Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1838
Zeeuws Archief
Inventaris van de Archieven van de gemeente Arnemuiden
Ingekomen stukken en afschriften van uitgegane brieven 1838
 
 
Arnemuiden, de 2e Januarij 1838
Aan de Heer Gouverneur
Onderwerp: Schutterij
Ingevolge de bestaande voorschriften hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat de kinderen der voor den 1e Ban provisioneel vrijgestelde schutters nog allen in leven zijn, terwijl hierbij wordt gevoegd een certificaat van de schutter Leonardus Grootjans voor de voortudurende zwangerschap van deszelfs Huisvrouw en zulks ter voldoening aan Uwe Excie circulaire van en 8 Decb: 1837 A no 13729  1e Afd,
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden, den 3e Januarij 1838
Aan den heer Gouverneur
Onderwerp: Bedelarij
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze gemeente een aanhoudend toezicht word gehouden tot de wering der bedelarij en dat in de laatste drie maanden van het afgeloopen jaar geene bedelende personen alhier zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 3 Januarij 1838
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Staat Broodzetting
Nevens deze hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen de staat der Broodzetting over het laatste kwartaal van 1837, zooals die naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden overeenkomstig het besluit van heeren GS van den 2 Mei 1828 PB no 18
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 3 Januarij 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp; Fabrieken, Trafieken of werwinkels
Wij hebben de eer Uwe Excie te  berigten dat gedurende het afgeloopene jaar 1837 alhier geene veranderingen zijn voorgevallen in de fabrieken, Trafieken of werkwinkels welke in deze gemeente worden gevonden
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 3 Januarij 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Staat bevolking
Wij hebben de eer nevens deze aan uwe Excie te doen toekomen de staat der bevolking dezer gemeente zooals die was op den 31 Decb: 1837 zoo mede de staten van geboorte ,huwelijksvoltrekking en sterfte met de daarbij behoorende tabel van het vorige jaar, terwijl in den loop van dat jaar geen echtscheiding heeft plaats gehad, noch onechte kinderen alhier geboren zijn.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 3 Januarij 38
Aan den heer Gouverneur
Onderwerp: Verbaal Stedelijke kas
Hiernevens hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den staat der Stedelijke kas volgens de bestaande verordeningen door ons op heden opgemaakt en geteekend.
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 30 December 1837
Onderwerp: Ontslag 1e Luit: Schutterij Baars
Ik heb de eer UwEd: tot derzelver informatie kennis te geven dat door Zijne Maj: bij besluit van den 9 dezer no 2 aan den Heer Cornelis Jacobus Baars, op diens verzoek is verleend een eervol ontslag als 1e Luitenant bij de afd: Mobiele Schutterij dezer provincie onder bepaling evenwel dat dit ontslag hem niet zal ontheffen van de dienst bij de schutterij in zijne woonplaats, wanneer hij volgens de wet tot dezelve zal worden opgeroepen, en tot de waarneming daarvan door de bevoegde autoriteit geschikt mogt worden gehouden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden 5 Januarij 38
Aan den Heer Gouverneur en
Prov: Commissie
Wij hebben de eer Uwe Excie UEG bij deze kennis te geven dat bij ons geene berigten zijn ingekomen dat in den loop van het 4e kwartaal van 1837 iemand in deze gemeente is gevaccineerd geworden of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 31 Jan: 38
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Gealimenteerde kinderen
Wij hebben de eer in voldoening aan UEGA besluit van den 5 Jan: j.l. PB no 4 bij deze aan UEGA te doen toekomen eene nominative staat der Weezen welke door het gesubsidieerde Armbestuur dezer gemeente gealimenteerd worden, waaronder zij de vereischte verklaring hebben gesteld terwijl alhier geen andere arminrigtingen dan het gemelde Diaconie Armbestuur bestaat.
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 8 Januarij 1838
Onderwerp: Transport buskruid
Ik heb de eer UEA kennis te geven dat in den loop dezer week door middel van transport te water van den buskruidmolen no 9 ( de Gouden Draak) boven Arnemuiden naar het fort Frederik Hendrik zal worden verzonden ene tot dat einde aldaar gereedliggende hoeveelheid vermalen artillerie buskruid.
Ik verzoek UEA om te zorgen dat bij de eventuele lading, lossing of vervoer van gemeld materieel in of door uwe stad de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art 58 der wet van den 26 Januarij 1815 (SB no 7 ) voorgeschreven.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 22 December 1837
Rapport m.b.t. de begrootingen over 1838 van de Stad Arnemuiden
Is goedgevonden
Dezelve begrootingen te arresteeren
Extracten etc gezonden.
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Begrooting 1838
 
 
De Begrooting in ontvang en uitgaaf dezer stede voor het jaar 1838 door UEGA den 22 Decb: 1837 no 19 finaal gearresteerd bij ons ingekomen zijnde, hebben wij daar bij betreffende de Ontvangst  van Provenu van te verkoopene Boomen art:5 op die begrooting gemeld in de aanmerkingen door UEGA gesteld gevonden dat de conditiën van die te doene verkooping aan UEGA behooren te worden ingezonden en zich alleen moeten bepalen tot die boomen die werkelijk den groei van anderen verhinderen, terwijl UEGA de stand der finantiën voor 1838 die verkoopig ter vermijding van plaatselijke belasting beschouwen niet noodzakelijk te maken.
Zo zij het ons vergund UEGA dien aangaande de beweegredenen nader en breeder te ontvouwen als wel in de memore tot geleide van die begrooting is ter neergesteld.
Bij het opmaken daarvanis door de Raad in aanmerking genoomen
1 dat de opcenten op de Directe belastingen den opbrengst verminderen, daar behalven de 2 opc: op de grondlasten door de Hooge regering van de gemeenten afgenomen, de  Staten van Non valeurs voor het Personeel jaarlijks toenemen, en waarin de gemeente deeld.
2 dat het aandeel in het provinciaal gemeentefonds op de begrooting van1837 met f.107. was verminderd,
3 dat de Pachten van de Stads Eigendommen mede eene vermindering hadden ondergaan van f.60.
4 dat aan het Diaconie Armbestuur van Novb: 1836 to mei 1837 f.150. was verleend waar voor maar f.50. op de begrooting van 1837 voorkomt, en dat onder door UEGA op onz adres bij deszelven Resolutie van den 12 Mei 1837 no 18 niet goedgunstig eene subsidie van f.137.50  voor verplegingskosten  van een krankzinnige vrouw was verleend geworden, dit uit de Plaatselijke kas zoude moeten verstrekt geworden zijn,, hetwelk wel in de behoeften van dat jaar voldoende was, maar voor het volgende jaar weder voorziening vorderde, vooral ook wegens de toenemende behoeftens van het armwezen, waarom ook op onze Begrooting daarvoor f.100 is voorgedragen geworden
5 dat de pacht van haardasch en vuilnis dat jaar ten einde liep, en dus onzeker of men die voor eene volgende drie jaren voor die som ad f.85 in ’t jaar zoude kunnen verpachten, waar voor geene gunstige vooruitzicht bestond, en waar in men alreede bevestigd is, daar bij eene openbare aanbod niet meer dan f.40. is geboden dus een verlies van f.45. in de inkomsten, doch waar omtrent wij noch werkzaam zijn tot eene verbetering van die pacht.
6 dat hoewel voor de keersluis van zooveel belang voor onze gemeente niet meerder dan f.50 op de begrooting voorkomt, onze gemeente niet alleen in de in 1835 aangewende doch vruchteloos bevonden middelen tot herstel van de bestaande lekkagie waarvan de kosten ongeveer f.1400. door de Directie van de Zaagmolen in die tijd aangenomen voor te schieten zeker in der tijd zal moeten deelen maar ook mag dit defect hersteld worden, daar aan zoo in de kosten van en ook in den verder onderhoud, die steeds niet gering zijn zal moeten toedragen, wil men van die sluis eene gewenschte en onmisbare  werking bekomen.
Terwijl eindelijk door UEGA op onze begrooting voor 1837 den 9/16 Decb; 1836 gearresteerd is bepaald, dat de post van onvoorziene uitgaven op den volgende begrooting ten minste op f.425. mogt worden uitgetrokken.
Bij deze niet gunstige beschouwing, zoo van onze Inkomsten als vermoedelijke kwam nu in aanmerking
1e dat in het Schuttershof de boomen te digt stonden en geene vordering maakte, zooals bij den Raad een en meermalen door deskundige is aangevoerd geworden, maar ook
2 dat weinige boomen aan de oostzijde van de markt tamelijk zwaar roeijing vereischte, daar de bewoners op de Markt bij de stormen van 29 Novb: en 25 Decb; 1836 in veel kommer hadden verkeerd, aangezien eenige niet wel geworteld of bij die stormen hadden geleden en mitsdien het bestuur  hadden verzogt om roeijing te zorgen dat bij eene volgende winter saisoen zij van dat gevaar dat hunnen woning dreigde mogten worden ontheven welk verzoek ook  in het najaar noch is vernieuwd geworden, dat niet alleen is aangenomen, maar ook daartoe is besloten geworden, doch waarvan niet gelijk bij verpachting van Eigendommen bevorens conditiën worden opgemaakt en geregistreerd, maar alleen bij verkoop eenvoudig de tijd van roeijing en die van betaling in het alsdan opgemaakt wordend verbaal worden vermeld, zooals  die door Burgemeester en Wethouders aan wien dit wordt overgelaten bepaald word, die zoodange verkooping, door den secretaris ook tot vermijding van kosten doen plaats hebben, gelijk dit reeds onderscheidene malen en noch in 1836 heeft plaats gevonden zijnde als nu de roeijing op prima maart en de betaling op primo mei aanstaande bepaald, terwijl het verbaal van verkoop dadelijk word geregistreerd en bij den rekening overgelegd.
Dit een en ander heeft onze begrooting voor 1838 in wezen gebragt, zoo als die aan UEGA is voorgedragen geworden.
Maar ten opzichte ook van de uitgaven alle mogelijke bezuinigen zijn in act genomen, zoo dat zelve ten aanzien van de te doene reparatiën aan de stadsgebouwen, straten en wegen het meest dringende en onvermijdelijke is voorgesteld daar anders het dubbelde daarvan zoude gevorderd worden, aangezien onze ingezetenen reeds zeer ver te kort komen, in de voldoening van ‘sRijks lasten, en wel door onvermogen, zoo dat men al het mogelijke moet in acht nemen, om plaatselijke belasting te vermijden die maar weinige kunnen dragen, en welke weinige zoo aan crediet verleenen als bijdragen in de groote behoeften vooral in het Wintersaisoen kunnen gezegd worden, aan plaatselijke belasting te deelen.
Eindelijk houde UEGA het ons ten goede dat het ons toeschijnt, een abuis in de regeling van de armbegrooting door UEGA den 20/27 oct; 1837 gearresteerd voorkomt, daar op onze begrooting de in 1837 door UEGA goedgunstig verleende subsidie van f.137,50 bij Regularisatie in ontvang en uitgaaf is gemeld, en welke subsidie op de begrooting van het Armbestuur wel is vermeld doch geroyeerd geworden daar waar op voorkomt de subsidie uit de plaatselijke kas van f.177, 50 over 1838.
Waarmede ook onze begrooting is bezwaard geworden terwijl doch eerstgemelde f137,50 uit de provinciale fondsen voor den Armen verleend, door ons dadelijk om in de bestaande nood te voorzien aangezien door onzen Burgemeester reeds een voorschot aan het zelven was gedaan waarom het ons voorkomt dat die som zoo in ontvang als uitgaaf op de Armbegrooting van dit jaar bij regularisatie mogt zijn vermeld geworden, waaromtrent  bij UEGA goedvinden  eerbiedig verzoeken terwijl wij hopen ook onz nadere toelichting aangaande onze begrooting  UEGA goedkeuring zal mogen wegdragen
De Burgemeester
CDB
Den 2 februarij 1838
 
Arnemuiden den 15 Januarij1838
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Aantal trekdieren & Vaartuigen
 
Ingevolge uwe Excie circulaire van den 29 October 1829 PB no 127, hebben wij de eer uwe Excie te doen toekomen een staat van het aantal trekdieren & voertuigen binnen deze gemeente aanwezig overeenkomstig het model gevoegd achter bovengemelde circulaire
De Burgemeester
CDB
 
Staat van het aantal trekdieren en voertuigen op den 1 Jan: 1838 te Arnemuiden
Wed: P. Zwigtman: 2 paarden; een wagen;een Kar
Adr: Filius: 4 paarden; twee wagens; een kar
L.Willeboortsen: 3 paarden; 3 wagens; 1 kar
Willem Geldhof: 3 paarden; 3 wagens; 1 kar
Adriaan Koets: 2 Paarden; 2 wagens; 1 kar
Leendert Wisse: 4 paarden; 2 wagens; 2 karren
Jac: Schoonenboom: 4 paarden; 3 wagens; 1 kar
Joosse Joos: 2 paarden; 1 wagen.
Adr: Adriaanse: 4 paarden; 2 wagens; 1 kar
Jac: Meerman: 2 paarden; 2 wagens; 1 kar
Blaas Schets: 2 paarden.
Cornelis van Eenennaam: 3 paarden; 2 wagens; 2 karren
 
35 paarden; 25 wagens en 12 karren 
 
 
Middelburg den 18 Januarij 1838
Onderwerp: Verplegingskosten Weezen en bedelaars
Ik heb de eer UEA bij deze te informeren dat het vermoedelijk bedrag der door uwe  stad over het jaar 1837 aan de Maatschappij van Weldadigheid verschuldigde sommen bedragt wegens verplegingskosten van weezen f.45,65 en van bedelaars f.12,33 en dat de betaling van die sommen ten behoeve? Van uwe stad uit derzelver aandeel in de provinciale belasting is gepreleveerd en en met dezelve op den voet mijner circulaire van den 30 Januarij 1833 A.2e Afd: P.B. no 20 zal worden verrekend terwijl UEA zich voor gemagtigd kunnen houden om die betaling waarvoor geene of geene genoegzame allocatie op de begrooting uwer stad over 1837 is toegestaan te vinden uit den post voor onvoorziene uitgaven over gezegd jaar.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden den 1 Februarij 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Staat wolvee
Ingevolge het gevorderde bij Uwe Excie circulaire van den 13 Junij 1829 PB no 75 hebben wij de eer Uwe Excie te doen toekomen  een staat van het aanwezige wolvee binnen deze gemeente
De Burgemeester
CDB
 
Staat aanwijzende het wolvee in de Gemeente Arnemuiden op den 1e Februarij 1838
Jan Tramper 1 ooischaap
L.Willeboordsen 1 ram; 2 ooischapen
Willem Geldhof: 1 ram; 2 ooischapen
Robbert Blaasse: 2 ooischapen
Cor: van Eenennaam: 1 ram; 7 ooischapen
Adr: Adriaanse: 2 Lammers
 
Goes den 3 Februarij 1838
Heb de eer UEA te informeren dat de Militie-Raad hare werkzaamheden van de Eerste Zitting voor het Kanton, bepaalt heeft op Dingsdag, den 13 Februarij 1838 ten 10 uren in de Abtdij te Middelburg; gelieve zorg te dragen de vrijwilligers casu quo en de voor een jaar vrijgestelde dienstpligtige Lotelingen uwer gemeente, de laatste voorzien van de bewijzen hunner vrijstelling, van de Ligtingen van 1834 t/m/ 1837, op de bepaalde dag, uur en plaats voor de Militie-Raad compareren.
De Kommissaris van het District Goes, belast met het Militie Kommissariaat in de provincie Zeeland
Handtekening
 
Arnemuiden den 14 Maart 1838
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp; Inst: van Weldadigheid
In voldoening aan UEGA besluit van den 2 Feb: j.l. PB no ? hebben wij de eer aan UEGA te doen toekomen de statistieke tabellen nopens de instellingen van Weldadigheid over 1837, daarvan opgemaakt naar de opgave van het Diaconiaal Armbestuur alhier met bijvoeging der suppletoire tabel der Armen Scholen van het gegeven kosteloos onderwijs aan kinderen van onvermogenden ouders terwijl door ons tevens is gevoegd den opgave van de commissie in de voorziening van den Commissie in de voorziening van de buitengewonen nood der Armen die mij nevens deze aan UEGA doen toekomen waaruit UEGA zult ontwaren de aanzienlijke som welke door menschenvrienden aan die Commissie geschonken in de zoo dringende armoede van 196 huisgezinnen welke schier aan alles gebrek hebbende verstrekt is in hunne kommervolle omstandigheden gedurende deze barre winter; waarmede naar den wensch des gevers een doelmatig gebruik is gemaakt etc
De Burgemeester
CDB
Slecht leesbaar!! Klad; veel doorhalingen en toevoegingen !
 
Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 26 Januarij 1838
Overgelegd zijnde een Staat van het vermoedelijk bedrag der door sommige gemeene in deze provincie over 1837 aan de Maatschappij van Weldadigheid en het Provit(s)ioneel depot te Middelburg verschuldigde sommen wegens verplegings, transport en vervangingskosten van bedelaars  en welke uit aanmerking van der zelver min gunstige finantieele omstandigheden voor de toekenning van een subsidie uit de Provinciale fondsen in aanmerking zoude kunnen komen
Is  goed gevonden
Uit de daarvoor bij de algemeen Provinciale begrooting van 1837 disponibele fondsen een subsidie toe te leggen aan de gemeente Arnemuiden     f.12,33
Voor het bedrag der verleende subsidie de vereischte ordonnantiën op de Administrateur van ’s Rijksschatkist in deze Provincie ten laste der Provinciale fondsen van 1837 op te maken en etc.
Het verzoek het bedrag van het voormelde subsidie in de Plaatselijke begrooting voor 1839 in buitengewonen Ontvang te regulariseren etc
Extracten
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 2 februarij 1838
Overlegd zijnde de ingekomen staten van houdende aanvragen van sommige plaatselijke besturen om te worden gemagtigd tot het beschikken over de fondsen welke bij derzelver begrootingen voor onvoorziene uitgaven over het jaar 1837 zijn toegestaan, alsmede de aanvragen der steden
Is Goedgevonden
De voorz: te arresteren en van de daarbij genomene beschikkingen aan de betrokkene besturen voor zoo veel ieder aabgaat kennis te geven.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Extract uit het Verbaal van heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 9 Februarij 1838
Gelezen zijnde eene missive van Burgemeester & wethouders van Arnemuiden van den 2e dezer no 10 daarbij naar aanleiding van de sub no 5 der Plaatselijke begrooting van het loopende jaar gestelde marginale aanmerking, te kennen gevende dat de roeijing van eenige aan de stad toebehoorende boomen uit hoofde van te digte beplanting en gevaarlijke positie, noodzakelijk is geweest dat de verkooping daarvan zonder voorafgaande vaststelling van conditiën geschiedt, daar alleen de tijd van roeijing en die van betaling bij den verkoop bepaald wordt, dat voorts het Proces verbaal dadelijk wordt geregistreerd en een afschrift daarvan bij de rekening wordt overgelegd, verzoekende dezelve wijders om aangevoerde redenen dat de som van f.137,50 welke in 1837 aan het Diaconaal Armbestuur als een buitengewoon subsidie voor de kosten van een krankzinnige is verleend in de begrooting van dat Armbestuur voor het loopende jaar alsnog in ontvang en uitgaaf worde geregulariseerd
Is Goedgevonden
In de gegeven inlictingen omtrent de geroeide boomen te berusten en aan Burgemeester en Wethouders van Arnemuiden te kennen te geven dat nademaal de begrooting van het Diaconie Armbestuur voor 1838 bereids is goedgekeurd, daarin geene regularisatie meer kan plaats hebben doch dat het voorm; subsidie van f.137,50 in de rekening van het Armbestuur voor 1837 in buitengewonen ontvang & uitgaaf zal kunnen verantwoord worden.
Afschrift etc
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Aan de Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Gepensioneerden
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 27 Febr: j.l. (PB no 25) nopens het verleenen van voorschotten aan gepensioneerden uit voorhanden zijnde gelden bij Godshuizen en Instellingen van Weldadigheid, hebben wij de eer uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente maar eene gepensioneerde woond, zijnde de weduwe van de voor Antwerpen gesneuvelde Matroos H. Buster, welk een klein pensioen geniet, en  dat aan haar zonder eenig verlies of korting door een belanglooze Heer word ontvangen en ter hand gesteld en dat zooals Uw Excie bekend is, alhier niet anders bestaat dan een Diaconie Armbestuur , dewelke steeds moet worden gesubsidieerd, en alzoo ook niet in de mogelijkheid om dienaangaande de minste voorschotten te doen, daar wij zelve uit de som op onze begrooting van dit jaar toegestaan voor verplegingskosten van een krankzinnige vrouw, en weezen te Veenhuizen reeds het grootste gedeelte hebben moeten afgegeven met daar door ?/ waarom? aan het groot aantal wekelijksch bedeeld wordende armen een waarlijk gering onderstand te kunnen uitreiken.
De Burgemeester
CDB
Den 19 April 1838
 
Middelburg den 3 Maart 1838
Onderwerp: Transport Buskruijd
Als een vervolg op mijne missive van den 8 Januarij j.l. A no269 1 Afd: en onder referte tot de daarbij gedane uitnoodiging, heb ik de eer UEA kennis te geven dat het transport van het daarbij vermelde bus-kruid, hetwelk door de invallende vorst niet heeft kunnen geschieden, in den loop der aanstaande week zal plaats hebben.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Verpachting haard & vuilnis
Na dat op den 9 December 1837 de openbare verpachting van de straatmest of haard & vuilnis dezer Gemeente was mislukt, aangezien daar voor niet meerder dan veertig gulden in het jaar werd geboden, zoo hebben wij krachtens de Resolutie van den Raad dezer stad in dato den 19 Febr: dezes jaars  hier bijgevoegd dezelve op heden onderhandsch voor den tijd van drie jaren verpacht aan Jacobus Koster Landman in de gemeente Cleverskerke voor eene som van vijf en vijftig gulden in het jaar, en zulks op de conditiën bij den Raad dezer Stede den 12 Oct: 1837 gearresteerd, volgens daarvan door ons opgemaakt en geteekend verbaal , welke wij nevens gezegde conditiën de eer hebben aan UEGA te doen toekomen met verzoek daar op UEGA goedkeuring te verleenen
De Burgemeester
Den 9 Maart 1838
 
Heden den 9 Maart 1838
Hebben wij Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden, krachtens op ons verstrekte autorisatie bij bij  Resolutie van den Raad dezer stad in dato den 19 Febr: j.l. op heden voor den tijd van drie achtereenvolgende  jaren, ingegaande Primo Januarij dezes jaars en zullende eindigen Ultimo December 1800 veertig verpacht de straatmest van deze gemeente aan den Persoon van Jacobus Koster Landman in de gemeente Cleverskerke en zulks op de conditiën en voorwaarden daarvoor gearresteerd bij den Raad dezer stede in dato 12 October 183 den 19e van die maand behoorlijk geregistreerd; welke Jacobus Koster bij onderteekening verklaard voorzeide straatmest op gezegde conditiën dooor hem gelezen voor genoemde drie jaren te hebben gepacht voor eene som van vijf en vijftig gulden in het jaar te betalen zooals in de gemelde conditiën is bepaald met belofte dezelve getrouw te zullen nakomen onder verband als naar regten
En hebben zich als principale Borgen voor gemelde Pachter Jacobus Koster gesteld Adriaan Midavaine Landman in de gemeente Cleverskerke en Jan Karel Crucq timmerman  te Arnemuiden met belofte ingeval van nalatigheid van de volbrenging der genoemde  conditiën hun heden voorgelezen, alsdan daar aan op de eerste aanmaning te zullen voldoen, met renuntiatie van uitwinning, schuldsuppletiën ? en andere voorregten de Borgen vergund, mede onder verband als naar regten.
En is van al het hier voorgemelde opgemaakt dit verbaal dat door ons Burgemeester en Wethouders  nevens de Pachter en Borgen na voorlezing is geteekend op dato als in het hoofd dezer is gemeld
Burgemeester & Weth:
Pachter  en Borgen
 
Middelburg 6 Maart 1838
Onderwerp: nadere aanbeveling tot  uitvoering
                    Verordeningen bedelarij
Uit de aan mij deswege gedane rapporten heb ik ontwaard dat de bedelarij ten platten lande van het 1 district door afgezetenen zedert eenige tijd menigvuldig is geweest, terwijl het mij niet gebleken is, dat een enkel bedelaar is aangehouden & aan de Regtbanken is overgegeven of naar de tijdelijke bewaarplaats voor bedelaars en behoeftigen te Middelburg is overgebragt.
Dit toch had naar aanleiding van ‘s Konings bevelen UEd: bij herhaling medegedeeld & laatstelijk aan UEd bij het provinciaal blad no 113 van 1833 herinnerd behooren te geschieden.
Ik meen UEd: derhalve nader op de bestaande voorschriften tot weering der bedelarij oplettend te moeten maken, met aanschrijving om te zorgen dat dezelve in Uwe gemeente worde gehandhaafd, zoodanig dat aldaar voor het vervolg niemand zich aan bedelarij overgeve, zonder dat de bepaalde aanhouding & overbrenging worde toegepast.
Daar vooral Ingezetenen uwer gemeente zich ten dezen aan de mij gesignaleerde overtreding der verordeningen tegen de bedelarij hebben schuldig gemaakt, meen ik UEd: te moeten uitnoodigen om dezelve bij publicatie aan het ten dezen bestaande verbod te herinneren
De Staatsraad Gouverneur van de provincie
Van Vredenburch
Aan de Heeren Burgemeesters & wethouders of assessoren der steden & gemeenten ten platten Lande van het 1e district
 
Arnemuiden 12 Maart 1838
Onderwerp: Waarschuwing bedelarij
 
Bekendmaking
Burgemeester & wethouders der stad Arnemuiden gezien hebbende den aanschrijving van Zijne Excie den Heer Staatsraad Gouverneur van Zeeland van den 6 Maart jl daarbij bij vernieuwing herinnerd wordende aan de bestaande maatregelen betrekkelijk de wering der bedelarij zoo binnen als buiten de gemeente waarschuwen een iegelijk ten ernstigsten aan wien zich aan dit verbod schuldig maakt om de deswegens bestaande verordeningen in acht te nemen, daar bij het ontdekken van gepleegde bedelarij dezelve hij onverwijld naar de Regtbank te Middelburg zal worden opgezonden om daarna naar een der bedelaarsgestichten te worden getransporteerd.
De Burgemeester
CDB
 
Bekendmaking
 
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden maken bekend dat door of van wege het bestuur alhier op maandag den 28 Maar aanstaande een schouwing zal plaats hebben op de schoorsteenen en andere stookplaatsen, op het gebruik der nieuwe maten & gewigten en op de straten en voetpaden.
Wordende een iegelijk aangemaand om te zorgen dat op de deswegens bestaande bepalingen geene overtredingen worden gevonden, daar de nalatigen in dezen bij proces verbaal zullen worden achtervolgd en aan den Heer Vrederegter van het kanton Vere zal worden opgezonden.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid aan den dag zoude leggen, zal deze worden afgekondigd en aangeplakt ter plaatse waar zulks gewoonlijk is te geschieden.
Gedaan ten Raadhuize  der stad Arnemuiden den 15 Maart 1838
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 20 Maart 1838
Aan de Heer Gouverneur
Onderwerp: Schutterij
Nevens deze hebben wij de eer aan Uwe Excie ingevuld te retourneren de staat gevoegd geweest bij Uwe Excie circulaire van den 2 dezer maand  PB 27 ter verder kennisgeving dat er geene personen in die termen vallende opgemelde staat ontbreken
De Burgemeester
CDB
Theune Adriaan Ligting 1835 geh: November 1836; de echtgenote in leven; 1 kind
De Geus Jacob Ligting 1836 geh; 21 Junij 1837; echtgenote in leven;         1 kind
Bil Jan             Ligting 1831  geh;1834                echtgenote in leven; 1 kind
 
Arnemuiden den 27 Maart Maart 1839 ?
Aan den Heer Gouverneur
De collecte voor den gewapenden dienst in de Nederlanden alhier op heden plaats gehad hebbende, zoo hebben wij de eer in voldoening aan uwe Excie circulaire van den 28 febr: jl PB no 19 kennis te geven dat de collecte alhier heeft opgebracht de som van f. 7,31
De Burgemeester
CDB
 
Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 2e Maart 1838
De ingekomen opgaven der in 1837 door de onderscheidene arm administratiën verpleegde weezen & verlatene kinderen welke in de termen verkeren volgens Zijne Majesteits besluit van den 27 Aug: no 125 te worden opgezonden, alsmede eenen daaruit opgemaakten staat
Is goedgevonden
 Aan de besturen van Arnemuiden etc te kennen te geven dat de door dezelve opgegevene kinderen niet zullen behoeven te worden opgezonden uit hoofd de opzending bevonden is geen voordeel voor de betrokkene armadministratiën te zullen opleveren of omdat dezelve op grond der door de besturen opgegevene bijzondere omstandigheden waarin die kinderen verkeeren, geoordeeld zijn in de termen te vallen in de uitzonderingen van art: 1 of 2 van Z:M:  besluit van den 17 Augustus 1827 no 125 met opmerking nog thans aan etc
Ectracten enz
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Militie Kommissariaat
Provincie Zeeland
Onderwerp: Tweed-en Derde Zitting
Militie-Raad
Goes, den 22  Februarij 1838
Kennisgeving: Tweede Zitting
Den 28e Maart 1838 o.a in het 1e Militie-Kanton
Des nademiddags om 1 ure in de Abtdij te Middelburg
Derde Zitting
Den 10e April voor het 1e Militie Kanton
‘s middags om 1 ure in de Abtdij te Middelburg
 
In de Tweede Zitting alle in dit geloot hebbende persoonen, welke vermeenen regt op Vrijstelling te hebben.
In de Derde Zitting, alle Lotelingen , welke Nummers willen verwisselen of Remplaceeren.
Verzoek de lotelingen te informeren.
Bij non comparitie beschouwd als zonder redenen van Vrijstelling, en voor den Dienst finaal gedesigneerd.
De Komm: van het District Goes
Handtekening
 
Middelburg den 14 Maart 1838
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij wordt toegezonden het op den 9 dezer invorderbaar verklaarde kohier van het patentregt uwer gemeente dienstjaar 1837/38
Binnen 5 dagen na ontvangst doen toekomen aan den heer Ontvanger der Directe belastingen en mij op te geven de dag van de afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc controle Middelburg.
Handtekening
   
 
Middelburg den 14 Maart 1838
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar
                      Verklaard kohier
Ik heb de eer aan UEA hiernevens in overeenstemming met art.13 van het besluit van 16 Thermidor 8e jaar; toe te zenden het op den 9 dezer, invorderbaar verklaarde kohier van het patentregt uwer gemeente dienstjaar 1837/38 .
Verzoek: binnen vijf dagen na ontvangst te doen toekomen aan den Heer Ontvanger der Directe belastingen en de dag op te geven van de te doene afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc
Handtekening
 
Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 16 Maart 1838
Gelezen zijnde een missive van Burgemeester en wethouders van Arnemuiden van den 9 dezer no 66 daarbij met overlegging van eene  daartoe betrekkelijke deliberatie van den stedelijken raad van den 19e Februarij jl ter goedkeuring inzendende de conditiën en proces verbaal van gehouden onderhandsche verpachting der straatmest of haardasch  en vuilnis binnen die gemeente voor den tijd van drie achtereenvolgende  jaren ingaande 1e Januarij 1838 en eindigende Ult: December 1840 waaruit blijkt dat daarvoor is bedongen eene som van f.55 ‘sjaars
Is goedgevonden
Voorz:Conditiën  en Proces verbaal van onderhandsche aanbesteding goed te keuren en van eene approbatoire apostille voorzien aan Burgemeester & wethouders van Arnemuiden te  retourneren ten welken einde afschrift dezer aan dezelven zal worden gezonden tot informatie en narigt.
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Middelburg den 23e Maart 1838
Onderwerp: Mutatie Miliciens
Ik heb de eer UEd: hiernevens te doen toekomen eene naamlijst van Miliciens, welke op de eene of ander wijze van het Korps waarbij zij dienden, zijn afgegaan.
Ik verzoek UEd van het voorgevallenen met de Miliciens,voorkomende op genoemde lijst, aanteekening te doen,, op de alphabetische lijsten der betrokkene Ligtingen en op het Register van Ingelijfden, model litt.GG, uwer Gemeente
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Middelburg den 26 Maart 1838
Onderwerp: Retour der tabel van de Commissie ter voorziening
                    In de nood der armen.
Bij inzage van de tabel der door de zich in uwe gemeente gevestigd hebbende Commissie gedane bedeelingen ter voorziening in den buitengewonen nood der armen, in verband met den inhoud van uwe missive van den 14 dezer no 45 met welk mij die tabel onder meer anderen,is geworden en die stukken vergelijkende tegen de opgave dier Commissie geplaatst in de Middelburgsche Courant van den 15 Maart ll  no 32, is het mij toegeschenen dat de daarin vervatte bijzonderheden zoo niet geheel dan toch meerendeel hebben tot het loopende dienstjaar en niet tot 1837 waarover die tabel eigenlijk behoort te loopen.
Ik heb alzoo de eer dit stuk hierbij aan UEd: te retourneren met verzoek om mij daaromtrent in te lichten en mij hetzelve na  voor zooveel noodig te zijn gewijzigd  opnieuw te doen geworden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de  Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden 2 April 1838
Aan de Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Inzending tabel voorziening
                    Buitengewonen nood Armen
Bij Uwe Excie missive dato 26 Maart j.l. A no 3028 2e Afd: ons teruggezonden  zijnde  de door ons ingezondene tabel van de Commissie ter voorziening in den nood der Armen, hebben wij de eer Uwe Excie dien aangaande te berigten dat  wij in den voorlede Jare bij de inzending der jaarlijksche tabellen die staat van de Commissie niet hadden bijgevoegd, dat wij daarop bij Uwe Excie missive dato 18 April 1e Afd; A no 4546  werden uitgenoodigd om eenen opgave aan Uwe Excie eenigsints spoedig te doen geworden van de alhier althans gevestigd hebbende commissie  alsdezelve beschouwd worden te behooren tot de instellingen van weldadigheid  welke jaarlijks aan het departement van Binnenl: zaken mogten worden opgegeven, waaraan dan ook door ons bij missive dato  22 April 37no 106 werd voldaan als een gevolg op die missive is dan ook die staat naar afloop der Commissie bij de jaarlijksche tabellen van dit jaar aanwezig en is dezelve ingerigt geworden naar eenen opgave ons door die Commissie gezonden, welke opgave door ons nader overgelaten zijnde  met de aan uwe Excie ingezondenen staat en daarin bij ons geene abuizen? Zijn voorgekomen  en  alzoo geene wijziging in dezelve hebben kunnen maken.
Onder mededeeling van vorenstaande inlichtingen hebben wij alzoo de eer die staat alsnog aan uwe Excie te doen toekomen, en dezelve ter nadere goedkeuring aan Uwe Excie verlicht oordeel onderwerpen.
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 28 Maart 1838
 Onderwerp: Toezending invorderbaar verklaard kohier
Volgens resolutie Van Zijn Excie den Minister van Finaciën van den 17 Mei 1834 no 194 PB no 53 heb ik de eer UEA hiernevens in overeenstemming met art: 13 van het besluit van 16 Thermidor 8e jaar. Toe te zenden het op den 23 dezer invorderbaar verklaarde kohier van de grondbelasting dienstjaar 1838
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst te doen toekomen aan de Heer Ontvanger der directe belastingen en op te geven de dag der afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc te Middelburg
Handtekening
 
Arnemuiden 30 Maart 38
Aan den Heer Controleur 
Bij ons ontvangen zijnde het kohier van de Grondbelasting dezer gemeente over 1838 bij uwen missive van den 28 Maart no 108 hebben wij de eer UEG kennis te geven dat op heden daarvan de afkondiging heeft plaats gehad en hetzelve aan den Ontvanger is ter hand gesteld.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemmuiden 30 Maart 38
Aan den Heer Gouverneur
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat bij ons is ontvangen is het kohier van den grondbelasting dezer gemeente voor dit loopende jaar, dat daar op heden de gewone bekendmaking is gedaan,  en het aan den Ontvanger der Directe belasting alhier is ter hand gesteld.
De Burgemeester
CDB
 
Het Diaconie Armbestuur heeft de eer om op verzoek van den Ontvanger dezes bestuurs den Achtbaren GemeenteBesture te solliciteren, eene Commissie uit UEA te benoemen, ter bij woning van het doen der Armrekening over 1837, die hij Ontvanger voornemens is te doen, Zaturdag 7 April 1838; gelieve het bovengen: Armbestuur te berigten, of dien dag voor de uit UEA midden benoemde Commissie geschikt is.
Uit Naam en Last van
Het Diaconie Armbestuur
Dezer Stede
J. Wanrooij
Arnemuiden 24 Maart 19838
 
Middelburg den 30 Maart 1838
Ondewerp: Mutatie Miliciens
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen toekomen eene naamlijst van Miliciens, welke op de eene of andere wijze van het Korps waarbij zij dienden, zijn afgegaan.
Ik verzoek UEAvan het voorgevallene met de Miliciens, voorkomende  op genoemde lijst, aanteekening te doen, op de alphabetische lijsten der betokkene Ligtingen en op het Register van Ingelijfden, model ltt. GG, uwer Stad.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden 2 April  37
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: verzoek inlichting miliciëns
Bij uwe missive dato 30 Maart j.l. no 2916 ons toegezonden zijnde een Staat van mutatie vanden miliciën  Robbert Jacobse Schroevers in den Maand Maart ontslagen zijnde wegens ligchaamsgebreken in en door de dienst, vermeenen wij dat hier een abuis plaats vindt, daar ons bij missive van den Heer Wethouder Ambenaar van den Burgelijken Stand der stad Haarlem in dato 8 Maart 1838 is toegezonden een extract uit de acte van overlijden van die persoon op den 5 Maart j.l..
Ten einde die incitaties ??op de registers te bewerkstelligen hebben wij de eer alzoo Uwe Excie inlichtingen betrekkelijk  deze persoon eerbiedig te vragen
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 2 April 1838
Aan den Heer Gouverneur 
Onderwerp: Berigt Schutterij
Ingevolge de bestaande voorschriften hebben wij de eer Uwe Excellentie ter voldoening ……. Te berigten dat de kinderen der voor den 1 Ban provisioneel vrijgestelde schutters dezer Gemeente nog allen in leven zijn, tewijl de Huisvrouw van den schutter  Leonardus Grootjans verlost is en het kind in leven, waartoe betrekkelijk waren de respective certificaten van den Heelmeester van Opdorp alhier vroeger aan Uwe Excie ingezonden en zulks ter voldoening Uwe Excie missive dato 8 December 1837 Ano 13729 1e Afdeeling.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden 2 April 1838
Aan den  Heer Gouverneur
Onderwerp: Berigt Bedelarij
Bij den ontvangst van Uwe Excie missive van den 6 Maart j.jl Ano 1666 betrekkelijk de nadere aanbeveling tot uitvoering op de verordeningen der Bedelarij, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten wij dadelijk bij den ontvangst der missive onze ingezetenen bij publicatie opnieuw  aan de deswegens bestaande verordeningen hebben herinnerd, en de veldwachter de surveillance bij vernieuwing hebben aanbevolen daar het bovenmate strenge jaargetijde zekerlijk oorzaak geweest heeft hierin eenige verslapping heeft plaats gevonden, daar het Uwe Excie niet onbekend zal zijn dat een 2/9 e gedeelte onzer ingezetenen  is bijna aan alles gebrek lijdende in die barre oogenblikken hoegenaamd geene verdiensten hebben en geene eigene middelen bezittende waardoor dit verzacht en hunnen armoede vergeten noch gevoeld worden.
Met genoegen kunnen wij Uwe Excie  melden dat de weg tot verdiensten voor hen weder geopend is en  dat voor ons in de verloopene drie maanden geen bedelaars zijn voor ons gebragt noch bedelende personen alhier zijn ontdekt.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 2 April 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: staat Broodzetting
Nevens deze hebben wij de eer aan Uwe Excie  te doen toekomen den Staat der broodzetting  over het 1e Kwartaal van dit jaar zooals die naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden, overeenkomstig het besluit van Heeren GS van den 2 Mei 1828 PB no 72
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 6 April 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Verbaal Stedelijke kas 
Hiernevens hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den staat der Stedelijke Kas volgende bestaande verordeningen door ons heden opgemaakt en geteekend
De Burgemeester
CDB
Arnemuiden den 6 April 1838
Aan den Heer Gouverneur en Provinciale Commissie
Onderwerp: Vaccines
Wij hebben de eer Uwe Excie en UEG bij deze kennis te geven dat bij ons geene berigten zijn ingekomen dat in den loop van het 1e kwartaal dezes jaars iemand in deze gemeente in gevaccineerd of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht.
De Burgemeester
CDB
 
Naamlijst van Miliciens welke van het Korps,bij hetwelk zij dienden,op de eene of andere
Wijze zijn afgegaan
Schroevers Robbert Jacobse Loteling Arnemuiden Ligting 1836 17e Afdeeling Infanterie
Reden: In de maand Maart 1838 wegens ligchaamsgebreken ontslagen ontstaan in en door de dienst.
Middelburg den 30 Maart 1838
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Verbaal schouwing smederijen etc
Door de Burgemeester onzer gemeente een verbaal ter hand gesteld zijnde, van deszelfs gedane schouwing betrekkelijk de Inrigting van smederijen, ovens etc zoomede omtrent het gebruik van Nederlandsche Maten en gewigten, door nering doende Ingezetenen en ook van de gedane naziening en weging van het brood bij  de Bakker in onze gemeente den 28e Maart jongstleden, door hem verrigt verzeld van een der wethouders, zoo hebben wij de eer Uwe Excie daarvan bij dezen een afschrift te doen toekomen; terwijl wij daar bij Uwe Excie kunnen berigten, dat de Wegen en Voetpaden dezer Gemeente voor Rekening der Stede in een behoorlijken staat zijn en worden onderhouden.
De Burgemeester
CDB
Den 5 April 1838
 
Heden den 28e Maart 1838
 
Heb ik Burgemeester der stad Arnemuiden geadsisteerd met de wethouder J.de Marëe een schouwing gedaan omtrent de inrigting van smederijen, ovens, en Stookplaatsen in de Gemeente en daar sedert de laatste gedane schouwing geene verandering  waren voorgevallen wij ook op deszelver inrigting geene aanmerkingen bij deze naziening hebben gehadt, en ons niets daar bij is voorgekomen dat strijdig was met de bestaande voorschriften en bepalingen.
Bij die gelegenheid is door ons tevens de winkels in deze gemeente bezocht en in dezelve geene andere dan Nederlandsche Maten en gewigten gevonden,terwijl bij de Broodbakkers het brood is nagezien en gewogen dat door ons is bevonden overeenkomstig het broodpas.
Waarvan door mij dit verbaal is opgemaakt en nevens de hier bovengenoemden wethouder geteekend op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
De Wethouder                                                                      De Burgemeester
J: de Marée                                                                          Corn: Dan: Baars
 
Middelburg den 7 April 1838
Onderwerp: Om andere inlichtingen omtrent
                    De tabel der commissie ter voorziening
                   In den nood der armen.
 
Bij mijne missive van den 26 Maart j.l. no 3028 A 2e afd:  gaf ik mijn verlangen te kennen om te worden ingelicht in hoe verre de bijzonderheden voorkomende in de bij uwe missive van den 14 te voren no 45 gevoegd geweest zijnde tabel der door de zich in uwe gemeente gevestigd hebbende commissie gedane bedeelingen ter voorziening in den buitengewonen nood der armen al dan niet behoorden tot het jaar 1837.
Daar uwe missive van den 2 dezer no 81 welke in antwoord op de mijne van 26 Maart j.l. voorn: moet strekken geene zoodanige inlichtingen bevat vinde ik mij verpligt UEA onder toezending dier tabel te verzoeken om mij nader bepaald op te geven welke der in gen: tabel voorkomende ontvangsten en uitdeelingen  door de genoemde Commissie gedurende den loop des jaars 1837 zijn gedaan zullende het mij aangenaam zijn dat mij bij retour van de voorz: Tabel ten spoedigste geworden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden den 10 April 38
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Wijziging staat voorziening nood der Armen
Wij haasten ons Uwe Excie te doen toekomen de bij Uwe Excie missive van den 7e dezer maand Ano 3406 2 Afd: teruggezonden staat van de Commissie ter voorziening in den nood der Armen alhier, na dezelve gewijzigd te hebben ingevolge de inlichtingen ons aandien Commissie nader gevraagd , waaruit Uwe Excie  alsnu ?? wat betreft den ontvangst in 1837,van welken ontvangsten door dien dezelve op het laatste van dat jaar zijn gedaan geene uitdeeling heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB
Slecht leesbaar.!!
 
Arnemuiden 11 April 1838
Aan Heeren GS van Zeeland 
Onderwerp: Stadsrekening 1837
De Rekening dezer stad over het voorgaande jaar 1837 door den Stedelijken Raad nagezien  en bij voorraad opgenomen zijnde hebben wij de eer dezelve in triplo met de daarbij behoorende bescheiden aan UEGA nadere en finale goedkeuring bij deze aan te bieden. 
De Burgemeester
CDB
 
 
Arnemuiden 11 April 38 Aan Heeren GS
Onderwerp: Armrekening 1837
Door den Raad dezer stad  den Rekening van het Diaconaal Armbestuur dezer Gemeente  over het vorige jaar 1837 bij voorraad opgenomen zijnde en geene bedenking in de vergadering tegen dezelve voorgekomen zijnde , zoo hebben wij de eer UEGA die rekening in tijds met den daarbij behoorende staat te doen toekomen en dezelve aan UEGA nadere goedkeuring aan te bieden.
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 12 April 1838
Onderwerp: Beweiding der Wegen
De tijd naderende tot het uitgeven van permissiën tot het beweiden der Wegen in dit Eiland.
Verzoek: deze nominative staat  in te vullen voor die personen onder Uwe Gemeente welke zouden wenschen de vergunning voor het aanstaande zomersaisoen te bekomen.
Zo mogelijk de ingevulde staat voor of op 23 April aanstaande te mogen ontvangen; zijnde het ons voornemen om op den 30e April de morgens ten 11 uren aan het locaal onzer Directie in de Abtdij alhier, te vaceren tot de afgifte van de daartoe noodige Permissiebiljetten en Kappers.
De Centrale Directie van Walcheren
Hurgronje
Ter ordonnantie van dezelve
J.W. Schorer
 
Arnemuiden den 17 April 38
Aan de Centrale Directie van Walcheren
Nevens deze hebben wij de eer aan UEG  ingevuld te retourneren de staat  ons bij uwe missive van den 12dezer no 27 toegezonden terwijl het ons aangenaam  zal zijn de daarin vermelde personen welke in vorige jaren die vergunning geschonken zijn en waardoor zij in hunne armoede eenige tegemoetkoming erlangt weder van dit jaar die permissie mag worden afgegeven.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 18 April 38
Aan den Gouverneur
Onderwerp: oefening Brandspuit
Ter voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 13 October 1829 PB no 118 hebben wij de Eer Uwe Excie hiernevens  te doen toekomen afschrift van een proces verbaal van onze gedane oefening met de Brandspuit  op Dinsdag den 17 dezer maand terwijl wij met genoegen kunnen melden dat zoo met de Brandspuit als gereedschappen in de beste order bevonden zijn en geene aanmerking op dezelve te maken was.
De Burgemeester
CDB
 
Heden den 17 April1838
Ingevolge het bepaalde bij art: 32 van het reglement ter voorkoming en  blussching van brand in de Gemeenten ten platte lande in deze Provincies overgegaan zijnde , om ten overstaan van mij Burgemeester der stad Arnemuiden tot de openbare oefening mat de brandspuit dezer Gemeente na alvorens de Spuit blusch en brandgereedschappen met alles wat daartoe behoort in oogenschouw te hebben genomen zoo is bij eene naauwkeurige naziening bevonden,dat zoo wel de Spuit, blusch en brandgereedschappen in eenen goeden staat zich bevinden, en geene gebreken daaraan zijn ontdekt geworden, en mitsdien dezelve volkomen voldoende bevonden, om bij onverhoopte gelegenheid daarvan het noodige gebruik te maken ,terwijl de oefenin met dezelve zeer regelmatig en in de beste order heeft plaats gehad, zoo dat noch op het eene noch op het andere eenige aanmerkingen waren te maken.
Van al hetwelk door mij dit Proces verbaal is opgemaakt en nevens mij door de Commissaris  uit den Raad met het toevoorzichte over dezelve belast, geteekend op dato als in het hoofd dezer is gemeld.
De Kommissaris uit den Raad
J: de Marée
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars
 
Bekendmaking
Onderwerp: Inteekening standbeeld de Ruiter
Burgemeester & Wethouders der stad Arnemuiden, maken bekend dat bij den Secretaris dezer stad gereed legde ene inteekeningslijst tot het oprigten van een standbeeld ter eere van den Admiraal Michiel Adriaansz: de Ruiter te Vlissingen.
Overtuigd van de welwillendheid onzer ingezetenen welke gaarne tot het oprigten van dat standbeeld van dien onsterfelijken held wiens daden Hollands Roem ten top hebben gevoerd , en tot den huidigen dag als een onvergetelijk voorbeeld van Heldenmoed ook door andere volken word geprezen, zullen willen medewerken voor ruime bijdragen die onderneming tot stand te helpen brengen.
Zoo wordt mitsdien een iegelijk uitgenoodigd wien daaraan wenscht deel te nemen, zich tot dat einde bij gemelde secretaris voor het eind deze maand aan te  melden.
Arnemuiden 18 mei 38
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 23 April 1838
Onderwerp: Patentzegels dienstjaar 1838
Nevens deze heb ik de eer UEd, te doen toekomen 75 stuks Patent-zegels voor het aanstaande dienstjaar 1838, (beginnende 1 mei,) met verzoek om mij de ontvangst derzelve te berigten
De Staatsraad Gouverneur van de
Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden den 27 April 38
Bij Uwe missive van den 23 dezer maand no 4082 4e Afd Van Uwe Excie ontvangen zijnde 75 stuks Patentzegels voor deze gemeente over het jaar 1838 beginnende den 1 mei, hebben wij de eer uwe Excie daarvan den ontvangst bekend te maken
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 26 April 1838
Circulaire
De Districts Commissie van het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden te Middelburg heeft de eer UwEd: te doen toekomen drie exemplaren van het verhandelde in de Algemeenen vergadering van het  Hoofdbestuur  en de Afgevaardigden der DistrictsCommissies gehouden te Amsterdam den 26e Julij 1837.
Dezelve Commissie informeerd UEA tevens dat de jaarlijksche Collecte alhier zal plaats hebben op Woensdag den 9 mei aanstaande en verzoekt UEA dat die ook binnen Uwe Gemeente geschiede  en de gecollecteerde gelden met eenen gecertificeerden staat voor den laatsten dier maand worden overgebragt bij den Heer Z:Snijder, medelid en secretaris dezer Commissie wonende op de Rouaansche Kaai alhier.
De Districts Commissie voornoemd
De Stoppelaar voorzitter
Z Snijder
Lid en secretaris
 
Arnemuiden 9 Mei 1838
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp:Collecte gewapende dienst
De Collecte voor de gewapende dienst in de Nederlanden alhier op heden plaats gegrepen hebbende, zoo hebben wij de eer in voldoening aan uwe Excie circulaire dd 10 Maart ll PB no 33 kennis te geven dat de collecte alhier heeft opgebracht een som van f.6,62 welke gelden met eenen gecertificeerden staat aan de Commisiie zijn ter hand geteld.
De Burgemeester
CDB
Etc
Hieronder klad certificatie
 
Arnemuiden 30 April 38
Aan den Predikant te Arnemuiden
De dag voor het doen der collecte ten behoeve van het fonds ter aanmoediging en ondersteuning van den gewapenden dienst in de Nederlanden bepaald zijnde alhier op woensdag den 9 mei aanstaande hebben wij de eer bijgaande missive van den minister van Staat belast met de generale Directie der Hervormde Keren aan Uwe Eerw te doen toekomen met uitnoodiging om aan den inhoud dier circulaire op aanstaande zondag te voldoen
De Burgemeester
CDB
 
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat op woensdag den 9 Mei aanstaande  van wege  het genoemde bestuur alhier aan de Huizen der Ingezetenen eene collecte zal worden gedaan ten behoeve het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van den gewapenden dienst in de Nederlanden,
Noodigen mitsdien een iegelijk uit om door milde bijdragen dat fonds te willen  helpen ondersteunen , waardoor hetzelve in staat blijft om bij voortduring die ongelukkige land en wapenbroeders wien voor Land en Koning  hun bloed veil gehad hebben, en daardoor verminkt zijn geworden hun   deerniswaardig lot eenige verzagting te schenken.
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 30 April 1838
Onderwerp: Overlijden Milicien R.J. Schroevers
Naar aanleiding eener bij mij van het departement van Binnenlandsche zaken ontvangen kennisgeving is de milicien Robbert Jacobus Schroevers voorkomende in mijne missive  van den 30 Maart j.l. no 2916 in de ziekenzaal te Haarlem overleden.
Ik heb diensvolgens de eer en zulks ter beantwoording uwer missive van den 2 dezer no 89 UEA te verzoeken om daarvan op de militie registers Uwer stad genoemde milicien betreffende de vereischte aanteekening te doen zijnde mijn schrijven van den 30 Maart voornoemd daardoor vervallen.
De Staatsraad Gouverneur van
De provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Publikatie
Inschrijving Schutterij
 B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat gedurende den loop van deze maand 
 Bij de secretaris  alhier gereedliggende een Register ter inschrijving voor de Schutterij van alle manspersonen geboren in het jaar 1813 en dat daartoe bijzondere gelegenheid zal worden gegeven op Zaturdag den 26 Mei aanstaande des nademiddags ter vijf uure op het Stadhuis alhier.
Noodigen mitsdien elk en een iegelijk uit om van deze gelegenheid gebruik te maken, zullende  hij wien zich ter inschrijving op den 1 Junij eerstkomende niet zal hebben aangegeven ingevolge de wet zonder loting bij de Schutterij ingelijfd worden.
Arnemuiden 11 Mei 1838
De Burgemeester
CDB
 
Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland Combinatie van eenige gemeenten waarvoor in dit jaar voor den herijk zoude kunnen worden gevaceerd
Is goedgevonden
De Arrondissements-ijkers te autoriseren slechts in de hierin genoemde gemeenten
Te Arnemuiden, ook voor Kleverskerke en Nieuw-en St.Joosland.
De Arrondissements-ijkers uit te noodigen om in tijds aan de Plaatselijke besturen kennis te geven van de dagen , waarop zij voor elke gemeente voor den herijk zullen vaceren
Extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 27. April 1838
De opgaven welke door de onderscheidene gemeente besturen in deze provincie in welke overzetveren zijn in overeenstemming met de resolutie dezer vergadering den 6 October ll no 2 zijn ingezonden geworden betrekkelijk het personeel der aangezegde veren dienende, schippers en knechts, benevens de daarbij gevoegde acten van aanstelling met voorstel 
Is goedgevonden
Goed te keuren de aanstelling van Jan Kraamer als Veerschipper in het veer van Arnemuiden op het Nieuwland.
Extracten enz.
De Griffier der Staten
Van der Heim 
 
Bekendmaking
Onderwerp: Runderziekte
B & W der stad Arnemuiden herinneren bij deze de veehouders in deze gemeente aan hunne verpligting om bij het ontstaan van  aanstekende ziekten onder hun vee daarvan dadelijk an het bestuur kennis te geven op straffe van gevangenis van 6 dagen tot 2 maanden en een geldboete van 16 tot 200 franken volgens art: 59 van het nog bestaande wetboek van Strafregt.
Voorts dat bij besluit  van ZM van den 13 April dezes jaars eene schadeloosstelling uit het fonds van den landbouw wordt toegekend van een derde der waarde van het rundvee, dat aan de ziekte gedood is, mits zij tijdig van een Rijks veearts gebruik hebben gemaakt, het aangetaste vee op order afzonderen en gedood zijne met deszelfs uiterlijken bekleedzels na door insnijdingen onbruikbaar gemaakt behoorlijk begraven en om ge????/ geene? Personen tot onderzoek op hunne stallen of in hunnen weiden toelaten.
En eindelijk dat het 1/3 van den waarde per beest niet hooger dan f.30= zal mogen beloopen en hetzelve door twee deskundigen zal moeten worden getaxeerd, welke acte met eene verklaring van den Rijks veearts bij het Plaatselijk bestuur moeten worden overgelegd, wien de veehouders alle nadere inlichtingen kunnen mededelen.
De Burgemeester
CDB
Arnemuiden 16 mei 38
 
Arnemuiden den 24 Mei 1838
Onderwerp: Rupsennesten
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 29 Januarij 38 PB no 11 hebben wij de eer uwe Excie te berigten  dat bij de ontvangst dier circulaire wij onverwijld zijn overgegaan  tot de afkondiging der Wet van den 26 Ventôse 4e jaar tot zuivering der Boomen van alle Rupsennesten dat wij op de bepaalde tijdstippen omgang op dezelve hebben gedaan en  geene nalatige in onze gemeente gevonden, terwijl wij uwe Excie weder dit jaar met genoegen  kunnen melden er geene rupsennesten in stadsboomen en struiken of hagen zijn gevonden geworden.
De Burgemeester
CDB
 
Koudekerke den 23 Mei 1838
Onderwerp: Inlevering Wapenen Ledergoed etc
Daar de inlevering der wapenen en het Ledergoed bedoeld bij de circulaire van den Heer Staatsraad Gouverneur der provincie van den 25 April jl no 49 bepaald is op Dingsdag den 29e dezer; verzoek UEA de nodige orders te stellen een wagen uwer gemeente de Wapenen  voorhanden na Vlissingen overbrenge; doch die te gelijk van Nieuw en St Joosland zoude opladen; zijnde door mij de Heer Burgemeester van de gemeente verzocht te zorgen hunne wapens etc voorhanden zijn ten einde  geen oponthoud plaats hebbe, daar den magazijnmeester te Vlissingen hun des morgens ten 9 Uren wacht als wanneer zijn Ed: zal zorgen de Wagens dadelijk kunnen retourneren.
Gemakshalve zal er zich van mijnen twege een Onderofficier te Vlissingen bevindt die de Inlevering zal doen volgesn de staat daarvan in duplo door UEA aan hen te overhandigen
De majoor Kommanderende  het
Half Batt: rustende Schutterij
In het 1e district Provincie Zeeland
Handtekening
 
Provincie Zeeland
Stad Arnemuiden
Staat aanwijzende de voorwerpen van wapenen en ledergoed ’s Rijkseigendom 
Zijnde, zoo ten behoeve van de Rustbewaarders als van de rustende Schutterij in de gemeente Arnemuiden in gebruik geweest.
Geweren:70 Bajonetten 69; bajonetscheden 63;sabels 7;sabelscheden 6;aftrekkers 34; schroevendraaijers 32
Ledergoed:
Patroontasschen 36; patroontasschenbandeliers 36; sabelkoppels 6; bajonetkoppels 29;geweerriemen 15
Ik ondergetekende 1e Luitenant magazijnmeester der artillerie te Vlissingen certificeerd de boven gemelde wapenen en het ledergoed te hebben ontvangen en in den staat zooals in de aanmerking is vermeld
Vlissingen den 30 mei 1838
Gerlach
Arnemuiden den 28e Mei 1838
B & W der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars
Ter ordonnantie van dezelve
Baars
Aanmerking: Alle de geweren reparatie en zwaar beroest; de sabels onbekwaam
 
Westkapelle den 26 Junij 1838
Ten einde gevolg te kunnen geven aan het bepaalde bij paragraaf 5 en 7 van het besluit van den Heer Staatsraad Gouverneur dezer Provincie dd 25 April 1838 A no 4147 1 Afd; heb ik de eer UEA te verzoeken aan het adres van de ondergeteekende te willen inzenden het reçu der onlangs door UEA ingeleverde wapens en ledergoed benevens de declaratie van de transportkosten, zullende het reçu na inzage door den Heer Majoor bevelhebber der rustende Schutterij onmiddellijk an UEA worden teruggezonden.
De 2e  Luitenant bij de 3e Komp: rustende Schutterij
Handtekening
Met potlood: gelief de opgevraagde stukken te laten bezorgen op maandag den 2 Julij bij de 
Heer Lieven?? Op de Pottemarkt te Middelburg
 
Middelburg den 20 Mei 1838
Onderwerp: Kennisgeving herkeuring milicien en oproeping van anderen.
De Loteling Robbert Schroevers behoorende tot uwe stad  en de ligting van het loopende jaar, welke op den 1 dezer bij de 17 afdeeling Infanterie was ingedeeld, is op grond van art: 161 der wet van den 8 januarij 1817 ter herkeuring naar herwaarts teruggezonden met dat gevolg dat dezelve door Heeren GS uit hoofde van wangestalte van de borstholte voor de dienst finaal ongeschikt is bevonden en naar zijn haardstede is teruggezonden.
Ter zijner vervanging zal alzoo het laagste niet opgeroepene nummer der lotingslijst uwer gemeente moeten worden in dienst gestele , ten gevolge waarvan ik UEA verzoek om bijgaande order aan den Loteling Pieter Schroevers doen uitreiken en te zorgen dat dezelve zich met den staat model litt; DD in triplo en een extract uit den zelve op vrijdag den 1 Junij aanstaande des voordemiddags ten 10 ure aan het lokaal van het Provinciaal Gouvernement late vinden, ten einde denzelven aan den provincialen Kommandant ter inlijving  kunnen worden overgegeven.
Zullende het echter aan genoemde loteling volgens het bepaalde bij de instructie van den 1 Januarij 1833 ad art: 95 en 126  (PB no 11) vrijstaan, zich door een plaatsvervanger of nummerverwisselaar in de dienst te doen vervangen, in welk geval de persoon die voor hem zal optreden aan mij zal worden aangeboden op vrijdag den 22 Junij aanstaande terwijl hij daartoe  genegen en in staat zijnde de voldoening aan de oproepingsorder, tot dinsdag thans worden aangehouden.
Eindelijk verzoek ik UEA onder kennisgeving van het bovenstaande om op de alphabetische lijst der ligting dezes jaars van de nadere afkeuring van gemelde Loteling aanteekening te doen.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden den 30 mei 1838
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Kennisgeving stellen Plaatsvervanger
Bij de ontvangst Uwer Excie missive van den 20e dezer maand A no 5116 Afd: betrekkelijk de  in dienststelling van de Loteling Pieter Schroevers hebben wij  de eer uwe Excie te berigten wij genoemde Loteling bij den ontvangst dier missive hiervan dadelijk hebben kennisgegeven en hem onderrigt hij als nog in de gelegenheid werd gesteld  dien dienst door een ander te laten vervangen, zijnde dientengevolge door hem  aangenomen te zullen zorgen dat op den 22 Junij aanstaande een man ten zijner vervulling aan Uwe Excie ter goedkeuring zal worden aangeboden.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden Junij 1838
 
Samenvatting i.v.m. slechte leesbaarheid.
De vader van Pieter Schroevers meldt dat het niet gelukt is om voor zijn zoon een remplacant te vinden. Nu de tijd verstreken is en verder zoeken geen resultaat zal opleveren, is besloten dat zijn zoon zich zal laten “inlijven “.
 
Middelburg den 7 Junij 1838
Onderwerp: Transport Buskruid
Ik heb de eer UEA bij deze kennis te geven dat in den loop dezer week van Bergen op Zoom  naar de buskruidmolen no 9 ( de Gouden Draak) onder uwe gemeente door middel van transport te water ter vermaling zal worden verzonden eene hoeveelheid van 5474 ponden herstelbaar buskruid.
UEd: verzoekende om te zorgen dat bij eventuele lading lossing of vervoer van gemeld materieel in- of door uwe gemeente , de maatregelen van voorzorg worden in achtgenomen bij art; 58 der wet van den 26 Januarij 1815 (SB no 70) voorgeschreven.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Bij deszelfs afwezigheid
Handtekening
Lid der GS
 
Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 25 Mei 1837
Ons in handen gesteld reglementen voor de overzetveren van Arnemuiden op Nieuwland
Is goedgevonden
De Reglementen voor de overzetveren van Arnemuiden op Nieuwland goed te keuren en een exemplaar derzelve voorzien van eene approbatoire apostille aan Burgemeester en Wethouders van Arnemuiden te retourneren met te kennen geving dat bij de vergadering tegen het ter executie leggen dier Reglementen geen bedenkingen bestaan, doch daarmede zal behooren te worden gewacht tot dat de aan ZM goedkeuring te onderwerpen tarieven door  Hoogstdezelve zullen zijn goedgekeurd.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim
 
Tarief van overzetgelden voor het Veer van Arnemuiden op het Nieuwland
 
Voor het overbrengen van elk persoon met uitzondering van kinderen           f.0,05
Werklieden die in het Nieuwland gaan werken per persoon                            f.0.02 ½
En kinderen beneden de twaalf jaren die slechts per hoofd zullen
Betalen                                                                                                             f. 0.02 ½  
Voor het overbrengen van een paard                                                                f.0,30
Voor een hoornbeest                                                                                        f.0,20
Voor een vet varken                                                                                         f.0,15
Voor een mager varken                                                                                    f.0,10
Voor een kalf                                                                                                    f.0,10
Voor een schaap                                                                                               f.0, 05  
Voor een zak goed hetzij granen als anders                                                     f.0,05
Bij het overzetten des nachts dat in den zomer van 1 April tot Ultimo 
September voor vier uren des morgens en na negen uren des avonds,
En in den winter van 1 October tot ultimo Maart ’s morgens voor zes uren en des avonds na acht uern, zal den  Veerman van alles het dubbele mogen vorderen zonder meer en voorts zich gedragen aan de verder bepalingen vermeld en 3 b tot aan het einde van art 26 van het reglement op de overzetveren in deze  Provincie in dato 6 Julij 1838
Aldus gearresteerd bij den Raad der stad Arnemuiden 28 November 1837
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars
Ter ordonnantie van denzelven
Baars jr.
 
Reglement voor het overzetveer van Arnemuiden op het Nieuwland
 
Art 1
Het overzetveer zal bediend worden met een roeiboot groot twee tonnen waarmede niet meer dan zes personen te gelijk zullen mogen worden overgezet.
 
Art: 2
Deze roeiboot zal door den pachters van het veer in eenen goeden staat moeten onderhouden worden, en jaarlijks in de maand mei worden onderzocht, overeenkomstig de bepalingen in art; 13 en volgende van het Reglement op de overzetveren in Zeeland van den 6 Julij 1837 voorgeschreven.
 
Art: 3
De pachter van dit veer zal steeds zorg moeten dragen dat de paden of dammen naar en van de roeiboot tot op het hoofd of tot op den Nieuwlandschen Dijk in een behoorlijke gangbare staat worden gehouden.
 
Art:4
De Pachter zal het veer of zelve of door een knecht waarnemen, die de vereischte bezit bij art:3 en 4 van het voorschreve Provinciaal Reglement, dewelke daartoe onder goedkeuring van HEGA dezer Provincie zal zijn toegelaten en goedgekeurd.
 
Art:5
De Veerschipper mag geen meerder vracht vorderen dan bij het tarief voor dit veer is bepaald en dat hij de passagiers met bescheidendheid behandelen, dezelve bij het in en uitgaan der boot behulpzaam zijn en voor de vrachtgoederen behoorlijk zorg dragen.
 
Art:6
 
Eindelijk zal de pachter of veerschipper zich verder in alles stiptelijk gedragen en alle bepalingen in het voorschreve Provinciaal Reglement voor zoo ver het op dit veer daarin van toepassing voorkomen,, ten welke einde hem een exemplaar daarvan en van dit Reglement ten zijnen koste worden uitgereikt
 
Aldus gearresteerd bij den Raad der Stad Arnemuiden den 28 November 1837
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars
Ter ordonnantie van denzelve
Baars
Gezien en goedgekeurd door ons GS van Zeeland
Middelburg den 25 mei 1838
Ter ordonnantie van Dezelve
Van der Heim
 
Middelburg den 1e Junij 1838
Onderwerp: vervoer buskruid
Ik heb de eer UEA bij deze te informeren dat in den loop dezer week per transport te water van de 1e Artillerie ?? te ’s-Gravenhage naar de buskruidmolen no 9 ( de Gouden Draak) onder uwe gemeente  reeds zijn of nog zullen worden afgezonden 1227 ponden buskruid, welke transport door het Hollandsch diep naar deszelfs bestemming zal vertrekken.
Ik verzoek UEA om te zorgen dat bij eene eventuele lossing verblijf of vervoer van gem: ammunitie in of door uwe gemeente de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art; 58 der wet van 26 Januarij 1815 SB no 70 voorgeschreven.
De Staatsraad Gouverneur van de 
Provincie Zeeland
Bij deszelfs afwezigheid
Handtekening
Lid der GS
 
Middelburg den 8 Junij 1838
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar
                    Verklaard kohier.
Volgens de resolutie van Zijne Excie den Minister van Financiën Van den 17 mei 1834 no 194 (provinciaal bla no 53) heb ik de eer UEA hiernevens in overeenstemming met art:13 van het besluit van 16 Thermidor, 8e jaar, toe te zenden het op den 31 mei jl invorderbaar verklaarde kohier van de personele belasting uwer gemeente dienstjaar 1838/1839 benevens het op 1e dezer invorderbaar verklaarde kohier van het patentregt over het 4e kwartaal 1837/1838.
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst deze aan den heer Ontvanger der directe belastingen te doen toekomen en de dag van afkondiging te doen opgeven.
De Controleur der directe belastingen etc in de controle Middelburg
Handtekening
 
Arnemuiden 11 Junij 38
Onderwerp: Person: belasting
Bij ons ontvangenzijnde het kohier van de personele belasting benevens het suppletoire kohier van het patentregt over het dienstjaar 1837/38 4e kwartaal dezer gemeente hebben wij de eer UEG kennis te geven dat de afkondiging derzelve op heden heeft plaats gehad, en dezelve naar den ontvanger ter invordering zijn gezonden.
De Burgemeester
 
Middelburg den 13 Junij 1838
Onderwerp: Mutatie Miliciens
Ik heb de eer UE hiernevens te doen toekomen een naamlijst van Miliciens welke op de eene of andere wijze an het Korps, waarbij zij dienden, zijn afgegaan.
Ik verzoek UEA van het voorgevallenen met de Miliciens, voorkomende op genoemde lijst, aanteekening te , op de alphabetische lijsten der betrokkene Ligtingen en op het register van Ingelijfden, model litt. GG, uwer stad
De Staatsraad Gouverneur van de provincie zeeland
Van Vredenburch
 
Naamlijst van Miliciens , welke van het Korps, bij hetwelk zij dienden, op de eene of ander wijze zijn afgegaan
Harthoorn Loteling Ligting 1838 Korps Mineurs en Sappeurs: Reden ; in de maand mei 1838 ingevolge art 171 der wet van den 8 Januarij 1817 overgegaan tot de staande Armee
Middelburg den 13e Junij 1838
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden, 29 Junij 1838
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Staat krankzinnige
In voldoening aan uwe Excie circulaire van den 1 Junij jl PB no38 betrekkelijk opgaven der aanwezige krankzinnigen binnen deze gemeente hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een staat opgemaakt ingevolge Tabel no 1 gevoegd achter welgemelden circulaire
De Burgemeester
CDB
Krankzinnige vrouw
A.De Ridder in het simpelhuis te Middelburg  
 
Vlissingen den 15 Junij 1838
Onderwerp: Tarieven Weging en meting van brandstoffen
Zijne Excie de Minister van Financien bij resolutie van den 23 februarij 1837 no 58, bepaaldelijk deszelfs verlangen hebbende te kennen gegeven, dat voor zoodanige gemeenten, alwaar dezelve niet bestaan, tarieven worden gearresteerd waarna fabrikanten en trafieken verpligt zullen zijn het loon aan de wegers en meters te voldoen voor de verificatiën van de bij dezelve ingeslagen wordende brandstoffen en de Sttatsraad Gouverneur dezer provincie mij dien ten gevolge nader hebbende aangeschreven, om na betrekking met de gemeente besturen deswegens in overleg te zijn getreden aa ZHE zoodanige concepttarieven in te zenden, heb ik de eer UEA met kennisgeving van het vorenstaande te verzoeken tot de zamenstelling van een zoodanig concept te willen dorn overgaan en mij hetzelve vervolgens toe te zenden.
De Arrondissements Inspecteur van ’s Rijks belastingen
Handtekening
 
Concept Tarief van het loon aan de Wegers en meters te voldoen door fabrikanten en trafikanten voor de verificatiën van den bij dezelve ingeslagen wordende brandstoffen te Arnemuiden
 
Voor meetloon van 16 mudden fijne of smeetkolen                                   f. 0,40
Voor Weegloon van 150 ned: ponden grof of schaalkolen                         f. 0,05
Voor meetloon van 100 mudden grooten of langen turf                             f. 0,40
 
Aldus opgemaakt bij Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden den 28 Junij 1838
De Burgemeester
CDB
 
Onderwerp: ConceptTarief
Weeg-en Meetloon
Hiernevens hebben wij de eer aan UEG te doen toekomen een bij B & W in overweging genomen en opgemaakt een concept tarief van weeg- en meetloon voor de Fabrikanten & Traficanten alhier en zulks in voldoening aan UEG verzoek bij Uwe missive van 15 Junij jl no 249 ons gedaan
De Burgemeester
CDB
Den 4 Julij 38
 
Middelburg den 18 Junij 1838
Onderwerp: Mutatie Miliciens
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen toekomen eene naamlijst van Miliciens, welke op de eene of andere wijze van het Korps, waarbij zij dienden, zijn afgegaan.
Ik verzoek UEA van het voorgevallenen met de Miliciens, voorkomende op genoemde lijst, aanteekening te doen, op de alphabetische lijsten der betrokkenen Ligtingen en op het Register van Ingelijfden, model litt, GG Uwer Stad.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Naamlijst van Miliciens, welke  van het Korps, bij hetwelk zij dienden. Op de eene of andrer wijze zijn afgegaan
Marijs Jan Loteling Ligting 1833 15 Mei als milicien geroijeerd en op het Stamboek als Vrijwilliger aangemerkt.
Middelburg den 18 Junij 1838
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
 
Onderwerp: Uitbetaling Premiën Miliciens
Bekendmaking
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat het ZM heeft behaagd te bepalen dat voortaan aan Miliciens die zich in de zeedienst of bij het Korps mariniers op den gewonen vasten militie? verbinden gelijke premiën zullen worden uitbetaald als voor het tegenwoordige voor het engagement van de niet Militiepligtige worden uitbetaald
Bij de Marine
Voor Rest? En onderofficieren mitsgaders Matrozen voor de 1e klasse     f. 37,50
Matroos 2e Klasse                                                                                           25,-
En Matroos 3e klasse                                                                                       12,50
Bij de Mariniers
Voor de reeds gediend hebbende                                                                f. 25,-
En voor de ongediende recruten??                                                F.15 tot f.17,50
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 27 Junij 1838
Onderwerp: Transport  buskruid
Ik heb de eer UEA kennis te geven dat in den loop dezer week bij gunstig weder door middel van transport te water van Vlissingen  naar den buskruid molen no 9 boven uwe stad zal worden verzonden eene tot dat einde aldaar gereedliggende hoeveelheid herstelbaar artillerie buskruid.
Ik verzoek UEA om te zorgen dat bij de eventuele lading, lossing of vervoer van gemeld materieel in-of door uwe gemeente, de maatregelen van voorzorg worden in acht genomen bij art: 58 der wet van den 26 Januarij 1815 S.B. no 7 voorgeschreven.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Onderwerp: Schouwing en omgang
Bekendmaking
B & W van de stad Arnemuiden maken bekend dat door of van wege het stedelijk bestuur alhier op maandag den 4 Julij aanstaande een schouwing zal plaats hebben op de schoorsteenen en asschen Stookplaatsen op het gebruik der nieuwe maten & gewigten op straten en voetpaden.
Wordende een iegelijk aangemaand om te zorgen dat op de deswegens bestaande bepalingen geene overtredingen worden gevonden, daar de nalatigen zullen worden achtervolgd.
En opdat niemand hierin eenige onwetendheid aan den dag leggen zal deze worden afgekondigd en aangeplakt ter plaatse waar zulks gebruikelijk is te geschieden.
Gedaan ten Raadhuize der stad Arnemujiden den 28 Junij 1838
De Burgemeester
CDB
 
Middelburg den 28 Junij 1838
Onderwerp: Eigendom ontzetting
Op de daartoe aan mij gedane aanvrage, heb ik bij mijn besluit van heden A no 6447/ 1 4 afd aan den Ontvanger der Directe belastingen etc te Arnemuiden de noodige autorisatie verleend tot den verkoop bij executie van een perceel vast of onroerend goed aankomende B.B de Nooijer ten einde daaraan te verhalen de door hem verschuldigde grondbelasting over den jare 1837.
UEA daarvan bij deze kennisgevende, heb ik de eer UEd te verzoeken om den bedoelden belastingschuldige als nog tot eene vrijwillige kwijting van het verschuldigde aan te sporen  en hem het nadeel onder het oog te brengen hetgeen uit eene gedwongene onteigening van het pand voor hem moet voortvloeijen, zullende het mij aangenaam zijn den uitslag daarvan binen veertien dagen na dato dezes te mogen vernemen.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Aan de heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Eigendomsuitzetting
In voldoening aan Uwe Excie missive van den 28 Junij jl A no 6447/2 4 afd: betrekkelijk de door Uwe Excie  aan den Ontvanger der Directe belastingen alhier verleende autorisatie tot den verkoop bij executie van een perceel vastgoed aankomende B.B. de Nooijer ten einde de door hem verschuldigde grondbelasting over 1837 te verhalen, hebben wij de eer uwe Excie te berigten dat door ons genoemde de Nooijer onderscheidene reisen aangespoord tot een vrijwillige kwijting van dat verschuldigde en hem voorgehouden het nadeel dat door eene gedwongene onteigening van het pand voor hem moet voortvloeijen waarop hij ons telkens heeft toegezegd daar aan te zullen voldoen doch tot heden nalatig is gebleven, hetwelk ons heeft doen vertragen uwe Excie vroeger te berigten.
De burgemeester
CDB
Den 19 Julij 1838
 
Middelburg den 28e Junij 1838
Onderwerp: verschuldigde verplegingskosten aan de Maatschappij van Weldadigheid.
Ik heb de eer aan UEA hiernevens te doen toekomen Extract uit de rekeningen der verschuldigde verplegings-transport- en vervangingskosten van Weezen bedelaars welke ten laste van uwe gemeente gedurende het jaar 1837  inde gestichten der Maatschappij van weldadigheid zijn verpleegd; UEd: verzoekende om, indien bij UEd: op de voors: rekeningen eenige bedenkingen mogten voorkomen mij die vóór den 15 Julij aanstaande op te geven; daar ik alsdan geene opgave deswege van UEd: ontvangen hebbende, het daarvoor zal houden dat er geene bedenkingen op de rekeningen bij UEd: bestaan; voor het bedrag der in de 9e kolom van deze rekeningen vermelde som welke door UEd: bij voorschot meer is betaald dan verschuldigd was, zal de vereischte ordonnantie van betaling tot restitutie worden opgemaakt en eerlang aan UEd: worden toegezonden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Arnemuiden 3 Julij 1838
 
Dezen om UEA te berigten dat in het afgelopen  vierendeel jaars in deze gemeente door mij zijn gevaccineerd
10 kinderen beneden de 10 jaren
3 zijn niet gevat
7 hadden een geregeld verloop
Allen gratis
Bijzonderheden zijn niet waargenomen
Kinderziekte heeft niet geheerscht
Ik zal voor zoo verre mij zulks wordt verzocht voortdurend de dingsdag van elke week met vaccineren te mijnen huize voortvaren.
Ik de eer te zijn,
UEd: 
J. van Opdorp
 
Arnemuiden 6 Julij 1838
Onderwerp: Vaccine
Hiernevens hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen en Commissie  te doen toekomen een staat van het getal gevaccineerde kinderen in deze gemeente gedurende het 2e kwartaal van het jaar door den Heelmeester J.H. van Opdorp ,, terwijl gedurende dit kwartaal geene kinderziekte alhier zich heeft geopenbaard.
De Burgemeester
CDB
 
 
Middelburg 3 Julij 1838
Onderwerp: Kennisgeving Herijk
Ter voldoening aan het besluit van UEGA de Staten dezer provincie van 6 April jl no 7 (PB no 39 ) heb ik de eer UEd:kennis te geven dat ik tot den herijk der maten en gewigten binnen de stad Arnemuiden zal vaceren Maandag Dingsdag en Woensdag den 16 17 & 18 Julij des voormiddags van half 10 tot 2 uren; dat met de stad Arnemuiden zijn gecombineerd de gemeenten Kleverskerke en Nieuw- en St.Joosland aan welker besturen ik UEd: verzoek mededeeling te doen van bovenstaande bepaling.
Het zal mij aangenaam zijn het gewoon en zoo doelmatig lokaal weder in gereedheid te mogen vinden, benevens de lijst van ijkpligtigen  uit Uwe gemeente.
De Arrondissements ijker te Middelburg
J Dieleman
 
Arnemuiden 5 Julij 38
 
Onderwerp: Herijk Maten en gewigten
Tengevolge  een bij ons ontvangene missive van den Arr: IJkers hebben wij  de eer UEA kennis te geven dat den herijk der Nieuwe Maten & gewigten mede voor UEA Gemeente alhier zal plaatshebben , op Maandag Dingsdag  en Woensdag den 16,17 en 18 Julij des voormiddags van half 10 tot 2 uur met uitnoodiging aan ons te doen toekomen eene lijst der personen welke verpligt zijn van de Nieuwe Ned: Maten & gewigten gebruik te maken ten einde het aan den Heer Arr: IJkers ter hand te stellen.
De Burgemeester
CDB
 
Arnemuiden den 6 Julij 1838
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Schutterij
Wij hebben de eer Uwe Excie te kennen te geven dat de kinderen der voorden 1e Ban prov: vrijgestelde schuters nog alle in leven zijn.
De Burgemeester
CDB
 
Idem
Onderwerp: bedelarij
Wij hebben de eer Uwe Excie kennis te geven dat er in de loop van het 2e kwartaal dezes jaars geen bedelende personen alhier zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB
 
Idem
Onderwerp: Staat Broodzetting
Nevens deze hebben wij de Eer aan Uwe Excie  te doen toekomen de staat der Broodzetting voor het 2e kwartaal  van dit jaar zooals die naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden overeenkomstig  het besluit van Heeren Staten van den 2 Mei SB 28 PB
De Burgemeester
CDB
 
Idem
Onderwerp: Verbaal stedelijke kas
Arnemuiden 8 Julij 38
Hiernevens hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den Staat der Stedelijke kas volgens de bestaande verordeningen door ons  opgemaakt en geteekend.
De Burgemeester
CDB
 
Model ingevuld van 
OPNEMING VAN HET KANTOOR
              VAN DEN
PLAATSELIJKEN  ONTVANGER
TE ARNEMUIDEN
 
Op heden den derden der maand Julij des jaars achttien honderd Acht en dertig hebben wij,de Burgemeester en Wethouders der Stad Arnemuiden ons begeven ten kantore van Cornelis Jacobus Baars
Plaatselijk Ontvanger dezer gemeente, ten einde de opneming van zijn kantoor, ingevolge het voorgeschrevene bij art 70 van het reglement op het bestuur ten platten Land in deze provincie,te bewerkstelligen.
Opneming der speciën
11 stuks  à f.10
15 stuks  à f. 3
17 stuks   à  f. 2,50
120 stuks à  f.1,00
10   stuks à  f..0,25
 
Dus f. 110 ; f.45,;  f.44,20;  f.120.; f.2.50
Totaal f. 321,70
 
Ons vervolgens hebbende doen voorleggen de laatste opgenomenen rekening van den Gemeente-Ontvanger, zijnde die over het jaar 1837, mitsgaders zijne journalen, groot-boeken, begrootingen en verder stukken, betrekkelijk de comptabiliteit, sederd 1 januarij van het jaar, volgende op dat waarover die rekening loopt, zijn wij overgegaan tot eene naauwkeurige opneming der ontvangsten en uitgaven, sedert dat tijdstip gedaan, en hebben wij bevonden, dat volgens de gezegde journalen, die, ingerigt overeenkomstig het model, gevoegd bij de instructie van de Ontvangers van den 21 Junij 1827, ons gebleken zijn,geregeld gehouden en bijgeboekt te zijn, en waarvan de optellen door ons juist zijn bevonden, de ontvangsten van en met den 1 Januarij 1838 tot heden bedragen een somma van f.844,60
En de uitgaven met behoorlijke ordonnanciën en kwitanciën gestaafd, van en met hetzelfde tijdstip tot heden, eene somma van f.844,95 ½ 
Zoodat meer uitgegeven dan ontvangen eene somma van f.26,31 ½
Waarvan afgetrokken het goed slot der voorzegde laatst opgenomene rekening over 1837, hetwelk bedraagt f.347,96 ½
Blijkt derhalve het saldo in kas volgens de schrifturen te bedragen eene somma van f.321,65.
Het register of groot-boek voorgeschreven bij het 2e lid van het 13e artikel der opgemelde instructie, en ingerigt volgens het daarbij gevoegde model, hebben wij verder bevonden naar vereisch ingerigt en tot heden bijgeschreven te zijn
Etc
Van al hetwelk is opgemaakt, het tegenwoordig proces-verbaal, hetwelk door ons en den voornoemde Plaatselijken Ontvanger is onderteekend.
De Plaatselijken Ontvanger 
Baars
De Burgemeester en Wethouders voornoemd,
Corn: Dan: Baars
J: de Marée
A. van Eenennaam
 
Middelburg den 2 Julij 1838
Bij vonnis der Regtbank van Eersten Aanleg te Brielle dd 14 April 1838 zijn Jan van Boxtel oud 27 jaren en Bernardus van Boxtel oud 19 jaren,beide wonende te Arnemujiden terzake van het ontvreemdenvan dijksmaterialen  contradictoir gecondemneerd tot gevangenzetting van veertien dagen en in de kosten van den ???? ad f.18,64 ½ 
Ik heb de eer UEA te verzoeken mij te willen informeren of dezelve genoegzaam gegoed zijn tot voldoening dier kosten en of er vooruitzigt bestaat dezelve door lijfsdwang te verkrijgen, of bij onvermogen derzelve mij daarvan een certificaat te doen toekomen  en tevens te berigten of het stedelijk bestuur ook verlangt de vervolgingen voor deszelfs rekening geschieden.
De Ontvanger der Registratie
Handtekening
 
Aan de Heer Ontvanger der Registratie te Middelburg
In antwoord op UEG missive van den 2e dezer no 1155 om inlichtingen omtrent de gegoedheid van daar in vermelde  Jan en Bernardus van Boxtel tot verkrijging bij lijfsdwang van kosten waarin zij bij vonnis der regtbank van Eertsen aanleg te Brielle dd 14 April 1838 ter zake van het ontvreemden van Rijksmaterialen zijn gecondemneerd hebben wij de eer aan UEG te berigten dat genoemde persoonen in onze gemeente niet woonachtig zijn, en alzoo niet in de mogelijkheid om aan UEG verlangen te kunnen voldoen.
De Burgemeester
CDB
Den 9 Julij 1838
 
 
Middelburg den 9 Julij 1838
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden een acte van décharge wegens de door uwe stad gedane betalingen voor verplegingskosten etc: van personen in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid over den jare 1836 ten einde die overeenkomstig mijn besluit van den 22 April 1833 PB no 49 in het archief uwer stad te deponeren.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch
 
Acte van Décharge
 
Uit het Register der geldelijke belastingen ter Algemeene Rekenkamer is gebleken,dat op folio 64, de gemeente Arnemuiden provincie Zeeland belast is wegens verplegingskosten enz. van personen, in de Koloniën der Maatschappijvan Weldadigheid over den jare 1836
Welke belasting is opgeheven, ingevolge Resolutie derAlgemeene Rekenkamer van den 16 Oct; 1837 no 18 ter somma van honderd dertien guldens zestig centen
‘s -Gravenhage, den 31 december 1837
Ter ordonnantie der Algemeene Rekenkamer
Handtekening
 
Nieuw-en St.Joosland
 
Wij hebben de eer UEA te doen toekomen opgave der persoonen welke uit hoofde van derzelver bedrijf binnen deze gemeente van Nederlandsche maten en gewigten behooren te zijn voorzien.
Burgemeester en Assessoren der gemeente Nieuw-en St Joosland
Jacobus Walraven
Ter ordonnantie
 Handtekening
 
Aan Hunne EA Burgemeesters  & wethouders der stadArnemuiden.
Geeft met den meesten eerbied te kennen B.J. Harthoorn Bode bij bovengemeld bestuur dezer stad daar het bij hun Edele bekend is de gedurende overstrooming van het zoutwater op het gepagt  weijland daar door het een aanmerkelijken schade veroorzaakt dus went den suppliant zig aan hun Edele om een goedgunstig medewerking tot eenig tegemoetkoming om aan zijn verpligting die op hem rust te kunnen beantwoorden zoo wenscht den suppliant een goedgunstig kwijtslag van Hun Edele om hem in staat te stellen om daar dat middel niet van zijn brood en eenig middel van bestaan berooft te zien, ik blijf  en onderwerpend dienaar.
B.J. Harthoorn
 
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Deliberatiën van den Raad herstelling Hoofd
 
Wij hebben de eer UEAbij deze te doen toekomen een deliberatie van den Raad dezer stede van den 26 dezer maand houdende verzoek om tot herstel van een defect aan het Hoofd alhier ontstaan eene som van f.60,45 uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar gealoueerd te mogen gebruiken daar die reparatie niet in de begrooting voor 1839 kan worden gebragt, aangezien tot voorkoming van  groter schade door versterking van het hoofd dit werk voor het naderende wintersaisoen behoord te worden verrigt.
De Burgemeester
CDB
Den 30 Julij1838
 
Middelburg den 31 Julij 1838
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij heb ik de eer UEA in overeenstemming met art.13 vanhet besluit van 16 Thermidor, 8e jaar, toe te zenden het op den 27 dezer invorderbaar verklaarde kohier van personele belasting Uwer gemeente dientjaa 1838/1839
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst te doen toekomen aan den Heer Ontvanger  der directe belastingen en de dag van afkondiging te laten weten.
De Controleur der directe belastingen etc
Bij afwezigheid
De Controleur van die van Colijnsplaat
Ga naar boven