Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1836 - 2

Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de gemeente Arnemuiden

 

Toegangsnummer 1200 Inventarisnummer: 110

Ingekomen stukken en Kladafschriften van uitgegane stukken  1836 deel 2

 

Samenvatting: Arnemuiden  1 October 1836 Aan den Gouverneur Kennisgeving dat de kinderen der voor den 1e Ban Schutterij provisioneel vrijgestelde Schutters nog alle in leven zijn.. Ook zijn door voortdurend toezicht geen bedelende personen aangetroffen of voor ons gebracht.. Ook geen overtredingen geconstateerd m.b.t. het gebruik der nieuwe Nederlandsche Maten en gewigten Wat het 3e kwartaal betreft de broodzetting is gezet naar opgave der marktprijzen alhier. Hierbij een  verbaal van onze bevinding van de staat der stedelijke kas volgens de bestaande verordening. Er is geen bericht ingekomen dat gedurende dit kwartaal iemand is gevaccineerd voor de kinderziekte of dat die ziekte is voorgekomen. De Burgemeester  CDB

Middelburg den 3 October 1836 Onderwerp: Transport buskruid In de eerste helft dezer week : een transport te water van het fort Rammekens naar den buskruidmolen no 9 ( de gouden draak); een hoeveelheid van 131 tonnen. Verzoek bij eventuele lading, lossing of vervoer van dit materieel het bij art 58 der wet van den 26 Januarij 1825 (S.B. no 7 ) voorgeschreven in acht te nemen. De Staatsraad Gouverneur Van de provincie Zeeland Van Vredenburch

Middelburg den 3 October 1836 Onderwerp: Declaratie verpleging L.Relte en E.Dingemanse Ten vervolge op onze missive van den 12 September l.l. no 8/2040 hebben wij de eer UEdA: hiernevens te doen toekomen declaratie wegens verleende medicinale hulp ten behoeve van Lambertus Relte  en zijn huisvrouw Elisabeth Dingemans ad f 4,80 ct van welke personen het onderstands domicilie binnen de stad Arnemuiden door UEA is erkend geworden bij derzelver missive van den 5 september daaraanvolgende no 218 b, met verzoek het bedrag derzelve wel kosteloos aan het Algemeen Armbestuur dezer stad te willen doen geworden.Burgemeester en Wethouders der stad Middelburg Handtekening Ter ordonnantie van dezelve Mecius

Middelburg, den 6 October 1836 Onderwerp: Mutatiën Weezen Op grond van mijne circulaire van den 4 Julij 1827 A no 6592 1e afd: N.M. ( P.B. no 78) heb ik de eer UwEd: hiernevens te doen toekomen extracten uit de aan mij medegedeelde opgave  aanwijzende de mutatiën en aanvullingen welke in het personeel der jongens en meisjes uit uwe stad in de kolonien der Maatschappij van weldadigheid in de Provincie Drenthe uitbesteed gedurende het jaar 1835 hebben plaats gehad en waarvan het getal gevoegd  met de daar vroeger overgebragte weezen, naar aanleiding van ’s Konings besluiten, van den 19 September 1826 en 25 Mei 1827 no 59 en 152 bij de effective bevolking voor zoo veel de Nationale Militie betreft moet worden medegeteld of verrekend en bij de omstelling van het kontingent voor de ligting van het volgende jaar in aanmerking gebragt. Ik zal vóór of uiterlijk op den 20 dezer maand uw rapport tegemoet zien, of de voorz: extracten ook eenige jongens of meisjes voorkomen, welke niet tot uwe stad behooren, in welk geval UEd  mij daarvan tevens  aanwijzing gelieven te doen, terwijl zoo deswegens geene aanmerkingen mogten bestaan, ik op het hierboven bepaalde tijdstip van UEd: de mededeeling daarvan zal inwachten De Staatsraad Gouverneur Van de provincie Zeeland Van Vredenburch

Arnemuiden 10 October 1836 In voldoening aan Uwe Excie missive van de 6e dezer maand A no 11684 1 Afd. hebben wij de eer uwe Excie te berigten dat er bij ons geene aanmerkingen zijn voorgekomen op den bij dien missive gevoegden staat der Mutatie van de Weeze Marinus Beekman dezer Gemeente De Burgemeester CDB

1911 Beekman Marinus geb:Arnemuiden datum: 4 Maart 1815 verblijf: Veenhuizen aankomst : 27 October 1828 rek: Herv. Diaconie Armbestuur Arnemuiden ontslagen: 13 April 1835.

Arnemuiden 10 October Onderwerp: Schutterij  De Schutter Lieven van Belzen dezer gemeente ons een aan Uwe Excie gerigte adres tot ontslag  uit de schutterij ter hand gesteld hebbende, ten einde dat zelve aan uwe Excie  met ons advis te doen toekomen, hebben wij de eer uwe Excie  te berigten dat gemelde schutter deszelfs tienjarigen dienst volbragt heeft en zoo het ons toeschijnt uit die betrekking door uwe Excie kan worden ontslagen. De Burgemeester CDB

Extract uit het verbaal van heeren GS van Zeeland Vrijdag den 7 October 1836 Gelezen een missive van B & W van Arnemuiden van den 27 September l.l. daarbij ter goedkeuring inzendende het proces-verbaal waarop door dezelve voor den tijd van zeven jaren ingaande de sint Catharina 1836, is verpacht geworden de aan die stad toebehoorende wei en zaailanden, en waarvoor is bedongen eene som van f.695, ’s jaars. Is goedgevonden Het proces –verbaal goed te keuren en van een approbatoire apostille voor zein aan B & W te retourneren etc. De Griffier der Staten Van der Heim

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland Vrijdag den 30 September 1836. Rapport over de Staten van begrooting voor de Rustende Schuterij in deze provincie, voor het jaar 1837 Is goedgevonden Deze goed te keuren voor de 3e Kompagnie 1e District In ontvang en uitgaaf respectivelijk f. 256,00 Voor de Gemeente Arnemuiden   f.17,87. Te voldoen uit de sommen welke op de Plaatselijke begrootingen over 1837 voor kosten der rustende Schutterij zijn toegestaan. Etc De griffier der Staten Van der Heim

Middelburg den 13 October 1836 Naar aanleiding eener door de Hooge Regering aan mij gedane communicatie, heb ik de eer UEd: kennis te geven, dat de inhoud mijner vertrouwelijke aanschrijving van den 8sten September jongstleden, geheim, K, no 292, kan geacht worden niet meer die geheime strekking te bezitten, waarin dezelve is opgesteld, en dat die aanschrijving mitsdien in het gewoon archief van B & W en van Burgemeesters en Assessoren kan worden opgenoemen. Kunnende de Burgemeesters ten platten lande zich mitsdien voor gemagtigd houden, om die aanschrijving aan het collegie van B & W of Assessoren te  communiceren en in het gewoon archief van hetzelve op te nemen. De Staatsraad Gouverneur van de provincie zeeland Van Vredenburch

Samenvatting van mededeelingen omtrent K.B. van 5 Julij j.l. (S.B. no 42) nopens de onwettig bestaande godsdienstige vereenigingen en bijeenkomsten hierbij vertrouwelijk de volgende bekendmakingen: Verzoeken tot het houden van godsdienstige zamenkomsten behooren schriftelijk te geschieden op zegel. Collectieve adressen of verzoeken met slechts een opgave van de personen die de zamenkomst wenschen bij te wonen kunnen niet aangenomen worden. Aanzoeken individueel moetende geschieden: bij inwilliging moet aan elk der verzoekers een bewijs van toelating worden afgegeven; opdat de Ambtenaren van toezigt ordelijk toezigt kunnen houden op dat bewijs en anderen niet voorzien , de toegang te beletten. Alleen aan aanhangers van A. Brummelkamp en geen anderen dan die werkelijk afgescheiden zijn van de Hervormde kerk en daarvan bewijs hebben geleverd kan toegang vergund worden. Oefeningen of zamenkomsten van anderen dan de z.g. separatisten vallen buiten de bepaling. Tot het houden van genoemde oefeningen enz meer dan 20 personen moetende bevatten; toestemming der Hooge Regering; regeling dagen , uren en de huizen waar de oefeningen plaatsvinden worden aan de Plaatselijke besturen overgelaten. De vergunning tot het mogen houden van godsdienstige oefeningen is slechts plaatselijk, kan slechts aan hun eigen ingezetenen worden verleend. De vergunning omvat ook de minderjarigen die geene ander woonstede dan die van hun ouders hebben. Geen zamenkomsten toegestaan in een schuur, of ander niet tot bewoning bestemd gebouw; alleen in een gesloten huis, bepaaldelijk binnenshuis, en alle openlijkheid derzelve begeert tegen te gaan. Toezien dat de huizen etc geen aanleiding geven tot ongelegenheden of verstoring van den godsdienst der erkende Kerkgenootschappen. Vaststelling van tijd en plaats op de meest raadzame ogenblikken . Er mag slecht z.g. oefening gehouden worden; in stilte binnen’huis met geslotene deuren, het lezen van den Bijbel etc en het doen van een verhandeling Verboden: het houden van soortgelijke bijeenkomsten als van erkende kerkgenootschappen: vrije toegang; aanstelling van een Leraar; inzamelen van gaven bedienen van sacramenten; inzegening van huwelijk; bevestiging  ambtsdragers etc. Overleg gemeente besturen met de regterlijke Policie-ambtenaren bij gelegenheden. Ofschoon volgens art: 292 van het wetboek van strafregt bepaalt het verbod van alle ongeautoriseerde godsdienstige bijeenkomsten, die ontbonden zouden moeten worden, een zekere wijziging naar de omstandigheden, wanneer er geen nadelige gevolgen zijn voor de rust der ingezetenen ; anders optreden van den sterken arm alleen in het geval van volstrekte noodzakelijkheid en niet dan met mijne voorkennis. De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland Van Vredenburch   Middelburg den 14 October 1836 Onderwerp: Ontslag Schutters Ik heb de eer UwEd te onderrigten dat de bij derzelver missive van den 10 dezer no 247 ingezondene stukken ten bewijze van het regt op ontslag uit de schutterlijke dienst van Izak van Belzen, behoorende tot den 2e of 3e ban uwer stad na gedaan onderzoek door mij buiten aanmerking zijn bevonden: Ik verzoek UwEd: alzoo aan den belanghebbende ontslag uit de schutterlijke dienst te verleenen, op den voet van het bepaalde bij de instructie van den 8 Mei 1829, ad art; 25 & 26 in fine (P.B. no 55) voor zijne aanvulling desnoodig te zorgen en van een en ander de vereischte aanteekening op de Registers en rollen der Schutterij te bewerkstelligen. De Staatsraad Gouverneur Van de provincie Zeeland Van Vredenburch

Arnemuiden 7 November 1836 Onderwerp: Schutterij Ik heb de eer Uwe Excie hiernevens te doen toekomen het ontsalg van den schutter I. van Belzen wegens volbragte 10 jarigen dienst met verzoek hetzelve aan de belanghebbende uit te reiken De Burgemeester

Zij deze gesteld in handen van den Heeren Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden, om. Met inzending van het bij art.6 van ZM Besluit van den 31 Jan: 1824 SBl. No 19 bedoelde proces-verbaal van beleide   informatiën de commodo & incommodo te dienen van berigt, consideratiën en advies. Middelburg den 25 Oct: 1836 Van wege den Staatsraad Gouverneur der provincie Zeeland De Griffier der Staten Van der Heim

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland Onderwerp: adres J. van Eenennaam Het adres door Jozias van Eenennaam thans   alhier woonachtig aan Zijne Majesteit gepresenteerd, houdende verzoek tot het stichten van eenen tweede Koornmolen binnen deze Gemeente, bij uwe Excie dispositie van den 25e October j.l. B 1e afd: no 1323 in onze handengesteld zijnde ten einde uwe Excellentie met inzending van het bij art:4 van ZM besluit van den 31 Januarij 1824 (S.B.no 190 bedoelde Proces verbaal van beleide informatiën de commodo & incommodo te dienen van berigt, consideratiën en adres. Zoo hebben wij de eer, na de noodige informatiën deswegens te hebben ingewonnen in voldoening daar aan Uwe Excellentie te berigten. Dat de Koornmolen welke in deze gemeente aanwezig is, voormaals een eigendom dezer Stede zijnde, bij een contract verleden voor den Notaris Steven van der Heijden Sinclair en getuigen te Middelburg in dato 18 december 1777 door de toenmalige Regering dezer stede is verkogt geworden aan eenen Pieter Adriaanse waarbij is bepaald geworden dan den kooper en opvolgende  eigenaren voor gezegde Koornmolen jaarlijks aan de Stede zullen betalen een eeuwig durende grond of erfchijns van 18 pond Vls of f.108 benevens eene jaarlijksche onlosbare rente van  10 pond vls of f.60 te zamen f.168 voor het regt der Wind of Maalderij voor den Stede en daartoe behoorende Jurisdictie met verder bepaling dat  bij verwisseling van Eigenaar van gemelde molen de conditiën ter goedkeuring aan den Regering moeten worden overgelegd en voor overboeking en approbatie van verkoop een jaar extra chijns van f.108. aan de Stede moet worden betaald boven het gewone  jaarlijksche en ingeval eenig ongeluk aan voorschreve molen mogt toekomen, het zelve zoodra doenelijk zal moeten worden hersteld, en dat bij nalatigheid daarvan of bij wanbetaling  van de grondchijns en Rente den Molenberg weder in eigendom door de stede zal genaderd worden met verlies van ’t regt der maalderij terwijl tot zekerheid daarvoor eenen behoorlijken verbandbrief voor schepenen dezer stede door den kooper is verleden in dato 30 maart 1778 waarbij gemelde windmolen met deszelfs op en dependentiën zoo mede een Huis en Erve binnen de gemeente als een speciaal hypotheek behoeve deze Stede is verbonden geworden. Dat meergemelde koornmolen van gemelde Pietr Adriaanse aan deszelfs  Broeders zoon Adriaan Adriaanse bij contract in dato 21 febr; 1806 is overgegaan en door laatstgenoemde aan deszelfs zwager Abraham Joosse is verkogt geworden voor eene som van f.8700 en registratie regten f.608 bij contract in dato 24 Januarij 1823 welke contracten en verbondering ?  van denzelfden inhoud zijn als heteerstgenoemde- terwijl genoemde A. Joosse overleden zijnde  dezelve als nu deszelfs nagelaten weduwe in den loop dezes jaars gehuwd met een Gillis Kestelo toebehoort. Na dit aangevoerde als nu overgaande om uwe Excie op het adres van gen: I. van Eenennaam onze bedenkingen mede te deelen kunnen en moeten wij daar op aanmerken dat den adversant maar eerst zedert ruim drie jaren als molenaarsknecht dat bedrijf is gaan aanleeren bij den koornmolenaar de Visser in het Nieuwland, en dat hij aldaar in den loop dezes jaars is gehuwd met de dochter van gezegden molenaar, en daar na alhier is komen inwonen Dat den adressant in deze gemeente geboren en zijn vader en geslacht sedert eene reeks van jaren alhier zijn gevestigd geweest is waarheid, doch dat hij gehecht is aan de plaats zijner geboorte, daar voor bestaan, de navolgende redenen. A dat hij twee broeders heeft die alhier broodbakker zijn dewelke jaarlijks 975 mudden tarwe en 33 à 35 mudden rogge ter molen aanvoeren, terwijl den derden bakker niet meer dan 100 à 108 mudde tarwe en geen rogge verdebiteerd B dat zijn vader eigenaar is van een aanzienlijk aantal huizen en woningen, die door hem verhuurd worden, en welke inwoonders gehouden zijn bij deszelfs kinders zo broodbakkers, kleermaker Koeijmelker als  winkelier hun penningje te besteden, en alzoo ook maling van hun graan bij hem zullen moeten komen, daar dit reeds als een  onverbreekbare wet alhier plaats vind. C dat den adressant mitsdien kan rekenen dat van de circa 1900 mudden tarwe  en ongeveer 6oo mudden gerst voor mesting thans ter molen jaarlijks komende  daarvan ongeveer 100 mudden door zijn broeders en door de bewoners of anderen die door anderen ? middelen verpligt zijn en worden bij den adressant hunne granen te doen malen. 2/3 van de overige 910 mudden tarwe ten zijnenmolen te zullen ontvangen terwijl het met de overige granen al op gelijken voet gaat Dat indien den adressant daar van geene overtuigende zekerheid hadt, aangezien hij in de gelegenheid is geweest van de Koornmolen te Vere, die van Cortgene,Heinkenszand en ’s Heer Arends kerke alle in den loop van dit jaar ten verkoop gepresenteerd te koopen en daar van geen gebruik heeft gemaakt zijne gehechtheid aan zijn geboorte plaats, eene niet geringe daling of vermindering zouden plaatshebben, zelfs zoodanig dat hij geensints tot dit voornemen zoude gekomen zijn. Dat hij gelijk hij in het adres zich uitdrukt de vaste overtuiging heeft dat eene tweede koornmolen den Eigenaar en wel te verstaan den adressant een bestaan zoude vinden, gelooven wij zeer gaarne, in het reeds hier voren medegedeelde, zal dit Uwe Excie zelve wel aannemelijk zijn daar zoo als wij reeds gezegd  hebben, den adressant als het vermelde niet bestond dit geesints zoude ondernemen. Dat de aangevoerde redenen tot de stichting van een tweede koornmolen als dat de bevolking dezer stede over omstreeks 40 jaren geleden slechts 800 zielen bestond thans nagenoeg tot 1300 is opgeklommen eene waarheid is, maar daarbij is verzwegen dat ter dier tijd eene bloeijende stijfselfabriek en een genever stokerij bestond, terwijl  de nu daarbij aangehaalde  en in dit jaar gebouwde stijfselfabriek maar een kleine omvang heeft, en noch niet te berekenen is dezelve zal opnemen, endat deze gemeente noch ruim uit 500 zielen minder bestaat als die van Westkappelle als bezittende 1856 zielen en ook in die gemeente  maar eene koornmolen gevonden word, de naast daarbij gelegene  circa een uur is verwijderd terwijl een koornmolen te Nieuwland maar een half uur van deze gemeente verwijderd bestaat. Dat wel is waar op de alhier bestaande molen en een pelwerk bestaat—dan die niet gebezigd word, en in de tijd door den voormaligen daar van gebruik gemaakt zijnde, dit niet zeer voordeelig werk, maar op een circa  100 mudden jaarlijks kan gerekend worden op te leveren, waarbij komt dat de spoeling voor de varkensmesting, van de stijfselfabriek ook de breking van granen daarvoor doet verminderen. Dat in het meergenoemde  adres geene melding wordt gemaakt van de plaats waar  die den adressant voornemens is te wachten?/, of ook de manier van het gebouw- hetwelk aan Uwe Excie verlangen te kunnen voldoen, ten opzichte van het proces verbaal van beleide informatiën de commodo en incommodo ten gevolge heeft gehad, wij van den adressant schriftelijke opgave daar van hebben gevorderd en daar op bij een brief van den 8 dezer denzelven ons heeft te kennen gegeven hij het voornemen heeft gehadt om bij eene gunstige dispositie door ZM op zijn adres, als dan hij een rekwest zich aan de Regering dezer stede te adresseren, om te verzoeken van dezelve te mogen bouwen op de Noordwest wallen op den eersten buiten hoek van de zoogenaamde Middelburgsche  Poort en wel in van eene middelbare  groote. Waar op wij aanmerken dat die Noordwestwalle een eigendom dezer stede is, en nu onlangs onder meer Eigendommen der stede voor 7 jaren is verpacht, en wel aan zijn vader, die geen beestiaal bezit, maar zoo als men toen meende voor eene andere zoon pachtede, waarvoor hij in het vorige jaar eenen melkerij heeft aangekogt, dat nu ons toeschijnt de bedoeling niet te hebben gehadt. Dat in geval die windmolen aldaar mogt gesticht worden zeer mogelijk geen zoodanig Proces verbaal van beleide informatiën zal te pas komen daar dezelve alsdan verwijderd van Huizen of gebouwen zijn zoude  die door zoodanig gebouw schade of nadeel  leiden. Doch aangezien het al of niet toestaan daar van aan ons niet staat, hoewel wij wel als zeker durven aannemen dit verzoek geen gunstige ingang bij den Raad dezer stede vinden kan noch zal, om het nadeel van de stede zoowel als om den ondergang van de tegenwoordige Eigenares van de bestaande koornmolen te voorkomen zoo kunnen wij aan dit gedeelte van uw Excie dispositie niet ten vollen beantwoorden. En indien wij nu ook het hiervoren in het breede ontvouwde in consideratie nemen als dat voor het bouwen eener tweede koornmolen geene de minste noodzakelijkheid bestaat of voor de gemeente behoefte is, daar noch nimmer eenige klachten van gebrek of verkeerde handelwijs; zoo min van  de Ingezetenen bij ons zijn ingekomen onaangezien er zelve van ingezetenen van de stad Middelburgsche ambachten, granen ter molen alhier tot breking worden aangebragt alsdat wij vernomen hebben eenige fraudatiën van  ’s Rijksaccijns door de Molenaar  Bakkers of Ingezetenen hebben plaats gevonden.  2 alsdat even daar door een van over jaren bestaan hebbende huisgezin die hunne middelen in hun bedrijf hebben, en daar in hun middel van bestaan vinden dat eene zoo wel als het andere te niete gaat, daar het eerste dat bedrijf geen broodwinning meer opleverende en het kapitaal bij eene daardoor gewongen verkoop naauwelijks een derde van het zelve daar van te wagten is. 3 dat ook daar door de stede een aanzienlijk verlies in hare revenuen zal bekomen, die dezelve niet lijden kan, aangezien zij bij gemis, daar van dat door plaatselijke belasting zal  moeten vinden, die onze Ingezetenen, zoo als uwe Excie niet onbekend is niet kunnen dragen aangezien zij reeds onmagtig zijn die van het Rijk op te brengen en eindelijk ten 4e dat bij het contract door de Regering dezer stede in 1777 hier voren speciaal gemeld met den toenmalige kooper voor en met hem en successeurs in dr tijd aangegaan bij het bedingen van grondchijns en onlosbare renten voor het regt van maalderij dit ons erachtens zoo wel voor de verkoopers als koopers een ten allen dage verpligtende verbintenis blijft dat volgens de ter dier tijd bestaande wetgeving geoorloofd was aan te gaan en hoewel daar na andere wets bepaling zijn daargesteld die dit niet meer toestaan echter deze verbintenis gelijk alle andere contracten die volgesn de bestaande wetten bevorens zijn aangegaan van kracht blijven, daar zoodanige wetten alleen voor de toekomst worden daargesteld. Dan kunnen en mogen wij niet anders adviseren, en moeten zelve in het belang onzer gemeente in het algemeen, en onze stedelijke finantiën in het bijzonder eerbiedig verzoeken dat de oprigting eener tweede koornmolen, om de aangevoerde dringende redenen niet mag worden toegestaan, maar dat het verzoek daar van mag worden gedeclineerd en gewezen van de hand. Met terugzending van dat adres hebben wij de eer het hier in het breede ontvouwde an uwe Excie bijzondere attentie met allen eerbiede op te dragen De Burgemeester CDB 18 Novb: 1836 Middelburg den 30 September 1836 Onderwerp: bevordering belangen                    Maatschappij van Weldadigheid

Door UEd: nog niet voldaan zijnde aan het gevorderde bij het slot mijner circulaire van den 16 Augustus 1828 A no 7956 1e Afd P.B. no 126 Heb ik de eer UEd te verzoeken mij uwe rescriptie ten spoedigsten te doen geworden. De Staasraad Gouverneur van de provincie Zeeland Van Vredenburch

  Aan den Heer Gouverneur van Zeeland Onderwerp: belangen Maatschappij van Weldadigheid In voldoening aan uwe Excie missive van den 30: Septb: j.l. A no 10903 betrekkelijk de bevordering van de belangen der Maatschappij van Weldadigheid, hebben wij de eer uwe Excie te berigten dat onze aangewende pogingen daartoe zonder vrucht zijn gebleven—een enkele persoon zich bereid heeft verklaard den jaarlijksche bijdrage te doen en daar onze gemeente sedert 1830 in haar bestaan aanmerkelijk is afgenomen en tot heden geen voorspoed geniet, vermits de visscherij genoegzaam de eenige bron van bestaan voor de Inwoonders in haar bedrijf hoe ijverig ook daar in verachterd en ook daar in de  overige niet tot de visscherij behoorende, in dien tegenspoed deelen, zoo wel in derzelver Inkomsten als in de bijdragen, die zij aan hare arme stadgenooten moeten toebrengen waardoor voor  het tegenwoordige geen mogelijkheid bestaat, om voor die Maatschappij deelgenoten aan te winnen,terwijl wij zeer gaarn bij eene gunstige verandering daar in zullen trachten dezelve Maatschappij zoo veel doenelijk bevordelijk wezen zullen De Burgemeester Den 27 October 1836

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland Vrijdag den 14e October 1836 Rapport gedaan op de rekeningen van het niet gesubsidieerde armbestuur van Arnemuiden( Hervormd Diaconaal bestuur) Is goedgevonden Rekeningen behoudens sommige wijzigingen goed te keuren en twee exemplaren aan B en W te zenden Etc De Griffier der Staten Van der Heim

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland Vrijdag den 21e October 1836 Gelezen zijnde een missive van den administrateur van de Nationale Nijverheid van den  14e dezer no 14 ten geleide strekkende; 1 van een afschrift van ZM besluit van den 10 October j.l. no 38 waarbij overeenkomstig het door deze vergadering bij missive  aan den administrateur voornoemd van den 16/23 september j.l. no 4 gedane voorstel op het door Marinus den Nooijer en andere schippers van Visch of korderschuiten te Arnemuiden aan ZM ingediend adres houdende verzoek om tot ondersteuning hunner visscherij van Gouvernementswege met eene premie te mogen worden begunstigd wordt bepaald A dat voorloopig gedurende de jaren 1837 en 1838 aan elk van Arnemuiden tot de kust Visscherij uitgeust wordend vaartuig uit het fonds tot aanmoediging der der Nationale Nijverheid zal worden toegelegd eene premie van f.250,- onder zekere bij gemeld besluit opgegeven wordende voorwaarden. B dat door deze vergadering een commissie zal worden benoemd belast met het toezigt op en het bestuur van de bedoelde kustvisscherij, wordende de aan deze commissie opgedragen werkzaamheden bij gemeld Besluit nader omschreven C dat de opgemelde premie van f.250- mede zal worden uitbetaald aan die schippers uit Arnemuiden welke gedurende het thans loopende jaar 1836 in den geest van voors: besluit aan de bij hetzelve omschreven Visscherij mogten hebben deelgenomen. 2 van een afschrift van eene door denzelven genomene dispositie van den 14e dezer no 14, waarbij naar aanleiding eener Koninklijke beschikking van den 10e bevorens no 39 aan den heer J.H. van Opdorp, Heel & Vroedmeester te Arnemuiden in antwoord op deszelfs adres van den 26e Januarij j.l. wordt te kennen gegeven dat ZM hoe zeer des adressants goeden wil en belangstelling in het welzijn zijner woonplaats en medeingezetenen herkennende echter na gedaan onderzoek zijn voorstel niet voor inwilliging vatbaar bevonden wordt. Is goedgevonden 1 Van de voors; bij gezegd KB van den 10e dezer no 32 genomen gunstige beschikking onder toezending van een afschrift van hetzelve kennis te geven aan B & W van Arnemuiden met uitnoodiging om daar van mededeeling te doen aan de adressanten M. de Nooijer c.s. en verder belangstellenden. 2 Ingevolge de op deze vergadering bij meergemelde KB verstrekte magtiging tot leden der daarbij bedoelde commissie, belast met het toezigt op en het bestuur van de Kustvisscherij te Arnemuiden, te benoemen de Heeren. Jonkheer J.H. Schorer, Lid der Staten van Zeeland, president, C.D. Baars, Burgemeester der stad Arnemuiden A. Adriaanse lid van den Raad van Arnemuiden G.J.M. van Doorn, controleur  der Directe belastingen in en uitgaande regten Accijnsen te Middelburg. E Jonkheer A.G. van Vredenburch, adjunct Commies der 1e klasse ter provinciale Griffie van Zeeland, tevens belast met de functiën van secretaris bij gezegde Commissie. 3 4 Burgemeester &  Wethouders van Arnemuiden aan te schrijven om voor zooveel noodig voor de stipte naleving van gedacht besluit te helpen waken  & zorgen en inzonderheid toe te zien dat de belanghebbende schippers zich in allen deele  naar de bepalingen daar in vervat gedragen en  door dezelve getrouwlijk worden opgevolgd alle de voorwaarden waar aan het bekomen der uitgeloofde premie is onderworpen met verdere uitnoodigingen om ten gebruike van voors; commissie een lokaal in het Raadhuis voorzien van alle benoodigde schrijfbehoeften beschikbaar te stellen en om voorts de voors; commissie zoo veel mogelijk in derzelver werkzaamheden behulpzaam te zijn inzonderheid door het mededeelen van alle zoodanige opgaven, inlichtingen en informatie als dezelve van Burgemeester & Wethouders mogten verlangen. Etc De Griffier der Staten Van der Heim

WIJ WILLEM, bij de gratie Gods,  Koning der Nederlanden, Prins Van Oranje-Nassau, Groot-Hertog Van Luxemburg, enz.enz enz. Gezien het ades van Marinus den Nooijer en ander schippers van visch of korderschuiten, te Arnemuiden houdende verzoek om tot ondersteuning hunner visscherij van Gouvernementswege met eenigerhande premie te mogen worden begunstigd. Gezien het gewone jaarlijksche verslag van onze Staatsraad Gouverneur der provincie Zeeland over 1835 Gelet op de voorstellen ten deze door GS dier provincie gedan, alsmede op de daartoe betrekkelijke rapporten der departementen van Buitenlandsche zaken en van Binnenlandsche zaken van den 3/6 dezer no 4/2. Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen, dat voorlopig gedurende de jaren 1837 en 1838, aan elk van Arnemuiden tot de kustvisscherij uitgerust wordend vaartuig uit het fonds tot aanmoediging der nationale nijverheid zal worden toegelegd eene premie van twee honderd vijftig Gulden ( f.250-) onder de navolgende voorwaarden; 1 dat de schuiten van geene mindere grootte dan dertig tonnen scheepsruimte zullen mogen zijn. 2 dat dezelve elk tenminste met vijf koppen  bemand en bevaren zullen moeten worden. 3 dat tot de  visvangst geene andere netten zullen mogen gebruikt dan  de thans daartoe gebezigd wordende kordernetten en raamkuilen namelijk A kornetten , dienende tot het vangen van roggen en flooten waarvan de maazen wijd zijn op het vooreind negentien en achteren elf nederlandsche duimen. B Schol kordernetten dienende tot het vangen van schelvisch , tarbot, schollen tongen enz de mazen wijd op het vooreinde tien à elf en in het achtereind zeven tot acht nederlandsche duimen, zoodat beide netten aan het vooreinde bevatten 320 tot 340 scholen of mazen en van achter 80 tot 100 mazen. C Raamkuil net, dienende tot het vangen van panharing, de wijdte der mazen van voren vier en van achteren twe nederlandsche duimen 4 dat de visscherij op de kust buitengaats zal behooren te worden uitgeoefend en de netten niet zullen mogen worden uitgeworpen, vóór dat de vaartuigen buiten het zoogenaamde Schans het fort de Haak in de uitmonding der Oosterschelde zullen gekomen zijn. 5 dat om de volle premie te kunnen deelachtig worden de vaartuigen onafgebroken de vischvangst zullen moeten hebben uitgeoefend van half februari tot half november van elk jaar. 6 dat behalve de visscherij met hoekwant zoo de uitoefening daarvan doenlijk mogt zijn van half november tot half februari daaraan volgend  geene der bedoelde vischschuiten zich ter kustvisscherij buitengaats zullen mogen begeven en dat de zoodanige welke eerstgemelde  visscherij mogten wenschen uit te oefenen geenerlei netwerk aan boord zullen mogen hebben. 7 dat een commissie door GS van Zeeland te benoemen zal worden belast met het toezigt op en het bestuur van de bedoelde kustvisscherij aan welke commissie tevens wordt opgedragen al hetgeen de beoordeeling en aanvrage der premiën betreft;- zullende naar aanleiding hierevan jaarlijks na den afloop der visscherij aan de Administratie voor de nationale Nijverheid worden ingezonden eenen door haar geverifieerde staat bevattend de namen van al de schepen en derzelver eigenaars welke voor het alsdan afgeloopen tijdvak aan de bedoelde visscherij hebben deelgenomen, terwijl in een afzonderlijke colom van dien staat achter elke schuit zal behooren vermeld te staan, hetzij het volle, hetzij zoodanig verminderd bedrag der premie als waarop dusdanig schip naar gelang  hetzelve bedoelde visscherij aldan niet geheel overeenkomstig de bovenstaande voorwaarden mogt hebben uigeoefend, naar het oordeel der commissie mogt kunnen aanspraak maken; wordende aan die commissie almede opgedragen het gelijktijdig doen van een jaarlijksch verslag, omtrent den toestand der visscherij , mitsgaders tegen het einde van het opgegevene tweejarig tijdvak, de mededeeling harer denkbeelden ten aanzien van hetgeen als vaste bepalingen zoo nopens de voortduring der premie, de wijze van uitvoering der visscherij, als met opzigt tot derzelver instandhouding naar de verkregene ondervinding en vergelijking met andere soortgelijke ondernemingen  voor het vervolg in aanmerking zoude verdienen te komen. Vergunnende ten slotte naar aanleiding der door de GS voornoemd en de betrokkene departementen bij gebragte consideratiën, dat de opgemelde premie ook zal worden uitbetaald aan die schepen uit Arnemuiden welke gedurende het thans loopende jaar 1836 in den geest van het vorenstaande aan de daarbij omschreve visscherij mogten hebben deelgenomen. En is het Departement van Buitenlandsche zaken belast met de uitvoering dezes , waarvan tot informatie afschriften zullen worden gezonden aan het departement van Binnenlandsche zaken en aan de Permanente Commissie  uit het amortisatie sijndicaat. ’s Gravenhage den 10 Octobe 1836 Get Willem Etc De Griffier van de Staten van Zeeland van der Heim

Middelburg den 2e November 1836 Onderwerp: Voorzorgen tegen de zich geopenbaard hebbende honds-dolheid  Een in de maand September jongstleden, van dolheid verdachte en als zoodanig afgemaakte hond, heeft bij zijne omzwerving in twee gemeenten van het 1e district, eenige honden en koeijen gebeten, ten gevolge waarvan bijlaatsgenoemden, de watervrees zich geopenbaard heeft. Ik had mij gevleid, dat na verloopvan eenigen tijd, geene vedere gevolgen hiervan zouden zijn ondervonden, dan, daar zichdezer dagen de watervrees wederom bij een der gebetene koeijen heeft geopenbaard en het niet onmogelijk is, dat de bedoelde honden, buiten weten der eigenaren heeft aangerand, bij welke zich de gevolgen daarvan nog zouden kunnen openbaren, heb ik gemeend UEd., in bedenking te moeten geven, om, in het belang der algemeene veiligheid , de noodige beschikkingen te nemen, om de tot uwe stad of gemeente behoorende honden, gedurende eenen bepaalden tijd te doen vast leggen, of het uitgaan derzelve niet anders dan vastgebonden aan eene koord of keten  toe te staan. Voor degenen uwer, welke zoodanige bepaling niet op een in de gemeente bestaand policie-reglement kunnen gronden, zal het welligt tot handhaving van het verbod noodig zijn, om deswege eene plaatselijke keur of verordening, op den voet bij het reglement van Bestuur omschreven, tot stand te brengen, dewijl anders de overtreding niet kan worden bekeurd of gestraft. De Staatraad Gouverneur van de provincie zeeland Van Vredenburch

Arnemuiden 7 November 1836 B & W der stad Arnemuiden brengen bij deze ter kennis van deszelfs ingezetenen dat op bekomen aanschrijving van de Heer Excie dezer Provincie: Alle honden gedurende de maand November & December van dit jaar met een koord of touw “vastgelijnd”  tot voorkoming en verdere uitbreiding van de zich geopenbaard hebbende  hondsdolheid zullen moeten worden vastgelegd en dat geene honden anders dan op de straat zullen mogen “rondloopen” op paene dat de overtreder ingevolge art: 19 van het Plaatselijk reglement van Policie zullen worden gestraft met een Boete van 2 gulden of eenen dag gevangenis. En zal deze worden afgekondigd op de plaats waar het gebruikelijk is te geschieden.. De Burgemeester CDB

BEKENDMAKING

Model: waarbij de verkopers en verhuurders zich moeten houden aan de richtlijnen m.b.t  de prijzen van geheele tot twintigste looten , enz De Gouverneur

Middelburg den 3e November 1836 Onderwerp: Transport van Buskruid Ik heb de eer UEA kennis te geven dat op het laatste dezer of in het begin der volgende week bij daartoe geschikt weder  door middel van transport  te water van den Buskruid molen no 9 den Gouden Draak naar Vere zal worden verzonden eene tot dat einde aldaar gereedliggende hoeveelheid vermalen artillerie buskruid van 167 tonnen als mede van den zelfden molen naar het fort Rammekens eene hoeveelheid vermalen artillerie en Infanterie buskruid van 152 tonnen. Ik verzoek UEA om voor zoo veel noodig te zorgen dat bij de eventuele lading , lossing of vervoer van gemeld materieel in of door uwe stad de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art; 58 der Wet van den 26e Januarij 1815 (S.B.no 70 voorgeschreven De Staatsraad Gouverneur Van de provincie Zeeland Van Vredenburch

Arnemuiden den 3 November 1836 Onderwerp: Berigt Schutters Ingevolge de bestaande voorschriften  hebben wij de eer te berigten dat de kinderen der van den 1e Ban provisioneel vrijgestelde Schutters nog in leven zijn De Burgemeester CDB

Middelburg den 4e November 1836 Onderwerp: Vervoer van ammunitie Ik heb de eer UEA kennis te geven dat op heden, onder behoorlijk geleide uit de magazijnen te Delft in een Marine vaartuig zijn afgezonden 150 kistjes met gevulde  granaten  en 200 gevulde buizen bestemd naar Vlissingen en vervolgens naar Hellevoetssluis,ten behoeve der Marine in beide plaatsen; zullende gedacht vaartuig zijnen weg nemen van Delft door Delftshaven, langs Rotterdam en Dordrecht , de  Kil uit, langs de Willemstad , de Krammert en de Zeeuwsche Stroomen af tot Vlissingen en van daar weder de Zeeuwsche Stroomen tot Ooltgensplaat langs (den) Bommel en stad, tot Hellevoetssluis. Ik verzoek UEA om te zorgen dat bij de eventuele lossing of vervoer van gemeld materieel in of door uwe stad de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art: 58 der wet van den 26 Januarij 1815 (S.B. no 7) voorgeschreven De Staatsraad Gouverneur  van de Provincie Zeeland Van Vredenburch

Middelburg den 4 November 1836 Onderwerp: Kennisgeving Miliciens verlofgangers Ik heb de eer UEA kennis te geven dat ingevolge eene bij mij van den Kommanderenden Officier van het Depôt der 9e afdeeling Infanterie ontvangen opgave, de Miliciens Blaas de Ridder en Klaas Meulmeester, beide behoorende tot de ligting van het jaar 1831 naar uwe stad met onbepaald verlof vertrokken. Ik verzoek UEA om te helpen zorgen dat door de wederkeerende verlofgangers eventueel aan het gevorderde bij paragraaf 2 der circulaire van den 5 October jl A no 11651 1e afd; (PB no 78) worde voldaan. De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland Van Vredenburch

Edel Achtbare Heeren In nederig antwoord op de van UEA bij mij op den 7e dezer ontfange missive diend dat ik onbewust van het besluit van ZM onzen geEerbiedigden Koning van den 31 Januarij 1824, vervat in het Bij UA aangehaalde Staatsblad van meening was na  eene gunstige dispositie van ZM onzen Koning op mijn rekest bekomen hebbende; aan  UEA mij bij requeste te adresseeren  met het nederig verzoek het UEA mogte behagen mij hiertoe een geschikte plaats te verleenen; om  alsdan te overleggen wat coort van een Mole gebouw ik zouwde behoeven; op de plaats daar ik het vermogt te bouwen, dan alzoo ik zie hier in gedwaalt te hebben, vrage ik nedrig hier verschoonig voor , Solciteerende bij dezen voorloopig en zoo noodig nader bij een doelmatige wijze, het Uwe EA moget behagen bij eene deswegens bekomene dispositie van ZM onzen beminden Koning de vrijheid tot het bewuste  bouwen te verleenen, op de Noordwestwal, zoo de wet zulks gedoogd op den eersten buitenhoek van de Middelburgsche poort, en zouw  in deze mijne wensch verkrijgende, op die plaats een Molengebouw laten stigten  in steen van een middelbare groote, die door de wind bewogen wordt. En hiermede  EAHeeren zoo ik vertrouw , aan UEA orders voldaan hebbende; neme ik de vrijheid in het een en andere eene gunstige dispositie te colliciteeren Noemende mij met ware hoogachting UEA DW Dienaar Jozias van Eenennaam Arnemuiden den 3 November 1836

Is gelezen een Missive van Jozias van Eenennaam in dato 8 dezer, daar bij voldoende aan de Resolutie  dezer Vergadering van den 5 Novb: ten waar bij den zelven te kennen  geeft  niet bekend geweest te zijn met het KB van 31 Jan: 1824 en mitsdien het voornemen gehadt te hebben van na bekomene toestemming van ZM tot de oprigting van een Koornmolen, als dan te overleggen wat soort van molen gebouw hij zoude behoeven op de plaats daar hij verzogt te bouwen,--dan daar in gedwaald hebbende als nu verder te kennen geeft, dat bij een gunstige dispositie van ZM op deszelfs adres hij zoude verlangen dezelve te bouwen op den eersten buitenhoek van de Middelburgsche poort, waartoe bij zich bereid verklaard nader aan de regering  dezer stede te adresseren en dat hij een molengebouw zoude laten stigten in Steen van eene middelbare groote die door de wind bewogen word. Verder doet de Burgemeester verslag van een en andere ingewonnene informatiën, zoo betrekkelijk de jaarlijksche chijns en rente welke den tegenwoordige molenaar aan de Stede moet opbrengen volgens een contract van den 18 december 1877- en andere verpligtingen, daar in door de toenmalige Regering dezer stede bij verkoop van die Koornmolen de eigenaars in den tijd opgelegd ,-als ten aanzien van de quantiteit granen welke jaarlijks aan de molen ter maling of breking en die ook van iedere Broodbakker in het bijzonder worden aangebragt. Is daar op na deliberatiën, zoo in het belang van de stedelijke geldmiddelen, als dat van de Gemeente goedgevonden en verstaan, de bezwaren die bij de oprigting eenen tweede koornmolen bestaan, in het berigt aan Zijne Excie mede te deelen zoo mede  van het voornemen van den adressant omtrent de plaats waar hij die koornmolen zoude stigten, welke een eigendom der stad is, en onlangs  voor den tijd van 7 jaer is verpagt aan des adressants vader AvE- en waartoe gen: JvE aangezien het aan deze vergadering niet staat het benoodigde consent te verleenen, verpligt zijn zal aan den Raad dezer stede te adresseren. En word mitsdien den secretaris verzogt in dien geest een berigt aan Z:Excie te concipiëren   en zoo immer mogelijk in de naastvolgende week aan deze vergadering ter overweging en goedkeuring aan te bieden.

Utrecht den 7e November 1836 Aan Heeren GS van Zeeland In voldoening aan het verzoek vervat in UEGA missive van den 25e der vorige maand no 26, heb ik de eer UEGA nevens deze de beide verlangde Permissiën tot het aangaan van een Huwelijk ten behoeve van den fuselier B. de Ridder en den flankeur K. Meulmeester te doen toekomen. De Kolonel Kommanderende de 9e Afdeeling Infanterie Handtekening

Arnemuiden den 8e November 1836 Onderwerp: Toezigt op de Visscherij Bij Resolutie van HEGA de GS dezer Provincie van den 21 October jl no 4 zijn UEA uitgenoodigd om voor zoo veel noodig voor de stipte naleving van ZM Besluit van den 10 October no 35, houdende vaststelling eener premie voor de kustvisscherij ter uwer stede uitgeoefend wordende, te helpen waken en zorgen , en inzonderheid toe te zien dat de belanghebbende schippers zich in allen deele  naar de bepalingen in gemeld Besluit vervat , gedragen, en door dezelven getrouwelijk  worden opgevolgd alle de voorwaarden waaraan het bekomen der uitgeloofde premie is onderworpen; -- Dit toezigt zal zich , naar het ons voorkomt, vooreerst wel alleen moeten bepalen tot hetgeen omschreven wordt bij paragraaf 6 van voorschreve KB namelijk: dat van half November tot half Februarij aanstaande, geene Vischschuiten zich ter kustvisscherij buitengaats mogen begeven, dan ter uitoefening der Visscherij met hoekwant /zoo zulks doenlijk is/ en dezelve in dat geval geenerleij netwerk aan boord hebben; doch ook dit toezigt behoort strengelijk plaats te hebben ook in het belang der visschers zelven,ten einde zij hunne aanspraak  op de naderhand toe te leggen premie niet verbeuren; -- op grond hiervan, hebben wij de eer aan UEA in overweging te geven , om den Veldwachter  uwer Gemeente met het bedoelde toezigt te belasten, en denzelven daartoe met de noodige instructiën te  voorzien , op rapport aan UEA: zoo dezelve mogt vermeenen dat door de Schippers strijdig met de gegevene voorschriften wierd gehandeld; -- zullende het ons aangenaam zijn door UEA te worden onderrigt, indien onverhoopt zoodanige overtredingen mogten plaats hebben. De Commissie belast met het Toezigt op en het bestuur van de Kustvisscherij J.H.Schorer Ter ordonnantie van dezelve A.G. van Vredenburch

Aan de Commissie belast met het toezigt op en het bestuur over de kustvisscherij te Arnemuiden Onderwerp: Toezigt op de Kustvisscherij Het gunstig besluit van ZM  van den 10 October j.l. no 38 tot aanmoediging  en ter opbeuring van de kwijnende toestand der kustvisscherij onzer gemeente  genomen bij ons met een dankbaar genoegen  ontvangen zijnde, zoo zullen wij ook met alle naauwkeurigheid  trachten te voldoen aan de uitnoodiging van  HEGA  Heeren GS dezerProvincie om gedaan bij deszelver Resolutie van den 21e daaraanvolgende no 4 waar bij ons ZM gezegde besluit copielijk is toegekomen  en mitsdien  waken en zorgen dat de belanghebbende schippers zich in allen deelen, naar de bepalingen in dat besluit vervat, gedragen ten welk eind door ons in overeenstemming met UEGA gevoelens, ons bij deszelven missive van den 8e dezer no 2 ter overweging te nemen, medegedeeld dadelijk de veldwachter onzer Gemeente is gelast, om van tijd tot tijd de visschuiten, zoo bij hun uitvaren als thuiskomst  onverwachts  te bezoeken en naauwkeurig te onderzoeken of in ddezelve gedurende  den termijn, daar voor in dat besluit bepaald, eenige verboden  vischnetten aanwezig zijn, ons van zijn bevinding een getrouw rapport te doen , en indien onverhoopt zoodanige overtredingen mogten plaats hebben dat wij niet durven denken zullen wij niet verzuimen UEGAarvan dadelijk te onderrigten De Burgemeester CDB Den 18 November 1836

Zij deze en bijlagen gesteld in handen van Heeren Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden om na verhoor van den belanghebbenden te dienen van berigt, consideratiën en advies Middelburg den 14 November 1836 Van wege den Staatsraad Gouverneur der provincie Zeeland De Griffier der Staten Van der Heim

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland Onderwerp: Berigt en adres G Kesteloo Bij Uwe Excellentie dispositie van den 14 dezer maand A. 1 afd: no 13331 in onze handen gesteld zijnde , een adres  van G. Kesteloo Koornmolenaar in deze Gemeente daar bij verzoekende dat het Uwe Excie mag behagen om op het rekwest door hem aan ZM gepresenteerd waarvan copie daar nevens is gevoegd, behelzende verzoek om de gevraagde toestemming van zekeren Jozias van Eenennaam tot de oprigting van eenen tweeden windkoornmolen in eze Gemeente van de de hand te wijzen in Uwe Excellentie handen door ZM gesteld wordende, ten zijnen opzichte goedgunstig te berigten waarbij Uwe Excie verlangd, om na verhoor van den belanghebbende te dienen van berigt , consideratiën en advies-. Hebben wij de eer uwe Excie te kennen te geven dat na door ons den adressant ---- thans gehuwd met de wed; Abraham Joose, Eigenares van de alhier bestaande Koornmolen gehoord, en dat adres aan ZM ingezien te hebben, wij moeten betuigen het daarbij aangevoerde, tot voorkoming van de stichting eener tweede Koornmolen, overeenkomstig de waarheid is, daar geen tweede Molen behoefte is voor onze gemeente die zeker den ondergang van de bestaande ten gevolge moet en zal hebben, zoo als  te regt in dat adres is aangemerkt geworden van een Broodbakkerij, die voormaals de bloeiendste of welvarendste in deze Gemeente was doch die thans door den stigting van een Broodbakkerij over weinige jaren door de vader van J. van Eenennaam ter dier tijd timmerman, en der zelfs dringende/oorspronkelijk: dwingende !!  invloed alhier in een eenen zoo kwijnende staat is gebragt, dat door de tegenwoordigen Bakker maar circa  1/9 … ter molen tot maling word aangebragt van hetgeen door de beide andere Bakkers beide Broeders van adressant J, van Eenennaam , als zijnde door deszelfs Vader, zijnde gezegden opgerigten Broodbakkerij na den Clandisie daar aan te hebben verzekerd, aan een van Zijne zonen overgelaten en de andere bestaande bakkerij van zijn broeder te hebben aangekogt, die daar toe zich verpligt vond, en als nu Pachter is van de Mestput der stad Middelburg terwijl wij de vrijheid nemen overigens ons te refereren aan het berigt aan Uwe Excie op het adres door J. van Eenennnaam tot  oprigting eener tweede Koornmolen aan ZM gepresenteerd mede in onzen handen gesteld heden daar op aan Uwe Excellentie gedaan. En kunnen mitsdien, zoo als wij ons in gemoede verpligt achten ook ten dezen Uwe Excellentie adviseren om het verzoek van den adressant G. Kesteloo een voor hem gunstige dispositie te nemen,ten einde zoo immer mogelijk den opbouw eener tweede koornmolen, om de door den adressant, en door ons aangevoerde redenen, die op waarheid gegrond zijn te voorkomen, terwijl wij met terugzending van dat adres en bijlage de eer hebbenvan onze gevoelens aan Uwe Excie verlicht oordeel te onderwerpen. De Burgemeester CDB Den 18 November 1836

Middelburg den 15 November 1836 Onderwerp:Betaalde reisgelden Ik heb de eer UEA bij deze kennis te geven dat door den Ontvanger uwer stad ter Provinciale griffie kan worden ontvangen een som van f.16,97 ½  als rembours van de voor UEA achtervolgens mijne circulaire van 11 November & 29 December 1835 A 1e Afd: N:M: no 13521 en 15884 bij voorschot verstrekte reisgelden aan manschappen der ligtingen van de jaren 1826-1830 die zich in uwe stad met  onbepaald verlof bevonden en ten gevolge van ZM kabinets rescriptiën  van 17 October en !8 November bevorens no 96 & 88 ter afrekening bij derzelver korpsen zijn opgeroepen. De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland Vrijdag den 18 November 1836 Samnevatting: m.b.t. de ingekomene en gecolligeerde verzoeken om autorisatie ter aanvaarding van legaten Is goedgevonden Autorisatie te verleenen Aan de diaconie der Hervormde Gemeente te Arnemuiden tot aanvaarding van het legaat van wijlen Louisa van Kas van f.1,50 Kennisgeving en Extracten daarvan De Griffier der Staten Van der Heim

Arnemuiden den 29 November 1836 Aan den Gouverneur Onderwerp: Inlijving Schutterij In voldoening aan Uwe Excie  besluit van den 22 dezer maand PB no 86 , hebben wij de eer aan uwe Excie hierbij te doen toekomen de staat opgemaakt ingevoegd model gedvoegd bij Uwe Excie circulaier PB no 79 van dit jaar der manschappen behoorende tot 1 Ban Schutterij der ligting van 1836 De Burgemeester CDB

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland\Vrijdag den 4e November 1836 Samenvatting: Rapport op de Begrotingen voor het jaar 1837 van de Hervormde Diaconie Armbestuur van Arnemuiden Is goedgevonden Deze begrotingen goed te keuren behoudens de aangebrachte wijzigingen en de daarbij gestelde marginale aanmerkingen en 2 exemplaren te retourneren aan het betrokkene Plaatselijke bestuur. Extract ect De Griffier der Staten Van der Heim

Deel 2

Ingekomen en uitgegane stukken Burgemeester

Arnemuiden den 8 Januarij 1836 Aan den bevelhebber van het Depôt der 9 afd: Infanterie N.M. te Utrecht Ik heb de eer UEG te verzoeken van aan mij te laten geworden eene attest van activen dienst voor Blaas de Ridder Loteling van 1831 Stamboek no 23711  van deze gemeente ten einde dezelve voor zijn broeder bij de Militie Raad in deze Provincie voor het loopend  jaar te worden ingelijfd De Burgemeester

Arnemuiden 8 januarij 1836 Aan den Bevelhebber van het depot der 17e Afd: Infanterie N.M.  te Haarlem Onderwerp: Attest van dienst Jacobus Siereveld Ik  heb de eer UEG te verzoeken  van aan mij te laten toekomen een attest van werkelijken dienst van de Militien Jacobus Siereveld  Loteling van 1830 , Stamboek no 19408 van deze gemeente ten einde  hetzelve voor deszelfs broeder bij de Militie Raad in deze Provincie voor dit jaar over te dragen De Burgemeester

Arnemuiden 8 Januarij 1836 Aan den bevelhebber van het 6 Batt: Art: N.M. te Bergen op Zoom Onderwerp; Attest van Dienst Jan Marijs Ik heb de eer UEG te verzoeken van aan mij te laten toekomen een attest van activen dienst van Jan Marijs loteling mijner gemeente van 1833 thans dienende bij het 6 Batt; Artillerie N.M. A  art no 39 23 te ten einde hetzelve voor zijn broeder bij Militie Raad in den provincie over te leggen. De Burgemeester

Arnemuiden 8 Januarij 1836 Aan Zijn Excie de Heere Directeur Generaal van de Marine te ’s Gravenhage Onderwerp: Attest van dienst H.Marijs  Daar er voot dit jaar weder een Attest van activen dienst moet voorgelegd worden voor den vrijwilligen Matroos Hendrik Marijs in 1830  als scheepsjongen op ZM Minerva en thans op ZM Korvet Nehelennia is dienende ten einde bij de Militie Raad in deze provincie te worden overgelegd, zoo neem ik de vrijheid Uwe Excie te verzoeken om de noodige order te verleenen van aan mij zoodanig certificaat even als in het vorige jaar te laten toekomen. De Burgemeester

Aan den Heer Directeur generaal Van de Marine Onderwerp: Attestatie de Vita van Pensioen Ik neem de vrijheid Uwe Excie te doen toekomen een attestatie de Vita, behoeve A.Dingemans wed: A Buster, alhier woonachtig, door mij heden opgemaakt, en tevens uwe Excie te verzoeken van de ordonnantie van betaling van het pensioen bij ZM besluit van den 24 April 1834 no 144 aan haar toegekend voor de laatste zes maanden van 1835 te verleenen De Burgemeester CDB Den 11 Jan: 1836

Arnemuiden den 15 Januarij 1836 Aan den bevelhebber 17 afd: Inf; N.M. te Haarlem Onderwerp: Attest van dienst Cornelis Staat Ik heb de eer UEG te verzoeken van aan mij te laten toekennen een attest van activen Dienst van den fuselier Cornelis Staat der 1 Comp: 2 batt: 17 Afd: Infanterie plaatsvervanger voor Jacob de Geus loteling van 1830  van de stad Schoonhoven, ten einde hetzelve voor zijne Broeder  bij de Militie Raad te Ridderkerk Provincie Zuid Holland voor dit jaar over te leggen De Burgemeester CDB

Arnemuiden den 29 Januarij 36 Aan den Heer Gouverneur Onderwerp: Inzending Inschrijvingsregister en Alphabetische Lijst N.M. Ligting 1836 Nevens deze heb ik de eer aan uwe Excie te doen toekomen het inschrijvingsregister van de manspersonen, geboren in 1817 welke tot deze gemeente behooren en aan de Loting voor de Nationale Militie van dit jaar moeten deel nemen, terwijl geen vrijwilligers zich hebben aangeboden en ook geen aanvragen van reeds dienende bij de Nationale Militie ter bekoming van vrijstelling bij mij zijn ingekomen. De Burgemeester CDB

Arnemuiden den 27 Januarij 1836 Aan den bevelhebber van het Depôt der 2 Afdeeling Infanterie te Alkmaar Ik heb de eer UEG te verzoeken van aan mij te laten toekomen een Attest van activen dienst van Jan de Ridder loteling mijner Gemeente van den jare 1828 en dienende bij de 1e Comp; van het flankbataillon der 2.Afdeeling Infanterie Stamboek no 15905, ten einde hetzelve voor zijnen Broeder bij de Militie Raad in den Provincie voor dit jaare over te leggen De Burgemeester CDB

Middelburg den 6 Februarij 1836 Ik heb de eer UEA te verzoeken om ingevolge het 9.Art: van het Reglement op de Springstieren in deze provincie van den 9 Julij 1835 , zoo spoedig mogelijk aan mij te willen inzenden de opgaaf dier personen, welke de betrekking van Stierhouder in uwe gemeente verlangen uit te oefenen of te continueren. De pressident der Kommissie Van Landbouw in Zeeland Handtekening

Arnemuiden den 9 Februarij 1836 Aan den Heer President der Kommissie van landbouw in Zeeland Ten gevolge UEG missive 6 dezer maand heb ik de eer UEG te berigten dat bij mij geen kennisgevingen zijn ingekomen van personen welke in deeze gemeente verlangen zouden betrekking van stierhouder uit te oefenen. De Burgemeester CDB

Middelburg den 10 Februarij 1836 UEA kennis gevende dat de uitspraak omtrent de Loteling uwer gemeente Jozias Joossen van de klasse van 1833 wegens het niet overleggen van de attestatie de Vita van de vrouw is geadjourneerd tot den 22 Maart 1836 des morgens ten tien ure, alsdan alsnog toegelaten tot het bewijzen der redenen van vrijstelling, Verzoek te doen informeren en eventuele certificaten te verzorgen etc. De Militie-Raad  in Zeeland Paspoort van Grijpskerke Ter ordonnantie van Denzelven A.G. van Vredenburch

Aan de Heer Officier van Justitie te Middelburg Onderwerp:Proces verbaal mishandeling P.Meerman aangedaan Ik heb de eer nevens deze aan UEG te doen toekomen een proces verbaal door de Veldwachter mijner gemeente opgemaakt en mij heden ter hand gesteld betreffende eene verregaande mishandeling door G. de Quelerij matroos op het schip Mia en Jacob de Quelerij visscher beide alhier woonachtig; gisteren avond kunnen aangehouden grootvader P.Meerman scheepmaker in dronkenschap aangedaan De Burgemeester C.D.Baars Den 11 Februarij 1836

Arnemuiden den 20 Feb: 1836 Aan den bevelhebber van het depot der 2 Afd: Infanterie te Alkmaar Bij mijn missive van den 27 Januarij j.l. no 8. UEG verzogt hebbende mij een attest te doen toekomen van activen dienst van Jan de Ridder, loteling mijner gemeente van het jaar 1828 en dienende bij de 1 Comp; van het Flank Batt: der 2 Afd; Infanterie stamboek no 15905 en tot heden zulks nog niet ontvangen hebbende, zoo inviteer ik UEG vriendelijk mij alsnog immers zoo spoedig doenelijk genoemde attest te doen toekomen, ten einde hetzelve bij den Militie Raad in deze provincie voor dit jaar over te leggen De Burgemeester CDB

Delft den 19e Februarij 1836

Ik heb de eer UEA te verzoeken mij behoorlijk gelegaliseerd te doen toekomen DoopExtract van Hendrik Hermanus Hoek geboren den 15e meij 1802 en gedoopt den 30e daaraanvolgende in de Hervormde Kerk binnen UEA Gemeente zullende de daarvoor verschuldigde kosten franco aan UEA worden toegezonden De Burgemeester der Stad Delft Ambtenaar van den Burgelijken Stand  C. Overgaauw Sennis

Arnemuiden den 29 Feb: 36 Aan den Heer Burgemeester Der stad Delft In voldoening aan UwEA verzoek van den 18e dezer maand, zend ik UEA hiernevens het verzochte doopextract behoorlijk gelegaliseerd, de kosten daarvan zijn Doopextract                     f.0.87 ½ Legalisatie met verschot aan de veldwachter Voor de bezorging op de griffie der regtbank                                         f.0,50                                        f. 1,37 ½ De Burgemeester CDB

Delft den 10e Maart 1836 Hiernevens heb ik de eer UEA te doen toekomen f.1.38 in voldoening der kosten verschuldigd voor het DoopExtract van H:H: Hoek ontvangen met UEA missive van den 29e Februarij l.l. De Burgemeester der stad Delft Ambtenaar van de Burgerlijken Stand C. Overgaauw Sennis

Middelburg den 18 Maart 1836 De te houdenen Inspectiën in de maand April aanstaand, over de met onbepaald verlof zich bevindende Onder-Officieren en verdere Manschappen der Mobiele Landelijke Schutterij in deze provincie, bepaald zijnde: Te Middelburg op den 13e April Heb ik de eer UEA te verzoeken, te willen gelasten, dat alle leden der Mobiele Schutterij, ( onverschillig tot welks Bataillon dezer Afdeeling dezelve ook behooren) die zich in uwe gemeente met onbepaald verlof bevinden, op den 13 April, des voormiddags ten 10 uren, zich te Middelburg bevinden, ten einde aldaar te worden geïnspecteerd. De Luitenant-Kolonel kommanderende, De Afdeeling Zeeuwsche Mobiele Schutterij Handtekening

Middelburg den 25 Maart 1836 Het daar voor houdende dat door den Loteling Leendert de Ridder Behoorende tot uwe gemeente en de Ligting van 1836 blijkens het Lotings-register opgegevene gebreken, hem buiten staat stellen, om in Persoon voor onzen Raad te verschijnen, hebben wij de Heeren Med: Doct: A. van Deinse En Heelmeester L.J. Pieterse Beiden praktiserende te Middelburg Gecommitteerd, om hem in zijne woning te onderzoeken, en om van hunne bevinding aan ons,door uwe tusschenkomst rapport te doen. Wij doen UEA daartoe hiernevens de noodige lastbrieven voor gemelde geneeskundigen toekomen, mitsgaders het model, volgens hetwelk hun rapport behoort te worden ingerigt, met verzoek, om dit een en ander aan dezelve ter hand te stellen en te willen zorgen, dat gemeld rapport door UEA gelegaliseerd; uiterlijk vóór of op den 9 April aanstaande ,aan ons zij ingezonden, tot welken dag wij de uitspraak omtrent voornoemde Loteling hebben aangehouden. De Militie-Raad in Zeeland Paspoort van Grijpskerke Ter ordonnantie van Denzelven A.G. van Vredenburch

Arnemuiden 2 April 36 Aan de Militie Raad in de Provincie Zeeland Hiernevens heb ik de eer UEG te doen toelomen het Proces verbaal van  bevinding van den Loteling Leendert de Ridder dezer gemeente van 1836 door den Med: doctor A. van Deinse en Heelmeester J.J. Pieterse beide practiserende te Middelburg behoorlijk door mij gelegaliseerd waartoe was betrekkelijk UEG missive van 25 Maart j.l. no 447. De Burgemeester CDB

Middelburg den 29 Maart 1836 Afdeeling Zeeuwsche Schutterij A no 159 Ik heb de eer UEA ter kennisse te brengen dat ten gevolge aanschrijving van het Departement van Oorlog dato 21 dezer no 8 het den Koning behaagd heeft bij hoogst deszelfs rescript van den 17 tervoren no 97 te bepalen dat de Inspectiën  over de zich met onbepaald verlof bevindende onderofficieren en verder manschappen der schuterijen,slegts in de maand October aanstaande zullen worden gehouden, dientengevolge UEA verzoekende mijne des aangaande gedane aanschrijving van de 18 j.l. no 140 als vervallen te willen beschouwen. De Luitenant Kolonel kommanderende De Afdeeling  2e Mob: Schutterij Bij absentie Handtekening

Aan den Heer Directeur generaal Voor de Marine te ‘sGravenhage Onderwerp: Declaratie Premie Deserteur De veldwachter mijner gemeente heeft op den 6e dezer een marinier deserteur in de avond te voren gearresteerd, aan boord van ZM wachtschip gestationeerd, nevens verbaal van zijne arrestatie overgebragt, volgens het bewijs gevoegd bij de declaratiën van de premie daartoe staande , welke ik de eer heb hiernevens door mij geverifieerd aan Uw Excie te doen toekomen; met verzoek het Uwe Excie mag behagen die premie hem toe te kennen en daarvan ordonnantie van betaling te verleenen De Burgemeester CDB Den 9 Junij 1836

Arnemuiden den 3 Augustus 1836 Onderwerp: Directe belastingen De Staat van openbaarheid van de Personele belasting dienstjaar 1835/36 door ’s Rijksontvanger dezer gemeente opgemaakt, en door den Heer Controleur Divisie Middelburg mij gezonden, ten einde mijn advies daar op mede te deelen, door mij in en nagezien zijnde, heb ik mij minder verwonderd over het aantal van posten ook van belastingschuldigen welke in vorige jaren daarop niet werden gevonden, en nu daar op vermeld zijn, als wel over het mij medegedeelde dat de grondlasten over 1835 ten vollen waren aangezuiverd geworden, daar de toestand mijner gemeente sedert eenige jaren in haar voorname bestaan, de visscherij kwijnende is en wel nu in dit jaar zoo ongunstig dat er thans meerder armoede wordt geleden dan in vroegere jaren, in het wintersaisoen, wanneer door strenge en aanhoudende vorst het uitoefenen daarvan verhinderd werd—niet alleen dat in de vorige en nu deze maand de vischvangst gering is daar dit van oudther heeft plaatsgevonden maar in het voorjaar en voorzomer heeft dezelve zoo min geweest, dat dat die dagelijksche behoeften niet opleverde en alzoo niets van de gemaakte winterschulden heeft kunnen worden afgedaan of is ingekort geworden, waardoor reeds weder sedert 3 weken een visschuit aan de wal legd, en waarschijnlijk eerstdaags voor schulden staat verkogt te worden, dat ongetwijfeld van meer anderen het gevolg van dien staat zijn zal, indien ik zoo eens ter neer stellen door eenen buitengewonen Zegen begunstigd wordt. Dat dien beklagenswaardige toestand der visscherij eenen grooten invloed heeft op den Burgerstaat dezer gemeente niet alleen aan verhuurders van huizen, maar ook wel bijzonder van bakkers, winkeliers en andere is eenen onbetwistbare waarheid en die hunnen credietverleening en geringe verdiensten zijn ook even daar in de redenen te vinden er ook al van de zoodanige buiten staat worden gesteld om hun verschuldigde aan te zuiveren ,- dat ik mag gerust betuigen, dat ik gedurende eene tijdverloop van 39 jaren inwoning in deze gemeente geen jaar ken , waarin de visscherij zoo ongunstig is gedreven geworden en de toestand der gemeente zoo zuchtend in tegenwoordige armoede bevindt en donker in het vooruitzicht van de toekomst verkeerd als wel nu dit aanwezige saissoen plaats vindt, en het volgend wordt tegemoet gezien. Ik heb alzoo gemeend niet alleen in dien staat van oninbare posten de bijgebragte redenen van ‘s Rijks ontvanger te moeten bevestigen met volkomen gerustheid van gemoed, maar daar te boven daar dezelve door Uwe Excie als het Hoofd dezer Provincie moet beslist en gearresteerd worden, het van mijne onvermijdelijken plicht geoordeeld als de belangens der Gemeente in overEenstemming met ‘s Rijks wetten en voorschriften mij aanbevolen zijnde en bij duren Eede in uwe Excie handen afgelegd aangenomen naar mijne beste kennis en wetenschap te zullen behartigen., Uwe Excellentie met den tegenwoordige toestand der gemeente te moeten bekendmaken, en dat wel in het volste vertrouwen met bijvoeging van Eerbiedig verzoek, dat uwe Excellentie zal en mag behagen om de bijgebragte redenen, die des verlangd wordende door alle de leden van het Plaatselijk bestuur kunnen en zullen bevestigd worden, als de zuivere waarheid behelzende, dien staat voor dit nu verloopenen jaar als nu goed te keuren, terwijl ik uwe Excie gerust kan verzekeren, mij niets aangenamer en genoeglijker zijn kan en zal zijn, dan eenen gunstigen berigt, deswegens Uwe Excellentie te mogen en te kunnen doen, en dat eene staat van weinige onvermogenden in een volgend jaar Uwe Excie mag worden aangeboden.

Axel den 3e Augustus 1836 Ik heb de eer UEA te verzoeken den Fuselier Arij Nederhand ten wiens behoeve een certificaat van ziekte bij mij is ingekomen bij aldien hij vervoerbaar is in het nabijgelegen Hospitaal te doen opnemen. De Majoor kommanderende Het reserve Batt; der 17 afd: Inf; Handtekening

Aan de Heer Majoor Kommanderende Het Reserve Batt; der 17e afd: Inf: te Axel In antwoord op UEG missive van den 3 dezer no 344 bij mij heden ontvangen, heb ik de eer UEG te berigten dat de fuselier A:Nederhand bij mij niet bekend is, en ook tot mijn Gemeente niet behoord, en dat UEG zich daar in heeft geabuseerd, dewijl ik het attest van ziekte door een heelmeester mijner Gemeente afgegeven voor zoo ver deszelfs handteeken betreft, heb gelegaliseerd, daar ik nu ben geïnformeerd die persoon is uit en behoorende tot de gemeente van Middelburg De Burgemeester CDB Den 6 Aug: 1836

Middelburg den 6den Augustus 1836

Samenvatting Op grond van  ZM besluit van 5 juli 1836 nopens de onwettig bestaande godsdienstige vereenigingen en bijeenkomsten: Dat de plaatselijke besturen bij alle aanzoeken m.b.t. die samenkomsten betrokken worden. De aanvraag mag niet door een of meer personen uit naam van allen geschieden En er moet aanstonds met opgaven van de namen en woonplaatsen der belangstellenden mededeeling begonnen worden. Van iedere persoon : naamtekening en die behoorlijk gewaarmerkt op de schriftelijke aanzoeken Etc. De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland Van Vredenburch

Midelburg den 15 September 1836 Amortisatie Sijndikaat Agentschap Middelburg

Ik geef mij de eer UEA beleefdelik te verzoeken om mij wel te willen onderrigtenof de in 1824 in UEA stad gewoond hebbende Visschers Jacob Joossen Grootjans en Boudewijn Blaassen Grootjans nog in leven en aldaar woonachtig zijn; hebbende zijl: in gem: jaar eene verklaring ten behoeve des domeins afgelegd, omtrent het zogenaamde Spieringschor, welke misschien vóór Notaris en getuigen zal behoren te worden vernieuwd. De Agent van het domein  Handtekening

Aan den Heer Agent van Het Domein te Middelburg In vriendelijk antwoord op UEd: geleide van den 15 dezer ontvangen, heb ik de eer UwEd: te berigten, dat de daar in vermelde persoenen, Jacob Joossen Grootjans en Boudewijn Blaassen Grootjans niet meer in leven zijn. De Burgemeester CDB Den 19 September 1836

Kadaster Provincie Zeeland Middelburg den 26 September 1836 Ik heb de eer UEd hiernevens om aan het Collegie van Zetters ter teekening te worden overgelegd, toe te zenden: 1 den Staat van veranderingen in de opbrengsten der gebouwde en ongebouwde Eigendommen 2 2 stuks kennisgevingen aan Eigenaren Ik verzoek UEd mij den Staat , na terugontvangst van voornoemd Collegie, onmiddellijk te willen retourneren en de kennisgevingen aan de belanghebbende te  doen uitreiken moetende ik UwEd ter inlichting van de Zetters doen opmerken dat de posten op dezen staat onder de no 2 tot en met 18 voorkomende alleen betrekkende zijn tot verbetering van de nummering enz. van onderscheidene perceelen op de plaat en verder kadastrale stukken en dus niets anders dan eene formaliteit betreffen bij de instructiën op het kadaster voorgeschreven De Fungerende Provinciale Controleur Handtekening

De bij UEd missive van den 26 der vorige maand gevoegde staat van veranderingen in de opbrengsten der gebouwde en ongebouwde eigend: bij het Collegie van Zetters alhier nagezien zijnde, heb ik de eer hiernevens geteekend te retourneren. Met betrekking tot de daar op vermelde  Eigenaren zijn de navolgende abusen ontdekt Volgn: 5  S.B, no 235 en c staat op naam van P. de Meulmeester en die persoon bezit geen eigendommen meer, moet zijn Jacob Schroevers Volgn: 6 S.B. no 296b staat idem moet zijn J.K. Crucq, Volgn: 15 S.B. no 125 b en c staat op naam van G. Meerman moet zijn Teuntje Meerman huisvrouw van Francois de Nooijer. Volgnr: 17 staat alles op naam van Joh. Crucq en moet alles zijn op naam van J.K. Crucq. En dit is niet, dat die eigendommen in dit of in het vorige jaar van Eigenaar zijn veranderd, maar dit heeft reeds onderscheidene jaren geleden plaats gehadt, en is ook opgegeven hoewel niet op die wijs zoo als nu plaats vindt Dit behoord veranderd te worden, want jaarlijks heeft men moeite daar mede ten aanzien van de billetten van de grondbelastingen terwijl de kennisgeving billetten mede geteekend aan de

Hier ontbreekt een stuk.

Afdeeling Zeeuwsche Schutterij

Middelburg den 18e September 1836 Bij’s Konings rescript van den 30e der vorige maand, no 13 buiten werking zijnde de verordeningen nopens de Inspectie over de met onbepaald verlof afwezige Landelijke Schutters, vervat in Hoogstdeszelfs Rescript van den 14e April 1835, no 97; en derhalven deze Inspectie alsnu weder bij de Staven der Bataillons zal worden gehouden. Dien ten gevolge vastgesteld zijnde, dat boven bedoelde Inspectie voor alle de leden der Schutterij, behoorende tot het 2e en 3e bataillon der Afdeeling onder mijne orders, en thans in uwe Gemeente met verlof aanwezig, verzoek ik UEd.A te willen gelasten, dat de hiervoren bedoelde Onder-Officieren en Manschappen, op den bepaalden datum, des voormiddags ten tien uren zich in de kazerne alhier bevinden, ten einde te worden geïnspecteerd en , voor zooveel noodig, gekleed. De Luitenant-Kolonel Kommanderende De Afdeeling Zeeuwsche Mobiele Schutterij Handtekening

Middelburg, den 6e October 1836 Van UEd: nog niet ontvangen hebbende het halfjarig rapport nopens den veldwachter uwer gemeente en zijn dienst, voorgeschreven bij art: 59 van het reglement van den 26e Junij 1829 no 25, heb ik de eer UEd te verzoeken mij met de toezending  van dit rapport over het afgeloopenen 1e halfjaar van 1836 te willen vereeren. De Gedelegeerde voor het toezigt op de veldwachters Dienst in het 1e District der Provincie Zeeland Handtekening

Aan den Gedelegeerde voor het toezigt Opde Veldwachters Dienst In het 1e District der Provincie zeeland Arnemuiden den 8e October 1836 Ingevolge art: 59 van het reglement op de veldwagters dienst van den 26 Junij 1829 no 25 heb ik de eer  UEG kennis te geven dat de veldwachter R.A. Straub mijner Gemeente deszelfs dienst geregeld verrigt en ik op zijn gedrag niets heb aan te merken. De Burgemeester CDB

Aan den Heer Kolonel 9e Afdeling Infanterie Arnemuiden 25 October 1836 Onderwerp: Aanvrage Huwelijk De Fuselier Blaas de Ridder van de 3 Comp: 2 Batt: en de  Flankeur Klaas Meulmeester van de 3 Compagnie 3 Batt: beide der 9 Afdeeling Infanterie,lotelingen van 1831 met onbepaald verlof binnen onze gemeente  welke gaarn  een wettig huwelijk wenschen aan te gaan, eerstgemelde met Susanna de Nooijer en laatsgemelde met Adriana de Ridder; zoo is mijn vriendelijk verzoek immers indien het mogelijk is hiertoe door Uw HoogEdele gestrenge permissie worde verleend De Burgemeester CDB

Middelburg 9 November 1836 Afd:De Zeeuwsche Mobiele Schutterij Den schutter Gillis Kesteloo dienstpligtige der gemeente te Westsouburg thans volgens informatie in de gemeente Arnemuiden woonachtig op de jongst gehoudene Inspectie gemankeerd hebbende, zoo verzoek ik UEA indien gemelde schutter zich in uwe gemeente bevind, denzelven te gelasten voor de 18 dezer alhier ter Inspectie op te komen, zullende hij in gebreke van dien op de gewonen wijze als deserteur afgevoerd en vervolgd worden, en zich dus de onaangenaamheden daarvan zelve  te wijten hebben. Ik zal UEA antwoord ten deze inwagten De Lt: Kolonel kommanderende De afdeeling  der Zeeuwsche Mobiele Schutterij Handtekening

Arnemuiden 14 November 1836 Onderwerp: Mobiele Schutterij Ter voldoening Uw EdG missive van den 9 dedzer no 499, heb ik de eer UEG kennis te geven dat ik den Schutter G.Kesteloo , Molenaar binnen mijne Gemeente heb laten informeren hij zorg zoude dragen voo den 18 dezer maand als nog ter Inspectie bij UEG zoude aanmelden; dan daar genoemde Schutter sints eenige tijd onpasselijk heeft geweest, en alsnog niet volkomen hersteld , zoude zulks dien datum nog wel overschreden kunnen worden, zullende hij evenwel zoo spoedig doenelijk naar Middelburg komen ten einde de bedoelde Inspectie te ondergaan De Burgemeester CDB

Arnemuiden den 17e November 1836 Onderwerp: Burgerlijke Stand Ik heb de eer UEG te verzoeken mij alsnog  voor het loopende jaar te doen toekomen een register van Huwelijk voltrekking voor deze gemeente houdende  twee vellen inhoudende vier bladzijden De Burgemeester CDB

Arnemuiden den 20 November 1836 Onderwerp: Acte van Erkenning Ik heb de eer UEG kennis te geven dat bij Huwelijks Acten dato 26 November dezes jaars door Klaas Meulmeester als vader is erkend het kind Joost de Ridder geboren 12 November 1834  uit Adriana de Ridder en alzoo den naam zal dragen van Joost Meulmeester De Burgemeester CDB

Arnemuiden den 2 December 1836 Aan den Heer Griffier van der Heim Te Middelburg Onderwerp: Aanvrage register Burgerlijken Stand Sedert mijne aanvrage van den 14 der vorige maand no 28 nog een viertal aanvragen tot voltrekkingen van huwelijken mij gedaan zijnde, en alzoo het jongst aangevraagde suppletoire register daartoe niet toereikende is, zoo heb? Ik de eer UEG te verzoeken mij alsnog een register van Huwelijks voltrekking te doen toekomen van 2 vel inhoudende vier bladen De Burgemeester CDB

Arnemuiden 1 December 1836 Onderwerp: Schutterij Volgens de bestaande voorschriften hebben wij de eer uwe Excie kennis te geven dat de kinderen van voor den  1 Nov: prov: vrijgestelde schutter nog allen in leven zijn De Burgemeester CDB

Aan Heeren GS van Zeeland Onderwerp: om subsidie Diaconie Armen Het Diaconie Armbestuur van de Hervormde Gemeente dezer stede, heeft aan ons hare finantiële toestand opengelegd; waaruit ons is gebleken dat door de geringe inkomsten de lasten van een groot aantal door haar bedeeld wordende personen het zelve Armbestuur eenige buitengewonen onderstand benoodigd heeft. Weshalven wij verlangen om haar verzoek te voldoen aan dezelve een extra subsidie som van vijftig gulden te verleenen en nemen mitsdien de vrijheid UEGA eerbiedig te verzoeken van aan ons de nodige autorisatie te verleenen om die som aan haar toe te kennen en dezelve uit de post van onvoorzienen uitgaven voor dit loopend jaar gealoueerd te mogen uitbetalen. De Burgemeester CDB

No 285 De Burgemeester geeft te kennen dat deszelfs zoon Cornelis Jacobus Baars, secretaris dezer stad een wettig Huwelijks verbintenis verlangd aan te gaan  en alzoo hij volgens de bestaande wet als beambte van den Burgelijke stand daar over niet vermag te staan, hij daartoe zoude verzoeken en benoemen, de Heer Jannis de Marée eerste wethouder bij deze vergadering, dewelke daarop verklaarde zich dit te laten welgevallen en waarmede genoegen is genomen.

Extract uit het Verbaal van heeren GS van Zeeland Vrijdag den 2 December 1836 Over het derde kwartaal van dit jaar voor de provinciale belasting en Opcenten t.b.v. o.A. Gemeenten ten platten Lande beschikbaar gesteld eene som van f.15461,03 ½  ter repartitie Extracten etc De Griffier der Staten Van der Heim

Middelburg den 7 December 1836 Onderwerp: Niet opkomst  schutters 1e Ban ligting 1836 Ter inlijving bij de mobiele schutterij van de manschappen behoorende tot de ligting van dit jaar, is uit uwe stad nietopgekomen de schutter Blaas Blaasse, uit hoofde van den staat van zwangerschap zijner huisvrouw. Ik heb, naar aanleiding daarvan de eer UEA te verzoeken om de positie van dien schutter gade te slaan en mij regelmatig op den eersten dag van iedere maand aanvankelijk met de maand Januarij aanstaande nopens de voortdurende  zwangerheid zijner huisvrouw of het aanwezen van kind of kinderen in het eerste geval onder overlegging der vereischte certificatie , berigt te geven. Wijders doet het deswege bereids geexhibeerde certificaat het mij noodig achten UEA te doen opmerken dat door mij op geen verklaringen van zwangerheid eenig gunstig regard zal worden geslagen, bij dewelke niet overeenkomstig het dien aangaande volgens mijne circulaire P.B. no 54 van 1831 aangenomen beginsel, stellig zij uitgedrukt, dat de zwangerheid bewijsbaar aanwezig is, en dat de vrouw die zulks betreft ten minste tot in de vijfden maand hare zwangerschap is gevorderd moetende derhalve de schutter te wiens behoeve zoodanig certificaat  van den bedoelden onvoldoenden aard mogt zijn afgegeven, zonder oogluiking ter inlijving worden opgezonden De Staatsraad Gouverneur Van de Provincie Zeeland Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van de Provincie Zeeland Vrijdag den 9 December 1836 Autorisatie van de buitengewone subsidie van f.50- t.b.v. het Diaconie Armbestuur der Hervormde gemeente te voldoen uit de post voor onvoorziene uitgaven op de gemeente-begrooting over het afgeloopenen jaar toegestaan De Griffier der Staten Van der Heim

Middelburg den 14 December 1836 Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier. In overeenstemming met art.13 van het besluit van 16 Thermidor 8e jaar het op den 10e dezer invorderbaar verklaarde kohier van het patentregt dienstjaar 1836/37/ Gaarne binnen vijf dagen na ontvangst aan den Ontvanger te doen toekomen en opgave van de te doenen afkondiging. De Controleur der directe belastingen in-en uitgaande regten en accijnsen in de Controle Middelburg Handtekening

Middelburg den 16 December 1836 Onderwerp: Mutatie miliciens Ik heb de eer UEA kennis te geven dat onder de miliciens welke tot deze provincie behooren, en bij de 17e afd: Inf: dienen, de navolgende mutatiën, voor zoo veel uwe stad betreft, hebben plaats gehad, te weten dat tot de vrijwillig aangewezenen, ingevolge art: 171 der wet van den 8 januarij 1817, zijn overgegaan, in dit jaar Hubrecht Johannes de Nooijer, behoorende tot de ligting van 1834, en in het jaar 1835, Pieter Jongmans, nummerverwisselaar van den loteling Cornelis van Zweden, behoorende tot de ligting van dat jaar. Ik verzoek UEA hiervan aanteekening te doen op de alphabetische lijsten der voorz; ligtingen en op het register van ingelijfden, model GG uwer stad. De Staatsraad Gouverneur Van de  provincie Zeeland Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland Vrijdag den 9 December 1836 M.B.T de begrootingen over 1837 van de gemeente Arnemuiden Is goedgevonden Deze te arresteren Extracten in tweevoud enz. De Griffier der Staten Van der Heim

Aan de Heer Gouverneur van Zeeland Onderwerp: Verzoek tot schadevergoeding Telegraaf. Kerkmeesters van de hervormde gemeente dezer stad hebben ons te kennen gegeven dat bij den buitengewonen storm op den 29 Novb: dezes jaars drie Seinen van de telegraaph op den Thoorn geplaatst zijn afgebroken, en langs het schalie dak der kerk nederwaarts gevallen, waardoor aan dat dak eenige schade is veroorzaakt geworden, welke zij dadelijk hebben doen herstellen, en waarvan de kosten bij eene overgelegde nota bedraagd de som van f.23,92, en hebben ons daar bij het verzoek gedaan, dat aan hun die schade mogt worden goedgedaan- daar de kerk behalve de geringe huur van de zitplaatsen geen andere inkomsten hadt, dan hetgeen in de kerk voor dezelve wordt becollecteerd, geene bijzonder schaden konden lijden, en alle bezuining in acht nemen, omdat gebouw in eenen goeden bruikbare staat te bewaren. Wij hebben de eer het gemelde Uw Excie mede te deelen, en aangezien niet alleen die Telegraaf in het belang van het Rijk dienstbaar is, maar ook van stadswege die tegemoetkoming ons niet vrijstaat noch kunnen verleenen daar onze finantiële toestand dit niet toelaat, en tevens door ons aan den Thoorn, die niet weinig door de schudding van de telegraaph lijdt, dit jaar ruim f.100, voor reparatiën hebben besteed, zoo nemen wij de vrijheid Uwe Excie eerbiedig te verzoeken deszelfs tusschenkomst in voorspraak bij het Departement van de marine te verleenen, opdat die door de Telegraphe veroorzaakte schaden, waarvan de nota hierbij is gevoegd door het Rijk aan onze kerk mag worden goedgedaan. De Burgemeester CDB Den 20 Decb: 1836

Arnemuiden 27 December 1836 Aan de Achtbare Regering Van Arnemuiden De kerkeraad dezer gemeente heeft de eer derzelver Achtbare regering te informeren dat in plaats der afgaande Diakenen Antonij de Mol en Joos Smout op het dubbeltal geplaats zijn: Leendert Wisse L.Z. Marinus de Nooijer M.Z Adriaan Filius en Jakob de Nooijer J.Z; en verzoekt tevens op het vriendelijkst dat daaruit door UEA naar welgevallen moge gekozen worden. Namens den Kerkeraad J.Wanrooij

Aan den Eerwaarden Kerkeraad Van de  Gereformeerde gemeente Der stad Arnemuiden Onderwerp: benoeming Diakenen. Wij hebben de eer Uw Eerwaarden kennis te geven dat door den Raad dezer stede bij derzelver resolutie van gisteren tot diakenen zijn benoemd geworden de personen van L.Wisse L.Z en M. de Nooijer M.Z en zulks in plaats van de afgaande diakenen  A. de  Mol en J. Smout alle overeenkomstig Uw Eerw kennisgeving en voordragt bij missive van de 27 dezer aan den Raad gedaan met vriendelijk verzoek van de benoemde persoenen  hiervan kennis te geven , en dezelve volgens het kerkelijk gebruik in die bediening te bevestigen. De Burgemeester CDB Den 30 Decb: 1836

Aaan Heeren GS van Zeeland Onderwerp: Om autorisatie onvoorziene uitgaven Wij hebben de eer nevens deze aan UEGA te doen toekomen een deliberatie van den Raad dezer Stede in dato 30 dezer behelzende verzoek om eene som van f.75:34 uit de onvoorzienen uitgaven van dit jaar te mogen voldoen, voor kosten van verrigt wordende reparatiën aan het stadhuis en Erve, wegens schade door den orkaan van den 29 Novb; en de zware wind van den 25 dezer aan dezelve veroorzaakt De Burgemeester CDB Den 31 decb: 1836

De Burgemeester geeft te kennen dat bij den orkaan van den 29 Novb: laatstleden van het dak van het stadhuis een deel pannen zijn afgewaaid en het schut  of tuin  achter de Erve van het Stadhuis geheel is ter neergeslagen. Dat hij met overleg van Heeren Wethouders zich verpligt heeft gevonden, om dadelijk de noodige order te stellen dat het dak van het stadhuis werd hersteld en ook vooal het schut van de Erve, daar die nu geheele open lag; dat vervolgens op den 25. Derzer  twee glaze raamtjes aan de achtergevel van het stadhuis door de storm was(waren) verbrijzeld-, en hij ook gemeend heeft tot vernieuwing daarvan de noodige order te moeten geven daar eene en ander geen uitstel gedoogde. Dat de kosten van die reparatién te zamen zullen bedragen een som van f.75,34 cent. En aangezien die som niet uit de bepaalde sommen voor reparatiën op de begrooting van dit jaar kan worden geïmputeerd , zoo draagt de Burgemeester aan de vergadering voor, om aan HEGA te verzoeken dat die onvoorziene kosten mogen worden goedgedaan; Waarop gedelibereerd zijnde is goedgevonden, en verstaan met het verrigte van B & W ten vollen genoegen te nemen. Zoo mede om overeenkomstig het voorgedragene van de Burgemeester Heeren GS te verzoeken gelijk geschied bij deze om de noodige autorisatie te verleenen, ten einde de kosten van die door de stormwinden veroorzaakte reparatiën ter somma van f.75,34 uit de post van onvoorziene uitgaven van dit jaar te mogen voldoen zijnde B & W verzocht eene geleidende missive aan heeren GS deze deliberatie te doen toekomen

Aan Heeren GS van Zeeland Om autorisatie op de onvoorziene uitgaven De sommen voor schrijfbehoeften  vuur en Licht, onder de generale kosten voor het huishoudelijk bestuur dezer gemeente, is ons nu gebleken, dat die in de begrooting voor dit jaar bepaald niet voldoende zijn, om het verschuldigde te kwijten—dat veroorzaakt is door het drukken zoo in kwarto als plano van het Reglement van policie, door UEGA bij derzelver resolutie van den 15 Januarij 1836 nr 13 goedgekeurd. Zoo nemen wij de vrijheid UEGA te verzoeken om het tekort ter somma van f.17.50 uit de post van onvoorziene uitgaven voor dit jaar toegestaan te mogen uitbetalen De Burgemeester Den 29 Decb: 1836

Middelburg den 28 December 1836 Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier Ik heb de eer UEA in overeenstemming met art: 13 van het besluit van 16 Thermidor 8e jaar toe te zenden het op den 23 dezer invorderbaar verklaarde kohier van de personeele belasting uwer gemeente , dienstjaar 1836/37 Verzoek: binnen 5 dagen na ontvangst dit aan den Heer Ontvanger der directe belastingen te doen toekomen en de dag op te geven van afkondiging. De Controleur der directe belastingen in- en uitgaande regten en accinsen in de controle Middelburg Handtekening

Arnemuiden,den 3  Januarij 37

Bij ons ontvangen zijnde het halfjarig kohier der personeele belasting van het dienstjaar 1836/37 bij uwe missive van den 26 Decb: 36 no 489 hebben wij de eer UEG kennis te geven dat dit kohier ter invordering aan den ontvanger is ter hand gesteld en de afkondiging op 31 Decb; 36 heeft plaats gegrepen. De Burgemeester CDB

Ongenummerde stukken

Middelburg den 21 Augustus 1836 Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden afschrift mijner dispositie van heden, A, no 10128, 3 Afdeeling, op het rekest van L. van Eenennaam te Arnemuiden met verzoek hetzelve na  daarvan inzage te hebben genomen, aan den belanghebbenden te doen toekomen, de Zegel & legesgelden ad f.2,72 te ontvangen & ter provinciale griffie te doen overbrengen De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland Bij deszelfs afwezigheid Sprenger Lid der GS Ontvangen bovenst: zegel en leges gelden ad f.2,72 ter Provinciale griffie te Zeeland Handtekening

Middelburg den 2 September 1836 Ik heb de eer UEA hiernevens te zenden vier bewijzen van voorlezing der krijgsartikelen met verzoek dezelve door den sergeant Straub thans veldwachter in uwe gemeente te laten teekenen en daarna aan mij terug te zenden De Luitenant Kolonel kommanderende De Afdeeling Zeeuwsche Mobiele Schutterij Handtekening

De Burgemeester geeft noch te kennen dat hij door den Ontvanger van Ginhoven en den Heelmeester van Opdorp is medegedeeld geworden dat zij uit hoofde van den buitengewone nood waarin deze gemeente door de geringe vischvangst in de afgeloopene zomer verkeerde wel genegen zoude wezen een Commissie alhier op te rigten gelijk zoodanige bestonden zoo te Middelburg, Westkappelle als elders ten einde door bijdragen van weldadige menschenvrienden zoo veel doenelijk in die hooggaande behoeften te voorzien en ingeval bij hem Burgemeester daartegen geene bedenking had, zij nevens hun daar bij zouden verzoeken het lid van den Raad A. Adriaanse, den secretaris Baars dezer gemeente en den Heelmeester Oversluijs, en alsdan daar van publieke annonce  in de Middelburgsche Courant met eene gepaste uitnoodiging te doen , en tevens verzoekende  om van een  Lokaal op het stadhuis voor deszelve bijeenkomst te mogen gebruikmaken. Dat hij Burgemeester de bij hem bij dat verzoek voorkomende bedenkingen zoo in de uitoefening van de daaraan verbonden werkzaamheden, als in de gevolgen van de toekomst heeft gemeend ter zijde te moeten stellen, om alle verkeerde oordeelvellingen te voorkomen en mitsdien, in het voorstel en verzoek te moeten instemmen—en dat mitsdien die commissie bestaande uit genoemde Heeren zich alhier heeft geconstitueerd en met zeer goed gevolg tot dusver heeft werkzaam geweest, zoo dat niet geringe bijdragen  door die commissie in een en ander noodwendige behoeften van de noodlijdende dezer gemeente is voorzien geworden- Zijnde  de Burgemeester bedankt voor het medegedeelde waar in wordt berust ? Arnemuiden 30 december 1836

Ga naar boven