nader te beschikken.

CDB

Klad: slecht leesbaar !

Aan Heeren GS van Zeeland

Onderwerp: om autorisatie op

                   Onv: uitgaven 1835

De begrooting in Ontvang en Uitgaaf van de Keersluis in het Arnemuidsche Kanaal voor dit loopend jaar door UEGA bij derzelver besluit van den 17 dezer no 14 zijnde goedgekeurd en waarbij deze gemeente eene som van f.175- wordt opgelegd bij wijze van voorschot te betalen voor buitengewone kosten in 1834 aan die sluis gedaan.

En daar op de begrooting dezer stede voor dit jaar daar voor geene gelden zijn gealoueerd .

Zoo nemen wij de vrijheid UEGA autorisatie bij deze te verzoeken om genoemden som van f.175 aan de Commissie van Toezigt over de sluis uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar op onze begrooting toegestaan te mogen betalen.

De Burgemeester

CDB

Den 28 Julij 1835

Middelburg den 28sten Julij 1835

Onderwerp: Kennisgeving Praktische

                   Artillerieoefeningen.

Ik heb de eer UEd: kennis te geven dat de Heer commanderend Officier der Artillerie te Vlissingen, met de voorbereidende werkzaamheden ter uitvoering der praktische Artillerie-oefeningen, voorgeschreven bij Zijne Majesteit’s besluit van den 2den mei j.l. no 80, eenen aanvang heeft doen maken, dat deze werkzaamheden van des morgens zeven tot des namiddags twee uren, dagelijks zullen plaats hebben, terwijl het vuren op den 1e Augustus aanstaande op het strand voorbij de Nolle aan de zoogenaamde Vijgeter een aanvang zal nemen.

Ik verzoek UEd: hiervan uwe Ingezetenen te verwittigen, ten einde dezelve zich voor ongelukken kunnen hoeden.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 17 Julij 1835

Rapport gedaan zijnde op de rekeningen over 1834 van de gemeente Arnemuiden

Is goedgevonden

Dezelve bij het gewoon op de rekeningen te stellen besluit te arresteren

Etc

De Griffier der Staten

Van der Heim

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Onderwerp: Kadaster

m.b.t.tot de ingekomene opgaven betrekkelijk de onbelastbare voorwerpen, welke sedert de invoering van het Kadaster aan de grondbelasting zijn onderworpen geworden.

Gelet op de Resolutie van Zijn Excie den Minister van Financiën de dato 23 December 1834, no 152 (Directe belastingen) betrekkelijk den vrijdom der Schoolgebouwen van de Grondlasten.

Herzien onze Dispositie van den 11den December 1834, A, no 14482, 6e Afdeeling

Gehoord het rapport van den provincialen bewaarder van het kadaster.

Besluit

5, ter kennis te brengen:

A van Burgemeester en Wethouders van Arnemuiden, dat uit het deswege ingestelde onderzoek gebleken is, dat uitmeting der nieuwe begraafplaats en de afschrijving van het gebezigde perceel, bereids heeft plaats gehad.

Etc

Middelburg den 31 Julij 1835

De Staatsraad Gouverneur voornoemd,

Van Vredenburch

Voor Extract conform

De Griffier der Staten

Van der Heim

STAAT DER GROND- EIGENDOMMEN

Welke sedert de invoering van het

KADASTER IN DE GRONDBELASTING

Zijn aangeslagen

En ten gevolge van de bestaande bepalingen

( bij besluit van den Staatsraad Gouverneur d.d. 11e December 1834 A no 1442 6e AfdJ onder de onbelastbare voorwerpen zijn gerangschikt.

Gemeente Arnemuiden sectie 13 no 82 Eigenaar: den Armen; Koepel

                                       Sectie 13 no 83 idem         idem         Tuin

                                      Sectie 13 no 84 idem         idem         Gebouwen

                                       Sectie 13 no331 idem         idem         Magazijn

                                       Sectie 13no332 idem         idem         Tuin

Middelburg den 31 Julij 1835

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Voor extract conform

De Griffier der Staten

Van der Heim

Belasting zou totaal als deze eigendommen niet onbelast zouden verklaard zijn ongeveer f.115—gulden moeten opbrengen …

Middelburg den 3 Augustus 1835

Onderwerp: transport Buskruid

Ik heb de eer UwEd: kennis te geven dat in het begin dezer week bij daartoe geschikt weder, door middel van transport te water, van den buskruid molen no 9 de goude draak naar het fort Rammekens zal worden vervoerd eene te dien einde aldaar gereed liggende hoeveelheid proefhoudend Artillerie en Infanterie Buskruid.

Ik verzoek UwEd: om te zorgen dat bij de eventuele lading, lossing of vervoer van gemeld materieel in of door uwe gemeente de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art: 58 der wet van den 26 januarij 1815 (St.Bl. nr 70) voorgeschreven.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan Hun Edel Achtbare Heern

Burgemeester & Wethouderen

Der stad Arnemuiden

Geeft met den meesten Eerbied te kennen Berend Jan Harthoorn van beroep Bode bij bovengemeld Bestuur dezer Stad:

Daar hij rekwestant door het springen der Sas deuren eene zwaare schade heeft bekomen door het overvloeijen en onderloopen van het zout water op het bij UwEd Achtb: bekend Eijland door mij gepacht aan schade die voor mij van groot aangelegendheid is en uitnodigende hem …….. ? in dezen eenen billijken vergoeding of te gemoet koming te helpen bewerkstelligen daar het UwEdA bekend is buiten zijn schuld te zijn en daarom zich ….. / eene gunstige dispositie / van UEA te verkrijgen ’t welk doende

Arnemuiden den 5 Augustus 1835

B.J. Harthoorn

N.B. Niet zeer goed leesbaar !

Middelburg den 4e Augustus 1835

Onderwerp: Verplegingskosten van J. Huiszoon

In antwoord op de bij UEd missive van den 27 Julij j.l. no 211 gemaakte bedenkingen omtrent de verplegingskosten van de bedelaars Coloniste Jannetje Huiszoon heb ik de eer UEd te kennen te geven dat aangezien die vrouw sedert 1833 aan zenuwtoevallen onderhorig/ onderhevig !! is geraakt en voor de kolonialen arbeid alzoo minder geschikt is geworden, de verplegingskosten voor dezelve volgens de bepaling van art: 19 van ZM Bsluit van den 17e Augustus 1827 no 125, mededgedeeld bij Prov: blad no 109 van dt jaar tot een bedrag van f.52,50 verschuldigd zijn.

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch.

Middelburg den 3 Augustus 1835

Ik heb de eer UEd: hiernevens toe te zenden eene acte van dechargement wegens de door uwe gemeente gedane betalingen voor verplegingskosten etc van Armen ? in de Gestichten der Maatschappij van Weldadigheid over 1833 welk bewijs overeenkomstig mijn Besluit van den 22e April 1833 (Prov,blad no 49 ) in het archief der Gemeente zal behooren te worden gedeponeerd.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland.

Van Vredenburch

ACTE VAN DECHARGE

Uit het Register der geldelijke belastingen ter Algemeene rekenkamer is gebleken , dat op folio 29, de gemeente Arnemuiden provincie Zeeland belast is wegens de Verplegingskosten etc van personen in de kolonie van weldadigheid over het jaar 1833

Welke Belasting is opgeheven, ingevolge resolutie der Algemeene Rekenkamer van den ..…… Junij 1835 ter somme van honderd drie & zeventig gulden , veertig Cents.

´s Gravenhage , den 15e Junij 1835

Ter ordonnantie der Algemeene Rekenkamer

Handtekening

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 31 Julij 1835

Door den overgelegd zijnde de in duplo ingekomene staten van de Districts Commissarissen houdende aanvragen voor sommige besturen om te worden gemagtigd tot het beschikken over de fondsen welke bij derzelver begrootingen over het loopende jaar voor onvoorziene uitgaven zijn toegestaan, als mede de aanvragen van de besturen der steden en die der plattenlands Gemeenten in het 1e District, wel eenen daaruit opgemaakten staat

Is Goedgevonden

A de voorz; St            atem te arresteren en van de daarbij genomen beschikkkingen aan de betrokken besturen voor zoo veel ieder aangaat kennis te doen dragen

Etc Extracten

De griffier der Staten

Van der Heim

Middelburg den 12 Augustus 1835

Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier

Volgens de resolutie van Zijne Excie den Heer Minister van Financiën van den 17 Mei 1834 no 194, opgenomen in het provinciaal blad noo 53, heb ik de eer UEA hiernevens, in overeenstemming met art.13 van het besluit van 16 Thermidor, 8e jaar, toe te zenden het op den 7e dezer invorderbaar verklaarde kohier van de personeele belasting uwer gemeente, dienstjaar 1835/1836.

Ik verzoek UEA dat kohier op den voet van het bepaalde bij art. 14 van het gemelde besluit, binnen vijf dagen na ontvangst, aan den heer Ontvanger der directe belastingen , te doen toekomen, en mij den dag op te geven, waarop de, naar luid van art.5 der wet van 4 Messidor, 7e jaar, te doene afkondiging, zal hebben plaats gehad.

De Controleur der directe belastingen,

In- en uitgaande regten en accijnsen,

In de controle Middelburg

Van Doorn.

Arnemuiden 14 Augustus 1835

Onderwerp: Pers: Belasting

Wij hebben UwEd: te berigten dat wij bij uwe missive van 12 dezer no 446 hebben ontvangen het executoir verklaarde kohier Litt: A no 2 van de Personele belasting over den jare 1835/6 dezer gemeente dat hetzelve aan den Ontvanger is ter hand gesteld en de afkondiging heden heeft plaatsgehad.

De Burgemeester

Aan het Gemeente Bestuur

Van Borselen

Onderwerp: Arm: zaken

                   M: Knuijt

Bij onze missive van den 20 Julij l.l.no 202 hebben wij UEA opt bekomen berigt van het Diaconie Armbestuur dezer Stede kennis gegeven dat het zelve zich in de noodzakelijkheid gevonden heeft van aan zekeren Marinus Knuijt bij zijn broeder H. Knuijt arbeider alhier, in eenen ziekelijken toestand bevindende, aan hem dadelijke hulp te verleenen daar hij in een hoogst armoedige toestand bevond, en zijn broeder belast met 4 kinders, buiten de mogelijkheid was, hem die hulp te verleenen en tevens UEA verzoekt, om het Armbestuur Uwer Gemeente de noodige order te geven ten einde die persoon tot haar zoo doenelijk te doen terugkeeren en de aan hem verleende onderstand volgens de wet van den 28 Novb. 1818 ( St bl. No 13) te doen restitueren .

Hier op tot heden geen antwoordvan UEA hebbende mogen ontvangen, en door ons Armbestuur ons kennis gegeven zijnde dat voorschreve Knuijt, de noodige geneesmiddelen toegediend zijnde is in staat gekomen van weder naar Zijn Gemeente te vertrekken en dat de kosten van die geneesmiddelen, hem verleend bedragen de som van f. 10.80.

Zoo nemen wij andermaal de vrijheid UEA bij de kennisgeving daarvan te verzoeken om conform de aangehaalde Wet, het Armbestuur Uwer Gemeente als onderstands domicilie de noodige aanschrijving te doen, tot de restitutie van het hier vorengemelde; terwijl wij (hoe ongaarne ook) hierop geen voldoende antwoord bekomende, ons genoodzaakt zoude zien,ons nader te adresseren aan zoodanige autoriteit als bij voorzeide wet ons wordt voorgeschreven.

De Burgemeester

C.D.Baars den 14 Augustus 1835

Extrac uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 31 Julij 1835

Rapport gedaan zijnde op de rekeningen over het jaar 1834 van de gesubsidieerde Armbesturen c.q. van de Kerkelijk Hervormde of Diaconie Armbestuur te Arnemuiden

Is goedgevonden

De rekeningen behoudens de in sommige derzelve gebragte wijzigingen en onder referte tot de daarop gestelde aanmerkingen goed te keuren, en twee exemplaren van dezelve aan de betrokkene plaatselijke besturen te retourneren

Etc

De griffier der Staten

Van der Heim.

Middelburg den 20 Augustus 1835

Onderwerp: Tournee van den Gouverneur

Ik heb de eer UEd: kennis te geven dat ik naar aanleiding van art: 7 van Konings besluit van den 15 December 1820, voornemens ben om op woensdag den 26 dezer aanstaande uwe gemeente te bezoeken.

Mijne bemoeijingen bij die gelegenheid zullen voornamelijk zijn:

Het behandelen met den Gemeenteraad der onderwerpen genoemd bij art: 9 van het Besluit van den 15 December 1820; zullende de leden van den Gemeenteraad met den secretaris en onvanger bij mijne komst in de gemeente bij elkander behooren te zijn;

Het ontvangen der Geestelijken, de RijksOntvanger en zoodanige andere Ambtenaren en Ingezetenen, welke zouden verlangen mij voor het een of ander onderwerp of belang te onderhouden.

Het bezigtigen der Kerk en Schoolgebouwen,de Brandbluschmiddelen, de Begraafplaatsen en andere bestaande inrigtingen; verlangende ik dat de kinderen in de school tegenwoordig zijn, ten einde het onderwijs in dezelve te kunnen opnemen.

Het in oogenschouw nemen van het GemeenteArchief, de Registers en stukken der Plaatselijke secretarie, de Registers van de Rijks en Plaatselijke ontvangers, en de Registers van den Burgelijken Stand.

Ik reken op bovengenoemden dag des voormiddags te tien uren in uwe gemeente aan te komen, terwijl het mij aangenaam zal wezen dat UwEd: zich daar een half uur vroeger laten vinden, ten einde voor te komen dat ik soms daar mogt arriveren, zonder UwEd: aan te treffen

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Arnemuiden den 21 Augustus 1835

Onderwerp: Tournee van den Gouverneur

Aan den Ontvanger van Rijks Belasting te Arnemuiden

Ten gevolge aanschrijving van Zijne Excellentie den Heere Staatsraad Gouverneur der provincie Zeeland in dato 20 dezer maand heb ik de eer Uw Ed: kennis te geven dat Zijne Excie van voornemen is om aanstaande Woensdag den 26 dezer maand des morgens om 10 uren deze Plaats te komen bezoeken.

Na den afloop der Gemeente zaken is Zijne Excie verlangen de registers van den Rijks ontvanger in oogenschouw te nemen.

Terwijl het het UwEd: zal worden toegelaten om Zijne Excie in de vergaderzaal alhier te ontmoeten.

De Burgemeester

CDB

Idem t.a.v. den Eerwaarden Kerkenraad

             En officiële publicatie

Arnemuiden den 21 Augustus 1835

Onderwerp: Begrooting 1836

Wij hebben de Eer UwEdGA bij deze ter goedkeuring aan te bieden de door den Raad der Stad opgemaakte begrooting voor het aanstaande jaar 1836, en zulks in triplo met een memorie van toelichting en daar verder bij behoorende Staten

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 21 Augustus 1835

Onderwerp: Armbegrooting 1836

De Begrooting in Ontvang en uitgaaf van het Diaconie Armbestuur der Gemeente over het dienstjaar 1836, door den raad dezer stad bij voorraad gearresteerd zijnde,hebben wij de eer dezelve in triplo aan UEGA ter nader goedkeuring te laten toekomen , en merken daarbij aan.

Ten opzichte der Inkomsten:dat het goede slot is gebragt naar de uitkomst van de berekening overeenkomstig het voorschrift..

De collecten& vrijwillige giften zijn gesteld naar den ontvangst van het vorige jaar.

Subsidie van de gemeente hebben wij volgens hunnen begrooting noodig geacht voor dit jaar daar voor te stellen eene som van f.50- uit hoofde hunne inkomsten voor de bepaalde uitgaven niet toereikend zijn & de legaten in de vastgestelde som gebragt, als dan dit jaar is goedgekeurd..

Ten aanzien van de Uitgaven

De bestedingskosten word dezelfde som als van dit jaar voorgedragen , wordende voor de kinderen in de koloniën met f. 25 verminderd , uit hoofde eenen uit dezelve is ontslagen; Bedeeling in geld etc word met 50 verminderd uit hoofde de inkomsten niet toelaten de arme zooveel te bedeelen, de kleeding derzelve word f. 10 hooger gesteld dan van dit jaar, wegens de duurte der goederen, Begravingskosten, kosten van onderwijs voor arme kinderen worden dezelfde som gebragt als van dit jaar is goedgekeurd; Reparatie aan het armhuisje word voor het aanstaande jaar noodig geacht, daar er van het jaar niets is gedaan en hetzelve water & winddigt diende gehouden te worden..

Jaarwedde van de geneesheer in dezelfde som gebragt, die van den ontvanger volgens de berekening der inkomsten; schrijfbehoeften en onvoorziene uitgaven onder dezelfde sommen gebragt als die van dit jaar zijn toegestaan.

Terwijl het tekort van 1834 wegens de bedeeling in geld & brood, en hetwelk in de rekening van 1834 niet is kunnen verantwoord worden, hier bij regularisatie in uitgaaf word gebragt,

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 22 Augustus 1835

Onderwerp: Verbod schuren van straten etc

Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden maken bekend dat wegens de aanhoudende droogte het verboden is tot nader afkondiging.

Het schuren van straten en goten, benevens het waschen der glazen. Op peene van te verbeuren ten behoeve der stedelijke kas de somme van drie Gulden.

En opdat hiervan niemand in onwetendheid zoude zijn, zal deze worde afgekondigd en aangeplakt daar waar zulks gebruikelijk is te geschieden

De Burgemeester

CDB

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 21e Augustus 1835

Van de provinciale Belasting en Opcenten t.b.v. de steden Hulst en Axel en van de gemeenten ten platten Lande is beschikbaar gesteld eene som van f. 21.042.11 ter repartitie; de som betaalbaar bij adsignatiën op de Agenten van den algemeenen Rijks-kassier.

Extracten hiervan etc.

De Griffier der Staten

Van der Heim

Middelburg den 28 Augustus 1835

Onderwerp: Ontslag Schutters

Ik heb de eer UwEd: kennis te geven dat door heeren GS bij resolutie van den 7 dezer no 17 aan den schutter Cornelis Pijl behoorende tot de Plaatselijke Schutterij uwer stad is toegekend regt op ontslag uit de Schutterij wegens volbragte 34 jarigen ouderdom.

Ik verzoek UEA om te zorgen dat aan den belanghebbenden het bedoelde ontslag worde verleend, op den voet van de Instructie van den 8 mei 1829 ( P.B. no 55 ad art; 25 en 26 in fine) mitsgaders dat daarvan de vereischte aantekening op de registers en rollen der schutterij geschiede, en dat voor zoo veel noodig, op de voet van art: 25 der Wet voor hunne aanvulling worde gezorgd.

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan Kapt: Snijders

Der 3 Comp: rustende Schutterij

Arnemuiden 4 Septembe 1835

Onderwerp: Ontslag Schutters

Wij hebben de eer UwEd: hiernevens te doen toekomen het ontslag van den Schutter C. Pijl mede bij resolutie van HEGA in dato 7 Augustus no 17 geregtigd is verklaard wegens 34 jarigen ouderdom, uit de schutterij ontslagen, uit uwe onderhebbende Compagnie met verzoek hetzelve naar overname der wapenen ingevolge art 25 en 26 in fine van den Instructie van den 8 mei 1829 ( P.B. no 55) aan den belanghebbende uit te reiken.

De Burgemeester

CDB

Borssele den 25 Augustus 1835

Reeds lang hadden wij UEA Missive van den 20 Julij j.l. no 203 beantwoord indien niet het onderzoek in welke Gemeente den bewusten Marinus Knuit vier agter een volgende jaren mogt gewoond hebben, zoo lang had opgehouden, intusschen heeft den Heere Burgemeester van Serooskerke na gezegden Marinus Knuit doen informeren waar op wij gezegden Heer Burgemeester van Serootskerke zijnde deszelfs Geboorteplaats bij eene Missive van den 12e dezer van het volgende geïnformeerd:

Dat M: Knuit slegts in 1818 alleen binnen deze Gemeente als Boereknegt gediend heeft bij Jannis van de Luister; voorts in onderscheidenen Gemeentens voornamelijk onder de Gemeentens van Kattedijke en Baarsdorp van welk jaren hij slegts eenige weken in den Winter, binnen deze gemeente zich in de kost besteede bij zekere Blaas Kuzee en dat hij zich in alle die onderscheidene jaren voor zooveel mij bekend is wel gedragen heeft, zonder dat hij hier of elders vier jaren agter den anderen gewoond heeft.

Verder word door UEA bij Missive van den 14e dezer no 230 ons kennis gegeven dat de kosten aan de geneesmiddelen hem verleend de som van f.10:80 bedragen, dan alzoo gezegden Marinus Knuit blijkens het hier boven medegedeelde in deze gemeente zijn onderstands Domicilie niet heeft en dus de gemaakte onkosten niet door ons zal behooren te worden gerestitueerd.

Burgemeester en Assessoren

Der Gemeente Borssele

H: Wijngen

Ter ordonnantie van dezelve

A.Westerwijk Ossewaarde

 

 

Aan Heeren Burgemeester en Assessoren van de gemeente Serooskerke

Het Diaconie Armbestuur dezer gemeente heeft haar verplicht gevonden om in de maand Julij dezes jaars aan eenen Marinus Knuit van beroep Landmansknegt, welke uit de gemeente Borsselen in eenen ziekelijken toestand herwaarts gekomen, bij deszelfs broeder H. Knuijt, tijdelijken onderstand te verleenen, aangezien die broeder een armen arbeider met 4 kinderen, buiten de mogelijkheid was, die aan hem te doen toedienen, terwijl hij zelve in eerstgenoemde Gemeente ziek gelegen hebbende, alles wat hij bezat tot herstel verteerd had, en alzoo in eenen hulpbehoevende toestand zich bevond.

Wij hebben op verzoek ons aan het Bestuur van Borsselen geadresseerd, eerst met kennisgeving daar van en daar na met verzoek van restitutie een som van f.10.80. wegens aan hem verleende geneesmiddelen door den Heelmeester dezer stede.

Dan genoemd Plaatselijk Bestuur heeft ons bij missive van den 25 Augustus l.l. no 29 berigt, dat niet alleen gezegden M. Knuijt aldaar geene domicilie hadt, vermits hij aldaar slegts eenige weken in de Winter zich in de kost bestede bij eenen B. Kuzee, waar bij gedane onderzoek was gebleken denzelven in geen Plaatsen in Zuidbeveland nergens den tijd van vier jaren bij de Wet bepaald hadt gewoond en mitsdien aan ons verzoek niet kan voldoen.

En aangezien voorsch: M.Knuijt in UEA Gemeente is geboren, nemen wij de vrijheid , naar aanleiding van art: 1 van den Wet van den 20 Novb: 1818 (St.bl. no 40) UEA te verzoeken van aan het Armbestuur de noodige order te verleenen dat voorschreve som van f.10,80 aan het Armbestuur onzer gemeente worde gerestitueerd.

De Burgemeester

CDB

Den 1e September 1835

Middelburg den 8 September 1835

Onderwerp: Voorziening aangelegenheden Gemeente bestuur

Het onlangs door mij in uwe gemeente gedane bezoek heeft aanleiding gegeven om op eenige aangelegenheden, het bestuur en het belang der gemeente betreffende, mijne bijzondere aandacht te vestigen, waarop ik het noodig oordeel nader terugte komen, in Uw Ed: dien aangaande te onderhouden:

1 Algemeene veiligheid & Policie

In uwe stad ontbreekt een Reglement van algemeene plaatselijke policie, waarvan de aanvulling in het belang der Ingezetenen, zoowel als in dat van elders aankomende personen, mij wenschelijk voorkomt; weshalve ik moet verlangen, dat de stedelijke Raad zich met het ontwerpen en vaststellen van zoodanige verordening onledig houde, waarvan vervolgens, in overeenstemming met art: 31 van het Reglement op het Bestuur ten platten Lande, een afschrift aan Heeren GS der provincie zal moeten worden ingezonden.

2 Registers en Schrifturen der Gemeentelijke administratie

De beschouwing dier Registers heeft tot de volgende aanmerkingen aanleiding gegeven:

A dat de serie van nummers op het doorloopend Alphabetisch register niet behoorlijk is ingerigt; daar dezelve niet met de nummers van de Notulen van Burgemeester en Wethouders of van den Raad, maar met de nummers van de de registers van alle bij den Burgemeester allen ingekomene stukken of behandelde zaken, moet corresponderen;

B dat het bij art: 14 der Instructie voor de Secretarissen voorgeschreven Register van geslagen ordonnantiën niet overeenkomstig de dien aangaande bestaande bepalingen wordt gehouden, alzoo op hetzelve ontbreekt een bijzonder hoofd voor ieder Artikel der Begrooting, gelijk zulks is voorgeschreven bij Provinciaal blad van 1828 no 196

C dat in de Liasse of Portefeuille der ingekomene en uitgaande stukken, niet zijn opgenomen de Staats- en Provinciale bladen, immers dat daarin ontbreekt het afzonderlijk blad papier, hetwelk ter vervanging dier stukken. Overeenkomstig het bovengemelde Provinciaal blad, in de volg-orde der stukken aan de Liasse verzameld , of in portefeuille nedergelegd behoort te worden;

d.dat voorts de eerste kolom van het Register van Bevolking niet was ingevuld, gelijk behoorde, daar dezelve niet bevatte een doorloopend nummer of volg-reeks der huizen, gelijk zulks is aangeduid bij Provinciaal blad no 190 van 1828, maar dat der inwoners; terwijl, met achterwegelating van het stellige voorschrift van de resolutie van Heeren GS van den 20 Febraij 1826 9 no 179 der verzameling) . het daarbij gewild register van Ingezetenen geheel ontbreekt.

Het hierboven medegedeelde , de punten zijnde over welke ik gemeend heb,UEd: in het bijzonder te moeten onderhouden, heb ik de eer UEd: te te verzoeken dezelve met belangstelling gade te slaan en voor zooveel noodig te zorgen dat het gebrekkige worde aangezuiverd,en de noodig geachte voorzieningen worden daargesteld op rapport.- zullende het mij aangenaam zijn vóór de maand November aanstaande, in het bijzonder van UwEd: te vernemen, dat alle de in de gemeente-schrifturen aangeduide gebreen, door den secretaris zijn hersteld, en dat het ontbrekende door hem is aangelegd en word bijgehouden.-

Voegende ik hier ten slotte bij, de uitnoodiging om aan den secretaris uwer gemeente de aandachtige nalezing en stipte opvolging zijner Instructie, en, van de ter opheldering van dezelve gegevene teregtwijzigingen, en speciaal van de Provinciale bladen no 196 van 1828 en no 91 van 1834 aan te bevelen,waardoor eene gewenschte regelmatigheid in de schrifturen van het Bestuur uwer gemeente zal worden bevorderd, en de aanmerkingen zullen kunnen worden ontgaan, welke ik, mijns ondanks, verpligt ben, in het belang der goede orde en tot handhaving derbestaande voorschriften te moeten maken.

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Arnemuiden 22 September 1835

Onderwerp: Staat ingelijfden

In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 17 dezer maand P. Blad no 88 hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen de daarbij gevoegde staat der manschappen welke in dezen voor de Schutterij hebben geloot en over den 1e Ban op de bijzondere Schuttersrol geplaatst.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 26 October 1835

Aan HeerenGed:Staten van Zeeland

Onderwerp: Toezending reglement van Policie

Tengevolge eene bij ons ontvangene missive aan Zijne Excie den Heere Staatsrad Gouverneur der Provincie Zeeland in dato 8 Sept: jl A no 11326, en in overenstemming met art: 31 van het reglement op het bestuur ten platten Lande, hebben wij de eer UEGA te doen toekomen een afschrift van het bij den Gemeente raad opgemaakt en vastgestelde reglement van Policie in haar vergadering van den 23e dezer maand

De Burgemeester

CDB

Reglement van Plaatselijke Policie

Der

Gemeente Arnemuiden

Art: 1

Niemand vermag alvorens bekomene toestemming aan Heeren Burgemeester & Wethouders dezer stad binnen den gemeente een nieuw gebouw te stichten of hetzelve af te breken.

Deze vergunning zal door hem schriftelijk en op zegel moeten worden aangevraagd,

Art: 2

Als dit door een ingezetene mogt zijn worden ondernomen, zal dadelijk worden gestuit en voor zoo verre het reeds is gemaakt, worden afgebroken vernietigd of geweerd, onverminderd de hier na bepaalde instructie

Art.3

Ingeval het aan B enW blijken magh dat binnen de kom de kom der gemeente een muur of woonhuis zoodanig bouwvallig was, dat ter voorkoming van ongelukken noodzakelijk geoordeeld werd, zoodanige muur of gebouw magh worden afgebroken, zal hiervan den eigenaar worden kennis gegeven en den afbraak door het Plaatselijk Bestuur zal

plaats hebben, en de onkosten daarvan op den eigenaar zal worden verhaald onverminderd de bepaalde boeten

 

Art.4

Geen Stookplaatsen Schoorsteenen ovens of dergelijke mogen worden daargesteld, anders dan met toestemming van B & W en met in achtneming van het bestaand Brandreglement binnen deze gemeente goedgekeurd Bij Heeren GS dezer Provincie den 19 maart 1822 wordende verder de Ingezetenen verwezen naar de bepalingen en straffen bij het Provinciaal Reglement ter voorkoming en blussing van Brand in de Gemeente ten platten Land in Zeeland goedgekeurd bij Zijne Majesteits Besluit van den 24 Julij 1826 no 126.

Art.5

Alle huizen en gebouwen staande in den bebouwden kring der gemeente of die welke aan den weg gelegen zijn, zullen voorzien zijn van dakgoten , tot voorkoming dat het water van de daken op den straten afloopt; het water zal door middel van geslotene ??? , van lood , bloke? , zink of hout in den muur ingemetseld of daaraan vastgemaakt aan het gebouw moeten worden afgelaten en geensins door waterstuwen aan de gevels ?? zullende de eigenaars verpligt zijn voor zoo ver hunne huizen hiervan nog niet mogten zijn voorzien binnen de tijd van een jaar na dagteekening van dit reglement dezelve daarvan ?????? te voorzien ??

Art.6

Elke eigenaar van woningen of pakhuisen binnen deze gemeente zal verpligt zijn behoorlijk en in eene goeden zichtbaren staat te onderhouden deszelfs wijk en doorloopend nummer, ter grootte van 50 streepens in zwart olieverw aan de post der deur of op een andere zichtbare plaats, zullende de nalatige hiervan daartoe verpligten, en gestraft worden met eene boete ingevolge het reglement goedgekeurd bij ZM Besluit van 27 October 1825 no 96.

 

art 7

Niemand vermag op het Grondgebied dezer Gemeente ( waardoor verstaan word plaatsen en gronden geen bijzonder eigendom zijnde ( leggen of stapelen stenen klinkers houtwaren en andere bouwstoffen afbraak of eenige andere voorwerpen van dien aard, zonder vooraf bekomen toestemming van B & W. Geen puin , gruis , zand of mesthoopen zullen op het gezegde grondgebied dezer gemeente mogen worden gelegd, waardoor het gaan of rijden zoude kunnen worden belemmerd

 

 

Art: 8

Geen Handels Koopmanschappen of andre goederen zullen op straat mogen worden ten toon gesteld, uitgestald of uitgehangen, dan na bekomen toestemming

Art:9

Het is verboden om zonder toestemming van B & W op de markt of op de publieke weg te staan met tafels, tonnen planken of andersints, om te laten spelen als mede het daarbij openbaar zingen van liederen.

Art: 10

Geene wagens, sleden, karren of andere rijd-of voertuigen zullen binnen de gemeente des nachts op de straten mogen verblijven, als kunnen den doorgang verhinderen, terwijl dit evenmin bij dage zonder noodzake plaats vind enz.

Art: 11 doorgestreept;

Het is verboden na zonsondergang en voor zonsopgang de ovens te stoken.

Art: 12

In onbewoonde huizen zal geen vuur mogen worden gemaakt zonder voorafgaande toestemming van B & W

Art: 13

De Ingezetenen zullen verpligt zijn de straat voor derzelver woningen pakhuizen en stalling te doen wieden en vegen, als mede de goten schoon te houden, terwijl wanneer het blijken mogt dat door het vegen of wieden de straatsteenen daaruit worden losgemaakt, zoodanig bewoner ,eigenaar of ??? gehouden zal zijn dit weder te herstellen en in den vorigen staat te brengen.

De Asch, mist, slijk of andere vuilnis, zal voor de woning en niet op straat mogen blijven leggen, en ook niet voor de huizen der geburen mogen geveegd worden, maar bijeen vergaderd zijnde in de daartoe bestemde asch en vuilnisbakken moeten geworpen worden.

Bij aldien er voor de huizen der ingezetenen puin, gruishoopen of andere onreinigheden gevonden worden, zullen dezelve voor rekening van de bewoners, en bij gebreke van dien voor rekening der eigenaars worden vervoerd onverminderd de aansprakelijkheid voor de bepaalde boeten.

Het word verboden aan alle ingezetenen om waar het ook zulks moghe zijn deszelfs gevoeg in de straten binnen deze gemeente te doen zullen de overtreders gestraft worden met een boete hierna te bepalen

Art:14

Het is verboden voor 9 uren des avonds om de secreten of gemakken te ???ledigen?? , de daarvan afkomstige stoffen in de tuinen of op het land gebragt zijnde in de nabijheid van tuinen, paden of wegen zullen aldaar niet langer dan 24 uren ongedekt mogen blijven liggen.

Art: 15

De ingewanden en andere onreinigheden voortkomende van de slagting van het vee, mogen niet inde slooten of ter zijde aan den weg geworpen, maar zullen in de grond worden gedolven tot zoodanige diepte dat dezelve geen stank kunnen verwekken.

Art:16

Bij het schoonmaken der visch zullen de daarvan afvallende koppen, ingewanden en verdere onreinigheden nimmer daar ter plaatse mogen blijven liggen of dezelve in de slooten geworpen worden, zullende een iegelijk verpligt zijn na verrigter zake dezelve in de daarvoor bestemde vuilnisbakken te werpen.

Art:17

Bij vriezend weder des winters en sterke droogte des zomers of in tijden als er dolle honden loopen, zullen de honden moeten worden vastgehouden zodra hier door B &W daartoe zullen orders gegeven worden.

Alle ingezetenen zijn verpligt de zich op hunne Hofstede bevindende wachthonden ten allen tijde aan goede ijzeren kettingen vast te leggen ter voorkoming van alle ongelukken, zullende dezelve kettingen van wegens het Bestuur van tijd tot tijd worden nagezien.

Art: 18

Niemand vermag het geleiden van paarden aan jongelingen die daartoe niet bekwaam zijn toe te vertrouwen. De voerlieden zullen hunne paarden niet mogen alleen laten

Art: 19

Bij sneeuw of vriezend weder of wanneer het ijzelt zullen de ingezetenen geen water geen water uit hunne huizen op hunne stoepen of straten mogen laten loopen, maar zijn integendeel verpligt, zand of asch op dezelve te strooijen.

Wanneer bij vriezend weder of groote droogte gebrek aan water mogt ontstaan, is het verboden de straten, stoepen of huizen te schuren of glazen te wasschen van het oogenblik af dat zulks door Burgemeester zal worden afgekondigd op de boete hierbij bepaald

Art:20 doorgestreept:

Het is verboden de nachts of voor zonnenopgang en na zonnen ondergang te verhuizen of eenig huisraad hoegenaamd te vervoeren

Art: 21

Niemand vermag onder eenig voorwendsel hoegenaamd op het Grondgebied dezer gemeente putten te maken of te delven, noch er zand, graszooden of andere voorwerpen uit te halen zonder naader bekomen toestemming van B &W.

Geene paarden , runderen of ander vee, zullen op den publieken weg zonder geleider mogen grazen of los loopen.

Het is verboden om boomen te pellen of takken van dezelve te snijden, op stadseigendom of op de wegen staande

Art: 22

De viering der dagen aan den openbaren Christelijken Godsdienst toegewijd, zal plaats hebben overeenkomstig de voorschriften en bepalingen , vervat in de Wet van den 1e Maart 1815 no 18 (Staatsblad no 210)

Art: 23 is doorgestreept

Heden verboden op de begraafplaats te loopen spelen of met steenen daarop te werpen.

Art:24

Niemand vermag op de muren, deuren en vensters van de huizen of ander gebouwen te schrijven, teekenen of plakken, dezelve met vuiligheid te bestrijken of met steenen daarop te werpen om die te beschadigen op wat manier het zoude mogen wezen:

Doorgestreept !: aan de woningen te bellen ook op de deuren en vensters te kloppen mitsgaders bellen kloppen of uithangborden af te rukken of aan stukken te slaan.

Art:25

Het is verboden iemand eigendom van de plaats waarop zich zulks bevindt weg te nemen of te vervoeren.

Art:26

Het is verboden aan alle herbergiers of kroeghouders gelagen te zetten na 10 uren des avonds alsmede bij koopdagen van dranken uit te schenken later dan een uur na zonsondergang

Vanaf alsmede ! : doorgestreept !

Art:27

Niemand vermag eenige voorwerpen te laten verloten zonder daartoe permissie van B & W verkregen te hebben

Art: 28

Het kaartspel en spelen met dobbelsteenen om grof geld in de herbergen zal niet vermogen plaats te hebben, anders dan met in achtneming van zoodanige bepalingen als B & W zal noodig oordeelen op poene van tijdelijke sluiting, onverminderd de bepaalde boete

Art:29

Een ieder is verpligt de voetpaden langs of over zijn landen loopende behoorlijk te onderhouden hetzij met het leggen van bussels hout of fijn steengruis en dergelijke alsmede het gras en boomgewas langs dezelve paden zich bevindende behoorlijk op te snoeijen

Art: 30

Paragraaf 1: Een ieder is verpligt daar waar zulks noodzakelijk is, over de slooten van de in het voorgaande artikel vermelde voetpaden, planken te leggen ten minste van 27 nederlandsche duimen breedte, en 34 strepen dikte dezelve mogen wel hooger maar niet lager liggen dan het naastdezelve gelegen land.

Paragraaf 2 Bij elke brug of plank zal aan beide einden moeten gesteld zijn een voldoende staak of stijl: aan dezelve zal met twee goede ijzeren beugels bevestigd worden , een voldoende leuning.

Een en ander zal in behoorlijke staat moeten worden gehouden.

Ten einde alle misverstand in dezen voor te komen, wordt vastgesteld dat indien de gezegde bruggen mogten gelegen zijn op de bezittingen van twee verschillende eigenaars, gebruikers of huurders, die wiens land het naast aan den bebouwden kring der gemeente ligt; zal moet zorgen voor de plank of brug een stijl en een beugel, en die wiens land het verste van den bebouwde kring der Gemeente is gelegen, mede voor een stijl en een beugel alsmede voor de leuning zal moeten zorg dragen.

Viermaal ’s jaars zal hieromtrent door B en W schouwing worden gedaan, waarvan de dagen vooraf aan de Ingezeten zullen worden bekendgemaakt

Art:31

Zoo iemand in gebreke mogt blijven de gezegde voetpaden en daartoe behoorende bruggen behoorlijk te onderhouden, zal deze deswegens worden gewaarschuwd, en aan denzelven tweemaal en tweemaal vier & twintig Uren worden tijdgegeven om dit verzuim te herstellen. – Na die tijdsverloop aan deze waarschuwing geen gehoor gegeven hebbende, zal zulks B & W te zijner koste verrigt worden, onverminderd de hier na te vermelde Boete

Art: 32

Ingeval de bij dat vorige vermelde bruggen door kwaadwilligen mogten beschadigd of verlegd, en de stijlen omver getrapt of gebroken woorden, zal door dezelve voor elke plank worden betaald f. 1,50 en voor een leuning of stijl f.0,50 en in geval van herhaling de bepaalde boete

Art:33

Geen oude voetpaden zullen mogen worden gedempt of nieuw gelegd zonder voorkennis en toestemming van Heeren Burgemeester & Wethouders na deswegens de Eigenaars der landen te hebben gehoord.

Art:34

Niemand zal eenige onreinheid of kreng langs de voetpaden mogen leggen of doen leggen of in de sloot mogen werpen, maar zal die geen aan wien het gestorvene dier toebehoort, of bij aldien dit niet te bewijzen is degene op wiens pad of in wiens sloot het kreng gevonden wordt dit ten minste tien ellen van het voetpad verwijderd twee speeten/ steken diep in den grond moeten delven en met aarde dekken.

Art:35

De overtredingen tegen den inhoud van dit Reglement zullen met geldboete of gevangenis worden gestraft; de straffen tegen de onderscheidene artikelen van dit Reglement worden bepaald als volgt:

1 zullen worden gestraft met een boete van zes gulden of een dag gevangenis, de overtreding vervat in art 31

2 met een boet van vierguldens of een dag gevangenis de overtredingen vervat in art 27 (doorgestreept en 29 (doorgestreept)

3 met een boete van drie guldens of een dag gevangenis de overtredingen vervat in art 1,2,3 , 4,, 5 , 6 (doorgestreept, 7 en 8 en 12

4 met een boete van twee gulden of een dag gevangenis de overtredingen vervat in art 9, 12 (doorgestreept) 15, 17 30 (doorgestreept paragraaf 1 en 31 (doorgestreept).

5 met een boete van een guldens vijftig cents of een dag gevangenis de overtredingen vervat in art 6 16 en 18

6 met een boete van een tot twee gulden naar gelang de omstandigheden of een dag gevangenis de overtredingen vervat in artikel 25 (doorgestreept)

Art 36:

De ouders en voogden zijn verantwoordelijk voor de overtredingen door hunne kinderen of pupillen tegen de bepalingen van dit reglement zijn begaan, mitsgaders de mannen voor hunne vrouwen, en de Hoofden van Huisgezinnen naar gelang de omstandigheden.

Art: 37

Alle overtredingen zullen bij Proces verbaal worden geconstateerd en aan den Heer Vrederegter aan het kantoor ter vervolging worden toegezonden.

Art: 38

De Boeten komen ten voordeele van de stedelijke kas.

Art: 39 den Veldwachter wordt bij deze de surveillance aanbevolen voor de stipte naarkoming van dit Reglement, hij wordt mede bevoegd verklaard om van alle overtredingen tegen den inhoud van hetzelve Proces verbaal op te maken.

Art:40

Ten gevolge van den inhoud van dit Reglement worden alle vroegere Plaatselijke ordonnantiën en Reglementen van Policie bij deze gehouden voor vervallen en buiten werking gesteld, met uitzondering van het Reglement op het Brandwezen binnen deze gemeente van den 19 Maart 1822, hetwelk in volle werking blijft, voor zoo verre deszelfs inhoud niet veranderd of gewijzigd wordt bij het hiervoren art: 4 aangehaalde Reglement ter voorkoming van Blussching van Brand

Wordende een iegelijk aangemaand om zich overeenkomstig de bepalingen van vorenstaand Reglement van Policie te gedragen hetwelk van heden af ter executie zal worden gelegd.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Gemeente Raad te Arnemuiden den 23 October 1835

De Gemeente Raad

Klad/concept

Arnemuiden den 3 October 1835

In voldoening aan Uwe Excie missive in dato 8 Sept: j.l. A no 11326 1 Afd: houdende voorziening op eenige aangelegenheden het bestuur en het belang der gemeente betreffende hebben wij de eer uwe Excie te berigten:

Dat wat het eerste punt betreft over de algemene veiligheid en Policie zijn er aanvankelijk eenige verordeningen opgemaakt welke eerlang aan den raad zullen worden voorgedragen

Overeenkomstig art 31; van het reglement op het bestuur ten platte Land, en afschrift daarvan aan heeren GS zal worden ingezonden en Registers en Schrifturen der gemeentelijke administratie

A het serie van nummers op het doorloopend Alphabetisch register is hersteld, zoodat hetzelve met de nummers van de Notulen van Burgemeester & Wethouders of van de Burgemeester alle overeenstemmen.

B Het register voor de geslagene ordonnantiën is thans ingevoegd art: 14 der Instructie voor de Secretarissen ingerigt, zoodat voor ieder artikel de begrooting een bijzonder hoofd word gehouden.

C De liasse of Portefeuille der ingekomen en uitgegane stukken waarbij het afzonderlijk blad papier der Staats en Provincie bladen ontbrak is overeenkomstig Prov: blad no 196 van 1828 bijgewerkt.

D Het doorloopend nummer of volg reeks der huizen op het bevolkingsregister ontbreekende is mede hersteld , terwijl het register van ingezetenen wel bestond maar sedert eenige tijd niet was bijgehouden, en alzoo op den oogenblik niet herinnerd werd, zijnde dezelve dadelijk nagezien en de ontbrekende persoenen welke den vereischten ouderdom van 22 jaren vervuld hebben, daarop gebracht.

Terwijl wij eindelijk hierbij voegen de secretaris van de gegevene uitnoodiging heeft gebruikgemaakt, en voor het vervolg zal zorg dragen dat de schrifturen

Tot de Secretarie en Plaatselijke Ontvanger behoorende in eene gewenschte en regelmatige ingevolge de voorschriften orde worden bijgehouden, zoodat wij vertrouwen Uwe Excie bij een nader bezoek zich niet in de verpligting zal vinde, dergelijke aanmerkingen ons te zullen moeten observeren.

De Burgemeester

Serooskerke c.a. den 12 September 1835

Onderwerp; Betrekkelijk M:Knuit

In antwoord op UEA missive van den 1 dezer no 242 betrekkelijk den persoonvan Marinus Knuit, hebben wij de eer UEA bij deze kennis te geven dat het onderzoek nopens het onderstands domicilie van dien persoon bij ons nog niet is afgeloopen, weshalve wij vooralsnog moeten zwarigheid maken, de door het Armbestuur uwer gemeente verstrekte geneesmiddelen te restitueren.

Wij zijn echter bereid ons ingeval wij onze gemeente als het domicilie van onderstand van gemelden Knuit moeten erkennen, UEA daarvan te informeren, en de verstrekte geneesmiddelen ad f.10,80 alsdan tegen inzending vab een declaratie zoo spoedig mogelijk te voldoen.

Burgemeester en Assessoren der gemeente Serooskerke ca

Burgemeester en Secretaris A.A. Sanderse

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Onderwerp; berigt rekwest visschers

Bij Uwe Excie dispositie van den 1 dezer 2e afd; A no 11443 in onze handen gesteld zijnde een adres door de schippers van visschuiten onzer Gemeente aan uwe Excie gepresenteerd, houdende verzoek dat de verhindering die zij ondervonden van den Landman A. Adriaanse hun veroorzaakt bij het uit of intrekken van hunne schuiten met paarden langs een Ende Dijk aan het kanaal bij hem in pacht gebruik van den HeerenRademacher Schorer door uwe Excie tusschenkomst mogt worden opgeheven in onze handen gesteld zijnde om Uw Excie te dienen van berigt, consideratie en

advies.

Zoo hebben wij de eere in voldoening daaraan Uwe Excie te berigten dat het ter nedergestelde in dat adres, betrekkelijk de uit of intrekking van de visschuiten waartoe de adressanten naar gelegenheid van wind zijn genoodzaakt, en de beletselen die hun daar in door genoemde Adriaanse worden toegebragt overeenkomstig de waarheid is dat verder tot zoo lang een overzet Ponte aan ons veer bestond, zij minder van den dijk aan deze zijde gebruikmaakten, dan bij het waaijen van eenen Noord oosten wind.

Doch ook dat zij bevorens nimmer door den voormaligen Pachter van dat Ende dijk zijn verhinderd geworden daar van gebruik te maken, evenmin als tot heden van de Pachters van Ende Dijken zoo van deze stede als die van de Kruidmolen no 9 toekomen en welke en den Dijken, doch veel uitgestrekter zijn, als dat van genoemde Landman; terwijl niet kan ontkend worden, denzelven, wanneer de afsluiting niet behoorlijk plaats vind, dien Landman nu en dan door het grazend vee van de andere Dijken eenige schade lijd, dat wederkeerig ook de andere pachters bij zodanig verzuim ondervinden.

Dat de Burgemeester onderscheidene reizen, door tusschenkomst bij verbod van gebruikmaking, van dit Ende dijk, die toegebragte verhindering bij vriendelijke schikkingdat beletsel heeft doen ophouden, doch nu in het voorjaar zijne aangewende pogingen vruchteoos zijn geweest; daar gemelde Landman zoo veel schadevergoeding vorderde, dat noch de schippers noch trekkers daar aan konden voldoen.

Dat door ons als nu bij vernieuwing , zoo met dezen Landman als trekkers in onderhandeling zijn getreden, waar van het gevolg is geweest dat de ??gevorderde dat aan hem jaarlijks door de trekkers f.16- werd betaald en tevens eene voldoende afsluiting ten hunnen kosten werd gesteld en onderhouden tot voorkoming van schade door het vee op den ??? hij als mede trekker wierd toegestaan met de andere twee trekkers en dus voor een derde door eerstgenoemde de hier vorengemeld afsluiting werd gemaakt en onderhouden en hij de middelsluiting bekostigde en dat de trekker of wachtrijder het laatst genoemde hun hebben laten welgevallen.

En daar het thans om redenen in het adres gemeld niet wel doenelijk is, om van de andere zijde gebruik te maken aangegaan daar men dan eerst voorbij de zaagmolens door het Nieuwland moet passeren om die schuiten uit of in te trekken; zoo komt het ons voor dat nu die schikking kan effect soteren of in werking gebragt geworden terwijl men van de pachters van de andere enden dijk, zodanige vordering niet verwacht.

Dan om allen verschil voor het vervolg door te komen, durven wij Uw Excie adviseren, om die laatsgenoemde overeenkomst als eene vastgestelde bepaling te approberen, met last dat beide partijen zich daar steeds onder ons toezigt aan gedragen, echter de nadere positie met terugzending van dat adres aan Uwe Excie beter oordeel onderwerpende

De Burgemeester

CDB

Den 17 September 1835

Klad! Slecht leesbaar !

Arnemuiden 22 September 1835

Onderwerp: Staat ingelijfden

In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 17 dezer maand no 88 hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen de daarbij gevorderde staat der manschappen welke in dezen ? voor de Schutterij hebben geloot en over den 1e Ban op de bijzondere Schutterijrol geplaatst zijn

De Burgemeester

CDB

Nominative staat der manschappen behoorende tot den 1e Ban der Ligting van het jaar 1835

Het betreft Jan Dingemanse, Adriaan Theune en Joris Dingemanse met een laag lotingsnummer. Signalement wordt aangegeven, leeftijd, geboorteplaats en familiebetrekkingen.; in dienst gesteld als schutter.

C.D.Baars

Middelburg den 24 September 1835

Onderwerp: toezending van een invorderbaar verklaard kohier

Volgens de resolutie van Zijn Excie den Heer Minister van Financiën van den 17 Mei 1834 no 194 heb ik de eer UEA toe te zenden het op den 18 dezer invorderbaar verklaarde kohier van de personeele belasting Uwer gemeente , dienstjaar 1835/1836.

Verzoek binnen 5 dagen aan den Heer Ontvanger der directe belastingen, te doen toekomen, en mij den dag op te geven, waarop de, naar luid van art. 5 der wet van 4 Messidor,7e jaar, te doene afkondiging, zal hebben plaats gehad.

De Controleur der directe belastingen

In-en uitgaande regten en accijnsen

In de controle Middelburg

Van Doorn

Middelburg den 23 September 1835

Ik heb de eer UEd hiernevens toe te zenden , afschrift mijner Dispositie van heden, A, no 11885 2 Afdeeling,op het rekest van D. J. van Belsen, c.s met verzoek hetzelve, na daarvan inzage te hebben genomen, aan den belanghebbenden te doen toekomen.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Arnemuiiden 28 September 1835

Aan Heeren GS van Zeeland

Onderwerp: Om autorisatie op de onvoorziene uitgaven

Bij gelegendheid dat Zijne Excellentie de Heer Staatsraad Gouverneur dezer Provincie deze gemeente met deszelfs tegenwoordigheid heeft gelieven te vereeren, is door door ons geimpendeerd eene som van f. 23:22 welk wij verzoeken uit de post van onvoorziene uitgaven dit jaar toegestaan te mogen betalen.

De Burgemeester

CDB

Serooskerke c.a., den 30 September 1835

Onderwerp: Onderstands domicilie M.Knuit.

Als een vervolg op onze missive van den 12e dezer no 255 hebben wij de eer UEd: A: bij deze kennis te geven dat wij onze Gemeente als het onderstands Domicilie van M. Knuit erkennen en alzoo bereid zijn tegen ontvang van eene Declaratie van verplegings kosten het Diakonie Armbestuur onzer Gemeente te verzoeken het verschuldigde zoo spoedig mogelijk te voldoen.

Burgemeester & Assessoren der Gemeente Serooskerke.

Handtekeningen van Burgemeester en Secretaris

Arnemuiden den 2 October 1835

Aan Burgemeesterter en Assessoren van de gemeente Serooskerke

Onderwerp: Toezending declaratie Verplegingskosten

Ingevolge UEA Missive van den 30 Sept: no 270 hebben wij de Eer UEA te doen toekomen de rekening van de verplegingskostenvan den tot uwer gemeente onderstands Domicilie behoorende M:Knuit van den Heelmeester dezer gemeente

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden den 20 October 1835

Personeel van het Bestuur

Ingevolge Uwe Excellentie circulaire van den 5 Novb: 1833 A no 12994 (PB no 119) hebben wij de Eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen de staat van het Personeel van het Bestuur dezer gemeente,zooals die was op 1 October dezes jaars.

Burgemeester: C.D. Baars

Wethouders J.de Marée aftredend:1836; A.van Eenennaam aftredend 1840

Leden Raad v.d. Weele(1836), Adriaanse (1838), Kraamer (1838) , L. Wisse (1840)

Secretaris : C.J. Baars

Ontvanger : C.J. Baars

2 October 1835

Onderwerp: Bedelarij

Wij hebben de Eer Uwe Excellentie te berigten dat in onze Gemeente een aanhoudend toezicht word gehouden ter wering der Bedelarij, en dat inde verloopene drie maanden dezes jaars geene bedelende personen alhier zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.

De Burgemeester

CDB.

Arnemuiden den 2 October

Onderwerp: Berigt maten & gewigten

Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat er bij ons een aanhoudend toezicht word gehouden op het gebruik der nieuwe Maten & gewigten, en dat gedurende de nu verloopenen drie maanden dezes jaars geene overtredingen op de deswegens gemaakte bepalingen zijn ontdekt geworden.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 2 October 1835

Onderwerp: Staat Broodzetting

Nevens deze hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen de Staat der Broodzetting van de nu afgeloopene drie maanden dezes jaars zooals die naar opgaaf der marktprijzen van de granen, alhier is geregeld geworden, overeenkomstig he besluit van Heeren GS van den 2e Mei 1828 (PB no 78 )

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 2 October 1835

Verbaal Stedelijke kas

Hiernevens hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den Staat der Stedelijke Kas volgens de bestaande verordeningen door ons op heden opgemaakt en geteekend

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 5 October 1835

Aan den Heer Gouverneur en Provinciale Commissie

Onderwerp: Vaccine

Wij hebben de eer Uwe Excie hiernevens te doen toekomen een Staat der gevaccineerde kinderen door den Heelmeester dezer stad gedurende het derde kwartaal dezes jaars terwijl gedurende dat kwartaal geene personen aan de kinderziekte zijn behandeld geworden, of dat de ziekte alhier heeft geheerscht.

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden den 26 October 1835

Aan Heeren GS van Zeeland

Onderwerp: Inventaris Gemeentearchief

In voldoening aan UEGA Besluit van 2 October j.l.no 19 (Prov..Blad no 59) hebben wij de er UEGA te berigten dat bij in functie treding van den nieuwen secretaris de in dat besluit bedoelde inventaris in duplo is opgemaakt en dat dezelve jaarlijks word bijgehouden.

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 24 October 1835

Door UE achtbaren nog niet voldaan zijnde aan het gevorderde bij mijne aanschrijving van den 20 Julij j.l. B. 2e Afd: no 969

Heb ik de eer UE achtbaren te verzoeken,mij uwe rescriptie ten spoedigsten te doen geworden.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Bij deszelfs indispositie

A.C.van Citters

Lid der GS

Arnemuiden 26 October 1835

Onderwerp: Over benoeming amanuensis

Uwe Excie missive in dato 24 dezer maand B no 969 2 Afd: is bij ons heden niet ontvangen,maar de bedoelde aanschrijving in die missive vervat van den 20 Julij B 2e Afd no 969 is ons niet toegekomen en weten ook niet waarvoor bij ons de benoeming van een amanuensis zoude noodzakelijk zijn.

De Burgemeester

CDB

Extract uit het verbaal van Heeren GS van de provincie Zeeland

Vrijdag den 23e October 1835

M.b.t. de aanvragen van sommige gemeenten om te mogen gemachtigd tot het beschikken over fondsen welke bij derzelver begrootingen over het loopende jaar voor onvoorziene uitgaven zijn toegestaan als mede de aanvragenvan de steden tot het 1e Disrict behoorende plattelandsch gemeenten met eenen daar uit opgemaakte staat

Is Goedevonden

De voorz: staten te arresteren en van de daar bij genomene beschikkingen aan de betrokkene besturen voor zoo veel ieder aangaat te doen kennis dragen

Etc

De Griffier der Staten

Van der Heim

Middelburg den 7 November 1835

Aan Heeren Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden

Onderwerp: Genot premie Visscherij

Ter grondige overweging van zeker door Marinus de Nooijer en andere schippers van Visch- of Korderschuiten binnen uwe stad aan Zijne Majesteit gerigt, en om consideratiën aan Heeren GS dezer Provincie verzonden adres houdende verzoek om voor hunne Visscherij te mogen deelen in het genot der premie welke bij Hoogst Derzelfs Besluit van den 15 November 1825 ( St.blad no 75) ter instandhouding en opbeuring van de kustvisscherij in de Provincie Holland is uitgeloofd, doet zich de noodzakelijkheid der oplossing van de volgende vragen voor:

Visschen de adressanten thans met grootere en dus meer tegen ruw weder bestand zijnde schepen, dan vóór de uitvaardiging van dat Besluit ?

Zoo ja, hoe groot is derzelver getal? ( van al de schippers die in het bedoelde geval kunnen wezen?)

Zijn de schepen gekield of plat gebouwd ?

Hoe lang, hoe breed, met hoeveel koppen is elk gewoonlijk bemand ?

Van welke soorten hoeveelheid van netten voorzien en welke wijdte hebbende mazen ?

Is het vischtuig beun-of hoekwant , of worden alleen kordennetten gebruikt ?

Hoeveel dagen lang blijven de bedoelde schepen tusschen den 15e November en den 14 Februarij meestal ter uitoefening van de visscherij zonder terug te komen in zee; en op welken afstand van de kust houden zij zich daarbij gewoonlijk?

UEd; verzoekende de beantwoording daarvan aan mij mede te deelen, heb ik de eer Dezelve tevens uit te noodigen om mij te doen kennen, of naar gevoelen thans de toepassing van Z.M. Besluit van 15 Novb. 1823 (St.Bl. no 75) ook voor Zeeland wenschelijk en onder zekere wijzigingen mogelijk is, en zoo ja, waarin deze wijzigingen met inachtneming der in het besluit uitgedrukte ??? beginselen zouden dienen te besturen, en tot welk bedrag? Der premie voor elk schip in Zeeland zou behooren te worden bepaald om eenen billijken maatstaf van ver??????? / vergelijking? te hebben , bij hetgeen de visscherij aldaarvan die welke door de kustvisschers in Holland gedreven wordt en waaraan de bij het gemelde Besluit bepaalde premie van f.250 ,00 per schip verbonden is , mogt afwijken .

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeelnd

Bij deszelfs indispositie

A.C. van Citters

Lid der Gedeputeerde Staten

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Onderwerp: Genot Premie Visscherijen

Ter beantwoording van de vragen bij Uwe Excie Missive van den 7 ddezer B:no 1484. 1e afdeeling ons gedaan,betrekkelijk zeker adres door M. de Nooijer en andere schippers in onze Gemeente aan ZM gerigt, houdende verzoek om voor hunne visschuiten te mogen deelen in het genot der premie welke bij Hoogst deszelfs besluit van den 15 Novb: 1825) (St:bl: no 75) aan de Kustvisscherij in Holland ten instandhouding en opbeuring is uitgeloofd, hebben wij de eer en voldoening daarvan Uwe Excellentie te berigten.

Dat wat betreft de vragen of thans de schuiten grooter en meer tegen ruw weder bestand zijn, dan voor de uitvaardiging van dat besluit derzelver getal b?????wijze , groote en met hoeveel koppen bemand, daarop moeten wij te kennen geven dat de groote van de schuiten evenaard, die van Pernisse en ander Plaatsen in Holland, welke deelen in het genot van de premie in bovengemelde KB bepaald en dat over het algemeen sedert op deze kusten den zoogenaamde panharing zich heeft vertoond, men eerst heeft begonnen om in het wintersaisoen zeewaarts te gaan, en wel met die zelfde schuiten, die bevorens maar van de maand Maart tot October werden gebezigd, en waarmede zij niet alleen op de panharing sedert dien tijd, maar ook op de vangst van andere zeevisch hun hebben toegelegd, en tot heden dit voortzetten onaangezien nu reeds sedert meer dan 6 jaren geen panharing aan de kusten van deze Provincie gevangen word,gelijkt blijkt uit het ongelukkig geval van den 17 decb: 1834 wanneer een visschuit met 5 man in zee is verongelukt, en van een cordenschuit een man is over boord geslagen zijnde het korderschuit met een kiel gebouwd waar van de lengte is van 1200 over de 1300 duimen, wijdte van 400 tot 418 duimen en holte van 170 tot 200 duimen en alzoo gemeten van 40 tot circa 60 ned:tonnen, en bemand ieder met 5 man, waaronder onderscheidene noch daar te boven met een Jongen.

En betrekkelijk de soort en hoeveelheid van netten, waar van zij voorzien zijn, zoo mede de wijdte der mazen.

Die bestaan in drie soorten,te weten

1 korder net-dienende tot het vangen van Roggen en flooten waarvan de mazen wijdt zijn op het voorEnd 19 en daar achter 11. ned.duimen.

2 Schol kordernet, dienende tot het vangen van schelvisch, tarbot schollen tongen etc

De mazen wijdt wijdt op het voorEndt 10 à 11 en in het achterEnd 7 à 8 duimen zoo dat beide netten aan het voorenden bevatten 320 à 340 scholen of mazen en van achteren 80 à 100 mazen

Raamkenl?? Net dienende tot het vangen van panharing

De wijdte der mazen zijn

Van voren 4 en van achteren twee duimen en aangaande de tijd dat de schuiten van den 15 Novb: tot 14 febr: ter uitoefening van de visscherij zonder terug te komen in zee blijven, en op welken afstand zij gewoonlijk hun van de kust houden- daar op diend, dat zij gewoonlijk, tusschen de Zon en maandag uitloopen en het weder het toelatende meestal des vrijdagsavonds wederkeeren, doch echter niet de gansche week in zee blijven daar zij gewoonlijk des woensdag smorgens voor het kanaal komen, om hun gevangene visch aan aldaar zich bevindende vaartuigen over te geven, wanneer zij met het eerste tij weder hun zeewaarts begeven, en als dan des vrijdags avonds of Zaturdag morgen weder binnenkomen terwijl den afstand die zij van de kust gaan van 6 tot 8 uren wordt berekend zoodat zij soms de Engelschen kust bereiken.

En eindelijk of naar ons gevoelen thans de toepassing van ZM besluit: van 15 Novb: 1825 (St.blad no 75) ook voor Zeeland wenschelijk en onder zekere wijzingen mogelijk is – vermeenen wij ten vollen bevestigend te kunnen beantwoorden, aangezien bij het uitvaardigen van genoemd besluit , men met het verzoek om te deelen in die gunstige bepaling alleen is teruggehouden, door de bepaling van beug of hoekwant visscherij: terwijl doch de vischnetten door hun gebruikt wordende zoo in groote als wijdte der mazen, niet minder zijn als die door de Hollandsche visschers worden gebezigd- en zij even aan dezelfde gevaren wat hun schuiten en vischtuig betreft blootstaan en onderworpen zijn, zoo al met dien stand de eenige zeer zekere de voornaamste dezer gemeente is, die het bestaan van de Ingezetenen uitmaakt, daar de Zoutnering voormaals uit een aanzienlijke getal zoutkeeten bestaande waardoor en waarin vele middel van bestaan vonden, thans zich tot twee bepaald, terwijl de Landlieden alhier eene niet noemenswaardigen getal bedragen en zeer weinig tot de welvaart dezer Gemeente toebrengen

Zoodat het van het hoogste belang is de visscherij van deze Gemeente, die uit uit ruim 1200 zielen bestaat ver het meerder deel daar in hun bestaan vinden, worde in stand gehouden en door alle mogelijke middelen ondersteund en opgebouwd word, waartoe de toepassing van het reeds meermalen gemelde KB, en omtrents welks wijziging zoo het ons voorkomt alleen zich zoude bepalen tot het ook toelaten van het visschen met kordernetten en dat de premie niet aan Reeders die hier niet gevonden worden, maar aan de Eigenaaren der Schuiten, die gemeenelijk bestaan, in vier personen, welke tevens op dezelve als Schippers of matroos varen worde toegekend en dat het bedrag van dezelve gelijk aan die van Holland vergund wordt, daar de Schuiten in gezegde Provincie van dezelfde groote maar zijn als die van deze Gemeente, zoowel als de Vischnetten en Mazen deszelver allen geen beug of hoekwant zijnde , terwijl zeegevaar en onderhoud van van de schuiten en vischtuig in dit jaargetij mede met die van Holland gelijkstaat, terwijl de verdere bepalingen van dat KB zonder wezentlijke verandering zoo het ons voorkomt, kunnen behouden worden.Wij nemen mitsdien de vrijheid om in het belang van deze zo zeer verarmde Gemeente Uwe Excie Eerbiedig te verzoeken om bij Heeren GS zoo veel doenelijk gunstig berigt en voordragt aan ZM op dat adres te bewerken, terwijl het in het adres der visschers aan ZM aangevoerde , dat met onze heeft plaats gevonden,met de waarheid ten vollen overEenkomt en dat alzoo zouden opbeuring en ondersteuning de visscherij dezer Gemeente niet vele jaren meer zal kunnen bestaan, daar het getal schuiten van 24 in 1830 nu reeds tot 16 is gedaald en waar voor de vooruitzichten gelijk mij bij Uwe Excie bezoek alhier op den 26 Aug: Uwe Excie hebben medegedeeld gansch niet opbeurend zijn, zoo dat wanneer het meergenoemde KB ook op hun werk ? toepasselijk verklaard, zij bij dat genot eene tegemoetkoming zouden erlangen waardoor dezelve in Stand werd gehouden en en dat niet anders dan het welzijn eener groote doch zeer arme Gemeente zoude verstrekken,- welk een en ander wij aan Uwe Excie gunstige attentie met allen Eerbied durven aanbevelen.

De Burgemeester

CDB

Soms slecht leesbaar kladafschrift !!

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 6 November 1835

Gelezen zijnde eene missive van B en W van Arnemuiden van den 26 October l.l. no 246 daarbij inzendende een door den gemeenteraad vastgesteld reglement van Plaatselijke Politie

Is goedgevonden

1ter voldoening aan art:31 van het Reglement op het Bestuur ten plattenLande , den ontvangst van voorschreve eglement te accuseren en aan Burgemeester en Wethouders van Arnemuiden te kennen te geven,dat nader aan dezelve zal worden medegedeeld of bij examinatie daarop eenige bedenkingen zijn voorgekomen,met uitnoodiging om inmiddels aan het voorschr; Reglement geene executie te geven

Etc

De Griffier der Staten,

Van der Heim

Arnemuiden den 9 November 1835

Onderwerp; Aanvrage gezegelde patentbladen

De Ontvangene gezegelde patentbladen voor deze gemeente afgegeven zijnde, hebben wij de eer uwe Excie te verzoeken ons nog een 20 stuks te doen toekomen, wordende deze voor de afgifte alsnog benoodigd geaccordeerd

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden den 17 Novb: 1835

Onderwerp: Toezending Staat Reisgelden

Hiernevens hebben wij de eer in duplo aan uwe Excie te doen toekomen de Staat van het door ons betaalde reisgeld aan den Kannonnier Klaas Klaasse dezer gemeente, welke naar het depôt van zijn korps is vertrokken,ten einde zijne afrekening tot stand te brengen en zulks ingevolge Uwe Excie circulaire van den 11 dezer maand P:Blad no 99

De Burgemeester

CDB

NOMINATIVE STAAT van Manschappen uit de Gemeente Arnemuiden welke wegens hunne volbragte diensttijd zich bij hun Korps moeten vervoegen ter bekoming van het Paspoort

1 Klaassen Klaas; 6e Bat: Artillerie Nat: Militie.

Zich te melden te Bergen op Zoom op 13.00 uur

Middelburg den 12 November 1835

Onderwerp: Schutterij

Ten einde ik na het berigt hetwelk mij dien aangaande bereids van UEd: is toekoemen, ook voor het vervolg bekend blijve met de positie van de provisioneel van de inlijving vrijgestelde schutters of schutter , behoorende tot den 1e ban der ligtingen van 1833 en 1834, en vermeld bij mijne missive d.d. 22 Julij j.l. A no 9198 1e Afd: ,heb ik de eer Uw Ed: te verzoeken om mij regelmatigop den 1e van ieders maand, aanvankelijk den eersten December aanstaande nopens het al dan niet in leven zijn hunner wettige kind of kinderen, of de voortdurende zwangerschap hunner vrouwen in het laatse geval onder overlegging der vereischte certificaten, te onderrigten.

De Staatsraad Gouverneur

Van de Provincie Zeeland

Bij deszelfs indispositie

A.C. van Citters

Lid der GS

Arnemuiden 1 December 1835

Onderwerp: Schutterij

Wij hebben de eer Uwe Excellentie te berigten dat de kinderen van de voor den eersten Ban Provisioneel vrijgestelde Schutter David Geldhof en Jan Kraamer dezer gemeente beide alsnog in leven zijn en zulks in voldoening Uwe Excie missive dato 12 Novb: dezes jaars Ano 14086 1e Afdeeling

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 15 November 1835

Onderwerp: Patentbladen

Ik heb de eer UEd: hiernevens toe te zenden twintig stuks Patentzegels voor het dienstjaar 1835( beginnende 1e mei) en zulks ter voldoening aan uwe missive van den 9e dezer no 279 met verzoek mij daarvan den ontvangst te willen melden.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Arnemuiden den 17 Novb. 1835

Onderwerp: Ontvangst Patentbladen.

Wij hebben de eer Uwe Excie den ontvangst te accuseren van twintig stuks Patentzegels voor dit loopende dienstjaar en zulks ter voldoening aan uwe Excie missieve van den 15 dezer A no14023.

De Burgemeester

CDB

Extract uit het verbaal Van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 6 November 1835

Rapport gedaan zijnde op Staten van Begrooting voor de Rustende Schutterij in deze provincie voor het jaar 1836

Is goedgevonden

De begrootingen te arresteren: 3e Kompagnie 1e District

In ontvang en uitgaaf respectivelijk op f.256-

Het aandeel voor de gemeente Arnemuiden op f.18,01

Etc

De Griffier der Staten

Van der Heim

Middelburg den 26 November 1835

Onderwerp: premie visscherij

Uit het medegedeelde bij uwe missive van den 18 dezer no 277 omtrent het aanzoek van Marinus de Nooijer c.s. tot toepassing der bij besluit van den 15 Nov: 1825 toegekende premie op hunne visscherij bij mij ten aanzien van twee bijzonderheden nog eenigen twijfel gerezen zijnde, heb ik de eer UEd: ten vervolge daarop nader in te lichten.

1 of het wel juist is dat de grootte van de korder schuiten uwer stad de te Pernis en andere plaatsen van Zuidholland voor de kust visscherij gebezigd wordende vischschuiten evenaren, daar laatstgemelde voor zoo veel mij bekend is, zoogenaamde blok of gaffel schuiten zijn, welks inhoud een gewone korderschuit ver schijnen te overtreffen.

2 of het wel zeker is, dat de korderschuiten met een kiel zijn gebouwd, daar het voorkomt dat zij plat geboomd zijn & dus niet kunnen geacht worden tot de eigenlijke kielschepen te behooren.

De Staatsraad Gouverneur van de

Provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Onderwerp: Premie visscherij

In antwoord op Uwe Excie missive van den 26e dezer maand B. no1547 1e afdeeling betrekkelijk eenige twijffel bij uwe Excie gerezen op het door ons bij missive van den 18 te voren no 277 medegedeelde op het adres van Marinus de Nooijer etc tot toepassing der bij het besluit van den 15 Novb. 1825 toegekende premie op hunne visscherij, nopens de grootte en bouwwijze van hunne schuiten hebben wij de eer Uwe Excie te berigten

1 Dat ten bewijze de groote van de korderschuiten dezer gemeente, de te Pernis en andere Plaatsen in ZuidHolland voor de kustvisscherij gebezigd wordende evenwel geen blok schuiten aldaar meer gebruikt worden maar juist dezelfde als ter dezer Plaats, die aldaar onder den naam van bezaanschuiten zijn bekend, en dat zelve en onze gemeente drie schuiten gevonden worden die te Pernis in den tijd zijn gekogt en

2 Dat onze vischschuiten meestal korderschuiten genaamd van dezelfde soort zijn als die van genoemde Plaats, niet plat geboomd zijn, maar allen, hoewel geen hoekers noch gaffels zijnde doch wel zeker tot de kielschepen zijn behoorende

De Burgemeester

Den 30 Novb: 1835

Aan het Achtbaar Gemeente Bestuur

Te Arnemuiden

Het Hervormd Diaconie Armbestuur te dezer stede verzoekt het Achtbaar Gemeente Bestuur toe te staan de Vijftig Guldens onvoorziene Uitgaven door de EGA staten dezer Provincie op de staat van begrooting dezes jaars tot uitgaaf gepermitteert te mogen gebruiken; ten einde de bestedingskosten van twee alhier te bestedene weezen daarmede te voldoen, omdat het de bovengem; Armen zoo benoodigd heeft

Uit naam & Last van

Het Hervormd Diaconie Armbestuur

Handtekeningen

Arnemuiden den 27 Novb.1835.

Middelburg den 1 December 1835

Onderwerp: vervoer van buskruid

Ik heb de eer UEd: kennis te geven, dat in den loop dezer week bij daartoe geschikt weder door middel van transport te water van den Buskruidmolen no 9 ( de Goude Draak) naar het fort Rammekens zal worden vevoerd eene te dien einde aldaar gereedliggende hoeveelheid proefhoudend artillerie & infanterie buskruid.

Ik verzoek UEd: om te zorgen dat bij de eventuele lading, lossing of vervoer van gemeld materieel in of door uw gemeente de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art:58 der wet van den 26 Januarij 1815 (Staatsblad no 7 ) voorgeschreven.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie zeeland

Van Vredenburch.

Middelburg den 20 November 1835

Onderwerp: Oprigting stijfsel Fabrijk

Ik heb de eer UEd hiernevens toe te zenden een adres van Cornelis Jacobus Baars binnen uw stad strekkende tot verkrijging der vergunning om aldaar eene stijfsel Fabrijk op te rigten, met verzoek dien aangaande de informatien in te winnen, bedoeld bij art: 4 van ZM Besluit van den 31 Januarij 1824 St.blad no 19, en mij het Procesverbaal deswege gezegeld & geregistreerd in te zenden, tevens onder bijvoeging casu quo eene in den gebriukelijken vorm ingerigte voordragt van den stedelijke raad tot het bekomen der vereischte autorisatie voor de uitgifte in chijns van den bij het adres bedoelden grond.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland

Onderwerp: Oprigting Stijfselfabriek

Bij Uwe Excie Missive van den 20 Novb: l.l. B no 1533 1e afd: verzogt zijnde betrekkelijk het daar bijgevoegd adres van C.J. Baars alhier strekkende tot verkrijging der vergunning om alhier een stijfselfabriek op te rigten dien aangaande de informatien in te winnen, bedoeld bij art:4 van ZM besluit van den 31 Jan: 1824 (St.bl. no 19) en Uwe Excie het Processverbaal deswege gezegeld en geregistreerd te doen toekomen met bijvoegen casu quo eener in den gebruikelijken vorm ingerigte voordragt van den stedelijken Raad tot het bekomen der verEischte autorisatie van de uitgifte in chijns van den bij het advies bedoelden grond hebben wij de eer in voldoening daar aan uwe Excie te berigten dat aangezien genoemde fabriek verlangd word in een weide het zoogenaamde Christiaan Poldertje behoorende aan deze stede op te rigten, en mitsdien geheele buiten den kring verwijderd van de gebouwen dezer gemeente, geene Ingezetene daardoor eenig ongemak of schade kan worden toegebragt; wij gemeend hebben geen Proces verbaal van het bedoelde bij art:4 van gemelde KB te moeten of ook te kunnen opmaken; terwijl wij een afschrift van de deliberatiën van den Raad dezer stede betrekkelijk de benoodigde autorisatie voor de uitgifte in chijns van den grond voor die Fabriek gevraagd, de eer hebben met terugzending van dat adres aan uwe Excie te doen toekomen.

De Burgemeester

CDB

Den18 Decb: 1835

Extract uit de Notulen der vergadering van den raad der stad Arnemuiden

De Burgemeester legd bij den Raad over en word gelezen eene Missive van Zijne Excie den Heer Staatsraad Gouverneur dezer provincie in dato 20 Novb: j.l. B no 1533 1e afd; waar in Burgemeester en Wethouders onder bijvoeging van een adres can C.J.Baars hier woonachtig aan Heeren G.S. gepresenteerd strekkende tot verkrijging der vergunning om alhier een stijfsel fabriek op te rigten, worden verzocht dienaangaande informatien in te winnen, bedoeld bij art:4 van ZM besluit van den 31 Januarij 1824 (St.bl. no 19) en aan ZExcie deswege Proces verbaal gezegeld en geregistreerd in te zenden, onder bijvoeging casu quo eenen in de gebruikelijken vorm ongezegelde voordragt van den Stedelijken Raad tot het bekomen der verEischte autorisatie voor den uitgifte in chijns van het bij het adres bedoelden grond.

De secretaris onderteekenaar van dat adres verlaat de vergadering

Daarna het genoemde adres nader gelezen zijnde:

Is, in overweging genomen

1 dat alhier geen stijfselfabriek thans bestaat en de oprigting en in werking in het belang der Gemeente is, aangezien dezelve bij oprichting? een middel van bestaan voor eenige ingezetene kan uitmaken.

2 dat de plaats alwaar verlangt wordt die fabriek op te rigten buiten de kom der gemeente gelegen is, en alzoo nimmer eenige schaden aan het bebouwde in den Gemeente kan teweeg brengen

3 dat het zoogenaamde Christiaan Poldertje eigendom dezer stede zijnde, zeer geschikt voorkomt om die fabriek aldaar op te rigten, waarvan de pacht met St.Catharine 1836 eindigd, en ingeval voor het gebruik de nu daarvoor betaald wordende som voor pacht, jaarlijks aan chijns word goedgedaan de stede in hare inkomsten niet word benadeeld, aangezien bij eene vernieuwde pacht bij een vernieuwde pacht er geen vooruitzicht zich opdoet die pachtsom zal verbeterd worden, als zijnde goed en wel verpacht.

Is goedgevonden en verstaan aan HEGA van Zeeland voor te dragen aan deze vergadering de noodige autorisatie te verleenen, om voorschreve Christiaan Polder in gebruik tot het oprichten van een stijfselfabriek aan den adressant C.J.Baars uit te geven—onder deze navolgende bepalingen

1 dat den adressant met den tegenwoordigen pachter van dat Poldertje voldoende overeenkomst worde gemaakt voor het laatste pachtjaar, zoodat ingeval dien pachter daarvan afstand doet, hij hij de pacht van dat jaar aan deze stede voldoet.

2 dat de adressant bij het vrij gebruik van dat Poldertje ter oprichting van die fabriek, jaarlijks aan de staat betaald, eene som van f.34- zijnde de tegenwoordig betaald wordende pachtsom en zulks voor den 1. December van ieder jaar.

3 dat bij nalatigheid of in gebreke blijven van die som voor chijns, het bestuur dezer stede

Voorschreve Christiaan Polder ten behoeve der stad dadelijk kan naderen en verpachten

Terwijl den adressant of eigenaar van de aldaar op te richten fabriek in de mindere pachtsom als die van f.34- ‘sjaars zal behoren aan te vullen maar niet in de beide ? deelen, die ten voordeele der stede mogt bedongen worden.

N.B. de laatste 3 regels zijn doorgekrast !

4 dat ingeval voorschreve aldaar op te richten fabriek niet aan de verwachting mogt beantwoorden, of de Eigenaars dezelve in der tijd weder mogten ???? af te breken, dezelve wel het het Christiaan Polder in gebruik zullen kunnen behouden mits jaarlijkse gemelde som van f.34- blijvende betalen doch daar van afstand doende evenwel jaarlijks die chijns zal behooren te voldoen, tot dat dezelve Polder weder in dien staat is gebragt waarin dezelve zich thans bevind, om evenals nu, voor eene weide te kunnen worden verpacht, opdat de stede in der tijd daar van geen schade in hare inkomsten mag bekomen.

5 dat bij verkoop van de nu op te rigtene fabriek, den adressant of Erfgenamen in der tijd, dezelve niet anders dan onder vorenstande bepalingen verkoopen onder kennisgeving en goedkeuring daarvan aan den Raad dezer stad.

En eindelijk dat de grondlasten blijven voor rekening dezer stede .

Van deze deliberatiën en verklaringen een afschrift aan Heeren GS bij missive in te zenden om daarop?? goedkeuring en autorisatie te mogen erlangen.

Klad !!

Extract uit het verbaal van Heeren GS van de Provincie Zeeland

Vrijdag den 27 November 1835

Over het derde kwartaal dezes jaars voor de provinciale belasting en Opcenten t.b.v. de steden Hulst en Axel en de gemeenten ten platten lande is ontvangen krachtens KB van den 9e December 1826 no 237 en beschikbaar gesteld eene som van f.14.869,66 ter repartitie.

Etc

De Griffier der Staten

Van der Heim

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 27 November 1835

Rapport gedaan zijnde

Op de begrootingen voor het jaar 1836 van de navolgende gesubsidieerde Armbesturen:

Van de Hervormde Diaconie Armbesturen te Arnemuiden

Is Goedgevonden

De opgemelde begrootingen behoudens de in sommige derzelve gebragte wijzigingen en daarbij gestelde marginale aanmerkingen goed te keuren.

Etc.

De Griffier der Staten

Van der Heim

Extract uit het verbaal van Heeren GSvan de Provincie Zeeland

Vrijdag den 27 November 1835

Rapporet gedaan op het ten dien einde bij resolutie van den 6 November no 16 in derzelver handen gestelde Reglement van Plaatselijke Policie voor de gemeente Arnemuiden

Is goedgevonden

Overeenkomstig voorschr: rapport het bedoelde Reglement aan B & W van Arnemuiden, vergezeld van eene nota van aanmerkingn te retourneren; met uitnoodiging om hetzelve naar de opgevene bedenkingen te wijzigen en vervolgens aan de vergadering terug te zenden; ten welken einde afschrift dezer zal worden gezonden aan Burgemeester en Wethouders voornoemd tot informatie en narigt.

De Griffier derStaten

Van der Heim

Behoort bij resolutie GS dd 27 November 1835 no 17

Nota van aanmerkingen op het reglement van Plaatselijke Policie der gemeente Arnemuiden

Art: Bij dit art: behoort te worden gevoegd dat de belanghebbenden, die zich ten dezen met de beschikking van het Plaatselijk bestuur mogten bezwaard achten in Hooger beroep bij Heeren GS der Provincie kunnen komen.

Art 18: voor Jongelingen ware het beter te stellen aan kinderen of personen die daartoe niet bekwaam zijn.

Art 23 Dit artikel is te onbepaald gesteld , daar indien het de bedoeling is, om Dieften tegen te gaan, de bepaling overbodig is, vermits het wetboek van strafregt voorziet terwijl zoo men bedoelt straatschenderij, de bepaling meer duidelijk behoord te worden gemaakt

Art 24 Bij dit artikel behoord de uitzondering te worden gevoed, voor reizende personen als zodanig bekend.

Art: 25 men verlangt eene nadere omschrijving dezer bepaling vooral met betrekking tot de hoegrootheid der waarde van de verlotingen, vermits het geven van permissie tot verloting aan de Plaatselijke besturen slechts tot eene zekere hoogte is toegestaan.

Art 33 no2 van dit art: vereischt eenige verduidelijking terwijl de aanhaling van art 6 onder no 5 zal moeten worden weggelaten vermits tegen de overtreding dier bepaling bij het Provinciaal reglement boete is bepaald.

Art 36: Bijvoegen: zoo te dien aanzien bij algemeene of Provinciale verordeningen net anders is beschikt.

Art 37 De aanbeveling in het eerste gedeelte van het artikel is overbodig en daar de boeten van Polcie in de Stedelijken kas moeten worden gestort kan dit artikel geheel worden weggelaten.

Het slot van het reglement is onbestaanbaar met art: 31 paragraaf 2 &3 van het reglement van bestuur ten plaaten Lande, vermits alvorens eenige plaatselijke keure ter executie te leggen het berigt van den Ontvanger bij GS moet worden ingewacht, terwijl de Publicatie & uitvaardiging na het arresteren door den Raad overeenkomstig art 96 door B en W moet geschieden.

Arnemuiden den 30 December 1835

Onderwerp: Reglement Politie

Hiernevens hebben wij de eer ingevolge UEGA resolutie van den 27 Novb: no 17 en na de daar bij gevoegde nota van aanmerkingen gewijzigd te retourneren het reglement van Politie dezer Gemeente ten einde het ter nadere goedkeuring aan UEGA aan te bieden.

De burgemeester

CDB

Middelburg den 9 December 1835

Onderwerp: Mutatie miliciens

Mij ter kennis gebragt zijnde dat de loteling Joost Kraamer van de ligting 1832 en behoorende tot uwe stad aldaar op den 27 October j.l. is overleden, zoo verzoek ik UEd: om daarvan de vereischte aanteekening te doen op de alphabetische lijst van gezegde ligting en op het register van Ingelijfden model Litt: GG uwer stad

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Middelburg den 10 December 1835

Onderwerp: Schutterij

Ik heb de eer U:E: kennis te geven dat van de Afd: Zeeuwsche mobile Schutterij uit de sterkte is gebracht Joost van Belzen, wegens overlijden.

Ik verzoek U:E: hiervan aantekening te doen op de registers en rollen der Schutterij uwer Gemeente, en voorts voor zoo veel dit mogt worden vereischt, voor de aanvulling van den uit de sterkte gebragten te zorgen op den voet van het bepaalde bij art: 25 der wet van den 11 April 1827 ( St.blad no 17 )

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

No 214

Middelburg den 14 December 1835

Onderwerp: Belooning van de Zetters over het dienstjaar

                   1834/1835

Door Zijne Excellentie den Minister van Financiën bij Resolutie van den 28 November j.l.. no 93, Afdeeling Directe belastingen, de voorgestelde belooning der Zetters, wegens de werkzaamheden van het Patent-Regt in de gemeenten, alwaar meer dan twintig artikelen op de primitive Kohiere voorkomen, over het dienstjaar 1834/ 1835, goedgekeurd en vastgesteld zijnde, heeft dezelve daarbij aan de Zetters uwer gemeente, over dit Dienstjaar, toegelegd:

Eene som van f. 7,18

Waarvan de ordonnantiën aan de Ontvangers der Directe belastingen verzonden zijn; UEd: hiervan bij deze informerende, heb ik tevens de eer UEd: te verzoeken de belanghebbenden daarvan kennis te geven.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Middelburg den 17 December 1835

Onderwerp: Staat Personeel Plaatselijk bestuur

Uit den staat van het Personeel van het bestuur uwer stad in October 1835 is gebleken dat daarin de jaren van aftreding niet juist overeenkomstig de in den tijd plaats gehad hebbende lotsbeslissing dienaangaande in verband met het beginsel vervat in art: 18 van het reglement op het bestuur ten platten Lande zijn opgegeven , en de Wethouders niet tevens in hunne betrekking als Raadsleden met derzelver daaraan bijzonder vebondene jaren van aftreding zijn voorgesteld, weshalve ik deze misstellingen in mijne Bureaux op den bedoelden staat met rooden inkt heb doen aanwijzen, ten einde UEd: door toezending van denzelven daarmede tot narigt bekend te maken gelijk ik dan ook de eer heb zulks bij deze te bewerkstelligen.

De Staatraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 18 December 1835

Goedgevonden

De benoeming van J. Tielemans tot Arrondissementsijker te Middelburg in de plaats van den eervol ontslagenen A.K. van Noppens, kennis te geven aan de besturen der Steden en gemeenten in het 1e District dezer provincie; ten welken extract ter informatie etc

De Griffier der Staten

Van der Heim

Vlissingen den 22 December 1835

Ter notificatie onzer controle voor het jaar 1836 is mij van wege de Raad van administratie der Mobiele Stedelijke Schutterijen de last geworden om bij iedere schutter te vermelden deszelfs schutterlijke dienst welke hij reeds voor zijne inlijving bij de Mobiele Schutterij had volbragt; in dier voege omschreven de schutterlijken dienst voor de inlijving bij de Mobiele van den …. Tot den…. Ten einde daaraan te kunnen voldoen; heb ik de eer UEd: te verzoeken bijgaande staat zoodanig te willen doen invullen.

De kommanderende officier van het 1e Batt: der afdeeling Z:M: schutterij

B.Ritter

Kapt:

N.B. Mag ik UEA verzoeken mij de voornaam van de Moeder van de schutter Hendrik Blom voluit geschreven te doen kennen.

B.Ritter

Kapt:

Arnemuiden den 28 December 1835

Wij hebben de eer UEdG hiernevens ingevuld renvoijeren de staat van vorige dienstbetrekking van den 1e Luitenant Baars C.J. en zulks ingevolge UEG missive d.d. 22 dezer maand no 597 met verder kennisgeving dat de voornaam van de moeder van den schutter H: Blom is Cornelis

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 23 December 1835

Onderwerp: Afhaling veldwachterskleeding

Ik heb de eer UEd: kennis te geven dat aan het provinciaal Gouvernement te Middelburg voor den veldwachter der gemeenten Arnemuiden en Kleverskerke de navolgende kleeding- en equipementsstukken beschikbaar zijn gesteld:

Als 1 rok; 1 broek; 1 paar slobkousen; 1 stropdas; 1 hoed; 1 pet

Welke Kleeding- en equipementsstukken, overeenkomstig paragraaf 4 van mijn besluit van den 13 Januarij l.l. A no 562 1e afd: (P.B. no 6) tegen een behoorlijk door UEd: opgemaakt en geteekend reçu kunnen worden afgehaald.

De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Aan de Achtb: Regering

Van Arnemuiden

De kerkeraad der gemeente van Arnemuiden heeft de eer der Achtb: Regering van gemelde gemeente te informeren dat in plaats der afgaande Diakenen

Pieter Kraamer en

Klaas Jac. De Nooijer

Op het dubbeltal gebragt zijn:

Joos van der Weel,

Leendert Keur,

Marinus Mar. de Nooijer en

Pieter de Meulmeester, met vriendelijk verzoek tevens, dat daaruit door UEA naar welgevallen moge gekoren worden.

Namens den Kerkeraad

J. Wanrooij

Arnemuiden

28 December 1835

Arnemuiden den 29 December 1835

Onderwerp:Benoeming diakenen

De Raad der stad Arnemuiden heeft in hare vergadering van heden, uit het door Uwe Eerw: toegezondene dubbeltal van Diakenen, in plaats der Aftreden diakenen Pieter Kraamer en Blaas Jacobse de Nooijer benoemd Joos van der Weele en Leendert Keur, waarvan wij de eer hebben Uwe Eerw: kennis te geven, met verzoek de benoemde hiervan te onderrigten, en haar volgens kerkelijk gebruik te bevestigen

De Burgemeester

CDB

Middelburg den 26 December 1835

Onderwerp: Uitgifte Cijns Christiaanpoldertje

                   En verzoek Baars tot oprigting stijfselfabriek

De voordragt tot uitgifte van het aan uwe stad toebehoorend Christiaanpoldertje in cijns aan Cornelis Jacobus Baars tot oprigting van een stijfselfabriek, welke uwe missive van den 18 dezer no 291 begeleide, heeft bij het voorloopig ondrzoek deswegen tot de volgende aanmerkingen aanleiding gegeven.

1 is dezelve niet ingerigt naar het voorgeschrevene bij het provinciaal blad no 79 van 1827 nopens de aanvragen om autorisatie tot vervreemding van eigendommen, het aangaan van transactién enz. als ontbrekende daaraan den staat van aanwijzing mitsgaders de acte van schatting en meting bij gemeld blad bedoeld, na het zich voordoend geval gewijzigd opgemaakt;

2 Dat in overeenstemming met het bepaalde bij art: 29 van het Reglement van bestuur te Platten lande, de Burgemeester aan de beraadslagingen van den gemeente-raad over de onderhavige zaak niet had mogen deelnemen, als een onderwerp betreffende hetwelk een van deszelfs bloedverwanten binnen den derden graad aanging en dat gevolgelijk niet de secretaris, zoo als blijkens het ingezonden verbaal of Notul heeft plaats gehad, maar de Burgemeester zich door het verlaten der vergadering aan de aan de deliberatiën in het besluit deswege had behooren te onttrekken.

Ik heb mitsdien de eer UwEd: onder mededeeling dezer aanmerkingen te verzoeken, om dienovereenkomstig de aanvrage tot voorz: uitgifte van het Christiaanpoldertje in cijns nader te behandelen en voor te dragen en mij vervolgens de deliberatiën van den stedelijken raad te dier zake met den verlangden staat van aanwijzing en de acte van schatting en meting door twee deskundige en geheel onzijdige personen opgemaakt en geteekend, nader te doen toekomen, wanneer deze zaak met het verzoek van C. J. Baars, tot oprigting eener stijfelfariek door mij bij Heeren GS der provincie in overweging zal worden gebragt.

De Staatsraad Gouverneur

Van de provincie Zeeland

Van Vredenburch

Christiaanpoldertje

No 76 bis Weiland groot 60 roeden 50 ellen aangeslagen in de 2 klasse op f.22,99 kadastraal en komen zonder aftrek van polder en dijklasten-

Aan de Heer Gouverneur

Van Zeeland

Onderwerp: Uitgifte chijns Christiaan Poldertje

                   En verzoek Baars tot oprigting Stijfselfabriek

Naar aanleiding van den bij Uwe Excie Missive van den 26 Decb: l.l. b no 1678 1 afd: medegedeelde aanmerkingen op de voordragt tot uitgifte van het aan onze stad toebehoorende Christiaan Poldertje in chijns aan Cornelis Jacobus Baars tot oprigting van een stijfselfabriek, bij onzen missive van den 18 decb: 1835 no 291 aan Uwe Excie geadresseerd, hebben wij de eer uwe Excie nevens deze te doen toekomen eene nadere of vernieuwde deliberatiën door den Stedelijken Raad de 8 dezer maand deswegens gehouden met bijvoeging van een staat van aanwijzingen, een acte van Schatting en meting bij het Provinciaal blad no 79 van 1827 voorgeschreven, hetwelk bij de liberatiën van den 16 Decb: 1835 was geomitteerd zoo wel als dat in dezelve geene melding is gemaakt de Burgemeester de vergadering heeft willen verlaten. Doch door de Leden is aangedrongen tegenwoordig te blijven, terwijl wij hopen een en ander door uwe Excie mag worden geapprobeerd en het gedane gemelde verzoek tot oprigting eener stijfselfabriek bij heeren GS door uwe Excie in overweging mag worden gebragt,

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden 29 december 1835

Onderwerp: Autorisatie op de onvoorziene uitgaven

Door de Controleur bewaarder van het kadaster ons toegezonden zijnde , twee declaratiën als een voor de bijwerking van het exemplaar der tafels en leggers dezer gemeente à f.3= en een voor de bijwerking van het exemplaar der kadastrale plans dezer gemeente mede van f.3=zoo hebben wij de eer UEG te verzoeken om autorisatie te verleenen van den gemelde som, uit de onvoorziene uitgaven te mogen betalen.

De Burgemeester

CDB

Heden den 6 Januarij 1836

Hebben ondergeteekende J. Schoonenboom en Antheunis Boogert beide landlieden wonende te Arnemuiden ten verzoeke van B &W dezer stad ons begeven naar het Christiaan Poldertje behoorende aan deze stede en gelegen buiten de kom der gemeente ten noorden de Zuidwalle ten oosten Schuttershof mede te zuiden het Arnemuidsche kanaal ten westen de Westdijk hetwelk wij gemeten hebben en bevonden te zijn groot 60 roeden en 50 ellen en en naauwkeurig hebben bezigtigd zoo betrekkelijk de deugdzaamheid der grond als ligging van het Poldertje , zoo verklaren wij hetzelve weidtje eene waarde toe te komen in koop op eene somme van f.450:- en jaarlijksche pacht of huur de som van dertig gulden.

Welke meting, waarde schatting wij hebben gedaan in gemoede naar onze beste kennis en wetenschap waarvan wij deze Acte hebben opgemaakt te Arnemuiden op dato als in het hoofd daar is gemeld

Extract uit het verbaal van heeren GS van Zeeland

Vrijdag den 18de December 1835

Door den Staatsraad Gouverneur overgelegd zijnde , de prealabel door Zijn HoogEd.Gestr. ingewonnen berigten, aangande de wederbenoeming van gemeente-Raadsleden te platten Lande, voor de aftreding welke. Ingevolge art.17 in verband met art.18 van het Reglement op het bestuur te platten lande, op den 2den Januarij aanstaande moet geschieden, of betrekkelijk de vervanging van zoodanige gemeente-Raadsleden, wier wederbenoeming, uit hoofde van het verliezen vanderzelver radicaal, te kennen gegeven verlangen, om niet in deze betrekking te worden gecontinueerd of om andere redenen, niet in aanmerking kan komen;

Is goedgevonden

Voor de tijd van zes jaren, weder te benoemen tot de onbezoldigde betrekking van Lid van den gemeente-Raad van Arnemuiden de op den 2e Januarij 1836 aftredende leden

Jannis de Marée

Jan van de Weele

Etc

Accordeert met voorschr: verbaal

Van der Heim

Anemuiden den 6 Januarij 1836

Onderwerp: Gealimenteerde kinderen

Wij hebben de eer in voldoening aan UEGA besluit van den 21 december van het vorige jaar ( PB no 108 ) bij deze aan Uwe Excie te doen toekomen een nominative staat der weezen; mede door het gesubsidieerd wordende Armbestuur dezer gemeente gealimenteerd worden,waaronder wij de vereischte verklaring hebben gesteld, terwijl alhier geen andere arminrigting aan het gemelde diakonie Armbestuur bestaat

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden den 13 Januarij 1836

Onderwerp: Toezending Staat Reisgeld

Hiernevens hebben wij de eer in duplo aan uwe Excie te doen toekomen de staat van het door ons betaalde reisgeld aan de Fuselier Giffard en van Belzen der ligting van 1827 der Ligting van 1827 en dezer gemeente, welke naar het Depot van hun korops zijn vertrokken ten einde ingevolge uwe Excie circ: van den 29 December 1835 PB no 112 hunn afrekening tot stand te brengen

De Burgemeester

CDB

Arnemuiden den 13 Januarij 1836

Onderwerp: Toezending staat reisgeld

Hiernevens hebben wij de eer in duplo aan uwe Excellentie te doen toekomen de staat van het door ons betaalde reisgeld aan de Fuseliers Giffard en van Belzen der ligting van 1827, en dezer gemeente, welke naar het depot van hun korps zijn vertrokken, ten einde ingevolge uwe Excellentie circulaire van den 29 december 1835 PB no 112, hunne afrekening tot stand te brengen

De Burgemeester

CDB

etc

Ga naar boven