Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1842

Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de gemeente Arnemuiden
toegangsnummer 1200 Inventarisnummer 116
Ingekomen stukken en kladafschriften 1842

 

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 17 December 1841
Rapport gedaan zijnde op de Stedelijke en gemaakte begrootingen voor 1840 van :
Arnemuiden
Is goedgevonden
De voors: Begrootingen bij het gewoon daarop te stellen Besluit te arresteren
A aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven.a dat de vergadering ter gemoetkoming in de kosten van bedelaars en krankzinnigen begrepen onder het subsidie der Diaconie voor 1842, een subsidie uit de Provinciale fondsen van f.150,sub no 3 der Begrooting heeft toegestaan.
B dat de vergadering copie verlangt van het Huur Contract van twee huizen in 1817 gesloten van de voorwaarden van Erfpacht van den Veerschen dijk bij wege van extract uit het Register ter Griffie van de Arrondissements regtbank berustende, waarin de voorwaarden geschreven zijn, alsmede opgave derdagtekening van het KB waarbij de ten jare 1830 aangegane chijns van het Christiaan Poldertje is goedgekeurd.
C dat, naardien het der vergadering is gebleken dat zonder de geheel onvoorziene ontvangsten sub no 2 3 bis der begrooting voorkomende ten bedrage van f.380,53 ½ in 1842 een te kort zou bestaan, en diensvolgens de inkomsten tot bestrijding der jaarlijksche uitgaven niet toereikende zijn, de vergadering, de vergadering het Stedelijk Bestuur voorn: wil hebben aanbevolen om bij de Begrooting van 1843 of de Indirecte belastingen te verhoogen of eenen omslag , gewonen of buitengewonen,van f.300,- te heffen, bij aldien de aflossing van kapitalen niet door buitengewone ontvangsten kan worden gedekt.
Extracten etc.
*DeGriffier der Staten
Van der Heim

Houtverkooping

BEKENDMAKING

B & W der stad Arnemuiden maken bij deze bekend dat zij voornemens zijn om op Zaturdag den 22 Januarij aanstaande des morgens ten tien uren publiekelijk verkoopen Eenige Olme boomen staande aan de Noord en Zuidwal dezer Gemeente , waaronder eenige zeer geschikt voor werkhout.
Iemand daarin gading hebbende, kome ten voorschreve dage & ure op de markt dezer stad en hoore de conditiën en doe zijn profijt.
De Burgemeester
CDB
Den 8 Januarij 1842

Arnemuiden 31 Januarij 1842
Onderwerp: overgangen van cijns
Bij UEGA resolutie van den 14 December jl no 17 gevorderd wordende copie van het huurcontract der twee huisjes in 1817 opgemaakt alsmede van de voorwaarden van Erfpacht van den Veerschen Dijk, bij wijze van extract uit het register ter Griffie van de Arrondissements Regtbank berustende,mitsgaders opgave der dagteekening van het KB , waarbij ten jare 1830 de aangegane cijns van het Christiaan Poldertje is goedgekeurd, zoo hebben wij de eer UEGA te kennen te geven dat het contractje van de verhuurd wordende woningtjes ten jare 1817 voor een jaar is aangegaan geworden door den toenmaligen Burgemeester C. Crucq aan de tegenwoordige aldaar woonachtige personen en dat sedert die tijd tot voorkoming van kosten welke de bewoners waarvan een 86 jaren niet kunnen dragen die huur is doorgeloopen van jaar tot jaar een mondelinge verhuuring heeft plaatsgehad en tot heden voortdurend, terwijl van die tijd tot op dit oogenblik de verschenen huur altijd zonder eenige moeite is ingevorderd geworden en wij mitsdien geene noodzaak hebben gevonden die kosten te maken en UEGA ook bescheidelijk verzoeken zulks op die wijze zijn voortgang te laten hebben.
Dat met betrekking die voorwaarden van de Erfpacht van de Veerschen Dijk, onzen secretaris onmiddellijk gevolg heeft gegeven aan dat verlangen, en den Heer Griffier van de Arrondissements Regtbank verzoekt aan ons daarvan copie te willen afgeven, doch zonder gevolg, want Zijne E:G: heeft verklaard na een vooraf gehouden onderzoek daarvan niets ontdekt te hebben en het jaargetij ook niet toeliet om in een onverwarmd kamertje waar die registers leggen zich daarmede onledigh te houden en bovendien het schrift zoo onduidelijk was,datZ:E: het niet of zeer moeijlijk konde lezen, zoodat indien het daar al in stond,buiten de mogelijkheid was, om daaruit extract af te geven, zoodat wij nog niet in staat gesteld zijn om daaran te kunnen voldoen doch gemeend UEGA hiervan te moeten kennis geven, en alsdan raport inwagten hoedanig dat UEGA verlangen dat in dezen zal gehandeld worden, terwijl tot beantwoording der derde vraag toto UEGA onderrigt strekt dat de overgang van het Christiaanpoldertje in cijns heeft plaats gehadt ingevolge KB van den 17 Februarij 1836 no 127 en niet ten jare 1830, zoo als UEGA volgens die resolutie welligt door een van onzent wege abusivelijke opgave vermeenen te hebben plaatsgehad.
De Burgemeester
CDB


Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Maandag den 27sten December 1841
In aanmerking genomen zijnde, dat, volgens art.17 van het reglement van bestuur te platten lande, een derde der leden van de gemeent-raden te platten lande met den 1sten Januarij aanstaande moet aftreden, en in de vervulling der daardoor ontstaande vacaturen moet worden voorzien;
Voorts door ingewonnen berigten etc aangaande de wederbenoeming van aftredende raadsleden, of betrekkelijk de vervanging van zoodanige Gemeent-raadsleden wier wederbenoeming, uit hoofde van het verliezen van derzelver radicaal, te kennen gegeven verlangen om niet in deze betrekking te worden gecontinueerd, of om andere redenen,niet in aanmerking kan komen;
Is goedgevonden
Met continuatie van de vroeger aan sommige verleende dispensatiën, voor den tijd van zes jaren,weder te benoemen tot de onbezoldigde betrekking van Lid van den Gemeente-raad te weten: Van de gemeente Arnemuiden
Joos van der Weele enz. (vacature0
Extracten etc
De Griffier derStaten
Van der Heim

Middelburg den 29 December 1841
Onderwerp: Tabellen voor verloskundigen
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden het materieel van het verslag der gedane verlossingen over het jaar 1842 , met verzoek om de verloskundigen in Uwe stad hiervan het noodige te doen toekomen.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 7 Januarij 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Kansbilletten van werkelijke schuld
Het klad is onleesbaar of onduidelijk, daarom niet altijd te begrijpen.
Zie daarom het origineel !!

Staat van de aan de stad Arnemuiden toebehoorende bewijzen van werkelijke en uitgestelde schuld en der kans billetten.
Naam der Administratie: Staat op het bewijs niet vermeld: boekhouder Muller
Bedrag f. 1400--; deel letter & nummer waarin en onder hetwelk het kapitaal op het Grootoek der Nationale schuld is ingeschreven: 2 Deel Ano. 519.
Naam en Voormnaam van de persoon of commissiën door welke de uitbetaling der intressen aan den Ontvanger geschiedt, bij aldien dezelve niet regtstreeks door den gemagtigde te Amsterdam aan dezelven worden overgemaakt:
A.Wassenbergh Azn
Bedrag der betaalde kosten op den ontvang van een jaar intressen: f. 1,10
Bedrag van het kapitaal uitgestelde sculd: f.2800-
Deel,letter en nummer van inschrijving op het grootboek der uitgestelde schuld: 2 Deel Ano 9628
Opgave der nummers van kansbilletten op het bewijs van inschrijving aangeteekende: zie origineel
Er zijn 6 kansbilletten.
Er zijn geen nummers aanwezig van uitgelotene kansbilletten
Aldus opgemaakt door B& W te Arnemuiden den 7 Januarij 1842
Corn: Dan: Baars
Ter ordonnantie van dezelve
Baars

Arnemuiden den 5 Januarij 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Ten gevolge het overlijden van het lid van den Raad Jannis de Marée , wethouder dezer stad, hebben wij de eer UEGA hiernevens te doen toekomen een proces verbaal van Voordragt of benoeming van twee kandidaten om daaruit door UEGA een lid ter vervulling der bestaande vacature in de stedelijke Raad alhier mag worden benoemd, opgemaakt in hare vergadering van leden en zulks overeenkomstig het besluit van den Heer Staatsraad Gouv: van Zeeland in dato 24 Febr: 1830 PB
De Burgemeester
CDB
Lijst van voordragt van twee kandidaten welke aan HEGA Heeren Staten nevens het Proces Verbaal van stemming wordt ingezonden om daaruit een Lid voor den Raad der stad Arnemuiden te benoemen.
Naam en Toenamen : van Smeden Adriaan; Geboorteplaats : Kruiningen ;Ouderdom : 25 Januarij 1789; Woonplaats Arnemuiden.
Meerman Jacobus Arnemuiden ; 27 Januarij 1797 Arnemuiden
Arnemuiden den 5 Januarij 42
CD. Baars Arnemuiden
L.Wisse; A.Adriaanse; J. Kraamer; J. van der Weele
Baars.

DE STAATSRAAD GOUVERNEUR VAN DE PRVINCIE ZEELAND
Heeft goedgevonden
Met continuatie van de vroeger aan sommige gemeenten verleende dispensatiën voor de tijd van 6 jaren weder te benoemen
Mededeeling zal worden ingewacht van B & W van Arnemuiden voor zoo veel betreft de in de gemeente Arnemuiden openstaande wethoudersplaats door het overlijden van de wethouder Jannis de Marée
Van der Heim

Arnemuiden 7 Januarij 1842
Aan den Heere Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: voor de vervulling wethoudersplaats
Wij hebben de eer Uwe Excie ter kennis te brengen dat tot vervulling der openstaande wethoudersplaats in deze stad ,veroorzaakt door het overlijden van den Heer Jannis de Marée als oudste lid van den Raad zoude behooren in aanmerking te komen het lid Leendert Wisse dan Z:E: heeft verzogt van deze betrekking verschoond te blijven aangezien hij te ver uit de kom der gemeente verwijderd is en alzoo in de behandeling der zaken ook te moeijlijk zoude vallen, wij mitsdien vernemen het volgende lid Adriaan Adriaanse welke voor de uitoefening der betrekking ons zeer geschikt voorkomt, aan Uwe Excie als zoodanig voor dragen.etc.
De Burgemeester
CDB

PUBLICATIE
Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden.
Gezien de aanschrijving van Zijne Excie den Staatsraad Gouverneur dezer Provincie, van den 22 Januarij 1842 PB no 7
Hebben goedgevonden:
I De ingezetenen dezer Gemeente te herinneren aan de wet van den 26 Ventose 4de jaar, luidende als volgt:
Art.1 Binnen de tien dagen na de afkondiging dezer wet, zullen alle eigenaars, pachters, gebruikers of anderen, hunne eigene gronden of die van anderen bebouwende, elk voor zoo veel hem aangaat, verpligt zijn, om de boomen, op die gronden staande, van rupsennesten te zuiveren of te doen zuiveren, op poene van een boete van ten minsten drie en ten hoogsten tien dagen arbeids.
Art.2 Zij zullen. Op dezelfde straffen, gehouden zijn de rupsennesten en netten van de boomen, hagen of struiken afgenomen, aanstonds te verbranden, en zulks op zoodanige plaats, alwaar zulks zonder gevaar van brand aan bosschen, boomen of struiken, noch aan huizen en gebouwen zal kunnen geschieden.
Art.3 De Bestuurders der Departementen, (Gouverneurs), zullen binnen hetzelfde tijdstip, de boomen, welke zich op de onverpachte Nationale Domeinen bevinden, van rupsen doen zuiveren.
Art.4 De Agenten der Gemeenten en hunnen Adjuncten, ( Burgemeesters en Wethouders of Assessoren,) zullen, ieder in den zijnen, verpligt zijn, op de uitvoering dezer wet toe te zien; zij zijn verantwoordelijk voor het verzuim, hetwelk ten dezen mogt worden ontdekt.
Art.5 De Commissarissen van het uitvoerend Bewind bij de Plaatselijke Regeringen, zijn verpligt, om binnen het tweede tiental dagen na de afkondiging dezer wet, een schouwing te doen op alle met boomen, houtgewassen, hagen of struiken, beplante gronden, ten einde zich te overtuigen, dat de wering der rupsennesten naar behooren is volbragt, en om daarvan aan den Minister wien het aangaat, rapport te doen.
Art.6 De wering der rupsennesten zal in de volgende jaren vóór den 1 Ventose ( 20 Februarij) moeten geschieden, op straffe als hiervoren is bepaald.
Art. 7 Indien eenige eigenaar of pachter hierop het gezegde tijdstip nalatig mogt zijn, zullen de Hoofden der Besturen en hunne Adjuncten, zulks ten koste van den nalatigen door arbeidslieden ter hunner keuze doen verrigten; de kosten deswege zullen bij bevel van inbaarverklaring van de Vrederegter, op de kwitantiën der arbeidslieden van de gezegde eigenaars of gebruikers worden verhaald, zonder dat de betaling daarvan, van de boete zal kunnen verschoonen.
Art.8 De tegenwoordige wet zal op den 1 Pluviose ( 22 Januarij), op bevel van de Commissaris van het uitvoerend Bewind, door de zorg van de Hoofden van de Plaatselijke Besturen worden afgekondigd.

II De ingezetenen oplettende te maken op de verpligtng tot zuivering van alle boomen struiken en hagen met mogelijke aanwezigheid van rupsennesten en op de kosten en boeten die bij nalatigheid daaruit voortvloeijen.

Etc etc zie verder het origineel

Gedaan te Arnemuiden den 5 Februarij 1842.
B & W voornoemd
CDB

Extract uit Notulen van Heen B & W der stad Middelburg
Den 14 Januarij 1842
Gezien de Staten van de Middelprijzen op de Markten van 13 dezes
Is goedgevonden en verstaan de prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tijdvak loopende van den 17e tot den 24 Januarij 1842 te bepalen als volgt:
Tarwe..... f. 10,62 ½
Rogge ---- 7.00
En zal hiervan extract aan de Hoofden der Gemeente Besturen van het Eerste District , ten fine van informatie worden uitgereikt.
Accordeert
Becius
Secretaris

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
In aanmerking nemende de openstaande wethoudersplaats bij het stedelijk bestuur van Arnemuiden.
Gelet op art: 11 van het reglement op het bestuur te platten lande in deze provincie
Heeft goedgevonden
1 te benoemen tot de onbezoldigden betrekking van Wethouder bij het stedelijk bestuur van Arnemuiden Adriaan Adriaanse, lid van den stedelijken raad ter vervanging van Jannis de Marée overleden, welke met den 2e dezer zoude hebben moeten aftreden.
2 te bepalen dat de Burgemeester der opgemelde stad den benoemden wethouder door den den stedelijken raad zal doen erkennen, en van deszelfs benoeming aan de ingezetenen kennis geven..
Afschrift etc

Arnemuiden 21 Januarij 42
Aan den Ontvanger der Reg. Te Middelburg
UEG missive no 1067 en 1068 beide van den 15 dezer maand willende beantwoorden zoo hebben wij de eer UEG dienaangaande te kunnen mededeelen dat met betrekking het eigendom van het huisje van Marinus van Belzen hetzelve op naam staat van zijne huisvrouw Maatje Lievense de Ridder art 98 van den legger Sectie B nr 309 uit den boedel van hare ouders is ten erfdeel gevallen, terwijl tot UEG verder mededeeling de misive 1068 wordt te kennen gegeven dat M. A de Ridder, indien de talrijke schulden en een hijpoteek op die schuit groot per rest f1607,62 ½ cents ware voldaan zij voor eene 1/6 gedeelte eigenaars zouden wezen en de helft van den visschuit welke alsnu op verre na de waarde der schuld niet bezit?
Wij vertrouwen dat deze inlichting genoeg zullen zijn om die voor die personen afgegevene certificatie van onvermogen voldoende te kunnen aannemen
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 15 Januarij 1832
In het certificaat van onvermogen door UEA afgegen ten behoeve van Marinus van Belzen, Marinus Joosse zoon den 7 October 1835 wordt melding gemaakt dat die persoon eigenaar zoude wezen van een klein huisje te Arnemuiden gelegen, daar ik echter te vergeefsch mijne kadastr ale Registers heb nagezocht in dit eigendom niet op zijnen naam vermeld vinde, neem ik de vrijheid UEA te verzoeken mij te willen opgeven waar hetzelve is gelegen en onder welke Kadastrale aanduiding hetzelve bekend is, en mij tevens zoo mogelijk te willen inormeren bij welke titel hij dit perceel heeft verkregen of op welke andere wijze hij daarvan den eigendom bezit.
De Ontvanger der Registratie
Handtekening

Middelburg, den 15 Januarij 1842
Betrekkelijk den persoon van Marinus Adriaanse de Ridder visscher te Arnemuiden waaromtrent door UEA een certificaat van onvermogen op den 28 Augustus 1841 is afgegeven is twijfel gerezen of hij niet is eigenaar of medeeigenaar eener visschuit en het om die rede dat ik de vrijheid neem UEA te verzoeken dit punt nader te willen toelichten.
De Ontvanger der Registratie
Handtekening

Middelburg den 17 Januarij 1842
Onderwerp: Opneming patenten

Middelburg den 17 Januarij 142
Onderwerp: opneming patenten.
Uit krachte van art.36 der wet van den 21 Mei 1819 (SB no 34) in de maand Februarij van elk jaar de opneming der Patenten in iedere Gemeente moetende plaatsgrijpen en daarmede gelijktijdig het onderzoek in de werkplaatsen, enz. Bij art.35 der gemelde wet bedoeld kan geschieden, heb ik de eer UEA te verzoeken, van uwe zijde daartoe de benoodigde persoonte willen magtigen, om gelijktijdig met den daartoe van de zijde der administratie gemagtigden deurwaarder Cornelis van Kamer de voormelde opneming te bewerkstelligen en wel te willen zorgen dat de daar voor benoodigde registers voorhanden zijn.
De Controleur der Bel;
Van Kinschot

Ritthem den 19 Januarij 1842
Naar aanleiding eener bij ons ontvangene mededeeling van het Diakonie Armbestuur dezer Gemeente, waaruit blijkt dat Isaak Marijs arbeider alhier, hebbende een vrouw en twee kinderen zich tot bekoming van onderstand bij het zelve Armbestuur heeft aangemeld en bedeling heeft ontvangen, hebben wij de eer op verzoek van gezegd Armbestuur Ued: A hiervan kennis te geven alzoo genoemde Isaak Marijs met zijn gezin binnen uwe gemeente domicilie van onderstand heeft.
Het zal ons aangenaam zijn door UEA na verhoor van hetArmbestuur uwer Gemeente te mogen worden onderrigt of het Armbestuur dezer gemeente op den gewonen voet met de bedeeling van meergenoemden Isaak Marijs met de zijnen voor rekening van het Armbestuur van Arnemuiden zal blijven voortgaan, dan wel of laatstgenoemd Armbestuur in het onderhoud dier behoeftigen op eene ander wijze zal wenschen te voorzien; zullende in het eerstegeval na afloop van den winter eene opgaaf der verpleegkosten aan UEA door onze tusschenkomst worden toegezonden.
Middelerwijl wij een antwoord zijn inwachtende zal de ondersteuning van genoemde Isaak Marijs met de zijnen voor het rekening van het Armbestuur van Arnemuiden op den gewonen voet blijven geschieden.
Burgemeester & Assessoren van Ritthem
Barentsen
Secretaris

Arnemuiden 21 Jan: 42
Aan B & A van Ritthem
Onderwerp: bedeeling van Marijs
Alvorens tot een bepaald besluit te kunnen komen of den door het Diaconie Armbestuur uwer gemeente bedeeld wordende persoon van I. Marijs ten onzen laste kan komen, zoo wenschen wij wel nader omtrent dien persoon van Ued: te worden ingelicht, waar persoon? Gedurende zijne afwezigheid uit deze Gemeente, welke volgens aanteekening in het register van bevolking in den jare 1835 heeft plaats gehad, zich heeft opgehouden daar ingevolge art II 3 de daarbij vermelde omstandigheid deze gemeente niet meer aansprakelijk zoude zijn.
Bij een door ons reeds aangevangen onderzoek is ons van zijnen vader gebleken, den zelfden persoon als plaatsvervanger gediend hebbende, jaarlijksch daarvoor nog geniet eene som van f.80 welke hem bij vierendeel jaars ad f.20- wordt uitbetaald en dat alzoo voor een groot deel in zijn behoefte konde voorzien; welke ons verder mededeelde dat hij hadt gehoord zijnen zoon zich aan het Armbestuur hadt geadresseerd en dat die week aan hem een brood was verleend geworden; wij zonder meer achten het mitsdien van onzen pligt UEA alsmede te verzoeken ons wel te willen mededeelen wat en hoeveel aan dien persoon wekelijksch verstrekt wordt, daar ons Armbestuur door de menigvuldige behoeftigen zoodanig gedrukt wordt, hetzelve niet in staat is dan heel sobere bedeeling te doen, alsmede aan ons opgave te doen of hij Lidmaat is der Gereformeerde Gemeente, zullende wanneer het ons is gebleken, hij van deze Gemeente onderstand moet verleend worden, het Armbestuur daarvan worden kennis gegeven en de daaromtrent


Door dezelve te maken schikking aan UEA nader worden medegedeeld.
De Burgemeester
CDB

Extract notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde van Tarwe ......f. 10,62 ½
Rogge.........F.7,00
Voor de periode 24 tot den 31 Januarij
Becius secretaris

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 14 Januarij 1842
Is gelezen eene missive van B & W van Arnemuiden van den 20 December ll no320, daarbij inzendende een aan deze vergadering gerigt request van het Hervormd Diaconie Armbestuur aldaar houdende verzoek om autorisatie tot aanvaarding van een door wijlwen den Heer J. De Marée in leven Wethouder dier stad aan den armen bemaakt legaat ten bedrage van f.25-
Voorts gelezen zijnde de Missive van B & W voornoemd van den 7 dezer maand no 334, daarbij tengevolge der daar prealabel gedane uitnoodiging met en benevens eene nadere voordragt van opgemeld armbestuur den gedacht legaat voor de wekelijksche bedeelingen aan de gealimenteerden te bezigen, inzendende een daartoe betrekkelijke deliberatie van den Stedelijken Raad
Is goedgevonden
1 In de aanvaarding van het voorschreven legaat en het voorgedragen emplooi van hetzelve te bewilligen.
Afschriften hiervan
De Griffier der Staten
Van der Heim

Middelburg den 24 Januarij 1842
Overeenkomstig f 3 van het Besluit van den Heer Staatsraad Gouverneur van den15 Oct: 1841 A no 10189 3e Afd. PB no 32 heb ik de eer UEA te verzoeken mij ter bijwerking te doen toekomen de kadastrale Tafels en leggers uwer Gemeente
De Bewaarder van de hijpotheken en het Kadaster
Handtekening

Extract uit Notulen van B & W
Den 28 Januarij 1842
De prijs van de metrieke mudde
Tarwe ..............f.10,62 ½
Rogge ............. f. 7.-
Periode: 31 Januarij tot den 7 Februarij 1842
Becius

Goes, den 3 Februarij 1842
Onderwerp: Kennisgeving regeling der Werkzaamheden 1e Zitting

De eerste zitting van den Militie-Raad voor de Ligting van dit jaar op Dingsdag den 8 Februarij 1842 ’s morgens ten 10 uren, met uitzondering van het 1e Kanton des namiddags om 1 ure in de Abtdij te Middelburg.
De vrijwilligers casu quo en de voor een jaar vrijgestelde dienstpligtige Lotelingen, voorzien van bewijzen hunner vrijstelling van de ligtingen 1838 t/m 1841.
De Kommissaris van het District Goes, belast met het Militie Kommissariaat in de Provincie Zeeland
Handtekening

Arnemuiden den 25 Februarij 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Instelling Weldadigheid
In voldoening aan UEGA besluit van den 28 Jan: jl PB no 8 hebben wij de eer aan UEGA te doen toekomen een staat van den Huiszittende Armen dezer Gemeente voor het jaar 1841 opgemaakt naar de opgave van het Diakonie Armbestuur alhier, met bijvoeging der suppletoire tabel der Armen scholen van het gegeven kosteloos onderwijs aan kinderen van minvermogende ouders welke staten met de meeste naauwkeurigheid volgens de gegevene en gewijzigde modellen door ons zijn opgemaakt.
Overigens bestaan er in deze Gemeente geene andere instellingen van weldadigheid.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 3 Februarij 1842
Onderwerp: Kadastrale plans
In voldoening aan lid 2 paragraaf b van het besluit van Z:E; den Staatsraad Gouverneur van den 16 November 1839 A no 12965 , 3 en6 Afd( PB no 110) heb ik de eer UEA te verzoeken om de kadastrale plans uwer stad aan de Provinciale Bewaring van het Kadaster alhier te willen opzenden, ten einde voor het afgeloopen jaar te worden bijgewerkt.
De Provinciale Bewaarder
Van het kadaster in Zeeland.
Handtekening

Extract notulen van B & W der stad Middelburg.
Den 4 Februarij 1842
De prijs der metrieke mudde van
Tarwe............................ f.10,30
Rogge........................... F. 7, 00
Periode 7 tot den 14 Februarij 1842.
Becius
Secretaris.

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 28 Januarij 1842
Selectie: De Directie van den Molenpolder uit te noodigen om, vermits een polder moet geacht worden altijd het een of ander werk te vorderen, zoo al niet aan deszelfs zeedijk dan toch aan de waterleidingen, uitwaterende sluisjes of buizen, wegen, binnendijken enz, in het vervolg eene gedrukte polderbegrooting, volgens het model bij de voorzeide resolutie vastgesteld en bij den Gouvernements drukker U.F.Auer te Middelburg verkrijgbaar in te zenden.
En zullen extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim

Arnemuiden 16 Februarij 42
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp:Onderwijs
Voldoende aa UEGA besluit van den 11 dezer maand PB no 16, zoo hebben wij de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen den daarbij gevorderden staat van de in deze Gemeente aanwezige schoolonderwijzersplaats met kennisgeving dat de splitsing dier betrekkingen voor den tegenwoordigen onderwijzer wel niet doenelijk is, aangezien denzelven door beide betrekkingen alhier slechts een bestaan heeft en hij onder beding daarvan geroepen is en zijne betrekking aangenomen heeft met die van koster & voorzanger bij de Hervormde Gemeente alhier, terwijl wij UEGA tevens hierbij kunnen mededeelen dat boven het door de stede gegeven wordende tractement, geene verhooging daarvan door ons kan worden verleend wanneer door eene splitsing dier bediening eene tegemoetkoming voor dat verlies mogt gevorderd worden.
De Burgemeester
CDB

Opgave der Schoolond.
De Burgemeester
Opgave der schoolonderwijzers Plaatsen in de stad Arnemuiden die thans met eene kerkelijke bediening vereenigd worden waargenomen.
Kwekkeboom Pieter; Hervormd;koster & voorzanger Inkomsten: Onderwijzersplaats: f.186; Kerkelijke Bedieningen : f.126.
Aanmerkingen: Kolom 4 Rijkstract. F.61-; stad f125-; Koster & voorz f.72- ; ophalen stoelgeld f.10- ; schoonhouden der kerk f.24- en onderwijs arme kinderen f.20—
De schoolonderwijzer is op deze vereenigde bediening en aan het daarbij verbondene tractement door het Bestuur en Kerkelijke Regering geroepen en kan onzes inziens niet gesplitst worden daar in dat geval dien onderwijzer zoude behooren te worden schadeloosgesteld , waartoe geene fondsen aanwezig zijn.
Arnemuiden den 16 Februarij 42
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Arnemuiden, den 16 Februarij 1842
Aan den Heer Bewaarder der Kadaster & hijpotheken te Middelburg
Onderwerp: Kadaster
Wij hebben de eer UEG kennis te geven dat bij ons geen aangiften zijn gedaan van eenige veranderingen in den staat der grondeigendommen dezer Gemeente welke een meetkundige bewerking vereischen; echter is het ons bekend dat door P. Van Eenennaam is afgebroken een zoutkeet waarvan den grond bij slooping weder eigendom van deze stad wordt, aangezien hij daarvan slechts vruchtgebruiker geweest heeft en alzoo een meetkundige opneming zal behooren plaats te hebben, hetzelve staat bekend in de kadaster sectie A no 144
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 17 Februarij 1842
Aan den Heer Gouverneur

Onderwerp: Trekdieren
Wij hebben de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen de bij provinciaal blad no 127 van den 29 October 1829 gevorderde vierjarige staat, houdende opgave van het getal trekdieren en voertuigen in deze Gemeente op den 1 Januarij van dit jaar.
De Burgemeester
CDB

Militie Kommissariaat
Provincie Zeeland
Onderwerp: Tweede-en Derde Zitting Militie-Raad
Goes, den 15 Februarij 1842
Tweede Zitting: 24 Maart 1842 in het 1e Militie-Kanton
Derde Zitting: den 13 April 1e Militie-Kanton
1e Kanton in den middag om 1 ure in de Abtdij te Middelburg
Tweede Zitting alle dit jaar geloot hebbende Persoonen welke vermeenen regt op vrijstelling te hebben en die geene die in de Eerste Zitting niet verschenen zijn
Derde Zitting: alle Lotelingen die nummers willen verwisselen of remplaceren.
Maak dit bekend. Bij non-comparitie geen redden tot vrijstelling en voor den dienst gedesigneerd. Etc.
De Kommissaris van het District Goes, belast met het Militie Kommissariaat in de provincie Zeeland
Verschoor

Vlissingen, den 11 Februarij 1842
Onderwerp: Verplegingskosten Ph: Meulmeester
Wij hebben de eer hiernevens aan UEA te laten toekomen eene declaratie van het Nederduitsch Gereformeerd Armbestuur alhier, groot f.26,62, wegens verstrekte ondersteuning aan Philippus Meulmeester en huisgezin, UEA verzoekende op de voldoening derzelve wel te willen order stellen.
Burgemeester & Wethouders
Handtekeningen

Arnemuiden 18 Februarij 1842
Aan het Diaconie Armbestuur te Arnemuiden
Na gehoudene correspondentien betrekkelijk het onderstands Domicilium van zekeren Philippus Meulmeester verpleegd wordende te Vlissingen, is het ons eindelijk gebleken dat het Armbestuur dezer Gemeente voor de verpleging van dien persoon en deszelfs gezin aansprekelijk is, en zijn wij in het belang uwer armen administratie werkzaam geweest dat hij zoo min mogelijk mogt bedeeld worden aangezien uwe fondsen niet toelaten zulks ruim plaats vondt, na deze kennisgeving zoo wordt ons in dato 11 dezer van B & W der stad Vlissingen toegezonden eene declaratie dier verpleging van f.26,62, welke wij de eer hebben hierbij aan Uw Eerw. Te doen toekomen , met verzoek dat Uwe Eerw. Voor de voldoening wel zult gelieve te zorgen, vertrouwende dat deze buitengewone kosten uit de particuliere ontvange giften welk dit jaar uit de annonces in de Couranten nog al aanmerkelijk geweest zijn, wel zullen kunnen voldaan worden, aangezien de stedelijke finantien ook niet toelaten om boven de geautoriseerde subsidie die kosten te dragen.
Ook moeten wij Uw Eerw. ter kennis brengen dat nog ten uwe laste in de Gemeente Ritthem verpleegd wordt zekeren Izaak Marijs met zijn gezin, welke volgens kennisgeving van dat Armbestuur wekelijks verleend wordt een kwart mud aardappels en een brood, en waarvan na afloop van den winter de declaratie der verschuldigde verschotten mede aan Uw Eerw. zal worden ingezonden, zijnde het ons na deswegen gehouden onderzoek gebleken dat die persoon mede binnen deze Gemeente onderstands Domicilium heeft, en ten blijke daarvan aan Uw Eerw. De gegevene inlichting door het Armbestuur van die Gemeente doen toekomen, hetwelk na lecture? terug verzogt wordt.
De Burgemeester
CDB

Ritthem den 17 Februarij 1842
Wij hebben de eer UEA te doen toekomen het antwoord ons gezonden door Armbestuur dezer Gemeente dd 8e dezer maand op de gevraagde inlichtingen en gemaakte bedenkingen, vervat in uwen brief van den 21 e Januarij jl. Wij twijffelen niet of de gegevene ophelderingen zullen UEA voldoende voorkomen, en de kennisgeving aan het Armbestuur uwer gemeente alsnu het gevolg hebben, dat omtrent de verdere verzorging van Isaac Marijs en zijn gezin, door hetzelve maatregelen worde genomen en orde gesteld op de voldoening der kosten door het Armbestuur alhier gemaakt.
B & Ass.
Handtekeningen

Het Armbestuur van Ritthem ontvangen hebbende aanschrijving om inlichting betreffende Izaak Marijs, heeft de eer het volgende te rapporteren.
1 dat deze persoon sedert zijn vertrek uit Arnemuiden steeds een zwervend leven geleid heeft, eenigen tijd onder Vlissingen heeft gewoond, en eerst sedert het begin van het vorige jaar in onze Gemeente woonachtig is, gelijk hij weder voornemens zijn zou met Mei aanstaande naar Middelburg te verhuizen.
2 dat hij is lidmaat der hervormde gemeente
3 dat hij is remplacant en als zoodanig geniet f.80- ’s jaars, ‘twelk hem met f.20- elk kwartaal wordt betaald, doch zoo zwak van oordeel is dat dit geld reeds is opgenoomen en verteerd eer het ontvangen is, zoodat het Armbestuur voornoemd zich wel in de onaangename noodzakelijkheid gebragt ziet in den wintertijd als er door werken niets te verdienen is, genoemden persoon met zijn huisgezin te moeten te hulp komen.
4 dat aan hem en zijn huisgezin niets meer dan het volstrekt noodzakelijke verstrekt wordt zijnde een kwart mud aardappelen en een brood elke week , waarbij nog zullen komen de onkosten der begrafenis van het kind, waarvan zijne vrouw in het najaar van voorleden jaar bevallen is, en dat in Januarij jongstleden overleden is.
Het Armbestuur voornoemd deze bijzonderheden opgevende, verzoekt het Gemeente Bestuur van Ritthem dezelve ter kennis te brengen van het Stedelijk Bestuur van Arnemuiden. Het vertrouwt dat dit Bestuur van Arnemuiden het gedrag van gemeld Armbestuur zal goedkeuren, en niet zal difficulteren als in vervolg van tijd specifieke opgave der verplegingskosten aan hetzelve zal gedaan worden.
Het Armbestuur van Ritthem
Geteekend P.Steenmeijer Pred.
A de Vroe diaken
Accordeert met het origineel
De secretaris van Ritthem

Arnemuiden 19 Februarij 1842

BEKENDMAKING

B & W dezer stad Arnemuiden kennis ontvangen hebbende dat de kinderziekte zich binnen deze Gemeente heeft geopenbaard, achten het niet ondienstig hunne ingezetenen bij vernieuwing op te wekken en aan te bevelen om hunne kinderen die tot heden de kinderziekte nog niet hebben gehad of de koepokinjectie nog niet ondergaan alsnog van dit heilzame voorbehoedmiddel tegen die vreselijke kwaal gebruik te maken, daar de ondervinding leert dat dezelve, hoewel niet geheel bevrijdende echter tot groote beteugeling verstrekt en mitsdien alle vooroordelen tegen dit heilzame middel zullen ophouden zullende dan ook wekelijksch op het stadhuis alhier gelegenheid worden gegeven hen wie verlangen hunne kinderen gratis te laten vaccineren wordende zij wie zich hiertooe wenschen gebruik te maken verzocht zich bij den stadheelmeester aan te melden; terwijl B & W al eerder het van hunne pligt achten , de ingezetenen bij vernieuwing bekend te maken met de bepalingen vervat in het KB van den 18 April 1818 hieruit bestaande
1 dat zoodra de kinderziekte zich in iemand huis openbaart geene kinderen uit zoodanig huis op eenen school hoegenaamd mogen worden toegelaten , zoo lang de besmetting duurt
2 dat bij het ontstaan der ziekte in eenig huis daarvan dadelijk aan den Burgemeester
Moet worden kennisgegeven
3 Dat op de deuren waar kinderziekte heerscht het woord kinderziekte in letters van ten minste drie Ned.Duimen groot moet worden geplaatst.
4 dat het lijk van een aan de kinderziekte overledene binnen 3 maal 24 uren ter aarde moet worden besteld.
Wordende de ingezetenen ten strengste aanbevolen om deze bepaling naauwkeurig op te volgen ten einde ten einde voorte komen het stedelijk Bestuur zich niet in den onaangename verpligting vindt om de nalatigen in dezen volgende bestaande voorschriften te achtervolgen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 19 Februarij 1842
Aan den Heer Gouverneur/Prov.Geneesk.Commissie
Onderwerp: Aan melding kinderziekte
Op gisteren avond van den Heelmeester van Opdorp kennis ontvangen hebbende hij een patiente in deze Gemeente lijdende heeft aan de kinderziekte, zoo hebben wij de eer volgens indertijd gegevene voorschriften Uwe Excie /UEG daarvan kennis te geven, onder toezending van de gevorderde staat bij Uwe Excie circulaire van den 21 Febr. 1826 verzameling no 180.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 18 Februarij 1842
Deze om UE te berigten dat gisteren onder mijne behandeling is gekomen den vrouw van Wijndt, met kinderziekte, zijnde zij volgens opgave gevaccineerd; verdere bijzonderheden vallen daarvan niet mede te deelen.
Sedert 1e Januarij zijn door mij in deze gemeente gevaccineerd 9 personen
Ik heb de eer te zijn
UEDWD
J.H. van Opdorp

STAAT betrekkelijk de Kinderziekte in de Gemeente Arnemuiden
B 16 Naam: Anna Catharina Kuipers ; geslacht vrouwelijk; ouderdam 33 jaar; als kind vaccinatie plaatsgehad; naam van geneesheer onbekend; niet behoeftig of gealimenteerd;
Geneesheer J.H. van Opdorp Arnemuiden;Besmetting onbekend; de vrouw noch haar man hebben bij poklijders geweest; alle ingezetenen en zijn in kennisgesteld middels publikatie van de Resolutie van GSS de dato 23 Januarij 1826 no 2; getal der gevaccineerden: sedert 1 Januarij tot heden 9 personen door van Opdorp gevaccineerd; geboren zijn er gedurende dat tijdvak tot 19 Feb. 10 kinderen.
Aldus opgemaakt door B & W der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde volgens de Middelprijzen der Levensmiddelen op de Markten:
Tarwe f.10,10
Rogge f. 7,00
Periode 16 tot den 21 Februarij 1842
Handtekening

Arnemuiden den 14 Februarij 1842
Zetting van het Brood in de gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.10,10

Een brood van 2 oncen 4 cent
Een brood van 5 oncen 9 ½ cent
Een brood van 10 oncen 19 cent
Een brood van 15 oncen 28 ½ cent
Een brood van 20 oncen 38 cent
Boven welke dat brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde volgens de Middelprijzen der levensmiddelen op de Markten:
Tarwe f. 9,90
Rogge f.7,00
Periode 21 tot den 28 Februarij 1842.
Handtekening Becius
Secretaris.

Middelburg den 21 Februarij 1842
Onderwerp: Verplegingskosten van wezen en Bedelaars
Ik heb de eer UEA bij deze te informeren dat het vermoedelijk bedrag der door uwe stad over het jaar 1841 aan de maatschappij van weldadigheid verschuldigde sommen bedraagt wegens verplegingskosten van Bedelaars f.77,50, en dat de betaling dier sommen ten behoeve van uwe stad uit derzelver aandeel in de provincials belasting is gepreleveerd en met dezelve op den voet mijner circulaire van den 30 Januarij 1833 PB no 20 verrekend; terwijl UEA zich voor gemachtigd kunnen hpuden, om die betaling waarvan geen of geene genoegzame allocatie op de begrooting uwer stad over 1841 is toegestaan te vinden uit den post van onvoorziene uitgaven over gezegd jaar.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 26 Februarij 1842
Aan den Heer Gouverneur Geneeskundige Commissie
De Heelmeester van Opdorp geeft ons op heden kennis dat de vrouw van Wijndt, welke volgens zijn vorig berigt lijdende was met de kinderziekte kan worden beschouwd te zijn hersteld, dat geene nieuwe lijders zijn onder behandeling gekomen door hem in die tijd is gevaccineerd.
Wij verblijden ons dit berigt aan Uwe Excie / Uwe EdG. te kunnen mededeelen en volgens informatie twijfelen wij zeer of het wel noodig zoude zijn geweest zijn Uwe Excie en Uwe Ed.G ons verontrustig bericht te hebben laten toekomen.
Wij hopen dat hij ook dit zal disponeren en in zijne aanteekeningen een plaatsje geven om het te pas te brengen in een door hem uit te geven werkje , zoo als hij meende te doen en aan de Prov. Geneeskundige Commissie bij missive 16 December 1833 te kennen geeft daar hij het bestuur verklaagde over volgens zijne meening het niet vroegtijdig doen ter aarde bestellen van aan de kinderziekte overleden personen.
Mogt in het vervolg die ziekte zich in waarheid openbaren dan zullen wij niet nalatig zijn om Uwe Excie/ UEG onmiddellijk daarvan kennis geven terwijl onze bekendmaking welke ook volgens zijn schrijven door niemand wordt gelezen reeds den gewenschten uitslag gehad heeft, daar onzen stads heelmeester al meenigeen heeft gevaccineerd en alzoo tot bevordering daarvan de opwekking van onze zijde aan de ingezetenen niet vruchteloos geweest.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 28 Februarij 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Politiek Domicilium
De ambtshalve inschrijving in het register van politiek domicilium alhier der manspersonen geboren in 1819, na op den 1 Januarij dezs jaars hun 22e jaar volbragt te hebben behoorlijk geschied zijnde hebben wij de eer ten gevolge Uwe Excie circulaire van de 5 Januarij 1839 PB no 2 daarvan kennis te geven.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 25 Februarij 1842
De prijs der metrieke mudde volgens de Middelprijzen der levensmiddelen op de Markten
Voor Tarwe f.9,75
Rogge 7,00
Voor de periode van 28 Februarij tot den 7 Maart 1842
Becius
secretaris


Middelburg den 24 Februarij 1842
Onderwerp: Beschikking omtrent de voldoening der
Alimentatiekosten P.Geldhof
Ik heb de eer aan UEA hiernevens te doen toekomen een door zijne Excie den Minister van Binnenlandsche Zaken genomen dispositie op het door UEA aan ZM ingediend adres nopens de voldoening der verplegingskosten. Van P. Geldhof aan het Gasthuis te Middelburg, UEd: naar aanleiding van die dispositie verzoekende om te zorgen dat de restitutie der bedoelde verplegingskosten als nu zoodra mogelijk worde bewerkstelligd.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 26 Februarij 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Onvoorziene uitgaven
Bij eene missive van Zijne Excie den Heer Staatsraad Gouverneur van den 24 dezer A no 1867 2 A etc wordt toegezonden eene afwijzende beschukking van Z:E: den Minister van Binnenlandsche Zaken wegens een van onzen ’t wege ingediend adres tot ontheffing der opgelegde verplegingskosten van P.Geldhof in het Gasthuis te Middelburg.
UEGA duide het ons niet ten kwade dat wij moeten betuigen dat het ons leed doet dat onze finantiën door zulke uitgaven gedrukt worden, en dat hoezeer ZM op het door UEGA gedane verzoek ons daartoe verpligtend achten wij desnietemin vermeenen dat door de opneming eene deur is opengezet voor velen onzer ingezetenen, om daarvan int het vervolg gebruik te maken en UEGA die steeds voor het belag onzer gemeente werkzaam zijn, eerbiediglijk verzoeken, om zoodanige maatregelen te willen nemen dat in het vervolg in dat Gasthuis geene ingezetenen dezer gemeente, welke niet directelijk binnen die stad wonen maar op eene slinkse wijze daar in tragten verpleegd te worden zonder voorkennis van ons of het Armbestuur mogen worden opgenomen daar onze Gemeentelijke inkomsten dezelve niet kunnen dragen..
Intusschen berust als nu op ons de verpligting die kosten zoo spoedig mogelijk te voldoen.
Het Armbestuur is in de onmogelijkheid, want hare subsidie van 1842 is reeds f.75- geligt en die zullen zij hoog noodig hebben voor hunne arme mitgaders voor eene krankzinnige in het Simpelhuis te Middelburg.
Wij hebben mitsdien gemeend die kosten welke f.86- bedragen uit de onvoorziene uitgaven goed te doen, te meer daar het meisje nog geen lidmaat is van de alhier hervormde Godsdienst, daar anders op haar van toepassing was het KB van 13 Sept: 1831 no 78, maar alsnu daarop eene uitzondering kan gemaakt worden, mogt het UEGA goedkeuring wegdragen, dan nemen wij de vrijheid onder toezending van een daartoe betrekkelijke staat UEGA te verzoeken ons de noodige autorisatie te verleenen die som uit de onvoorziene uitgaven op onze begrooting van 1842 toegestaan te mogen uitbetalen en wel zoodra mogelijk aangezien op den 24 Maart aanstaande de tijd van betaling verloopen is .
De Burgemeester
CDB

18 Februarij 1842
No 132
7 Afdeeling
Request van het Plaatselijk Bestuur van Arnemuiden houdende reclame tegen de Resolutie van Heeren GS van Zeeland van den 15 October ll no 14, waarbij die Gemeente is verpligt verklaard tot restitutie der kosten van verpleging van Pieternella Geldhof in het Gasthuis te Middelburg
Uit krachte der autorisatie door den Koning ten deze verstrekt, wordt aan de requestranten te kennen gegeven dat met handhaving voor zooveel desnoods , der nevens gemelde resolutie hunne daartegen gerigte reclame is afgewezen.
’s Gravenhage den 18 Februarij 1842
De Minister
Van Binnenlandsche Zaken
Schimmelpenninck

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 18 Februarij 1842
Met betrekking tot het beschikken over de fondsen t.a.v. de onvoorziene uitgaven over 1841 1e district Arnemuiden
Is goedgevonden
De staten te arresteren en aan de besturen daarvan kennis te geven.
Extracten etc.
De Griffier der Staten
Van der Heim

Arnemuiden den 22 Maart 1842
Aan Heeren GS
Onderwerp: Reglement van Policie
In voldoening aan UEGA besluit van den 19/25 Februarij jlPB no 25 hebben wij de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen afschriften van het reglement van policie mitsgaders op het brandwezen binnen deze gemeente, terwijl op het sluiten der herbergen alhier geen afzonderlijk reglement bestaat maar zulks geregeld wordt naar art.24 van het reglement van plaatselijke policie.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 2e Maart 1842
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij zend ik UEA toe het op den 25 Februarij 1842 invorderbaar verklaarde suppletoir kohier no 3 van het Patentregt dienstjaar 1841/42 2e Quartaal.
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst aan den Ontvanger der directe belastingen te doen toekomen en op te geven de dag van afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc
Van Kinschot

Middelburg den 4 Maart 1842
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat het invorderbaar verklaarde primitief kohier no 1 van Geb: en Ongeb;Eigendommen Uwer gemeente dienstjaar 1842.
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst aan den Ontvanger der directe belastingen te doen toekomen en op te geven de dag van afkondiging.
De Controleur etc
Van Kinschot

Arnemuiden den 8 Maart 1842
Aan den Controleur der Dir. Belastingen etc
Onderwerp: Ontvangst , afkondiging kohier.
Bij Uwe missive van den 4: dezer no 1010 ontvangen hebbende het kohier van den grondbelasting dezer Gemeente over het loopende jaar , zoo hebben wij de Eer onder kennisgeving daarvan te berigeten dat de afkondiging o den 7. dezer heeft plaatsgehad.
De Burgemeester
CDB

Extract uit de Notulen van Heren B & W der stad Middelburg
Den 4 Maart 1842
Gezien de Staten van de Middelprijzen der levensmiddelen op de Markten van 3 dezer
Is goedgevonden en verstaan de prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tjdvak loopende van den 7 totden 14 Maart 1842
Te bepalen als volgt:
Tarwe f. 9,75
Rogge F.7
En zal hiervan Extract aan de Hoofden der Gemeent-Besturen van het Eerste District, ten fine van informatie worden uitgereikt.
Accordeert met voorz.Notulen voor zooveel het geëxtraheerde aangaat.
Becius
Secretaris

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 25 Februarij 42
Is goedgevonden
Tot het keuren der Veerschepen te Veere,te Arnemuiden en aanhet Sloe mitsgaders van die in het geheele 3e District dezer provincie te committeren Robert Ralph Freeman, scheepstimmerman, boot en sloepmaker aan de Commercie werf te Middelburg in plaats van John Freeman naar elders vertrokken, met last om zich in de uitoefening zijner functien te gedragen overeenkomstig de bepalingen vervat in het reglement op de overzetveren in deze provincie, en in het besluit der vergadering van den 27 April/4 mei 1838 no 11 provinciaal blad no 52 alsmede om enz
Kennisgeving en extracten enz.
De Griffier der Staten
Van der Heim

Extract Notulen B & W van Mideelburg
Van 14 tot den 21 Maart 1842
Marktprijzen:
Tarwe f. 9,50
Rogge f.7.30

Arnemuiden den 19 Maart 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Militaire Zaken
De bij Uwe Excie circulaire van den 9 dezer maand PB no 32 gevorderden Staat door ons opgemaakt en in order gebragt zijnde
Zoo hebben wij de eer deze volgens Uwe Excie begeerte met den meesten spoed te doen toekomen, onder kennisgeving dat kolom 18 door ons niet is ingevuld geworden,aangezien stellingen voor paarden slechts zoodanig is ingericht dat de landlieden voor eigen gebruik ook maar genoegzame ruimte hebben,terwijl over het algemeen deze gemeente zoo armoedig is, dat de zelev voor eene mogelijke inkwartiering niet geschikt is.
De Burgemeester
CDB

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 11 Maart 1842
Verzoek om autorisatie ter voldoening der verplegingskosten van zekere P.Geldhof, in het Gasthuis te Middelburg verpleegd te mogen beschikken over eene som van f.86—
Is goedgevonden
B & W van Arnemuiden te autoriseren om ten voorschr: einde te beschikken over eene somvan f.86—uit den post van onvoorziene uitgaven bij de begrooting van 1842, toegestaan.
Afschrift etc.
Accordeert met voorschr. verbaal
De Griffier der Staten
Van der Heim

Middelburg den 12 Maart 1842
Onderwerp: Uitbetaling rijksjaarwedde Onderwijzer.
Naar aanleiding uwer missive van den 24 Januarij j.l. no 336, heb ik de eer UEd: kennis te geven dat, volgens de door Z.E: den Minister van Binnenl: zaken aan mij gedane mededeeling,weldra doorde zorg van den Administrateur van ’s Rijksschatkist in deze provincie,overeenkomstig het KB van den 5 Mei 1821 no 58 aan den bij de openbare school in uwe gemeente benoemden onderwijzer Pieter Kwekkeboom, zal worden uitbetaald de aan die school verbonden rijks-jaarwedde over het tijdvak van 1e tot 14 Januarij jl gedurende hetwelk dezelve tijdelijk is waargenomen.
Ik verzoek UEd; te zorgen dat de bedoelde jaarwedde worde verstrekt aan dien persoon, die overeenkomstig het medegedeelde bij uwe voorn: missive daarop aanspraak heeft.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 21 e Maart 1842
Aan de Heeren J. Oversluijs & J.H.van Opdorp
Wij hebben de eer UEd; kennis te geven als dat ZM bij besluit van den 6e Novb. 1840 PB 34 no 126 aan den Heer F.H. Reus Cannegieter Heelvroedmeester te Heinkenzand en den Heer L. Deijers ?/Degers ? jr. ? Heelmeester te Hontenisse respectivelijk de goude medaille heeft toegewezen voor den buitengewonen ijver door deze geneeskundigen in het bevorderen der koepokinenting aan den dag gelegd.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 19 Maart 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Aanvrage op den onvoorziene uitgaven
Bij de jongste storm van den donderdag den 10 Maart jl, van het stadhuis alhier is een groot aantal pannen van het dak afgewaaid zijnde welke onmiddellijk eene voorziening vereischte , zoo heeft de herstelling? daarvan door den timmerman Crucq plaats gehad en waarvan de kosten bedragen f.52,35 onder toezending der vereischte staat hebben wij de eer UEGA deze buitengewone kosten uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar op onze begrooting toegestaan te mogen uitbetalen.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde van tarwe f.9.25; van rogge f.7.30
Dit betreft de periode van den 21 totden 28 Maart 1842.
Extract aan de Hoofden der gemeentebesturen van het Eerste District.
Secretaris
Becius

Arnemuiden den 26 Maart 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: adres tot het doen eener collecte
Door schipper Klaas Siereveld visscher in deze gemeente in handen gesteld zijnde een aan UEGA gerigte adres houdende verzoek om angezien den suppliant in den nacht van den 22 & 23 dezer maand door den harden wind zijnen bovengemelde hoogaarts op de Suikerplaat/ Middelplaat bij Terneuzen gestooten te hebben,verloren heeft, eene collecte te mogen doen in de provincie
Zeeland of in eenige districten derzelve ten einde hij daardoor in staat mogt gesteld worden om zijn geleden verlies te herstellen en zich een anderen aan te schaffen,met verzoek dat adres gunstig bij UEGA te ondersteunen, zoo hebben wij de eer UEGA te kennen te geven dat dien man in deze gemeente steeds een braaf en deugdzaam leven leidde dat er nimmer iets op deszelfs gedrag is aan te merken geweest en hij als een braaf huisvader steeds jaren achter den anderen voor een talrijk kroost op eene eerlijke wijs den kost heeft verdiend met den geringen garnalenvangst en daar hij hoe sober die winst ook zijn mag, hij niettegenstaande sedert het overlijden van zijnen vader na circa tien jaren geleden zijne ouden brave moeder daarvan eene gedeelte heeft afgestaan ten einde zij wie geen middel van bestaan had te ondersteunen en haar van den armen afgehouden en waarin door zijne schoonzoons mede is ingestemd geworden, zoodat het verlies van zijnen hoogaarts eenen totalen ondergang voor hem is die aan hunnen brave handelwijs hier voorzeker een einde zoude maken, indien het verzoek voor geene inwilliging vatbaar mogt wezen.
Uit dien hoofde achten wij ons ten duursten verpligt ons in het belang van die ongelukkige het daarin vermelde verzoek dat overeenkomstig de waarheid is met de meeste warmte UEGA aan te bevelen, en , en daarop een naar UEGA wijsheid gunstige dispositie te nemen, ten einde hij in staat gesteld mogte worden, om door de aloude bekende mildadigheid van Zeelands ingezetenen bij geledene rampen sit hun verlies hersteld zien en in de gelegenheid gebragt worden om voor hem en oude moeder bij voortduring den soberen doch eerlijken kost te verdienen.
Het bewijs van het verlies van dien hoogaarts door den Burgemeester van Ellewoutsdijk afgegeven, nemen wij de vrijheid hierbij aan UEGA hierbij in te zenden , met kennisgeving dat door hem alle pogingen zijn aangewend en hij op het gerucht, alsof dien hoogaarts als of dien hoogaarts of diezelve stukken daarvan aan het strand van ter Neuzen zoude zijn aangespoeld, zich onmiddellijk derwaarts heeft begeven en door den Burgemeester dier stad is ontvangen geworden doch geene sporen van zijn hoogaarts mogen ontdekken, zoodat hij eerst van daar op zaturdag pas alhier is aangekomen en aan ons zijn voorval verhaald hetwelk onmiddellijk door ons aan den Heer Staatsraad Gouverneur is bekend gemaakt en wij haasten ons alsnu UEGA het ons ter hand gestelde adres te doen toekomen.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 25.Maart 1842
De prijs der metrieke mudde van
Tarwe …………….. f. 9,75
Rogge …………….. f. 7,30
Periode van den 28 Maart tot den 4 April 1842
Extract etc
Becius
Secretaris


Arnemuiden den 14 Maart 1842
Zetting van het Brood in de gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.9.50
Een brood van 2 oncen 4 cents
Dito 5 “ 9 ½ cents
Dito 10 “ 18 ½ cents
Dito 15 “ 27 ½ cents
Dito 20 “ 37 cents
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Middelburg den 25 Maart 1842
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden afschrift der dispositie van Heeren GS van den 18 dezer no 26 op het rekest van Ewoud Baak te Arnemuiden met verzoek hetzelve na daarvan inzage te hebben genomen, aan den belanghebbende te doen toekomen.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 1 April 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: adres E. Baak
Door E: Baak c.s. in handen gesteld zijnde aan Heeren GS gepresenteerd adres, houdende verzoek tot het doen eener collecte in Noord & Zuidbeveland ter gemoetkoming van hunne op den 10 Maart jl tegen? het strand van Cortgene verbrijzelde roeiboot welke op den 2 bevorens van deze wal was afgeslagen en aldaar aangestrand met verzoek dat adres gunstig bij UEGA te appuijeren.
Zoo hebben wij de eer UEGA te kunnen mededeelen dat de adressanten steeds alles in het werk stellen wat of in hun vermogen is , om den soberen kost te verdienen en dat hoe gering die dan ook is, zij met behulp van die boot waardoor zij zonder het betalen van eenig veergeld uit deze gemeente naar Noord & Zuidbeveland roeien en als dan dagelijksch hetzij met visch, garnalen of zeecoraal in de gelegendheid gesteld om in de behoefte van hunnen vrouwen & kinderen te voorzien en het gemis van die boot hun alzoo een uitzonderlijk verlies opleverd dat uit hoofde zij in het onvermogen verkeeren daarin te voorzien, hun belet op die wijze den eerlijken kost te verdienen.
Weshalven wij vermeenen met vrijmoedigheid de adressanten die overigens zich zeer godsdienstig en zedig gedragen eerbiedig aanUEGA aan te bevelen, en het adres dat de waarheid behelst bij UEGA te doen toekoemn met verzoek dat UEGA daarop een gunstig besluit zult gelieven te nemen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 1 April 1842
In het eerste kwartaal dezes jaars zijn door mij met inbegrip der in mijn missive van 18 Febr: jl vermelde in deze gemeente gevaccineert
34 kinderen beneden 10 jaren
5 kinderen 15 jaren
39
36 hadden een geregeld verloop
3 bleven zonder effect
Allen werden gratis behandeld.
Bijzonderheden vallen niet te vermelden
Betrekkelijk de kinderziekte refereer ik mij aan mijn missive van 18 & 25 februarij zijnde sedert geen ziektegeval meer voorgekomen.
Ik heb de eer te zijn
UEDW
J.H. van Opdorp

Arnemuiden den 1. April 1842
Aan den Heer Gouverneur
& Provinciale Commissie
Onderwerp: Vaccine
Wij hebben de eer hierbij aan Uwe Excie /UEG te doen toekomen de staat der gedane vaccinaties gedurende het 1e kwartaal dezes jaars terwijl sedert uwen brief van den 26 Febr: jl no 66 bij ons geene berigten zijn ingekomen dat iemand aan de kinderziekte lijdende was.
De Burgemeester
CDB

Staat der gevaccineerden der aan kinderziekte behandelde personen in de Gemeente Arnemuiden gedurende het Eerste Kwartaal 1842
Vaccine
Beneden de 10 jaren :42 ; alle gratis; Beloop: Bij alle goed afgeloopen.
Bij eene heeft een hervaccinatie ook met goed gevolg plaats gehad.
Kinderziekte
Behandelden : geen
Door den Heel en Vroedmeester
J. Oversluijs
Arnemuiden 1 April 1842

Arnemuiden den 1 April 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Bedelarij
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente een aanhoudend toezicht wordt gehouden dat weering der Bedelarij en dat gedurende het 1e Kw. Dezes jaars geene bedelaars zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 1 April 1842
Idem
Onderwerp: Staat Broodzetting
Nevens deze hebben wij de Eer aan Uwe Excie te doen toekomen de staat der broodzetting over het 1e kwartaal van dit jaar, zooals die naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden overeenkomstig het besluit van Heeren GS van den 2 mei 1818 PB no 78
De Burgemeester
CDB

Idem
Idem
Onderwerp: Verbaal stedelijken Kas
Hiernevens hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den staat der stedelijke kas volgens de bestaande verordeningen door ons op heden opgemaakt & geteekend.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 2.April 1842
Ingevolge artikel 4 van ZM Besluit van den 2 Januarij ll, houdende nadere bepalingen op het lager onderwijs, heb ik de eer bij dezen aan UEA voor te dragen enige personen en wel de Heeren:
A Adriaanse, wethouder
R.Hogezand , predikant
C.J.Baars, secretaris
En P.J. Crucq, Broodbakker
Allen wonende binnen uwe stad, tot leden van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt, bedoeld bij artikel 9 van het Reglement A, vermeld achter de Schoolwet van den 3 April 1806.
Het zal mij bijzonder aangenaam zijn van UEA met het berigt van gedane aanstelling, tevens te mogen vernemen, of de benoemden zich de betrekking hebben laten welgevallen.
De Schoolopziener in het eerste district
Der provincie Zeeland
Adr: P. van Deinse

Arnemuiden den 13April 1842
Aan de kandidaatleden van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt
Onderwerp: Schoolwezen
Op een daartoe gedane voordragt van de Heer Schoolopziener in het 1e district dezer Provincie door den Raad dezer stad tot leden van het Plaatselijk Schooltoevoorzicht in deze Gemeente benoemd geworden, zijnde zoo hebben wij de eer UwEd: daarvan kennis te geven
Het zal ons aangenaam zijn indien door UEd: tegen deze benoeming eenige bedenking mogt bestaan zulks aan ons eenigsints spoedig te willen kennis geven, ten einde wij de Heer Schoolopziener daarvan te kunnen informeren .
Wij geven UEd: al verder kennis dat behalven UEd: dat medeleden zijn benoemd geworden de Heeren A.Adriaanse, P.J. Crucq en C. Baars
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 18 April 1842
Den Heer Schoolopziener Middelburg
Ingevolge de door UEG gedane voordragt bij missive 2 dezes Maands zijn door den Raad dezer stad tot leden van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt benoemd de Heeren A. Adriaanse, R. Hoogezand, C. Baars en P.J. Crucq en hebben met uitzondering van laatstgemelde , welke ons te kennen gegeven voor dien betrekking vriendelijk bedankt de op hem uitgebragte benoeming laten welgevallen; tot aanvulling alzoo van dien persoon zijn wij zoo vrij UEG voor te stellen den Heer J. Oversluijs Heelvroedmeester & alhier woonachtig, voor wien wij onder uwe goedkeuring eene nader voordragt van UEG tegemoet zien.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 1e April 1842
De prijs der metrieke mudde gezien de Middelprijzen der Levensmiddelen op de Markten van 31 Maart jl
Tarwe………..f.9,25
Rogge………. F.7,30
Periode 4 tot en met 11 April 1842
Extract etc.
Secretaris
Becius

Arnemuiden den 5 April 1842
Aan den Heer Burgemeester der stad Sluis
Onderwerp: toezending paspoort
Ik heb de eer hierbij aan UEA te doen toekomen het paspoort van Willem van de Gazelle welken ik vermeen dat zich metterwoon binnen UEA stad gevestigd heeft, met verzoek na dat hetzelve door hem is onderteekend, het wel te willen ter hand stellen, zullende het mij aangenaam zijn, indien hij UEA stad mogt hebben verlaten onder terugzending van hetzelve mij wel zoo na mogelijk te willen inligten waar hij zich ophoudt.
De Burgemeester
CDB

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
M.B.T vervulling van openstaande Gemeente-Raadsplaatsen in o.a Arnemuiden
Is goedgevonden
Te benoemen tot de onbezoldigde betrekking van Lid van den Gemeente-Raad te Arnemuiden
Adriaan van Sweden in plaats van Jannis de Maree overleden, die in 1848 zoude hebben moeten aftreden.
Extracten etc.
De Griffier der Staten
Van der Heim

BEKENDMAKING
B & W der stadArnemuiden maken bekend dat ingevolge Z:E: besluit van den 15 Januarij 1842 en der dispositie van Heeren GS van 1 April 1842, tot wethouder is benoemd geworden A. Adriaanse, lid van den Raad dezer stad en tot lid der Raad Adriaan van Sweeden en zulks in plaats van den wethouder J. de Marée overleden, hebbende de benoemden op heden in handen van de Burgemeester den vereischten eed afgelegd en in den Raad zitting genomen.
Wordende een iegelijk aangemaand dezelve in hunnen onderscheidene betrekking te erkennen en te eerbiedigen.
De Burgemeester
CDB


Middelburg den 2 April 1842
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat het op den 25 Maart jl invorderbaar verklaarde primitief kohier no 1 ten behoeve van het Veefonds
Gaarne binnen 5 dagen aan den Ontvanger der directe belastingen te doen toekomen en op te geven de dag van afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc te Middelburg
Van Kinschot

Arnemuiden den 5 April 1842
Aan den Controleur
Wij hebben de eer UEG te kennen te geven dat de afkondiging van het kohier voor het Veefonds bij Uwe missive van den 2 Decembermaand ontvangen op heden binnen deze gemeente heeft plaatsgehad.
De Burgemeester

Middelburg den 5 April 1842
Onderwerp: Om opgave bedrag der geleden schade door E. Baak c.s.
Tot aanvulling van uw berigt van den 1 dezer maand no 101 betrekkelijk het verlies van E. Baak c.s. heb ik de eer UEA te verzoeken mij nog op te geven de hoegrootheid van de geledene schade of het verlies.
De Staatsraad Gouverneur van
De provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 6 April 1842
Aan den Gouverneur
Onderwerp: opgave geledene schade.
Beantwoordende Uwe Excie missive van gisteren houdende verzoek om opgave der geledene schade door E. Baak c.s. bij het verlies van diens visschersboot, zoo strekke tot Uwe Excie onderrigt dat volgens zijne opgave mitsgaders de mondelijke? betuiging van den scheepsmaker alhier van wie die boot is gekogt en waarvan hij bereid is een ander te maaken, bedraagt de som van Een honderd twintig gulden.
De Burgemeester
CDB

DE STAATSRAAD GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE ZEELAND
Gelet op art 2 van het reglement tot voorkoming van de verspreiding der longziekte onder het rundvee in deze provincie, alsmede op het rapport van den eersten provincialen Vee-arts van heden no 316
Vergunt aan J. Van het Westeinde onder Arnemuiden te vervoeren naar zijne hofstede onder de Gemeente
Ééne vaalbonte 2jarige vaars
Uit ZuidBeveland te Middelburg aangebragt
Zullende het gedacht vee onder speciaal toezigt der policie moeten verblijven, en afgezonderd van allen ander vee moeten worden gestald en gevoed, terwijl de belanghebbende hetzelve niet dan op onze nadere magtiging verder zal mogen vervoeren.
Informeert hiervan B & W der stad Arnemuiden met uitnoodiging om ten aanzien van dat vee, te doen zorgen voor de nakoming van art.698 van het opgemeld reglement
Middelburg den 7e April 1842.
De Staatsraad Gouverneur voornoemd
Van Vredenburch


Middelburg den 9 April 1842
De Districts-Commissie van het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden heeft de eer UEA te doen toekomen drie Exemplaren van het verhandelde in de Algemeene Vergadering van het Hoofdbestuur en de Afgevaardigden der Districts-Commissiën gehouden te Amsterdam den 28 Julij 1841.
Dezelve Commissie verwittigt UEA tevens dat de jaarlijksche Collecte alhier zal plaats hebben op Woensdag den 13 April aanstaande en verzoekt UEA dat die ook bij U geschied en de gecollecteerde gelden met eenen gecertificeerden staat vóór den laatsten dezer maand worden overgebragt bij den Heer Z. Snijder, medelid en secretaris dezer Commissie wonende alhier; terwijl aan UEA nog wordt kennis gegeven dat om gevolg te geven aan het verlangen van het Hoofdbestuur, na afloop der nu uitgeschrevene Collecte in dit District bij dezer Stads-Courant zal worden bekend gemaakt, hoeveel in ieder Gemeente zal zijn gecollecteerd.
De Districts-Commissie voornoemd,
De Stoppelaar
En een andere handtekening

Ontvangen van de Burgemeester van Arnemuiden en Cleverskerke het in die Gemeenten gecollecteerde voor de gewapenden dienst in de Nederlanden, te weten
Arnemuiden f.6,28 ½
Cleverskerke f.1,65
f. 7,93 ½
Middelburg den 28 April 1842
Z. Snijder

Arnemuiden, den 20 April 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Gewapende Dienst
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 23 febr jl PB 24, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat de collecte voor het fonds tot aanmoediging en ondersteuning van den gewapenden dienst in de Nederlanden welke den 20 dezer alhier heeft plaatsgehad, heeft opgebragt de som van zes gulden en acht en twintig en ½ cents
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen Burgemeester en Wethouders van Middelburg
De prijs der metrieke mudde der Graanspecien voor het tijdvak van 11 april tot den 18 April 1842 naar de Middelprijzen der Levensmiddelen volgens de Marktprijzen:
Tarwe .....................f.9,25
Rogge ..................... f. 7,30
Extracten

Becius secretaris

Arnemuiden den 13 April 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Stadsrekening 1841

De rekening dezer stad over het voorgaande jaar 1841 door den stedelijken raad nagezien en bij voorraad opgenomen zijnde, zoo hebben wij eer dezelve specifieke staten etc in triplo met de daarbij behoorende bescheiden aan UEGA ter finale goedkeuring aan te bieden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 13 April 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Armrekening
Door den raad dezer stad de rekening van het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente over het vorige jaar 1841, bij voorraad opgenomen zijnde en geene bedenking in de vergadering tegen dezelve voorgekomen zijnde, zoo hebben wij de eer UEGA die rekening in triplo met den daarbij behoorende staat te doen toekomen en dezelve aan UEGA nadere goedkeuring aan te bieden.
De Burgemeester
CDB

Aan den Achtbaren Raad der stad Arnemuiden
Daar ik op voordragt van den Heer Schoolopziener door den achtbaren Raad dezer stad benoemd ben tot lid van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt, zoo heb ik de eer aan den achtbaren stedelijken Raad alhier ter kennis te brengen dat ik die betrekking op vermelde voordragt en benoeming aanneem en wensch waar te nemen zoo verre mijne eigene bezigheden zulks toelaten.
P: Hoogezand
Predikant van Arnemuiden
Arnemuiden den 14 April 1842

Arnemuiden 14 April 1842
Aan den Edel Achtb:
Raad der stad Arnemuiden
De Ondergeschrevene bedankt vriendelijk voor de op hem uitgebragte benoeming van wegen den Raad dezer stad als lid van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt in deze Gemeente.
Met den verschuldigden Eerbied noemd hij zich:
P:J: Crucq


Middelburg, den 14 April 1842
Aan Heeren Burgemeesters en Wethouders
Of Assessoren der gemeenten in het eiland Walcheren
De tijd naderende waarop de gewonen permissie biljetten tot het beweiden der kleiwegen jaarlijksch worden uitgereikt, verzoeken wij UEA wederom door invulling van nevengaande tabellen ons zoo spoedig mogelijk immers voor den 25 April e.k. te willen opgeven, welke behoeftige persoonen alsnog in de termen vallen om daarmede voor het loopend jaar te worden begunstigd.
Het is UEA bekend dat om redenen van algemeen belang UEA bij vorige gelegenheden bepaaldelijk opgegeven en achtervolgens een gehouden overleg met de hoofden der plaatselijke besturen, de Centrale Directie verlangt dat die beweiding zoveel mogelijk vermindere en eindelijk geheel ophoude, dat uit dien hoofde in die tabellen geene andere personen behooren te worden opgegeven, dan die ten jare 1821 zijnde het tijdstip waarop de daartoe betrekkelijk maatregelen zijn begonnen, daarmede reeds begunstigd waren en tot op dezen tijd in armoedige omstandigheden zijn blijven verkeeren, dat wij voorts te dien opzigte ons op de opgave der Plaatselijke besturen geheel verlaten hebben, en alzoo ook mogen vertrouwen dat die met naauwgezetheid worden opgemaakt.
Hierdoor zijn dan ook sedert voorschreven tijd de gemelde permissien aanmerkelijk verminderd , maar hierdoor vermeerdert ook jaarlijks de hoeveelheid kleiwegen waarover op een andere wijze kan, en door eenen algemeenen maatregel behoort te worden beschikt , indien men geene eigendunkelijk aanmatigingen, en daaruit voortvloeijende oneenigheden en twisten zooals reeds het geval is geweest , wil zien geboren en vermenigvuldigen.
Wij nemen alzoo de vrijheid UEA te verzoeken om bij de opmaking der voorschreven tabellen te willen berekenen, welke wegen de daarbij opgegevene persoonen voor eigen gebruik ter beweiding in billijkheid van nooden hebben, de overige wegen ter afmaaijing verder onder de behoeftigen te willen verdeelen, en de namen der wegen te willen bekend maken, ten einde wij ook daarvoor permissie biljetten zouden kunnen afgeven, en alle onregelmatigheden ten dezen zooveel mogelijk weren.
Uit het vorenstaande vloeit voort: 1 Dat geene andere persoonen noch bij de beweiding noch bij de afmaaijing mogen in aanmerking komen dan de zoodanigen die wezenlijk als behoeftig bekend zijn, en bij gemis van voorschreven gunst gevaar zouden loopen ten last der armbestuur te komen en
2 dat zij die gunst voor eigen gebruik behoeven en niet zoals ons reeds is voorgekomen, om aan anderen te verkoopen, en alzoo daarvan een tak van nijverheid te maken.
Voorts moeten wij:
1 aanmerken dat de aangelanden als zoodanig op het gras der wegen, geene billijke aanspraak kunnen maken, omdat het hun nergens immers zooveel wij weten is toegekend ( zooals dit voorwaardelijk met de beplanting het geval is ) en de Directie van Walcheren sedert onheugelijke jaren wettiglijk over dat gras heeft beschikt, zoodat de aangelanden zelfs geene tijdelijke possesie kunnen beweren, en
2 de vrijheid nemen bij de Plaatselijke besturen ten ernstigste aan te dringen, dat zij door de veldwachters , tegen het onbehoorlijk of zonder permissie weiden of maaijen op de wegen doen waken, daar wij anders verpligt zouden zijn daartegen voor het vervolg maatregelen te nemenof te provoceren waardoor ook de belangen der behoeftigen aanmerkelijk zouden kunnen lijden.
Tenslotte hebben wij de eer UEA kennis te geven dat de permissie billetten over de beweiding op Maandag den 2. Mei aanstaande op de gewone wijze aan de belanghebbenden zullen worden afgegeven, en dat wij de vrijheid zullen nemen die voor de afmaaijing aan UEA toe te zenden met verzoek om die aan de begunstigden te willen uitreiken.
De Centrale Directie van Walcheren
Hurgronje
Ter Ordonnantie van dezelve
J.J. I. Sprenger

Arnemuiden 20 April 1842
Aan de Centrale Directie van Walcheren
Wij hebben de eer hiernevens ingevuld aan UEG te retourneren de staten houdende voordragt van personen onder deze Gemeente welke als in het vorige jaar ook weder voor dit jaar verlangen om tot het beweiden en afmaaijen der wegen te worden toegelaten, daar het in hunne geldelijke aangelegenheid zeer te stade komt
De Burgemeester
CDB

Voor het beweiden

Tramper Jan
Wegen: Kraaijenholseweg; Clev. Weg; van Cittersweg
Een man van 56 jaren met vrouw & 2 kinderen, oefent het bedrijf uit van schaapherder en waardoor hij in de behoeften van zijn huisgezin voorziet doch zeer bekrompen, zoo dat hij door de verguning van het beweiden deswegens eene weldadigheid wordt bewezen, dat hem eenige tegemoetkoming schenkt in zijne soberen broodwinning deszelfs huisvrouw is sedert jaren gebrekkig en onbekwaam om eenig arbeidsters werk te verrigten

Voor afmaaijing
Meulmeester Jacobus
Wegen: Nieuwerkerkse weg & Doeleweg
Leeft zonder kinderen met zijn vrouw allen van den Arbeiders stand en verkoopt eenige groente uit zijn tuintje, hetwelk door zijnen zwager voor hem is gekogt, zoodat het afmaaijen der wegen hetwelk aan niemand tot schade verstrekt, hem in zijne sobere broodwinning zeer te pas zoude komen

Extract Notulen Burgemeester & Wethouders der stad Middelburg
De prijs der metrieke mudde m.b.t. de Middelprijzen op de Markten van 14 dezer
De periode van 18e tot den 25 April 1842
Tarwe.................................. f.9:70
Rogge................................. f.7,30
Becius
secretaris

BEKENDMAKING
Onderwerp: Kinderschooltje
B & W der stad Arnemuiden , de noodzakelijkheid ingezien hebbende dat binnen deze Gemeente een Kinderschooltje mogt worden opgericht, waarin dezelve die nog te jong zijn, om gebruik te kunnen maken van de alhier bestaande openbare School, worden bewaard, en daartoe van het straatloopen zouden verstoken zijn, hetwelk hunne jeugdigen harten niet anders dan tot ondeugendheid opleidt.
Noodigen mitsdien een iegelijk uit, wie genegen mogt zijn dergelijk schooltje alhier tot stand te brengen, zich daartoe bij den Burgemeester aan te melden ten einde de vergunning daarvoor bij den stedelijken raad aan te vragen
De Burgemeester
CDB
Den 18 April

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 8 April 1842
Gelezen zijnde eene missive van B & W van Arnemuiden van den 28 Maartll no 97, daarbij onder mededeeling van derzelver consideratiën, inzendende een aan deze vergadering gerigt request van Klaas Siereveld, visscher wonende te Arnemuiden, houdende ver zoek aan eene collecte te mogen doen in deze provincie of in eenige districten derzelve wegens het verongelukken van zijn vaartuig in den nacht van den 22 op den 23 Maart ll, mitsgaders het deswege door den Burgemeester van Ellewoutsdijk afgegeven bewijs.
Is goedgevonden
1 den adressant te autoriseren om tot en met den 30 Junij aanstaande in persoon eene collecte te doen aan de huizen der ingezetenen van de steden en gemeenten in het 1e en vijfde district dezer Provincie, mits hij alvorens in een stad of gemeente te collecteren, zich bij den Burgemeester ver voege, aan denzelven, onder vertoon dezer dispositie, van de daarbij verleende autorisatie kennis geve en zich van eenen door den Burgemeester aan te wijzen bediende van het stedelijk of plaatselijk Bestuur doe vergezellen: zullende aan hem, des verlangd wordende, twee dagen in iedere stad of gemeente tot het doen der collecte, behooren te worden gegeven.
2 van de voors: autorisatie kennis te geven aan B & W van Arnemuiden, met uitnoodiging om na den afloop der collecte van het bedrag derzelve aan deze vergadering opgave te doen.
Afschrift B & W en adressant
De Griffier der Staten
Van der Heim

Opbrengst der collecte gedaan door Klaas Sierveld
Te Middelburg f.118,52 ½ Accoord Klaas Siereveld
Te Vlissingen f. 59,22 ½
Te kort f.10
Fooi 1-
f.11 f. 48,22 ½ Accoord Klaas Siereveld
te Koudekerke f. 6,53 ½
te kort F. 10- 6,43 ½ Accoord Klaas Siereveld
Veere 6,80
Te kort ,03
6,77
Gapingen 2,70 ½
Vrouwenpolder 7,35 ½
Westkappelle 4,61 ½ te kort f.2,50
Biggekerke 4,22 ½
Zoutelande 7,36
Meliskerke 10,15 ½ te kort 0,10
Aagtekerke 8,53 ½
Arnemuiden 26,52
Domburg 8,65
Nieuwland 8,58
Oost en W.Souburg 9,25 te kort 1,01
Ritthem 4,75
Serooskerke 9,78 ½
Cleverskerke 2,77 ½
St.Laurens 6,65 te kort 0,70
Grijpskerke 6,04 ½ --------------------------------------------
f.4,31 ½
f. 307,91
te kort 4,31 ½
f. 303,59 ½

5e District
Neuzen f.6,25
Hoek 7,04 ½
Sas van Gent 6,01
Westdorpe 5,56
Zuiddorpe 6,30
Overslag 1,24
Axel 24,19 ½ verteerd f.2,65 ½
Hulst 13,46
67,40 ½

Zaamslag f. 12,69

Clinge 3,62
Graauw 4,55
Boscapelle 5.
Hengstdijk 4,03
Stoppeldijk 5,50
Hontenisse 14.40
54,39
Oostcapelle 5,97 ½
f. 60, 36 ½
Ossenisse 5,--- verteerd f. 2,63 ½
f.65, 36 ½

F. 67,40 ½
62,73
f. 130, 13 ½

Totaal f.303,59 ½
130,13 ½
f.433,73

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 8 April 1842
Is gelezen eene missive van B & W van Arnemuiden van den 1e dezer maand no 101, daarbij, vergezeld van derzelver consideratiën inzendende een aan deze Vergadering gerigt adres van Ewoud Baak, Lieven Meulmeester en Jacob Meulmeester, vischleurders wonende te Arnemuiden houdende verzoek om eene Collecte te mogen doen aan de huizen der ingezetenen van het 3 district dezer Provincie, wegens het verlies hunner roeiboot, welke door hen gebezigd werd tot vervoer hunner visch.
Voorts gelezen zijnde de missive van B & W voornoemd van den 6 dezer maand no 116 daarbij ingevolge de door enz. Prealabel gedane aanvrage opgave doende van het bedrag der adressanten verlies.
Is goedgevonden
1 de adressanten te autoriseren om tot en met den 31 Mei aanstaande in persoon eene Collecte te doen aan de huizen der ingezetenen van de stad Goes en in de Gemeenten in het 3e district dezer Provincie mits zij, alvorens in dezelve te collecteren zich bij den Burgemeester vervoegen, aan dezelven onder vertoon dezer dispositie van de daarbij verleende autorisatie kennis geven, en zich van eenen door den Burgemeester aan te wijzen bediende van het Stedelijk of Plaatselijk Bestuur doen vergezellen: zullende aan hen des verlangd wordende twee dagen in de voorz. Stad en in ieder Gemeente tot het doen der Collecte behoorende te worden gegeven.
2 Kennis geven en uitnoodiging aan deze vergadering de afloop en bedrag te doen toekomen.
Afschrift enz
De Griffier der Staten
Van der Heim

Den 23 April 1842 overgebragt door E. Baak wegens gedane collecte in de Gemeenten
(Verteerd bij het doen der Collecte f.1,48 ½)
Colijnsplaat f.10,18
Cortgene 6,94
Cats 3,15
Wissekerke 5,55
f.25,72

Wolphaartsdijk 9,44
Goes 43,10 verteerd 4,16 ½
52,54

Borselen 6,10
‘s’Heerenhoek 5,50
11,60 verteerd 0,47 ½

Rilland 4,97
Bath 3,43
Krabbendijke 4,07
Heinkenszand 4,52
Waarde& Valkenisse 6,00
Kapelle 6,11 ½
f. 29, 10 ½ verteerd 4,70

Schore & Vlake 2,46
Kruiningen 7,10
Wemeldinge 4,84
Kloetinge 5,68
Ierseke 5,90
25,98 verteerd 5,30 ½
‘sGravenpolder 7,53
Hoedekenskerek 2,25
Baarland 5,93
160,75
19,64 ½
f.141, 10 ½

Ovezande 2,71 ½
Oudelande 2,75
Ellewoutsdijk 5,00
Driewegen 2,35
13,71 ½ te kort f.2,91 ½

Kattendijke 3,82
Ter Nisse 5,46
9,28 te kort f. 2,18


’s Heer Arendskerke f.4,40 te kort 0,90
f.168,60 f. 6,00
6,00
162,60

De wed Meerman etc f.133,64
Giffard 1,80
????? 1,50
f.136,94
Kontant ? 25,66
f.162,60

 

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Klaas Siereveld visscher wonende te Arnemuiden.
Dat de suppliant op eene daartoe aan UEGA gepresenteerd adres bij resolutie dato 8 April jl no 11 is geautoriseerd geworden om ter gemoetkoming van het verlies van zijnen hoogaarts in den nacht van den 223 op de 23 Maart ll eene collecte te mogen tot en met den 31 Mei aan de huizen der ingezetenen van de steden en Gemeenten in het eerste & vijfde district dezer provincie.
Dat deze collecte door hem geschied zijnde, onzuiver heeft opgebragt eene somma van f.454,05, waarvan moet afgetrokken eene somma van f.20,32 zijnde voor kleine verteringen in het 5e district alsmede een plaats gehad hebbend abuis van f.10- door den Heer Burgemeester der stad Vlissingen.
Dat des suppliants verlies echter zoo als bij zijn vorig adres UEGA te kennen gaf ongeveer een duizend gulden bedraagt, daar zij niet alleen den hoogaarts met zijn zeilen tonne dreggen, korden & anders dan bijbehoorende gereedschappen had verloren, maar ook van alle kleederen en eenige gereedschappen waren beroofd, zoodat hij niets dan geringste visscherskleeren had overgehouden,-- uit dien hoofd de suppliant kan UEGA niet genoeg dank betuigen voor het gunstige besluit hetwelk UEGA met betrekking tot zijn persoon hebben genomen, daar bij eene niet inwilliging in de grootste armoede zoude gedompeld zijn, echter kan den suppliant zich ontveinzen UEGA te kennen te geven dat den opbrengst van de collecte op verre na niet toereikende is om zijn geleden verlies te herstellen en het den suppliant onmogelijk is in het tekort tot het aanschaffen alleenlijk van een hoogaarts & daarbij behoorend vischtuig dat ruim f.300 zoude bedragen uit eigene middelen daarbij te leggen.
Weshalven den suppliant met gepasten eerbied de vrijmoedigheid gebruikt andermaal zich aan UEGA te wenden eerbiedig verzoekende dat het UEGA moge behagen hem alsnog de vrijheid te verleenen om in het 2e district dezer provincie aan de huizen der ingezetenen een collecte te mogen doen.

Arnemuiden 17 Junij 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Berigt Collecte E: Baak
In voldoening aan d 2e alinea van UEGA Besluit van den 8e April jl no 22, zoo hebben wij de eer UEGA te berigten , als dat den collecte gedaan door E.Baak c.s. in de stad Goes en de gemeenten in het 3e district dezer provincie ter gemoetkoming van zijn verlies bij het kapot slaan van zijn boot aan de Zuidbevelandse kan heeft opgebragt de somma van f.188,24 ½ en door welke gelden door den scheeptimmerman alhier reeds een nieuwe boot is gemaakt
De Burgemeester
CDB

BEKENDMAKING
B & W der stad Arnemuiden, maken bekend dat ten gevolge de door den Koning gegevene bevelen de miliciens der Ligting van 1841 welke nog ongekleed en in den wapenhandel ongeoefend zijn zich voor den tijd van drie maanden te rekenen van den 25 Mei eerstkomende tot den 25 Augustus dezes jaars in werkelijken dienst moeten begeven.
Noodigen mits dien voorschreve miliciens uit om aan deze oproeping te gehoorzamen en gevolg te geven, daar zij bij nalatigheid zich te wijten zullen hebben de straffen bij de wet bepaald.
De Burgemeester
CDB
Arnemuiden 20 Mei 1842

Middelburg den 16 April 1842
DIRECTE
Belastingen
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij zend ik UEA toe het op den 1e dezer invorderbaar verklaarde suppletoir kohier no 4 van het regt van Patent Uwer Gemeente dienstjaar 1841/1842 3e kwartaal.
Verzoek: binnen 5 dagen na ontvangst aan den Heer Ontvanger te doen toekomen en de dag van afkondiging aan te geven.
De Controleur der directe belasting etc controle Middelburg
Van Kinschot

Arnemuiden 19 April 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Polder begrooting
Bij UEGA resolutie van den 28 Jan: dezes jaars no 27 uitgenoodigd zijnde om aangezien het negatieve berigt van den Molenpolder in deze Gemeente eerst maar? Bij UEGA is ingekomen, toe het werksaisoen van het dienstjaar was afgeloopen voortaan zulks voor of uiterlijk in de eerste helft der maand mei zal hehooren plaats hebben en afschriften dier begrooting aan UEGA zal behooren te worden ingezonden; zo zij het ons vergund UEGA te kennen te geven dat het inzenden van dat stuk door ons nog altijd? gelijktijdig met de stedelijke begrooting heeft plaatsgehad en hoewel dan het werksaisoen voor dat jaar is afgeloopen echter altijd met de te doene reparatiën en herstellingen van stadseigendommen voor het volgende jaar, ook door ons werdt onderzocht wat voor dat jaar aldaar aan behoorde te geschieden, daar dat poldertje hetwelk slechts eene grootte heeft van 1 bunder 26 roeden 88 Ellen, dan van eenen geringen omvang en ook door den pachters volgens de conditien behoorlijk moet onderhouden worden, weinig of niet? /ooit? eenige herstelling betreft, daar het zeedijkje maar zeldzaam door deszelfs hooge ligging het zeewater tegen aan spoelt bij de herstelling van den Keersluis hetwelk bij die gelegendheid aan het eind derzelve eenigsints was kapotgereden door den aannemer voor (eigen)? Rekening met steenpuin is opgevoerd geworden zich alsnu in eenen goeden staat bevindt; terwijl hetzelve geen water heeft, dan hetgeene het van zich zelven ontvangt en alzoo geene waterleiding als?? andere polders daar het aan alle zijden tusschen dijken besloten legt, zoodat de stede geen de minste kosten daar aan heeft en de pacht jaarlijksch bij de andere landpachten in de stedelijke rekening wordt verantwoord, zoodat wij als naar gewoonte daarvoor weder een negatif berigt hebben opgemaakt en de eer hebben hierbij aan UEGA te doen toekomen en eerbiediglijk verzoeken aangezien schaden & baten beide in de stedelijke begrooting & rekening kunnen voorgedragen & verantwoord , ons voor dat kleine poldertje niet de verpligting op te leggen maar te verschoonen van de inzending eener polderbegrooting , daar wij vermeenen hetzelve te gering is is daarmede zoo omslagtig te werk te gaan en die begrooting ook voor dezelve
Van geene toepassing kan beschouwd?? worden daar het onder geene particuliere administratie behoort en mitsdien tegelijk in de stedelijke begrooting & rekening kan gebragt & verantwoord worden—zooals bereids door UEGA in de begrooting voor het jaar 1842 in uitgaaf voor nihil is uitgetrokken geworden.
De Burgemeester
CDB


Aan het Achtbaar Gemeentebestuur
Te dezer Stede

De ondergeteekende F. Ciebrant, huisvrouw van H.W. Hogerheijde geeft eerbiediglijk den Achtb: Gemeente bestuur door dezen te kennen, vernomen te hebben dat er eene Bewaarschool voor kinderen staat opgerigt te worden; dat zij zich tot dat einde ootmoedig wendt tot het Achtbaar Gemeente bestuur met sollicitatie om met gem: post begunstigd te worden.
Arnemuiden 19 April 1842
F. Hogerheijde geb Ciebrant

Middelburg ,den 19 April 1842
In plaats van den tot lid van het Plaatselijk schooltoevoorzigt voorgedragenen en door UEd: aangestelden Heer P.J. Crucq, die voor de benoeming heeft bedankt, heb ik de eer UEA bij dezen tot gemelde betrekking voor te stellen den Heer Jan Oversluijs, heel en vroedmeester binnen uwe Gemeente zullende het mij bijzonder aangenaam zijn, met het berigt van Zijn Ed: aanstelling , tevens te mogen vernemen, of Zijn Ed: zich die keuze heeft laten welgevallen.
De Schoolopziener in het 1e District
Der Provincie Zeeland
Adr: P,van Deinse

Arnemuiden 27 April 1842
Aan den Heer Schoolopziener
Door den Heer J. Oversluijs de benoeming als lid van het plaaselijk schooltoevoorzicht aangenomen zijnde, zoo hebben wij de eer volgens Uwe missive van 19 dezer maand, daarvan kennis te geven.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 22 April 1842
De prijs der metrieke mudde volgens de Middelprijzen der Levensmiddelen op de Markten van 21 dezer
Van 25 April tot den 2 Mei 1842
Tarwe............. f.10,00
Rogge............. f.7,30
Becius
Secretaris

Arnemuiden den 25 April 1842
Zetting van het brood in den Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.10-

Een brood van 2 oncen 4 cents
Idem van 5 oncen 9 ½ cents
Idem van 10 oncen 19 cents
Idem van 15 oncen 28 ½ cents
Idem van 20 oncen 38 cents
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

PUBLICATIE
Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden
Gelet op het Reglement op de wering van schadelijk gevogelte, van den 13e October 1820, definitief goedgekeurd bij ZM besluit van den 8e Augustus 1822 no 77
Waarschuwen bijdeze de Ingezetenen dezer Gemeente, dat op Vrijdag den 13. Mei aanstaande, van wege het Plaatselijk bestuur, eene schouwing op en onder de gemeente zal worden gedaan op de wering der nesten van alle reigers, eksters, kaauwen, kraaijen, vlaamsche gaaijen, woud-, bosch- of zoogenaamde valduiven en musschen.
Welke schouwingen zullen worden herhaald den eersten Vrijdag van elk der maanden Junij, Julij en Augustus.
Wordende mitsdien een ieder bij deze aangemaand om, voor zoo veel hem aangaat te zorgen, dat genoemde nesten zijn geweerd, ten einde daardoor de bij voornoemd Reglement op het verzuim gestelde boeten en verder onaangenaamheden voor te komen.
Gedaan te Arnemuiden den 23 April 1842.
B & W voornoemd
CDB

Middelburg den 26 April 1842
Onderwerp: Zonder geleidebrief ingezonden stuk.
Bijgaand stuk bij mij zonder geleidende missive zijnde ingekomen, en op hetzelve voorts geen adres gevonden wordende, ben ik in de onzekerheid of hetzelve al dan niet bestemd is om aan mij te worden ingezonden.
Ik heb alzoo de eer UEA te verzoeken mij met wederinzending, casu quo, van het bedoelde stuk , deswegens in te lichten, moetende ik UEA voor zoo veel noodig doen opmerken, dat de voor mij bestemde bescheiden, orde halve? steeds van eene geleidende missive behooren vergezeld te gaan.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS.

Arnemuiden 27 April 1842
Aan Heeren GS
Onderwerp: Verbaal Beëediging
Het afschrift van het Proces Verbaal van Beëediging van het nieuw benoemde lid van den Raad A.van Sweden hetwelk abusivelijk door ons zonder geleibrief aan UEGA bij de stedelijke rekening is verzonden geworden, hebben wij de eer als nu met deze aan UEGA te doen toekomen?
De Burgemeester
CDB.

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: oefening Brandspuit
Wij hebben de eer nevens deze aan Uwe Excie te doen toekomen een afschrift van het Verbaal betrekkelijk het nazie en oefening van en met de Brandspuit onzer Gemeente, dat op den 26e dezer alhier heeft plaats gehadt en dewelek in eenen allesints behoorlijken staat is bevonden.
De Burgemeester
CDB
Den 26 April 1842

Heden den 26 April 1842
Is overeenkomstig het bepaalde bij artikel 32. Van het Reglement op het brandwezen in deze Provincie, ten overstaan van mij Burgemeester der stad Arnemuiden overgegaan tot het naauwkeurig nazien van de Brandspuit, blusch en brandgereedschappen met alles wat daar toe behoord, en is al het zelve in eenen goeden staat bevonden, zoodat daar bij en de oefening geene aanmerkingen zijn voorgekomen en bij onverhoopte gelegenheid van dezelve het noodig gebruik zoude kunnen gemaakt worden.
Waarvan dit Verbaal door mij is opgemaakt, en nevens de Commissaris uit den Raad, met het bijzonder toezigt belast geteekend, op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars
De Commissaris uit den Raad
A:Adriaanse

Middelburg den 29 April 1842
Onderwerp: oproeping loteling J.Schroevers
Tot hervisitatie
Door Marinus van Belzen, en Jan Meerman van beroep visscher wonende in uwe stad gereclameerd zijnde tegen de verleende vrijstelling door den Militieraad aan Job Schroevers, loteling uwer stad in de ligting van het loopende jaar, heb ik, daar laatsgenoemde loteling voor Heeren GS nader behoort te worden onderzocht, de eer UEd: onder mededeeling hiervan te verzoeken, dien loteling te doen aanzeggen, dat dezelve tot dat einde zich op Vrijdag den 6 Mei aanstaande des voordemiddags ten 11 ½ ure aan het locaal van het provinciaal gouvernement alhier zal moeten bevinden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS

Middelburg den 23 April 1842
Onderwerp: Gras op de wegen
Bij missive van den 14 dezer no 20 had de Centrale Directie van Walcheren de eer UEA eene opgave te verzoeken der behoeftigen onder UEA Gemeente aan welke de aan den wegen ter beweiding of ter afmaaiing zouden kunnen worden afgegeven, en verzocht UEA daarbij door de veldwachter Uwer gemeente op het onbehoorlijk of zonder permissie beweiden of maaijen der wegen een wakend oog te willen doen houden; dan aangezien dit geene betrekking heeft op de geoctroijeerde en niet geoctroijeerde straat en zandwegen, en ook het gras aan dezelve staande ook zeer dikwijls door daartoe niet geregtigden wordt geroofd, waardoor de administratie verhinderd wordt hetzelve te verpachten en alzoo onwettiglijk van inkomsten wordt verstoken dewelke zij zoo zeer behoeven, zoo neem ik de vrijheid UEA te verzoeken om ook voor zoo veel die geoctroijeerde en andere zandwegen mogen onder UEA betreft door uwen veldwachter tegen voorschreve berovingen te doen waken, opdat aan de eene zijde diergelijke verkeerdheden worden geweerd en aan de andere zijde, de ingezetenen welligt hier en daar door onkunde niet worden blootgesteld aan vervolgingen die men genoodzaakt zoude worden tegen dezelve in te stellen.
Voor de President van Walcheren afwezig
Sprenger
Raad

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 29 April 1842
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tijdvak loopende van den 2. Tot den 9 Mei
Tarwe.....................................f. 9,75
Rogge................................... 7,20
Extract aan de Hoofden der Gemeente Besturen van het Eerste District
Becius
Secretaris

Arnemuiden 8 Mei 1842
Schouwing & Omgang
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat door of vanwege het stedelijk Bestuur alhier op Maandag den 16 Mei aanstaande eene schouwing zal plaats hebben op de schoorsteenen en andere stookplaatsen op het gebruik der nieuwe Nederlandsche Maten & Gewigten op straten & voetpaden.
Wordende een iegelijk bij deze uitgenoodigd om te zorgen dat op de deswegen bestaande bepalingen geene overtredingen worden gevonden daar de nalatigen in dezen strengelijk zullen worden achtervolgd.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid aan den dag leggen zal deze worden aangeplakt ter plaatse waar zulks gebruikelijk is te geschieden.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 4 Mei 1842
De Griffier der Staten van Zeeland
Heeft de eer, hiernevens aan den Heer Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden toe te zenden eene Ordonnancie van betaling, hieronder vermeld, met verzoek dezelve aan de belanghebbenden, tegen ontvang van de daarop verschuldigde Zegel-en Leges-gelden te doen toekomen; den ontvangst dezer Ordonnancie te accuseren, en de voorzegde Zegel-en Leges-gelden, op de gebruikelijke wijze aan de Provinciale Griffie te willen overmaken.
17 29 April 1842 het Gemeente bestuur van Arnemuiden f.150,00
De Griffier der Staten van Zeeland
Van der Heim

Arnemuiden, 6 Mei 1842
Aan den EDG Heer Griffier der Staten van Zeeland
Wij hebben de eer UEG bij deze den ontvangst te berigten van UEG missive van den 4 Mei jl daarbij toezendende een ordonnancie van betaling wegens subsidie voor alimentatie kosten van behoeftigen krankzinnigen voor deze Gemeente voor dit jaar 1842
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 6. Mei 1842
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tijdvak loopende van den 9e tot den 16e Mei 1842
Tarwe................................................. f.9,50
Rogge................................................ 7,--
Extract aan de Hoofden der Gemeente Besturen van het Eerste District
Becius
Secretaris

Arnemuiden den 9 Mei
Zetting van het brood in de gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.9,50
Een brood van 2 oncen 4 cents
Idem 5 oncen 9 ½ cents
Idem 10 oncen 18 ½ cents
Idem 15 oncen 28 cents
Idem 20 oncen 37 cents
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars


Middelburg den 3 Mei 1842
Onderwerp: Patentzegels dienstjaar 1842
Ik heb de eer UWEd: nevens deze te doen toekomen 79 stuks Patent-zegels voor het dienstjaar 1842 ( beginnende 1 Mei), met verzoek om mij de ontvangst van dezelve te berigten.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid van GS

Arnemuiden 10 Mei 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Patentzegels
Bij Uwe Excie missive van den 3 Mei jl A no 4245 4 afd ontvangen hebbende 79 stuks patentzegels , zoo hebben wij de eer Uwe Excie daarvan kennis te geven.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 6 Mei 1842
Onderwerp: Wegen.
Ik heb de eer UEA voorlopig te informeren dat op de voordragt van persoonen voor het beweiden en afmaaijen van de zijkanten der wegen onder UEA gemeente bij de Directie van Walcheren geene bedenkingen bestaan ten gevolge waarvan de permissie voor het beweiden aan de belanghebbenden reeds zijn afgegeven, en die voor het afmaaijen UEA spoedig zullen geworden.
Volgens het Tableau der Buurtwegen in dit Eiland, gearresteerd bij besluit van Heeren GS van Zeeland d,d, 5 Maart 1841 schijnt echter dat het gras op het Kuiperswegje no 2 de oude Veersche weg no 7, de weg van den cingel tot den Nieuwerkerkschenweg no3, de Kraaijenholsche weg aan de noordzijde der Haven No 5 de Nieuwlandschepolderweg no 14 en de Suzannapolderweg no 15 nog geen bestemming heeft , en daar het de Directie voornoemd aangenaam zoude zijn, dat het gras op al de wegen in dit eiland voor zoover het geene straat of zandwegen zijn welke aan afzonderlijke administratien of persoonen behooren, word afgegeven zoo neem ik de vrijheid UEA te verzoeken ook eene voordragt voor de afmaaijing van vorenstaande wegen te willen doen, en zoo spoedig mogelijk, immers voor of op den 12 dezer te willen inzenden, ten einde de persmissien gelijktijdig met die voor de ander wegen aan UEA ter uitreiking te doen toekomen .
De president der Centrale Directie van Walcheren
Bij afwezigheid van denzelven
Sprenger

Arnemuiden den 10 Mei 1842
Ter berantwoording UEG missive van den 6 Mei jl Litt. L, zoo hebben wij de eer UEG kennis te geven alsdat door ons nog nimmer is beschikt over het gras op het Kuiperswegje no 2 dat wij nevens hetzelve door den landman L. Wisse in gebruik is en het ook te ongelegen is om door Tramper of Meulmeester gebruikt te worden, dat de oude Veersche weg no 7 en de Kraaijenholsche weg no 5 welke aan de overzijde der Middelburgsche haven ligt, naar wij vermeenen altijd is gebruikt geworden door den arbeider van jonkheer van der Heim, dat die man zoo wij hooren, verlangend is dat zulks weduwnaar? hem wordt verleend en wij bereid zijn, hetzelve aan dien man over te laten, dat de weg no 9 van den cingel tot den Nieuwerkerkschen weg no 3 is een wegeling welke in gebruik is van J. Meulmeester en indien dat wegeling ook onder het bijzonder toezicht van Walcheren staat, wij verlangen het aan die man weder verleend wordt; de Nieuwlandsche polderweg no 14 behoort in pacht aan P.F. de Kraker landman in die gemeente en welke door Mr. Johan Rademaker Schorer den 13e Nov. No 36 voor 7 jaren is verpacht geworden, terwijl eindelijk de Suzanna Polderweg onder no 15, gebruikt word door Mr. De Jonge & C. Hunje??/Hurige?? Beide landlieden in de Gemeente Cleverskerke, en ook niet mogelijk is wegens de ligging aan het Arnemuidsche Kanaal dat door de voorgedragene kan gebruikt worden en geene andere menschen in den Gemeente gevonden worden welke verlangen daarvan gebruik te maken.
Ten slotte zijn wij zoo vrij UEG te kennen te geven, het voor ons hoogst moeijlijk is al de wegen in het bijzonder op te geven hoezeer bij ons wel bekend alhier de kaart welke daarvan gemaakt is en door de Gemeente betaald ? tot heden van HEGA nog niet is terugontvangen en het ons bijzonder aangenaam zoude wezen, indien dezelve bij UEG mogt berusten of daarvan een extract hebben, dezelve te copieren aan ons te willen doen toekomen, waarna UEG het in dank zult terugontvangen
De Burgemeester
CDB
N.B. Bijzonder slecht leesbaar: slordig kladwerk

Middelburg den 7 Mei 1842
Onderwerp: 3e aflevering contingent ligting 1842
De derde en laatste afgifte van het contingent der Nationale Militie voor de ligting van het loopende jaar is door mij bepaald op Zaturdag den 14 dezer,des morgens te 9 Ure op de Koopmansbeurs alhier.
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen geworden de orders voor de manschappen in Uwe stad welke in deze afgifte zullen worden begrepen met verzoek om dezelve, na daarin de vereischte invulling te hebben gedaan, aan de belanghebbenden te doen uitreiken en te zorgen dat de laatste op de gebruikelijke wijze op voors. Tijd en plaats, met overlegging van den Staat model litt: DD in triplo en het Extract uit denzelven voor elk man in het bijzonder opgemaakt aan mij worden aangeboden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS

Middelburg den 11 Mei 1842
Onderwerp: Inlichtingen omtrent C. Geldhof
Bij het nevensgaande request worden door twee ingezetenen uwer gemeente bezwaren geopperd tegen de decisie door den Militie raad ten aanzien van den loteling Cornelis Geldhof genomen.
De gronden door hen aangevoerd, een nader onderzoek vereischende, heb ik de eer UEA te verzoeken mij onder terugzending van dat adres een bepaald berigt mede te deelen:
1 of de moeder van den genoemden loteling genoegzaam eigene middelen bezit om in haar onderhoud te kunnen voorzien, en waarin die bestaan als mede of en in hoe ver bij gemis of ontoereikendheid dier middelen ,haar ouderdom en huiselijke omstandigheden haar verhinderen, het bedoelde onderhoud door handen arbeid zoo daartoe voor haar gelegenheid is, te verkrijgen.
2 welk beroep of bedrijf door den loteling wordt uitgeoefend , hoeveel daarin zijne verdiensten dagelijksch of in de week bedragen, of hij op dezelve onafgebroken kan rekenen, en of en in hoever hij moet beschouwd worden hierdoor voor zijne moeder onmisbaar te zijn.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS

Arnemuiden 13 Mei 1842
Aan den Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Inlichting C: Geldhof
Bij Uwe Excie missive van den 11 dezer maand B no 688 1 Afdeeling ons toegezonden zijnde een adres van Marinus van Belsen en Jan Meerman beide van beroep visscher alhier woonachtig, zich beklagende onder anderen over de vrijstelling door de Militie Raad van Cornelis Geldhof als kostwinnende zoon zijner moeder, met uitnoodiging uwe Excie met opzicht der huisselijken omstandigheden van dien lotelings moeder en hem zelven een bepaald berigt mede te deelen.
In voldoening daaraan zoo hebben wij uwe Excie te berigten dat de moeder van dien loteling den ouderdom van 57 jaren bereikt hebbende, is weduwe van Willem Geldhof sedert het jaar 1828 , bij wien zij tien kinderen verwekt heeft en waarvan bij het overlijden van haar man nog zeven in leven waren, welke haar zonder eenig het minste middel van bestaan of eigene middelen overbleven en gedrongen was haren nood aan het Armbestuur te kennen te geven en haar dan ook eenigsints heeft ondersteund; dan bij de geringe bedeeling en het langzaam grooter worden eener dochter zich had toegelegd om voor de menschen te naaijen is door haar dan ook na verloop van acht jaar het Armbestuur bedankt & bleef haar tans een sober stukje brood over, aangezien zij wegens haar ligchaamsgesteld(heid) niet in staat was om den arbeidsters stand waar te nemen? En alzoo op die tijd buiten staat thans op dit oogenblik onbekwaam om in haar noodigen onderhoud te voorzien, en de verpligting op haar rust om bij gemis van haar zoon onmiddellijk zich aan het Armbestuur over te geven, want bij haren eigenen onderhoud komt ook nog haar ongelukkige dochter P. Geldhof het voorwerp der kwestieuse zaak met Heeren Burgemeester & wethouders der stad Middelburg wegens hare opneming in het Gasthuis aldaar, die dochter welke reeds 5 maanden uit dat huis is ontslagen , kan ????? en zal wellicht mogelijk nimmer meer kunnen gaan dan met krukken, en deze verkrijgt ook door den arbeid van haren broeder den noodigen onderhoud en die door haren toestand hare moeder de verpligting oplegt om bij haar te huis blijven—
Cornelis Geldhof is van beroep wever in de fabriek van Callicots der Heeren Salomonson alhier en bij de afgifte van dat attest en nu bij vernieuwing is door onzen Burgemeester den Baas dier weverij verzocht op te geven hoeveel stukjes door dien jongeling welke een der voornaamste wever van alle drie der fabrijken kan worden aangemerkt? in de week werden afgeslagen en daar op ten antwoord verkregen hij wekelijksch maakt5,6 tot 7 stuks 6/4 callicots, en waarvoor wordt betaald 85 cents per stuk, waarvan echter voor de stad voor onderhoud & huur der gebouwen wordt afgetrokken 2 cents per stuk, zoodat wanneer men steld hij gemiddeld 6 stuks maakt, zijn verdiensten dan ook zouden bedragen ongeveer f.5- in de week, en waar hij onafgebroken zonder bijkomende omstandigheden van ziekte als andersints een geheel jaar door op kan rekenen en mitsdien onzes inziens geheel onmisbaar voor zijne moeder en ongelukkige zuster, daar de anderen alle gehuwd, naauwelijk in hunnen eigen onderhoud kunnen voorzien, mitsdien niets aan hunnen moeder kunnen afstaan.
En hiermede vermeenen wij aan Uwe Excie hiervoren gemelde missive hebben voldaan, doch het zij ons vergund tot nadere kennisgeving van dat adres opzichtelijk zekeren Antonie de Mol? Loteling van den jare 1822 Uwe Excie te mogen inlichten dat door in die tijd regerend Bestuur de reclame van dien persoon nimmer is gerejetteerd, maar dat niemand uit overtuiging hij als een kostwinnende zoon konde aangemerkt worden, dat attest heeft willen teekenen, want Uwe Excie moet weeten dat hij op die tijd in zijn tweede leerjaar was bij den toen en nu nog tegenwoordigen wethouder Abraham van Eenennaam voormaligen timmerman alhier, en zijn loon voor zij tweede jaar bedroeg 7 pond? En derde jaar zoude bedragen hebben 9 pond, welk geld door hem benoodigd was tot het aanschaffen van zijn gereedschap , zoodat voor dat beroep in die jaren voor zijnen moeder ook niet als lucratief kon worden beschouwd, ten minsten niet zoo zeer dat hij als kostwinnende zoon kon worden aangemerkten en op verre na op die tijd niet bij dezen jongeling is te vergelijken.
Wij vertrouwen dat Uwe Excie genoegzaam zult zijn ingeligt betrekkelijk deze zaak en Uwe Excie met ons voldoende zult overtuigd wezen, van de gegrondheid der beweegreden, welke ons genoopt heeft tot de afgifte van dat attest voor dien jongeling en achten het mitsdien onnoodig in verdere bijzonderheden daarin vermeld te treden, daar dezelve zijn ternedergesteld door den in dat adres kennelijken hand van van Opdorp, welke zich vermaakt van tegen alle handelingen zich te verzetten, zzoals wij uwe Excie meermalen te kennen gaven, dat zijn landaard is.
Ten slotte moeten wij Uwe Excie nog te kennen geven, dat Marinus van Belzen een der onderteekenaars van dat adres een zoon heeft, welke om bevrijd te wezen van de Militiedienst zich voor de Loting in den huwelijksen staat heeft begeven en wij reeds sedert 1839 dus gedurende 4 jaren voor hem een attest hebben afgegeven, aangezien hij een dienstpligtig nummer heeft getrokken en alzoo ook een ander in zijn plaats opgetreden, zoodat hij met aanmerking daarvan behoorde te dulden dat de wet op eenen regtvaardige wijze de kostwinnende zoons voor ouders of ouderlooze familliën zoo wel en als voor hen die zich op die tijd in het huwelijk begeven vrijheid geeft dat zij voor een jaar van den Militairen dienst worden vrijgesteld.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 9 Mei 1842
Onderwerp: Vermindering weefloon door de Calicotsfabriekant
Niettegenstaande de lijnwaadhandel in Indiën, sedert eenigen tijd eenen onunstigen loop heeft genoemen, waardoor de handelmaatschappij is verpligt geworden hare bestellingen in andere provinciën op de helft te verminderen, heeft zij niettegenstaande de daaraan verbondene opofferingen de leveranciën uit deze provincie op het vroeger bepaalde maximum behouden, en zulks voornamelijk uit aanmerking dat de alhier bestaande werkinrigtingen zijn daargesteld in het belang van de behoeftige ingezetenen der steden en Gemeenten alwaar die zijn opgerigt.
Nogtans zijn de prijzen welke thans van de Katoenen fabricaten worden bedongen zoodanig dat alom de weefloonen zijn verminderd, waardoor de fabricanten G en H. Salomonson, welke de katoenfabrikatie in deze provincie voor derzelver rekening hebben genomen, willen zij de concurrentie met andere fabrikanten kunnen volhouden, het vroeger alhier toegezegde weefloon niet meer kunnen voldoen zonder op het fabricaat zoodanige verliezen te lijden, welke in redelijkheid van hen niet kunnen worden gevorderd en waardoor welligt het oogmerk met de vestiging dezer fabricatie in Zeeland bedoeld niet op den duur zoude kunnen worden bereikt.
De Nederlandsche Handelmaatschappij welke in de Katoenfabricatie in Zeeland eene zoo werkdadige belangstelling heeft betoond, heeft mij hieromtrent geadieerd en de verzekering gegeven dat zij de overtuiging heeft dat de Heeren Salomonson in den tegenwoordigen stand der zaak tot eene vermindering van het weefloon zullen moeten overgaan, en mij daarbij geïnformeerd dat zij bereid zijn zich eene opoffering van 5 centen voor de 5/4 en van 10 centen voor de 6/4 calicots in Zeeland vervaardigd te getroosten, en alzoo voortdurend een hooger weefloon dan in Gelderland en Overijssel wordt betaald, toe te staan, te weten:
Door de voldoening voor de eerste an 60 in plaats van 75 centen en voor de tweede van 75 in plaats van 85 centen.
Daar echter zoodanige vermindering bij de duurdere levenswijze in deze provincie voor vele der werklieden een te gevoelig verlies zoude tengevolge hebben en hierdoor welligt zoude kunnen veroorzaakt worden dat vele werklieden, om tijdelijk een hooger loon hier of daar te kunnen verdienen, de weverijene zouden verlaten en alzoo het thans voors: velen bij het algemeen bestaande gebrek aan werk voor de steeds toenemende bevolking, zoo wenschelijk middel van bestaan zoude verloren gaan, is het verlangen van gemelde fabrikanten dat, in de hoop dat zich weldra meer gunstige omstandheden voor hunnen fabricatie mogen opdoen, in welke verwachting alleen zij zich, om het werk aan den gang te houden, bovengemelde opoffering kunnen laten welgevallen, de daarbij betrokkenen plaatselijke besturen , middelen mogten beramen om de door hen daar te stellen vermindering op de weefloonen aan de werklieden uit de plaatselijke of armenkassen goed te doen.
UEA met dit verlangen bekend makende meen ik dezelve te moeten verzoeken deze zaak in opzettelijke overweging te nemen, daarbij in het oog houdende , dat na de stellige verzekering van de Nederlandsche Handelmaatschappij het daarvoor moet gehouden worden dat de Heeren Salomonson tot nog toe niet dan met geldelijke opofferingen de fabricatie van calicots in deze provincie op den tegenwoordigen voet hebben aan de gang gehouden, dat zij zich op de 125000 stukken, welke jaarlijks in dit gewest worden gefabriceerd, waarvan 2/3, 6/4 & 1/3, 5/4 tegen 10 cets voor de eerste en 5 cents voor de tweede soort, welke zij, niettegenstaande de bovenvermelde vermindering nog meer voor weefloon zouden betalen dan elders daarvoor wordt voldaan, een verlies van ruim f.10.000- ‘sjaars zullen moeten getroosten, dat men in billijkheid van hen geene grootere opoffering kan vergen, en dat vermits voor die fabricatie jaarlijks niettegenstaande bovenbedoelde vermindering een som van ruim f.87.000- aan weefloon door behoeftige Ingezetenen in dit gewest zal worden verdiend, zonder dat daarin begrepen zijn de daggelden van opzigters en andere aan de fabrieken gebezigd wordende personen.
De instandhouding dezer fabrieken, waarvoor de steden en gemeenten zich zulke belangrijke opofferingen hebben getroost alle belangstelling der belanghebbende plaatselijke besturen verdienende , te meer omdat er hoop bestaat, dat de tegenwoordige stagnatie, welke het debiet der calicots in Indië ondervindt, slechts voorbijgaande zal zijn, en alzoo de opofferingen welke men in deze omstandigheid tot instandhouding dezer fabrieken zoude moeten doen, slechts tijdelijk zal behoeven te zijn.
Ik meen dan ook vanUEA te mogen verwachten dat UEA na overleg met den stedelijken raad, beantwoordende aan de blijken van belangstelling van het Gouvernement en van de Handelmaatschappij, door welke dit nieuwe middel van bestaan alhier is tot stand gebragt, en tot nogtoe op de aanvankelijke bepaalde hoogte is gehouden, en de tegenwoordige crisis zich niet zullen onttrekken aan het beramen van middelne om een voor zeer vele schamele Ingezetenen uwer stad belangrijk middel van bestaan in stand te houden, althans provisioneel in afwachting van eene gunstige wending in dit vak van industrie, en dat UEA daarbij zullen beseffen dat het verkieslijker is eene toelage uit stadskas te verstrekken tot belooning van werkzaamheid dan een gelijke of welligt grootere uitgaaf te doen tot het verstrekken van bedeeling aan de behoeftigen welke door het vervallen der onderwerpelijke fabrieken , hun middel van bestaan zouden verliezen, kunnende ik de vrees niet verbergen, dat zonder uwe krachtdadige medewerking de voorm: fabriecanten ten einde te groote verliezen te vermijden hunnen werkzaamheden zullen moeten verminderen en welligt geheel staken.
Het zal mij aangenaam zijn spoedig den uitslag uwer overwegingen ten deze te vernemen en zoodanige voorstellen te ontvangen als UEA desnoods na overleg met de Heeren Salomonsen zullen vermeenen in deze te kunnen doen of bij den raad te moeten provoceren.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS

Een los stuk van het stadsbestuur met tegenwerpingen

300 stukken 2/3 5/4 100 10 c. f.15-
2/3 6/4 200 10 c. 20-
Per week f.35-

In een jaar 50 maal = f.1750-

250 stukken 2/3 5/4 st.84 à 15 c. F. 12,60
2/3 6/4 166 à 10 c. 16,60
Per week f. 29,20
In een jaar 50 maal = f.1660,00

De vermindering van weefloonen kan niet geleden worden, daar die nu reeds door de vele boeten, die op eenen voor de wevers aller drukkenste wijze word afgevorderd zeer min is en indien dezelve in de aanstaande winter weder het licht moeten betalen à 15 cent per week iedere wever zoo aals dit in de vorige winter heeft plaats gevonden- en waar mede men reeds in de winter van 1840 tot 1841 is begonnen hun af te vorderen, doch als toen nog iets minder per week – ik meen het 2 ½ ct per stuk is geweest, dan is het loon zoo gering, dat daar voor dat werk niet kan verrigt worden.
In de korte dagen kunnen velen geen 3 st. Per week weven- en die moeten dan ook noch voor boete daar voor 5 ct per stuk missen—en die zoiuden met andere boeten geen gulden per week kunnen verdienen die van 3 stuks iets meer.
In Gelderland & Overijssel kan dit plaats vinden –daar de levensmiddelen goedkoper zijn – de Heeren Salomonson hebben het ongetwijfeld wel geweten, en die kunnen vooruitzien het weefloon hier meerder dan in die Provincieën zijn moet.
Wenschelijk was het dat en hier of daar meerder te verdienen was en de weeffabrieken hier niet benoodigd waren—doch dit is voorals noch niet te zien—daar behalven de hier eenigsints toenemende bevolking, maar voornamenlijk het zoo thans algemeen gevolg geven aan nieuwe uitvindingen en machines waardoor bij het vervaardigen van veelal goederen minder nijverige werklieden gevonden worden, daar in fabrieken waar in voormaals 100 brood winnen nu 25 gevorderd worden.
Na de oprigting van de eerste weverij op het stadhuis hebben de Heeren Salomonson ons aanhoudend tot het aanschaffen van meerdere gebouwen aangedrongen, zelfs tot in het najaar van 1840. Dat dan ook ten gevolge heeft gehadt noch twee gebouwen door een Timmerman zijn gebouwd en nu de laatste maar naauwelijks een jaar in werking is, doen die Heeren
Zoodanige groote opofferingen, mogelijk in hunnen winsten die nu op de steden en plaatsen zouden gelegd worden die reeds zulke belangrijke opofferingen haar hebben getroost
De plaatselijke kas kan niets toebrengen, daar dit jaarlijks bij de f.1500- zoude bedragen; men kan geen belastingen meer invoeren of die bestaat verhoogen—den Armen moet vijf à 6 maal meerder in een jaar gesubsidieerd worden dan voor eenige jaren—zoo dat de gemeente niet meerder dragen kan—als een blijk daarvan kan de Jaarlijksche staat van nonvaleurs in ‘sRijks belastingen van bij de f.400- blijken- en die bij allen dwang met geene mogelijkheid kan ingevorderd worden—waarbij komt dat de visscherij door de verhoogde inkomende regten in België daar opgelegd op een verminderd inkomsten van f.13 à f14000 dit jaar kan , rekenen, en de visscherij tot heden weder niet gunstig bedreven word.
Indien de stad dat minder loon mogt toebrengen zoude dat bij belasting op de Ingezetenen moeten gevonden worden—en dit kan niet—daar de burger of die nu noch iets bezit, vooral in de winter veelal lijdt door toebrengen aan de veelal behoeftigen—zoodat vermeerderde belasting om de weverijen in den tegenwoordigen stand te houden ondragelijk zouden zijn.
Verzoek of er geene mogelijkheid bestaat door de Provincie of het Rijk en dat zoo men hoopt voorbijgaand en in de hoop van een gunstige wending in dit vak van Industrie kunnen tegemoet zien.
Geen ondertekening

Aan den Heer Staatsraad Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Betrekkelijk Weefloon.
In voldoening aan Uwe Excie missive van den 9 dezer maand no 91 houdende kennisgeving dat de Heeren Salomonson om daarbij vermelde omstandigheden tot eene vermindering van het thans gegeven wordende weefloon zullen moeten overgaan en wel zoodanig dat voor de 5/4 slechts 60 centen in plaats van 75, voor de 6/4 75 cent in plaats van 85 centen zullen kunnen worden uitbetaald, met uitnoodiging aangezien het wenschelijk is, de weeffabrieken bij de steeds toenemende bevolking blijven bestaan en in de hoop dat weldra gunstiger omstandigheden zich mogen voordoen, dat door het Stedelijk bestuur zoodanige middelen mogten beraamd worden dat hetzij uit de plaatselijke of Armkas in dat verlies mogt worden tegemoetgekomen en dienaangaande zoodanige voorstellingen aan Uwe Excie te doen toekomen, als dat men steeds? zal vermeenen met het belang der Gemeente overeen te komen.
Zoo hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat door ons voor deze niet zeer gunstige zaak, het oordeel van den Raad is ingewonnen en zijn wij namens hun Ed. Verzogt geworden Uwe Excie dienaangaande te moeten te kennen geven dat hoezeer de weeffabrijken in deze Gemeente tot eene krachtdadige ondersteuning verstrekken voor vele onzer Ingezetenen in den tegenwoordigen zeer netelijken /netelige?? Stand waarin de visscherij verkeert, niet alleen door den geringen vischvangst, als wel voornamentlijk door het nagenoeg volslagen verbod invoer derzelve in België , waardoor een totalen ondergang dezer Gemeente, (indien de Belgische regering door andere middelen daarvan niet wordt teruggebragt) te verwachten staat, het echter volstrekt onmogelijk is ( hoezeer de Raad met Uwe Excie ten volle is overtuigd dat (niet alleen) bij de steeds toenemende bevolking maar ook door het algemeen gevolg geven aan de nieuwe uitvindingen waardoor zoo vele nijverige handen zonder werk blijven, dat dit zoo wenschelijk middel van bestaan mag in stand blijven, het echter volstrekt onmogelijk is, zeggen wij, dat van wege de stedelijke of Armen Kas welke door eerstgemelde nog aanhoudend buitengewoon wordt gesubsidieerd , een tegemoetkoming kan worden verstrekt , daar nu ingezetenen wie nog eenigsints hun bestaan hebben, zoodanig worden gedrukt, dat zij geen meerder lasten kunnen dragen en wij diensvolgens ook geene vrijheid hebben dezelve te bezwaren, daar reeds velen derzelve in het onvermogen verkeeren hunne personele belasting te voldoen en als een blijk daarvan de jaarlijksche non-valeurs staat zulks ten bewijze strekt
Het weefloon alhier is sedert deszelfs oprigting als zoodanig gedrukt, dat de kinders ook die vermindering niet kunnen dragen, door de vele boeten welke van hen worden afgevorderd door het betalen van spoelingen en spekklosjes indien daarmede niet een bepaalde tijd worde gewerkt en zoo als wij vernemen te Middelburg geen plaats vindt, het betalen van licht à 15 cents per week door elken wever en hetwelk den vorigen winter ook iets minder was en waarmede in den winter van 1840 tot 1841 een begin is gemaakt, zoodat van tijd tot tijd zoodanige verminderingen op dat loon plaats vinden, dat wij ook niet twijfelen of bij eene geringe wending der visscherij, al spoedig een aantal stoelen zouden ledig staan.
Na de oprigting der eerste weverij op het stadhuis alhier hebben de Heeren Salomonson ons aanhoudend gedrongen tot het aanschaffen en daarstellen van nog andere fabrijken, zoodat werkelijk door een timmerman alhier met wie zij ........ contracten hebben aangegaan, waarbij op hun de verpligting rust, om geduurende een zekere getal van jaren die fabrijken instand te houden, twee fabrijken van den grond af zijn opgebouwd geworden en waarvan in den eenen nog slechts maar een jaar is gewerkt.
Hebben ons vergund Uwe Excie te mogen te kennen geven, alsdat het de Raad ontbreekt aan overtuiging dat die Heeren, welke voorslags wisten dat in deze Provincie niet voor dat loon konde gewerkt worden, waarvoor de inwoners der provincie Overijssel zulks kunnen doen dit niet zoude voorzien kunnen hebben, dat zij ten einde de concurrentie met andere fabrijkanten te kunnen volhouden dat loon bij voortduring niet konden geven, te minsten wel voor ruim een jaar, toen zij voor de opbouw der laatste fabrijk ons aanhoudend lastig vielen en mitsdien zoo eene handeling geensints kunnen goedkeuren, nu al die kosten zonder opoffering van die Heeren gemaakt zijn, nu verlangen zouden dat in de betaling van het weefloon op eene niet geringe wijs gedeeltelijk door het bestuur mogt voorzien worden; zoodat het de Raad twijfelachtig voorkomt die Heeren welke voorgeven tot nog toe niet dan met geldelijke opofferingen de fabricatie van callicots op den tegenwoordigen voet hebben aan den gang gehouden, zich als nog bereid betoonen een verlies van f.10.000 ’s jaars te getroosten, en en dezelve van gedagte is, dat hun verlies in derzelver winsten bestaat die zij nu gaarn op de steden en Gemeenten zouden leggen, want wij achten het onmogelijk dat bij die groote opofferingen welke zij voorwenden reeds gedaan te hebben, zij zich nog een dergelijk verlies zouden getroosten, daar het toch wel niet te bepalen zal zijn, dat binnen een jaar daarin eene gunstige wending zal komen.
Bij de overweging dezer zaak, heeft de Raad tot basis genomen, dat door elkander gerekend er wekelijksch worden gemaakt 250 stuks waarvan
1/3 à 5/4 zijnde 84 stuks à 15 c. F.12,60
2/3 à 6/4 zijnde 166 stuks à 10 c f. 16,60
Dit per week zoude bedragen f.29,20
Vermenigvuldigd met 50

Totaal f.1460,00
Deze niet geringe som in aanmerking genomen zijnde vertrouwen wij dat Uwe Excie zich met ons wel zult overtuigen dat hoe bereid wij ook waren om plaatselijke inkomsten die uitgaven niet gedogen en dat onaangezien de handeling der Heeren Salomonson dezelve in het volstrekt onvermogen verkeert? Om zoo eene opoffering te doen, die hoezeer door de Nederlandsche Handelmaatschappij als voorbij gaande wordt beschouwd en slechts tijdelijk zoude behoeven te zijn , echter van een langer duur kan wezen, als men zich wel voorstelt—
Wij achten ons mitsdien verpligt om bij de kennisgeving daarvan Uwe Excie het belang dier fabrieken voor de ingezetenen dezer Gemeente eerbiedig op te dragen en hopen dat zoodanige middelen zullen mogen beraamd worden dat in die ( zoo wij wenschen voorbijgaande crisis vanwege het Rijk of de Provincie mag worden voorzien, waardoor bij voortduring aan de wevers het vroeger bepaalde en daarvoor thans gegeven wordende loon mag worden uitbetaald, daar de Raad met Uwe Excie zich overtuigd houdt dat bij eene zoodanige vermindering vele der werklieden dezelve zullen verlaten, als daarin geen middel van bestaan meer vindende en het alzoo zoude te dugten zijn dat dit nieuwe middel van bestaan geheel zoude verloren gaan.
De Burgemeester
CDB

Middelburg, den 12 Mei 1842
Onderwerp: Permissie biljetten
Wij hebben de eer naar aanleiding van de door UEA ingezondene voordragt voor het afmaaijen van gras op de zijkanten der wegen hiernevens aan UEA de permissie billetten te doen toekomen met verzoek dezelve aan de belanghebbende personen te willen uitreiken.
Hiernevens bekomt UEA de kaart der Buurtwegen voor zooveel UEA gemeente betreft.
De centrale Directie van Walcheren
Voor den President afwezig
Sprenger Raad
Ter ordonnantie van dezelve
J.J.Sprenger
Aantekening:
Afmaaijen
Jacobus Meulmeester nr. 3, 4 en 9
Cornelis van Sluijs 1
Dampoort te Middelburg
Willem Govertse 5
Ramsburg Noordzijde Middelb. Haven

Beweiden
Jan Tramper nr.5, 8 en 11

Extract Notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien
Voor het tijdvak van 16 tot den 23 Mei 1842
Tarwe................F.9,60
Rogge............... 7,20

De secretaris Becius

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 6 Mei 1842
Aanvragen van diverse gemeentebesturen tot het beschikken over de fondsen bij derzelver begrotingen van onvoorziene uitgaven over 1841 en 1842 toegestaan
Is goedgevonden
De ingezonden staten te arresteren en de beschikkingen aan de betrokkenen door te sturen
Extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim

Middelburg den 13 Mei 1842
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden, afschrift der Dispositie van HEGA van 6 dezer no 21 op het rekest van M. Van Belzen cs met verzoek hetzelve na daarvan inzage te hebben genomen, aan den belanghebbende te doen toekomen.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Bij deszelfs indispositie
Sprenger
Lid der GS

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 20 Mei 1842
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor de periode
23 tot den 30 Mei 1842
Tarwe...............f 9,75
Rogge............ f.7,20

Becius secretaris

Arnemuiden den 23 Mei 1842
Zetting voor het Brood in de gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.9,75
Een brood van 2 oncen 4 cents
Idem 5 oncen 9 ½ cents
Idem 10 oncen 19 cents
Idem 15 oncen 28 ½ cents
Idem 20 oncen 38 cents
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag , den 20 Mei 1842
Overgelegd zijnde een missive van den Heer President der Commissie van Landbouw in deze provincie van den 19e dezer no 57, als mede eene missive van den eersten Provincialen Veearts van den vorigen dag no 76, houdende berigt dat de longziekte zich op de Hofstede van de weduwe M. Mathjsse onder Middelburg heeft geopenbaard zoo dat werkelijk eene zwartbonte vierjarige melkkoe tengevolge daarvan is afgemaakt.
Gelet op de bepalingen van Art,9,10,11,12, 13 en 14 van het reglement ter voorkoming van de verspreiding der longziekte onder het rundvee in deze Provincie
Is goedgevonden
1 achtervolgens art:9 van opgemelde reglement als van longziekte besmette verklaren
A de oude Middelburgsche haven alwaar het rundvee van gemelde Wed: Mathijsse zich bevind, als mede het geheele territoir der stad Middelburg gelegen tusschen de Nieuwe Haven en de straatweg naar Vlissingen en de stads buitenvesten.
B de aan voors. Terrein grenzende Gemeente Arnemuiden, Nieuw & St. Joosland, Ritthem en Kpudekerke als verdacht te verklaren.
2 Hiervan bij Publicatie aan de Ingezetenen kennis te geven.
3 B & W van Middelburg uit te noodigen om dadelijk voor de behoorlijke afzondering van het besmette vee der Wed. Mathijsse te zorgen, zullende voor zoo ver de oude haven voor geene behoorlijke afzondering vatbaar wordt geacht het vee vandaar moeten worden verwijdert & wijders voor de stipte uitvoering van art.9,10,11, 12 en 14 van het bovengemelde reglement te zorgen om zoolang zulks zal noodig zijn wekelijks berigt aangaande den stand der ziekte aan deze vergadering te doen.
4 B & W van Arnemujiden alsmede B & A van Nieuwland, Ritthem & Koudekerke uit te noodigen om te zorgen voor de stipte nakoming van het laatste gedeelte van art.9 als mede van art. 10,12 & 14 van meergemeld reglement en om overeenkomstig art: 15 van het zelve de vereischte kennisgeving en waarschuwingen aan de in & opgezetenen hunner steden & gemeenten te doen en wijders aan GS nader een voordragt te doen omtrent dat gedeelte hunner Gemeente tot het welke op een afstand van circa 2800 ellen van de besmette hoeve nader de verdacht verklaring zoude kunnen worden gelimiteerd.
Afschrift en Extracten etc
De Griffier der Staten
Van der Heim
In potlood:
Art.9: Geen uitvoer zonder toestemming Gouverneur

Arnemuiden 23 Mei 1842
Aaan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Longziekte rundvee
Tengevolge UEGA resolutie van den 20 Mei jl no 28, hebben wij de eer UEGA te kennen te geven dat bij den ontvangst dezer resolutie door ons onmiddelijk aan den inhoud derzelve is voldaan geworden en de landlieden bij een publicatie ten strengste zijn aanbevolen geworden om zich naar luid van art.15 A B en C van het Provinciaal Reglement ter voorkoming van de verspreiding der longziekte onder het rundvee te gedragen, en vermeenen dat door UEGA nader zal behooren te worden gelimiteerd en mitsdien als zoodanig voordragen ( vanaf het wegeling), den Zaagmolenschen dijk voorkomende op de kaart der Buurtwegen dezer Gemeente onder no 1 en loopende voorbij de hofstede van Leendert Wisse en indien gebruik met inbegrip dier hoeve, zijnde dat gedeelte van ons grondgebied hetwelk wij uitsluitend achten dat tot eenen omtrek van ongeveer een half uur of circa 2600 Ellen van de hoeve of weide waar het besmette vee zich bevind gelegen is , en geene landlieden daaronder kunnen begrepen worden dan gemelde Wisse, wiens weide dan ook alleenlijk gelegen binnen den buitendijk der Middelburgsche haven als zoodanig aan UEGA kunnen worden opgegeven.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 23 Mei 1842
Onderwerp: Longziekte
B E K E N D M A K I N G
B & W der stad Arnemuiden in aanmerking genomen hebbende, dat volgens bekome aanschrijving van Heeren GS de longziekte onder het Rundvee bij de wed. Mathijsse onder Middelburg zich heeft geopenbaard willen bij vernieuwing de veehouders hunner Gemeente aanbevolen hebben de bepalingen voorkomende in art. 5 van het Reglement ter voorkoming van de verspreiding der Longziekte onder het rundvee in deze Provincie
A ; om tegen deze verwoestende ziekte op hunne hoede te zijn, hun vee steeds zoo veel mogelijk mogelijk afgezonderd en buiten gemeenschap houden van ander vee en zich voor eerst voor den aankoop derzelve te onthouden en geen vee van anderen op hunne stallen of weiden toe te laten
B; om van het ontstaan dezer ziekte onverwijld aan de Burgemeester kennis te geven, terwijl het verzuim daarvan hen aan de boete en gevangenisstraf zal bloot stellen: zie Wetboek van Strafrecht.
C ; om zich in geval van het ontstaan der ziekte onder hun vee naar de aanwijzing van het openbaar gezag en naar die der veeartsen stiptelijk te gedragen en in alles het van hun gevorderd wordende te volbrengen, als mede om alles te vermijden wat strekken kan, om die ziekte te doen ontstaan en voor te planten onder voorhouding dat de afwijking of verzuim hiervan volgens art. 10 der wet van den 30 Mei 1840 (SB no 16) hun het genot zoude doen verlichten van de tegemoetkoming welke voor het verlies van het ten gevolge die longziekte omgekomen of afgemaakte vee, uit het fonds van de Landbouw wordt verstrekt, onverminderd de straffen die hun als de besmetting hebbende voorgeplant, volgens de bestaande wetten zouden kunnen worden opgelegd.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwende, zal deze ter gewone plaats worden aangeplakt.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden , den 23 Mei 1842
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Rupsennesten
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van de 22 Januarij jl PB no 7, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten wij op den op den ontvangst dier circulaire onverwijld zijn overgegaan tot de afkondiging betrekkelijk de zuivering der boomen van alle rupsennesten dat op de bepaalde tijdstippen omgang op dezelve is gedaan en geen nalatigen in onze Gemeente gevonden, terwijl het boomgewas aan de stad behoorende ook behoorlijk is nagezien en gezuiverd geworden en weinige of geene rupsennesten zijn ontdekt geworden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 25 Mei 1842
Onderwerp: Collecte voor de stad Hamburg
B E K E N D M A K I N G

B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat door Zijne Majesteit bij hoogstdeszelfs Besluit van de 17 Mei jl n0 2 bevolen is dat voor het geheele Rijk door de zorg der Plaatselijke Besturen ter leeniging der verschrikkelijke ramp welke de stad Hamburg heft getroffen eene schaalcollecte aan de huizen der ingezetenen zal worden gedaan.
Noodigen mitsdien deszelfs ingezetenen uit om door milde bijdragen het lot der ongelukkigen te lenigen, welke door deze ramp tot volslagene armoede zijn vervallen opdat ook deze gemeente bij Zeelands ingezetenen door mildadigheid zich bij deze gelegenheid voordeelig zal doen kennen.
De collecte aan de huizen der ingezetenen in deze gemeente zal worden gedaan op Woensdag den 1e Junij aanstaande
De Burgemeester
CDB

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 20 Mei 1842
Bij resumtie gedelibereerd zijnde op het adres van Marinus van Belzen en Jan Meerman, visschers wonende te Arnemuiden, voor zoo verre betreft derzelver daarin opgegeven bezwaar tegen de uitspraak van den militieraad in deze provincie waarbij Cornelis Geldhof, tengevolge van een aan hem door de bevoegde autoriteit afgegeven certificaat als kostwinnende zoon van de dienst der Nationale Militie voor 1 Jaar is vrijgesteld, terwijl de adressanten vermeenen dat hij niet als zoodanig kan worden beschouwd, en het gedachte certificaat mitsdien ten onregte is afgegeven, alzoo verzoekende dat de bedoelde decisie door deze vergadering moge worden herzien.
Voorts
En in aanmerking genomen zijnde dat de loteling Cornelis Geldhof door handenarbeid voor zijne moeder, weduwe van Willem Geldhof den kost wint, dat die weduwe noch in 1841 noch in 1842 ondersteuning of bedeeling uit eenig publiek fonds heeft genoten en dat de voorschreven vrijstelling alzoo volgens art: 94 der wet van den 8 Januarij 1817 (SB no1) en art.27 der wet van den 27 April 1820 ( SB no 11) door den Militieraad teregt is verleend
Is goedgevonden
1 Aan de adressanten te kenne te geven dat er geene termen bestaan om op de door den Militi raad ten opzigte van den loteling Cornelis Geldhof genomen decisie terug te komen
2 van deze beschikking kennis te geven aan de betrokkenen.
De Griffier der Staten
Van der Heim

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 20 Mei 1842
Is gelezen eene missive van B & W van Arnemuiden van den 19 April ll no 135, daarbij inzendende een negative verklaring betrekkelijk het onderhoud van den Molenpolder over het loopende jaar, met verzoek om van de inzending eener begrooting voor dien Polder te mogen worden verschoond.
Voorts gelezen zijnde het op die missive en verklaring prealabel ingewonnen berigt van den Hoofd Ingenieur van den Waterstaat in deze Provincie van den 12 dezer maand no 574
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat tegen de ingezonden negatieve verklaring voor het loopende jaar geene bedenkingen bestaan, met opmerking dat vermits de Molenpolder hoe klein ook, toch eenen zeewaterkeerenden dijk heeft, dezelve verpligt zijn, om voor dien polder jaarlijks vóór den 15 Mei eene dergelijke verklaring of indien er eenig werk aan denzelven mogt verricht worden, eene begrooting van kosten in te zenden.
Afschrift aan betrokkenen.
De Griffier der Staten
Van der Heim

Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Algemeene Schouwing
Wij hebben de eer aan Uwe Excie bij deze te doen toekomen een afschrift van een Procesverbaal betrekkelijk het nazien van de ovens,schouwen en stookplaatsen in onze Gemeente , omtrent het gebruik van de Nederlandsche maten en gewigten, de hoedanigheid en het gewigt van het Brood bij de broodbakkers, in den onderhoud van de voetpaden onder deze
Gemeente, welke alles op den 17.18 en 23 dezer maand heeft plaatsgevonden.
De Burgemeester
Den 25 Mei 1842

Heden, den 23e Mei 1842
Overeenkomstig de voorschriften in het Reglement van het bestuur ten platten Lande in deze Provincie, heb ik Burgemeester der stad Arnemuiden, verzeld van den Wethouder Abraham van Eenennaam na op den 17 en 18. Dezer maand een naziening gedaan te hebben, van de ovens schouwen en stookplaatsen in deze gemeente van welke te doene omgang bevorens de gewone bekendmaking was gedaan, zoo is bij de schouwing daar van over het algemeen bevonden, dat dezelve behoorlijk waren gezuiverd en weinig of geene aanmerkingen zijn voorgekomen, en ook geene veranderingen van ovens of schouwen, sedert de laatstvorige omgangen hebben plaatsgehad; terwijl bij die gelegenheid ook de Werkplaatsen en Winkels in deze Gemeente zijn nagezien en onderzocht, doch geen andere dan Nederlandsche maten en Gewigten daar in voor het gebruik gevonden zijnde op heden door ons de hoedanigheid en het gewigt van het brood bij de Broodbakkers alhier onderzocht en nagezien en daar bij ontwaard dat zoo een als ander beantwoorde aan het Reglement en het Broodpas, en eindelijk ten aanzien van de Voetpaden onder deze Gemeente gelegen kunnen wij verklaren dezelve in een goede en behoorlijken staat worden onderhouden, en alzoo dienaangaande geen verzuim in dien onderhoud ons is voorgekomen.
Van al hetwelk dit verbaal door ons heden is opgemaakt en geteekend
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars
De Wethouder
Abr: van Eenennaam

Arnemuiden den 6 Junij 1842
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Collecte
De collecte voor de noodlijdende vrije stad Hamburg in gevolge de daarvoor ontvangene bevelens bij Provinciaal Blad no 58 en 60 op den 1 dezer deze binnen den Gemeente plaatsgehad hebbende, zoo hebben wij de ontvangene gelde ad f.10,27 ½ bij den Rijksontvanger alhier gestort en hebben de eer Uwe Excie daarvan de kwitantie te doen toekomen
De Burgemeester
CDB

Extract notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspeciën van den 30 Mei tot den 6 Junij 1842 naar de marktprijzen te bepalen als volgt:
Tarwe....................................f.9,90
Rogge................................... 7,00
Extract aan betrokkenen
Becius secretaris.


Middelburg den 30 Mei 1842
Circulaire
Bij het Provinciaal Blad no 30 dd 8 Maart 1842, A 4 afd. N 2437 zijn de Hoofden der Gemeente Besturen, zoowel als andere daarin vermelde ambtenaren, uitgenoodigd geworden, om zooveel doenlijk bij te dragen tot het verzamelen der huurprijzen en bekende verhuringen.
Ik neem derhalve de vrijheid UEA vriendelijk uit te noodigen, om, aan den Heer Ontvanger der directe belastingen uwer Gemeente de bekende huurprijzen van perceelen door het Plaatselijk, kerk of armbestuur verhuurd wel te willen opgeven, ten einde tevens in staat gesteld te worden, om eene nader van die ambtenaren verlangde staatsgewijze opgave, betrekkelijk alle verhuringen in iedere Gemeente zooveel doenlijk in volledigen staat te kunnen opmaken.
De Controleur der directe Bel.
In en Uitgaande regten en Accijnsen
Van Kinschot
Met potlood: wordt verwacht de aanvraag van materieel patenten loopende dienst
Paraaf

Arnemuiden 27 Junij 1842
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Landbouw
Wij hebben de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen den bij Uwe Excie circulaire van den 27 Mei jl PB 62 gevorderde staat, houdende opgave van het getal bunders met veldgewassen, waarmede de onderscheidene lande in den Gemeente zijn bezaaid.
De Burgemeester
CDB

Namen van Landlieden:
C. Oreel; Adr.Filius; L. Willeboordse; S. van Keulen?; Jac.Schoonboom; L. Wisse; Adr Koets; F van Eenennaam;Jacobus Meulmeester; Jac. Meerman; Blaas Schets; C. Van Eenennaam; Adr. Adriaanse; Jan B, Joosse;
Producten: Tarwe (zomer/winter)(zeer veel); Rogge(weinig); Gierst(weinig); Gerst(veel);Haver(weinig); koolzaad(zomer/winter)(behoorlijk); Boonen(Paarde;duive;witte)(veel); Erwten(veel); aardappelen(zeer veel); vlas(weinig); geen meekrap; moesland(tamelijk.
Voedergewassen: Klaver;wikken? (geen); Mangelwortel (weinig) ; Lazarus?(geen) ; wortelen/peen(weinig)

Arnemuiden 2 Junij 1842
Onderwerp: Verbod schuren
B E K E N D M A K I N G
B & W der stad Arnemuiden , de noodzakelijkheid ingezien hebbende, dat bij de tegenwoordige aanhoudende droogte maatregelen van voorzorg tegen het overtollig gebruik maken van water genomen worden.
Gezien dientengevolge art.19 van het reglement van plaatselijke policie deer Gemeente.
Verbieden zoolang de tegenwoordige droogte aanhoudt en tot weder intrekking dezes, het schuren van straten, stoepen of huizen mitsgaders het wassen der glazen.
De overtreders van dit verbod zullen ingevolge het bestaande reglement worden gestraft & achtervolgd.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze ter gewne plaats worden aangeplakt, mitsgaers door omroeping ter kennisse van de ingezetenen gebragt..
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 8 Junij 1842
B E K E N D M A K I N G
B & W der stad Arnemuiden gezien hebbende de circulaire en aanschrijving van Zijne Excie Gouverneur van Zeeland van den 1 dezer maand PB 64 houdende uitnoodiging om de ingezetenen bij vernieuwing te herinneren aan het voorschrift van art 24 der Wet van den 11 Julij 1814 SB no 79, waarbij het losloopen van honden zonder slependen? beugel met een vast
Kruis aan een iegelijk verboden is.
In overeenstemming daarmede elk en een iegelijk bij deze ernstelijk aanbevolen hebben om zich dienovereenkomstig te gedragen, ten einde voor te komen van niet te vervallen in de daarvoor bepaalde boete van twintig gulden, vermits aan de opzieners der Jagt last gegeven is alle nalatigen volgens de wet te bekeuren
De Burgemeester

Arnemuiden den 7 Junij 1842
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Policie
In voldoening aan Uwe Excie circulaire dd 1 Junij jl PB no 65 hebben wij de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen de daarbij gevorderde staat betrekkelijk het policie wezen in deze gemeente met kennisgeving dat alhier geene andere policie beambten gevonden worden
De Burgemeester
CDB

Wijndt Abraham Veldwachter 38 jaar in dienst 23 Sept. 1834; tractement f.152-; als kloksteller f.60-
Is den 23 September 1834 aangesteld als veldwachter te Colijnsplaat en den 21 September als zoodanig overgeplaatst in deze gemeente .
De veldwachter is in de waarneming van zijn bediening zeer geschikt en neemt dezelve met alle naauwgezetheid waar, zoodat hij genoegzaam en toereikend is voor de waarneming van den dienst en in het belang van het policie weezen , het noodig geacht wordt dat daarin eenige verbetering plaats vind.
Arnemuiden den 7 Julij 1842
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 3 Junij 1842
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tijdvak
Van 6 tot den 13 Junij 1842
Tarwe...............................f.10.30
Rogge............................. f.7,00
Extract aan betrokkenen
Becius
Secretaris

Arnemuiden 6 Junij 1842
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.10,30
Een brood van 2 oncen 4 cents
Een idem 5 oncen 10 cents
Een idem 10 oncen 19 ½ cents
Een idem 15 oncen 29 ½ cents
Een idem 20 oncen 39 cents
Boven welke prijs het brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester
Corn:Dan: Baars.

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag, den 3 Junij 1842
Gelezen zijnde de missives van B & W van Arnemuiden van den 25 Mei ll no 173, daarbij naar aanleiding van de resolutie dezer vergadering van den 20 dier maand no 28, voordragt doende omtrent dat gedeelte hunner stad en gemeente tot hetwelk de in die resolutie, ten gevolge van de op de hofstede van de weduwe M. Mathijse, onder Middelburg ontstane longziekte aan eene melkkoe, vervatte verdachtverklaring, naar derzelver gevoelen zoude kunnen worden beperkt.
Waarop in aanmerking genomen zijnde, dat volgesn berigt van B & W van Middelburg, van den 30 der vorige maand, de voorsch. Ziekte zich niet verder had geopenbaard .
En gelet op art: 9 van het reglement ter voorkoming van de verspreiding der longziekte onder het rundvee in deze provincie.
Is goedgevonden
1 Met wijziging in zoo ver van de resolutie dezer vergadering van den 20 Mei ll no 28 de daarin vervatte verdachtverklaring te beperken
A voor zoo veel Arnemuiden betreft, tot het gedeelte van het grondgebied dier stad, hetwelk gelegen is tusschen de grensscheiding van Middelburg en den oostelijken dijk der nieuwe Middelburgsche haven, de Arnemuidsche watergang , den Nieuwkerkschen weg en de Keete weg
Hiervan kennis te geven aan B & W van Arnemuiden ten einde daarvan aan de ingezetenen hunner stad bij publicatie mededeeling te doen.
Extracten aan betrokkenen.
De Griffier der Staten
Van der Heim

Arnemuiden 3 Junij 1842
B E K E N D M A K I N G
B & W der stad Arnemuiden, ontvangen hebbende eene resolutie van Heeren GS van den 3 Junij jl no 21, waarbij met wijziging van de resolutie dier vergadering vervat in de publicatie van den 20 Mei ll de daarin vermelde verklaring van den Gemeente, als verdacht van de Longziekte onder het rundvee op voordragt van den stedelijken Raad alhier op de navolgende wijs wordt beperkt
Het gedeelte van het grondgebied der stad hetwelk gelegenis tusschen de grensscheiding van Middelburg en oostelijken dijk der Middelburgsche haven, de Arnemuidsche watergang de Nieuwerkerksche weg en den keetweg
Wordende diensvolgens de landlieden dezer gemeente , welke in dat verdacht verklaarde gedeelte gelegen zijn bijzonder bij vernieuwing ten strengste de naleving van opgemelde publicatie aanbevolen, ten einde zich van de onaangename gevolgen vrij te waren, welke bij overtreding van het daarin bepaalde bij het reglement wordt bedreigd.
De Burgemeester

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 10 Junij 1842
De prijs der metrieke mudde van onderstaande Graanspecien voor het tijdvak
Van den 13 tot den 20 Junij 1842 te bepalen als volgt
Tarwe.......................................f.10,50
Rogge.......................................f. 7,00
Extract aan betrokkenen
Becius
Secretaris.

Middelburg den 11 Junij 1842
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat het op den 3 dezer invorderbaar verklaarde primitive kohier no 1 van de personeele Belasting Uwer gemeente dienstjaar 1842.
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst te doen toekomen aan den Heer Ontvanger der directe belastingen en opgave van de dag van afkondiging.
De waarn. Controleur der directe belastingen etc in de controle Middelburg
Handteekening

Arnemuiden den 16 Junij 1842
Aan den Heer Controleur
Onderwerp: Personele belasting
Wij hebben de eer UEG te kennen te geven dat de afkondiging van het invorderbaar verklaarde kohier no 1 van de Personele belasting dezer gemeente dienstjaar 1842, gevoegd geweest bij Uwe missive dd 11 dezer no 425 op gisteren alhier heeft plaatsgehad
De Burgemeester
CDB

PUBLICATIE

Burgemeester en Wethouders der stad Arnemuiden
Brengen bij deze kennis van de Ingezetenen dezer Gemeente, dat bij dezelve is ontvangen en aan den Ontvanger der Directe belastingen ter invordering verzonden, het Kohier Personele Belasting voor het dienstjaar 1842/43, met uitnoodiging aan een iegelijk wien zulks aangaat, om na bekomene kennisgeving van zijnen aanslag, ten spoedigsten het door hem verschuldigde te kwijten, met herinnering tevens, dat de bezwaren, welke dienaangaande mogten bestaan, binnen drie maanden na heden behooren te worden ingediend.
Arnemuiden den 15e Junij 1842
Burgemeester en Wethouders voornoemd
CDB

Middelburg den 11 Junij
Ik heb de eer UWEd. Te verzoeken mij ten vervolge op uwe missive van den 13e Mei jl no 164, betrekkelijk de verleende vrijstelling aan den tot uwe stad behoorende loteling Cornelis Geldhof, te berigten omtrent den ouderdom zijner zuster Pieternella Geldhof, en of zij na hare terugkomst uit Middelburg door het armbestuur uwer stad is bedeeld geworden, en zoo ja hoeveel die bedeeling bedroeg en hoe lang zulks heeft plaatsgehad.
De Staatsraad Gouverneur van
De provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 16 Junij 1842
Onderwerp: Inlichting omtrent P. Geldhof
In voldoening aan Uwe Excie missive in dato 11 dezer maand hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat de daarin vermelde persone van Pieternella Geldhof den ouderdom heeft bereikt van 26 jaren en dat zij na hare terugkomst uit Middelburg door het Armbestuur alhier tot heden geen de minste onderstand heeft genoten.
De Burgemeester
CDB


Middelburg, den 11 Junij 1842
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden, afschrift mijner dispositie van heden A.no 5731 1 Afdeeling. Op het rekest van S. van Eenennaam te Arnemuiden met verzoek hetzelve na daarvan inzage te hebben genomen. Aan den belanghebbenden te doen toekomen & de daarop verschuldigde zegel & leges gelden ter provinciale Griffie ovete maken.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde Graanspecien voor het tijdvak van 20 t/m 27 Junij 1842
Voor Tarwe f.10,50
Rogge f.7,00
Extract etc
Becius
Secretaris

Almelo den 22 Junij 1842

UEA !

Naar aanleiding der Missive van Zijne Excie den Heere Gouverneur , zullen UEA gezien hebben hoedanig het met den toestand van het Fabrijkwezen in alle Provincien gestelt is en hoeveel meer weefloon wij in Zeeland dan in andere Provincien betalen.
De stad Middelburg heeft het besluit genomen ons te vergoeden voor de stukken die vanaf Primo Junij vervaardigd zijn en worden tot ultimo December dezes jaars als volgt
Voor ieder stuk 5/4 5 ct
Voor ieder stuk 6/4 10 cents
Terwijl het weefloon der 5/4 door ons op 65 c zal worden gebragt en alsdan het loon der 6/4 op de oude hoogte blijft.
Door het aannemen dezes propositie doen wij nog altijd eene groote opoffering daar wij alsdan nog veel meer loon geven dan in andere provincien, doch eenmaal gewoon in Zeeland opofferingen te doen zoo willen wij tot behoud der weverijen daarmede voortgaan en hebben de propositie aangenomen, alhoewel dan nog van Januarij tot Junij veel verlies lijden.
Daar wij veronderstellen dat UEA van zijde der Achtbare regering van Middelburg dat besluit reeds is medegedeeld, zoo is ons verzoek dat UEA de goedheid hebben om mede spoedig tot dat besluit over te gaan en ons daarvan in kennis te zetten, ten einde ons er naarte rigten, daar wij anders genoodzaakt zouden zijn het loon op 60 & 75 c te reduceren, in welke geval wij echter de ondergang van de fabrijk à costy vrezen, doch die evenwel buiten onze schuld zoude zijn. Door een spoedig en beslissend antwoord zullen UEA alzoo verpligten
UEDW
G &H Salomonson

Aan de Heeren G & H Salomonson
Fabrikanten
WelEdele Heeren !

In antwoordop UEG missive van den 22 Junij jl diend dat door ons op de missive van Zijne Excie den Heere Gouverneur in dato 9 Mei ll den 25 daaraanvolgende Zijne Excie hebben berigt dat onze geldmiddelen ons buiten de mogelijkheid stelde om in de vermindering van het weefloon de wevers tegemoet te komen, en de armoedige toestand ook volstrekt niet toelieten om de bestaande plaatselijke belastingen te verhoogen,daar de Ingezetenen de Rijksbelastingen niet konden voldoen en alzoo ZE mogten verzoeken om te bewerken dat uit ’s Rijks of Provinciale kas ons daar in mogt worden tegemoetgekomen, waarop wij tot heden geen antwoord hebben ontvangen.
Op de ontvangst van UEA genoemd missive heeft onze Burgemeester den 30e dezer zich in persoon bij het Provinciaal bestuur vervoegd en bij openleggen van den waren toestand der Gemeente , die ook in de vischerij door het Belgisch Bestuur zwaar benadeeld is met allen ernst op bijstand aangedrongen, en hoewel niet afgewezen, maar integendeel in tegendeel aangemoedigd ?, om dadelijk een nader adres aan Heeren GS in te zenden, welk adres reeds heden is ingezonden en waar op wij de dispositie zoo wij eenig grond van hoop hebben spoedig inwachten, hetwelk wij UEG dadelijk zullen mededeelen.
Mogt dit buiten verwachting afwijzend zijn, dan bestaat bij ons met UEA de vrees, de fabriek alhier zal ten ondergaan, want niet alleen het verminderde weefloon, maar ook de thans met buitengewone gestrengheid invorderen van boeten van de wevers die wij in een en ander opzicht niet kunnen goedkeuren—als daar is, behalven van zeer geringe vlekjes,- ook wanneer zij het getal stukjes per week niet leveren,- dat nu eenige tijd onmogelijk is geweest, door de slegte kettingen, waar over in het algemeen zeer geklaagd word en waar door de braafste en nijverste wevers niet in staat zijn het bepaalde getal te leveren, en ook de boete wanneer de stukjes de wigt niet bezitten, terwijl dit ook niet aan de wevers, maar aan de langdurige droogte van het weder moet worden toegekend,-- zoo dat bij vermindering van weefloon het in waarheid al te streng invorderen van boeten en het betalen voor licht in de winter, geen hoop bestaat de fabriek aan den gang zal blijven daar dit dan werk zonder loon word; gun ons daarbij de opmerking dat het direct wel bekend is geweest voor de oprigting der fabrieken in deze Provincie op verre na niet voor dat loon kan gewerkt worden, gelijk in die Provincien alwaar de levensmiddelen aanmerkelijk goedkoper zijn.
Met de wensch een en ander een gunstig uitkomst en gevolg zal hebben teekenen wij ons
UEDW
B &W
CDB
2 Julij 1842

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
Den 26 Junij 1842
De prijs der metrieke mudde van Tarwe en Rogge
Respectievelijk: f.10,50 en f.7,00 voor de periode 27 Junij t/m 4 Julij 1842
Voor het 1e District Zeeland

Arnemuiden den 27 Junij 1842.
Aan Heeren GS
Onderwerp: Huiszittende Armen
Onder retour der staat ?? van den huiszittende Armen dezer Gemeente over 1841, welke bij UEGA besluit van den 17 Junij jl PB no 67 ter nader onderzoek van het getal bedeelden aan ons is ingezonden geworden , zoo hebben wij de eer UEGA te berigten dat wij op heden van het Armbestuur kennis ontvangen hebben dat het getal bedeelden in de 16 & 17 kolom van de tabel overeenkomstig de voorschriften bij UEGA besluit van den 26 Jan: jl PB en mitsdien allen de hoofden der huisgezinnen daarin zijn begrepen geworden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 29 Junij 1842
Onderwerp: Kennisgeving herijk
Wij hebben de eer UEA door deze kennis te geven dat den herijk van UEA Gemeente ten stadhuize alhier zal plaats hebben op Maandag Dings en Woensdag den 11,12 en 13 Julij eerstkomende den voorm: dag 9.30 uur tot 2 uren,voor welk tijdstip wij UEA verzoeken aan ons te willen inzenden de naamlijst der genen welke ingevolge de uitoefening van hun beroep verpligt zijn van dezen herijk gebruik te maken, ten einde die aan den Heere Arrondissements ijker bij deszelfs arrivement te kunnen ter handstellen.
DeBurgemeester
CDB

Arnemuiden, 26 Junij 1842
Onderwerp: Sleutel vergifkas
Wij hebben de eer UEG kennis te geven, dat heden morgen alhier is overleden de Heer J.H. van Opdorp Heel & vroedmeester alhier, en dat wij in gevolge de bestaande voorschriften bij des Gouverneurs circulaire dd 24 Maart 1829 PB 41, de sleutel van de vergifkas in bewaring hebben genomen, en dezelve zoolang zullen behouden totdat die middelen aan een ander bevoegd geneeskunstoefenaar zullen zijn overgegaan..
De Burgemeester
CDB
Aan de Prov.Geneesk: Commissie in Zeeland

Arnemuiden, den 24 Junij 1842
Onderwerp: Siereveld: collecte verlies hoogaarts
Onder dankbetuiging der gunstige resulutien welke UGEA met betrekking tot twee arme visschers dezer Gemeente hebben gelieven te nemen, zoo hebben wij de eer in voldoening aan een derzelve in dato16 April jlno 1 te kennen te geven,dat de collecte gedaan door Klaas Siereveld in het 1 & 5 District dezer Provincie heeft opgebragt eene bedrag van f.454,45.
Bij de kennisgeving daarvan, zoo zij het ons vergund een adres van gemelden schipper hierbij aan UEGA te doen toekomen: hetwelk op heden door hen aan ons is ter hand gesteld, met uitnoodiging dat zelve hetwelk een nader verzoek tot het doen eener collecte in het 2e district dezer Provincie , wegens een tekort nog van f.300 aan UEGA behelst gunstig te appuijeren.
In voldoening daaraan hebben wij deEGA te verzoeken om indien het eenigsints doenlijk is dat verzoek nog kon worden ingewilligd alsnu, UEGA daarop nog een gunstig besluit mogt genoomen worden,aangezien hij in het volstrekte onvermogen verkeert om iets uit eigene middelen daarbij in kan leggen, en dat alwaar zich den een of den anderen hem zulks mogt voorschieten, hij door den geringen vangst en de onmogelijkeheid zoude wezen daarvoor eene behoorlijke rente te geven, daar het gedeelte hetwelk (strekken tot) onderhoud aan Hoogaarts & vischtuig, wekelijks wordt afgezonderd daarvoor benoodigd is, en niets daarvan kan gemist worden.
Met betrekking van zijn gedrag referen wij aan UEGA aan onzen missive van den 28 Maart jl no 97 en kunnen UEGA nog te kennen geven dat zelve zoodanig is, dat op ons verzoek (vrijmoedig gedaan) door UEGA gunstig beschikt geadviseerd zou kunnen worden.
(slechts leesbaar)
De Burgemeester
CDB


Middelburg den 5 Julij 1842

Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden, afschrift der dispositie van Heeren GS van Zeeland d.d 27 Junij op het rekest van M. Van Belzen c.s. met verzoek hetzelve na daarvan inage te hebben genomen, aan de belanghebbende te doen toekomen.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vredenburch.


Middelburg den 7 Julij 1842
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat in overeenstemming met art.13 van 16 Thermidor 8e jaar het op den 1 dezer invorderbaar verklaarde suppletoire kohier van het Patentregt Uwer gemeente dienstjaar 1841 4e quartaal
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst aan den Heer Ontvanger te doen toekomen en de dag op te geven van de afkondiging.
De Controleur der directe belastingen etc in de controle Middelburg
Van Kinschot

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 8 Julij 1842
De prijs der metrieke mudde der levensmiddelen volgens de Marktprijzen.
Tarwe f.10,25
Rogge f. 7,00
Voor het tijdvak van 11 tot den 18 Julij 1842
Exract
Becius secretaris.

Arnemuiden, 12 Julij 1842
BEKENDMAKING
Onderwerp: Kadaster
B & W der stad Arnemuiden gezien hebbende het besluit van Zijne Excie de Heere Staatsraad Gouverneur van Zeeland van den 1e dezer maand PB nr 70, houdende uitnoodiging tot het doen van tijdige aangiften wegens de slooping van gebouwen, ten einde de afschrijving in de kadastrale registers behoorlijk te kunnen doen plaats hebben, en daardoor de jaarlijksche aanvrage van remissiën op de grondbelasting te voorkomen.
Naar aanleiding van bovengemeld besluit,zoo hebben B & W deszelfs ingezetenen aangemaand en onder het oog gebragt om in hun eigen belang, van elke slooping van gebouwen, tot het bekomen van afschrijving dadelijk de plaatselijke secretarie aangifte te doen ten einde daar over ook in staat te worden gesteld om jaarlijksch op de 1 Maart van de plaats gehad hebbende verandering aan den Heer Bewaarder van het Kadaster kennis te geven.
De Burgemeester
CDB.

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Maandag ,den 4 Julij 1842
Rapport gedaan op de plaatselijke rekeningen over 1841 van Arnemuiden
Is goedgevonden
De voorn: rekeningen bij het gewoon daarop te stellen besluit te arresteren.
Extracten etc etc.
De Griffier der Staten
Handtekening van een lid van GS.

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
De prjs der metrieke mudde
Tarwe f.10,35
Rogge f. 7,00
Voor de periode 18 t/m 25 Julij 1842 volgens de marktprijzen der levensmiddelen.
Extract
Becius secretaris.

Aan den Achtbaren Heer B & W & Raden te Arnemuiden

Het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente geeft door dezen het Achtbaar Gemeentebestuur kennis, dat Adriana Merison wed. Pieter Siereveld, haren nood aan het Hervormd Diaconie Armbestuur te kennen gegeven heeft, waarin door gem. Diaconie Armbestuur ll zondag is voorzien door haar onder het getal der bedeelden op te nemen en vijftig cents per week toe te zeggen, hoewel zij toen den Diakonen verzocht, of zij niet wat meerder krijgen kon, want dat de bedeelden of armen te Oostduiveland hooger per week bedeeld werden; maar meergem: Herv. Diac. Armbestuur vermeenende dat volgens de Wet 18 Nov. 1818 bovengem. Weduwe alhier niet maar wel te Bruinisse genaamd Oostduiveland armlastig is, zoo is het, dat meergem.Armbestuur zich tot UA keert, met verzoek, om zulke démarches aan te wenden, die in UEA wijsheid geschikt zijn, ter erlanging van restitutie van uitgaaf, ten behoeve van A. Merison, wed. Pieter Siereveld.
Uit Naam en Last van het Hervormd Diaconie Armbestuur.
R. Hoogezand Praeses.

Arnemuiden, den 21 Julij 1842
Onderwerp: Armlastigheid A. Merison.
Naar aanleiding eene bij ons ontvangene missive van het Diaconie Armbestuur alhier, hebben wij de eer UEA te kennen te geven dat door hetzelve op Zondag den 1e dezer maand onder het getal harer bedeelden is opgenomen zekere Adriana Merison zonder beroep weduwe van Pieter Siereveld wiens overledenen man op den 2 Maart dezes jaars uit UEA gemeente zich met er woon alhier heeft gevestigd welke zoo ingevolge art.3 der wet van den 28 Nov. 1818 SB no 40 binnen UEA gemeente domicilie van onderstand heeft.
Het zal ons aangenaam zijn nader door het Armbestuur uwer Gemeente te mogen worden geïnformeerd ,of het Armbestuur alhier met die bedeeling welke in 50 cents ‘s weeks bestaat mag blijven voorgaan of dat in het onderhoud dier behoeftige op eene andere wijze zal worden voorzien, zullende in het eerste geval na afloop van dit jaar aan UEA eene nota der verschuldigde verplegingskosten worden toegezonden.
Gemelde weduwe heeft voorts nog aan het Armbestuur te kennen gegeven, dat binnen UEA Gemeente rijkelijker werd bedeeld en verzoekt dat uit dien hoofde haar voor iets meerder mogt worden toegelegd , doch waarin zij na alvorens de opinien van hetzelve met ons te hebben, niet in heeft willen treden, maar zoolang zullen blijven voortgaan als wij van UEA deswegens berigt zullen ontvangen hebben.
De Burgemeester.

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland.
Vrijdag , den 15 Julij 1842

Gelezen zijnde eene missive van B & W van Arnemuiden van den 29 Junij ll no 205, daarbij in voldoening aan de resolutie dezer vergadering van den 8 April ll no 11 opgave doende van het bedrag der door Klaas Siereveld, visscher aldaar, in het 1e en 5e district dezer provincie gedane collecte wegens het verlies van zijn vaartuig; en voorts, onder mededeeling aan derzelver consideratiën, inzendende een adres van genoemde persoon houdende verzoek om vermits de opbrengst dier collecte op verre na niet toereikend is om zijn verlies te kunnen herstellen, als nog eene collecte te mogen doen in het tweede district dezer provincie.
Is goedgevonden
1 het verzoek van den adressant in zoo verre toe te staan dat hem de verlangde collecte in het derde district der provincie in plaats van in het tweede District worde ingewilligd, onder voorwaarde dat hij de collecte in persoon zal moeten doen aan de huizen der ingezetenen van gemeld district, en dat hij niet langer dan tot en met den laatsten Augustus aanstaande zal mogen collecteren; dat hij in iedere gemeente, in welke de collecte door hem zal worden gedaan zich vooraf bij den Burgemeester zal moeten vervoegen en aan denzelven, onder vertoon dezer dispositie van de daarbij verleende autorisatie kennis geven, en dat hij van eenen door de Burgemeester aan te wijzen bediende van het plaatselijk bestuur zal behooren te worden vergezeld; zullende aan hem, des verlangd wordende, twee dagen in de stad en in iedere der overige gemeenten van voorz district behooren te worden gegeven.
2van deze autorisatie kennis te geven aan B & W van Arnemuiden met uitnoodiging om, na den afloop der collecte, van derzelver opbrengst aan deze vergadering opgave te doen !
Afschrift etc.
De Griffier der Staten
Handtekening lid van GS

Arnemuiden den 5 September 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Afloop Collecte
In voldoening aan UEGA resolutie van den 15 Julij jl no 21 hebben wij de eer UEGA te kennen te geven dat de collecte gedaan door K. Sierveld in het derde district dezer provincie heeft opgebracht een honderd Acht en zeventig gulden zeventien en een halve cent.
Onder kennisgeving daarvan kunnen wij niet voorbij? , UEGA in het bijzonder onzen dank te betuigen voor het gunstige besluit, dat UEGA met betrekking tot dien persoon hebben gelieven te nemen, waardoor hij is in staat gesteld om zoo wel niet geheel toch verder eenen nieuwen hoogaarts in eigendom te krijgen , waarvan het tekort door de scheepmaaker? alhier daarop zal worden tegoed worden gehouden.
Wij verblijden ons mitsdien dat dit ongeluk in zoover weder is hersteld , en bevelen eerbiediglijk onze Gemeentelijke belangens in UEGA gunstige aandenken, en waarvan zich overtuigd houden B & W.
De Burgemeester
CDB

3e District
Colijnsplaat f.4,70 afgehouden
Wissekerke f.12,90 f.2.32
Cortgene 5.65
f. 23,25
Goes f. 35,65 ½
Wolphaartsd. 11,49
Kats 4,00
‘sHeerenh. 3,18
Heinkensz. 7,05 ½
61.38 2.36

Ellewoutsdijk 3,48 ½
Driewegen 2,62 ½
Ovezande 3,47 ½
Nisse 4,19
‘sHeerAbtsk. 2,79
16,56
Oudelande 1 3,08 ½ 1.13

Kloetinge 5,56 ½
Yerseke 6,25
Bath 3,30
Rilland 4,00 ½
Schore/Vlake 2,78
Kapelle 4,54
Wemeldinge 3,50
Kruiningen 6,15
Wissekerke 2,30
Krabbendijke 2,09
Waarde 4,27
44,75 3,87 ½
f. 149,02 ½ f. 9,68 ½
‘sGravenpolder 5,00
Baarland 4,60
Kattendijke 2,38
Borsele 6,14 ½
’s HeerAendsk. 7,52 ½
Hoedekenskerke 3,50
29,15 3,55
f.178,17 ½ f. 13,23 ½
13,23 ½
f.165,14
onkosten 6,90
f.158,24

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.10,35
Rogge 6,75
Voor het tijdvak 25 Julij tot den 1 Augustus 1842
Volgens de marktprijs der levensmidelen.
Extract etc
Becius secretaris

Extract uit de Notulen van B & W van Middelb urg
Den 29 Julij 1842
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.10,25
Rogge 6.65
Voor het tijdvak 1 tot en met 8 Augustus 1842
Volgens de marktprijs der levensmidelen.
Extract etc
Becius secretaris

Bruinisse den 29 Julij 1842
Onderwerp: Alimentatie A. Merison, wed, P.Siereveld
In antwoord op UEA missive van den 21 Julij 1842 no 225, hebben wij na alvoens het Armbstuur dezer Gemeente daarop gehoord te hebben, de eer UEA te berigten dat het zelve Armbestuur geene bedeeling aan Adriana Merison, weduwe Pieter Siereveld kan toekennen, en wij UEA mitsdien beleefdelijk verzoeken haar, wanneer zij zich daartoe verder moet aanmelden, tot het Armbestuur alhier te verwijzen, en bijgevolg alle bedeeling ten haren opzigte voortaan te doen ophouden.—Wat betreft de rijkelijkere bedeeling welke , volgens haar voorgeven in deze Gemeente zoude plaats hebben, daar van zou zij tog geensins genot kunnen hebben, aangezien zij niet in de termen verkeert van uit het legaat van zekeren Johannis Cornz Bal eenigen onderstand te kunnen genieten, en zij alzoo slechts uit de gewoone fondsen van het Armbestuur kan worden bedeeld, welke fondsen niet van die hoegrootheid zijn dat zij kunnen of mogen strekken tot bedeeling van personen welke, althans in den Zomer geacht kunnen worden in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien.--
Eindelijk verzoeken wij UEA in het vervolg personen of huisgezinnen welke alhier armlastig zijn, zonder vooraf bekomene magtiging niet te doen bedeelen, maar dezelve dadelijk met ter woon naar deze Gemeente te verwijzen.
Burgemeester & Assessoren van de
Gemeente Bruinisse
Stolpe
Ter ordonnantie van dezelve
Handtekening

Arnemuiden, den1e Augustus 1842
Aan de Eerwaarde Kerkenraad van Arnemuiden
Onderwerp: Alimentatie A. Merison

Wij hebben de eer uwe Eerw. Te verzoeken aan ons zoo spoedig mogelijk te doen toekomen eene declaratie van de gedane bedeeling aan Adriana Merison, weduwe P.Siereveld, met kennisgeving dat ten gevolge ontvangene aanschrijving van Heeren Burgemeester & Assessoren der gemeente Bruinisse die weduwe niet langer door Uwe Eerw: mag bedeeld worden , maar dat zij bij verdere aanmelding daartoe zal behooren te worden verwezen naar het Armbestuur dier Gemeente , alwaar men zich aldaar metterwoon vestigde , in haar onderstand zal voorzien, met verder verzoek indien zich in het vervolg iemand uit die Gemeente bij Uwe Eerw: tot het bekomen van den noodige onderstand mogt aanmelden, dezelve na vooraf bekome magtiging niet doen bedeelen, maar dezelve onverwijld naar die gemeente te verwijzen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 10e Augustus 1842
Aan de Burgemeester en Assessoren van Bruinisse
Wij hebben de eer hierbij aan UEA te doen toekomen eene declaratie van gedane bedeeling aan Adriana Merison wed. P. Siereveld groot f.1- met verzoek de noodige orders te willen stellen dat het bedrag daarvan binnen den bepaalden tijd aan het Armbestuur dezer Gemeente wordt ingezonden.
Tevens kunnen wij UEA berigten dat ten gevolge het verzoek vervat in Uwe missive van 29 Junij jl no 169 het Armbestuur alhier door ons is verzogt geworden de bedeeling aan die weduwe te doen ophouden en in het vervolg persoenen binnen UEA Gemeente Domicilium van onderstand hebbende zonder daartoe door UEA geautoriseerd te zijn niet te doen bedeelen, maar dezelve dadelijk metter woon naar UEA Gemeente te verwijzen.
Gemeld Armbestuur heeft met betrekking van A. Merison, zulks aangenomen, maar ons verzogt UEA te kennen gegeven, dat zij vermeend aan den inhoud van het laatste gedeelte Uwer missive niet altijd te kunnen voldoen , daar bij volstrekte noodzakelijkheid , zij toch ingevolge art.8 der wet van den 26 Nov. 1818 SBN 40 veroorloofd wordt bedeeling te doen , welke door regtvaardigheid en menschelijkheid wordt gewettigd en dat aangezien dergelijke personen niet bekend met hun gemeente van Domicilie van onderstand tot zoolanag zulks beslist is waar zoo een behoeftige zich kan aanmelden, zij geregtigd zijn volgens art.13 der voorgemelde wet , billijke hulp te verleenen, behoudens regt van verhaal tot restitutie.
De Burgemeester
CDB

Aan de ingezetenen van Arnemuiden
Door Zijne Majesteit onzen geeerbiedigde Koning het voornemen opgevat zijnde om in de Residentie stad’sGravenhage ter eere van Prins Willem I een standbeeld op te rigten, zoo is het ook hoogstdeszelfs begeerte, dat ieder Nederlander in staat gesteld worde om aan dit plan te kunnen deel nemen.
Eeen dringende aansporing tot deelneming van deze belangwekkende onderneming zal toch onnoodig zijn aan ieder Nederlander, die weet wat het Vaderland aan den grondlegger der Nederlandsche vrijheid verpligt is, en bij de herinnering daaraan door erkentenis gedrongen, gaarne ruimschoots zal willen toebrengen om de nagedachtenis van dien Vorst te helpen vorderen.ten aanzien van die deelneming verlangt het hooger Bestuur de ingezetenen worden aanbevolen tot inteekening een gemiddeld bedrag van Tien gulden ten einde velen in de gelegenheid te stellen om aan die belangrijke onderneming mede te werken.
Het zal ons dus aangenaam zijn , dat de nevengevoegde lijst van velen door Ued: zal worden onderteekend, ten einde daarvoor bij het Hooger Bestuur een blijk te geven dat ook de ingezetenen dezer Gemeente in die onderneming het hoogste belang stellen.
De Burgemeester
CDB

Edele Achtbare Regering dezer Gemeente
Ik heb de eer UEA te berigten dat ik op sw 2 Augustus 1842 eene beroeping tot Herder en Leeraar der Gemeente van Axel heb ontvangen welke beroeping ik onder biddend opzien tot den Heer der Kerk gedurende veertien dagen in beraad houde.
Na verdere aanbeveling noem ik mij
Met de meeste hoogachting
UEA Gehoorzamen Dienaar R: Hoogezand Predkt
Arnemuiden den 3 Augustus 1842

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
5 Augustus 1842
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.10,25
Rogge 6,65
Volgens de Marktprijzen van levensmiddelen
Tijdvak 8 tot den 15 Augustus 1842
Extract etc
Becius secretaris

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 29 Julij 1842
Gelezen zijnde een missive van B & W van Arnemuiden van den 1e dezer maand no 206, strekkende om een subsidie te erlangen uit de provinciale fondsen ten einde aan Heeren Salomonson, welke ten gevolge van den ongunstigen loop van den lijnwaadhandel in Indiën, verpligt zijn het weefloon in de Callicotsfabrieken te verminderen, terwijl die vermindering niet dan bezwaarlijk door de wevers zoude kunnen geleden worden en de stedelijke fondsen buiten magte zijn dezelve te bestrijden, eene tegemoetkoming te verstrekken, ten einde de callicotsfabriek daardoor op den tegenwoordigen voet in stand te houden.
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat er geene termen gevonden zijn om voor tegemoetkomingen als de onderhavige subsidiën uit de Provinciale fondsen te verleenen, en dat de vergadering bij de bestaande vrees dat de Callicots fabrieken op den duur niet zullen kunnen worden volgehouden en door eene ontbinding derzelven plotseling een aantal handen buiten arbeid zouden geraken, het in allen geval bedenkelijk zou moeten oordeelen, dat, al konde dit geschieden, uit de plaatselijke kassen daarvoor op den duur bijdragen worden verschaft; terwijl zij uit dien hoofde vermeend heeft de handelwijs van die besturen te moeten beamen welke in de door de belanghebbende fabrikanten daartoe gedane aanvrage hebben gemeend te moeten difficulteren en in de vermindering van het weefloon voor de fabriekarbeiders te moeten berusten.
En zal afschrift dezer worden gezonden aan B & W voorn; tot informatie & narigt
De Griffier der Staten
Handtekening lid GS.

Arnemuiden den 15 Augustus 1842
Aan Heeren Salomonson
Bij onze missive dato 2 Julij jl gaven wij UEd: het geresolveerde te kennen ten gevolge het verzoek vervat in Uwe missive van den 22 Junij bevorens en zijn wij als nu in de gelegenheid gesteld het door Heeren GS daarop genomene besluit Ued; te kunnen mededeelen,hetzelve is onder anderen van den volgenden inhoud:
Dat bij HEGA geene termen gevonden zijn om voor tegemoetkoming als de onderhavige subsidiën uit de Prov.fondsen te verleenen.
Bij dit besluit hetwelk alzoo eene afwijzende beschikking behelst, moeten wij Ued: verder te kennen geven, wij persisteren op onze hiervorengemelde missive, met bijvoeging dat indien van Gemeentenswege dergelijke opofferingen mogten worden gedaan, men waarlijk dezelve niet meer als zoo voordeelig zoude kunnen beschouwen temeer daar dezelve, hoewel voor de geringe klasse en tot voordeel der ingezetenen is daargesteld, echter niet regtsstreeks is werkende op den bedeeld wordende armen,welke eene dadelijke hulp of tegemoetkoming in de verleend wordende subsidies zoude daarstellen.
De Burgemeester

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 12 Augustus 1842
De Prijs der metrieke mudde
Tarwe f.10,10
Rogge 6,65
Gezien de midelprijzen der levensmiddelen
Tijdvak: 15 t/m den 22 Augustus 1842
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden den 13 Augustus 1842
Zetting van het brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.10,10
Gewigt en Prijs
Een brood van 2 oncen 4 cents
Een brood van 5 oncen 9 ½ cent
Een brood van 10 oncen 19 cent
Een brood van 15 oncen 28 ½ cent
Een brood van 20 oncen 38 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood geensints mag worden verkogt
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Arnemuiden 18 Augustus 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Armbegrooting 1843
De begrooting in ontvang en uitgaaf door het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente voor 1843 opgemaakt en door den raad bij voorraad goedgekeurd zijnde, zoo hebben wij de eer dezelve in triplo ter finale goedkeuring aan UEGA aan te bieden, onder kennisgeving dat den raad zich verpligt heeft gevonden, door de steeds toenemende armoede de subsidie van wegen de Gemeente met f.50- te verhoogen, aangezien door den geringen vischvangst en de het bij UEGA bekende verbod van uitvoer derzelve,dit alleszins? Zoodanig verminderen, dat op die wijs, daarin moet worden tegemoetgekomen en zulks van jaar tot jaar staat verhoogd te worden, daar op heden de subsidie over dit loopende jaar reeds door hen is genoten, en ter voorziening in hunne behoeften almede aanvrage ontvangen hebben tot het bekomen eener extra subsidie van f.100, dientengevolge wordt de post van bedeeling in geld & brood etc onder na 6 ? voorkomende ook met f.50- verhoogd, uit hoofde de daarvoor uitgetrokken som naar het getal der bedeelden jaarlijksch ontoereikend is en alzoo noodelooze? aanvrage op hunne onvoorziene uitgave te voorkomen, terwijl de andere uitgaven als in den voorlede jare elk naar de daarvoor berekende behoefte zijn gebragt, met uitzondering van den post onder no 15 voorkomende, hetwelk gestrekt heeft voor een bedeeld huisgezin door het Nederduitsch Gereformeerd Armbestuur te Vlissingen wiens onderstands Domicilie door ons was erkend, en alzoo in derzelver behoeften voor rekening van ons Armbestuur mogt worden voorzien.
De Burgemeester
CDB.

Edel Achtbare Regering !

Ik heb de eer UEA te berigten dat ik na eene rijpe overweging van veertien dagen heb besloten om in de vreeze des Heeren de beroeping naar de Gemeente van Axel aan te nemen.
Met de meeste hoogachting
Heb ik de eer mij te noemen
UEADW Dienaar
R: Hoogezand
Arnemuiden den 16 Augustus 1842.

Aan den Achtb: Heer Burgemeester Wethouders en Raden te dezer Stede
Het Hervormde Diaconie Armbestuur dezer Gemeente heeft de eer UEA Heeren een staat van het Armenfonds van primo Jan: tot Ultimo Julij dezes jaars met bijvoeging van de namen der bedeelden met derzelver Winter & zomer bedeeling, met verzoek om een extra subsidie toe te zenden, dewijl de zoo kleine ontvangsten in de Collecten, de broederen Diaconen, bij den besten wil buiten staat stellen om de armen te kunnen blijven onderstand verleenen.
Namens het Hervormd Diaconie
Armbestuur
R: Hoogezand Praeses.
Arnemuiden den 12 Augustus 1842

Arnemuiden den 19 Augustus 1842
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Verzoek extra subsidie
Door het Hervormd Diaconie Armbestuur dezer gemeente aan ons bij hare missive van den 14 dezer maand wegens de geringen ontvangst in de collecte een extra subsidie verzocht ten einde hen in staat te stellen bij voortduring de gewone bedeeling te kunnen doen plaats hebben.
Dientengevolge hebben wij uitgenoodigd aan ons te doen toekomen een staat van de gedane uitvangsten & uitgaven tot ultimo Julij dezes jaars en waar uit ons is gebleken dat bij verantwoording der subsidie ad f.230 het saldo niet meerder bedraagd de som van f,4.96, en dat zij wekelijks voor 31 bedeelden voor het meerendeel oude afgeleefde personen neit minder van noode hebben dan f.14-, zoodat wij berekend hebben, dat zij bij hunnen geringen ontvangst en bij de steeds meer toenemende behoefte voor den toekomenden winter, alsnog noodzakelijk eene tegemoetkoming of extra subsidie van f.100 behoorde te worden verstrekt.
Wij nemen mitsdien de vrijheid UEGA te verzoeken aan ons de noodige autorisatie te verleenen om aan gemeld Armbestuur eene extra subsidie van f.100 uit de onvoorziene uitgaven op deze begrooting van dit jaar toegestaan voor hunne bedeelden te mogen uitbetalen tevens UEGA eerbiediglijk verzoekende om aangezien in de dadelijke behoefte door ons is moeten voorzien geworden, de vereischte autorisatie zonder resumpties aan ons te willen doen toekomen.
De Burgemeester

Ga naar boven