Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1844

Zeeuws Archief Inventaris van de Archieven van de Gemeente Arnemuiden
Ingekomen Stukken 1844
Inventarisnummer 118

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Onderwerp; Ontvangloon t.a.v. de belasting over het veefonds 1843
Het ontvangloon voor de Ontvangers = 5% van de hoofdsom= f123,97 ½
Voor Arnemuiden: f. 1,60
De Staatsraad Gouverneur
Van Vredenburch

Extract Notulen Van B & W van Middelburg
5 Januarij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,69
Rogge 5,30
Periode 8 t/m 15 Januarij 1844
Extract etc.
Becius

Arnemuiden , den 8 Januarij 44
Zetting van het brood in de gemeente Arnemuiden
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 16 ½ cent
Idem 15 oncen 24 ½ cent
Idem 20 oncen 33 cent
Boven welke prijs bovenstaande brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester
Cornelis Daniël Baars

Arnemuiden den 10 Januarij 44
*Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp:onvoorziene uitgaven.
Wij hebben de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen eene thans houdende aanvrage tot het betalen van de in dezelve uitgedrukte sommen, uit de onvoorziene uitgaven over den jare 1843 en wel gedurende het 4 kwartaal van dat jaar , met eerbiedig verzoek , daartoe aan ons de noodige autorisatie te verleenen.
De Burgemeester
CDB
Specificatie: Reglement Broodzetting : f.12,25; luiden der klok f.12--;berooking woningen f.4,55.

Extract verbaal Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 29e December 1843.
Een derde der leden van de gemeente-raden te platten land moet volgens reglement aftreden.
Mogelijkheid van herbenoeming:
Met continuatie van de vroeger verleende dispensatiën, weder voor 6 jaar te benoemen tot de onbezoldigde betrekking van Lid van den Gemeente-raad van Arnemuiden
Adriaan Adriaanse en Jan Kraamer.
Extract
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 5e Januarij 1844
In afwachting der vereischte homologatie, tot de provisionele waarneming der functiën van Arrondissements-ijker en ijker van het Vaatwerk te Middelburg te qualificeren den heer Julius Aris. Adolf van Valkenburg, wonende te Middelburg.
Extract aan B & W van Middelburg, Vlissingen, Veere en Arnemuiden en B & Assessoren van het 1e District.
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden 11 Januarij 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Bedelarij
Er is voortdurend toezigt tot wering der bedelarij, en in de laatste 3 maanden van het afgeloopen jaar 1843 geen bedelaars zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB

Idem
Idem
Onderwerp: Staat broodzetting.
Nevens deze hebben wij de eer aan uwe Excie te doen toekomen de staat der broodzetting over het 4 kwartaal van 1843, zoo als dezelve naar opgave der marktprijzen alhier is geregeld geworden, en overeenkomstig het bestaande stedelijk Reglement.
De Burgemeester
CDB

Idem
Idem
Onderwerp: verbaal Stedelijke kas.
Hierbij gaat de staat der stedelijke kas , volgens de bestaande verordeningen opgemaakt.
De Burgemeester
CDB
Hierbij uitgebreid de diverse statistieken van geboorte, huwelijk, overlijden.
Zie hiervoor de originelen/tabellen.

Idem & Geneeskundige Commissie
Idem
Onderwerp: vaccine
Wij hebben de eer Uwe Excie kennis te geven dat wij geene berigten ontvangen hebben, dat er in den loop van het 4e kw; dezes jaars iemand in deze gemeente is gevaccineerd geworden of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht.
De Burgemeester
CDB

Extract uit de Notulen van B & W te Middelburg
Den 12 Januarij 1844
De Prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,69
Rogge 5,30
Periode 15 t/m 22 Januarij 1844
Extract
Becius.

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 12 Januarij 1844
Verzoek:1 opruiming van de in het locaal der weverij aldaar opgerigte ziekenzaal
2 door den voorzitter te kennen gegeven dat bij de opneming van den houten vloer en de beschotten in de gedachte ziekenzaal van wege den Hoofd Ingenieur van den Waterstaat in deze provincie op aanzoek van den Staatsraad Gouverneur bewerkstelligd dat houtwerk is geschat op eene waarde van f.145-, indien de timmerlieden van Arnemuiden hetzelve overnamen en van f.125- wanneer het door timmerlieden uit Middelburg wierd gekocht, als kunnende deze uit hoofde der transportkosten naarMiddelburg en het meerder tijdverlies hunner knechts daarvoor niet zooveel besteden eerstgemelde, onder mededeeling van het aanbod, hetwelk daartoe uit Middelburg is gedaan
Is goed gevonden
1De ziekenzaal onmiddellijk te ontruimen als dat door de Arnemuids timmerlieden tegen f.145- wordt gedaan.
2 Na opgave van de staat en hoeveelheid keukengereedschappen en andere voorwerpen etc aangeven wie deze wil overnemen ten voordele van de provincie, die deze bekostigd heeft..
Ook eventueel opgave en declaratie van transportkosten van kribben , bedden etc.Alles onder de rubriek : Uitgaven tot ontruiming der ziekenzaal
Extract.
De Griffier der Staten
Handtekening.

Arnemuiden den 16 Januarij 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Opruiming ziekenzaal
In voldoening aan het 1e lid van UEGA besluit van den 12 dezer maand no 12, hebben wij de eer UEGA bij deze kennis te geven,dat na gedane informatie bij de timmerlieden aldaar dezelve aan ons hebben medegedeeld dat zij de planken, grind en beschotten in de ziekenzaal in deze gemeente niet voor gestelde som van f.145- kunnen overnemen, en zij volgaarne zulks willen afstaan aan em wie verlangd tegen die prijs dezelve op te ruimen.
Met betrekking tot het 2e lid van die resolutie , zullen wij zoo spoedig mogelijk aan UEGA de noodige mededeeling doen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 19 Januarij 1844
In voldoening aan het 2e Lid van UEGA besluit van den 12 dezer maand hebben wij de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen een staat of inventaris dernog aanwezige goederen in gebruik geweest zijnde in de ziekenzaal tijdens de heerschende ziekte in deze Gemeente welke ten gevolge van dat besluit door ons op heden is opgemaakt en de waarde derzelve door een deskundige voor zoo ver dat zulks toeschijnt naar waarheid opgegeven, achter elk stuk vermeld onder verder mededeeling, dat den staat waarin zich zulks bevindt onzes inziens nog redelijk goed voorkomt, doch dat elk wie slechs in staat is nog iets te kunnen aanschaffen daarvan niets begeerd, en wel uit hoofde uit vrees voor besmetting en daardoor niet die waarde heeft, welke het in het tegenovergestelde geval zoude hebben.
Wij hebben zoo hier en daar gevraagd of zich iemand zoude genegen betoonen die goederen in massa te koopen, doch hebben er geen gevonden,die daartoe bereid zijn, en vermeenen indien wij geauthoriseerd mogten worden, dezelve goederen per stuk te verkoopen , zulks nog wel ten grootste voordeele der Provincie zoude uitloopen daar wel niet onkosten kan afleggen van een publieke verkooping te beproeven, UE GA toch wel niet zullen besluiten dezelve goederen naar Middelburg te doen vervoeren, en alsdan op het vendu te koop te stellen..
Met betrekking tot de kafzakken & dekens bestaat er in deze Gemeente een groote onbeschrijfelijke behoefte en zoude zeker indien wij niet overtuigd waren UEGA veel ja zeer veel voor onze Gemeente gedaan hadt en dan ook om die reden niet onbescheiden konden wezen, een erbiedig verzoek doen,dat UEGA het zoude mogen behagen aan ons de vrijheid te verleenen dezelve aan onze verarmde en alles gebrek lijdende natuurgenooten ten geschenke te verleenen, en door welke behoefte men welligt mogelijk dan nog op een geschikte wijs zich van die goederen op de voorgestelde manier ten beste voordeel van de Provincie zoude kunnen ontdoen.
De Burgemeester
CDB

Staat van nog aanwezige goederen& keukengereedschap gestrekt hebbende ten dienst der ziekenzaal bij de heerschende ziekte te Arnemuiden, aangekogt ten koste der Provincie Zeebbland oplaste van HEGA Heeren GS
Totaal geschat op f.56,,45.
Aldus bovenstaande stuk opgemaakt door B & W te Arnemuiden tot eene gezamentlijke waarde van zes en vijftig gulden vijf en veertig cents,
Arnemuiden den 19 Januarij 1844
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 19 Januarij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,76
Rogge 5,30
Periode van de 22 t/m den 29 Januarij 1844
Extract.
Becius
Secretaris

Middelburg den 15 Januarij 1844
Onderwerp: Dienende militairen
Ik heb de eer UEA te doen toekomen extract van de bij mij van de bevelhebbers der verschillend korpsen der landmagt ontvangen staten tot inschrijving voor de ligting der nationale militie van dit jaar van Lieven Jobse, staande bij het 3e Regiment Artillerie en behoorende tot uwe stad.
Ik verzoek UEd. deze inschrijving te bewerkstelligen en om bij het inzenden der bewijzen van vrijstelling volgens art.77 der wet van den 8 Januarij 1817 daaronder te begrijpen het inleggende attest van dienst ,den genoemde militair betreffende.
Ten slotte verzoek ik UEd. Mij de ontvangst dezer te berigten.
De StaatsraadGouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 22 Januarij1844
Aan den heer Gouverneur
Onderwerp: Ontvangst stukken tot inschrijving
Van den persoon Lieven Jobse.
Bij Uwe Excie missive van den 15 dezer maand is ons toegekomen een attest van werkelijken dienst van de persoon van Lieven Jobse benevens een staat tot inschrijving van denzelven voor de Loting der Nationale Militie van den Ligting van het loopende jaar, en waaraan bereids is voldaan.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 18 Januarij 1844
Onderwerp: Statistiek
Blijkens een aanteekening op de door UEd. onder meerderen bij missive van den 11dezer no 23 ingezonden staat van sterfte no 4 is er onder het getal overledenen in de maand Julij, een man niet tot de bevolking behoorende begrepen.
Zoodanige aanwijzing niet aantreffende op de bijgaande tabel van sterfte , heb ik de eer UEd; te verzoeken dezelve als nog daarop te plaatsen, met aanduiding tevens van den ouderdom van den overledene, waarna ik die tabel van UEd. zal terugwachten
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 22 Januarij 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Wij hebben de eer Uwe Excie te renvoijeren de bij Uwe missive van 18 dezer toegezondenen tabel van sterfte dezer gemeente voor den jae 1843 met de daar ingebragt verlangde aanwijzing.
De Burgemeester
CDB

Extract uit het verbaal van Heren GS van Zeeland
Dinsdag den 26 December 1843
Rapport over de begrootingen over 1844 van o.a.Arnemuiden,
Is goedgevonden
De begrootingen te arresteren
Dat de vergadering uit overweging der bijzondere omstandigheden waarin hunnen gemeente verkeert, genoegen neemt met de voorgestelde somvan f.220,-welke tot voorkoming van eenen anders onvermijdelijke Hoofdelijken omslag in de begrooting als buitengewone bate is voorgedragen, wegens het vermoedelijk provenu van den voorgenomenen openbaren verkoop van op stam staande olmen boomen, en dat de vergadering mitsdien tot dien verkoop bij deze aan het stedelijk bestuur dezelfs magtiging verleent, zullende het daarvoor op te maken proces verbaal bij deze vergadering nader ter goedkeuring worden ingewacht.
b.dat de vergadering allezins bereid is, om het stedelijk bestuur zoo veel mogelijk door toekenning van een subsidie uit de provinciale fondsen tegemoet te komen in de verplegingskosten van krankzinnigen, indien overeenkomstig voorlopig daarvoor onder no 3 der begrooting eene som van f.150- in buitengewonen ontvang heeft uitgetrokken.
C dat zoowel de opbrengst van dien ontvangst der callicotweverij over 1842, als de gunstige vooruitzichen die thans ten aanzien van dat fabriekaat bestaat, zoodat er aan meerdere handen arbeid kan worden verleend, der vergadering termen hebben opgeleverd om de, wegens ????? op de begrooting voorgedragene som tot f.300- op te voeren, gelijkerwijs zulks in andere gemeenten alwaar zoodanige weverijen bestaan, heeft plaatsgehad.Extracten
De Griffier der Staten
Handtekening


Middelburg, den 22 Januarij 1844
Onderwerp: Opneming Patenten
Volgens Art 36 der wet van 21 Mei 1819 (SB 14) in verband met de Ministeriële resolutiën van 6 December 1833, no 69 en 5 December 1834, no 96 medegedeeld bij de Provinciale Bladen no 5 van 1834, en no 2 van 1835, in de maand Febrarij van elk jaar, de opneming der patenten in elke gemeente moetende plaats hebben en daarbij gelijktijdig het onderzoek kunnende geschieden bij art 35 der genoemde wet bedoeld ; zoo heb ik de eer UEA te verzoeken van uw zijde daartoe wel eenen beeedigden of te beeedigen persoon te willen benoemen om gezamentlijk met den daartoe van de zijde der Administratie gemagtigden Deurwaarder Bastiaan Bastiaanse de voormelde opneming te bewerkstelligen en wel te willen zorg dragen dat de registers voor dat werk benoodigd voorhanden zijn.
De Controleur
Handtekening

Aan de Edel Achtbare Regering
Der stad Arnemuiden
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Jan Karel Crucq Timmerman wonende te Arnemuiden
Dat de suppliant eigenaar zijnde van het woonhuisje staande & gelegen op de Keetdijk in deze Gemeente wijk C no 36 op het kadaster bekend sectie A no 261.
Het voornemen hebbende onder UEA goedkeuring gemelde huisje te sloopen, de vrijheid neemt zich te wenden tot UEA eerbiedig verzoekende ,dat het UEA zal mogen behagen hem daartoe de vereischt wordende toestemming te verleenen.
’t Welk is doende
J:K: Crucq
Arnemuiden
23 Januarij 1844

Het Diaconie Armbestuur geeft door dezen de Achtb: Regering te kennen, dat de Weduwe van Adr: Bak, Dina de Wit, zich ter verkrijging van onderstand bij het Armbestuur aangemeld heeft; ofschoon gem: Wed: hier reeds vier volle jaren gewoond heeft, vermeenen Diaconen echter dat zij armlastig te Goes, hare laatste woonplaats blijft, waar zij volgens hare verklaring acht jaren woonachtig geweest is en lasten betaald heeft en hier geene reden waarom het reeds gem: Armbestuur zich tot UA gemeentebestuur wendt, met verzoek dat door UA Heeren zulke maatregelen mogen genomen worden, die strekken konden, ten voordeele dezes Armbestuur.
Uit Naam en Last van het Armbestuur
Op verzoek van den Praeses dezes Collegies
Heeft de ontvanger dit stuk geteekend
H.W. Hogerheijde
PS Diaconen hebben besloten gem: Wed:
Elke week 50 cents toe te leggen.
H.W.H.

Arnemuiden, den 29 Januarij 1844
Aan B & W van de stad Goes?
Onderwerp: Armlastigheid Dina de Wit
Tot het bekomen van onderstand bij het Diaconie Armbestuur alhier heeft zich aangemeld zekere Dina de Wit, weduwe van Adriaan Bak, wie op den 31 Mei 1839 met zijne gemelde huisvrouw en zes kinders uit UEA stad zich alhier gevestigd heeft en den 23 April 1841 overleden.
Hoezeer nu deze weduwe hier reeds vier volle jaren heeft gewoond, kan zij echter ingevolge het 2e lid van art 7 der Wet van 28 Nov: 1818 SB no 40 niet gezegd worden na dit overlijden van haar man welke eerst op 28 April 1841 is voorgevallen, gedurende 4 jaren alhier gewoond en diensvolgens onderstands domicilium verkregen te hebben.
Ook heeft deze weduwe om alhier domicilium van onderstand te verkrijgen niet aan art 3 evengemelde niet voldaan waaromtrent den Koning bij hoogstdeszelfs besluit van den 15 April 1832 no 77 medegedeeld (PB 112 van 1832) in ons voordeel beslist, maar heeft zij wegens volslagenen armoede niettegenstaande zij daartoe gesommeerd en herhaalde malen aangemaand was hare personele belasting van den jare 1839, 1840, 1841 en 1842 niet voldaan, en uit dien hoofde almede niet armlastig in en Gemeente.
Dezelve heeft volgens hare betuiging gedurende 8 achtereenvolgende jaren binnen UEA stad gewoond en zijn ten verzoeke van het diaconie Armbestuur zoo vrij UEA uit te noodigen ons wel te willen mededeelen of dezelve door UEA als onderstands domicilium binnen Uwe stad erkend wordt, zoo ja of UEA genoegen neemt dat dat aan deze wel wekelijks wordt bedeeld de som van vijftig cents en dat wanneer zij of hare kinderen in ziekelijke omstandigheid mogt komen te verkeeren ten uwe koste den stads Geneesheer alhier dezelve mag verplegen.
Het zal ons aangenaam wezen UEA rescriptie in dezen te mogen ontvangen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 26 Januari 1844
Onderwerp: Verzoek tot het doen van verantwoording wegens ontvangen giften
Het stedelijk bestuur alhier in hare geagte vergadering van den 24e dezer maand in overweging genomen hebbende de aanzienelijke som ten behoeve de noodlijdende lijders de geheerscht hebbende ziekte door Uw Eerw in deszelfs door ons aangestelde betrekking van Lid der Commissie over de tijdelijke bestaan hebbende ziekenzaal ontvangen, zag als nu gaarn dat door Uw Eerw rekening en verantwoording werdt gedaan van de in die betrekking gehoudenen administratie hetwelk toch elke commissie na den afloop der zaak tot eene verpligting maakt, en ook om daardoor dezelve in staat te stellen Uw Eerw. te dechargeren van uwe nog op UEerw berustende zaak hetwelk wij bij den ontbinding Uwer Commissie ons hebben voorbehouden alsmede om daardoor in de gelegenheid te zijn de mildadige gevers inzage te verleenen op de door hare verstrekte giften op eenen doelmatige wijze zijn besteed geworden als eindelijk om in de door ons in te zendenen jaarlijksche tabel aan Heeren GS , de noodige aanteekening te kunnen doen.
Uw Eerw: zult ons deze uitnoodiging niet ten kwade duiden, indien wij UEerw moeten doen opmerken dat wij met grond vermeenen te kunnen opmerken dat aan deze verantwoording alsook aan verspreide geruchten het mangelt dat de giften welke jaarlijks aan het Armbestuur
Toekwamen tot nog toe achterblijven, daar reeds giften andere Armbesturen zijn verleend geworden, waarmede nu jaren achter den anderen ons armbestuur gelijkelijk mede werd bedeeld en waardoor zoo het ons toeschijnt de laatste gift aan den Ontvanger van den Armen is moeten worden ter hand gesteld en het ons in waarheid bedroefd, daar de nood bij het Armbestuur zoo hoog is gerezen,, dat daar de Stedelijke finantiën ook zijn uitgeput, er schier geene uitredding voor dezelve te wagten is, dat die som zooals UEerw den Burgemeester betuigde, geheel is besteed geworden en waarmede onzens inzien boven eene ruime ondersteuning der noodlijdende , hetwelk toch slechts in verkwikking bestond, daarin andere mondbehoeften door den Provincie werdt voorzien dat Bestuur rijkelijk had kunnen geho;pen worden.
Wij vertrouwen op UwEerw: bereidwilligheid en deze onze billijke uitnoodiging en wagten tot voldoening van mij en anderen zoo spoedig mogelijk de verzogte verantwoording.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 24 Januarij 1844
Onderwerp: Onderstands domicilie opgenoemn bedelaar.
Ik heb de eer hiernevens aan UEA te doen toekomen eene nota van inlichtingen en verdere stukken, betrekkelijk den persoon van Marinus Kervinck, welke op den 13 December 1843 , ter zake van bedelarij na voorafgaande gevangenisstraf, in het werkhuis te Middelburg is overgebragt om in het eerst te doen transport van personen naar de Ommerschans te worden begrepen.
Volgens genoemde nota van inlichtingen schijnt deze persoon binnen Uwe stad domicilie van onderstand te bezitten, en ik verzoek UEA mitsdien mij zoodra mogelijk onder retour der voors. stukken te berigten of UEA genoemde persoon als zoodanig erkennen, zoo neen, mij de bedenkingen mede te deelen welke tegen die erkenning bestaan.
De Staatsraad Gouverneur
Van Vredenburch

Arnemuiden den 27 Januarij 1844
Aan den Heer Gouverneur.
Onder terugzending van nevensgaande stukken gevoegd geweest bij Uwe Excie missive van den 24 Januarij jl A no 528 2 Afd: , hebben wij de eer Uwe Excie bij deze mededeeling te doen wij het onderstands domicilium van dien persoon van Marinus Kervinck erkennen en wij bij de kennisgeving derzelven uit oorzaak van bedelarij was opgevat en veroordeeld om naar de Ommerschans gevoerd te worden verder eenen last voor onze Gemeente vermeenden te zullen krijgen, hetwelk bij de schrikkelijke armoede alhier, ook niet weinig toedraagt tot drukking der Stedelijke finantiën doch mogten wij daarna al spoedig vernemen den zelven in het Bedelaarshuis was overleden.
De Burgemeester
CDB.

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 26 Januarij 1844
De Prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,84
Rogge 5,30
Periode 29 Januarij t/m 5 Februarij 1844
Extract
Becius
Secretaris

Arnemuiden 31 December 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Een brood van 5 oncen 8 ½ cent
Een brood van 10 oncen 17 cent
Een brood van 15 oncen 25 ½ cent
Een brood van 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars.

Arnemuiden 29 Januarij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp:Inschrijvingsregisters
Ik heb de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen , het inschrijvingsregister & de Alphabetische Lijst der manspersonen geboren in 1825 welke in deze Gemeente gevonden worden om van dit jaar voorde dienst der Nationale Militie te loten, terwijl geen vrijwilligers zich hebben aangeboden, en ook geene aanvragen van reeds dienenden bij de Nationale Militie bij mij zijn ingekomen welke om de een of ander reden vrijstelling van dezelve verlangen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 29 Januarij 1844
BEKENDMAKING

B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat zij voornemens zijn om onder nadere goedkeuring van Heeren GS dezer Provincie op vrijdag den 9 febr. Aanstaande des voordemiddags te 9 uren publiek te koop te presenteren eenige op stam staande olme boomen in deze Gemeente, waaronder zeer geschikt voor werkhout.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 25 Januarij 1844
Onderwerp: Voordragt van vacante posten
Ten einde in staat te zijn om te voldoen aan een door ZE den Minister van Binnenlandsche Zaken , aan mij te kennen gegeven verlangen, zal het noodig zijn, dat ik van UEd. ontvange, eene opgave van de bedieningen tot welker vervulling of voordragt van candidaten de eigenaren der tot uwe gemeente behoorende Heerlijkheden , naar aanleiding van art. 14, 48 en 119 van het reglement op het bestuur te platten lande in deze provincie geregtigd zijn , en van het jaarlijksch inkomen hetwelk aan ieder dier bedieningen is verbonden.
Ik heb alzoo de eer UEd. te verzoeken mij die opgave opgemaakt volgens het hiernevens gevoegd model , ten spoedigsten te doen geworden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch


Arnemuiden den 29 Januarij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: over voordragt van vacante posten
In voldoening aan den inhoud van Uwe Excie missive van den 25e dezer maand A no 564 1 Afd: moeten wij alvorens de daarbij gevoegde staat aan Uwe Excie te kunnen inzenden, eerbiedig te kennen geven, dat wat de Gemeente Arnemuiden en Mortiere betreft, daarvoor geen ambachtsheer bestaat, als slechts voor dat gedeelte van Nieuwerkerk, waaromtrent zoo ver ons bekend is, sedert de verheffing van Prins Willem I van die drie Gemeenten tot eene stad tot op heden, dat recht niet is uitgeoefend gewordn, en met regt, daarvolgens art.4 der Privilegie zulks aan de Magistraat dier drie vereenigde Gemeenten werdt overgelaten, terwijl later ten allen tijde de voordragten tot vervulling van vacante posten door ons bestuur aan Uwe Excie of aan Heeren GS zijn gedaan, en mitsdien gaarn verlangen zouden, in dat genot ongestoord te verblijven, daat het ons onaangenaam zoude voorkomen de voordragten van eene vacante post bij dit bestuur door een Ambachtsheer te zien uitgeeofend.
De Burgemeester
CDB

Hierna volgt het model , waarbij de bedieningen van Burgemeester, Leden van den Gemeenteraad, de Secretaris en de gemeente Ontvanger worden ingevuld.

Middelburg den 26 Januarij 1844
Onderwerp: Bedeeling van Jan Marijs
Wij hebben de eer UEd. afschrift te doen geworden van eene bij ons ontvangene missive van het Algemeen Armbestuur dezer stad betrekkelijk de bereids verstrekte en nog te verleenen onderstand aan het huisgezin van Jan Marijs wiens armlastigheid door UEd. ten voorleden jare reeds is erkend geworden, aan den inhoud van welke missive wij ons kortheidshalve gedragen, zullende de declaratie der kosten voor een en ander verschuldigd aan UEd. nadien worden toegezonden.
B & W der stad Middelburg
Paspoort van Grijpskerke
Ter ordonnantie van HEA
Becius

Afschrift
Middelburg den 22 Januarij 1844
Onderwerp: Armlastigheid J. Marijs
De vrouw van Jan Marijs den 12 dezer met behulp eener stadsvroedvrouw bevallen leed aan alles gebrek, lag op stroo bijna zonder deksel, had behoefte aan een hemd en een paar kousen, zodat het algemeen Armbestuur door het verschaffen van een kaffebed? en peluw een deken een hemd en ee paar kousen gezamentlijk ter somma van f.7,10 daarin heeft moeten voorzien, terwijl door de moederlijke weldadigheid haar de verder benoodigdheden voor het kraambed zijn geschonken, waarvan wij de eer hebben Ued. bij deze kennis te geven, Ued. tevens informerende dat de vrouw thans geneeskundige hulp heeft, terwijl een kind oud 14 maanden dezer dagen is overleden, hetwelk door de zorg van het Algemeen Armbedstuur, is begraven geworden.
Bij onze missive van den 24 Januarij 1843 no 15 hadden wij de eer eenen staat van inlichtingen waaruit bleek dat bovengemelde P. Marijs te Arnemuiden armlastig was UEA te doen geworden waaraan wij eerbiedig de vrijheid nemen te refereren.
Regenten over den Algemeenen Armen
Get: F.Z. Ermerins voorzitter
Ter ordonnantie van Dezelven
Get. M.P. Boone amanuensis
Voor eensluidend Afschrift
De Secretaris der stad Middelburg.
Becius

Vlissingen, den 27 Januarij 1844
Onderwerp: Volgens eene bij mij krachtens art.130 der wet van 8 Januarij 1817, van den Heer president van denMilitie-Raad voor de ligting van dit jaar ontvangen kennisgeving, heb ik de eer UEd. te informeren, dat de Militie-Raad hare werkzaamheden van de eerste Zitting bepaald heeft op Woensdag 7 Februarij, des morgens ten ½ tien ure, in de Abtdij te Middelburg. Voor de vrijwilligers en de voor een jaar vrijgestelde dienstpligtigen, voorzien van de bewijzen hunner vrijstelling, van de ligtingen van 1840 t/m 1843.
De Militie-Commissaris in Zeeland
Handtekening

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland.
Is goedgevonden : aan de gemeente Arnemuiden voor verplegingskosten van bedelaars uit de beschikbaar gestelde fondsen over 1843 een subsidie toe te kennen van f.156-
Deze som op de plaatselijke begrooting van 1845 in buitengewonen ontvang te regulariseren; in welke begrooting eene gelijke som voor betaling van verplegingskosten van bedelaars over 1843 in uitgaaf zal behooren te worden geregulariseerd.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening


Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 26 Januarij 1844
Is gelezen eene missive van B & W van Arnemuiden, van den 16 dezer maand no 26, daarbij naar aanleiding van het 1e lid van de resolutie der vergadering van den 12 bevorens no 12, te kennen gevende , dat de timmerlieden aldaar ongenegen zijn om het houtwerk van den vloer en de beschotten uit de ziekenzaal tegen de daarvoor gestelde som van f.145- waarop hetzelve voor timmerlieden te Arnemuiden , als geene kosten van transport daarvan hebbende te lijden, is waardig geschat , over te nemen.
En gelet zijnde op het door den mr. Timmerman Marinus Kempe Jeras te Middelburg gedaan aanbod tot overname van het bedoelde houtwerk.
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat de vergadering bij de ongezindheid der timmerlieden aldaar om het houtwerk van den vloer en de beschotten in de ziekenzaal voor de opgegevene som van f.145- over te nemen, hetzelve aan den mr. Timmerman Marinus Kempe Jeras te Middelburg op het door denzelven gedane aanbod heeft afgestaan, hier onder niet begrepen de onderlagen der bedsteden, met uitnoodiging om den gemelden timmerman tot het wegnemen van het bedoelde houtwerk toe te laten, en daarna de ziekenzaal aan hare vroegere bestemming als weverij, achtervolgens het bepaalde bij de resolutie dezer vergadering van den 12 dezer no 12 weder te geven.
En zullen extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract verbaal Heeren GS van Zeeland
Gelezen zijnde een missive van B & W van Arnemuiden van den 19 dezer maand no 26 2/1 daarbij in voldoening aan het 3e? lid van de Resolutie der vergadering van den 12 bevorens no 12 inzendende eenen staat der voor rekening van de provincie aangeschafte ligging stukken, keuken en andere gereedschappen enz. in de ziekenzaal in gebruik geweest zijnde en alsnog aanwezig met specifieke opgave der aan die voorwerpen toegekende waarde , ten gezamentlijke bedrage van f.56,45, met te kennen geving dat er niemand aldaar genegen gevonden wordt om de zelve in massa te koopen en het welligt ten meesten voordeele voor de provincie zoude uitloopen dezelve in massa te koopen en het welligt ten meesten voordeele voor de Provincie zoude uitloopen dezelve aan dezen en genen per stuk van de hand te doen; ten slotte mede deelende den wensch dat de kafzakken/ beddezak gevuld met stro/kaf, en dekens uit hoofde van het onder de behoeftigen bestaande gebrek aan liggingstukken aan hen ten geschenke mogten worden gegeven
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat de vergadering uit aanmerking van de in derzelver stad heerschende armoede van de aanspraak der provincie op al de in voormelden staat vermelde goederen ,ten gevalle van de daaraan meest gebrek hebbende behoeftigen aldaar, afstand doet en dat HEd. zich mitsdien voor gemagtigd kunnen houden dezelve aan de zoodanigen in billijkheid en voor zoo veel de voorraad strekken kan, uit te deelen.
Terwijl aan Hed. tevens wordt aanbevolen om te zorgen dat voor zoo ver zulks niet bereids is geschied , de dekens en verdere leggingstukken , voor dat deze voorwerpen in gebruik worden genomen, worden gereinigd en gewasschen.
En afschrift etc.zonder resumtie.

Arnemuiden 1 Februarij 44
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Wij hebben de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen het duplicaat register JJ. Van de verlofgangers der Nationale Militie dezer Gemeente op het gedrag van welke wij uwe Excie niets bijzonders hebben mede te deelen, en zulks in voldoening Uwe Excie circulaire dd 20 September jl.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 30e Januarij 1844
Ik heb de eer UEd.A. hiernevens even als bij vorige jaren, 6 exemplaren van het Vijfde Stukje der Voorstellen en Mededeelingen der Commissie van Landbouw, aan te bieden, met beleefd verzoek, om dezelve op de gewone wijze , onder de Landlieden Uwer gemeente, ter lezing, te willen rondzenden.
De president der Commissie van Landbouw in Zeeland.
C. Vis

Middelburg den 27 Januarij 1844
Onderwerp: Verplegingskosten weezen en Bedelaars
Ik heb de eer UEA bij deze te informeren dat het vermoedelijk bedrag der door Uwe stad over het jaar 1843 aan de Maatschappij van Weldadigheid verschuldigde bedraagt wegens verplegingskosten f.238,73, en dat de betaling daarvan ter somma van f. 82,73, ten behoeve van Uwe stad uit deszelfs aandeel in de algemeene plaatselijke belasting is bewerkstelligd om met dezelve op den voet mijner circulaire van den 30e Januarij 1833 PB no 20 te worden verrekend.
Daar bereids ten behoeve van uwe stad eene som van f.22,40 voor onderhoudskosten van personen in het werkhuis te Middelburg is overgestort, en er bij de begrooting van 1843 tot dat einde slechts f.105 is toegestaan,zoo kunnen UEA zich voor gemagtigd houden om het meerder gestorte ,op den post voor onvoorziene uitgaven van 1843 te verrekenen terwijl ik UEA wijders uitnoodig, om het resterende van voors: verplegingskosten ad f.156- met den meest mogelijken spoed bij den ontvanger der Registratie te Middelburg over te storten en de quitantie daarvan onverwijld aan mij in te zenden; zullende deze som in de begrooting van 1845 in uitgaaf behooren te worden geregulariseerd, in welke begrooting tevens het bij resolutie van Heeren GS van den 19 dezer no 22 aan Uwe stad toegelegd subsidie van van f.156,- volgens de daarbij gegevene instructie ter regularisatie in buitengewonen ontvang zal moeten worden gebragt.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 1e Februarij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Gezegelde kwitantie gedane betaling
In voldoening aan Uwe Excie missive dd 27 Januarij jl Ano 735 2 Afd: hebben wij de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen de gezegelde kwitantie wegens de gedane betaling ten kantore van Registratie ter somma van f.156-; en wel voor verschuldigde verplegingskosten aan de Maatschappij van Weldadigheid over 1843.
De Burgemeester

Haarlem den 1 Februarij 1844
Wij hebben de eer UEA kennis te geven dat zekerer Jannetje Huisson
Zich op den 23e dezer aan het Ned.Herv. armbestuur alhier heeft aangemeld om onderstand te erlangen en deze ook aanvankelijk is toegelegd , hebbende een kind.
Deze schijnt tot UEA gemeente te behooren. En wanneer wij niet van het tegendeel onderrigt worden, zullen wij wij op den alhier gebruikelijken voet daarmede voortgaan, en bij het ophouden van den onderstand, de declaratie aan UEA inzenden.
B & W van Haarlem
Sigalement Verkort: 36 jaar; gereformeerd lidmaat; werkster; ongehuwd.
Laatste vierjarige verblijfplaats: Arnemuiden; is voor rekening van die gemeente in 1840 naar de kolonie van Weldadigheid opgezonden en vandaar den 9 December 1843 ontslagen wanneer zij zich metterwoon alhier heeft nedergezet.
De verpleegkosten van deze persoon in het werkhuis te Amsterdam vóór haar vertrek naar den Ommerschans aangewend ter somma van f.5,37 ½ zijn aan de stad Haarlem gerestitueerd bij missive van Heeren B & W van Arnemuiden van 28 Augustus 1840 no 215 )

Arnemuiden den 5 Februarij 1844
Aan den Heeren B & W te Haarlem
Uit UEA missive van den 1e dezer maand , vernamen wij dat al weder de personen van Jannetje Huissoon zich aan UEA Armbestuur tot het bekomen van onderstand hadt gewend.
Deze persone welke nu reeds herhaalde malen voor onze kosten zich te Veenhuizen heeft bevonden en nog telkens voor de ondragelijke last dezer arme Gemeente deszelfs ontslag aangevraagd, schijnt niet te willen ophouden, zich op eene zeer gemeene wijs ten nadeele van onze Gemeente te handelen, en verzoeken UEA diensvolgens zeer vriendelijk, haar geen de minste onderstand te willen verleenen,maar te doen aanzeggen dat zij zich onmidellijk naar deze Gemeente zal behooren te begeven, alwaar zij onderstand of in den daartoe ingerigte Weeffabriek de kost zal kunnen verdienen; terwijl UEA de goedheid gelieve te hebben, haar een bewijs te willen verleenen dat hare reiskosten van Port tot porte worden overgenomen en te Middelburg op daartoe te doene aanvrage door ons zullen worden voldaan.
De Burgemeester
CDB

Extract notulen B & W van Middelburg
Den 3e Februarij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,50
Rogge 5,30
Periode 5 t/m 12 Februarij 1844
Extract,
Becius secretaris

Arnemuiden den 6 Februarij 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f. 7,50
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 16 ½ cent
Idem 15 oncen 24 ½ cent
Idem 20 oncen 33 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Afdeling Algemeen secretariaat.
Zij deze en bijlagen in handen gesteld van den Heer Burgemeester en Wethouders van Arnemuiden
Om spoedig berigt, consideratiën en advies.
Middelburg den 5 Februarij 1844
Van wege den Staatsraad Gouverneur der Provincie Zeeland
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden 7 Februarij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Het adres van den Heer Haesebroeck Prdikant dezer Gemeente, houdende onder kennisgeving der armoede welke alhier heerscht verzoek aan hare Majesteit de Koningin om eene geldelijke ondersteuning, tot bevordering van te verleenen onderwijs aan kinderen, welke wegens gebrek aan fondsen in het onvermogen verkeeren daarvan gebruik te kunnen maken, bij Uwe Excie dispositie van den 5 dezer maand Algemeen Secretariaat in onze handengesteld om spoedig berigt consideratiën en advies, zoo hebben wij in voldoening aan die dispositie onder terugzending van adres & bijlagen de eer Uwe Excie te kennen te geven,
Dat met betrekking deze armoede welke alhier heerscht, zoo door ziekte , geringe vischvangst en hooge inkomende regten op dezelven in Belgiën, waarvan in het adres wordt gesproken, zal het wel niet noodig wezen, als Uwe Excie overvloedig bereids in nadere bijzonderheden te treden, maar willen liever overigens, zoo als den adressant zegt, tot de slegte opkomst de kinderen ter schoole en ook wel uit gebrek aan stedelijke fondsen.
Hierop moeten wij Uwe Excie mededeelen , den onderwijzer van de stad een jaargeld krijgt van f.125- mitsgaders f.30 à 40 naar mate van behoefte voor verwarming alsmede een f.20- voor onderwijs aan kinderen van bedeelde ouders uit de Arme Kas , zoo dat toch onzes inziens die genoemde slegte opkomst niet aan de redenen kan toegeschreven worden. En wij met grond de door hem van wegen dat Rijk genootene som van zijn jaargeld zoude kunnen aftrekken, hetwelk echter niet onze bedoeling is, evenmin alsdat wij voornemens zijn, denzelven die hier een ruim bestaan heeft, ten nadeele van onze verarmde ingezetenen overvloedig toe te voegen.
Bij een deswegens gehouden onderzoek is het ons gebleken dat ruim 100 kinders nog in deze tijd ter schole gaan en dat dit getal van tijd tot tijd vermeerdert doordien de ouders overtuigd worden dat bij onzen bekwamen, als ijverigen schoolmeester de schoolgelden niet tevergeefs worden besteed zijn, indien wij nu daarbij nog 50 wevers voegen welke nog in die jaren verkeeren om school te kunnen gaan, maar daarvan om den kost voor de ouders te verdienen niet kunnen, gelooven wij dat wat de onkunde betreft, al gelijk met andere plattelandsch gemeenten kan geacht worden. Wij willen niet betwisten er geene zijn die wegens onvermogen der ouders ten minste in deze tijd van dat onderwijs gebruik kunnen maken mogen Uwe Excie met vrijmoedigheid adviseren om voor dat gedeelte hetzelve gunstig bij Hare Majesteit te willen ondersteunen onder opmerking echter aan Uwe Excie , dat wij het niet raadzaam oordeelen zijne Eerw: zulks ter hand moge worden gesteld, daar wij niet overtuigd zijn dat daarvan naar behooren een doelmatig gebruik zal gemaakt worden, wijl deszelfs handelwijs betrekkelijk de ontvangene giften?? veel te wenschen overlaat, en hoezeer zijne Eerw: zoo door het Arm- als Klassikaal bestuur ons is verzogt geworden rekening te doen van zijn gehoude administratie, zoo is dit zulks zoo min aan den armen als aan de anderen gedaan, en waartoe wij vermeenen hij verpligt is, daar hij door ons tot lid der Commissie over de ziekenzaal is aangesteld en mitsdien dan ook aan ons als zijn burgerlijke hoofd billijkerwijs verantwoording schuldig is en daar wij ook nog niet voorneemens zijn om de door hem ontvangene som van f.1710- buiten alle verantwoording te laten, maar hem desgeraden daartoe regterlijk zullen verpligten wijl het geen fonds is dat door hem is daargesteld maar het adverteren der giften van den ontvanger van den Armen heeft overgenomen zoo als hij zegde ,om geschikte dankbetuigingen te plaatsen en dan ook eigendunkelijk zonder medeweten van de overige leden der commissie van de ziekenzaal , namens die commissie geteekend; zonder dezelve in zijn doen of laten te kennen op grond van bovenstaande mededeeling , vermeenen wij aan uwe Excellentie geschikt te kunnen voorstellen, dat indien het Hare Majesteit mogte behagen daarvoor iets te willen afzonderen, zulks mogt verleend worden, om de Plaatselijke Schoolcommissie ter dezer stede , welke bestaat uit de wethouder Adriaanse, het lid van de Raad Kramer, de stadsheelmeester Oversluijs en de secretaris wie wij vermeenen daarmede overeenkomstig het verlangen van hare Majesteit op eene allesints doelmatige wijs zouden handelen, terwijl indien het aan Zijne Eerw werdt ter hand gesteld wij twijffelen of die gift wel geheel zal tot dat doel zal besteed worden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 5 Februarij 1844
Aan Heeren B & W der stad Middelburg
Onderwerp: Declaratie
Wij hebben de eer hierbij aan UEA te doen toekomen de declaratie van verstrekte kleedingstukken aan Dora Dingemanse groot f.6,66. Wien onderstands domicilie bij UEA missive van den 11 Dec: 1843 is erkend geworden, met verdere mededeeling dit meisje zich weder binnen UEA stad bevind en wel bij zekeren Jacobus de Klerk in de Windenstraat wijk C nr10
De Burgemeester
CDB

Suppletoire Tabel der Armen-Scholen
Gemeente Arnemuiden Dienstjaar 1843
1 school ; leerlingen van bedeelde ouders : 5.
Bedrag der voor behoeftige leerlingen betaalde schoolgelden: f.20.
Totaal: F. 20-

Huiszittende Armen
Uitgaven:
voor onderhoud van gebouwen en verdere lasten: f.36,15 ½
voor onderstanden van allerlei aard, begrafeniskosten daaronder begrepen: f.975,16.
Totaal: f.1011,35 ½
Inkomsten van bezittingen van allerlei aard: f.9,85
Kollecten en Giften: f. 635,75 ½
Subsidiën van de Gemeenten : f. 355
Verschillende ontvangsten: f.10,78.
Totaal: 1011,34 ½ .
Getal der behoeftigen over het gehele jaar:
Uitbesteed: 12. Bedeeld: 9
In den loop van het dienstjaar slechts eens of meermaalen bedeeld: 20.
Totaal: 41
Totaal der behoeftigen met inbegrip van de uitbesteden en bedeelde en de leden van de huisgezinnen: 78.
Een legaat toegekend.
Arnemuiden den 8e Maart 1844
Corn: Dan: Baars.

Goes, den 12 Februarij 1844
Onderwerp: Alimentatie Dina de Wit, weduwe Adriaan Bak.
UEA missive van den 29 Januarij 1844 no 48 betrekkelijk de alimentatie van Dina de Wit weduwe van Adriaan Bak , gebragt hebbende ter kennis van het Hervormd Diakonie Armbestuur dezer stad, ontvangen wij daarop deszelfs antwoord bij missive van den 10 dezer maand, met verzoek om daarvan mededeeling te doen aan het Diakonie armbestuur van UEA stad.
Aan dat verlangen voldoende hebben wij de eer afschrift van die missive bij dezen aan UEA in te zenden en met uitnoodiging van dezelve ter kennis van het bedoelde Armbestuur te brengen en van UEA nadere rescriptie te doen geworden.
B & W
Van de stad Goes.
Handtekening

Goes den 10 Februarij 1844
Ter beantwoording van UEA missive van den 5 Februarij jl., kennisgeving antwoordende? Dat het bekomen van onderstand bij het Diakonie Armbestuur van Arnemuiden zich heeft aangemeld Dina de Wit weduwe Adriaan Bak, welke zich aldaar den 31 mei 1839 uit Goes met zijn huisgezin metterwoon heeft gevestigd, en dat bestuur alsnu sustineert dat die vrouw ingevolge het 2e lid van Art: 7 der wet van 28 November 1818 SB no 40 niet kan gezegd worden na het overlijden van haren man gedurende 4 jaren aldaar te hebben gewoond, en diensvolgens ??? van onderstand te hebben verkregen; dat zij daar en boven niet voldaan heeft aan art.3 der geachte wet, doordien zij ofschoon daartoe herhaalde malen gesommeerd hare Personele belasting over de jaren 1839,40,41 en 1842 niet heeft voldaan, en dat gemeld bestuur om bovengemelde redenen sustineert niet tot derzelve alimentatie verpligt te zijn, hebben wij de eer UEA te rescriberen zonder ons vooralsnu uit te laten omtrent de al of niet erkenning van haar onderstand domicilie alhier, als ontbrekende ons de gewonen staat van inlichtingen dienaangaande dat wat het eerste punt betreft, wij integendeel sustineren volgens het 1e lid van artikel 7 der meer gemelde wet, gemelde vrouw haren onderstands domicilie begonnen is vanaf 31 mei 1839 als volgende dat van haren overleden man en wat het tweede punt betreft, wij als dan zouden verzoeken;
1 bewijs zij werkelijk in de Personele belasting is aangeslagen
2 dat bij gebreke van betaling zij daartoe behoorlijk volgens de vormen bij de wet voorgeschreven is vervolgd en eindelijk
3 dat na die vervolging het Plaatselijk bestuur van Arnemuiden ten haren behoeve een certificaat van onvermogen heeft afgegeven verzoekende UEA van het bovenstaande kennis te willen geven aan het Diakonie Armbestuur van Arnemuiden.\
Diakenen bij de hervormde gemeente te Goes
C.A. van Renterghem
Kopie

Signalement Dina de Witte met 6 kinderen
Die voor rekening van deszelfs onderstands-domicilie in alimentatie is opgenomen door het Diaconie Armbestuur te Arnemuiden
Geboren ’s Heer Arendskerke 12 October 1803
Beroep dagloonster
Weduwe
Laatste vierjarige verblijfplaats: Arnemuiden, provincie Zeeland als : vanaf den 31 Mei 1839 tot den 28 April 41 met haren nu overledenen man Adriaan Bak en vanaf den 28 April 1841 tot heden als weduwe is algemeen bekend.
Goes, Provincie Zeeland: aldaar gewoond van den 1 Junij 1831 tot den 31 mei 1839,was aldaar algemeen bekend heeft gewoond op de Hofstede van Johannis Sandee achter Klein Frankrijk.
Aldus in duplo opgemaakt
Te Arnemuiden den 16 Februarij 1844
H.W. Hogerheijde
Boekhouder

Arnemuiden den 17 Februarij 1844
Aan het Gemeentebestuur van Goes ?
Onderwerp: Alimentatie Dina de Witte ?
De missive van het Diaconie Armbetsuur Uwer stad, gevoegd bij UEA missive van den 12 dezer maand no 156, hebben wij ter kennis gebragt van het Diaconie Armbestuur alhier en zijn namesn dezelve verzogt geworden UEA het navolgende te rescriberen.
Dat het door het Diaconie Armbestuur te Goes aangehaalde 7 artikel 1e zinsnede der wet van den 28 Nov: 1818 SB no 40, hetwelk dezelve sustineren in hun voordeel te spreken , juist onzens inziens aan hun de verpligting oplegt het onderstands domicilium van die weduwe te erkennen.
Hetzelve zegt immers; Het Domicilium van onderstand voor getrouwde vrouwen en weduwen is dat harer mannen waar is nu het domicilium van onderstand van wijlen Adriaan Bak toch wel niet te Arnemuiden, want denzelven heeft slechts van den 31 Mei 1839 tot den 28 April 1841 wanneer hij overleden is, alhier gewoond, dus nog niet volkomen 2 jaren, en alzoo ingevolge art.3 dier wet in deze Gemeente geen onderstands domicilium verkregen.
Het spreekt immers nu van zelfs, dat wanneer de vrouw het onderstands domicilium van den man volgt, dezelve na het overlijden van haar man, om een nieuw onderstands domicilium te verkrijgen volgens deze zinsnede weder vierjaren verblijf mogt hebbe , daar de 2 eerste jaren van hare inwoning als volgende des mans domicilium van onderstand door het overlijden van haar man vervielen, het meergemelde 7 artikel spreekt toch duidelijk in dezen geest , daar anders de 2 zinsnede van het zelve achter wegen had kunnen blijven en dat eene weduwe zoo voor zich als voor har minderjarige kinderen , een nieuw domicilium van onderstand kan verkrijgen naar nu daarvan is afgeleid geworden ??
Met betrekking tot de 3 overige punten acht het diaconie Armbestuur het overbodig daaraan vooralsnog te voldoen, daar dezelve met regt sustineeren zij alher geen onderstands domicilium verkregen heeft en uit dien hoofde het bewijs daarvan niet te pas komt, welke eerst na een vierjarig verblijf bij niet voldoening daarvan tot grond kan strekken dezelve niet geheel & al om onderstands domicilie te verkrijgen aan de vereischte der wet heeft voldaan.
Dientengevolge moeten wij UEA te kennen geven dat het aangevoerde wegens niet voldaan der belasting bij onze missive van 29 jan.44 no 48 slechts tot meerder bewijs hebbe medegeduld?/gedeeld dat al had die weduwe alhier 4 jaren naar het overlijden van haren man gewoond,dan zoude zij als niet voldaan hebbende hare personele belasting, ook nog geen domicilium van onderstand in deze gemeenten verkregen hebben .
Onder toezending der verzogte inlichtende staat, hebben wij de eer UEA te verzoeken ,bovenstaande alsnog ter kennis te willen brengen van het Diaconie Armbestuur uwer stad en ons wel te willen mededeelen of dezelve tegen de erkenning van het onderstaand domicilium dier vrouw als nog eenige bedenking hebben.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 15 Februarij 1844
Aan Heeren B & W van Middelburg
Onderwerp: Dankbetuiging betoonde hulp
Het strekt ons tot bijzonder genoegen UEA namens ons bestuur den warmsten dank te mogen toebrengen wegens aan deze Gemeente betoonde hulp in een oogenblk dat hare ingezetenen door eene heerschende ziekte bedreigd werden, geheel te worden verslonden.
Het was ook in die oogenblikken dat HEGA tot onze hulpe toesnelde en alle betamelijke middelen werden dan ook te baat genomen om onder de Goddelijke voorzienigheid, dezelve zoo veel doenelijk in hare woede te stuiten en hoezeer hare besmettende kracht niet geheel werdt uitgedelgd, mogten toch de aangewende middelen tot beteugeling strekken en daardoor vele menschenlevens gered worden, welke naar onze dunk gewis ten slagtoffer van dezelve gestrekt hebben.
Bij deze hulp mogten wij in waarheid ondervinden, dat ook de ingezetenen uwer stad door het toezenden van aanzienelijke geldelijke ondersteuningen in het beklagenswaardig lot van hunne ?? natuurgenooten, de meeste deel namen , en zouden wij daar ook immer aan kunnen of mogen twijffel hebben daarbij elke gelegendheid , dezelve zich lofwaardig onderscheiden, ??
Neen WEA Heeren, eerder zoude Middelburg ophouden te bestaan eer daar here ingezetenen, hare mildadigheid zoude vergeten en hulp zoude weijgeren en toebrengen daar waar dezelve overtuigd zij dat hunne lijdende natuurgenooten, biddend op derzelver bijstand wagten.;
Ontvangt dan nogmaals onzen vurigen dank .
Op God hopend bidden wij verschoon Uwe Stad voor dergelijke ramp welke hoogst bedroevend tijdens haar bestaan is, en nadien wrange vruchten oplevert.
Onze uitgeputte krachten zijn te gering UEA ingezetenen immer naar verdienst vergelding te schenken , doch mogten wij te eeniger tijd in de gelegenheid zijn,dat God verhoede , twijfeld dan geensints of wij zullen met de meeste bereidwilligheid die geringe krachten tot welzijn van Middelburgs Ingezetenen aanwenden & besteden..
De geleende goederen hebben wij weer naar UEA stad doen voeren en dezelve aldaar bij den Agent Stads (Openbare Werken) tegen intrekking van afgegevene bons, ingeleverd..
De Burgemeester
CDB

Zij deze en bijlagen in handen gesteld van den Heer B & W van Arnemuiden
Om berigt, consideratiën en advies
Middelburg den 15 Februarij 1844
Van wege den Staatsraad
Gouverneur der Provincie Zeeland
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden den 19 Febr.1844
Aan den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Verzoek ontslag J. Willeboordse
Het adres van J. Willeboordse gerigt aan ZE den Minister van Binnenl: zaken houdende verzoek om ontslag uit het bedelaars gesticht in onze handen gesteld zijnde bij Uwe Excie dispositie van den 15 Febr jl A 2 Afd: no 1128;
Dat het ons bijzonder aangenaam zal wezen,dat Zijne Excie de Minister v BZ het verzoek van die weduwe gunstig zal gelieven te accorderen ten einde haar bidden verlangen om in het genot van hare kinderen te worden gesteld , worde verhoord, welke zoo als Uwe Excie wel met ons zult toestemmen hartelijk naar haar verlangen en wie ook bereid zijn , haar van het noodige levensonderhoud te voorzien en waartoe wij vertrouwen zij in staat zijn , terwijl bij dat ontslag ook al weder de Gemeente van een last worden ontheven welke hare finantiën niet weinig drukken..

De Burgemeester
CDB

Middelburg den 8 Februarij 1844
Door sommigen der Burgemeesters, tevens Ambtenaren van den Burgelijken Stand worden te gelijk met de Sterflijsten, Certificaten van onvermogen mij toegezonden, betrekkelijk tot zoodanige overledenen die niets hebben nagelaten en wier erfgenamen blijkbaar in eenen behoeftigen toestand verkeeren.
Ga daarmede voort.
De Ontvanger der Succesregten
Macaree


Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 15 Februarij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7.70
Rogge 5,30
Periode 19 t/m 26 Februarij 1844
Becius
Secretaris

Arnemuiden 19 Februarij 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Laatste staat onkosten ziekenzaal
f.36,73 ½
Vervoer van kribben naar Middelburg f.8,80
Timmerwerk, Plaatsen der weefstoelen
Leverantie van spijkers en latten f. 27,93 ½
De Burgemeester
CDB


Arnemuiden den 29 Februarij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Politiek Domicilium
De ambtshalve inschrijving in het register van politiek domicilium alhier, der manspersonen geboren in 1821 , welke op den 1 Januarij dezes jaars hun 22 jaar hebben volbragt, behoorlijk ter bepaalde tijd plaats gehad hebbende , zoo hebben wij in voldoening aan uwe Excie circulaire dato 5 jan. 1839 PB 2 de eer Uwe Excie daarvan kennis te geven.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W te Middelburg
Den 1e Maart 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,00
Rogge 5,25
Periode 4 t/m 11 Maart 1844
Extract
Becius secretaris

Middelburg den 6e Maart 1844
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen toekeoemen het certificaat van de gekeurde en geschikt bevondende Springstier, toebehoorende aan Cornelis Oreel.
De secretaris der Commissie van Landbouw in Zeeland.
Vis

Middelburg den 6 Maart 1844
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat het op den 23 Februarij invorderbaar verklaarde suppletoir kohier no 3 van de patenten uwer gemeente.
Gaarne binnen 5 dagen de dag van afkondiging op te geven.
De Controleur der directe belastingen etc.
Volkmaas

Arnemuiden 8 Maart 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Opbrengst Landbouw
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 24 Febr PB no 25 hebben wij de eer hierbij aan uwe Excie te doen toekomen de staat bevattende de opbrengst der bezaaid geweest zijnde bundertallen bouwland in deze Gemeente van het oogstjaar 1843, zoals zulks door de landlieden aan ons bij deswegens gedane opneming in Februarij jl is medegedeeld geworden, met uitzondering van enkelde welke verklaarden met de beste wil daartoe buiten staat te zijn. De Burgemeester
CDB

Er waren 167 bunders bebouwd; vooral tarwe: 17 mud per bunder; koolzaad 26 mud per bunder; paardeboonen 32 mud per bunder; aardappelen: 175 mudde per bunder.
Paardeboonen redelijk wel wat de oogst betreft; tarwe slegt slot

Extract uit Notulen B & W van Middelburg
Den 8e Maart 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,75
Rogge 5,25
Periode 11 t/m 18 Maart 1844
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden den 12 Maart 1844
Zetting van het brood in de Gemeente Arnemuiden
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 16 ½ cent
Idem 15 oncen 24 ½ cent
Idem 20 oncen 33 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag verkogt te worden
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Middelburg den 11e Maart 1844
Onderwerp: Buitengewone Belasting
Aankondiging van het invoeren van een belasting op bezittingen
Er worden 136 biljetten ingestuurd voor die eenigszins geacht kunnen worden aan de belasting op de bezittingen en inkomsten onderworpen te zijn.
Er wordt uitgegaan van : op de 5 inwoners 1 daartoe belastingpligtige.
De oorzaak: er dreigt een geldleening tegen 3% niet volgeteekend te worden.Ook de vrijwillige bijdrage niet.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie.
Van Vredenburch.

Arnemuiden den 15 Maart 1844

Onderwerp: Buitengewonen belasting
Op den ontvangst van Uwe Excie missivee van 11 dezer maand zijn de bij dezelve gevoegde uitnoodigingsbilletten tot deelneming in de geldleening & vrijwillige bijdragen tot voorkoming van een buitengewone belasting op de bezittingen & inkomsten onmiddelijk door den secretaris eigenhandig aan de ingezetenen in deze Gemeente uitgereikt geworden, met aanbeveling aan elk en een iegelijk wie het mocht aangaan tot het deelnemen in dezelve vrijwillige bijdrage ten einde daardoor zoo veel mogelijk medewerken om zich te vrijwaren van eene buitengewonen belasting op de bezittingen en inkomsten, welke bij eene onverhoopte niet volteekening derzelve gewis en stellig zal geheven worden.
Hoezeer dit nu met de meeste warmte is aanbevolen, zoo kunnen wij ons toch niet voorstellen, deze uitnoodiging door velen zal of liever kan achtervolgd worden, want enkelde wie nog in staat zouden zijn en gaarne voor het bij hen overtuigde belang van het zoo geliefde vaderland te willen medewerken worden door de treurige omstandigheden waarin over het algemeen door de geringe vischvangsten de ingezetenen alhier verkeren, buiten staat gesteld om bij den besten wil daaraan deel te nemen, want wij kunnen Uwe Excellentie het zoo niet mededeelen als het in waarheid is, daar bij eene door de? Winter , het alreeds de vierde week is, zij tot de vischvangst hebben mogen uitvaren , maar worden hierin door het onstuimige weder verhinderd, niettegenstaande ook reeds zooveel zaterdagen de winkeliers & bakkers dezelve geheel hebben uitgerust, hetwelk de meeste nimmer meer in staat zijn, om te kunnen wedergeven, daar de vischvangst bij gunstig weder zoo gering en dienvolgens de verdiensten zoo min zijn, dezelve per persoon van f.110- tot f.170- hoogstens? Op een jaar verdienen en met welke verdienste zij niet in staat zijn talrijke huisgezinnen zoo als over het algemeen het geval is het noodige voedsel & deksel te verleenen, veel minder gemaakte schulden te voldoen en alzoo de enigszins meer gegoede alhier meenig offer zoo tot uitrusting als milde handreiking zich moeten getroosten en mitsdien bij een onverhoopte niet volteekende leening
Wij niet weten hoedanig de ingezetenen alhier de alsdan gevorderde belasting zullen kunnen voldoen, wie naauwelijks in staat zijn in hunne eigene behoeften te voorzien.
De Burgemeester
CDB

Extract verbaal Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 1 Maart 1844
Betreffende gemagtigd te worden tot het beschikken over de fondsen welke voor onvoorziene uitgaven over 1843 en 1843 zijn toegestaan.
Is goedgevonden
De staten te arresteren.
Extract etc

Goes den 12 Maart 1844,
Onderwerp: Alimentatie Dina de Wit, wed. A.Back?
Het Hervormd Diakonie Armbestuur dezer stad, de verpligting tot alimentatie van Dina de Wit, weduwe Adriaan Back erkennende, verlangt echter dat indien zij verder eenige onderstand mogt behoeven, als dan naar herwaarts worde opgezonden, waarvan wij de eer hebben UEA in antwoord op derzelve Missive van den 17 Februarij 1844 no 84 mededeeling te doen.
B & W der stad Goes
Handtekening

Arnemuiden 24 April 1844
Aan Heeren B & W der stad Goes
Het Diaconie Armbestuur heeft ons toegezonden eene declaratie van verstrekten onderstand aan Dina de Wit wed. A.Bak groot f.12- welker onderstands domicilie UEA bij Uwe missive van de 12 Maart jl no 235 erkend hebben UEA verzoekende op voldoening derzelve wel te willen order stellen.
Tot het verleenen van dien onderstand heeft het Armbestuur zich voor den? Ontvanger Uwe missive, wegens de verrengaande nood waarin die vrouw verkeerde verpligt gevoelt, wijl de menschheid verbied om dezelve van gebrek te doen omkomen, dezelve heeft verder aangenomen den door UEA Armbestuur uitgebragten last, bij aldien die weduwe zich nader mogt adresseren, ten uitvoer te brengen, welke zich wegens hare famille verklaard heeft daaraan niet te kunnen voldoen.
De Burgemeester
CDB
Door slecht handschrift, is niet alles begrijpelijk !

Middelburg den 14den Maart 1844
Onderwerp: Vrijwillige Geldleening en bijdragen tot stijving van ’s Rijkskas.
Samenvatting:
De inteekening voor de vrijwillige Geldleening loopt nogal stroef.
Omdat de verkeerde opvatting op grond van geruchten, heerst dat aanzienlijke kapitalisten door hun deelneming aan die leening de deelneming van anderen niet meer zo noodzakelijk zou zijn.
De gemeentebesturen moeten het goede voorbeeld geven, door aan de intekening deel te gaan nemen.
De gouverneur wacht de reactie van het gemeentebestuur af op de gedane suggestie die met aandrang wordt gedaan. Namelijk om alle ambtenaren e.d. te instrueren de inteekening te bevorderen door o.a. zelf aan de inteekening deel te nemen.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 29 Maart 1844
Aan den Heer Gouverneur
Op den ontvangst van Uwe Excellentie missive van den 14 dezer maand, zijn door ons al de Ambtenaren in deze Gemeente zoo landelijke als plaatselijk in eenen vergadering bijeengeroepen en zijn alle dezelve het verlangen der hooge Regering in die missive vervat door den Burgemeester medegedeeld geworden, met vriendelijk uitnoodiging aan elk derzelve om door ruime bijdrage in vrijwillige inschrijving de openstaande geldleening bevordelijk te zijn en daardoor zoo mogelijk te helpen voorkomen dat eene anders onmisbare belasting niet werde ten uitvoer gebragt, als ook nog in dat geval zich te vrijwaren van veele daaruit voortvloeijende onaangenaamheden en zich blootstellen van ten minste een vierden hoogere belasting,en dat hij Burgemeester evenals Uwe Excie in dezen derzelver aller voorganger zoude zijn.
Dat deze uitnoodiging zoo ook nog in het bijzonder bij de ingezetenen wie gedacht kon worden in de belasting te zullen moeten bijdragen een gewenscht gevolg heeft gehadt, daar door al de ambtenaaren die in de termen vallen is ingeschreven, als ook nog door onderscheidene particulieren wie door toespraak en overtuiging van hun wezentlijk belang aan dezelve hebben deelgenomen, zoodat bij de groote armoede , welke alhier heerscht, het wezentlijk onze verwachting is te boven gegaan, daar men bij den beste gezindheid, toch in den volstrekte onmogelijkheid kon zijn, om aan het verlangen der Regering te voldoen, niettegenstaande een dreigend gevaar ons aangekondigd werdt.
De Burgemeester
CDB


Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 15 Maart 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,85
Rogge 5,35
Periode 18 t/m 25 Maart 1844
Extract etc
Becius secretaris.

Arnemuiden 19 Maart 1844
Zetting van het brood in de Gemeente Arnemuiden
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 17 cent
Idem 15 oncen 25 ½ cent
Idem 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Middelburg den 15 Maart 1844
Onderwerp: Benoeming commissiën buitengewone belasting
Van wege den Koning belast zijnde met de dadelijke benoeming der afwisselende leden der commissiën van voorlopig en eindonderzoek, ingesteld bij art 64 en 67 der wet van de 6 Maart 1844 (SB no 14) houdende vaststelling eener buitengewonen belasting op de bezittingen enz, ben ik heden daartoe overgegaan.
In afwachting dat aan UEd: mijn besluit dienaangaande zal geworden, haast ik mij aan UEd. de acten van aanstelling voor de bedoelde benoemden, mitsgaders voor de plaatsvervangende leden, bij deze ten getalle van 14 te doen geworden, met uitnoodiging om na daarvan aanteekening te hebben genomen, te zorgen voor derzelver onverwijlde uitreiking aan elk dergenen die daarbij is betrokken; zullende UEd: nader kennis bekomen van de benoeming der bestendige leden der beide voormelde commissiën, welke benoeming door hooger gezag zal plaats hebben.
Ik zal UEd: niet behoeven aan te bevelen de zorg voor de behoorlijke en onverwijlde verzending der gemelde acten, daar UEd: begrijpen zal hoeveel daaraan gelegen is; mogten de benoemde in de gelegenheid zijn om door aanmoediging in hunne gemeente tot deelneming in de leening en bijdrage mede te werken dan zullen dezelve , behalve het verrigten van eene goede daad, ook kunnen bijdragen, om te voorkomen dat de belasting ingevoerd worde, waardoor zij zelfs zullen worden ontlast van eene anders op hen rustende zwaarwigtige en moeijlijke verpligtng.
Ik verzoek Ued: om mij den ontvang dezer te berigten.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch
Leden voor de Commissie van
Voorlopige Eind onderzoek
Cornelis Daniel Baars afwisselend lid Abraham van Eenennaam Lid v.het Pl Best
En als hoofd van Pl. Bstuur Corn.Dan. Baars Pl.Lid en Lid v.h. Pl.Best.
Joost van der Weele Pl. Verv. Lid\ S. Van Eenennaam afw.lid; zetter Dir.bel
Jan Kraamer afwisselend lid als zetter S.Maartense Pl.lid; zetter Dir.Bel:
Als zetter Direct: Belasting Jaco Meerman Gz afw. Lid als 1 v.d hoogsy
Laurens Blok Pl.Verv.Lid ; aangeslagene in de Directe Belast.
Zetter Directe Belast; Anthonij Boogert idem
Jan Karel Crucq afwisselend lid Laurens van Eenennaam Plaatsvervangend
En de hoogst aangeslagene in de lid als hoogstaangeslagene in de belasting.
Directe belastingen
Jacob Schooneboom Plaatsvervangend lid Frans Joosse idem
Als één der hooger aangesl: Directe Bel:


Voor Arnemuiden


Arnemuiden den 18 Maart 1844
Aan ZE den Heer Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Ontvangst van aanstellingen
Leden voor de commissiën
Buitengewone belasting
Bij Uwe Excie misive van den 15 Maart mogten wij ontvangen 14 Acten van aanstellingen voor de commissiën van voorloopige en eind onderzoek ingesteld bij art 64 en 67 der wet van den 6 maart 1844 houdende vaststelling eener buitengewone besteding op de bezittingen en ten welken na daar van behoorlijke aanteekening gedaan te hebben, heden morgen aan de belanghebbende zijn ter hand gesteld geworden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 20 Maart 1844
Den Heere L.Wisse Lid van den Raad te Arnemuiden.
Onderwerp: Verzoek rooien boomen
Tot voorkoming van onaangenaamheid, zijn door ons op uwe mededeling , de twee ge ??? boomen regt voor uwe hofstede op het Middelburgsch padje ,op de door ons gehoudenen openbare verkooping niet verkogt, maar dezelve aan UEd: afgestaan geworden, niet dat zij zoude blijven staan, maar door UEd: zoude grooid worden, ten einde aan ons weder de gelegendheid te verleenen, om dezelve door jonge boomen te vervangen, daarbij de vergunning de grond waarop zij staan, als het wettige eigendom dezer Stad niet in is begrepen geweest..
De conditën dier verkooping bepaalt dat dezelve vor of op den 1 Maart 1844 moeten geroeid zijn.
Tot heden door UEd:daar niet aan voldoen zijnde, zijn wij zoo vrij bij deze daaraan te herinneren, met vrindelijk verzoek dezelve alsnog binnen 8 dagen te doen roeijen, daar hoe ongaarn zulks ook, wij anders verpligt zijn, dit voor uwe rekening te doen plaats hebben.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen B & W van Middelburg
Den 22 Maart 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,90
Rogge 5,30
Periode 25 Maart t/m 1 April 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 23 Maart 1844
Onderwerp: Voordrachten tot vervulling van stedelijke bedieningen
Volgens Uwe missive van den 29 Januarij no 57 zouden tot vervulling van vacante plaatsen bij het Bestuur uwer stad door UE steeds de vereischte voordragten hetzij aan Heeren GS , hetzij aan mij zijn gedaan.
Bij den rooster, vastgesteld bij besluit van den 17 November 1837 no 24 is bepaald dat Arnemuiden niet tot de Heerlijkheden behoorende de ontstane vacatures in die gemeente, wanneer de toerbeurt aan Arnemuiden is, vervuld worden op de wijze bij het reglement op het Bestuur ten platten lande bepaald, terwijl volgens het aangehaalde reglement geene andere voordragten ten deze dan die welke eventueel door Ambachtheeren moeten geschieden kunnen te pas komen, ter uitzondering nogtans van die welke voor de vervulling van de Secretaris en Ontvangersposten zouden moeten geschieden, welke betrekkingen evenwel sedert het vaststellen des gemelden Roosters niet zijn opengevallen.
Ik wensch alzoo nader te worden ingelicht welke voordragten door UE in de voorschreve missive zijn bedoeld, en ik heb de eer UE dierhalve te verzoeken mij de vacatures op te geven ter vervulling van welke door UE voordragten zouden zijn gedaan.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 29 Maart 1844
Ter beantwoording aan Uwe Excie missive van den 23 dezer maand hebben wij de eer Uwe Excie mede te delen dat de voordragten bedoeld bij uwe missive van 29 Jan jl zijn die ter vervulling van openstaande betrekkingen van leden van den Raad van den secretaris , den Ontvanger benevens die van den Veldwachter, alle welke voordragten steeds door dat bestuur alhier aan uwe Excie of aan Heeren GS steeds zijn gedaan zonder daarin nimmer of ooit eenig Ambachtsheer te hebben erkend of daarin zijn verhinderd geworden, daar wij in dat geval Zijn Ed: al spoedig zouden gewezen hebben op regt aan ons bij Privilegiën van Prins Willem I toegekend van welk regt zoolang wij eenigsints kunnen niet voornemens zijn afstand te doen, daar het dan ons verkieselijker zoude voorkomen geheel of gescheiden van hetzelve te zijn dan ons de benoemingen te zouden laten welgevallen, welker voordragten door den Ambachtsheer waren gedaan.
Dat in en Rooster vastgesteld bij besluit van Heeren GS van den17 Nov: 1837 no 24 de Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerke het regt is toegekend geworden om die voordragt met Arnemuiden in evenredigheid harer bevolking nog op beurte te doen, en wij bij die gelegenheid UEGA niet hebben te kennen gegeven, wij wij daarmede in ons regt werden verkort als reglegentie maar niet als weggifte van ons regt worden beschouwd, daar tot heden van die tijd nog geen voordragt door Zijne Ed: is gedaan en mitsdien daarmede door ons genoegen kan genomen zijn, terwijl op deze oogenblikken volstrekt niet weten wie of waar zijn Ed: is, en mitsdien in geval daarin werdt berust , de vacante betrekkingen niet zoude kunnen mededeelen.
Indien zijn Ed nu te eeniger tijd dat regt hadt uitgeoefend, en daarin later miskend, zoude zulks toch wel tengevolge gehad hebben, wij in onzen handeling zoude gestoord zijn, maar tot heden zoo veel ons bestuur weet onder welke er leden zijn die reeds van 1797 de zaken behandeld hebben den Ambachtsheer immers daarop eenige pretensiën doen gelden terwijl wij op die zaak de Notulen van Wet en Raad van 1726 hebben onderzocht maar daarvan evenmin iets gevonden, en wel zoo wij vertrouwen, uit overtuiging dat regt aan ons toekwam, zoodat dan wij ook niet gaarn daarvan zouden afstand doen.
Wij vertrouwen dat deze nadere mededeeling Uwe Excie genoegzaam zal hebben ingeligt en ons zal ontslaan om al de vacante betrekkingen van welke de de voordragten ter vervulling aan Uwe Excie zijn gedaan als te menigvuldig in getale ? aan Uwe Excie op te geven, kortheidshalven geven wij Uwe Excie te kennen , dat de tegenwoordige leden benevens den secretaris & den Ontvanger door ons ter vervulling van ontstane vacatures aan Uwe Excie zijn voorgedragen en en twee laatstgemelde tot en met 1832 ??
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 27 Maart
Aan de Heeren Salomonson
Onderwerp: Over beboet van stukjes.
Het strekt on tot bijzonder genoegen van de wevers zelfs te mogen vernemen dat sedert zij door UwEd: voor begane fouten werden beboet, deze boeten zeer dragelijk zijn en op verre niet zijn te vergelijken bij die welke door Baas Beerthuis werden ingevorderd, hetwelk dan ook voorbij de menigvuldige klagten die wij daarover steeds hoorden onmogelijk konden doen zwijgen maar hierover onze ontevredenheid dan ook niet zelden aan UEd: als daar waar wij meenden zulks te pas kwam te kennen gaven ten einde in deze onchristelijke handelwijze door UEd: verandering mogt worden gebragt opdat den Armen wevers niet langer onverdiend zijn loon mogt worden gekort.
Deze uitnoodiging als ook andere stemmen, hebben UEd: eene besluit doen nemen, waarover wij ons waarlijk verheugden en alsnu nog te meer daar aanvankelijk de verwachte vruchten door onze wevers daarvan worden ingeoogst en hierover al een enkelde passage hebben gehoort welke wij liever stilzwijgend voorbijgaan, het is ons genoeg dat daarin verandering is gebragt , welke wij hopen dat die ook steeds voortdurend door UEd: zal worden behandeld.
Eene zaak en dit zullen Ued: ons niet ten kwade duiden, wenschten wij wel te weten dezelve is.
De wever welke zonder oorzaak de fabriek verlaat en later zich weder tot het bekomen van een weefstoel aanmeldt, moet aan Baas Beerthuijs F.2: betalen tot waarborg zij te minsten een jaar op dezelve moeten verblijven, als wanneer aan hen dit wordt geretourneerd doch indien zij dezelve vroeger verlaten verbeuren zij die betaalde twee gulden om nu eenige verbintenis te hebben, willen wij deze mesure niet afkeuren, hoezeer wij niet weeten dat dit in het reglement bepaald is, maar het zoude ons toch aangenaam wezen van Ued: te mogen weten waar of Beerthuis met dat geld blijft van hen die binnen het jaar voor de tweede maal dezelve weder verlaaten, de wever krijgt het niet terug, bij informatie bij het Armbestuur wordt zulks ook niet aan de Armen geschonken en wij vinden geen de minste termen dat dezelve door Beerthuijs worden gehouden, indien dit alzoo mogt zijn.
Het zal ons mitsdien aangenaam wezen, dat ook hierin door Ued: eene verandering mogt worden gebragt.
Ten slotte zijn wij zoo vrij UEd: te herinneren aan de belofte den Burgemeester onlangs gedaan, namentlijk dat het loon van den wever met het aanstaande voorjaar zoude verbeterd worden en wel omreden UEd: gunstige tijding van Indie zoude hebben ontvangen en waartoe wij bij deze UEd: vriendelijk uitnoodigen is het mogelijk daaraan gevolg te willen geven.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 29 Maart 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,80
Rogge 5,30
Periode 1 t/m 8 April 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 26 Maart 1844
Onderwerp: Reisgelden van Miliciens
Ik heb de eer UEd: bij deze te informeren dat door uwen stedelijken ontvanger ter provinciale Griffie kan worden ontvangen de som vanf.11,07 ½ welke door het Departement van Oorlog aan mij is overgemaakt terzake van de door UEd: bij voorschot verstrekte reisgelden aan miliciens in 1843; zijnde dezelve met f.0,40 verminderd ; uithoofde de afstanden tusschen uwe stad en de steden Woerden en Gorinchem door UEd: niet juist waren berekend.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Middelburg den 2 April 1844
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij doe ik U toekomen het op den 22 Maart ll invorderbaar verklaarde kohier van het personeel en Veefonds 11843/1844.
Gaarne binnen 5 dagen na ontvangst de datum van afkondiging mij te doen toekomen.
De controleur der directe belastingen etc te Middelburg
Handtekening

Middelburg den 4 April 1844
Zie hiervoor. Idem dito voor het invorderbaar verklaarde kohier van het Patentregt.

Arnemuiden den 6 April 1844
Aan den Heer Controleur
De kohieren van het personeele & het Veefonds en patent bij onze missive van den 2 en 4 April jl ontvangen hebbende, zoo hebben wij de eer UEd: kennis te geven de afkondiging daarvan op heden heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
Den 5 April 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,25
Periode 8 t/m 15 April 1844
Extract etc.
Becius. Secretaris

Arnemuiden den 8 April 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 16 ½ cent
Idem 15 oncen 24 ½ cent
Idem 20 oncen 33 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars
Arnemuiden den 6 April 1844
Aan den Heer Gouverneur
Er zijn onder aanhoudend toezigt geene bedelaars ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB

Idem
Staat broodzetting
Is geschied naar de opgave der Marktprijzen.
De Burgemeester.

Idem & Geneesk. Commissie
Onderwerp: Vaccine
Geen bericht ontvangen dat iemand in het 1e kwartaal is gevaccineerd of dat de kinderziekte heeft geheerscht.
De Burgemeester

Arnemuiden den 6 April 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Verbaal van den Stedelijken Kas.
De Burgemeester

Middelburg den 5 April 1844
Onderwerp: Toezending Declaratie.
Ten vervolge op onze missive van den 26 Januarij jl hebben wij de eer hiernevens aan Ued: toe te zenden eene declaratie van het Algemeen Armbestuur dezer Stad groot f.18,20 wegens verplegingskosten voor rekening uwer stad ten behoeve van Jan Marijs.
Gaarne binnen 3 maanden restitutie overeenkomstig de bestaande voorschriften.
B & W der stad Middelburg
Paspoort van Grijpskerke
Ter ordonnantie van HEA
Becius.

Arnemuiden, den 16 April 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: van autorisatie op de onvoorziene uitgaven
Wij hebben de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen de staat houdende aanvrage wegens te doene betalingen uit de onvoorzienen uitgaven, gedurende het 1e kwartaal van dit loopende jaar, met uitnoodiging ons daartoe de noodige autorisatie te verleenen daar in de begrooting van dit jaar als buitengewoon niet in is voorzien geworden.
De Burgemeester
CDB

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Klaas Flink voormalig veldwachter dezer Gemeente thans arbeider alhier.
Dat de Adressant vernomen heeft dat door het overlijden van Marinus Kervink de betrekking van telhoutteller in deze gemeente is vacant geworden.
Redenen waarom de suppliant zich eerbiedig is wendende tot UEA, UEA eerbiedig verzoekende om ingeval deze betrekking mogt vervuld worden denzelven daarmede wel te willen begunstigen, hetwelk hem bij zijne geringe verdiensten eenig tegemoetkoming zoude verleenen.
T’Welk doende
K: Flink
Arnemuiden 11 April 1844.


Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 12 April 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,25
Periode van 15 t/m den 22 April 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 11 April 1844
De tijd naderende waarop de permissiën tot het beweiden en afmaaijen der kleiwegen in dit Eiland zullen worden afgegeven, zoo nemen wij de vrijheid UEd.A te verzoeken ons zoo spoedig mogelijk, immers vóór of op den 22 April e.k. te willen opgeven, welke persoonen onder uwe gemeente daartoe volgens de ten voorleden jare en vroeger aangenomenen beginselen in de termen verkeeren om daarmede voor het loopende saizoen te worden begunstigd, benevens eene verdeeling der wegen met opgaaf van de namen derzelve volgens de Tableaux der buurtwegen in dit Eiland, gearresteerd bij Resolutie van HGEA GS dezer provincie van den 5 Maart 1841 no 25; zijnde het ons voornemen om voor zoo veel de beweiding aangaat de permissie billetten daartoe op maandag den 29 April e.k. Op de gewonen wijze aan de belanghebbende uit te reiken, terwijl wij de vrijheid nemen om die voor de afmaaijing even als ten verleden jare aan UEA bestuur ter uitreieking toe te zenden.
De centrale Directie van Walcheren
Hurgronje
Ter ordonnantie van dezelve
Sprenger

Arnemuiden den 15 April 1844
Aan Centrale Directie van Walcheren
Onderwerp: Beweiden het afmaaijen wegen
Ten gevolge UEG missive van den 11 dezer maand no 13, hebben wij de eer UEG evenals in het vorige jaar tot het beweiden & afmaaijen der wegen onder deze gemeente dezelve personen voor te dragen, terwijl wij onbekend zijn met de huiselijke omstandigheden van Cornelis van Sluis, doch aangezien hem deze vergunning al sedert eenige jaren is verleend geworden; twijfelen wij toch niet of hij verkeert in eenen behoeftigen toestand zoodat tegen de verleeningvan dat bewijs dezerzijds geene bedenking bestaan, met betrekking der nog onverdeelde wegen refereren wij UEG naar onze missive van 10 mei 1842 no 160.
De Burgemeester
CDB

Jan Tramper Beweiding 5, 8 en 11
De voorgedragene is een man van 58 jaar, van beroep schaapherder, waardoor hij met de revenue van zijn melkkoe in de behoeften zijner huisgezin voorziet, welke bij het klimmen zijnder jaren steeds vermeerderen zoodat de vergunning hem van veel belang is


Afmaaijing
J.Meulmeester 3,4,29 Nieuwerkerksche weg de doelweg en het wegeling
De voorgedragene is arbeider van beroep, zoo dat den vergunning bij zijne niet zeer voordelige finaciële toestand zeer te stade komt.

W.Goverse 5 de Kraaijenholseweg aan de Noordzijde derzelve
Tuinier bij jonkheer van der Heim met 4 kinderen.

De wed. Berens 7 de oude Veersche weg
Arnemuiden 15 April 1844
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 15 April 1844
Aan de Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Dankbetuiging Leden Commissiën
Voldoende aan de laatste alinea van Uwe Excie circulaire van den 12 dezer maand PB no 51 zoo hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat de bij die circulaire toegezondene dankbetuiging voor de benoemde leden der commissiën van voorlopig & eindonderzoek ingesteld bij de wet van de 6 Maart 1844 op den ontvangst derzelve zijnde Zaterdag passé aan de belanghebbende zijn ter hand gesteld geworden.
De Burgemeester
CDB

Heden den 9 April 1844

Is overeenkomstig het bepaalde bij art. 32 van het reglement op het Brandwezen in deze provincie ten overstaan van mij Burgemeester der stad Arnemuiden overgegaan tot het naauwkeurig nazien der Brandspuit, blusch & brandgereedschappen met alles wat daartoe behoord en is al hetzelve in eenen goeden staat bevonden, zoodat daar wij en bij?? De oefening geene aanmerkingen zijn voorgekomen, alleenlijk is bij de afrijding na de oefening den as derzelve doorgezet/gezakt? Welke onmiddelijk is hersteld geworden , zoodat bij onverhoopte gelegendheid men van dezelven den beste hulp kan verwachten.
Waarvan dit verbaal door mij is opgemaakt en nevens de Commissaris uit den Raad met het bijzonder toezigt belast geteekend
A Adriaanse Corn: Dan: Baars

Arnemuiden 15 April 1844
Aan de Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Oefening Brandspuit
De oefening der Brandspuit dezer Gemeente op Dingsdag den 9 dezer maand ten genoegen plaats gehad hebbende, zoo hebben wij de eer het daarvan opgemaakte Proces Verbaal bij deze aan Uwe Excie te doen toekomen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 17e April
Weledele Achtbare Heeren!
De kerkeraad der Hervormde Gemeente te dezer plaats, neemt de vrijheid ter kennis van het WEA bestuur de inhoud van eenen brief te brengen onlangs door den schoolmeester dezer stad hen toegezonden net verzoek om te weten of daarop van hunne zijde moet geantwoord worden.
Eerwaarde Kerkeraad!
Het is u allen door de ondervinding bekend, dat door de geheerstt hebbende ziekte in deze gemeente eene menigte huisgezinnen tot de grootste armoede vervallen zijn, waardoor het alhier in den winter bestaande gebrek aanmerkelijk vermeerderd is.
Ook ik ondervind dit op mijne school bij mijn tweejarig verblijf in deze gemeente, onderwees ik bestendig vier à vijf leerlingen die uit het Armenfonds voor kinderen van geallimenteerde ouders strekkende kosteloos onderwijs ontvingen en waarvoor mij eene som van jaarlijks twintig gulden uitbetaald werd.
Thans is op aandrang des Eerwaarden Kerkeraads dit getal leerlingen tot zeventien geklommen, die allen dagelijks geregeld onderwijs genieten.
Volgaarne en met den meesten zorg wend ik alle pogingen aan, om deze arme kinderen die er buitendien in deze gemeente nog zoo verbazend veel overblijven, en die in hun volgend leven in de grootste onwetendheid zullen blijven verkeeren, tot nuttige en deugdzame leden der maatschappij op te leiden.
Ik wend mij daarom tot U Eerwaarde Kerkeraad met vriendelijk verzoek mij voor dit onderwijs eene meer billijke belooning te doen verzekeren. Ik ben overtuigd dat de zorgen van UEW ten aanzien van geldelijke uitbetalingen tegenwoordig groot en moeijelijk zijn, doch van den anderen kant kan men evenmin van eenen onderwijzer die buitendien aan huis , school en schoolbehoeften groote opofferingen heeft, eenen zoodanigen moed benemenden arbeid vorderen te meer nog, daar hij meent dat er in iedere gemeente fondsen bestaan, om arme kinderen te laten onderwijzen , en dus ook alhier wel te vinden zouden zijn.
Was geteekend P. Kwekkeboom.
Tevens neemt genoemde kerkeraad de vrijheid het WEA bestuur dezer stad mede te deelen dat broederen diakenen gaarne rekening wenschten te doen, waarom de kerkeraad den WelEdelen Achtbaren Heer,Burgemeester dezer stad eerbiedig verzoekt eene commissie te willen benoemen benevens plaats en uw aan te wijzen wanneer die rekening in derzelver tegenwoordigheid afgehoord kan worden zooasldat pleegt te geschieden.
Terwijl hij zich met hoogachting teekent.
Namens de kerkeraad
H. Haesebroeck
Preses.

Arnemuiden 17 April 1844
Aan den Kerkenraad te Arnemuiden
Onderwerp: Onderwijzer Kwekkeboom
UEw: missive van gisteren ons mededeelende ten eerste eenen brief van den schoolhouder Kwekkeboom, houdende onder kennisgeving van het steeds meer & meer toenemende getal lerlingen van gealimenteert wordende ouders op zijne school aan UEW verzoeke, daarvoor eene meerdere beloning dan het hem toegekende te mogen worden verzekerd in onze handen gesteld zijnde, met uitnoodiging van ons te mogen vernemen of daarop UEW moet worden geantwoord , zoo hebben wij bij gelegendheid de stedelijk raad op heden bij den anderen was gekomen deze uitnoodiging aan haar oordeel onderworpen , en zijn namens dezelve verzogt geworden UEW te rescriberen.
Dat hoezeer deze Vergadering zich ten volsten overtuigd houdt, de schoolhouder tegenwoordig voor het verleenen van onderwijs aan de kinderen de bedeeld wordende ouders eene te geringe belooning genieten, en zij zijne bekwaamheid en ijver in de uitoefening van zijne schooldienst op hoogen prijs stelt, zij echter niet kan of mag toestaan, dat op de stedelijke of Armenbegrooting daarvoor iets of meerder worde voorgedragen, wijl beide Besturen in hunne finantiën zoodanig zijn en worden uitgeput, dat hoe billijk anders ook, zij onmogelijk nieuwe of meerder lasten dan de reeds bestaande kan noch mag dulden, en dat zij volgaarne de bij meester Kwekkeboom zoo zeer bekende fondsen in deze Gemeente , welke bestemd zijn om arme kinderen onderwijs te verleenen wenscht te worden aangetoond, als wanneer zij dan deszelfs verzoek in nadere overweging zal nemen, latende zij het overigings aan UEWverkiezing over om zoo ter gemoetkoming van den onderwijzer als ter opleiding der Arme kinderen, welke aanvankelijk onderwijs genieten of daarvan nog verstoken zijn, een fonds op te rigten, waaruit aan die kindren het noodige onderwijs kan verleend worden, en waartoe deze vergadering van UEW nader berigt ter approbatie tegemoet ziet
UEW kunt van deze mededeeling den onderwijzer kennisgeven.

Betrekkelijk 2 punt in die missive moeten wij UEW te kennen geven dat hoezeer volgens een al oud gebruik eene commissie uit de regeering bij het doen der Armen rekening tegenwoordig was, de vergadering die tegenwoordigheid overbodig acht wijl dezelve aldaar de magt niet heeft van die goed noch af te keuren,maar dat het onderzoek derzelve ingevolge art 40 van het reglement op het Bestuur ten platten lande tot de verrigtingen van de gemeenteraad behoort, welke dezelve daarna ter finale goedkeuring aande Heeren GS der Provincie opzendt ; dientengevolg Uwe Eerw; voor derzelver vriendelijke uitnoodiging bedanken, met verzoek met het doen dier rekening te willen voortgaan en dezelve daarna aan ons op te zenden.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 18 April 1844
De Districtscommissie van het fonds to aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden zendt hierbij in 3 exemplaren het verhandelde in de Algemeene Vergadering van het Hoofdbestuur etc
De jaarlijksche Collecte op Woensdag den 24 dezer maand.
Opbrengst met gecertificeerden Staat ten stadhuize des voormiddags tusschen tien en twaalf ure.
De Districts-Commissie voornoemd
De Stoppelaar Pres.
Z. Snijder secretaris

Arnemuiden den 18 April 1844
Aan den Leeraar dezer gemeente
De dag voor het doen der Collecte den 24 dezer maand,laten wij UEW de circulaire toekomen.
De Burgemeester
CDB

Opbrengst f.5.73 ½
Opbrengst in bericht aan ZE:den Heere Staatsraad in Zeeland.


Arnemuiden 19 April 1844
Aan GS van Zeeland
Onderwerp: Stadsrekening 1843
De Rekening dezer stad over het afgeloopen jaar 1843 door den stedelijken Raad nagezien en bij voorraad goedgekeurd zijnde , zoo hebben wij met betrekking totno 13 verhuring van huizen & gebouwen waarvoor slechts f.37,50 staat uitgetrokken de eer UEGA mede te deelen dat een der verhuurd wordende huizen in dat jaar slechts 6 maanden & 3 weken door huurders is bewoond geworden, door dien hetzelve op den 22 Julij van dat jaar tijdens de oprigting der ziekenzaal bij de geheerscht hebbende ziekte is moeten gebruikt worden voor een woning van ziekenoppassers en mitsdien voor de overige 5 maanden & 1 week à f.2 per maand de som van f.10,50 als oninbaar wordt voorgedragen, hebbende wij overigens de eer die rekening in triplo met de daarbij behoorende staten & verdere bewijsstukken bij deze ter finale goedkeuring aan UEGA aan te bieden,.
De Burgemeester
CDB


Middelburg, den 15 April 1844
Onderwerp: Voldoening declaratie verplegingskosten ect.
Bij onze missive van den 20 October 1843 hadden wij de eer UEd: te doen toekomen eene declaratie groot f.118,20 wegens verstrekten onderstand aan F. Joosse, huisvrouw van C. Leendertsen, waarvan het bedrag volgens het berigt van het algemeen armbestuur nog niet is voldaan en nemen mitsdien de vrijheid UEd: te verzoeken door derzelver tusschenkomst te bewerken dat die voldoening zoo spoedig mogelijk geschiede.
B & W der stad Middelburg
Paspoort van Grijpskerke
t.o. van HEA
Becius

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 19 April 1844
De prijs der Metrieke mudde
Tarwe f. 7,60
Rogge 5,25
Periode 22 t/m 29 april 1844
Extract etc
Becius.

Extract verbaal Heeren GS Van Zeeland
Vrijdag den 19 April 1844
Het gaat over eene som van f.313- tot algehele voldoening van de kosten voor de te Arnemuiden geheerscht hebbende ziekte.
Timmerwerk
Voorzieningen in de gemelde zaal verpleegde lijders.
Het overbrengen en transporteren der van elders geleende voorwerpen.
Is goedgevonden
Tot gedeeltelijke voldoening van die kosten ad f.561,24, ½ , eene ordonnantie van betaling ad f.436,24 ½ ad Administratieve van ‘s Rijks schatkist.Aan B & W te kennen te geven dat de ontbrekende som van f.125- in specie beschikbaar is gesteld ter provinciale griffie en daar kan worden ontvangen etc.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening
Hieronder zouden een aantal weekstaten van kosten der ziekenzaal kunnen worden aangegeven.
In plaats daarvan de toelichting op de afrekening uitgaven ziekenzaal

Arnemuiden den 23 April 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Afrekening uitgaven ziekenzaal
In voldoening aan art 3 van UEGA
Circulaire van den 19 April, hebben wij de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen de rekening en verantwoording betrekkelijk onze geschrevene / administratiën over de tijdelijk bestaande ziekenzaal gedurende de in 843 alhier geheerscht hebbende ziekte, met en benevens een specifieke staat der wekelijksche aan onderscheidenen voorwerpen der nu gedane uitgaven blijkens hierbij gevoegde wekelijksche nota ’s van onderscheidene hoveniers, waarvoor wij elken schuldeischer op eene geregelde ? betaalrol nadat wij hunne pretensiën van alle derzelven leverancien gedurende het bestaan der ziekenzaal hadden bijeengetrokken en tot wegneming van het bezwaar dat niet elk elke ?? pretensie van voor de f.10- op eene geregelde kwitantie mogt gesteld worden, daarop voor voldaan laten teekenen en hetwelk wij vertrouwen dat UEGA goedkeuring zal mogen wegdragen,
Bij deze gelegendheid gevoelen wij ons ten duursten verpligt UEGA namens onze gansche gemeente den warmsten dank toe te brengen voor de zoo zeer krachtdadige bijstand aan dezelve bewezen in een oogenblik dat schier de geheele ???? bedreigd werd door deze heerschende ziekte te worden verslonden en wij geene fondsen bezaten om die middelen te baat te nemen welke onder de Goddelijke voorzienigheid strekken konde.
Om dezelve in hare waarde te stuiten en hoezeer dan wel niet aanstonds hare besmettende kracht werdt uitgedelgd mogten wij toch in waarheid ondervinden dat de aangewende poging door Gods zegen met den besten uitslag werden bekroond daar wij in het herstel van vele lijders waarvan niet dan den gewissen dood te verwagten was, al spoedig mogten verheugen, wie dan ook als van den dooden opgestaan, aan hunne betrekkingen werden hergeven, waar zij door de mildadigheid van Middelburgsche en andere menschevrienden nog gedurende eenige tijd de noodige verfrissing konde worden toegedeeld.
Ontvangt dan nogmaals onzen dank. God hopen wij spare UEGA en de stad uwer inwoning van dergelijke ramp, welke tijdens haar bestaan hoogst bedroevend is en nadien deze gemeente jaren achter den anderen de wrangste vructen zal doen gevoelen die ons de toekomst bij de geringste verdiensten alhier met kommer doet tegemoet zien, dat ons vervrijmoedigd zelve met den meeste eerbied als een voorwerp van UEGA bijzondere aandacht gunstig te mogen aanbevelen..
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden ,
Het Hervormd Diaconie Armbestuur alhier heeft de eer deze met bijgevoegde Declaratie van verstrekten onderstand in de maanden Januarij & Februarij ll aan Dina de Witte, weduwe van wijlen A.Bak den Achtbaren regering toe te zenden met verzoek bovengemeld Document opzending naar Goes gelieve te bewerkstelligen.
Namens het Hervormd Diaconie Armbestuur
H.W.Hoogerheijde ontvanger

Arnemuiden den 29 April 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Benoeming tegenschatters
Tengevolge Uwe Excie circulaire van den 17 dezer maand PB no 54, hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven dat door den Raad dezer stad als tegenschatters om aan de zijde der belastingschuldeisers te dienen zijn benoemd de personen van J.K. Crucq & P. Van Eenennaam waarvan aan de ingezetenen bij publicatie op heden is kennis gegeven.
De Burgemeester
CDB

Extract uit verbaal van Heeren GS van Zeeland
Naar aanleiding der verslagen van de Districts Schoolopzieners op den 10 dezer maand gehoudenen vergadering der Commissie kennis gegeven zijnde.
Dat te Arnemuiden op eene bevolking van 1363 zielen wel 100 kinderen van het onderwijs zijn verstooken en slechts een honderdtal school gaat in een bouwvallig lokaal eigendom van den gepensioneerden onderwijzer, lang 8, 7 el breed5,6 el hetwelk volstrekt vergrooting behoeft, waarmede wel behoorde te worden aangevangen, doch waarin naar het oordeel van het Stedelijk Bestuur wijders zwarigheid maakt aan den onderwijzer vrijheid te verleenen het onderwijzers gezelschap, hetwelk 10 malen ’s jaars op Zaturdag ’s morgens ten 10 ure te Middelburg gehouden wordt, bij te wonen ten ware de onderwijzer dien Zaturdag in plaats van ’s morgens des middags school houde, ten gevolge waarvan hij thans verpligt is het gezelschap voor het einde der bijeenkomst te verlaten en alligt zal besluiten om het gezelschap nu en dan niet bij te wonen, dat hij intusschen des woensdags namiddags schoolhoudt en in de week in welk het gezelschap vergadert met eenen schooltijd vrij is, dat hij deswege in eenen geheel exceptionelen toestand verkeert en vergeleken met al de overige onderwijzers in het Eiland, die den geheelen Zaturdag geen school hebben.
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat in de gebouwen tot de openbare scholen in de smalsteden, dorpen en andere gemeenten behoorende, als voorwerpen van gemeentelijk belang, niet door de onderwijzers maar van gemeente wege behoort te worden voorzien, gelijk dan ook bij art: 18 van het Huishoudelijk Schoolreglement voor deze provincie van den 22 September 1806 aan de Gemeente besturen is aanbevolen voor de verbetering en het onderhoud derzelve zorg te dragen; dat vermits het schoollokaal in hunne stad verbetering en vergrooting behoeft, de Vergadering dezelve moet uitnoodigen om dit belang bij den Stedelijken Raad in overweging te brengen en deszelfs deliberatie , houdende voordragt tot voorziening in een aan de behoefte voldoend lokaal, hetzij door het stichten van een nieuw school gebouw hetzij tot aankoop en verbetering van het bestaande en tot vinding der daarvoor vereischt wordende fondsen, vergezeld van een plan en begrooting van kosten, waaromtrent de voorschriften vervat in Provinciaal blad no 74 van 1828, zullen behooren te worden in acht genomen, aan de vergadering te doen toekomen.
Dat deze vergadering het in belang van het onderwijs wenschelijk en voor de verdere ontwikkeling van des onderwijzers begaafdheid nuttig oordeelende, dat de laatstgenoemde de onderwijzers gezelschappen te Middelburg geregeld bijwone, waartoe in al de overige gemeenten van het district de onderwijzers door de plaatselijke Besturen in staat worden gesteld , geenerlei bedenking heeft dat door HEA aan den Onderwijzer ontheffing worde verleend van het schoolhouden op den Zaturdag waarop gedacht gezelschap vergadert en alzoo behoorlijke gelegenheid tot het bijwonen van hetzelve zoo wel als tot het behoorlijk doen luchten en reinigen der school verleend worde, waarin de vergadering vertrouwt dat door HEd: geene verdere zwarigheid zal worden gemaakt, en waarvan het haar aangenaam zal zijn de verzekering van B & W te ontvangen
extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Den ontvangst van UEGA resolutie van den 19 dezer maand no 30, houdende uitnoodiging ten gevolge verslag van den Districts Schoolopziener dat door het stedelijk Bestuur alhier voordragt mogt worden gedaan tot het stichten van een nieuw schoolgebouw of verbetering & aankoop van het bestaande met toezending van een plan en begrooting van kosten, heeft ons de raad bij een doen roepen en dezelve het daarbij gedaane verzoek aan hare overweging onderworpen en na de deswegens gehoudenen deliberatiën verzocht geworden UEGA mede deelen
1 dat de vergadering zich niet overtuigd houdt dat nu deze gemeente een honderd tal kinders van het onderwijs verstoken zijn, daar zooals wij nog kortelijk geleden Zijne Exceie den Heere Staatsraad Gouverneur bij onze missive van den 7 Februarij kennis gaven , een groot gedeelte van kinders welke van dat onderwijs zouden gebruik kunnen maken op de weverij zich bevinden, waar zij wegens de nood waarin hunne ouders verkeeren toe verpligt zijn, dat een andere gedeelte hiertoe zich buiten staat bevinen, wijl dezelve bij absentie hunner ouders op kleinere broertjes of zusjes het noodige toezigt moeten houden daar dezelve geene middelen hebben om dit aan anderen op te dragen, dat zij ook niet is overtuigd zulks in een bouwvallig lokaal plaats heeft hetwelk nog niet zoo veel jaar geleden daartoe is ingerigt hetwelk boven hare medegedeelde lengte & breedte tot aan den zolder eenen hoogte heeft van 3,2 el ? , hetwelk aan drie zijden door de ramen naar behooren kan worden gelucht en steeds ten koste dezer stad in goeden staat wordt gehouden; zoodat het de vergadering bevreemd dit gebouw op zulke eene wijze door door den District Schoolopziener wordt afgeschilderd doch hetwelk tot het verkrijgen van Zijn Ed. Oogmerk alzoo moet plaats hebben daar reeds meenig aanzoek hiertoe heeft plaats gevonden, dan uit hoofde steeds ten allen dage door den schoolhouder daarin is voorzien en bij de aanstelling plegtig is beloofd dit voortdurend te zullen doen en ook wij de naam zijn toegekend geworden van een stad hierin altijd hebben gedifficulteerd en bovendien wel om nog grootere reden de stedelijke financiën niet gedogen dat voor iets hetwelk zij vermeend alsnog kan gemist worden, of te minsten niet het noodzakelijkst te wezen haar geld te verspillen, daarbij de steeds meer & meer achteruitgaande gang der gemeente, als ook van het Armwezen welke boven een aantal afgeleefde menschen, 26 weezen ten hare laste heeft, en willen wij de ingezetenen niet meerder belasten , zoo spaarzaam immers mogelijk de stedelijke fondsen moeten bewaren, en niet aan de vergadering zijne stem kan verleenen, dezelve voor een nieuw schoolgebouw of tot vergrooting en aankoop van het aanwezige te besteden, doch dat indien UEGA mogt goedvinden om zonder iets van onze kosten een nieuw schoolgebouw te verleenen wij hetzelve zullen aannemen niet wegens overtuiging van den volstreketn noodzakelijkheid kunnen besluiten UEGA hierin te verzoeken daar onze Gemeente in het afgeloopenen jaar bij een dringende nood , zoo eene groote ondersteuning heeft mogen ontvangen.
Wij de uitnoodiging hiertoe ondankbaar en onbescheiden zoude achten te meer daar bij eene raadvragening aan ZE: den Heere Staatsraad Gouverneur met betrekking vanuit armoede? Zijne Excie bij deszelfs missive van den 1 December jl te kennen gaf dat in zover? wij op eenige hulp uit de Prov. Fondsen mogten rekenen, wegens de belangrijke bijdrage uit dezelve in dat jare genoten , daarvoor geen het minste uitzigt bestond,
B Dat de vergadering hoezeer onbekend met het nuttige der maandelijksche bijeenkomst der onderwijzers dezelve nog nimmer den onderwijzer heeft belet daarvan gebruik te maken zoo min als aan deszelfs voorganger doch dat bij aanstelling van den tegenwoordigen schoolhouder ter gemoetkoming van bankroeten?? op verzoek van den districts schoolopziener schoolgeld der kinderen hetwelk vroeger dagelijks wierd betaald, zulks bepaalt hebben dat eens per week zoude geschieden onder uitdrukkelijk beding dat hij des Zaterdag morgens verpligt was school te houden en waarop alstoen ook gerekend is ; om deze reden dan ook heeft de vergadering bepaald dat de schoolhouder des zaterdags geene school behoefde te houden, doch verpligt zoude wezen het alsdan teveel betaalde schoolgeld dat reeds des maandags voor de geheele week vooruit wordt gegeven aande kinders restitueren.
Hoezeer nu deze bepaling alleen ter gemoetkoming van de onvermogende plaats vindt, welke reeds door de gedurige absentie van de onderwijzer zoo door het gezelschap als wegens bezoeken naar zijn ouders klagten inbragten,en volstrekt daardoor den onderwijzer niet belemmerd werdt om zijn gezelschap waar te nemen, zoo mogt dit niet de goedkeuring van den district schoolopziener wegdragen maar hebben tengevolge eene ontvangene missive van Zijn Ed. welke zoo wat eene dreigende houding aannam doch ons het minste niet in het harnas joeg, ter gemoetkoming van de onderwijzer ons besluit gewijzigd, en wel in dier voege dat hij des Zaturdag van het schoolgezelschap geheel zoude bevrijd wezen, doch den daarop volgende Zaturdag ter gemoetkoming van onze arme ingezetenen gehouden zijn den geheelen dag school te houden, en mitsdien dit punt door den district schoolopziener aan UEGA verkeerdelijk heeft onderrigt wijl de regeling geen gevolg kan hebben hij vroeger het gezelschap behoeft te verlaten of in het geheel niet te komen.
Dit schijnt echter de goedkeuring van Z.E. niet weg te dragen waarom ZE zich daarover heeft beklaagd.
De Raad vindt in dit besluit geen de minste hardheid en kan ook niet besluiten daarvan terug te komen, hoezeer hij volgens ZE meening in eenen geheel exceptionelen toestand met andere onderwijzers verkeert. Elk Bestuur is verpligt de belangens van zijne Gemeente en ingezetenen naar de zich voordoende omstandigheden volgens derzelver vermogen en en naar de gezworen eed te behartigen en dit vermeent zij met kracht te doen en uit dien hoofde mag zij geen gehoor geven aan den schoolopzieners verzoek, welk in nadeel strekt der ingezetenen ten ware wij door hooger magt daartoe werden gedwongen, als wanneer wij ook dan achten zouden onze taak te hebben vervuld.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van Heeren GS van Zeeland
Den 26 April 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5.25
Periode 29 April t/m 6 Mei 1844
Extract etc
Becius,secretaris

Arnemuiden, den 1 Mei 1844
Schouwing & Omgang
B & W der stad Arnemuiden , maken bekend dat door of van wege het Stedelijk Bestuur alhier op Woensdag den 15 Mei aanstaande een schouwing zal plaats hebben op de schoorsteenen en andere Stookplaatsen , op het gebruik der nieuwe Nederlandsche Maten en Gewigten, wordende een iegelijk bij deze uitgenoodigd om te zorgen dat op den deswegens bestaande bepalingen geene overtredingen worden gevonden daar de nalatigen in dezen strengelijk zullen worden achtervolgd.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid aan den dag legge zal deze worden aangeplakt ter plaatse waar zulks gebruikelijk is te geschieden.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
De Prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,25
Periode 6 t/m 13 Mei 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Haarlem, den 2 Mei 1844
Wij hebben de eer UEA hiernevens in te zenden de declaratie wegens verleenden onderstand aan Jannetje Huisson
Ten bedrage van f.7,69 met verzoek ons dit bedrag binnen den bepaalden tijd van 3 maanden te willen overmaken.
Het domiclie van onderstand is door UEA erkend laatstelijk bij missive van den 5 Februarij jl.
Tevens verzoeken wij UEA bijgaande stukken deze persoone toebehoorende aan haar te doen ter hand stellen.
B en W der stad Haarlem
Handtekening

Arnemuiden, den 6 Mei 1844
Het Diaconie Armbestuur heeft de eer aan het Achtbaar Bestuur de hier bijgevoegde Armenrekening over 1843 te doen toekomen.
Uit Naam van het Diaconie
Armbestuur
H.W.Hogerheijde

BEKENDMAKING
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat ten gevolge de groote droogte welke bij voortduring aanhoudt verboden wordt tot nader bekendmaking het schuren van straten, stoepen of huizen, en dat wie dit verbod overtreedt ingevolge de bestaande bepalingen zal worden achtervolgd.
De Burgemeester
CDB
Arnemuiden den 2 Mei 1844

Extract Notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,50
Rogge 5,30
Periode 13 t/m 20 Mei 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden den 14 Mei 1844 ,
Aan den Heer Haesebroeck
Predikant te Arnemuiden
Wij hebben de eer bij UEW te doen toekomen eene besluit van ZM onzen Geeerbiedigden Koning houdende eene mededeling van den zwangeren toestand eener hoogstdeszelfs geliefde dochter, uitschrijving van gebeden voor de voortdurende welstand en voorspoedige bevalling van HKH.
Wij verzoeken UEW om overeenkomstig den inhoud van dat Besluit in den Godsdientoefening te willen voldoen.
De Burgemeester
CDB

Inschrijving Schutterij
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat gedurende den loop van deze maand bij den secretaris alhier zal gereedleggen een register ter inschrijving voor de schutterij van alle manspersonen geboren in het jaar 1819 en dat daartoe bijzondere gelegendheid zal worden gegeven op zaturdag den 25 Mei aanstaande des nademiddags ten 5 uren op het stadhuis alhier.
Noodigen mitsdien elk en een iegelijk uit om van deze gelegendheid gebruik te maken
Zullende hij wien zich ter inschrijving voor den 1 Junij eerstkomende niet zal hebben aangegeven ingevolge de wet gestraft en zonder loting bij de Schutterij ingelijfd worden.
Arnemuiden 15 Mei 1844

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
In aanmerking nemende
Heeft goedgevonden
Te benoemen
Tot Brigadier over de 1e Brigade Veldwachters in het 1e District der provincie Zeeland Cornelis Dourleijn thans veldwachter in de gemeenten Serooskerke & St.Laurens met last om in eerstgem: gemeente gestationneerd te blijven.
Afschrift etc
Middelburg 14 Mei 1844
Handtekeningen

Arnemuiden 17 Mei 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: onderhoud Molenpolder
In voldoening aan UEGA resolutie van den 28 Januarij 1844 hebben wij de eer U hierbij te laten toekomen eene negatif berigt voor den onderhoud van den Molenpolder aan deze stad behoorende gedurende het loopende jaar 1844.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden , 21 Mei 1844
Aan den Staatsraad Gouverneur
Wij hebben de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een afschrift van een verbaal betrekkelijk de plaats gehad hebbende schouwing op de ovens & andere stookplaatsen welke op den 15 dezer maand alhier heeft plaats gehad,terwijl wij die der maten & gewigten, als het onderzoek van het brood, zoo spoedig mogelijk aan Uwe Excie zullen inzenden.
De Burgemeester
CDB

Heden den 18e Mei 1844
De ondergeteekende B & W der stad Arnemuiden, verklaren dat overeenkomstig de bestaande voorschriften, den omgang en naziening van de ovens, schouwen en Stookplaatsen in deze Gemeente na dat veertien dagen bevorens daarvan behoorlijke bekendmaking was gedaan, op den dag van gisteren en heden heeft plaats gevonden, dat sedert de laatstvoorgaande schouwing geene veranderingen daar bij zijn voorgekomen, en dat de zuivering derzelve over het algemeen voldoende was geschied doch bij sommige dit noch mogt verrigt worden dat wegens gebrek aan water om hunnen woning, zoo als gewoon in deze tijd schoon te maken vertraaging hadt te weeg gebragt, dan op aanbeveling hebben aangenomen het zelve te zullen doen verrigten, dat nader bij dezelve zal worden nagezien.
Waarvan dit verbaal door ons is opgemaakt en geteekend op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
De Wethouder A: Adriaanse De Burgemeester: Corn: Dan: Baars

Extract uit Notulen van B&W van Middelburg
Den 17 Mei 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,30
Periode 20 t/m 27 Mei 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 24 Mei 1844
Onderwerp: Permissie biljetten
Ik heb de eer naar aanleiding van de door UEA ingezondene voordragt voor het afmaaijen van gras op de zijkanten der wegen in dit Eiland hiernevens aan UEA de permissie billetten te doen toekomen met verzoek dezelve aan de belanghebbenden te willen uitreiken.
Voor den President der Centrale Directie van Walcheren afwezig
Sprenger
Jacobus Meulmeester no 3,4 en 9
Willem Goverse 5
De Wed. Berens 7

Arnemuiden 24 Mei 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Rupsennesten
In voldoening aan den inzending van Uwe Excie circulaire van den 11 Jan. Jl BB no 15, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten dat wij op den Ontvangst dier circulaire onverwijld zijn overgegaan tot de afkondiging der Wet van den 26 Ventôse 4e jaar betrekkelijk de zuivering van boomen van alle rupsennesten, dat op de bepaalde tijd is omgang gedaan en geene nalatigen in deze Gemeente gevonden zijn,terwijl stadsboomen als na gewoonte zijn nagezien doch weinig of geen van dat ongedierte ontdekt.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 24 Mei 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,50
Rogge 5,40
Periode 27 Mei t/m 3 Junij 1844
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden den 1 Junij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Afkondiging Kohieren
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 13 Mei BB nr 74 hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven,
Dat de afkondiging van het suppletoir kohier van het patentregt dienst 1843/1844 alhier heeft plaats gehad op den 8 Maart jl.
Het kohier no 4 mede van het patentregt opden 6 April jl en
Dat van de Personele belasting Kohier no 3 dienst 1843,1844 en het veefonds 1844 insgelijks
Beide op den 6 April jl, terwijl die van de grondbelasting voor de loopende dienst reeds op den 30 Decb van het verloopenen jaar heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 30 Mei 1844
Onderwerp: Meer of mindere gegeodheid der kinderen van J. Willeboordse
Bij UEG missive van den 19 Februarij jl no 42 houdende berigt op het adres van J. Willeboordse, om ontslag uit de Ommerschans is onder anderen gezegd dat UEd. vertrouwen dat hare kinderen in staat zijn om van het noodige levensonderhoud te voorzien.
Vermits er alzoo geen voldoend bewijs is geleverd dat hare kinderen in staat zijn om derzelver moeder het noodig onderhoud te verschaffen, heeft de permanente commissie der Maatschappij van Weldadigheid zwarigheid gemaakt om op het verzoek der adressante gunstig te adviseren.
De Minister van Binnenlandsche zaken verlangt mitsdien dat er een nader pertinent onderzoek omtrent het al dan niet in staat zijn der kinderen van gem: J. Willeboordse om hunne moeder ontslagen wordende te verzorgen, plaats hebbe,
Onder mededeeling van een en ander verzoek ik UEA gedacht onderzoek in het werk te stellen en den uitslag daarvan aan mij mede te deelen.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland,
Van Vredenburch

Arnemuiden den 4 Junij 1844
Uwe Excie missive van den 30 Mei jl Ano 3523 houdende uitnoodiging tot het doen van nader onderzoek betrekkelijk de meer of mindere gegoedheid der kinderen van Janna Willeboordse ingeval dezelve haar ontslag uit den Ommerschans mogt verkrijgen genoegzaam in staat zoude zijn om hunne moeder van het noodige levensonderhoud te voorzien, zoo hebben wij in voldoening aan die missive de eer Uwe Excie mede te deelen dat het deswegens gehouden onderzoek ons het navolgende heeft kenbaar gemaakt dat hare dochter Clasina Kasse Den ouderdom van 22 jaar bereikt hebbende op de callicots weverij alhier is geplaatst, alwaar zij tegenwoordig als tevens het huishouden moetende waarnemen, geen groot gewin heeft en dit slechts kan bepaald worden op f.2- des weeks, hetwelk bij eene gewenschten te verleenen ontslag van hare moeder aanmerkelijk zoude vermeerderen, doordien dezelve alsdan bovenstaande werkzaamheden vroeger zou moeten verlaten ten einde zoowel voor haar als haren broeder Cornelis Kasse het middagmaal in gereedheid te brengen; dat dezen haren broeder zijnde ongehuwd den ouderdom
Van 20 jaren heeft bereikt, is visscher van beroep, welke tegenwoordig zich genoodzaakt vindt zijn gevangene visch aan vreemde ter uitventing te moeten overgeven, hetwelk vroeger door zijn moeder plaatsvond en daardoor ook zijn inkomen aanmerkelijk is lijdende , hetwelk voor het tegenwoordige op f.3- des weeks kan gesteld worden.
Dat een andere ongehuwde dochter zijnde Grietje Kasse is dienstbaar welke mede heeft beloofd iets van hare Loon? tot onderstand van hare moeder af te staan , terwijl een kleinder meisje ????? door haren broeder Andries Willeboorde landman aan de LV Polder waar zij geene verder last heeft.
Indien men nu in overweging neemt dat door haar ontslag en het gewin van hare dochter en dat van hare zoon aanmerkelijk staat te verbeteren en zij daardoor genoegzaam in staat zijn om in hare behoeften waarbij zij tevens mede is werkzaam, te voorzien, zoo kunnen & mogen wij niet anders , zoo in het belang van haar bedroefde zeer oppassende kinders als dat van onze Sted. Financiën Uwe Excie vriendelijk maar tevens dringend verzoeken, om mede werkzaam te zijn tot bevordering van haar ontslag opdat zij uit den voor haar zoozeer ellendigen toestand mag worden verlost en aan hare kinderen wedergegeven.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W
Den 30 Mei 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,75
Rogge 5,50
Periode 3 t/m 10 Junij 1844
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden 3 Junij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp”Nationale Militie
De milicien verlofganger Arij Albertus Verhorst van de 2 Comp van het 1 Batt 6 Regiment Infanterie zich metterwoon in deze gemeente gevestigd hebbende,zoo hebben wij in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 11 April 1840 PB 38 daarvan kennis te geven, hebbende dien milicien laatstelijk gewoond te Wissenkerke.
De Burgemeester
CDB

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den24 Mei 1844
Verzoek om te kunnen beschikken over fondsen , welk bij de begrotingen van de gemeenten voor onvoorziene uitgaven over 1843 zijn toegestaan..
Is goedgevonden:
Dat die staten van begroting worden gearresteerd .
Extract et
Handtekening

Haarlem den 4 Junij 1844
Wij hebben de eer UEA hiernevens voldaan geteekend terug te zenden, de declaratie van Heeren Diakenen der Ned.Herv. Gemeente alhier wegens verleenden onderstand aan Jannetje Huissoon en een kind ten bedrage van f.7,69 waarvoor het bedrag bij Heeren Diakenen alhier is ontvangen
B & W der Stad Haarlem.
Handtekening


Arnemuiden,8 Junij 1844
Aaan Heeren GS van Zeeland
Armrekening
Door den raad dezer stad de rekening van het Diaconie Armbestuur dezer Gemeente van het vorige jaar 1843 bij voorraad opgenomen zijnde zonder dat tegen dezelve eenige bedenking zijn voorgekomen, zoo hebben wij de eer bij deze dezelve in triplo elk met den daarbij behoorende staat voorzien ter finale goedkeuring aan UEGA aan te bieden.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 7 Junij1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,90
Rogge 5,60
Periode van 10 t/m 17 Junij 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden den 8 Junij 1844
Zetting van het Brood in de gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.7.90
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 Oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 17 cent
Idem 15 oncen 25 ½ cent
Idem 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Over de begrooting van het ½ bataillon Rustende Schutterij no 1 in dit Gewest over het jaar 1844
Is goedgevonden
De Begrooting goed te keuren behoudens de daarin gebragte wijzigingen: f.495
Het aandeel van Arnemuiden = f.36,65
Extract etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Middelburg den 8 Junij 1844
Onderwerp: Inzending armrekening 1843
Door UEd nog niet voldaan zijnde aan het gevorderde bij art.2 van het besluit van Heeren GS dezer provincie van den 8 Maart 1827 no 22 PB no 40
Heb ik de eer UEd: te verzoeken de rekening van het diaconie-armbestuur uwer gemeente over 1843 ten spoedigste aan HEGA te doen geworden
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Aagtekerke den 8 Junij 1844
Wij hebben de eer UEA te berigten dat Zacharias de Koster Verhage, onlangs uit deze Gemeente naar Arnemuiden vertrokken behoort tot de 1e Categorie van den 1e Ban der Rustende Schutterij, geregtigd zijnde om in 1847 tot de reserve over te gaan.
Burgemeester & Assessoren van Aagtekerke
Maljaars
Ter ordonnantie van dezelve
G.A. Kesteloo secr.

Weledele Heer en Raden der Stede Arnemuiden
De vriendelijke mesive/missive van dato 13 Junij 1844 ontfangen hebbende en gezien dat ik aangeklaagd ben omdat ik den pijper Naar Jan Noom heb gezonden omdat die geld geld hebben moest wel waar kon ik het beter naar toezenden ?
Over eenigen tijd heb ik Maatje van Nanne naar Jan Oversluis gesturrd met dezelfde boodschap. Waarom ben ik toen niet aangeklaagd ?
Ik heb den pijper zelf niet gesproken en niet gij zegt ik ben niet wel mijn mijd heeft dat gezegt even als de mijd van den Burgemeester die zijde toen den pijper daar kwam Mijn heer slaapt en ik kan die daarvoor niet wakker maken: kom morge terug.
Ik vraag geene verschooning voor mijn gedrag maar ik vraag! Ben ik een dwijl van den pijper zijn vrouw die van haar eerste mij niet wilde: ik was niet goed zij moest van Opdorp hebben en van hare tweede Jan Noom en nu zij door wan betaling nog Noom nog Oversluijs krijgen kon nu moest ik komen en worde daarom beklaagd.
Ik vraag of ik niet alleen arme maar die te lui zijn om te werken, jonk zijn en geene kinderen hebben of ik die ook voor niet moet helpen.
Waarom staat dan in mijne aanstelling dat zij verpligt zijn mij voor elke verlossing vier gulden te betalen daar ik er reeds een zestigtens op mijn boek heb staan.
Ik van sommige 4-5-6-8 jaa zelf van anno van vier/Pie ?.
nu dood 10 gulden hebben moest dus van meer dan van eene verlossing; vele van die hebben daar zij bij mijn schuldig zijn naderhand een meester genoomen en die al of niet betaal .
Ik ben niet aangesteld om verlossingen voor niet te doen en dat verkies ik ook niet.
Een arbijder is zijn loon waardig, niemand werkt graag voor niet of moet ik dat alles voor niet doen.
Voor de 100 g. Traktement die zoo vaak beknibbeld is daar mij schriftelijk is belooft 104 gulden en een kwart last torf dat ik in geene dertig jaaren meer heb ontfangen gezweegen van 259 g. En 11 ?? kustwagters geld dat ik heb moeten laten zitten.
Ik wil niet hoopen dat de regering een middel zoekt om mij naa eene 36 jarigen dienst aan den dijk te jagen. Noogt.nog? heeft de Regering klagten over mij gehad in dien tijd voorheen was ik alleen en nu met mijn drien? en die de heren meesters nu niet gelieven te helpen zoude ik voor niet moeten helpen. Zeker is de regeering door den een of ander opgeruid om mij van kant te helpen. Wij zullen echter zien, hoe ver dit plan gelukken zal; voor niet doen ik geene verlossing of de regering moet aan de hulpbehoevende een briefje van onvermogen ter hand stellen: En spoedig zullen zij altemaal onvermogend zijn. Bij voorbeeld Lambert Relte daar moet ik vier gulden van hebben van over jaaren. Sedert heeft zij van Opdorp gehad en wederom Oversluis en niet betaald en? Moet zij Noom hebben en als Noom niet te huis was of niet wilde dan , dan moet ik wederom komen en helpen haar voor niet en heeft hij gezegt hij zoude mij wel dwingen om te koomen, is dat billik?
Pietmaatje vrouw van Egbert Keur ik heb haar van haar eersten kind verlost niet betaald, Oversluis van haar tweede niet betaald; nu heeft zij gezegt zij terstond? ons alle bij als zij verdere imand nodig heeft gaad zij om Noom wildt die dan niet dan zoude ik wederom voor niet moeten koomen. Zij hebben geen kinders,zijn die alle arm? Jonkvolk zonder kinders even als den pijper – neen dat kan niet ,daar kan ik niet van leven, 100 gulden—is daarvoor niet toegekend, als ik alles alleen had dan was het nog iets , maar nu met mijn drieën en heele vermogende hebben een docktor en ik de armen. Voor niet eene schoone berekening.
Ik heb vrouwen naa haar mans dood voor niet geholpen, maar ik zeg het nog eens: jonkvolk geen kinders, ik doe het niet voor niet helpen, en den grafdelver voor niet ze ter aarde doen, dat is gemakkelijk.
Ik zoude nog veel meer voorbeelden konnen noemen, doch ik heb genoeg gezegt om de Heeren wat gemaatigger te stemmen,of zij genijgd mogten zijn de zaak verder te trekken ik ben insgelijks geneegen om mij daar te laten vinden. Ik ben verder met allen schuldigen Eerbied Mijne Heeren
UEA DW Dienares
Maria Vermeulen
Stadsvroedvrouw
Arnemuiden
11 Juni 1844

BEKENDMAKING
B & W der stad Arnemuiden
In aanmerking genomen hebbende dat de aanhoudende droogte , noodzakelijk gebied dat er maatregelen van voorzorg genomen worden.
Hebben goedgevonden & verstaan tot nadere bekendmaking op eene boete van twee guldens te verbieden het schuren van straten , stoepen, glazen of huizen, zullende diegenen welke zich aan dit verbod schuldig maken, bij proces verbaal geconstateerd ter vervolging aan de competenten regter worden ingezonden.
De Burgemeester
CDB
Arnemuiden den 11 Junij 1844

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 14 Junij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,90
Rogge 5,75
Periode 17 t/m den 24 Junij 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 14 Junij 1844
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar kohier
Hierbij gaat het op den 7 dezer invorderbaar verklaarde suppletoir kohier no 5 van het Patentregt Uwer gemeente, dienstjaar 1843/1844 4e kwartaal.
Gaarne vermelden binnen 5 dagen wanneer de afkondiging heeft plaatsgehad.
De Controleur der Directe Belastingen
Handtekening

Arnemuiden den 19 Junij 1844
Aan den Staatsraad Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Verbaal nazien brood.
Wij hebben de eer hierbijaan Uwe Excie te doen toekomen een afschrift van het verbaal betrekkelijk een door den Burgemeester gehouden onderzoek naar de hoedanigheid van het binnen deze Gemeente gebakken wordende brood, mitsgaders op het gebruik der nieuwe Nederl: Maten & gewigten en den onderhoud der voetpaden, welke alles door hem geadsisteerd door één der wethouders op den 12 dezer maand heeft plaats gevonden.
Deze werkzaamheden door de indispositie van den Burgemeester eenigszins vertraagd zijnde vermeenen wij daar het bepaalde tijdstip reeds verstreken zijn Uwe Excie met ware oorzaak daarvan te moeten bekend maken.
De Burgemeester
CDB

Heden den 12e Junij 1844
Heb ik Burgemeester der stad Arnemuiden overeenkomstig de bestaande voorschriften verzeld van den wethouder Adriaan Adriaanse bij de broodbakkers in deze Gemeente het noodig onderzoek gedaan, na de hoedanigheid en gewigt van het brood en bevonden dat het zelve zoo in een als ander ten vollen voldeed aan de bepalingen in het Broodreglement vastgesteld, terwijl wij voorts in de werkplaatsen en winkels ook hebben nagezien de maten en gewigten waaromtrent wij geen de minste overtreding der Wet hebben ontdekt, als niet anders gevonden dan geijkte Nederlandsche maten en gewigten en ten aanzien van de voetpaden mogen wij verklaren dezelve in eenen goeden staat zijn, waarvan de meeste voor Rekening dezer Stede steeds behoorlijk worden onderhouden.
Waarvan wij dit verbaal hebben opgemaakt en geteekend op dato als in hethoofd dezes is gemeld.
De Wethouder De Burgemeester
A: Adriaanse Corn: Dan: Baars

Arnemuiden 19 Junij 1844
Aan den Heer Burgemeester & Assessoren
Van Oost & West Souburg
Onderwerp: Mutatie Schutter
Wij hebben de eer UEA te berigten dat Job Klaasse onlangs uit deze Gemeente naar Oost & West Souburg is vertrokken; behoort tot den 1 Categorie van den 1e Ban der rustende Schutterij, en geregtigd is om in 1845 tot de reserve over te gaan.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden, den 21 Junij 1844
Onderwerp: Gift van Hare Majesteit voor het onderwijs aan kinderen aan minvermogenden te Arnemuiden.
Ten gevolge van het door mij uitgebragte berigt en advies op het door den Predikant H. Haesebroeck, in uwe Stad aan Hare Majesteit de Koningin gerigt request, strekkende tot verkrijging van onderstand ter bevordering van het onderwijs te Arnemuiden waartoe betrekkelijk was UEA missive van den 7 Februarij ll no 69,heeft het Hoogstdezelve behaagd eene gift van f.100- voor eens ter mijner beschikking te doen stellen voor het onderwijs van Kinderen van zoodanige minvermogende niet bedeelde ouders in uwe stad, die tot bekostiging daarvan buiten staat zijn, maar in Hare Majesteit bijzonder is geleid door een gevoel van erkentelijkheid voor de door de Arnemuidenaars in 1830 en later bewezen diensten.
Na omtrent de wijze waarop de bedoelde gift overeenkomstig Harer Majesteits intentie het best zal kunnen worden besteed met den Districte Schoolopziener in overleg te zijn getreden, die mij bij zijn daartoe betrekkelijk voorstel meldde de zekerheid te hebben dat de onderwijzer bereid is een getal van 20 leerlingen een vol jaar onderwijs met schoolbehoeften te geven tegen f.5,- ’s jaars voor iederen leerling , zonder onderscheid van klasse, is door mij nopens de aanwending der meergenoemde gift ten voorschreven einde een regelmaat vastgesteld.
De opdragt aan den Districts-Schoolopziener en de Commisie van plaatselijk schooltoevoorzigt in uwe stad van de in die regelmaat bedoelde bemoeijingen is in den geest der bestaande Schoolverordeningen die de aanwending der zorg voor het onderwijs aan eerstgemelden met behulp der laatstgemelde voorschrijven.
Ik heb de eer een exemplaar der voorziene regelmaat hiernevens aan UEd te doen toekomen met verzoek om hetzelve aan de Commissie van plaatselijk schooltoevoorzigt in uwe sad onder mededeeling van het vorenstaande ten spoedigste uittereiken en haar mijnentwege uittenoodigen om voor de uitvoering der daarin vermelde beschikkingen voor zoo veel haar betreft met overleg van den Districts-Schoolopziener zorg te dragen
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 21 Junij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,30
Rogge 5,75
Periode 24 Junij t/m 1 Julij 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden den24 Junij 1844
Zetting van het brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde f.8,30
Een brood van 2 oncen 03 ½ cent
Idem 5 oncen 09 cent
Idem 10 oncen 17 ½ cent
Idem 15 oncen 26 cent
Idem 20 oncen 35 cent

Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn;Dan: Baars

Middelburg, den 22 Junij 1844
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard kohier.
Hierbij zend ik UEA toe het op den 14 dezer invorderbaar verklaarde primitive kohier no 1 van het personeel Uwer gemeente,dienstjaar 1844/1845
Gaarne binnen 5 dagen de dag van afkondiging op te geven.
De Controleur der Directe Belastingen etc
Handtekening

Arnemuiden den 26 Junij 1844
Aan den Controleur en aan den Gouverneur
Bij UEA missive van den 22e dezer maand no 194 ontvangen het kohier van de primitive belasting dezer Gemeente , zoo hebben wij de eer Uwe Excie/UEG te kennen te geven dat de afkondiging daarvan op heden heeft plaats gevonden.
De Burgemeester
CDB

Idem m.b.t. het primitive kohier van het Patentregt voor hetzelfde dienstjaar.
De Controleur etc

Arnemuiden den 27 Junij 1844
WelEdel Achtbare Heeren !
Sedert eenen geruimen tijd te vergeefts wachtende op de beslissing der questie aangaande de f.206,45 door mij ontvangen, zoo neem ik thans de vrijheid daar ik gaarne aan de op mij rustende verpligting als President der commissie ,wilde voldoen UEA Heeren, te verzoeken mij tijd en plaats te willen aanwijzen, waar en wanneer de ondergeteekende in vereeniging met de leden der commissie die rekening en verantwoording in eene der vergaderingen der achtbare regering en verder leden der stad Arnemuiden, zoude kunnen doen, terwijl ik gaarne een paar dagen van tevoren daarvan enig berigt zal inwachten.
Dit meende ondergeteekende in antwoord op de geeerde missive der WEA regering van 26 Januarij 1844 ter kennis der regering te mogen brengen, terwijl hij tevens aan de andere zijde, zijn leedwezen niet mag of kan ontveinzen, over de in die missive verder aangehaalde onverdiende beschuldigingen, maar daarover liever toch het stilzwijgen zal trachten te bewaren
In afwachting van het gedane verzoek; heb ik inmiddels de eer mij met de meeste achting en eerbied te noemen.
WEA Heeren UEA dienstw: Dienaar
H: Haesebroeck

Extract Notulen Heeren B & W van Middelburg
Den 28 Junij 1844
De prijs der metrieke mude
Tarwe f.8,20
Rogge 5,75
Periode 1 t/m 8 Julij 1844
Extract etc
Muring? loco secretaris, lid van dcen Raad

Arnemuiden 1 Julij 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.8,20
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 17 cent
Idem 15 oncen 25 ½ cent
Idem 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Middelburg den 23 Junij 1844
Onderwerp: Vervanging van den Burgemeester in geval van ziekte
Naar luid van art 21 van het reglement op het bestuur ten platten lande in deze provincie moet de Burgemeester bij diens ongesteldheid door den oudsten in rang zijnde & bij verhindering van deze ,doorden volgende Assessor of wethouder worden vervangen.
De schouwingen van welke het proces verbaal mij bij uwe missive van den 19 dezer no 2448 is geworden, hadden mitsdien ter oorzake van de indispositie uwer voorzitter niet behooren te worden uitgesteld , maar had de eerste of de volgende wethouder daarbij voor den Burgemeester moeten optreden.
Ik heb de eer UEd: te verzoekn om in het vervolg de voorn; regelementaire bepaling stiptelijk na te leven.
De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeelnad
Van Vredenburch

De Staatsraad Gouverneur van de Zeeland
Vergunt aan A. Filius
Wonende te Arnemuiden om ter vet mesting te vervoeren naar zijne hofstede aldaar
1 zwartbonte 3 jarige en twee zwartbonte 2 jarige vaarzen
Uit Zuid Beveland te Middelburg aangebragt onder voorkeniis en toezigt zullen mogen vervoerd , afzonderlijke gestald , geweid en gevoed moeten worden.
Informatie aan B & W van Arnemuiden en te handelen in overeenstemming met art.6,8, en 12 van dat reglement.
De Staatsraad Gouverneur voornoemd
Van Vredenburch

Middelburg den 1 Julij 1844
Onderwerp: Onderstand behoeftigen
Ik heb de eer hiernevens aan UEA te doen toekomen een staat van onderhoudskosten in het bedelaars werkhuis te Middelburg van den persoon van Kervink Marinus welke bij UEA onderstands domicilie heeft.
De onderhoudskosten ad f.2,80 uit het aandeel uwer stad in de opbrengst der algemeenen plaatselijke belasting over het loopende jaar etc, zullen worden voldaan en met de provinciale griffie verrekend.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Staat van de verschuldigde onderhouds-Kosten van Bedelaars in het Bedelaars Werkhuis te Middelburg,door de Gemeente Arnemuiden
Kervink , Marinus; aankomst 13 December 1843; autoriteit: officier van Justitie te Middelburg; dagtekening van het overlijden : 27 December 1843; 14 verblijfsdagen; bedrag f.2,80

NB. Het valt op dat in bedelaarswerkhuizen, c.q sprake is van een opvallend aantal sterfgevallen.


Aan de EA Regering der stad Arnemuiden
Geven met verschuldigden Eerbied te kenne Laurens en Cornelis van Eenennaam beide Landlieden wonende te Arnemuiden
Dat de adressanten bedacht zijn geworden dat de stad Arnemuiden welke steeds in eenen kwijnenden stand verkeerd, zich een groot voordeel zoude tennutte maken, hetwelk hoezeer nog niet voor deze oogenblikken een meer gunstig resultaat zoude opbrengen, echter na verloop van eenig jaren; daarvan de beste vrugten zoude doen plukken .

Middelburg den 18 Julij1844
Onderwerp; Gepleegde baldadigheid
Uit een bij mij ontvangene missive van uwen Voorzitter van den 8 dezer no 30 blijkt, dat de uit zee komende visschers –jongens in uwe stad, zich meermalen en bijzonder des zaturdags avonds aan , de rust der ingezetenen verstorende , baldadigheden schuldig maken,en dat alleen de oplegging aan de schuldigen van eene gevangenisstraf geacht wordt daaraan een einde te kunnen maken, doordien de overtreders tot het betalen van geldboeten, onvermogend zijn.
Ik meen naar aanleiding hiervan aan UEd: in consideratie te moeten geven, om bij en stedelijken raad het vaststellen, eener ampliatie op het policie reglement uwer stad te provoceren, waarbij in de eerste plaats,op eene te bepalen boete, wordt verboden; “om des nachts, door luid gezang, geschreeuw en diergelijke de rust der ingezetenen, te storen, of zich vechtpartijen of twisten te veroorloven”en ten andere ( naar aanleiding der bij provinciaal blad no 81 des loopenden jaars gedane mededeeling) wordt vastgesteld : “dat bij onvermogen tot het betalen eenen der geldboeten zoowel op de overtreding van voorsz bepaling als op die van de overige bepalingen van het reglement bij art 33 van hetzelve bedreigd, de overtredingen met eenen dag gevangenis zullen gestraft worden”.
Ik vermeen dat zulks tot het tegengaan van het bedoelde kwaad , voor zoo ver zulks niet valt onder het bereik van het nog vigerende wetboek van strafregt, bij eene behoorlijke surveillance van de zijde des veldwachters , en het stiptelijk toezien, dat de in art,24 van voorz. Reglement vervatte bepaling omtrent de sluiting der herbergen enz worde nagekomen, veel zoude bijdragen; en ten einde men verzekerd zoude zijn, dat de overtredingen van dat reglement voor zoo ver dezelve geconstateerd kunnen worden,niet straffeloos zouden blijven, zoude het,mijns inziens,almede overweging verdienen, om art.33 van hetzelve te wijzigen, te dien effecte dat daarbij ,immers voor overtrdingen voor de eerste maal, geene andere straffen dan geldboeten werden bedreigd,ten einde van de bij art.254 des wetboeks van strafvordering verleende faculteit ,om door het betalen van het maximum der boete,de regtsvervolging te voorkomen, zoude kunnen worden gebruik gemaakt, kunnende voor herhaling van overtreding binnen de twaalf maanden, eene verdubbeling van boete, mist het bedrag van f.12- niet overtreffende,, of 1 dag gevangenis, zoo zulks noodig wordt geoordeeld, wordt vastgesteld.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 19 Julij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,70
Rogge ,30
Periode 22 t/m 29 Julij 1844
Extract etc
Becius secretaris

Bekendmaking Viering Zon & Feestdagen
Arnemuiden 23 Julij 1844.\B & W der stad Arnemuiden gezien hebbende de aanschrijving van Zijne Excie den Heere Staatsraad Gouverneur van Zeeland van den 15 dezer maand PB no 27
Herinneren bij deze deszelfs ingezetenen aan de de bepalingen betrekkelijk de viering van de Zon & Feestdagen der openbare Christelijke Godsdienst bij de Wet van den 1 Maart 1815 SB no 21
Waaronder andere in voorkomt
Dat op zondagen en op Christljke feestdagen niet alleen geene beroepbezigheden zullen mogen verrigt worden, welke den Godsdienst zouden kunnen storen, maar dat in het algemeen buiten noodzakelijkheid zal mogen plaats hebbe, dat geen koopmanschappen zullen mogen worden uitgestald, en de winkeliers niet zullen mogen uitstallen of met openen deuren verkoopen; dat gedurende de Godsdienst de herbergen zullen gesloten zijn en spel zooals biljarten ,kaartspelen e.a noch openbare vermakelijkheden zullen mogen plaats hebben en volstrekt geen het minste gerugt in de nabijheid der Kerk zal mogen gemaakt worden, hetwelk aan de openbare godsdienst eenige stoornis zoude te konnen teweegbrengen.
Dat tegen de overtreders dezer bepaling eene boete is bedreigd van hoogstens vijf & twintig gulden of een gevangenis van niet langer dan 3 dagen.
Waarschuwen bij deze elk en een iegelijk om zich overeenkomstig deze bepaling te gedragen en het verkoopen op den Zondag buiten hooge noodzakelijkheid volstrekt aan een ieder te weijgeren wijl eene stipte surveillance op bovenstaande bepaling zal worden gehouden en tegen de overtreders proces verbaal word opgemaakt en aan den competenten regter ter vervolging wordt ingezonden.
De Burgemeester
CDB

Geven met verschuldigde eerbied te kennen Laurens en Cornelis van Eenennaam, bede Landlieden wonende te Arnemuiden
Dat de adressanten bedacht zijn geworden dat de stad Arnemuiden, welke steeds in eenen kwijnenden staat verkeerd, zich een groot voordeel zoude kunnen ten nutte maken, hetwelk hoe zeer nog niet voor deze hoogen blikken een meer gunstig resulstaat zoude opbrengen, echter na verloop ven eenig jaren, daarvan de beste vrugten zoude doen plukken.
De adressanten zijn namentlijk bedacht geworden, dat de stadsvest, voor het tegenwoordige voor zeven jaren in pacht bij den tweeden ondergeteekenden voor tien guldens jaars, doch waarvan weinig of niet genoten wordt, rondom behoorde gedolven te worden, waardoor natuurlijk dezelve van het water dat derzelver opslikking naauwelijks meer bedekt zoude ontlasten en langzamerhand door handenarbeid hunnens inziens tot die staat gebragt worden dat in korte jaaren eenige gemeten weigrond, waarvoor een goede pacht zoude kunnen betaalt worden, voor de stad zoude zijn gewonnen, wanneer men namentlijk de oneffenheden van de Noord en Noordoostwallen dezer stad mogt effen en glooijend maken, en de daarvan komende grond in dezelve mogt worden gebragt.
Zij nemen mitsdien de vrijheid UEA aller eerbiedigst voor te stellen.
Dat dezelve voor zoover hun zulks doenlijk is aannemen boven omschreve werk zonder eenige de minste kosten van de stad ten uitvoer te brengen en wel op de navolgende voorwaarden.
1 Dat daarvoor tot schadeloosstelling van dit kostbaar werk aan hun voor vijf en dertig jaar in erfpacht wort afgestaan gemelde vest met en benevens de waterput leggende aan de buitenzeide der noordwest walle, mitsgaders in gemeenschappelijk gebruik met den pachter van de Noordoost walle, de waterput leggende aan de uiterste buiten zeide dier walle, en komende tegen den in erfpacht uitgegeven Veerschendijk aan de erfgenamen van wijlen Pieter Zwigtman; eerst in te gaan naar verloop van dezen pachttermijn welk expireert met Caterina 1850, hoezeer na daartoe verleende toestemming, daarmeede onmiddelijk een aanvang zal worden gemaakt.
2 dat wij aannemen en belooven om de eerste zeven jaren aan de stad te zullen bleiven goeddoen eene jaarlijksche erfpacht van tien gulden terwijl voor de overige achten twintig jaren dezelve jaarlijks aan de stad zullen betaalen een dubbele erfpacht van twintig gulden.
3 Dat in geval de Noord en Noordoost wallen tegenwoordig ook bij hun ondergeteekende tot St Chatgriena 1850 in pacht, door het effen of gelooijend maken derzelve, bij een volgende verpachting minder mogt opbrengen, zij zich als nu verbinden nog een pachttermijn van zeven jaren, expirate dezer tegenwoordige pacht, dezelfde som jaarlijksch te zullen betalen, alsdat zij daarvoor tegenwoordig moeten opbrengen.
Met dit voorstel het wezentlijke belang dezer stad bedoelende, verzoeken zij eerbiedig dat hunnen solicitatie bij den raad in gunstige overweging mag worden genomen, en aan hun de stadsvest op voorschreven voorwaarden voor 35 jaren in erfpacht mag worden uitgegeven na expiratie waarvan dezelve weder te beschikking van de stad zal worden gesteld.
Arnemuiden den 5 Julij 1844
‘twelk doende
Uwe gehoorzame Dioenaren
L.van Eenennaam Azn
C: van Eenennaam

Arnemuiden den 11 September 1844
Vrind van Eenennaam
Ik ben namens de Raad verzogt geworden,Ued mededeelen dat dezelve op het raport der Commissie besloten heeft, de vest aan ulieden in erfpacht uit te geven, echter dat zij met betrekking van het aantal jaren, niet kan toetreden en zulks niet langer kan verleenen dan na expiratie van deze loopende pacht voor een termijn van veertien jaren (14) en alzoo eindigt st Catharine 1864.
Indien UEd: tot dit aanbod mogt toetreden, zal zoo spoedig mogelijk een en ander worden in orde gebragt, ik zal intusschen van Ued: schriftelijk berigt wachten gerigt aan B & W of Ued: al of niet gezind zijt, dit aan te nemen.
In afwachting heb ik de eer te zijn
UEA
Baars

Voorwaarden welke door de Commissie door den Raad benoemd om op het adres van L & C. Van Eenennaam aan dezelve gepresenteerd tot het bekomen in Erfpacht van de veste dezer stede rapport te doen, na gedane onderzoek zullen voorstellen.

Art 1 De veste rondom te delven met een sloot breed 2 Ellen en 12 palmen diep-tusschen de wallen en Cingel en wal 1 ½ ellen van de teen van de wallen—op dezelfde linie, gelijk reeds een end gedolven is en de grond op de veste te werpen
Art 2om meerder grond te bekomen kan van de wallen van de Middelburchse Poort tot achter het Hofje van Louis le Mahieu , of aan het watersluisje van de kruine der gezegde wallen afgenomen worden ten minsten een Elle grond, doch vooraf 2 palmen van de bovengrond afnemen en weder op brengen, - en zulks op een behoorlijk wijs voor den aanleg van het gras


Deze afneming moet onder een behoorlijke waterpas in de lengte en dwars ter plaats hebben onder toezigt van de Regering, terwijl deze werkzaamheden binnen zeven jaren ter rekening van St Cathrine van dit jaar behooren verrigt te wezen.
Art 3 de veste mag niet anders als van weide gebruikt te worden, en wanneer er Boomgewas op geplant wordt, blijft hetzelve ter voordeele van de stad, terwijl men van de waterput leggende aan de buitenzijde der Noorwestwalle, in gebruik kan houden, zoo mede gemeenschappelijk gebruik maken met de Pachter van de Noord Oost wallen, van de waterput leggende aande wester buitenzijde dier walle en komende tegen de in Erfpacht uitgegeven Veerschen Dijk thans bij de Erfgenamen van wijlen Piet Zwigtman in Erfpacht.
Art4 de hier voren gemelde werkzaamheden moeten geschieden of verrigt worden , zonder eenige de minste kosten van de stad.
Art 5 de pacht van de vesten word verleend voor 21 achtereen volgende jaren daar onder begrepen de nu 7 loopende welke eindigden met St. Catharinen 1850- en de 14 volgende met St. Catharine 1864
Voor eerstgenoemdem 7. Jaren blijft de te betalenen pachtsom op f.10 ‘sjaars bepaald en de volgende 14 jaren op f.20 bepaald
Bij nalatigheid van betaling of het niet voldoen aan vorenstaande bepalingen zal dit pachtbreuk ten gevolge hebben.
Art 6 bij aldien de Noord en Noord Oostwalle welke mede verpacht zijn tot St. Catharine 1850 ten gevolge van de werkzaamheden lijdende en even daar door minder mogten verpacht worden, dan die nu in de gezegde jaren opbrengt of zijn verpacht—zullen de Pachters van de vest dat mindere aan de stad betalen ieder jaar, te rekenen de 7.jaren , aanvang nemende St. Catharine 1850 tot St.Catharine 1857—al mede op poene van pachtbreuke der veste zooals in het vorige articul is gemeld.
Art 7 de kosten van de te makenen contracten zoo van zegel als Registratie regten blijven voor rekening van de Pachters.
Art 8 deze pacht mag aan niemand overgelaten worden als met voorkennis en goedkeuring van de Regering en voor deze Pacht behoorlijke borgen stellen.
Aan de wal van de Veersche poort staan boomen, waarvan 3 zoude moeten gerooid worden—en de andere kunnen verplant worden, waarvan mede een Elle grond kan afgenomen worden.


Het volgende stuk: onderwerp: abuizen kadaster is niet compleet.

Extract uit de Notulen van B & W van Middelburg
De 5e Julij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8—
Rogge 5,50
Periode 8 t/m 15 Julij 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Gelezen zijnde eene missive van Burgemeester & Wethouders van Arnemuiden van den 23e Mei jl no 187, daarbij in voldoening aan de resolutie der vergadering van den 19e April jl no 3 in duplo met bijlagen inzendende derzelver rekening en verantwoording wegens aan HEd: verstrekte gelden voor inrigting van het lokaal der weverij aldaar tot eene ziekenzaal en de verpleging der in dezelve opgenomen behoeftige lijders aan de ten jare 1843 te dier stede geheerscht hebbende ziekte tevens der vergadering dank betuigende voor de hulp welke door haar te dezer zake uit de Provinciale fondsen is verleend geworden.
Is goedgevonden
1 de voorschr: rekening goed te keuren en het gezegelde exemplaar derzelve van een approbatoire apostille voorzien met de bewijzen van uitgaaf, nadat deze zullen zijn doorgeslagen , aan B & W van Arnemuiden terug te zenden.
2 aan dezelve wijders het genoegen der vergadering te kennen te geven over de ijverige medewerking en bemoeijingen welke door HEd van hunnen zijde tot stuiting der bedoelde ziekte en de behoorlijke verpleging van hunne aan dezelve geleden hebbende behoeftige ingezetenen zijn verleend en aangewend geworden.
En zal afschrift dezer worden gezonden aan B & W voorn: ter informatie.
De Griffier der Staten
Handtekening

Rekening en Verantwoording welke bij deze zijn doende B & W der stad Arnemuiden
Aan Heeren GS der Provincie Zeeland
Wegens derzelver geldelijk beheer ter zake van het binnengemelde stad daargestelde hospitaal en van de Verpleging en verzorging der in dezelve opgenomene behoeftige lijders tijdens de in gemelde stad geheerscht hebbende ziekte en zulks achtervolgens de resolutie van Heeren GS van den 14 Julij 1843 no 13 en 18 Augustus 1843 no 18
Ontvangsten wegens subsidiën uit de provinciale fondsen.
In totaal tot 19 April 1844 f.1393,00
Van de Ned.Handelmaatschappij f.100-
Van de Heeren Salomonson te Middelburg f.25-
Van de Provinciale Griffie de gelden ontvangen
Door den timmerman M.K. Jeras te Middelburg
Overgestort voor het door hem overgenomen
Houtwerk van de ziekenzaal f.125-
Samen f.250-
In totaal f.1643,00.

Uitgaven in totaal: f. 1643,00
Onderteekend door Corn: Dan: Baars
Rekening goedgekeurd: onderteekend: van Vredenburch Staatsraad Gouverneur.

Daarna volgt de z.g. Betaalsrol
Behoorende bij de rekening van B & W der stad Arnemuiden houdende verantwoording wegens hun geldelijke beheer aan Heeren GS van Zeeland over de tijdelijk bestaan hebbende ziekenzaal tijdens de in 1843 binnen deze stad geheerscht hebbende ziekte

Vervolgens: Specifieke Staat der gedane Uitgaven voor inrigting en instandhouding der Ziekenzaal:
De dagelijksche behoefte in Levensmiddelen
De opruiming der ziekenzaal ter zake van de in 1843 binnen de Stede Arnemuiden geheerscht hebbende ziekte.

Middelburg den 8 Julij 1844
Onderwerp: Om opgave van hetgeen door ambachtsgeregtigden als recognitie van gemeentebedieningen wordt genoten.
De vroeger door UEd: opgegevene bijzonderheden omtrent de tot uwe gemeente behoorende Ambachtsheerlijkheden enz door ZE den Minister van Binnenlandsche Zaken zijnde medegedeeld, verlangt dezelve thans bovendien een opgave van hetgeen door de respective Ambachtsgeregtigden achtervolgens art.13 van het reglement op het bestuur te platten lande in deze provincie wordt geheven, als recognitie van het bedrag der bezoldigingen aan de bij art: 14, 49 en 119 van voorn; reglement genoemde bedieningen verbonden, als mede van de emolumenten welke door de bekleeder dier bedieningen bevoegdelijk worden genoten
Ik heb alzoo de eer UEd: te verzoeken mij daarvan vóór of uiterlijk op den 20 dezer eene naar het bijgaande model ingerigte opgave te doen geworden zullende het mij aangenaam zijn dat de zoo evenvermelde termijn door UEd: niet worde overschreden.
De Staatsraad Gouverneur
Van Vredenburch

Arnemuiden den 12 Julij 1844
Onderwerp: Betrekkelijk de uitoefening van het regt tot hebben van voordragten voor vacante gemeentebedieningen en over daarvoor betaalde recognitiën
Wij haasten ons Uwe Excie op dezelfs missive van den 8 dezer maand te kennen te geven, dat wij zonder ons duur verkregen regt, vermeld in onze missive van den 29 Maart dezes jaars te kort te doen, in de onmogelijkheid verkeeren om de daarbij verlangde staat in te zenden, daar volgens de 3 kolom in die staat gevraagd wordt om op te geven “Bedieningen van welke de voordragten van kandidaten of vervulling door de Eigenaars van het heerlijk regt, moet geschieden., volgens art 14, 48 en 119 van het reglement op het Bedienen ten platten Lande.
De voordragt van de daarin vermelde bedieningen staat bij ons niet aan een ambachtsheer van een heerlijk regt, daar wij die niet kunnen erkennen en ook nimmer gedaan hebben, ten ware dat wij konden overtuigd worden, dat door de invoering van dat reglement onze bevoegdheid werdt vernietigd, die aan deze Gemeente als een bewijs van deszelfs manmoedig gedrag ten koste van haar bloed tot een eeuwig aandenken geschonken is.
Wij moeten Uwe Excellentie daarbij te kennen gegeven dat het volstrekt geene onwilligheid is, om te gehoorzamen aan de bevelen door Uwe Excellentie verleend, maar uit gevoel van pligt om met kracht ons gewaarborgde regten vast te houden en kunnen niet ontveinzen het ons smart, dat niettegenstaande wij ingevolge privilegiën van een souverein vorstelijk persoon dat regt zijn geschonken wij bij vernieuwing ons zien uitgenoodigd tot de inzending van eenen staat waarbij wij volgens de gemelde 3 kolom dat regt aan eenen Ambachtsheer zouden toekennen en afstaan etc.
NB de staat wordt oningevuld teruggestuurd. Voor de 2e maal

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 12 Julij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f. 7.80
Rogge 5,30
Periode 15 t/m 22 Julij 1844
Extract etc.Becius, secretaris

Arnemuiden 11 Julij 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Bedelarij
Er zijn geen bedelaaars onder voortdurend toezicht ontdekt of voor ons gebracht geworden.
De burgemeester
CDB

Idem
Idem
Onderwerp: Staat Broodzetting
De staat der broodzetting over het 2e kwartaal door ons opgemaakt zijnde, zooals dezelve naar opgave der markt prijzen gedurende dien tijd alhier is geregeld geworden, hebben wij de eer Uwe Excie aan te bieden.
De Burgemeester
CDB

Hierbij gaat een verbaal der stedelijke kas
Met model opneming van het kantoor van den Plaatselijken Ontvanger
In kas een bedrag van f.187,14 .
Ondertekend door den ontvanger Baars, de Burgemeester Baars en de wethouders A.van Eenennaam en A: Adriaanse

Arnemuiden den 11 Julij 1844
Aan den Heer Gouverneur en Prov.Geneesk Commissie
Onderwerp: Vaccine
Wij hebben de eer Uwe Excie etc kennis te geven dat wij geene kennis ontvangen hebben, dat in den loop van het 2e kwartaal dezes jaars iemand in deze Gemeente is gevaccineerd geworden of dat de kinderziekte alhier heeft geheerscht.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 10 Julij 1844
Onderwerp: Ontslag Officier
Ik heb de eer Ued: hiernevens toe te zenden een extract uit ZM besluit van den 25 Junij jl houdende eervol ontslag van Cornelis Jacobus Baars als Kapitein van het Half Bataillon rustende Schutterij no 1
Ik verzoek UEd: om hetzelve aan den belanghebbende te doen uitreieken ten einde hem te dienen tot acte van ontslag.
De Staatsraad Gouverneur van de provincie Zeeland
Van Vreden burch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Middelburg, den 16 Julij1844
Onderwerp: Verplegingskosten weezen en Bedelaars 1843
Ik heb de eer hiernevens aan Ued: te doen toekomen Extract uit de rekeningen der verschuldigde verplegingskosten mitsgaders der transport en vervangingskosten van bedelaars , welke ten laste van Uwe gemeente gedurende het jaar 1843 in de Gestichten der Maatschappij van Weldadigheid zijn verpleegd, uit welk Extract UEd: zullen bekend worden met het juiste bedrag der door Uwe gemeente verschuldigde sommen, alsmede met hetgeen door UEd: bij voorschot meer is betaald dan verschuldigd was, waarvoor de vereischte ordonnancie van betaling tot restitutie opgemaakt en eerlang aan UEd toegezonden zal worden.
Ik verzoek UEd: om voor zoover op de voors: rekeningen bij UEd: eenige bedenkingen mogten voorkomen die aan mij vóór of uiterlijk op den 26 dezer maand mede te deelen, daar ik anders geene opgave van UEd: ontvangen hebbende, het daarvoor zal houden dat er geene bedenkingen op dezelve bestaan.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland/
Van Vredenburch

Extract staat van verschuldigde wegens door het Gouvernement voorgeschotene Transportkosten van naar de Ommerschans opgezondene bedelaars gedurende het jaar 1843
3140 Willeboordse Johanna Wed. Klaas de Nooijer Middelburg f.15
3140 Maartense Pieter idem f.15
1370 Nooijer Jannetje Gilles de idem f.15

Vervangingskosten
3140 Willeboordse Johanna wed: Klaas de Nooijer Arnemuiden f.15
3141 Maartense Pieter Idem f.15
1370 Nooijer Jannetje Gillis de Idem f.15

Bedelaars
1936 Uitzoon Jannetje dag van aankomst: 16 Jan.1840 ontslagen 9 dec: 1843 dagen:343 f.23,49
2898 Uitzoon Josua Adriaan idem : 13 Nov: 1840 idem 343
f.49,34 jonkheid
3140 Willeboordse Johanna 5 Junij 1843 idem 210
f.14,38
3141 Maartense Pieter idem 210
f.17,26 krankzinnig
1370 Nooijer,Jannetje Gillis de 20 Aug.1843 overleden 17 December 1843 120
f.93,-
Transport & vervangingskosten: verschuldigde sommen: f.211,85.
Gestorte sommen f.238,73. Teveel betaald : f.26,88.

Middelburg ,den 16 Julij 1844
Onderwerp: Ontslag J. Willeboordse uit de Ommerschans
Ik heb de eer Ued: kennis te geven dat ZE de Minister van Binnenlandsche Zaken bij beschikking van den 10 dezer maand no 111 7 afd. De permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid heeft gemagtigd om aan J. Willeboordse no 3140, die binnen uwe stad onderstands domicilie bezit en laatstelijk het onderwerp heeft uitgemaakt uwer missive van den 4 Juni no 230, het door haar gevraagd ontslag te verleenen.
De Staatsraad Gouverneur van de
Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Middelburg den 18 Julij 1844
Onderwerp: Gepleegde baldadigheid
Uit eene bij mij ontvangene missive van uwe voorzitter van den 8 dezer no 30/2 blijkt dat de uit zee komende visschers-jongens in uwe stad zich meermalen, en bijzonder des zaturdags avonds aan, de rust der ingezetenen verstorende, baldadigheden schuldig maken, en dat alleen de oplegging aan de schuldigen van eene gevangenisstraf geacht wordt daaraan een einde te kunnen maken, doordien de overtreders tot het betalen van geldboeten onvermogend zijn.
Ik meen, naar aanleiding hiervan aan UEd: in consideratie te moeten geven om bij den stedelijken raad het vaststellen eener ampliatie op het policie-reglement uwer stad te provoceren, waarbij in de eerste plaats op eene te bepalene boete, wordt verboden,om des nachts door luid gezang, geschreeuw en diergelijken, de rust der ingezetenen te storen, of zich vechtpartijen of twisten te veroorloven en ten andere ( naar aanleiding der bij provinciaal blad no 81 des loopenden jaars gedane mededeeling) wordt vastgesteld: “dat bij onvermogen tot het betalen der geldboeten, zoowel op de overtreding van voorsz; bepalingen van het reglement , bij art.33 van hetzelve , bedreigd, de overtredingen met éénen dag gevangenis zullen gestraft worden “.
Ik vermeen dat zulks tot het tegengaan van het bedoelde kwaad, voor zoover zulks niet valt onder het bereik van het nog vigerende wetboek van strafregt, bij eene behoorlijke surveillance van de zijde des veldwachters en het stiptelijk toezien dat de in art. 24 van voorsz; reglement vervatte bepaling omtrent de sluiting der herbergen enz. worde nagekomen, veel zoude kunnen bijdragen; en ten einde men verzekerd zoude zijn, dat de overtredingen van dat reglement, voor zoover dezelve geconstateerd kunnen worden, niet straffeloos zouden blijven, zoude het mijns inziens , alsmede overweging verdienen, om art. 33 van hetzelve te wijzigen, te dien effecte dat “daarbij, immers voor overtredingen voor de eerste maal, geene ander straffen dan geldboeten werden bedreigd, ten einde van de bij art.254 des wetboeks van strafvordering, verleende faculteit, om door het maximum der boete, de regtsvervolging te voorkomen, zoude kunnen worden gebruik gemaakt, kunnende voor herhaling van overtreding, binnen de twaalf maanden, eene verdubbeling van boete, mits het bedrag van f.12- niet overtreffende, of één dag gevangenis, zoo zulks noodig wordt geoordeeld, wordt vastgesteld.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 19 Julij 1844
De prijs der metrieke mude
Tarwe f.7,70
Rogge 5,30
Periode 22 t/m 29 Julij 1844
Extract etc
Becius, secretaris.


De
BEKENDMAKING VIERING ZON & FEESTDAGEN

Arnemuiden 23 Julij 1844
B & W der stad Arnemuiden hebbende gezien de aanschrijving van Zijne Excie den Heer Staatsraad Gouverneur van Zeeland van den 15 dezer maand PB no 87
Herinneren bij deze deszelfs ingezetenen aan de bepalingen betrekkelijk de viering van de Zon- & Feestdagen der openbare Christelijke Godsdienst bij de wet van den 1 Maart 1815 SB no 21
Waaronder anderen in voorkomt
Dat op zondagen en op Christelijke feestdagen niet alleen geene beroepbezigheden zullen mogen verrigt worden, welke den Godsdienst zouden kunnen storen, maar dat in het algemeen geen arbeid buiten noodzakelijkheid zal mogen plaats hebben, dat geene koopmanschappen zullen mogen worden uitgestald en de winkeliers niet zullen mogen uitstallen of met opene deuren verkoopen, dat gedurende de Godsdienst de herbergen zullen gesloten zijn en spel zoo als biljarten, kaartspel en anders noch openbare vermakelijkheden zullen mogen plaatsvinden en volstrekt geen het minste gerugt in de nabijheid der Kerk zal mogen gemaakt worden, hetwelk aan de openbare godsdienst eenige stoornis zoude kunnen te weeg brengen.
Dat tegen de overtreders dezer bepaling ene boet is bedreigd van hoogstens vijf en twintig gulden of eene gevangenis van niet langer dan 3 dagen.
Waarschuwen bij dezen elk en een iegelijk om zich overeenkomstig deze bepaling te gedragen en het verkoopen op den Zondag buiten hooge noodzakelijkheid volstrekt aan een
ieder te weigeren , wijl eene stipte surveillance op bovenstaande bepaling zal worden gehouden en daartegen de overtreders proces verbaal word opgemaakt en aan de competente regter ter vervolging ingezonden.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 19 Julij 1844
Onderwerp: Verpleging Arie de Ridder
Wij hebben de eer UEA kennis te geven dat volgens berigt van het Algemeen Armbestuur op den 2 dezer op bevel van den Heer Officier van Justitie in het Gesticht no 2(Simpelhuis) is overgebragt Arie de Ridder als lijdende aan krankzinnigheid welke persoon binnen uwe stad is geboren, en steeds woonachtig geweest vermeenende wij ons bij bovengemelde kennisgeving te kunnen bepalen, als zijnde er van den gemelden persoon geene nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen, terwijl de declaratie der kosten van die verpleging verschuldigd berekend teen 37 ½ cents daags na afloopvan elke drie maanden aan UEA zal worden toegezonden.
B & W der stad Middelburg
Paspoort van Grijpskerke
t.o.v. Becius

Arnemuiden 28 Julij 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: opneming bezaaide bundertallen
In voldoening aan de laatste zinsnede van Uwe Excie circulaire van den 24 Februarij 1843 PB 25, hebben wij de eer Uwe Excie te berigten, dat de opneming van de bezaaide bundertallen onder deze gemeente,op zijnen tijd voor den oogst van dit loopende jaar heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB

In dit verband : een samenvatting: de namen van de landlieden en de voornamste opbregsten.
F.van Eenennaam; J.Meerman;L. van Eenennaam; A.Adriaanse;J.B. Joosse; C. van Eenennaam; B. Schets; L.Wisse; J. Schoonenboom: A.Koets; S. van Keulen; L. Willeboordse; C. Oreel; A. Filius; J.Bliek (A.de Kraker); S Koster; J. van West Ende; de wed. Matthijsse;C. Huisen; P.C. de Kraker.
J.Bliek .(de Kraker) A. Filius; L.Wisse waren de landlieden met de meeste bunders
Producten: vooral wintertarwe ; boonen en aardappelen.

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 26 Julij 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,30
Periode 29 Julij t/m 5 Augustus 1844
Extract etc
Becius, secetaris.

Arnemuiden den 19 Julij 1844
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 16 ½ cent
Idem 15 oncen 24 ½ cent
Idem 20 oncen 33 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Weledele Achtbare Heeren!
Met den meesten erbied neemt de ondergeteekende de vrijheid UEA te herinneren aan zijn gedaan verzoek, bij missive van 27 Junij 1844, om tijd en plaats te mogen weten waar de rekening en verantwoording der bij hem ontvangene liefdegiften afgehoord kan worden en bij dezen te herhalen terwijl wij zulks gaarne een dag 2 à 3 van te voren wenschen te weten.
In afwachting van eenig antwoord te zullen onvangen heeft hij de eer zich met de meeste achting en onderdanigheid te noemen
WelEdele Achtbare Heeren
UEA dienstw: en ond: dienaar
H: Haesebroeck

Arnemuiden den 29 Julij 1844
Aan den Heer Haesebroeck predikant te Arnemuiden
Ter beantwoording van UwEerw beide missiven van den 27 Junij en 26 Julij jl hebben wij de eer UEW mede te deelen dat zoodra de vergadering van den Raad aan wie de dag bepaling van het doen dezer rekening moet worden overgelaten, bijeen zal geweest zijn, wij UEW bekend zullen maken, wanneer dezelve best gelegendheid zal hebben aan UEW verzoek te voldoen, terwijl wij met betrekking der door UEd ontvangene som als President van het Armbestuur kunnen mededeelen, dat het vanzelve spreekt en geene questie lijdt de verantwoording dezer som moet plaats hebben in de begrooting van den Armenrekening van 1845, waarin dezelve bij regularisatie in buitengewone ontvang & uitgaaf behoort voor te komen,terwijl deze som niet zooals UEW meld f.206,45, maar f.247,28 ½ bedraagd, zijnde door UEW het geanneerde? bedrag ???? het Armbestuur in de Middelburgsche Courant van den 15 en 22 Julij 1843.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 27 Julij 1844
Onderwerp: Bepaling in het reglement van plaats: policie omtrent het houden van verlotingen.
In het reglement van plaatselijke policie uwer stad is, bij art: 25, het verloten van eenige voorwerpen zonder verlof van B & W verboden.Intusschen is, sedert de vaststelling van dat reglement door ZM beslist, dat de verpligting bij art:5 der wet van 22 Julij1814 SB no 86 aan de Stedelijke en gemeente besturen opgelegd, om zorg te dragen dat van de bij dat artikel bedoelde loterijen geen misbruik worde gemaakt, zich niet zoo ver uitstrekt, dat (bij plaatselijke verordeningen) kan worden voorgeschreven, dat dusdanige loterijen niet mogen aangelegd of gehouden worden, zonder toestemming der Stedelijke of Gemeentebesturen; doch dat evenwel die besturen tegen het bedoelde misbruik zouden kunnen waken door bij voorbeeld bij de policie verordeningen, de aanleggers van verlotingen, op verbeurte van boete ,te verpligten, het plan der verlotingen eenige dagen te voren in te zenden, en zich het regt voor te behouden, om, zoo hen daaruit eenige kwade of schadelijke bedoelingen, mogten blijken, de ingezetenen tegen het nadeelige van de verloting te waarschuwen, zonder evenwel tot het verbieden van dezelve te kunnen overgaan.
Het gemelde policie-reglement voor zooveel art: 25 van hetzelve betreft, dientengevolge noodwendig zullende moeten worden gewijzigd, heb ik de eer UEA te verzoeken om zulks bij den Raad uwer stad in overweging te brengen; zullende in geval de in mijne missive van den 18 dezer bedoelde wijzigingen deszelfden reglement door UEA aan de deliberatiën van den Stedelijken Raad worden onderworpen,zulks bij dezelfde gelegenheid kunnen geschieden.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 1 Augustus
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,60
Rogge 5,30
Periode 5 t/m 12 Augusus 1844
Extract etc
Becius, secetaris

Extract uit het verbaal van Heeren GSvan Zeeland
Vrijdag den 26 Julij 1844
Gelezen eene missive van B & W van Arnemuiden naar aanleiding van de resolutie van ons van 19 April
Deelen mede
A van bezwaren tegen de daarstelling van een nieuwe schoollokaal of den aankoop en verbetering van het bestaande aldaar op grond dat daartoe geene noodzakelijkheid bestaan zoude en daarin door den onderwijzer zoude behooren te worden voorzien en de stedelijke financiën zulks niet gedoogen, zoodat de Raad daartoe niet kan besluiten , tenware deze vergadering mogt goedvinden daarin zonder kosten der stad te voorzien
2 van het door B & W genomen besluit waarbij de onderwijzer met instandhouding zijner verpligting om des Zaturdags school te moeten houden wordt toegestaan om op den Zaturdag waarop het schoolonderwijzersgezelschap ter Middelburg vergadert zich daartoe tot dat einde derwaarts te kunnen begeven.
Is goedgevonden
Dat de vergadering geenszins kan toegeven dat er geene behoefte aan een meer voldoend schoollokaal aldaar zoude bestaan, en dat daarin door den onderwijzer zoude behooren te worden voorzien, maar onder referte tot hare resolutie van den 19 April bij het tegendeel blijft volhouden.
De vergadering blijf bij haar mening: nieuwbouw of renovatie oude gebouw.
De vergadering wil zoveel mogelijk in de kosten daarvan aan het bestuur tegemoetkomen
2 dat ofschoon de vergadering de daarvoor door het plaatselijk bestuur aangevoerde redenen niet ten volle kan billijken de zelve nogtans in het sub 2 hiervoren vermelde besluit van B & W wordt berust
Afschrift
De Griffier der Staten
Handtekening


Middelburg, den 7 Augustus 1844
Onderwerp: toezending van een invorderbaar verklaard kohier
Hierbij gaat het op den 2 dezer invorderbaar verklaarde kohier no 2 van de Personele belasting uwer Gemeente , dienstjaar 1844/1845.
Gaarne binnen 5 dagen opgave van de datum van afkondiging.
De Controleur der Directe Belastingen etc
Handtekening.

Arnemuiden 9 Augustus 1844
Wij hebben de eer Uwe Excie.UEG te berigten dat de afkondiging van het kohier van de Personele Belasting dezer Gemeente alhier op heden heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,80
Rogge f. 5,40
Periode 12 t/m 19 Augustus 1844
Extract etc
Becius , secretaries

Arnemuiden den 12 Augustus 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Gemeente en Armen aangelegenheid
De tijd daar zijnde dat aan UWGA behoort te worden ingezonden zoo de Arm als stedelijke begrooting voor den jare 1845, zoo hebben wij tot hiertoe daaraan nog niet kunnen voldoen , daar bij eene voorlopige opmaking der jaarlijksche gewone & buitengewone ontvangsten & uitgaven, ons gebleken is dat het diaconie Armbestuur een niet onaanzienlijk tekort heeft van circa duizend gulden.
Dit niet onaanzienlijk tekort, kan nagenoegd alleenlijk toegeschreven worden aan den geheerscht hebbende ziekte, daar dezelven aan hare verzorging heeft overgelaten 26 weeken welke tesamen zijn uitbesteed geworden voor f.367,20, terwijl daarbij nog komt eene gedeelte van de som van f.338,30 zijnde voor geleverde geneesmiddelen aan behoeftige niet gealimenteerd wordende zieken, aan wie voor de daarstelling der ziekenzaal geneeskundige middelen zijn toegediend geworden en een som van f.89- voor geleverde doodkisten, alwaar in deze begrooting zoo als in die van 1844 eene som van f.123 in uitgaaf is gebragt, alsmede 24 oude menschen , waaronder er ook voorkomen wiens lichaams krachten door de ziekte dermate zijn geteisterd dat dezelve onderstand behooren te worden.
Dit tekort kan met de beste wil onmogelijk uit eigen fondsen worden gevonden, want buiten het legaat van Agatha R? Welke voor dat jaar weder uitbetaald zal worden, heeft zij geene inkomsten dan collecten en vrijwillige giften, welke zoodanig door den geringe vischvangsten als de weinig opkomst zoo door de flaauwe prediking als zijne gemaakte vijandschap bij onderscheidenen burgers vermindert, dat dit wel f.170- voor dit loopende jaar minder zal bedragen als zulks vroeger opbragt.
Wat nu de stedelijke finantiën betreft die kan uit hare gewonen en buitengewonen ontvangsten ook niet on dezelve kosten voorzien, daar zij bij de verleening eener subsidie als van dit jaar te samen van f.415 zelf een tekort heeft van f.504 en hare ingezetenen zoodanig worden gedrukt door de geringe vischvangsten, dat dezelve bij alle mogelijkheid buiten staat zijn om door een hoofdelijken omslag daarin tegemoet te komen, en ook bovendien hunne arme natuurgenooten welke wekelijksch aan brood , brandhout kruidenierswaren en meer? op crediet moeten geholpen worden en bij ongunstig weder zoo goed als present gegeven moet worden beschouwd aan eene stedelijke belasting helpen dragen welke voor den jare 1843 heeft opgebragt de som van f.738,95 en wij overtuigd zijn dezelve alhier meer dan genoegd zijn belast.
Wij hebben in deze netelige omstandigheid het oordeel van den stedelijken Raad gevraagd , maar dezelve is evenals wij buiten raad zoodat ons geen uitvlugt bekend is als onzen nood aan UEGA mede te deelen, eerbiedig verzoekende dat UEGA ons in dezen toestand met raad en daad mag bijstaan daar wij anders niet en op welke wijs dit tekort zal gevonden worden, daar bij verkoop of vervreemding der stedelijke eigendommen de gewonen inkomsten niet meer toereikend zullen zijn om de gewonen jaarlijksche uitgaven te bestrijden en alzoo duurzaam een tekort zal ontstaan ,welke niet dan door eene verhoogde belasting zal kunnen gevonden worden en mitsdien hoefde dit middel wel als de laatste toevlugt tot uitredding door ons bij de hand genomen worden.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 12 Augustus 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Afkondiging reglement
Tot stuiting van meer & meer toenemende baldadigheid door eenige uit zee komende visschers jongens, heeft den Raad goedgevonden en ampliatiën te moeten maken, op het reglement van plaatselijke policie dezer gemeente, zoo mede eene wijziging op den aanleggers van loterijen ten einde te kunnen voorkomen de ingezetenen bij kwade & schade bedoelingen in dezelve te waarschuwen alwaar bij art. 25 waarvan loterijen gesproken wordt niet in is voorzien geworden, terwijl eindelijk de strafbepaling bij art 33, zoodanig zijn gewijzigd dat voor overtredingen voor de eerste maal alsnu slechts geldboeten worden bedreigd, ten einde de overtreders in de gelegendheid te stellen gebruik te kunnen maken van art.254 van het Wetboek van strafvordering en alzoo door het betalen van het maximum der boete alle regtsvervolging te voorkomen.
Van deze ampliatie gebruiken wij de vrijheid volgens art 31 van het reglement op het bestuur ten platte lande een afschrift te doen toekomen, met eerbiedig verzoek aan ons binnen den bepaalden tijd te willen mededeelen of UEGA tegen de afkondiging van hetzelve al of niet eenige bedenking hebben.
De Burgemeester
CDB

Ampliatie & wijziging op het reglement der Plaatselijke policie te Arnemuiden van den 16 December 1835.
Art 1
Het wordt ten strengste verboden om des nachts te rekenen na het luiden der avondklok, door luid gezang, geschreeuw, gevloek of dergelijken baldadigheid in de straten of ander plaatsen in de kom dezer gemeente de rust der ingezetenen te storen of zich vechtpartijen of twisten te veroorloven op een boet van zes gulden
Art 2
De bepaling voorkomende in art 25 van het reglement van plaatselijke policie wordt bij deze ingetrokken en vervangen door de navolgende bepaling
De aanleggers van loterijen zullen ten minste acht dagen van te voren gehouden wezen het plan van hunne te doene verlting bij B & W in te zenden, teneinde dezelve in de gelegendheid te stellen de ingezetenen indien daarin kwaade of schadelijke bedoelingen mogten ontdekt worden, tegen de aangekondigde verloting te waarschuwen.
Al hetgeen wat ten deze mogt ondernomen worden, zal dadelijk worden gestuit en geen voortgang mogen hebben, totdat aan het bovenbepaalde is voldaan terwijl dezelve bovendien naar omstandigheid eene boet zullen verbeuren van drie tot zes gulden.
Art 3
De boeten en straffen bepaald bij art 38 van het zoo even genoemd reglement wordt als volgt gewijzigd.
Alle de boeten voorkomende in paragraaf 1 tot 8 vazn dat artikel blijven zooals zij daarin gesteld zijn, behouden, terwijl de daarbij bepaalde gevangenisstraf en overtredingen voor de eerste maal geheel vervalt en niet meer van toepassing mag gemaakt worden.
Bij herhaling der overtredingen binnen de twaalf maanden zullen de daarin bedreigde boeten alle verdubbeld worden of met een dag gevangenis gestraft worden
De overtreders der bepalingen van het reglement en van deze ampliatie die tot geldboete worden veroordeeld zullen evens verwezen worden in eene gevangenisstraf van eenen dag voor het geval dat zij bevonden worden onvermogend te zijn in de hen opgelegde boete te voldoen,
Art 4
Ten aanzien van begane overtredingen en de daarvoor geïnsinueerde boeten zal overeenkomstig het bepaalde bij art 35 en 36 van meergemeld reglement gehandeld worden, met dien verstande dat de Processen Verbaal van begane overtredingen zoo tengevolge misgrijp aan den inhoud van dat reglement tengevolge deze ampliatie opgemaakt zullen worden ingezonden aan de Heer Ambtenaar bij het Openbaar Ministerie van het Kantongeregt te Middelburg
Gedaan ten Raadhuis der stad Arnemuiden augustus 1844
De Burgemeester
CDB
Ter ordonnantie van deze
Baars
Afgekondigd bij publicatie van B & W den 12 October 1844
CDB

Arnemuiden den 16 Augustus 1844
BEKENDMAKING

B & W der stad Arnemuiden maken aan de daarbij belanghebbende bekend, dat door ZM bij besluit van den 3 en 16 jl is bepaald dat een gedeelte der verlofgangers van de Nationale Militie van de ligtingen van 1841 en 1842 welke zich in hunne haardsteden bevinden, op den 1 September aanstaande tot den 30 dier maand in den wapenhandel zulen worden geoefend.
Waarschuwen bij deze diegenen welke daartoe nader door den Burgemeester zullen worden aangezegd zij zich in werkelijken dienst moeten begeven om op de bepaalde tijd aan die oproeping te voldoen, daar zij niettemin gedurende den tijd van
maand in den wapenhandel zullen worden geoefend en mitsdien zooveel dagen langer verblijven zullen als zij zich later bij dezelve hebben vervoegd zij gehouden zullen wezen om al de voorwerpen van kleeding waarvan zij bij het vertrek waren voorzien mede te nemen en zich zeker de straffen te wijten zullen hebben, voor de geheele of gedeeltelijke verwaarloozing derzelve.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 24 Augustus 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: over de verlofpas milicien
Het verlofpas van den milicien Daniël van Belzen, welke op morge aan uwe xcie zal worden overgegaan om tengevolge ‘Konings beschikking gedurende eene maand tot het bijwonen der najaars exercitiën in werkelijken dienst worden gested, zijn wij niet in de mogelijkheid om hierbij aan Uwe Excie te doen toekeomen, daar hetzelve is September 1843 ter rectificatie aan den Heer Kolonel van het 2e Regiment is ingezonden, en tot heden , hoezeer daarvoor nog op den 16 dezer maand geschreven is, niet terug ontvangen.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 12e Augustus 1844
Missive van de Staten over de vele aangevraagd wordende suppletoire registers van den Burgerlijken Stand. Voor de laatste September aanvragen.
De Griffier der Staten van Zeeland
Handtekening

Arnemuiden 15 Augustus 1844
Aan den Heer Majoor der schutterij
Onderwerp: Toezending bijzondere rol Schutterij
Wij hebben de eer hierbij aan UEG te doen toekomen de bijzondere rol der Schutterij voor de Ligting van de loopende jaren, met de mededeeling dat van dit jaar tot reserve zijn overgegaan de schutters Jacob Marteijn, Abraham Marijs, Jan Pieterse Jasperse, Jacob de Quelerij en Willem Vogel
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 16 Augustus 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,25
Rogge 5,40
Periode 19 t/m 26 Augustus 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden 19 Augustus 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f. 8,25
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 17 cent
Idem 15 oncen 25 ½ cent
Idem 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het bovenstaand brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Middelburg den 16e Augustus 1844
Onderwerp: Opneming krankzinnigen H: Klaassen
Volgens eene bij ons ingekomen misive van Heeren Regenten over den Algemeenen Armen, is ten gevolge van het door den Heer Burgemeester uwer Gemeente te kennen gegeven verlangen en daarop gevolg bevel van den Heer Officier van Justitie op den 28e der vorige maand in het Gesticht no 2 (Simpelhuis) tijdelijk in bewaring gesteld de persoon van Huibrecht Klaassen.
Wij hebben de eer UEd: hiervan kennis te geven, en zullen de declaratie der verplegingskosten, zoodra ons die van het Algemeen Armbestuur zal zijn geworden UEd: doen toekomen.
B & W der stad Middelburg
Paspoort
Ter ordonnantie van HEA
Becius

Arnemuiden 19 Augustus 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Afloop der Schutterij
De inschrijving Loting en beoordeeling der vrijstellingen, opmaken der rollen, inlijving der manschappen en opzending der bijzondere rol der schutterij dezer gemeente over dit loopende jaar, geregeld ten uitvoer gebragt zijnde, hebben wij de eer in voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 14 Mei jl PB no 69 kennis te geven.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 19 Augustus 1844
Onderwerp: Ampliatie op het policiereglement
Ik heb de eer UEA de ontvangst te melden van Uwe Missive van den 12 dezer no 318 begeleidende een exemplaar van de door den Raad Uwer stad vastgestelde ampliatie op het reglement van plaatselijke policie , met informatie dat die ampliatie aan de deliberatiën van Heeren GS zal worden onderworpen, en dat aan UE: nader zal worden opgegeven of tegen dezelve al dan niet bedenkingen bestaan.
De Staatsraad Gouverneur van
De provincie
Van Vredenburch

Arnemuiden den 20 Augustus 1844e
Aan den Heer president der Landbouw in Zeeland
Wij hebben de eer hierbij aan UEG te doen toekomen een aanvragebillet van den Karoter ? C. Oreel woonachtig in deze Gemeente houdende kennisgeving dat bij hem op deszelfs hofstede bevind een stier met uitnoodiging denzelven in de eerste te doene keuring te willen begrijpen.
De Burgemeester
CDB

Zij deze gesteld in handen van Heeren B & W der stad Arnemuiden
Om berigt, consideratiën en advies
Middelburg den 20 Augustus 1844
Van wege den Staatsraad
Gouverneur der provincie Zeeland
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden, den 23 Augustus 1844
Het adres van Abr.Wijndt veldwachter in deze Gemeente, houdende verzoek omdoor Uwe Excie in deze zijne betrekking te worden overgeplaatst in de Gemeenten van Dreischor en Noordgouwe of den Hoek, bij uwe Excie dispositie van den 20e Augustus jl in onze handen gesteld zijnde om berigt, consideratie & advies , zoo hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven, dat denzelven reeds geduurenden eenige tijd aan den Burgemeester zijn verlangen geeft geuit dat hij naar de een of andere gemeente mogt worden overgeplaatst om gene andere reden zooals hij zegt, als om de ???? van de uit zee komende visschersjongens welke des zaturdags na gedurende een geheele week op het water hebben doorgebragt, zich in die vrijheid al te vrolijk aanstellen en somwijle zooals Uwe Excie niet onbekend is, in losbandigheid uitbarsten wanneer dan ook bij het aanrigten van schade proces verbaal tegen dezelve wordt opgemaakt.
De geruchten welke wij bij deze gelegenheid met betrekking tot zijn personn hooren, geven ons alle vrijheid Uwe Excie te verzoeken om aan zijn verlangen mag worden voldaan, daar wij vertrouwen het goed voor hem en voor de gemeente, wie hem reeds te eigen is zal wezen dat hij worde overgeplaatst daar in deze Gemeente wel een veldwachter behoordt te zijn, welke zich onverschrokken aanstelt, en niet spoedig vervaard is; voor het overige kunnen wij Uwe Excie mededeelen dat op deszelfs moreel gedrag geen de minste aanmerking zijn te maken, en deze wel verdiend dat hem die gunst mag worden toegekend.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 21 Augustus 1844
Onderwerp: Heerlijke regten
Beantwoordende uwe missive van den 12 Julij jl no 275, heb ik de eer UEd: te kennen te geven dat wat ook UEd: gevoelen moge zijn omtrent het bij vroeger privilegie aan uwe stad toegekende met betrekking tot haar regt van voordragt van openvallende posten en bedieningen, wegens de Heerlijkheid Nieuwerkerke en die van Mortiere voor het administratief gezag geene anderen verbindende kracht bestaat dan art.16 van het bestuur te platten lande in de provincie Zeeland en den daarmede in verband staande bij resolutie van GS van den 17 November 1837 no 24 vastgestelden rooster; en dat derhalve een en ander zoo lang daarin geene verandering door de bevoegde hooge magt zal zijn gebragt, zal moeten worden nageleefd en diens volgens gehandhaafd.
De Staatsraad Gouverneur van
De Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 28 Augustus 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur van Zeeland
Onderwerp: Heerlijkheid
Hoezeer wij geen antwoord schuldig zijn op Uwe Excie missive van den 21 Augustus jl, zoo gelieve Uwe Excie het ons niet ten kwade duiden, dat wij zoo vrij zijn Uwe Excie hierbij nog te doen opmerken
Dat wij ons niet overtuigd kunnen houden, zzoals Uwe Excie ons daarbij mededeelt dat hoedanig onze gevoelens met betrekking van ons bij vorige privilegiën toegekende regten ook mogten zijn voor deze Gemeente geene ander verbindende kracht bestaat dan art, 16 van het Reglement op het Bestuur ten platte Lande en der daarmede in verband staande rooster bij besluit van HEGA Staten dd 17 Nov: 1837 no 24 vastgesteld, en wel omdat wij niet kunnen gelooven dat met betrekking tot de onderhavige zaak het reglement van plattelands bestuur hetwelk daarna is opgemaakt in staat is een eenmaal door een Souverein Vorst toegekend regt te verbeuren en dezelve daarbij onder verpligting te stellen om de verkiezing harer gemeente leden waarvan aan haar bij art 4 der privilegie in het bijzonder alleen de magt wordt overgelaten aan anderen zonder inachtneming dien toegekende regten af te staan.
Zulke handeling en Uwe Excie houde ons dit ten goede, zoude onzens inziens vergruizing/ verguizing? Wezen van dien Vorst, die tot waarborg van dit aan deze Gemeente duurgekost regt met hoogstdeszelfs handteekening en geheim zegel genadiglijk bekrachtigd en uit wiens Vorstelijk bloed ons Vaderland tot op heden wordt geregeerd.
Uwe Excie vertrouwen wij zal in dezen wel in aanmerking nemen, dat onze houding aangaande dit punt voorvloeit wij onmogelijk zonder eenige weestand te bieden, in staat zijn van dit regt afstand te doen, maar steeds zoolang wij eenigsints kunnen, en ons de toegang tot Neerlands Dierbaar Koning bij art.14 der grondwet gewaarborgd niet wordt afgesneden, wij ook niet zullen nalaten de eerbiediging van die verleende en thans met betrekking tot dit punt miskende privilegiën, zzodra wij ons daartoe verpligt zien aan Zijne Majesteit te verzoeken.
De Burgemeester

Klein briefje:
Alzoo UwE een woord bij deze aan mij gezegt heeft, acht ik mij verpligt door dezen UwE te melden dat ik met het gelezenen vrede heb
AvE (Abraham van Eenennaam/wethouder)

Extract uit Notulen B & W van Middelburg
Den 23e Augustus 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8:50
Rogge 5:50
Periode: 26 Augustus t/m/ 2 September 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden 28 Augustus 1844
Zetting van het Brood in den Gemeente van Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.8,50
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 9 cent
Idem 10 oncen 17 ½ cent
Idem 15 oncen 26 cent
Idem 20 oncen 35 cent
Boven welke prijs het brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Arnemuiden 28 Augustus 1844
Aan Burgemeester en Assessoren van Wilhelminadorp
De schutter Z.K. Verhage sedert den 5 Junij jl alhier woonachtig en den 6 dezer maand reeds metterwoon naar UEA Gemeente vertrokken, zoo hebben wij de eer kennisgeving daarvan te doen. Dat dezelven behoorde tot de 1 Categorie van den 1 Ban rustende Schutterij en geregtigd om 1837 tot de reserve over te gaan.
De Burgemeester
CDB

Idem
Idem
Onderwerp: Mutatie Schutter
De schutter P. Dingemanse op gisteren metterwoon naar UEA gemeente vertrokken zijnde, zoo hebben wij de eer UEA te berigten denzelven behoort tot de 1e Categorie der 1 Ban Rustende Schutterij en en in het jaar 1849 geregtigd is tot de reserve over te gaan.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 30 Augustus 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,55
Rogge 5,75
Periode 2 t/m 9 September 1844
Extract etc
Becius secretaris

Extract uit het verbaal Van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 23 Augustus 1844
Gelezen zijnde eene missive van B & W van Arnemuiden vanden 12 dezer maand no 317, de mededeeling behelzende, dat, bij eene voorloopige opmaking der jaarlijksche gewone en buitengewonen ontvangsten en uitgaven van Diaconie Armbestuur aldaar, is gebleken, dat hetzelve voor het jaar 1845 een te kort zal hebben van circa f.1000-; dat hierin noch uit de armenfondsen noch uit de Stedelijke fondsen op welke laatste bij het verleenen van een subsidie als over het loopende jaar van f.415- zelven een te kort van f.504,- zal bestaan, kan worden voorzien, en dat de Burgemeester en Wethouders, zowel als de Stedelijke Raad in dezen stand der zaak geen andere uitvlugt bekend is , dan zich tot deze vergadering te wemden, met verzoek dezelve in deze met raad en daad te willen bijstaan.
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven , dat, het voordragen der middelen om in de Plaatselijke uitgaven te voorzien en mitsdien ook die om de door de stad tot dekking van het onderhavige te kort, te doene uitgaven te vinden, volgens art. 36 van het Reglement op het Bestuur te platten lande, tot de verrigtingen behoort van den Raad, dat de vergadering mitsdien aan dezen moet overlaten om ter voorziening in gedacht te kort zoodanige middelen te beramen als denzelven daartoe het meest geschikt zullen voorkomen en dat de vergadering des Raads voordragt van die middelen zal inwachten, onder opmerking dat, voor zoo ver die voordragt de strekking mogt hebben om ten voorschreve einde hetzij voor een deel hetzij voor het geheel subsidie uit de Provinciale fondsen te verkrijgen , de vergadering nu voor alsdan moet verklaren, dat die fondsen daartoe geene ruimte aanbieden en ook voor het ten deze bedoelde onderwerp niet bestemd zijn, te dien effecte,dat, voor op het bekomen van zoodanig subsidie door het Plaatselijk Bestuur van Arnemuiden geen de minste hoop kan worden gevoed.
Afschrift etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract van het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Samenvatting:
De herijk der Nederlandsche maten en gewigten in de 1e en 5de districten dezer provincie vangt aan den 2de September a.s. en sluit op den 31e October daarannvolgende
In het 1e district wordt door de Arrondissementsijket gevaceerd alleen in Arnemuiden voor de gemeenten Arnemuiden, Kleverskerke en Nieuw-en St.Joosland
Etc.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Middelburg den 4 September 1844
Onderwerp:Heerlijke regten
(Er ontbreekt een gedeelte)
De strekking mijner missive van den 21 Aug: jl 1e Afdeling was eeniglijk om UED te doen opmerken dat het administratief gezag mijns bedenkens met betrekking tot het regt van voordragt van leden des plaatselijken Bestuurs en ander openvallende bedieningen in plaatsen waartoe Heerlijkheden behooren , verpligt is zich daaromtrent naar de op de grondwet rustende bestaande verordeningen te gedragen , zonder UEd daarom te verhinderen om zich bij voorkomende gelegebheid wegens het door UEd vemeend belang te dien opzigte aan ZM den Koning te wenden, hebbende ik ten overvloede de eer UEd zulks ter beantwoording Uwe missive van den 28 der vorige maand no 338 bij deze mede te deelen.
De Staatsraad Gouverneur
Van de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 6e September 1844
De Prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8:40
Rogge 5:75
Periode 9 t/m 16 September 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden den 9 September 1844
Zetting van het Brood in de Gemeente Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.8,40

Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Idem 5 oncen 8 ½ cent
Idem 10 oncen 17 cent
Idem 15 oncen 25 ½ cent
Idem 20 oncen 34 cent
Boven welke prijs het brood niet mag worden verkogt
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland.
Vrijdag den 30 Augustus 1844
Rapport gedaan:
Over de door den Stedelijken Raad van Arnemuiden vastgestelde ampliatie op hetReglement van plaatselijke policie aldaar ingezonden bij missive van B & W van den12 dezer maand no 318
Is goedgevonden
B & W van Arnemuiden onder toezending eener nota van bedenkingen welke op de voorschr: ampliatie zijn voorgekomen uit te noodigen aan de Stedelijken Raad in overweging te geven die ampliatie in overenstemming naar de voorz.bedenkingen te wijzigen en vervolgens een afschrift van dezelve aan de Vergadering in te zenden.
Extracten etc
Behoort bij de redsolutie van Heern GS van den 30 Augustus 1844

Nota van bedenkingen op de Ampliatie van het Politie Reglement te Arnemuiden dato 9 Augustus 1844
Art 1 In plaats van het woord wijken zoude men kunnen stellen of andere plaatsen in de kom dezer gemeente

Art 1 en 3 Het gevolg van deze bepalingen zal zijn dat de boete voor het geval van onvermogen alleen zal worden toegepast op de overtreders van art: 1 dezer ampliatie ,terwijl de overtreders van andere artikelen van het reglement, indien zij buiten staat zijn de boeten te voldoen van alle straf ontheven zullen blijven. Men geeft alzoo in bedenking om uit art: 1 weg te laten de woorden; terwijl bij onvermogen enz. er achter art: 3 te laten volgen de overtreders der bepalingen van het Reglement en van deze ampliatie die tot geldboeten worden veroordeeld zullen tevens verwezen worden in een gevangenisstraf van eenen dag, voor het geval dat zij bevonden worden onvermogend te zijn om de hun opgelegde boete te voldoen.
Art 2 de bepaling van art 25 van het reglement van Politie van 1835 waarbij aan hen die loterijen willen aanleggen de verpligting wordt opgelegd om daartoe permissie te vragen, is volgens eene mededeeling door Z.E. den Minister van Binnenlandsche Zaken in 1842 gedaan, door den Koning verklaard niet van dien aard te zijn dat de plaatselijke besturen dezelve in hunnen Politie Reglementen kunnen opnemen,weshalven art 2 der ampliatie zal behooren gewijzigd te worden als volgt: “de bepaling voorkomende in art: 25 van het reglement van Plaatselijke Politie wordt bij deze ingetrokken en vervangen door de navolgende fiat insertio van den verderen inhoud van het artikel.
Art:5 wordt als overbodig beschouwd en zoude kunnen worden weggelaten.-

Arnemuiden 13 September 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Afschrift Ampliatie reglement
Wij hebben de eer hierbij aan UHEA overeenkomstig de nota met aanmerkingen aan UEGA te doen toekomen afschrift van de ampliatiën op het reglement van Plaatselijk Policie dezer stad,met uitnoodiging ons wel te willen mededeelen of tegen de Afkondiging daarvan voorts eenige bedenkingen bestaan.
De Burgemeester
CDB

Middelburg 9 September 1844
EA Heeren
De tijd weder naderende als wanneer de wevers bij het lamplicht zullen moeten arbeiden, zoo gevoelen wij ons gedrongen in het belang derzelven UEA assistentie ter hunner behoeve in et roepen.
Wij van onze zijde verklaren en kunnen zulks met de meest voldoende bewijzen staven, dat wij, zoo met hooger loon als met premiën en kostelooze fournering van kleine gereedschappen, meer voor de wevers in Zeeland doen,dan elders in een provincie gedaan wordt; van ons kan alzoo niet meer gevorderd worden, want hoewel de aftrek van ons artikel in Indién tamelijk gunstig is, zoo is toch voor ons,daarvan in de tegenwoordige omstandigheden, direct geen voordeel te trekken in wat de prijzen betreft, die wij er hier te lande voor erlangen kunnen,deze geven ons over de goederen van Zeeland verlies in stede van winst.
Om alzoo de bestaande goede geest bij het werkvolk niet door de korting voor de noodige olie te doen verminderen dient deze UEA vriendelijk uit te noodigen om gelijk in het vorige jaar de noodige olie zelve te bekostigen of ons te authoriseren dezelve te doen leveren en na afloop des winters ons daarvoor schadeloos te stellen.
Wij hopen en vertrouwen dat UEA welwillend genoeg zullen zijn, dit ons verzoek in te willigen daar wij ons toch vleijen dat UEA Armen-inrigtingen en liefdadige gestichten het nut der weverijen volkomen zullen gevoelen en het evenals wij, wenschelijk zullen oordeelen dat de lust van de wevers niet door eene korting verminderd worden.
UEA gunstig antwoord spoedig
Wachtende zijn wij met alle achting
UEA D Dienaren
G& H Salomonson

Arnemuiden 13 September 1844
Aan de Heeren Salomonson
Onderwerp: voor licht in de fabriek
Beantwoordende UE Missive van de 9 dezer maand,hebben wij de eer UEd: mede te deelen, dat de Raad niet kan toetreden tot het daarbij gedane verzoek,om ten koste der stedelijke fondsen in het benoodigde licht voor de wevers alhier bij het aanstaande wintersaisoen te voorzien, daar dezelve zonder het leggen eener aanzienelijken omslag ?, de voor 1845 benoodigde subsidién voor het Armbestuur niet kan vinden, en mitsdien met de meeste welwillendheid aan Uwed: verlangen niet kan voldoen.
Hetzij ons intusschen bij deze gelegendheid vervat laatste UEd: mededeeling,dat wij tengevolge mondelinge toezegging van een der Heeren in de stille hoop hebben verkeerd dat het weefloon wegens den meer gunstigen staat uwer fabrikaat in het verloopen zomersaisoen zoude zijn vermeerderd geworden,dat wij tot hiertoe niets van vernomen hebbende , wij ons stellig verzekerden ,dat dan toch wel in het benoodigde licht to vergoeding voor de wevers ten uwen koste zoude worden voorzien, zoodat uwe missive waar nog van den meer gunstigen staat in Indiën mede gewag worde gemaakt ons uiterst heeft verwonderd en wij vriendelijk verzoeken indien zulks eenigsints kan plaats hebben, om zoo dan niet geheel dezelve daarin te willen tegemoetkomen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 20 September 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Staat Zetters
Ter voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 4 Sept jl PB 112 ? hebben wij de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen de verlangde staat uitmakende het Collegie van Zetters binnen deze Gemeente.
De Burgemeeser
CDB
Staat aanwijzende de namen en betrekkingen der leden van het Collegie van Zetters over de Directe belasting op den 1 Sept 1844
Baars Cornelis Daniel burgemeester en Abr. van Eeenennaam wethouder :leden v.h plaatselijk Bestuur.
Leden uit de grondeigenaren: uit de gemeente: Kraamer Jan : kleermaker; Joos van der Weele Hoefsmid; Salomon van Eenennaam Timmerman.
Leden wonende buiten de Gemeente: Steven Maartense Kleverskerke : Particulier; Laurens Blok ,Kleverskerke : Landman.
Arnemuiden 20 September 1844
De Burgemeester

Arnemuiden 21 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Geschiedenis van Oudheden.
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 9 Sept jl PB 114 hebben wij de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen eene lijst bevattende de voorwerpen van geschiedenis & oudheden , welke in deze gemeente ten stadhuize gevonden worden terwijl bij het Kerkbestuur of armwezen dergelijke voorwerpen niet aanwezig zijn
De Burgemeester
CDB


Middelburg 12 september 1844
EAHeeren!
Sedert lang hadden wij reeds moeten beantwoorden UEA letteren 27 Maart , maar schijnt den Heer M. Salomonson bij den ligging van dien daarvan vergeten te hebben en gaan wij bij dezen dus thans toe over het was ons dan ook aangenaam uit deze/te mogen zien, UEA zich te vreede was, dat het klassificium der goederen, alhier geschiede , en de boete dragelijk was, en thans zal men dan daarover zonder twijffel nog beter tevreden wezen, want destijds moesten wij korten van de vervaardigde stukken in drie weken afgewerkt


Hier volgt verder een technisch verhaal dat beter in origineel kan worden geraadpleegd.

De Staatsraad Gouverneur van Zeeland :
Ordinantie van betaling : f.26,88
De Staatsraad Gouverneur van Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuijden den 13 September 1844
Bij artikel 41 der wet op het Gemaal van den 29 Maart 1833 SB no 3, wordt aan de bakkers zonder toestemming der Regering op een boete van vier honderd gulden verboden onbelast graan te doen malen.
Dientengevolge verzoeken wij UEA aan ons de noodige toestemming te verleenen om tot mesting van twee varkens voor elk te laten malen plus minus zestien mudden Gerste of ander beeste voeder.
Wij hebben de eer met de meester hoogachting te zijn UEDW Dienaren
F. van Eenennaam
L. van Eenennaam Azn

Aan F.en L van Eenennaam
Arnemuiden den 14 September 1844
B & W der stad Arnemuiden, gezien het verzoek van Francois van Eenennaam & Laurens van Eenennaam broodbakkers wonende te Arnemuiden, houdende uitnoodiging tot het bekomen van consent tot het mogen doen malen van 16 mudden gerste of anders Beeste voeder tot mestingvan twee varkens.
Gezien de wet op het gemaal van den 29 Maart 1833 SB no 3; vergunne bij deze aan den adressanten tot het doen malen van gerst of ander beeste voeder tot mesting hunner varkens over dit loopende jaar.
En zal hiervan aan de adressanten worden kennis gegeven, tot informatie & narigt.
Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 14 September 1844
Aan de Heer Ontvanger & Molenaar te Arnemuiden
Wij hebben de eer Ued: kennis te geven dat ingevolge daartoe gedane verzoek door Frans & Laurens van Eenennaam broodbakkers alhier bij ons besluit van heden de vergunning is verleend, tot het doen malen van plus minus 16 mud gerst of ander beeste voeder tot mestem van hunnen varkens voor dit loopende jaar.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 13 September 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Wij hebben de eer UEGA te doen toekomen extract uit de Notulen van den Stedelijken Raad alhier, houdende voordragt tot het verleenen eener extra subsidie van f.100- aan het Diaconie Armbestuur alhier, met eerbiedig verzoek dat UEGA mogen goedvinden hierop derzelver autorisatie zoo spoedig mogelijk te willen verleenen.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 13 September 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,75
Periode 16 t/m 23 September 1844
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden 17 September 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Begrooting 1845
De stedelijke raad alhier op den 10e dezer maand tot het opmaken der begrooting voor den jare 1845 vergaderd geweest zijnde, zoo hebben wij de eer dezelve in duplo met de daar bij toekomende Staaten zoo die van zegel & administratie kosten als die van den opbrengst der gemeente opcenten de beramingen der te doenen reparatiën aan Stads Eigendommen , straten & wegen, de memorie van toelichting, mitsgaders een deliberatie over de “hoge kosten “.
Verzoek aan ZM om autorisatie voor het heffen van een hoofdelijken omslag i.v.m. de hoogte van de kwade post van f.721—
Tot het bekomen van deze autorisatie verzoeken wij eerbiedig dat door UEGA tusschenkomst dezelve aan ons door ZM mag worden verleend.
De Burgemeester
CDB

Begrooting 1845 en Memorie van toelichting
Zie origineel

Middelburg den 18 September 1844
Toezending van een invorderbaar verklaard Kohier
Hierbij gaat het op den 13 dezer invorderbaar verklaarde suppletoire kohier no 2 van het Patentregt uwer gemeente dienstjaar 1844/45 1e kwartaal
Gaarne binnen 5 dagen opgave van de dag van afkondiging.
De controleur der Directe Belastingen etc
Handtekening

Exract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 20 September 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,75.
Periode 23 t/m 30 September 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Middelburg, den 20 September 1844
Onderwerp: Toezending Declaratie
Ten vervolge op onze missive van den 19 Julij en 16 Augustus hebben wij de eer hiernevens aan Ued: toe te zenden twee declaraties van het algemeen Armbestuur dezer Stad, groot f.13,87 en f.4,12 wegens verpleging , voor rekening uwer stad ten behoeve van Arie de Ridder en Hubrecht Klaassen, UEd: verzoekende het bedrag dier declaratie, overeenkomstig de bestaande voorschriften , binnen den tijd van drie maanden aan het belanghebbend Armbestuur te doen uitbetalen.
Burgemeester en Wethouders der Stad Middeburg.
Paspoort van Grijpskerke
Ter ordonnantie van HEA
Becius secretaris
Arnemuiden den 8 October 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Wij hebben de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen de staat houdende aanvrage tot het bekomen van autorisatie op de onvoorziene uitgaven over het derde kwartaal dezes jaars groot f.13,87 ½ en wel wegens verschuldigde verplegingskosten voor den persoon van Arie de Ridder, die uit hoofde van krankzinnigheid eenige dagen tot voorkoming van ongelukken in het Simpelhuis te Middelburg is opgenomen geweest, doch alsnu weder ontslagen ,en doordien deze persoon niet tot het diaconie Armbestuur behoort ten onzen koste is verpleegd geworden en voor de betaling van welke som wij van UEGA de noodige autorisatie verzoeken.
Ook kunnen wij UEGA nog te kennen geven, dat door door de verhooging der grondbelasting de post van belasting & ongelden boven het reeds vermelde bij onze missive van den 1 dezer maand nr 390 ook alsnog ontoereikend is om het verschuldigde ijkloon voor stads Ned. Maten & gewigten ter somma van f.1,80 te voldoen en welke som door ons uit de onvoorziene uitgaven van dit jaar almede is voldaan geworden.
De Burgemeester
CDB

Het Hervormd Diaconie Armbestuur heeft de eer UEA Heeren de staten van Begrooting over 1845 toe te zenden ; als ook verzoekende authorisatie te verleenen om de f.50 onvoorziene uitgaven tot post van begrafeniskosten te gebruiken , dewijl de door de Heeren Staten toegestane som van f.40- op de begrooting dezes jaars reeds door meerdrre sterfgevallen met f.34,29 ½ zijn te boven gestegen .
Uit Naam en last van het Hervormd
Diaconie Armbestuur
H.Haesebroeck
President
Arnemuiden den 9 September 1844

Extract uit het Verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 20 September 1844
Gelezen zijnde eene missive van B & W van Arnemuiden van den 13 dezer no 355, daarbij inzendende een afschrift van de achtervolgens de resolutie dezer vergadering van den 30e Augustus jl no 25 gewijzigde ampliatie op het reglement van plaatselijke policie dier stad
Is goedgevonden
Aan B & W van Arnemuiden te kennen te geven dat tegen het ten uitvoer leggen van voorsz: amplistie geen bedenkingen bestaan
Extract etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 20 September 1844
Gelezen zijnde eene missive van B & W van Arnemuiden van den 13e dezer maand no 365 daarbij inzendende eene deliberatie van den Stedelijken raad van den 10.bevorens, houdende verzoek om magtiging ten einde aan het Diaconie-armbestuur aldaar over den loopenden jare een buitengewonen subsidie van f. 100 – te verleenen
Is goedgevonden
B & W van Arnemuiden te magtigen om aan het Diaconie armbestuur aldaar het aangevraagd buitengewoon subsidie ad f.100- uit de plaatselijke kas toe te staan, en deze som te imputeren op den post voor onvoorzienen uitgaven bij de plaatselijke begrooting voor het loopende jaar uitgetrokken..
En zal afschrift dezer worden gezonden aan B & W van Arnemuiden tot informatie en narigt.
De Griffier der Staten.
Handtekening

Het Hervormd Diaconie Armbestuur heeft de eer, door deze ter kennis van UEA Gemeentebestuur te brengen, dat de persoon van Marinus Schroevers Janz tot onderstand bij het bovengem: Armbestuur zich aangemeld heeft, maar dewijl hetzelve bij een vier à vijfjarig verblijf van meergem: M. Schroevers Janz te Biervliet sustineert, dat dezelve M; Schroevers aldaar armlastig is, zoo is het dat het Armbestuur bovengem: het EA Gemeente bestuur verzoekt zoodanige middelen ten uitvoer te leggen die strekken kunnen ter ontlasting aan gem: Armbestuur van dien persoon.
Uit Naam en Last van het Hervormd
Diaconie Armbestuur
H: Haesebroeck
Pres:

Arnemuiden den 24 September 1844
Aan Heeren B & A der Gemeente Biervliet.
Tot het bekomen van onderstand heeft zich tot het Diaconie Armbestuur alhier gewend de persoon van Marinus Schroevers Janzoon, varengezel, welk zich nu onlangs uit UEA Gemeente metterwoon alhier heeft ter nedergezet.
Dien persoon welke vroeger alhier Domicilium hadt, heeft zich in den jaer 1837 als knegt verhuurd bij zekeren schipper W van der Hoofd bij wien hij gedurende 5 ½ jaar in de Gemeente Biervliet heeft gewoond als wanneer hij met gemelde schipper die plaats heeft verlaten en zich voor een korten tijd ter Vere heeft nedergezet en vandaar alweder naar Biervliet vertrokken is.
Het onderstands domicilium van dezen persoon alzoo ingevolge art 3 der wet van den 28 November 1818 SB 40 en KB van den 29 Julij 1831 no 80 in PB no 1831 binnen UEA gemeente geworden? zijnde zal het ons aangenaam zijn indien door UEA wordt erkend.
Of UEA genoegen nemen dat aan denzelven wekelijks 50 ct. wordt toebedeeld en hij vanwege ziekte geneeskundige hulp verleend wordt, wanneer alsdan om de drie maanden geregeld eene declaratie van gedane bedeeling aan UEA zal worden ingezonden etc
De Burgemeester
CDB
Slecht leesbaar !

Arnemuiden den 23 September 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Begrootingen
De Armbegrooting in ontvang & uitgaaf door het diakonie Armbestuur alhier voor 1845 opgemaakt en door den Raad dezer stad bij voorraad goedgekeurd zijnde , zoo hebben wij de eer denzelven hierbij in triplo aan UEGA ter finale goedkeuring aan te bieden, onder alleen zal worden overgelaten , maar dit door Diakenen zelve zal geschieden, hetwelk als mededeeling dat den raad tot bestrijding van hare te doenen uitgaven zich in de verpligting heeft gevonden eene subsidie uit de Stedelijke kas van f.700- toe te staan welke subsidie zoo als wij bij onze missive van den 12 Augustus jl no 317 te kennen gaven, circa een duizend gulden zoude bedragen hebben ware het niet dat wij de collecten & vrijwillige giften welke waarvoor hierbij afzonderlijk eenen staat is gevoegd welke uitgaaf grootendeels tengevolge de geheerscht hebbende ziekte wij op een veel minder bedrag volgens den ontvangst van 1843 hadden gesteld , weder op de gewonen hoogte hadden gebragt in de hoop dat bij mogelijke te ontvangenen giften , de bedeeling daarvan niet aan den Leeraar alleen zal worden overgelaten, maar dit door Diakenen zelve zal geschieden , hetwelk alsdan op eene meer doelmatige en verstandige wijs zal plaatshebben, alsook om reden, dat in den hoofdelijken omslag in de stedelijke begrooting voorgedragen en ten gevolge dit tekort bij alle mogelijkheid niet hooger kan worden opgevoerd.
De onder no 4 gebragte som, is het gewonen Legaat van Agatha Porna?, welke door de conversie der uitgestelde schuld eenigermate schijnt vertraagd? te wezen, zooals zulks uit de rekening an 1843 blijkt, terwijl de post van f.6,02 ½ voortvloeit uit door het Armbestuur verkogte goederen der ziekenzaal voor welke zij zelf geen gebruik hadden.
Terwijl met betrekking tot de uitgaven de bedeelingskosten dpoor de geheerscht hebbende ziekte en dientengevolge nagelatenen weezen zeer zijn vermeerderd moeten worden en onze finantiën niet weinig drukten, om welke oorzaaak wij dan ook de bedeeling in geld & brood met f.50- hebben verminderd blijvende alle andere posten in deze begrooting voorkomende zoo als dezelve in 1844 door UEGA zijn goedgekeurd geworden met uitzondering van de post ad f.241 ? waarvoor hierbij afzonderlijk een staat is gevoegd en welke uitgaaf grootendeels tengevolge de geheerscht hebbende ziekte voortkomt en welke twee eerstgemelde vorderingen om mede gemelde redenen nog niet in staat zijn in dit jaar geheel te voldoen maar maar daarvan nog eene som van f.118,30 voor 1846 hebben moet overlaten, en eindelijk ons verpligt gezien om eene som van f.247,28 ½ door de Leerar dezer Gemeente ten behoeve van dat Armbestuur ontvangen, vermeld in de Middelburgsche Courant van den 15 en 22 Julij 1843 in deze begrooting in ontvang & uitgaaf te brengen, welke in de rekening van 1845 behooren verantwoord te worden.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 23 September 1844
Ordonnancie van betaling van f.150- met verzoek dezelve aan de belanghebbende te doen toekomen met verschuldigd Zegel-en Leges-gelden
Etc
De Griffier der Staten van Zeeland
Handtekening

Arnemuiden 25 September 1844
Aan den Heer Griffier der Staten van Zeeland
Bij UEG missive van den 23 dezer maand is ons geworden eene ordonnancie van betaling groot f.150- voor subsidie over den jare 1844 ter voldoening van verschuldigde verplegingskosten van bedelaars & krankzinnigen, waarvan wij UEG bij deze den ontvangst berigten.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 18 September
Directe Belastingen
En
Kadaster
Controle 1e & 2e Arrondissement
Van Zeeland

Naar aanleiding van art 7 der instructie gevoegd bij de resolutie van ZE den Minister van Financiën van den 19 Februarij ll no 29, heb ik de eer UEA ter uitreiking aan de belanghebbende te doen toekomen 3 stuks kennisgevingen van de uitkomsten der opnemingen voor de dienst 1845 in uwe stad.
De Controleur
Pilaar


Arnemuiden den 27 September 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Kadaster
In voldoening aan Uwe Excie besluit van den 4 Julij jl PB 70, hebben wij de eer Uwe Excie te kennen te geven dat sedert den 1 Maart dezes jaars door den Timmerman Jan Karel Crucq is gesloopt geworden en aan hem in eigendom toebehoorend huisje op den Keetdijk alhier Wijk C no 36 bekend op de perceeldgewijze kadastrale legger sectie A no 261 groot vijf en zestig Ellen.
Terwijl verder er sedert ons berigt aan den controleur van het kadaster en bewaarder van hypotheken, alhier geene andere veranderingen hebben plaats gehad of ons zijn ter kennis gekomen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 21 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Geschiedenis Oudheden
In voldoening aan uwe Excie circulaire van den 9 September jl PB 114, hebben wij de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen eene lijst bevattende de voorwerpen van geschiedenis & oudheden, welke in deze Gemeente ten stadhuize gevonden worden, terwijl bij het Kerkbestuur of armwezen dergelijke voorwerpen niet aanwezig zijn.
De Burgemeester
CDB

Lijst bevattende de voorwerpen van geschiedenis & oudheden binnen de stad Arnemuiden
Op de voormalige Vierschaarkamer
4 portretten van het Vorstelijk huis van Orange waarvan een derzelve levensgroot voorstellende Zijne Koninglijke Hoogheid Prins Willem den Eersten staande voor een tafel met de privilegién op dezelve,voorzien van het geheim zegel, waarbij ten jare 1574 deze Gemeente tot eene Stad is verheven,waarvan de originele privilegiën ter secretarie bewaard leggen.
1 portret volgens overlevering zijnde de zoon van Prins Willem den 1e welke in Spanje in gevangenis is gesteld tijdens zijne doorluchtige vader van Philips den 2e koning van Spanje is afgevallen.
Terwijl de 2 overige portretten met geene zekerheid kan gezegd worden wie dezelve voorstellen alleenlijk meent men dezelve verbeelden Prins Maurits en Prins Hendrik.
Eene schilderij vertoonende de Gerechtigheid geteekend door den Heer Dirck van Deelen , Burgemeester van Arnemuiden ten jare 1656.
Dezelve stelt voor een geblinddoekt mensch hebbende in de regterhand een zwaard en in de linker eene weegschaal met het opschrift “Geregtigheid verhoogd een volk,maar de zonde is eene schandvlekke der natiën, staande ter regterzijde 4 personen wie zich bevreesd voordoen en de Geregtigheid aanbidden? hebbende ter opschrift overvloedige zegen, terwijl ter linkerzijde mede 4 personen staan, welke bangst en de geregtigheid niet kunnende aanschouwen zich daarvoor verbergen met opschrift “Oordeel des Wets “.
Wie den Godloozen regtveerdigd ende den regtverdigen verdoemd, zijn den Heere eenen grouwel , ja die beide Prov: 17 vs 15
Een groot oude zwaard en ponjaard volgens overlevering afkomstig van de Spaansche tijd.
Op de Raadkamer
Eene schilderij voorstellende oud Arnemuiden geteekend in het jaar 1550 met een aantal groote & kleine schepen ter reede leggende, zijnde deze thans tegenwoordige Nieuw &
Sint Joosland
2 schilderijene afkomstig van de retorikers
Stellende de eene voor een Oranjeboom met het wapen van Zeeland en Arnemuiden, waaronder staat,niet zonder vrucht anno 1578.
De andere zijnde eene vrouw met een kind waarin staat Plomp van Verstande 1580.
Eene schilderij, zijnde Arnemuiden en Middelburg op zijde gecopieerd na de originele berustende ter Secretarie te Middelburg anno 1511,en wel ter oorzake wegens eene kwestie van de stad Middelburg met vrouwe Magritha van Alverdingen,douairiere van den Heere Aarnout van Trasignij Ridder, Heer van Nieuwerkerke, over het engeren? En opstellen van een molen in de voorschreve heerlijkheid en daarovergezetenen Siëert ? bij den Hoogen raad van Mechelen in 1535.
Ter gedagtenis aan de Gemeenteraad der stad Arnemuiden geschonken door den Heer Mr Daniël Radermacher Heer van Nieuwerkerke in 1802 -, beide daarop vermeld..
Eene schilderij zijnde Nieuw Arnemuiden, zooals het in den jare 1574 door Willen den 1e Prins van Orange omringd is met Wallen ,vesten, Poorten en stadsprivilegiën en Regten gegeven heeft aan de inwoonders , zoo van hare eige overheid als Justitie & policie.
Een schilderijtje van de Provincie Zeeland zooals denzelven gelegen was ten jare 1230.
Drie zilvere schilden van verschillende grootte, betrekking hebbende tot de oude kamer der retorijkers alhier met de zinspreuk Die lijt verwint en randschrift Betert V. Abws?? Zonder dat op een derzelve eenig jaargetal vermeld staat.
Een zilveren bewerkten beker waarin Nieuwe Arnemuiden staat gegraveerd, met de woorden : Dit is de stad van Arnemuiden, & van onder staat Paulus Kervinck, mede zonder jaargetal, en waar in vroeger jaren bij het vermaken der regering gebruik van werdt gemaakt.
Een zilver wapen van deze stad, welke vroeger gebruikt wierd bij voordragt van den Burgemeester aan Hunne Hoogheden de voormalige Stadhouders , en waarvan hierbij eene afdruk wordt gevoegd.
Een grooten trommel en Oranje Vaandel behoorende tot de voormalige Schutterij; twee brandmerkijzers, waarvan in deze eeuw nog gebruik is gemaakt, mitsgaders een Klappermansklep ?
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 27 September 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,75
Periode 30 September t/m 7 October 1844
Extract etc
Becius, secretaris.

Middelburg den 27 September 1844
Onderwerp: Bedeeling van M.de Gruijter wed.J Kramer
Volgens berigt van het Algemeen Armbestuur dezer Stad heeft zich tot het bekomen van onderstand bij hetzelve aangemeld
Maatje de Gruijter wed. van Jan Kramer die thans uit hoofde van ernstige ziekte geneeskundige hulp geniet.
Deze persoon blijkt in Uwe stad armlastig te zijn.
Op grond daarvan verzoeken wij UEA bereid te willen zijn de kosten van 60 cent per week voor UEA rekening te willen nemen.

B & W der stad Middelburg.
Paspoort van Grijpskerke
Ter ordonnantie van HEA
Becius, secretaris

Arnemuiden den 23 October 1844
Aan B & W van Middelburg
Onderwerp: Bedeeling M.de Gruiter wed.J.Kraamer
Ten gevolge UEA missive van den 27e September dezes jaars no 25/405 hebben wij het diaconie Armbestuur alhier kennis gegeven dat door het Algemeen Armbestuur uwer stad in bedeeling was opgenomen zekere Maatje de Gruiter wed. J. de Kraamer volgens nota aan wie boven geneeskundige hulp wekelijks zestig cents werdt verleend met uitnoodiging ons wel te willen mededeelen of dezelve hierin konde berusten of dienaangaande andere maatregelen verlangd.
Gemeld Armbestuur heeft ons berigt zij aanvankelijk met die bedeeling genoegen neemt, doch UEA zoude te kennen willen geven dat zoodra dezelve hersteld mogt wezen, die bedeeling mogt ophouden,daar bij aldien dezelve voortdurend wenscht onderstand te genieten , zij UEA moet verzoeken dezelve naar herwaarts te verwijzen , alwaar zij dan met alle andere ingelijken graad zal worden gesteld en voor zoo ver zij alsnog genoegzame lichgaams krachten mogt hdebben, op de alhier bestaande werkinrigting worde gerplaatst.
De Burgemeester
CDB

Hierna volgen inlichtingen over deze weduwe:
Haar echtgenoot,overleden, was herbergier
Verblijf; steeds te Arnemuiden tot de door van haar maan 9 feb; 1829.
De weduwe is te Arnemuiden verbleven tot November 1840 als wanneer zij naar Middelburg is overgekomen; woont thans op den Korendijk Wijk P no 60

Arnemuiden den 7 October 1844
Aan het Hervormd Diaconaal Armbestuur te Arnemuiden.
Bij het algemeen Armbestuur van Middelburg in bedeeling opgenomen zijnde, zekere Maatje de Gruiter wed. Jan Kraamer,welke op den 2 Nov: 1840 uit deze Gemeente naar Middelburg is vertrokken, en alzoo geene volk. 4 jaar deze gemeente verlaten blijft dezelve onderstands Domicilie ingevolge de wet van den 21 Nov: 1818 alhier gevestigd..
Aan deze wed: wordt werkelijk toegelegd eene som van zestig cents mitsgaders wegens ongesteldheid geneeskundige hulp is verleend.
Onder kennisgevinghiervan hebben wij de eer UEA te verzoeken indien UEG tegen deze bedeeling eenige bedenking mogt hebben. Ons zoo spoedig daarin te willen berigten zullende anders aan UE de declaratie van verplegingskosten worden toegezonden.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 29 September 1844
Onderwerp: Herijk Maten & Gewigten
Ter voldoening aan het Besluit van HEGA Heeren GS van Zeeland dd 30 Augustus N 5 als Ampliatie van HEGA Besluit van 5 April dezes jaars N29 (PB no 48) heb ik de eer UEA ter kennis te brengen ,dat ik tot den Herijk der Nederlandsche Maten & Gewigten te Arnemuiden zal vaceren op Maandag en Dingsdag den 7 en 8e October e.k, en wel van des Voormiddags 9-2 ure namiddags; dat met Arnemuiden is gecombineerd Kleverskerke en Nieuw en St.Joosland, aan welker Besturen ik UEA verzoek mededeeling te doen van bovenstaande bepalingen.
Naar aanleiding van Bovengemeld Besluit en het Reglement op den Herijk van 15 Februarij 1822, verzoek ik UEd:A een lokaal ter mijner beschikking te willen stellen benevens eene naamlijst der IJkpligtigen in UEd: gemeente te doen geworden.
De Arrond. IJKer in het 2 District
Belast met de Herijk voor
Het 1e District van Zeeland
P.de Vos

Arnemuiden den 10 October 1844
Aan B & A van Cleverskerke & Nieuw & St.Joosland
Wij hebben de eer UEA te kennen te geven, dat door den Heer Arrondissements IJker, tot den herijk der Nederlandsche maten & gewigten alhier ook voor UEA Gemeente zal worden gevaceerd op maandag en Dingsdag den 7 & 8 October EK van des voormiddags 9- 2 uur namiddags.
Overeenkomstig dienaangaande bestaande bepalingen hebben wij de eer UEA te verzoeken aan ons te willen inzenden eene naamlijst der ijkpligtigen uwer Gemeente ten einde deze aan den Heer Arr.IJKer bij deszelfs arrivement te overhandigen.
De Burgemeester
CDB

BEKENDMAKING
Onderwerp: Herijk maten & gewigten
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat op maandag & dingsdag den 6 & 7 October aanstaande des voormiddags door den Heer Arr.Ijker op het stadhuis alhier zal worden gevaceerd voor de herijk der Ned. Maten & Gewigten.
Noodigen mitsdien alle neringdoenden en handedrijvende persoenen dezer Gemeente uit, welke verpligt zijn gebruik te maken van de nieuwe Ned.Maten & Gewigten van deze gelegenheid gebruik te maken, in gebreke waarvan zij ingevolge ZM Besluit dd 30 Maart 1827 PB no 30 met eene geldboete zullen worden gestraft.
Arnemuiden 4 October 1844
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 1 October 1844
Ingevolge art 11 mijner Instructie als Heelmeester heb ik de eer UEA ter kennis te brengen dat door mij in het verloopene 3e kwartaal 1844 zes en vijftig voorwerpen zijn gevaccineerd waaronder vier en vijftig gratis doch geene aan kinderziekte behandeld.
J. Oversluijs
Beneden 10 jaren 49; beneden 15 dito 7 = 56
PS .Bij twee voorwerpen hebben zich geen volkome pokken vertoond, bij een niet gevat in weerwil van herhaalde vaccinatie.

De ondergeteekende practiserend geneesheer en verloskundige alhier geeft te kennen dat hij vanaf den 1 Julij t/m den 1 Augustus 1844 gratis heeft gevaccineerd de volgende personen:
Marinus Brouwer oud 5 jaren, Adriaantje Klaasse oud 5 jaren, Keetje Klaasse oud 9 jaren, Jobje de Ridder oud 10 jaren; het resultaat was bij allen gunstig, doordien de vaccine eenen geregelden afloop heeft gehad.
Aan de kinderziekte zijn er dit jaar geenen lijders door mij behandeld geworden.
J. Noom.
Arnemuiden 4 October 1844

Arnemuiden den 4 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Het op gisteren bij ons ontvangene duplicaat register JJ van de Verlofgangers der Nationale Militie dezer Gemeente hebben wij de eer deze voor de ophanden zijnde Inspectiën dezelve aan Uwe Excie te retourneren met kennisgeving dat wij op het gedrag dier verlofgangers geene bijzonderheden aan Uwe Excie hebben mede te deelen.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 4 October 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,50
Periode 7 t/m 13 October 1844
Extract etc.
Becius secretaris.

Arnemuiden den 11 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Bedelarij
Wij hebben de eer Uwe Excie te berigten dat in onze Gemeente een aanhoudend toezigt wordt gehouden op de wering der bedelarij en dat gedurende het 3e Kw. dezes jaars alhier niet is gebedeld, noch bedelaars zijn ontdekt of voor ons gebragt geworden.
De Burgemeester
CDB

Idem
Staat broodzetting
Wij hebben de eer aan Uwe Excie te doen toekoemn de staat der broodzetting over het 3e kw. Dezes jaars, door ons opgemaakt naar de opgave der marktprijzen overeenkomstig het bestaande reglement.
De Burgemeester
CDB

Idem
Onderwerp: Personeel van het Bestuur
In voldoening aan Uwe Excie circulaire van den 5 Nov: 1833 PB 49 hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen de staat van het Personeel van het Bestuur dezer gemeente, zooals die was op den 1 dezer maand, terwijl gedurende dat tijdvak geene verandering in hetzelve heeft plaatsgehad.
De Burgemeester
CDB

Staat van het Personeel van het Bestuur der stad Arnemuiden op den 10 October 1844
Burgemeester Cornelis Daniel Baars , jaar van aftreden 1850
Wethouders : Abr. Van Eenennaam, aftreden :1846; Adriaan Adriaanse: aftreden 1848
Leden van de Raad: Van Eenennaam:1846; van der Weele Joost:1848; Leendert Wisse: 1846
Adriaan van Sweden: 1848; Adriaan Adriaanse:1850;Jan Kraamer:1850
Secretaris: Cornelis Jacobus Baars; Ontvanger idem
Aanmerkingen: als wethouder moet hij in 1848 aftreden, maar niet als lid van den Raad, brief
Van de Gouverneur
Arnemuiden den 11 October 1844
De Burgemeester
CDB

Idem
Onderwerp[: Verbaal stedelijke Kas
Hiernevens hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen een verbaal van onze bevinding van den staat der stedelijke kas, volgens de bestaande verordeningen door ons op heden opgemaakt en geteekend.
De Burgemeester
CDB

Idem
Onderwerp: Vaccine
Wij hebben de eer Uwe Excie en UEG hierbij te doen toekomen een staat bevattende de alhier plaatsgehad hebbende vaccinaties gedurende het 3e kw. dezes jaars terwijl in dat zelfde tijdvak de kinderziekte aljier zich niet heeft geopenbaard.
De Burgemeester
CDB

OPNEMING VAN HET KANTOOR VAN DEN PLAATSELIJKEN ONTVANGER
TE ARNEMUIDEN
In kas totaal f.48,65 etc
B & W
Corn: Dan: Baars; Abr.van Eenennaam en A: Adriaanse
De plaatselijken Ontvanger : Baars


Arnemuiden den 10 October 1844
Schouwing & Omgang
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat door of van wege het stedelijk Bestuur alhier op woensdag 23 October aanstaande eene schouwing zal plaats hebben op de schoorsteenen Ovens & andere stookplaatsen op het gebruik der nieuwe Nederlandsche Maten & gewigten, op straten & voetpaden.
Wordende een iegelijk aangemaand om zorg te dragen dat op de deswegens bestaande bepalingen geen overtredingen worden gevonden, daar de nalatigen in deze ingevolge de wet zullen worden achtervolgd.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid aan den dag legge zal deze worden aangeplakt ter plaatse waar zulks gebruikelijk is te geschieden.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 11 October 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,50
Periode 14 t/m 20 October 1844
Extract etc.
Becius, secretaris

Biervliet den 10 Oct 1844
Onderwerp: Onderstandsdomicilium M. Schroevers
In antwoord op UEA missive dd 24 Sept”jl no 383, hebben wij de eer UEA te berigten dat wij ingevolge genomen informatiën voor alsnog moeten difficulteren in de restitutie van de ten behoeve van M. Schroevers door UEA gemeente voorgeschoten onderstandsgelden op grond:
Dat deze persoon nog in leven heeft, twee kinders, de eene genaamd Martina Schroevers, huisvrouw van eenenen zekeren Louwerse, tuinman bij den Heer Rijksontvanger Verdoorn in Oostsouburg; en de ander genaamd Jan Schroevers, kleermaker te Colijnsplaats,welke beide als niet onvermogend kunnende beschouwd worden ingevolge Art. 376 en 377 van het Burgerlijk wetboek gehouden zijn, onderhoud aan genoemde M. Schroevers hunnen vader te verschaffen.
B & A van Biervliet

Arnemuiden den 16 October 1844
Aan B & A van Biervliet
Onderwerp: Onderstands Domicilium Schroevers
Beantwoordende UEA missive van den 10e dezer maand no 375, hebben wij de eer UEA te doen opmerken, dat wij bij onze missive van den 24 Sept: jl no 383 geensints hebben te kennen gegeven, dat de daarin vermelden persoon M. Schroevers reeds werkelijk bedeeld werdt, maar gevraagd om ons te willen mededeelen of UEd genegen waren dat aan hem wekelijks 50 c. werdt toebedeeld zoodat als tot heden van het Armbestuur nog niet genooten hebbende geene restitutie te pas komt zooals wij vernemen niet meer noodig zal wezen daar hij reeds weder als knegt bij een schipper te Vlissingen is aangenomen.
Wat of verder de gegoedheid van zijnen twee kinderen betreft, willen wij niet over oordeelen, het zoude ons echter hoogst bevreemden, zij van hun sober daggeld in staat waren hunnen vader te onderhouden , wij zullen intusschen bij verder te doene aanzoek hen hiervan mededeeling doen, ten einde hen desnoods in staat te stellen zijne kinderen bij goedkeuring der Arr: regtbank daartoe te verpligten, zoo niet zullen wij zoo vrij zijn tot het bekomen van domicilium bij UEA geene bedenking zijn ingekomen en mits dien erkend word.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 6den October 1844
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen toekomen het certificaat van den gekeurden en geschikt bevondenen Springstier, toebehoorende aan Cornelis Oreel.
De secretaris der Commissie van Landbouw in Zeeland
Vis

Arnemuiden den 15 October 1844
Het Hervormd Diaconie Armbestuur heeft de eer in de zaak van den persoon van Maatje de Gruijter, wed. J. Kraamer, UEA Regering onderrigt te verzoeken, of onder de aan haar bedeeld wordende zestig cents per week, de Geneeskundige hulp begrepen is ?
Namens het Hervormd Diaconie Armbestuur
H: Haesebroeck
Pres.

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
In aanmerking nemende enz
Willende voorts overgaan tot het doen van eenige verplaatsingen van veldwachters in het belang van de dienst;
Besluit
1 uit de betrekking van veldwachter worden als zoodanig verplaatst
A de veldwachter der gemeenten Arnemuiden en Kleverskerke, Abraham Wijndt naar de gemeente Hoek
B de veldwachter der gemeente Breskens Hendrik Kuijpers naar de gemeenten Arnemuiden en Kleverskerke
Zullende aan dezelve de noodige acten van aanstelling voor derzelve nieuwe standplaats worden uitgereikt.
3 de verplaatste veldwachters zullen zich ten spoedigset naar de voor hen bestemde standplaatsen begeven, om aldaar na afgelegden eed voor den kantonregter waarin zij wonen en na geenbrigadeerd te zijn in functie te treden
B & W der stad Arnemuiden en B & A der gemeente Kleverskerke aan te schrijven van onderling op den voet van het bepaalde bij art.2 van het provinciaal blad no 10 van 1832 de woonplaats van den nieuwen veldwachter te bepalen.
Extracten etc
Middelburg den 18 October 1844
De Staatsraad Gouverneur
Extract
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden, 29 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Standplaats veldwachter
In overeenstemming met het Plaatselijk van Cleverskerke is goedgevonden om de woonplaats van den nieuw benoemden veldwachter Hendrik Kuipers te bepalen binnen deze Gemeente, en van welk besluit , wij in voldoening aan sub 7 van Uwe Excie dispositie van den 18.dezer maand bi deze aan Uwe Excie mede te deelen.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middeburg
Den 18 October
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 21 t/m 27 October 1844
Extract etc
Becus secretaris.

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 25 October 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 28 October t/m 3 November 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Arnemuiden, 29 October 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Afschrift exercitie brandspuit
De Exercitie met de brandspuit alhier op den 23e dezer maand naar genoegen afgeloopen zijnde en geene reden tot eenige aanmerking gegeven hebbende, zoo hebben wij de eer hierbij een afschrift van die oefening aan Uwe Excie te doen toekomen.
De Burgemeester
CDB

Heden den 23e October 1844
Is door mij Burgemeester van Arnemuiden in het bijzijn van den Commissaris Generaal over het Brandwezen , ingevolge art:32 van het provinciaal Reglement , tot voorkoming en blussing van brand ten platten land in Zeeland, overgegaan tot het nazien der Brandspuit dezer Gemeente met de daar bij behoorende gereedschappen , waar bij bevonden is, dat een en ander in eenen goede en voldoende order waren, terwijl de oefening met dezelve ook geregeld plaats, zoo dat geene aanleiding tot eenige aanmerking daar bij is voorgekomen, en die werkzaamheden alzoo in een goede order zijn afgeloopen.
Van al het welk dit verbaal is opgemaakt hetwelk door mij nevens de Commissaris Generaal is geteekend op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
De Commissaris Generaal
A: Adriaanse
De Burgemeester van Arnemuiden
Corn: Dan: Baars.

Arnemuiden den 29 October 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Omgang & Schooning
Wij hebben de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen een afschrift van het proces-Verbaal van gedane schouwing & Omgang op de ovens en andere stookplaatsen, op het gebruik van Ned. Maten & gewigten op de hoedanigheid van het brood, mitsgaders op den behoorlijken onderhoud der voetpaden alles welke op den 23 en 25 dezer maand heeft plaats gevonden, en geene aanleiding tot eenige aanmerking heeft gegeven.
De Burgemeester
CDB

Heden den 25 October 1844
Heb ik Burgemeester van Arnemuiden geadsisteerd met en doo de Wethouder Adriaan Adriaanse nadat door ons den 23e te voren , zoo in de werkplaatsen als winkels het gewonen onderzoek heeft plaatsgehad , omtrent het gebruik van de Nederlandsche maten en gewigten, waaromtrent geene de minste overtreding der bestaande wet is ontdekt geworden, terwijl ook bij de broodbakkers in deze Gemeente de hoedanigheid en het gewigt van het brood is onderzogt en nagezien, ’t welk bevonden is volkomen aan de vereischten bij de voorschriften en broodpas bepaald te beantwoorden; waarna ingevolge te voren gedane bekendmaking nog een gedeelte van dien dag en voorts bij vervolg heden de schouwing is verrigt op de ovens, schoorsteenen en stookplaatsen, waarbij sedert de laatste omgang geen vermeerdering of veranderingen zijn voorgekomen, en voorzeide schoorsteenen en stookplaatsen behoorlijk gezuiverd zijn bevonden- bij welke gelegenheid al mede de voetpaden zijn nagezien, die in eenen goeden staat waren, en ook meestendeels voor rekening dezer stede in eenen gangbaren staat zeer goed worden onderhouden.
Van al het vorenstaande dit Proces verbaal door ons opgemaakt zijnde en geteekend is, op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
De Wethouder
A: Adriaanse
De Burgemeester
Corn: Dan: Baars

Extract Notulel B & W van Middelburg
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 4 t/m 10 November 1844
Extract etc
Becius secretaris

Het Hervormd Diaconie Armbestuur dezer Gemeente heeft de eer het Achtbaar Gemeente bestuur ter kennis te brengen dat zij bij een voorlopig overslag van Ontvang & Uitgaaf over de nog overig zijnde negen weken dezes jaars, vermeent, dat de Uitgaaf zekerlijk de Ontvang zal overtreffen, vooral wanneer hetzelve in aanmerking neemt de gelden die zoo wel in ’t algemeen als ten behoeve der Weezen nog uitbetaald moeten worden, en wel zoo, dat de Armbezorgers zich voorstellen, dat zij de bedeeling aan Armen zullen moeten staken door gebrek aan geld, waarom zij om zulks te voorkomen, UEA! Vriendelijk verzoeken, het Diaconie Armbestuur met geld te ondersteunen, opdat hetzelve in staat zij & blijve de Armen te bedeelen en verdere benoodigdheden hen in hunnen diepen armoedige toestand te kunnen verzorgen.
Uit Naam en Last van het Hervormd
Diaconie Armbestuur
H: Haesebroeck president
P:Joosse pres; diaken

Arnemuiden 19 November 1844
Aan het Hervormd Diaconie Armbestuur
In antwoord op Ueerw: missive van den 4 dezer maand, hebben wij de eer namens den raad dezer stad UWEerw te kennen te geven dat aangezien op den ontvangst dier missive de aan U toegestane extra subsidie van f.100- nog niet geheel was uitbetaald, de vergadering niet kan instemmen dat er op dit oogenblik die volstrekte behoefte zoude bestaan dat er een tweede extra subsidie behoort te worden toegekend , te meer daar na den ontvangst dier missive de visschers bussen waren geledigd en dat bovendien het de vergadering wenschelijk voorkwam dat men op middelen bedagt ware, waardoor Uw Eerw in staat waren of na het genot der jaarlijksche gewonen subsidie in Uwe eigenen behoeften te voorzien, daar de Stedelijke fondsen zonder het heffen van buitengewonen belastingen niet in staat zijn meerdere subsidie te verleenen, terwijl de Raad UEerw: ten slotte uitnoodigd om in Januarij EK aan ons te willen doen toekomen een staat van uwe gedane en te doene ontvangsten en uitgaven over dit loopende jaar, waaruit het dezelve zal blijken hoe groot het tekort op dat tijdstip zal wezen.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 2 November 1844
Onderwerp: Toezending Medaille
Uit het hiernevensgaande exemplaar van het Provinciaal blad no 133 van de 29 December 1843 no 76 zal UEA ontwaren dat ZM bij Zijn Besluit eene gouden Medaille heeft toegewezen aan den Heer J. Oversluis , Heel en Vroedmeester binnen Uwe stad, welke zich tot bevordering der Koepokinenting in 1842 genoegzaam verdienstelijk heeft gemaakt.
Onder toezending der Medaille heb ik de eer UEA te verzoeken dezelve aan den belanghebbenden op de meest vereerende wijze uit te reiken en denzelven daarbij op te merken , dat de medaille hem is toegekend geworden niet alleen wegens het groot aantal der door hem verrigte vaccinatiën maar ook voornamelijk voor de goede zorg welke door hem is aangewend om zich van den gunstigen uitslag dier vaccinatiën te verzekeren
Voorts zal het mij aangenaam zijn door UEA van de goede ontvangst der bedoelde Medaille te worden onderrigt.
De Staatsraad Gouverneur
V an de Provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden 12 November 1844
Aan den Heer Gouverneur
Onderwerp: Ontvangst Medaille
Bij Uwe Excie missive van den 2: dezer maand hebben wij in goede order ontvangen de aan ons toegezondenen gouden medaille voor den Heer J: Oversluijs, Heel& vroedmeester binnen deze stad en zulks ter belooning wegens bevordering der Koepokinenting in den jare 1842, welke op morgen door ons aan Zijne Ed: zal worden ter hand gesteld.
Etc.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 13 November 1844
Op heden werdt alhier door den Burgemeester in tegenwoordigheid van den Raad dezer stad op eene vereerende wijs met toepasselijke aanspraak aan den Heer Jan Oversluijs stadsgeneesheer alhier, uitgereikt de goude medaille, Zijn Edele toegekend bij KB van 29 December 1843 no 76 zoo wegens het groot aantal verrigte vaccinatiën in den jare 1842, als voornamelijk voor de goede zorg door hem aangewend om zich van de den gunstigen uitslag dier vaccinatiën te verzekeren met aanbeveling om voortdurend met kracht het heilzame der vaccine voor te staan en te helpen bevorderen onaangezien ZM voor het vervolg de verleening van dit onderscheidingsteeken heeft gelieven in te trekken.
Zijnde dit bewijs van ’s Konings tevredenheid met ware dankerkentenis aangenomen, met verzekering dat Zijn ED: steeds met dienzelfden ijver, zich het belang der vaccine zal aantrekken en blijven behartigen.
De Burgemeester

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 8 November 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 11 t/m 17 November 1844
Extract etc
Becius secretaris

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 25 October 1844
Rapport gedaan zijnde over de rekeningen over 1843 van het gesubsidieerde Armbestuur van Arnemuiden
Is goedgevonden
Deze rekening behoudens de daarin gebragte wijzigingen en gestelde opmerkingen goed te keuren en te kennen te geven
Aan B & W van Arnemuiden dat van de vermelde besturen zullen worden aanbevolen om voortaan de rekeningen van den ontvanger zoo vroegtijdig mogelijk op te nemen ?dat dezelve overeenkomstig de bestaande voorschriften door den gemeenteraad gearresteerd vóór den 1 Mei ter goedkeuring ingezonden kunnen worden met uitnoodiging om wanneer het armbestuur in gebreke mogt blijven daaraan te voldoen , geene uitbetaling van subsidie te doen plaatshebben dan nadat hetzelve aan zijne verpligtingen hierin zal hebben voldaan.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening

Arnemuiden den 9 November 1844
Aan het Diaconie Armbestuur te Arnemuiden
Onder toezending van een exemplaar der door Heeren GS goedgekeurde Armrekening over den jare 1843 hebben wij de eer namens HEGA te kennen te geven dat voortaan de rekening van den ontvanger zoo vroegtijdig mogelijk zal behooren te worden opgenomen dat dezelve overeenkomstig de bestaande voorschriften doorden Gemeente Raad gearresteerd vóór den 1 Mei ter goedkeuring ingezonden kan worden.
Wij vertrouwen dat door UEerw in het vervolg deze bepaling zal worden nageleefd daar bij gebreke van dien wij ons verpligt zouden gevoelen geene uitbetaling van subsidie te doen plaats hebben totdat aan Uwe verpligting naar behooren was voldaan.
Wij achten het niet overbodig UEerw: ten slotte te doen opmerken dat die rekening uiterlijk op den 31 Maart van elk jaar behoort te worden ingezonden.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Zeeland
Den 15 November 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 18 t/m den 24 November 1844
Extract etc
Becius secretaris

STAAT AANWIJZENDE HOUDERS VAN VEE
Wed: Harthoorn 6 runderen
A: Adriaanse 11 runderen en 3 paarden; 2 schapen
C: van Eenennaam 16 runderen 3 paarden
B: Schets 3 paarden
J.Meerman 2 runderen en 2 paarden
L: van Eeenennaam 10 runderen en 3 paarden
A: Koets 13 runderen , 3 paarden en 3 schapen
L: Wisse 24 runderen en 4 paarden
J: Schooneboom 19 runderen, 6 paarden en 3 schapen
L: Willeboordse 27 runderen, 4 paarden en 3 schapen
V.Keulen 8 runderen, 4 paarden en 3 schapen
A: Boogaard 1 paard
C: Oreel? C 48 9 runderen
A: Filius 45 runderen, 5 paarden en 2 schapen
J:Tramper 1 rund
F:van Eenennaam 13 runderen en 4 paarden

123 runderen boven de 2 jaren; 81 runderen beneden de 2 jaren; 36 paarden boven de 3 jaren, 7 paarden beneden de 3 jaren; 16 schapen.

Middelburg den 15 November 1844
Onderwerp: berigt slooping van gebouwen
Bij UEA missive van den 27 September jl no 387 berigt gedaan zijnde van de ter Uwer kennis gebragte slooping van gebouwen in Uwe stad, zoo heb ik de eer UEA onder referte tot het slot mijner circulaire van den 15 Mei jl PB no 70 te kennen te geven dat de bedoelde kennisgeving ten gevolge van de met 1e Januarij jl ingevoerde verandering in de wijze van beheer in het kadaster niet meer te pas komt; terwijl echter door mij van de in opgemelde missive bedoelde slooping aan den betrokken controleur der Directe belastingen en van het Kadaster mededeeling is gedaan.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 8 November 1844
Samenvatting:
Gelezen het rapport van de Schoolopziener van het 1e schooldistrict over het feit dat het schoolgebouw niet voldoet in kwaliteit om zoveel leerlingen onder bekrompen toestanden te kunnen herbergen en ook gelezen ene missive van B & W van Arnemuiden etc
Verder ingezonden zijnde een deliberatie van den stedelijken Raad van den 4 Sept: ll blijkens welke de Raad voortdurend zwarigheid maakt te voldoen aan de onder andere bij de resolutie gedane uitnoodiging tot inzending eener voordragt met plan en beraming van kosten tot het stichten van een nieuw schoollokaal of tot aankoopen verbetering van het bestaande, zulks op de bereids vroeger door den raad aangevoerde gronden dat namelijk daartoe geene noodzakelijkheid bestaat,en daarin door den onderwijzer behoort te worden voorzien,en dat ook daarvoor door den stad niets kan worden bijgedragen
Is goedgevonden
Aan het stedelijk bestuur van Arnemuiden te kennen te geven dat nog op den 30 Sept: ll het bezoek der school door den Districts schoolopziener aan denzelven is gebleken dat dit locaal veel te klein is,vermits bij de aanwezigheid van 116 lerlingen de school zoo zeer bezet was, dat er naauwelijks plaats over was om zich behoorlijk te kunnen bewegen ; dat zoodanig bekrompen en bedompt locaal voor de gezondheid der kinderen nadelig moet worden geacht, en alligt tot het ontstaan van besmettelijke ziekten aanleiding zoude kunnen geven,waarvoor de noodlottige gevvolgen het bestuur nog versch in het geheugen moeten ligen; dat de vergadering dan ook volsterkt niet kan deelen in het gevoelen van het Stedelijk bestuur, alsof er geene dringende behoefte aan een beter locaal zoude bestaan; dat zoo als de vergadering bereids bij hare vroegere resolutiën aan het stedelijk bestuur heeft doen opmerken,niet de onderwijzer maar de stad zelve in een behoorlijk schoollocaal moet voorzien; dat dan ook uit de voordragt van den stedelijken Raad van den 6 Aug: 1841 als uit de resolutie der vergadering van den 13e daaraan volgende no 18 blijkt ,dat de inhouding van f.100- op het tractement van den opvolger des gepensioneerden onderwijzer zoude geschieden voor het vrije gebruik van het aan laatsgemelden toebehoorende en door denzelven gedurende zijn leven aan de stad ten gebruike zonder betaling van huur afgestane schoolgebouw ; maar integendeel dat van stadswege in het onderhoud van dit gebouw zoude worden voorzien; dat,wat betreft het door den Raad aangevoerde bezwaar ten aanzien der fondsen, de vergadering evenals dezelve reeds bij vorige resolutie aan het stedelijk bestuur heeft te kennen gegeven,bereid is de stad daarin tegemoet te komen, en het voornemen heeft om in aanmerking nemende den ongunstigen toestand der gemeentefinanciën, zulks op een niet karige wijze te doen,zoodra het haar zal gebleken zijn waarin het daartoe vereischt wordende bestaat; dat,ten einde zoo wel omtrent de behoefte en tegemoetkoming bepaald en met kennis van zake te kunnen oordeelen, een plan van verbetering van het schoollocaal met een begrooting van kosten behoort te worden ontworpen en opgemaakt, en dat de vergadering op grond van een en ander, de inzending van zoodanig plan en beraming van kosten, vergezeld van de vereischte deliberatie van den stedelijken raad onzer referte tot hare vroegere resolutiën omtrent dit onderwerp , in het belang van het onderwijs te Arnemuiden moet blijven verlangen; wordende in het bijzonder aan B & W voorn: ernstig aanbevolen tot de verwerkeling der bestaande behoefte aan een beter schoollocaal krachtdadig mede te werken.
Extracten etc.
De Griffier der Staten
Handtekening

Middelburg den 18.November 1844
Onderwerp: Mutatiën personeel in de bedelaarsgestichten.
Ik heb de eer UEd: te informeren dat blijkens den bij mij ontvangenen staat der mutatiën voor gevallen in het personeel der bedelaarsgestichten, op den 27 Julij jl is ontslagen de persoon van J. Willeboordse (no 3141) welke in uwe gemeente onderstands domicilie heeft.
De Staats Raad Gouverneur van de Provincie Zeeland.
Van Vredenburch

Extract Notulen van B & Wvan Midelburg
Den 22 November 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 25 November t/m 1 December 1844
Extract etc
Becius secretaris.

Extract uit het verbaal van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 15e November 1844
Samenvatting:
Er is t.b.v.de steden Hulst en Axel en de gemeenten te platten lande in Zeeland een bedrag van f.13105,00 beschikbaar gestelde vanwege Zijne Excie den Minister van Financiën ter repartitie of verdeeling.
Afschrift etc.
De Griffier der Staten
Handtekening.

Extract verbaal Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 15e November 1844
Rapport gedaan m.b.t aanvragen om gemagtigd de beschikking te hebben over de fondsen die t.a.v.onvoorziene uitgaven zijn toegestaan over1844
Is goedgevonden
1 de voorm: staten te arresteren en daarvan mededeeling te doen
Extract etc.
De Griffier derStaten
Handtekening

Middelburg den 23 November 1844
Ik heb de eer UEA hiernevens toe te zenden een afschrift mijner dispositie van heden A no 7467, 1e afd: genomen op het request van E. de Nooijer o.s.? te Arnemuiden met verzoek dezelve,na daarvan inzage te hebben genomen,aan den belanghebbenden te doen toekomen & de legesgelden ad f.0,60 ter provinciale Griffie te doen overbrengen.
De Staatsraad Griffier van de Provincie Zeeland.
Van Vredenburch.

Zij deze gesteld in handen van Heeren B & W der stad Arnemuiden
Om berigt, consideratiën en advies.
Middelburg den 26 November 1844
Vanwege den Staatsraad Gouverneur der Provincie Zeeland
De Griffier derStaten
Handtekening

Arnemuiden den 29 November 1844
Onderwerp: advies Adres M.Van Belzen
Het adres van M. van Belzen visscher & alhier woonachtig, houdende verzoek dat aan zijn zoon Lieven van Belzen milicien met onbepaald verlof in deze Gemeente aanwezig de vergunning mag worden verleend dat hij een wettig huwelijk aangaat, bij Uwe Excie dispositie van den 26 dezer maand in onze handen gesteld zijnde om berigt consideratiën & advies, zoo hebben wij onder terugzending van dat adres de eer Uwe Excie te berigten dat het in het adres aangevoerde overeenkomstig de waarheid is ,daar des adressant vrouw , hoezeer nog slechts den ouderdom van vijftig? jaar bereikt hebbende ,door een zwak lighaams gestel zich al dikwijl buiten staat bevind, om hare werkzaamheden naar behooren te verrigten en het mitsdien voor den adressant van veel belang is dat zijn zoon dit voorgenomen huwelijk totstand brengt, voorts geven wij Uwe Excie in consideratie dat aangezien den adressants zoon milicien zijnde van de Ligting van1842 doch als buitengewoon contingent ter vervanging van Pieter Dingemanse milicien in 1841 van lighaamsgebreken ontslagen, in dienst gesteld zijnde welke aan laatstgenoemde ligting na den gewonen loop in het aanstaande voorjaar de vergunning toch zal gegeven worden, overmitsdien weinig of geen zwarigheid kan bestaan dat zijn verzoek enigsints vroeger worde geaccordeert en wij mitsdien niet anders kunnen of mogen adviseren, alsdat Uwe EXcie op dit zijn adres een gunstig advies aan Z:E Heere Minister van Oorlog uibrengt opdat Zijne Excie op dit zijn verzoek een gunstige dispositie mag nemen.
De Burgemeester
CDB

Extract uit Notulen B & W van Middelburg
Den 29 November 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 2 t/m 8 December 1844
Extract etc
Becius, secretaris

Extract verbaal Van Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 22e November 1844
Rapport over de begrooting van het half-Bataillon Rustende Schutterij no 1 over het jaar 1844.
Het aandeel van Arnemuiden bedraag f.33,50 op het totaalbedrag van f.451-
Etc etc.
De Griffier der Staten
Handtekening

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 5 December 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,55
Rogge 5,20
Periode 9 t/m 15 December 1844
Extract etc
Becius secretaris

Arnemuiden den 9 December 1844
Zetting van het brood in de Gemeente van Arnemuiden
Prijs der mudde tarwe f.7,55
Een brood van 2 oncen 3 ½ cent
Een brood van 5 oncen 8 ½ cent
Idem van 10 oncen 16 ½ cent
Idem van 15 cent 24 ½ cent
Idem 20 cent 33 cent
Boven welke prijs het bovenstaande brood niet mag worden verkogt.
De Burgemeester der stad Arnemuiden
Corn: Dan: Baars

Arnemuiden den 11 December 1844
Aan Heeren B & W van Middelburg
Onderwerp: Mutatie schutter
Ingevolge de bestaande voorschriften hebben wij de eer UEA kennis te geven dat naar Uwe stad metterwoon is vertrokken Johannis Hermanus Evers, Broodbakkersknegt, behoorende tot den 1 Batt 1 Compagnie en reeds in den jare 1842 overgegaan tot de reserve.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 11 December 1844
Aan den Heer Militie Kommissaris te Zeeland
In voldoening aan de resolutie van Z:E: de Heere Staatsraad Gouverneur van den 11 Nov: 1843 PB 107 hebben wij de eer hierbij aan UEdG te doen toekomen een naamstaat bevattende de plaats gehad hebbende mutatiën der schutterijpligtigen in deze Gemeente sedert 15 December 1843 en wel zoo als dezelve was op den 1 dezer maand
De Burgemeester
CDB

STAAT VAN BEGROOTING
In Ontvang en Uitgaaf
Van het Hervormd Diaconie Arm-Bestuur
Te Arnemuiden
Voor het Dienstjaar 1845
Opgemaakt en voorgedragen door het Arm-bestuur
Te Arnemuiden den 7 September 1844
H:Haesebroeck; B: Cornelisse en P: Joosse
Gearresteerd onder goedkeuring van GS van Zeeland
Door de Gemeentenraad van Arnemuiden
In ontvang f.1763,16
In uitgaaf 1758,57
En mitsdien met een batig slot van f.4,59
Te Arnemuiden den 10 September 1844
B & W
Cornelis Daniel Baars
Ter ordonnantie van dezelve
Baars
Gezien en goedgekeurd bij GS van Zeeland
Middelburg den 22 November 1844
Van Vredenburch

Bijzonderheden:o.a doodkisten, medische kosten; 26 weezen gealimenteerd
Onder de gealimenteerden de namen: Schroevers (1); Marteijn (5); Meulmeester(2);de Nooijer (1); van Eenennaam( 5); Smit(4); Keur(5);Meulmeester(3)
De bedeeling geschiedt in geld & brood aan 24 tot 30 personen, meestal afgeleefde tot werken ongeschikte voorwerpen, alsmede weduwen en weduwnaren.
Jaarwedde van den geneesheer: f.50-; belooning van den Ontvanger ongeveer f.40-

Tarieven Begrafeniskosten: zie het origineel
Kosten van aankoop en aanleg der begraafplaats : f.375-
Onderhoud voetpad, hek, haag en sloot : f.10-


Bewijs van Goedkeuring
De ondergeteekende Keurmeester der Veerschuiten voor het District,verklaart, dat bij het door hem op heden gedaan onderzoek van een Veerpont en en Roeiboot varende in het Overzetveer van Arnemuiden op Nieuwland en terug dezelve bevonden in volkomen order te zijn,waarvan dit bewijs, ter voldoening aan art.14 van het het Reglement, door mij is afgegeven
Robert Blaze
Te Arnemuiden den 23 Mei 1844
De Keurmeester
Freeman

Administratie
Directe Belastingen etc
Staten van oninbare posten
Middelburg den 30 Julij 1844
Ik heb de eer UEA bij dezen aan te bieden de door den Ontvanger van Arnemuiden opgemaakte Staten van oninbare posten wegens de personele belasting over de dienst 1843/44 van de Gemeente Arnemuiden en Kleverskerke met verzoek dezelve voorzien van UEA advies wel binnen eene maand na dagtekening dezes aan mij te willen terugzenden.
De controleur
Handtekening

De bij UEG missive van den 30 Julij ll no 480 gevoegde staten van oninbare posten wegens de personele belasting over de dienst 1843/44 van de Gemeenten Arnemuiden & Cleverskerke heb ik de eer , na daarop mijn adviezen gemeld te hebben hierbij aan UEG te retourneren.
De Burgemeester van Arnemmuiden en Cleverskerke
CDB

Extract verbaal Heeren GS van Zeeland
Vrijdag den 22 November 1844
Rapport over de begrooting voor 1845 van de gesubsidieerde armbesturen n.l. het Hervormde Armbestuur te Arnemmuiden.
Is goedgevonden
De begrooting goed te keuren behoudens de in sommige derzelve gebragte wijzigingen of gestelde aanmerkingen.
Extracten etc.
De griffier der Saten
Handtekening

Arnemuiden den 24 December 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Begrafenis Regten
In voldoening aan UEGA besluit van den 29 Novb/6 Dec.jl (PB 144) hebben wij de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen de tarieven van begrafenisregten mitsgaders de tabellen van kosten? ingerigt volgens het daarbij gevoegde model A en B , welke tarieven & tabellen als niet dan geringe regten beschrijvende en mitsdien voor geene vermindering vatbaar zijn bevonden even als in den jare 1839 zijn opgemaakt geworden en de eer hebben onder bijvoeging van een deliberatie van den Stedelijken raad alhier, dezelve aan UEGA te doen toekomen ten einde Zijne Majesteits goedkeuring daarop te mogen erlangen.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 13 December 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,55
Rogge 5,20
Periode 16 t/m 22 December 1844
Extract etc
Becius secretaris

Middelburg den 16e December 1844
Aan de Heeren B & W van de steden en het platte land in Zeeland.
Ik heb de eer UEA hiernevens evenals bij vorige jaren, 6 exemplaren van het Zesde Stukje der Voorstellen en Mededeelingen der Commissie van Landbouw, aan te bieden, met beleefd verzoek om dezelve, op de gewone wijze, onder de Landlieden Uwer gemeente, ter lezing, te willen rondzenden.
De Presidentder Commissie van Landbouw in Zeeland.
C.Vis

Voorstellen met uitloving van
Premiën en Medailles ter bevordering van de Landbouw
In de Provincie Zeeland
Vastgesteld bij de vergadering der
Commissie van Landbouw in die Provincie, gehouden te
Middelburg op den 9e October 1844

Zesde stuk
Samenvatting:
In vorige jaren is het nut aangetoond van het telen van voedergewassen ten behoeve van het vee als afwisselingproducten. De kwaliteit en het gewicht van vee wordt beter en hoger, waardoor hogere prijzen kunnen worden bereikt.
De landlieden moeten wel voor verandering openstaan om door practische toepassing de resultaten te kunnen meten. Vooroordelen en een afwijzende houding zijn alleen maar nadelig.
Er wordt gewezen op de grote vooruitgang in alle vakken van kennis en wetenschap die leiden tot meer welvaart ook in de landbouw. Vooral de vakken natuur-en scheikunde zijn nauw verbonden met de landbouw. Dan betreft het vooral meststoffen.
Onderwijs is in dit opzicht van groot belang. In de vele landelijke scholen, in onze Provincie worden momenteel de eerste beginselen der natuur-en landhuishoudkunde onderwezen
Buitendien bestaan er momenteel in Nederland afzonderlijke daartoe ingerigte scholen waar de landhuishoudkunde practisch en wetenschappelijk zoowel als de daarmede verbondenen vakken der Natuur- Schei- en Kruidkunde, Natuurlijke Historie, Wis-en Werktuigkunde, worden onderwezen. Een in Groningen het andere te Zalk in Overijssel.
In het vervolg van het aangekondigde PROGRAMMA wordt niet begrepen het gebruik van as en het bezaaien van het braakland met wikken. Dat doel is volgens de Commissie berijkt in de afgelopen 5 jaar. Dat geldt ook voor het planten van hop en het zaaien van hennip. Dat was geen succes en had weinig bijval bij de landlieden.
Dat op vele landbouwbedrijven er gebrek aan vee is , komt voornamelijk door het gemis van voedergewassen. Afwisseling van voedergewassen en bemesting speelt hierin een belangrijke rol t.b.v. de vroeger zo vruchtbare polderlanden. Alle voor beploeging geschikte landerijen worden als bouwland gebruikt. , terwijl ongeveer een derde bezaaid wordt met voedergewassen.
Er wordt een premie van 20 gulden uitgeloofd voor elke bunder die beteeld wordt met voedergewassen.
Ook een premie van 5 gulden voor elke os, koe of vaars, mits niet beneden de 2 jaar die gedurende 2 maanden of langer de zomervoeding op de stal zal hebben genoten met voedergewassen. Die daarvoor expres zijn geteeld.
Ook wordt ook ten behoeve van de arbeidende klasse weer een premie uitgeloofd voor het spitten der bouwlanden.
Voorwaarden: een behoorlijke aangifte bij de Commissie en het overleggen van gecertificeerde bewijzen van uitvoering.

De Maatschappij tot bevordering van de Landbouw en de Veerteelt in de Provincie Zeeland telt na de korte tijd van oprichting bijna een getal van 700 leden.
Er is op 19 Juni van 1844 een Tentoonstelling der voorwerpen van landelijke nijverheid
Bij de inwijding der Maatschappij tot bevordering van de Landbouw en de veeteelt is de belangrijkheid van de veredeling van het runder-ras met voorbeelden kenbaar gemaakt.
Er zijn 6 stieren van het voortreffelijke , korrtgehoornde Durhamsche ras aangekocht ter veredeling.
Dat initiatief is met vreugde begroet. Sinds de invoering van het reglement op de springstieren bij KB van 13 Augustus, is door het meerdere toezicht en het verhoogde springloon veel bereikt.
De stierhouder was beter in staat om goede stieren aan te kopen en betere voeding te geven en ook zelf stieren te “kweken”.
Echter de meeste veehouders zijn van het belang van bovenstaande niet genoegzaam overtuigd en stellen zich passief op.
2 leden van bovengenoemde commissie hebben de algemeene vee-schouwing in Engeland in 1842 in Bristol bijgewoond en hebben goede voorbeelden van gezond sterk ras gezien.
Er is een grote vooruitgang van de veestapel in Engeland.
De fok van excellente stieren heeft tot gevolg dat de geboren koeien meestal meer melk geven tegen dezelfde hoeveelheid voer als bij een koe die minder melk geeft. Hetzelfde geldt ook ten aanzien van het gewicht. En ook de bouw en lichaamsgesteldheid van het vee waren beter ontwikkeld. Voorbeeld: een beroemde stier in Engeland werd verhuurd voor een bedrag van f.10.000. en bracht voor de eigenaar die ook in het bezit was van een groot aantal koeien een inkomen van f.15.000. Goede stieren brengen hoge prijzen op. Een sprong van een uitstekende bul wordt vaak f.24 en f.36 betaald, terwijl men er geen bezwaar tegen heeft, om op grote afstanden, het vee , dat men voor meerder veredeling bestemt, naar een zo voortelijke stamstier heen te voeren.
Dat is in Zeeland heel anders ; sinds kort is de prijs voor een sprong van een middelmatige stire verhoogd van 65 cent tot een gulden.

Uit het algemeen rapport van de Landbouw van 1843 blijkt dat Zeeland een veestapel bezit van 41669 runderen,19867 paarden en 20946 schapen.
Er worden echter te weinig veevoedergewassen geteeld op landbouwgrond.

De Guano

Deze is afkomstig uit Zuid-Amerika: uitwerpselen van een onnoemelijk aantal zeevogels sinds onheuglijke tijden. Op rotsen en onbewoonde eilanden. Deze meststof wordt in Europa in de landbouw in grote hoeveelheden gebruikt en is ook een vrij belangrijk artikel van handel en scheepvaart. De aanwending van deze mestsoort bevordert in hoge mate de groeikracht in bouw-en weiland. Vooral in het voorjaar. Moet vermengd worden met 3-maal de hoeveelheid turf-of houtasch bij een te verwachten regen.
Omdat men bevreesd is dat de voorraad guano snel uitgeput zal zijn , zijn scheikundigen bezig een kunst-Guano te ontwikkelen.

Middelburg den 16 December 1844
Directe Belastingen
Onderwerp: Toezending van een invorderbaar verklaard Kohier
Hierbij gaat op de 6 dezer invorderbaar verklaard suppletoir kohier no 3 van het Patentregt Uwer gemeente, dienstjaar 1844/45 2e kwartaal.
Gaarne binnen 5 dagen opgave aan den Heer Ontvanger van de dag van afkondiging.
De Controleur der Dirfecte Belastingen
Handtekening

Aan den Heer Gouverneur en Controleur.
Het suppletoir Kohier van het Patentregt no 43 dezer Gemeente over het dienstjaar 1844/45 bij ons ontvangen zijnde zoo hebben wij de eer Uwe Excie/EdG te kennen te geven dat de afkondiging daarvan op heden heeft plaats gehad.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 20 December 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7,55
Rogge 5,20
Periode 23 t/m 29 December 1844
Extract etc
Becius secretaris.

Arnemuiden den 23 December 1844
WelEdele Achtbare Heeren!
De kerkeraad der Hervormde Gemeente te Arnemuiden neemt met den meeste eerbied de vrijheid UEA aan te bieden het dubbeltal diakenen gevormd in eenen wettiglijk belegde kerkvergadering op den 23 November 1844 waarvan 3 afkondigingen hebben plaatsgehad, en zij de verzekering er bij kan voegen dat er niets ben hen is ingekomen dat de benoeming door UEA zoude stremmen en zijn deze
Pieter Boone
Jacobus Meerman Januszoon
Levinus Willeboordse
Adriaan Meerman
Terwijl de kerkeraad op deze aanbieding de benoeming door UEA inwacht, teekent zij zich met eerbied.
Namens dezelve
H: Haesebroeck
Pres.

Arnemuiden 25 December 1844
Aan den Kerkenraad te Arnemuiden
Onderwerp: Benoeming diaken.
Tengevolge de door UEerw: aan ons toegezonden dubbeltal bij missive dd 23 dezer maand tot benoeming van twee diakenen ter vervulling van de gewonen jaarlijksche aftreding hebben wij de eer UEerw: te kennen te geven dat door denRaad dezer stad daaruit zijn benoemd geworden de personen van Pieter Boone en Jacobus Merman Janus zoon.
Wij verzoeken UEerw: de benoemde hiervan mededeeling te doen en dezelve volgens kerkelijk gebruik in die bediening te bevestigen.
De Burgemeester
CDB

BEKENDMAKING
Inschrijving voor de Nationale Militie
B & W der stad Arnemuiden maken bekend dat van heden af bij den secretaris dezer stad
Zal gereed liggen een register tot inschrijving van alle jongelingen geboren in 1826 welke in het aanstaande jaar 1845 aan de loting voor die Nationale Militie moeten deelnemen , terwijl daartoe afzonderlijk gelegenheid zal worden gegeven op Zaturdag den 18 Januarij aanstaande des nademiddags ten 3 uur op het stadhuis alhier.
Wordende mitsdien al de jongelingen geboren in opgemelde jaar 1826 ernstig aangemaand om van deze gelegenheid gebruik te maken ten einde niet in de straf te vervallen, welke bij nalatigheid daarvan bij de Wet is bepaald.
Arnemuiden 26 December 1844
DE Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 30 December 1844
Aan den Heer Gouverneur
In voldoening aan Uwe Excie besluit van de 19 dezer maand PB nr 2 hebben wij de eer aan Uwe Excie te doen toekomen, de staat in triplo der handtekening van den Burgemeester deszels plaatsvervanger, benevens van twee leden uit den raad ten einde door Uwe Excie te worden benoemd tot de teekening der Attesten voor die Nationale Militie voor de ligting van het jaar 1845.
De Burgemeester
CDB
Voorgedragen leden
Baars C.D. Burgemeester
Eenennaam A. V Plaatsvervanger
Kraamer Jan Lid van de Raad
Van der Weele Joost

Extract uit Notulen van B & W van Middelburg
Den 27 December 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.7.62
Rogge 5,20
Periode 30 December t/m 5 Januarij 1845
Extract etc
Becius secretaris.


Burgemeesters 1844

Arnemuiden 2 Januarij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie
Onderwerp: verbaal gepleegde baldadigheid
Ik heb de eer hierbij aan UEA te doen toekomen een door mij op heden opgemaakt proces verbaal tegen H: Marijs wegens gepleegde baldadigheid en verzet aan Policie beambten in de uitoefening van hunnen dienst in den nacht van heden met vriendelijk verzoek tot voorkomen van dergelijke voorvallen aan de schuldigen de verdiende straf te willen toepassen.
De Burgemeester
CDB

Aan den Staatsraad Gouverneur.
Ik geef uwe Excie door deze te kennen dat in de nacht door de persoon van H: Marijs varensgezel wonende in deze gemeente grove baldadigheid is gepleegd bij de herbergier A.J. Beerthuijs, door het inslaan van 26 glasruiten in degradatie ? van het raam en blinden geschied door het moedwillig werpen van straatsteenen en bovendien zich door woorden en daden heeft verzet tegen policie beambten in de uitoefening van hun beroep, van welke feiten door mij Proces verbaal is opgemaakt en ter vervolging aan de Heer Officier van Justitie ingezonden.
De Burgemeester
CDB

Militie commissariaat
Provincie Zeeland
Onderwerp: Voorziening in vacaturen Schutters-raad,1/2 Bataillon Rustende Schutterij no 1
Ten einde ingevolge het bepaalde bij art.4 van het KB van 4 Augustus 1839, in de vacaturen der ontbrekende leden voor de Schutters-Raad van het half Bataillon Rustende Schutterij no 1 Provincie Zeeland te voorzien , heb ik de eer UEd. te verzoeken om op den 27 Januarij aanstaande, des voormiddags ten 12 uren te compareren op het stadhuis te Veere om tot de daartoe betrekkelijk werkzaamheden over te gaan.
De Militie-Commissaris in Zeeland
Handtekening

Arnemuiden den 23 Januarij 1844
Aan den president bij de Landbouw
Ik heb de eer hierbij aan UEG te doen toekomen eene aanvrage tot keuring van den stier van den Landman Cornelis Oreel, woonachtig in deze gemeente, met verzoek de noodige order te stellen dat hij in de eerste te doenen keuring mag worden begrepen.
De Burgemeester
CDB

Middelburg 24 Januarij 1844
Edel Achtbare Heren
Wij hebben de eer UEA te te zenden een certificaat van oorsprong, hetwelk mij van U.A. zoo spoedig mogelijk naar de vereischte tekening & voorziene stempeling gaarne terug ontvangen.
Het doet ons leed dat er zoo jammerlijk vertraging komt om in de 3e fabriek een begin te kunnen maken, wanneer van onze zijde iets tot eene goede uitkomst gedaan kan worden, zullen wij dit gaarne van UEA vernemen & onze meeste werk daarvan maken.
Hoogachtend tekenen wij
UEA DWDienaren
H & M Salomonson.

Norg ,den 13 Januarij 1844
Ter voldoening aan het bepaalde bij art.50 van het Burgerlijk Wetboek, heb ik de eer UEA bij dezen te doen geworden , de Sterf Acte van het tweede gesticht te Veenhuizen overledenen Jannetje Gillisse de Nooijer,
De Burgemeester van Norg
Handtekening

Arnemuiden den 29 Januarij 1844
Aan de Hoofd Administratie van het 6e Reg.Infanterie te Haarlem
Ik heb de eer UEG te verzoeken aan mij te willen doen toekomen attest van activen of volbragte dienst van Jacob van Belzen bij de 1 Comp.Flank Batt: no 25497; Laurens Joosse bij de 2 Comp 2 Batt : no 27589 en Aarnout Kuipers bij de 4 Comp: 3 Batt: no 27737 alle bij het regiment infanterie ten einde dezelve voor hunne broeders c.s.? den Militie Raad in deze Provincie voor de Ligting van dit jaar over te leggen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 29 Januarij 1844
Aan de Hoofdadministrateur van het 2 Regiment Art. te Gorinchem
Ik heb de eer UEG te verzoeken aan mij te willen doen toekomen en attest van volbragten dienst van Willem Vogel gewezenen kannonnier der 2 Klasse 4 Comp. in het 6 Batt: Art. Nat: Militie van de Ligting van 1833 dezer gemeente ten einde hetzelve? voor die?? te bekomen vrijstelling van en zijner broeders bij de Militie Raad in den Prov: over te leggen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 30 Januarij 1844
Aan de Hoofd Administrateur van het 3e Regiment Artillerie te Delft
Ik heb de Eer UEG te verzoeken aan mij te willen doen toekomen een attest van volbragten dienst van Daniel Grootjans gestaan hebbende als soldaat bij het Batt: Artillerie Transport ten einde hetzelve voor zijnen broeder bij de Militie Raad in de provincie van dit jaar over te leggen.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 2 Februarij 1844
Ik heb de eer UEA te verzoeken ter kennis van Klaas van Belzen, inwoner uwer gemeente
Te willen brengen dat het ZM bij Besluit van den 18 der vorige maand no 63 heeft behaagd den zelven kwijtschelding te verleenen van de geldboete van f.8- waartoe hij bij vonnis mijner regtbank van den 5 October 1843 is veroordeeld-blijvende het vonnis overigens in deszelfs geheel.
De Officier van Justitie
A.G. van Vredenburch

Middelburg den 1e Februarij 1844
Het Hoofdbestuur ter aanmoediging en ondersteuning van de gewapende dienst in de Nederlanden verlangt, ter opvolging ven eene bij de laatstgehoudenen algemeene Vergadering genomen besluit , evenals zulks in 1836 heeft plaats gehad, Attestatie de Vita van alle deelgerechtigden in het fonds.Daartoe deze Commissie aangeschreven zijnde , neemen wij de vrijheid UEA te verzoeken ons voor de ten uwent gevestigde deelgerechtigden: de Wed: van Hendrik Buster en hare twee dochters , Geertje en Pieternella.
De bedoelde Attestatiën te doen toekomen. Voor de eenvormigheid voegen wij bij deze een afschrift van de attestatiën , zooals die ter griffie van deze stad ten zelfden einde zijnde opgemaakt, UEerw: verzoekende de door UEd: af te gevenen daarna te willen inrigten.
De Districts Commissie
Alhier gevestigd
In deszelfs naam
De Stoppelaar
President.

Fonds voor de gewapende dienst

De Burgemeester van Arnemuiden Provincie Zeeland verklaart dat voor hem in levenden lijve zijn veschenen
Adriana Dingemans
Weduwe van Hendrik Buster
En haar twee dochters Geertje Buster
Geboren den 8e Februarij 1828
En
Pieternella ? Buster 18 Oct: 1832 geboren
Allen woonachtig binnen deze gemeente
En is hiervan gemaakt dit certificaat ten einde te dienen daar en waar zulks zal behooren.
Arnemuiden den Februarij 144
De Burgemeester voornoemd.
Verder: handtekeningen van de belanghebbende

Middelburg den 3 Februarij 1844
Ik heb de eer bij deze in handen van UEA te stellen eene bij mij ingekomenen klagte van den Heer Opperstrandvonder Bewesten Schelde tegen ingezetenen uwer stad ter zake van spoliatie van voorwerpen afkomstig van het dezer dagen verongelukte schip “de Leeuw “ en UEA te verzoeken naar de gegrondheid dier klagte een spoedig en naauwkeurig onderzoek in te stellen, met vermelding der namen van degenen die zich daarvan zouden hebben schuldig gemaakt; zoo wel wat aangaat de aanvoerders ,als de verkoopers en koopers der aangebragte goederen, terwijl voorts zullen behooren te worden gesatisfeerd , zoo veel mogelijk de goederen die nog mogt worden aangebragt, of die als afkomstig van het bestaande schip nog onder het bereik aan UEA zich mogten bevinden,-de bijlage dezes zal ik bij de beantwoording terug wachten.
De Officier van Justitie
A.G.van Vredenburch
Subst.

Aan den Heer Officier van Jusitie
In den avond van den 3 dezeris mij UEAmissive van diendag no 107 toegekomen en betrekkelijk de daar in vermelde klagte aan UEA in acte dezer bijgevoegde missive van den Heer Opperstrandvonder Bewester Schelde van den 2 te voren aangaande het spoliéren van voorwerpen afkomstig van het dezer dagen verongelukte schip de Leeuw, door Ingezetenen mijner Gemeente,heb ik de eer ten gevolge van UEA verzoek bij deze UEA te berigten.
Dat den het Strandvonder mijner Gemeente reeds in het onderzoek na de aanvoerders , verkoopers en koopers van de voorwerpen in de missive ven gen: Heer Opperstrandvonder heb ingesteld , waarvan het resultaat is geweest,dat behalven de aangifte van een end balk, een scheepstrap en een mast ??????, waar van reeds aan de Heer opperstrandvonder is kennis gegeven, nets hoegenaamd is gevonden. Als eenig hout dat door eenige visschers van hoogaarzen op den bank daar genoemde schip is verongelukt van het zelve alsdan tot brandhout was gekapt; terwijl dezelve bij het verongelukken van schepen niet zelden met gevaar van hun leven dienstbaar zijn geweest , om behalve goederen van waarde daar van af te halen en aan te geven,maar ook menschenlevens te redden en zij dan ook wel met die van Burgsluis , Brouwershaven,Bruinisse en meer ander Plaatsen hun naar zoodanig bank begeven, om daar noch niet weggespoelden stukken van niet groote waarde voor brandhout af te halen.
Dat hun ook niet wordt belet daar zij door de Ambtenaren van het Recherche vaartuig voor de stad Veere leggende telkens worden gevisiteert en eenige goederen van waarde in hebbende worden verpligt te Veere voornoemd te lossen.
Zullende wel door de substrandvonder als van mijnen twegen zoo veel doenelijk op het aanbrengen van goederen, en waakzaam (oog) worden gehouden, en iets daarvan ontdekkende, door mij zoowel de aanvoerders, verkoopers als koopers aan UEA dadelijk wierden opgegeven en kenbaar gemaakt.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 7 Februarij 1844
UEA kennis gevende dat de uitspraak omtrent de lotelingen
Robbert Schroevers ( om een vernieuwd attest over te leggen waarin vermeld staat dat hij niet alleen is eenige zoon, maar ook enig kind.)
Jozias Joose
Blaas van Belzen
Blaas Kuipers
Is geadjourneerd tot den 19 Maart 1844 des morgens ten 9 ½ ure en dat zij dan moeten bewijzen de redenen tot vrijstelling etc.
De Militie –Raad in Zeeland
P.van Citters

Idem voor de loteling Marinus van Belzen om alsnog de door attesten zijner ouders over te leggen; is geadjourneerd tot den 5 April 1844 des morgens ten 10 ure etc (zie boven)
De Milite-Raad in Zeeland
P. van Citters

Middelburg den 25 Maart 1844
Onderwerp: Geboorteacte van A. van Eenennaam
De Heer Abraham van Eenennaam lid van den Raad uwer stad heeft zich aan Heeren GS gewend om van de aanvaarding zijner betrekking als afwisselend lid van de Commissie van eind-onderzoek voor de buitengewone belasting op de bezittingen vastgesteld bij de wet van 6 Maart ll SB no 14 verschoond te blijven uit hoofde van zijnen 69 jarige ouderdom.
Daar door denzelve evenwel geen bewijs van zijne geboorte is overgelegd en dit in het onderhavige geval vereischt wordt, heb ik de eer UEd: te verzoeken zoodanig bewijs van den adressant te vragen & mij hetzelven daarna te doen toekomen.
De Staatsraad Gouverneur
Van de provincie Zeeland
Van Vredenburch

Arnemuiden den 27 Maart 1844
Aan den Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Toezending doopextract A. van Eeenennaam
Ik heb de eer hierbij aan Uwe Excie te doen toekomen het bij deszelfs missive van 25 dezer maand het gevraagde doopextract van den Heer Abraham van Eenennaam wethouder dezer stad
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 3 April1844
Onderwerp: Opneming der Patenten
Ik heb de eer UEA kennis te geven dat de qualificatie op B.Bastiaanse verstrekt, waarvan ik UEA bij mijnen brief van 19 Januarij ll no 41 kennis gaf ten gevolge van gerezenen zwarigheden door mij is ingetrokken geworden, en dat ik bij ontstentenis van eenen anderen deurwaarder, tot het doen der opnemingen bedoeld bij art 35 en 36 der wet van 21 Mei 1819 SB no 34) aan de huizen en in de werkplaatsen der patentpligtigen voor uwe gemeenten heb gemagtigd J.J. van Egmond woonachtig te Middelburg, Commies der 1e klasse bij de Administratie der Directe belastingen In en Uitgaande Regten en Accijnzen tevens als Deurwaarder der Directe belastingen gecommissioneerd.

De Controleur
Handtekening

Arnemuiden den 1 October 1844
Aan Heeren GS van Zeeland
Onderwerp: Beschikkingen onvoorziene uitgaven.
Gedurende het derde kwartaal dezes jaar zijn wij door de betaling der grondbelasting waarvoor de post op de begrooting van dit jaar ont ver?? is,
Verpligt geweest te beschikken over de onvoorzienen uitgaven ter somma van f.3.44 en zulks ingevolge magtiging bij UEA besluit van den 1 febr. 1833 no 22.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 8 November 1844
De prijs der metrieke mude
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 11 t/m 17 November 1844
Extract etc.
Becius , secretaris


Extract verbaal Heeren GSvan Zeeland
Vrijdag den 25 October 1844
Ten aanzien van de gesubsidieerde Hervormd Diakonie Armbestuur
Is goedgevonden
De rekeningen behoudens de daarin gebragte wijzigingen en gestelde opmerkingen goed te keuren etc
De Griffier der Staten.
Handtekening

Arnemuiden den 9 November 1844
Aan het Diaconie Armbestuur
Onder toezending van een exemplaar der door Heeren GS goedgekeurde Arm rekening over den jare 1843 hebben wij de eer UEGA te kennen te geven dat voortaan de rekening van den ontvanger zoo vroegtijdig mogelijk zal behooren te worden opgenomen dat dezelve overeenkomstig de bestaande voorschriften, door den Gemeente raad gearresteerd, voor den 1 Mei ter goedkeuring ingezonden kunnen worden.
Wij vertrouwen dat door UE in het vervolg deze bepaling zal worden nageleefd daar bij gebreke van dien geene uitbetaling van subsidie zal plaats hebben tot dat aan uwe verpligtingen naar behooren was voldaan.
Wij achten het niet overbodig UE tenslotte te doen opmerken dat die rekening uiterlijk op den 31 Maart van elk jaar behoort te worden ingezonden.
De Burgemeester
CDB

Extract Notulen B & W van Middelburg
Den 15 November 1844
De prijs der metrieke mudde
Tarwe f.8,40
Rogge 5,30
Periode 18 t/m 24 November 1844

Extract etc.
Becius secetaris


Arnemuiden 28 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie te Middelburg
Onderwerp: Verzoek in bewaring stellen kranzinnigen
Ik heb de eer hierbij aan UEA te doen toekomen een attest afgegeven door den practiserende geneesheer J.Noomen van den persoon van Klaas Hubregt welke sedert hij geleden heeft aan de alhier geheerscht hebbende ziekte in eenen krankzinnigen toestand verkeert, dezen jongeling van dag tot dag boozer wordend , zoo zelfs dat hij zijne moeder reeds naar het leven gestaan heeft, wordt hoogst wenschelijk geacht, hij in verzekerde bewaring mag worden gesteld,ten einde ongelukken , welke daardoor zouden kunnen onstaan te voorkomen.
Ik verzoek UEA mitsdien de noodige maatregelen te nemen ten einde door de Arrondissements rechter ? de noodige bevelen moge gegeven wordt, hij tot deszelfs herstel in verzekerde bewaring mag worden gesteld.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 15 April 1844
Ik heb de eer UEA hiernevens te doen geworden 34 stuks ongezegelde Patentbladen zijnde het vermoedelijk benoodigde getal voor den dienst 1844/45, met verzoek mij van deze toezending den ontvangst te willen berigten.
De Ontvanger
Van Ginhoven


Arnemuiden 15 April
Aan den Ontvanger van Ginhoven
Bevestiging van ontvangst.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 18 April 1844
Aan den Heer Kantonregter
Ik heb de eer UEA bij deze kennis te geven dat er bij mij aangifte is gedaan tot een wettig huwelijk door Leendert de Ridder, weduwnaar van Maatje Schroevers en Geertje de Nooijer weduwe van Marinus van Belzen beide met minderjarige kinderen; eerstgemelde twee en laatstgemelde met één kind en waarin de voogdij niet is voorzien, doordien dezelve geheel armoedig waren en tegenwoordig nog zijn om eenige kosten te kunnen dragen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 20 April 1844
Aan den Heer Kantonregter
Ik heb de eer UEA bij deze kennis te geven, dat er aangifte van huwelijk is gedaan door Joost Vogel weduwnaar van Cornelia Breeweg met Jannetje de Ridder, uit welk eerste huwelijk drie minderjarige kinderen aanwezig zijn, waarom niet in de voogdij is voorzien, om reden denzelve wegens geringe verdiensten buiten staat verkeert de daarvoor benoodigde kosten goed te maken.
De Burgemeester
CDB

Het bijgaande Materieel is bestemd voor het 4e kwartaal 1843/44. De Heer Burgemeester gelieve aan den ondergeteekende wel te willen inzenden eene opgave van het voor de loopende dienst benoodigde Materieel.
Middelburg 4 Mei 1844
De Controleur
Handtekening

Arnemuiden 6 Mei 1844
In voldoening aan UEd: briefje van 4: dezer maand, heb ik de eer Ued: te verzoeken van aan mij te willen doen toekomen.
5 buitenvellen register patentschuldigen
5 binnenvellen dito
En evenzoo veel voor de leggers voor de gemeente Cleverskerke
3 buiten vellen register
2 binnenvellen dito
En even zoo veel voor de leggers.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 11 Mei 1844
Van hogerhand zijn er maatregelen getroffen om de invoer van ,de verspreiding of de verkoop van buiten het Koninkrijk nagedrukte oorspronkelijke Letterwerken, waarvan men hier het Kopij-regt bezit, zoo veel doenlijk te keer te gaan.
Actie om bij aantreffen tot boeten, premie en verbeurdverklaring over te kunnen gaan.
De Officier van Justitie
A.G. van Vredenburch
Subst.
Aan kantonregters, Burgemeesters, Commissarissen van Policie en Officieren en Onder-Officieren der Marechaussee
In het Ressort der Arrondissements-Regtbank te Middelburg.

ADMINISTRATIE
Directe Belastingen etc
Onderwerp: Patentregt; regeling der aanslagen van de Slijters, Tappers.
Naar aanleiding eener ministerieele resolutie dd 3 April 1844, no 38 in het PB van 1844 no 59, heb ik de eer hiernevens aan UEA te zenden de declaratoiren voor het Patentregt van de slijters, tappers en kroeghouders in uwe gemeente woonachtig, met verzoek om na daarvan kennis te hebben genomen die wel aan den Rijks Ontvanger te Arnemuiden te willen doen toekomen, ten einde daarmede te kunnen handelen als ten aanzien van de kramers gebruikelijk is, in voege als bij eerstgemelde resolutie is voorgeschreven.
Daar de regten naar aanleiding van Art:11 der wet van 21 Mei 1819 SB no 34 op de gewonen wijze zijn geregeld naar de bekende omslagen/opslagen?? van Gedisteleerd die gedurende het vorige jaar hebben plaatsgehad, zoo mag ik mij vleijen dat HH Zetters zich met de klassificatie wel zullen kunnen vereenigen.
Mogten daartegen echter evenwel bedenkingen ontstaan, zal het mij aangenaam zijn daarmede te worden bekendgemaakt.
De Controleur
Handtekening

Aan de stadsvroedvrouw M. Vermeulen te Arnemuiden
Onderwerp: Uitnoodiging verlossingen
Bij de laatstgehoudenen vergadering van den Raad dezer gemeente van den 6 dezer ben ik uitgenoodigd UEd: te verzoeken om wanneer iemand Uwe hulp bij eene in barensnood haar bevindende vrouw komt verzoeken dan doch niet dezelve af te zenden met te zeggen Je moet geld geven aan Jan Noom dien gij schuldig zijt, en ik ben niet al te wel, daar de Regering hoe ongaarne ook in zoodanig geval gedwongen zoude zien tot het nemen van een maatregel die Uw zeker niet aangenaam zijn zoude.
Ik voldoe bij deze aan die uitnoodiging van den Raad, in het vertrouwen dat Uwe aan dat verzoek wel zult gelieven te beantwoorden.
De Burgemeester van Arnemuiden
CDB
Den 11 Junij 1844

Arnemuiden den 1 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie
Onderwerp: Procesverbaal van ?????
Ik heb de eer hierbij aan UEG ter vervolging te doen toekomen een door mij op heden morgen opgemaakt proces verbaal, waarvan de klagte mij zaturdagavond door den schoolhouder dezer Gemeente zijn gedaan, als wanneer ik nog onmiddelijk een voorlopig onderzoek heb ingesteld , ten einde was het mij mogelijk den eersten persoon in deze zaak te ontdekken, en UEA mede te deelen.
De Burgemeester
CDB

Aan den Heer Officier van Justitie te Middelburg
Heden den Eersten Julij 1844 compareerde voor mij Burgemeester der stad Arnemuiden, 1e district der Provincie Zeeland.
De Persoon van Pieter Kwekkeboom, Schoolhouder binnen deze gemeente, dewelke mij klagelijk te kennen gaf dat op vrijdag avond den 28 van de zoo even verloopenen maand Junij zich een gerucht in de gansche gemeente verspreid had, dat deszelfs echtgenote Neeltje van Borne zich op eene onbetamelijke wijze veroorloofd zoude hebben en gemeenschap uitgevoerd met den WelEerw: Z.G. Heer H. Haesebroeck predikant binnen deze gemeente, hetwelk volgens de algemeene spraak op Dingsdag den 25 bevorens onder schooltijd zoude moeten hebben plaats gegrepen, hoezeer op dien dag den Leeraar denzelven een bezoek had gebragt bij deszelfs ambtsbroeder van Leeuwen te Vrouwenpolder en alzoo buiten de mogelijkheid geweest van oorzaak gegeven te kunnen hebben van deze zoo schandelijke betigtiging.
Dat hij tot behouding van zijne bevorens ongeschondenen eer van zijne huisvrouwe verlangde dat aangaande deze zaak onderzoek mogt plaats grijpen, ten einde de lasterzuchtige eerbenemende personen mogten ontdekt en verpligt worden om haar ingevolge de wettelijke bepalingen weder in hare gekreukte eer te herstellen.
Dat hij to een voorlopig onderzoek mij te kennen gaf dat de personen van Pieternella Schroevers en Suzanna de Nooijer beide vischleurder & alhier woonachtig dit gerucht alom zoude verspreid hebben en mij verzocht dezelve in zijne tegenwoordigheid te willen hooren.
Dat hieraan voldaan zijnde op zaturdagavond 29 Junij 44 deze personen verhaalde van die ?? weder van een ander zulks gehoord te hebben, zoo dat tenslotte bij mij ontbooden werd het 13 jarig zoontje van Jan Louis de Troije, dewelke al weenende mededeelde dat deszelfs moeije Dorothea Adriaanse , vrouw van ? Jan Abraham Marijs, bij zijne grootvader Adriaan Adriaanse opentlijk aan tafel had medegedeeld zij zulks vernomen had.
Dat op deze verklaring die vrouw tot tweemaal toe had laten verzoeken bij mij te komen, doch aan de stadtbode te kennen gaf zij daarvoor bedankte en niet voor het verlangde te ?? wijl zij zeer goed wist dat het over die zaak van den dominee was, alsook zij hare kinders mogt gaan ontkleeden en te bed bezorgen.
Ook compareerde voor mij den WelEerw: ZG Heer H: Haesebroeck mij verzoekende over hetzelfde onderwerp proces verbaal te willen opmaken alsmede nog den persoon van Abraham Marijs diaken bij de Hervormde gemeente alhier, welke volgens betuiging van Zijne Eerw: hem opentlijk beschuldigd heeft dat hij door Pieter Adriaanse arbeider wonende aan de kruidmolen, onder de gemeente Cleverskerke uit zijn huis zoude gesmeten zijn en wel uit oorzaak dezelven vermoedde den Leeraar met zijne vrouw eene onbetamelijke gemeenschapsoefening hield, als ook dat bij die gelegendheid zijne moeder met de kinders van gemelde Adriaanse hare woning verliet, ten einde aan hare dochter de vrije teugel en onbekrompenen toegang tot hare dochter te verleenen, dat een en ander door hem Marijs was ontdekt en afgegluurd achter eenen doornstruik bij gelegendheid dat hij zich aldaar op deszelfs werk bevonden dat hij als geheel onschuldig aan deze schandelijke en ten laste gelegde feiten, ook in zijne eer, welke zijn Eerw door de uitoefeningvan deszelfs gewigtige bediening zoo zeer ongeschonden behoort te bevinden mag worden hersteld en den eerbenemers naar verdiensten gestraft.
van welke verklaring ik bovenstaande procesverbaal naar waar wedervaren opgegeven op den Eed bij de aanvaarding mijner bediening gedaan het opgemaakt, hetwelk ik ten blijke daarvan met de Comparanten heb geteekend op dato als in het hoofd dezes is gemeld.
CDB


Arnemuiden den 2 Julij 1844
Aan den Heer Staatsraad Gouverneur
Onderwerp: Buitengewone voorvallen niet tot de dagelijksche loop van zaken behoorende.
Ik heb de eer aan Uwe Excie bij deze kennis te geven alsdat ik wegens een algemeen verspreid gerucht in deze gemeente door den schoolhouder P: Kwekkeboom verzocht ben geworden om proces verbaal op te maken tegen de personen van Pieternella Schroevers & Suzanna de Nooijer en wel uit oorzaak dezelve zouden ruchtbaar gemaakt hebben dat diens huisvrouw onbetamelijke gemeenschapsoefening zoude gehadt hebben met den Leeraar H: Haesebroeck alhier alsmede ook voor Zeerw: tegelijk beschuldigd door een zijner diakenen dat hij met de huisvrouw van eenen Pieter Adriaanse wonende aan de Kruidmolen alwaar hij zich dikmaals des morgens om 4 uur daar toe begeeft zich aan hetzelfde feit zoude hebben schuldig gemaakt door dien persoon buiten de deur zoude gezet zijn, beide klagten tot oplegging hunnen gekrenkte eer welke natuurlijker wijs een iegelijk van veel waarde is, maar inzonderheid den Leeraar groote behoefte heeft.
Ook vond ik mij in de noodzakelijkheid op gisterenavond ten tien ure adsistentie te vragen aan den heer Officier van Justitie ten einde de persoon van Arie de Ridder welke sedert eenige dagen min of meer in een krankzinnige toestand verkeerde te apprehenderen, daar zulks op gisteren avond zoodanig verergerde dat de openbare rust werd verstoord en een ieder voor zijn persoon als een vervaarlijk sterk mensch bevreesd was, doch hetwelk zeer goed is afgelopen, daar enkelde welke welke niet naar zijn wil handelde door hem eenigsints zijn beledigd en hij den 1 uur zich ter ruste heeft begeven, terwijl hij om twee uur door 4 geregtsdienaars uit Middelburg uit zijn schamele woning is gevoerd en in verzekerde bewaring ter requisitie van den Heer Officier van Justitie is gesteld ten einde door de Arrondissements Rechtbank zijne opsluiting.........
Hier houdt de tekst op !!

Arnemuiden den 1 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie
Onderwerp: Verzoek om adsistentie
Ik heb de eer UEA zeer vriendelijk te verzoeken mij op den ontvangst dezer adsistetie te willen doen toekomen ten einde iemand in deze gemeente , welke in een krankzinnige toestand verkeert, in verzekerde bewaring te doen stellen, ten einde ongelukken die hier anders uit zouden ontstaan te kunnen voorkomen, daar ik niet anders heb dan een veldwachter en de visschers in zee zijn.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 2 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie
Onderwerp: Arrestatie krankzinnige
Als ingevolg van mijne missive van gisterenavond heb ik de eer UEA te doen toekomen een verbaal tot het in verzekerde bewaaring nemen van den persoon van Arie de Ridder, welke zich sedert eeneige dagen min of meer in eenen krankzinnigen staat heeft verkeerd, doch op gisteren avond zoodanig is toegenomen dat zijne arrestatie mij zulks verpligt maakte, en het dientengevolge vermeend na bekome adsistentie van UEA denzelve naar Middelburg te doen transporteren, aangezien in deze Gemeente dusdanig gesticht niet is en zijne woning welke slechts eene keet is niet toelaat hem daar te verplegen.
Bij deze gelegendheid bedank ik UEA voor uwe bereidwilligheid tot welke verzoek ik mij gedrongen heb gevoeld , aangezien ik niet heb dan eenen veldwachter, en de visschers welke mij adsistentie zouden kunnen verleend hebben, zich in zee bevinden en alzoo tot voorkoming van onheilen mij niets anders overbleef.
De Burgemeester
CDB

Heden den tweeden Julij 1844 des morgens heb ik Burgemeester der stad Arnemuiden ten verzoeke van Jannetje Nederhand vischleurder alhier woonachtig en na bekome adsistentie van den EA Heer Officier van Justitie mij verpligt geacht in verzekerde bewaring te doen stellen de persoon van Arij de Ridder geboren te Arnemuiden den 28 Januarij 1815, gehuwd met Dina Dingemanse van beroep vischleurder & alhier woonachtig , welke in een hevigen staat van krankzinnigheid verkeerde, en door een groot misbaar de gansche gemeente tot 1 ure des nachts in beweging heeft gehouden en reeds enkelde door zijne schrikkelijke kracht omver geworpen en min of meer slagen toegebragt, dan de oorzaak van deze zijne krankzinnigheid ontstond sints hij sedert eenige dagen over zijne toekomende belangen met kommer had nagedacht, en ik mitsdien op dringend verzoek van zijn bovengemelde moeder tot handhaving der publieke rust daartoe heb moeten overgaan, gemeend hem ter requisitie van den Heer Officier van Justitie te moeten stellen, ten einde door de Arrondissements Regtbank mag bevolen worden denzelven tot zijn herstel in het krankzinnig huis te Middelburg mag worden opgenomen- van al hetwelk ik dit verbaal naar waar wedervaren opgegeven heb opgemaakt op den eed bij de aanvaarding mijner bediening gedaan hetwelk na gedane voorlezing door mij en de comparante is geteekend, hebbende de Comp. Verklaard niet te kunnen schrijven.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 5 Julij 1844
Aan de Heer Kolonel Komm. 6 Regiment Infanterie te ’s Hertogenbosch
Ik heb de eer UEG hierbij te doen toekomen eene adres van Cornelis Baak milicien bij het 1e Batt: van het 6e Regiment Infanterie , daarbij verzoekende de vergunning verleend te worden tot het aangaan van een wettig huwelijk.
Deze milicien is bij zijn vertrek van zijn korps schuldig gebleven de som van f.8,69, welke hij bereid is te voldoen, bij aldien hij wist waar of de kommanderende officier van zijn Batt: in garnizoen was.
Ik ben namens hem zoo vrij UEG zeer vriendelijk uit te noodigen mij deze mededeeling te willen doen, of wel te berigten alwaar dat geld behoort gestort te worden, ten einde door UEG de verlangde vergunning zoude kunnen worden uitgereikt.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 8 Julij 1844
Aan de Heer Officier van Justitie
Ik heb de eer hierbij aan UEA te doen toekomen een verbaal wegens gepleegde baldadigheid door eenige visschersjongens welke niettegenstaande ik dezelve herhaaldelijk heb vermaand en gewaarschuwd steeds de Zaturdags als dezelve uit zee komen zich als wilde menschen gedragen en door hun getier , gevloek en geraas de gansche gemeente hun rust benemen en en schier niemand wie zich des avonds zich voor den Zondag proviandeert met vrede kunnen laten gaan, zoodat het hoogst noodzakelijk is, dat hieraan een einde word gemaakt, wijl ik met een veldwachter den baldadigheid niet kan stuiten en ook geen kot heb, waarin ik die baldadige in hunnen woede kan doen opsluiten.
Het zal mij mitsdien hoogst aangenaam zijn, dat door uwe Regtbank door gevangenis straf hierin zal mogen voorzien worden., wijl boete, als niets van hun te krijgen, niet tot hare beterschap werkt, wijl een derzelve zijnde Jacobus Meerman reeds tweemalen door uwe Regtbank wegens overtreding op het stuk der Jagt in eenen geldboete is verwezen, doch niet door hem wordt aangetrokken en de gemeente te arm is, om dezelve ten hare koste gevangen te zetten.
Bij deze gelegendheid kan ik mijn verlangen niet verbergen UEA mede te deelen dat zich alhier bij den veldwachter een geregtsdienaar mogt bevinden, daar ik het verregaande geschreeuw tot laat in den nacht UEA alzoo niet kan mededeelen als zulks in waarheid is en indien UEA hier aan ter bevordering der goede rust en tot voorkoming van wanorde iets konde doende bevele ik deze Gemeente in Uwe voorspraak aan.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 8 Julij 1844
Aan de Heer Staatsraad Gouverneur
Ik vind mij weder in de onaangename verpligting Uwe Excie mede te deelen dat ik ten verzoeke van een inwoonder dezer Gemeente proces verbaal heb moeten opmaken, tegen eenige visschers jongens, welke op zaturdag avond door het inslaan van eenige glazen zich alderbaldadigst hebben gedragen en waaraan geen einde zal te krijgen wezen indien geene gevangenis straf op deze baldadigheid volgt, wijl boete daar zij onvermogend zijn door hen niet wordt aangetrokken.
Wenschelijk was het dat in deze gemeente waaraan groote behoefte is , zich een geregtsdienaar bevond, daar een veldwachter onmogelijk des zaturdags het gevloek, getier & geraas dier uit zee komende visschers jongens kan stuiten en ik ook geen kot heb, dezelve tot zij bedaard zijn op te sluiten, daar de gansche gemeente door hunnen baldadigheid hare rust wordt ontnomen en algemeen klaagstemmen over dezelve opgaan, en de schutterij ook al niet geschikt om dit tegen te gaan.
De Burgemeester
CDB

Heden den 8 Julij 1844
Compareerde voor mij Burgemeester der stad Arnemuiden de persoon van Abraham Wijndt veldwachter in deze Gemeente mij te kennen gevende dat op Zaturdag 6 dezer maand des avonds om 9 ½ uren terwijl hij bezig was met soupeeren?? Door een allerbaldadigste wijs door de straat liepen te schreeuwen en zich aanstellende als dronkige? met drank met een glaasje? tegen deszelfs deur werd gegooid , dat hij in het eerste oogenblik vermoedde, dat men bij hem de glazen insloeg doch des Zondags morgen zulks uit stukken hetzelve een bierglas moet geweest zijn doordien de gansche rand in deszelfs pas gemelde deur nog zichtbaar was, dat hij op dit geraas opstond en oogenblikkelijk de daders achtervolgde en ontdekte zulks was Jacobus Meerman Janzoon, Daniël van Belzen Jooszoon Lieven Grootjans Bouden zoon, Jan van Belzen Janzoon? , Klaas Grootjans Daniël zoon en Cornelis Kasse en hun tegemoet voerde .. waarop zij dadelijk zeiden, wij verdommen en ik heb scheit aan en andere onbetamelijke bewoording, waarna hij zich verwijderde en na den secretaris begaf om van het voorgevallenen kennis te geven, welke met hem na de herberg van Beerthuis is gegaan, ten einde hen zoo veel mogelijk tot bedaardheid aan te sporen , dewijl dezelve dacht zij bezig waren met vechten en door den zopas ? gemelde Beerthuis den weversbaas Jan Hendrik Nieuwenhuis en de bode Jan Hendrik Harthoorn uit de deur werden gesmeten, doch zich daar weder in begaven; deze aanmaning werdt onder gevloek aangenomen waarna zich de secretaris verwijderde. ?? (slecht leesbaar)
Dat deze beweging een kort oogenblik gesteld zijnde , dezelve echter al spoedig op eene allerbaldadigste wijs door het geschreeuw op de straten en een iegelijke wien zij ontmoette min of meer moleste aandeden zoodat door hun baldadig geschreeuw vloeken en razen de gansche gemeente in beweging bragten en bij drie onderscheidenen personen een of meer glazen insloegen.
Ook compareerde voor mij de persoon van Lieven Meulmeester wonende in de Nieuwstraat wijk B no 8 , mij over dezelfde baldadigheid klagten inbrengende als dat op Zondag morgen 1 kwartier voor één uur bij hem door reeds gemelde jongens twee glazen waren ingeslagen en wel een in zijraam en in puiraamtje, dat hij op deze gewaarwording dadelijk het bed uitsprong en zonder zich aan te kleeden dezelve achter aan liep en hun en hen tegemoet voerde ik ken u, waarop zij hem schrikkelijk vervloekten , doch tegen hen zeide daar heb ik niets mede te doen, ik zal u morgen wel krijgen, dat op zondagmorgen ook een van hen zijnde Jacobus Meerman bij hem geweest had, en gezegd laat de glazen maar maken ik zal ze betalen.
Dat ik op deze klagte mij begeven heb naar voorschreve woning, staande dezelve als boven vermeld in de Nieuwstraat wijk B no 8 ten zuiden naast het armhuisje en ten noorden naast den tuin & woning van Jasper Abraham Geldhof en bevonden dat werkelijk aldaar twee glazen waren ingeslagen als een in raam en een in het puiraampje , terwijl ik bovendien bevonden heb dat in de Westdijkstraat wijk A no 81 een glas was ingeslagen bij Lieven van Belzen en in de Langstraat wijk A no 27 bij Jan Jacobus Schroevers twee glazen benevens een houtje tezamen kostende de som van f.2,70.
Dan allen uit een mond betuigen Jacobus Meerman heeft zulks gedaan en bij laatstgenoemde wordt ook genoemd Jan van Belzen Jan zoon.
Van al hetwelk ik heb verbaal naar waar wedervaren volgens den Eed bij den aanvaarding mijner bediening heb opgemaakt en ter ?? daarvan na gedane voorlezing met de comparanten geteekend? te Arnemuden, op dato als in het hoofd dezer is gemeld.
De Burgemeester
CDB

Groede den 8e Julij 1844
Ik neem de vrijheid UEA te verzoeken mij zoo spoedig mogelijk te willen toezenden een geboorte of doopextract van Pieter Rookus, geboren in UEA Gemeente den 22 Januarij 1793. De kosten deswege gelieve UEA mij bij de toezending op te geven, zullende ik voor onverwijlde voldoening zorg dragen.
De Burgemeester der Gemeente Groede
Bij deszelfs afwezigheid
Handtekening
Assessor

Middelburg den 8.Julij 1844
Ten opzigte van het door UEG opgemaakt Proces verbaal van een eerrooving opgemaakt op klagte van den onderwijzer Pieter Kwekkeboom en den Predikant Haesebroeck, heb ik de eer te melden dat de wet vordert dat de beleedigden partij zelve klagte inlevere, en dat mitsdien de klagte van den man ten behoeve van zijne vrouw in het onderwerpelijk geval van hoon of laster niet voldoende is, gelijk zulks nog onlangs door een Arrest van den Hoogen Raad is beslist geworden, weshalve ik UEG in overweging geef om de vrouw van Pieter Kwekkeboom voor UEd: te ontbieden en haar af te vragen of zij met de door haren man ingediende klagte instemt, en verlangt dat aan die klagte, daartoe termen zijnde, gevolg worde gegeven en zoo ja , alsdan van die verklaring een nader Proces verbaal op te maken en aan mij op te zenden – UEdG gelieve wijders te inquireren Waar, wanneer aan wie en in welke bewoordingen Pieternella Schroevers en Suzanna de Nooijer de lasterlijke uitdrukkingen zouden geuit hebben , alsmede waar en wanneer Laurens van Eenennaam die uitdrukkingen aan haar zelven heeft medegedeeld; voor zoo verre het niet kan bewezen worden dat Dorothea Adriaanse in het openbaar den laster heeft verspreid, kan naar zeggen binnenshuis aan tafel van Adriaan Adriaanse alleen grond tot eenen vervolging voor den Kanton-Regter of het eene burgelijke actie geven; in allen gevalle is het doelmatig op te nemen welke persoonen buiten het 13 jarig zoontje van Jan Louis de Troije dat zeggen hebben gehoord. Den Heer predikant Haesebroeck gaarne over deze zaak in persoon verlangende te spreken, heb ik de eer UEG te verzoeken Z.welEerw: uit te noodigen zich dezer dagen ter mijner Parkette te willen vervoegen liefst tegen 12 uren des middags.
De Officier van Justitie
A.G. van Vredenburch
Subst.

Arnemuiden 12 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie
Onderwerp: Inzenden verbaal etc
In voldoening aan UEA missive van den 8 dezer maand , heb ik de eer hierbij aan UEA te doen toekomen een door mij op den 10 dezer maand opgemaakt proces verbaal ten verzoeke van Neeltje van Borne, huisvrouw van Pieter Kwekkeboom, waarin zij de handeling van haar echtgenoot ten haren behoeve,tot UEA ingezonden proces verbaal op den 1 dezer maand goedkeurd en verzoekt dat aan hetzelve door UE het meest mogelijk gevolg mag worden gegeven—
Ook kan ik UEA mededeelen , dat bij een nader onderzoek mij gebleken is dat de bewuste zaak door Suzanna de Nooijer aan Pieternella Schroevers zoude zijn medegedeeld onder het zoogenaamde lange bosje bij gelegenheid dat door de uit zee aangebragte visch bezig waren met deelen in deze bewoording, Nelle , hebt gij dat praatje ook al gehoord , dat den Dominee met de matresse gevonden is, hetwelk door laatstgemelde ontkennend werd beantwoord doch eenige oogen blikken wel door 100 vischwijven ter zelfder plaats het onderwerp van het gesprek uitmaakte, zoo als het in dergelijke zaken waarmede over het algemeen genoegen wordt genomen plaats vindt.
De aanleidende oorzaak van dit verhaal schijnt te ontstaan door Laurens van Eenennaam Kasperszoon, welke het aan zijn zuster Jannetje verhaald heeft en welke laatste het algemeen zoude verspreid hebben, daar deze het ook aan eerstgemelde Suzanna de Nooijer gezegd heeft, volgens betuiging van dit Jannetje van Eenennaam zoude van broeder Laurens hetzelve gehoord hebben van Hendrik Kwekkeboom, broeder van Piet Kwekkeboom en den zwager van Neeltje van Borne, welke ook volgens zijne eige betuiging op eene vrage zij hem dienaangaande deden hadt geantwoord dat den dominee onbetamelijke gemeenschapoefening met zijne zuster hield ?
Dat Laurens van Eenennaam dit aan haar zeker zoude hebben gezegd, weet ik niet.
UEA te hebben medegedeeld zoodat welligt abusivelijk het nader berigt wordt verzogt ??
Indien de schoolmeester of diens huisvrouw verlangt dat tegen Dorothea Adriaanse arrestatie?? eene burgerlijke actie worde ingesteld , zal door mij nader onderzocht worden of er zich aldaar nog andere personen tegenwoordig waren, welke dat gezegde zoude gehoord hebben, in alle geval spijt mij dat den Leraar de vermoedens tot deze gedagten bij de ingezetenen zelve verwekt, doordien volgens algemeen zeggen en eige betuiging van de schoolhouder, deze vrouw gedurig door hem werdt bezogt en wel als denzelven man zich in zijne schoolbezigheid bevindt hetwelk tot voorkoming van dergelijke praat door hem mogt worden nagelaten, daar hij verpligt is, zich voor den schijn des kwaads te wagten.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 10 Julij 1844
Heb ik Burgemeester der stad Arnemuiden 1e district Provincie Zeeland op requisitie van den EA Heer Officier van Justitie bij de Arrondissements Regtbank te Middelburg ontboden Neeltje van Borne, huisvrouw van Pieter Kwekkeboom, particulier wonende binnen deze Gemeente, en haar afgevraagd
Aangezien het door haren man ingeleverde proces verbaal op den eersten dezer maand ingevolge de wet door haar zelve als de beledigde partij moet worden ingebragt of zij met de door haren man ingediende klagte instemt en verlangt dat aan die klagte daartoe kennen?? Zijnde gevolge worde gegeven, heeft dezelve aan mij verklaard van ja, als van dien lasterlijke beschuldiging vrij te wezen verlangd dat door den Heer Officier van Justitie aan die zaak het meest mogelijke gevolg worde gegeven, en mag worden beschouwd dat de klagten door haren man in haren naam geschied als door haar zelve zijn ingebragt-
Van welke verklaring ik dit tegenwoordig proces verbaal naar waar wedervaren op den Eed bij de aanvaarding mijner bediening gedaan het opgemaakt en na gedane voorlezing met de comparante geteekend te Arnemuiden op dato als aan het hoofd dezes is gemeld.
De Burgemeester
CDB

Naar aanleiding van UEA missive dd 5 dezer no 29 heb ik de eer U te informeren dat de milicien der ligting 1840, Baak Cornelis, behoorende tot mijn onderhebbend korps, gehouden zal zijn, om zijne schuld op het kleedings-en reparatiefonds ten bedrage van f.7,66 bij de Heeren Administrateurs van het 1e Bataillon des Regiments te Utrecht gestationeerd, aan te zuiveren, en waarvan ik alsdan het bewijs ben inwachtende na welken ontvangst de verlangde Huwelijkspermissie ten zijnen behoeve, onmiddelijk volgen zal.
De Kolonel
Kommanderende het 6e Regiment Infanterie

Arnemuiden 16 Julij 1844
Aan de Heeren Administrateurs van 1 Batt: 6 Reg: Infanterie te Utrecht
De persoon van Cornelis Baak milicien mijner gemeente van de Ligting van 1840 staande bij de 1 Compagnue van het 1e Baat: van het 6 Regiment infanterie, een wettig huwelijk wenschende aan te gaan, om tot het bekomen van de noodige toestemming zich dienaangaande aan de WelEd. Gestrenge Heer Colonel van bovengenoemd regiment geadresseerd hebbende, geeft ZEG mij bij zijne missive no 13 dezer no 1240 te kennen dat zoodra zijne schuld ten bedrage van f.7,66 bij de Heeren Administrateurs van het 1 Batt: 1e Regiment zal zijn aangezuiverd en het bewijs van voldoening dier som bij UEG zal zijn ontvangen onmiddelijk de permissie zal laten volgen.
Ik heb mitsdien de eer aan UEG bij deze gemelde som van f.7,66 te doen toekomen, met vriendelijke uitnoodiging van deze betaling de Heer Kolonel te willen kennis geven, ten einde de verlangde toestemming voor dien persoon te mogen ontvangen.
De Burgemeester
CDB
Hierbij gaat een recu :
No 788 Geldartikel van f.7,66
Gedeponeerd den 19 Julij 1844 aan het Postkantoor te Middelburg door Baars
Voor Burgemeester te Utrecht
Nota Wanneer dit Artikel gereclameerd wordt, moet de afzender dit bulletin vertoonen..


Middelburg den 18 Julij 1844

Ter voldoening aan artikel 56 van het besluit van 25 mei 1829 houdende bepalingen omtrent de zamenstelling der Schuttersraden ( Staatblad no 38 ) heb ik de eer UEA te berigten, dat
Baars ( Cornelis Jacobus ) oud 34 jaren, geboren en wonende te Arnemuiden, Kapitein der 1e Kompagnie van het halfbattaillon rustende Schutterij in Zeeland no 1 wegens gedrag tegen de ondergeschiktheid en wegens pligtverzuim bij vonnis van den Raad van opgemelde Schutterij van de 28 Junij jl is verwezen tot de betaling eener boete van vijftien guldens en der kosten van het geding.
De Auditeur bij deze Schuttersraad v oornoemd.
Van Diggelen
Naschrift van C. Baars:
Deze boete is door de Heer C. Baars als een zeer onregtvaardge zaak nimmer betaald geworden daar 2 à 3 maanden door de Minister van Justitie ingevolge de wet is uitgewezen dat in tijd van vrede van de rustende Schutterij geen dienst gevorderd kan worden ten minste geen exercities waarover de vervolging heeft plaatsgehad, dat geene ondergeschiktheid heeft aan den dag gelegd, maar de wet opgevolgd, zooals hij in zijne verdediging heeft bewezen?, terwijl de exercities, dat gekke kinderspel van dien tijd heeft opgehouden.
Deze nota strekt tot verontschuldiging van de Heer C. Baars.

Arnemuiden den 23 Julij 1844
Aan den Heer Burgemeester te Ommerschans
Deze brief medegeschreven aan de Burgemeester der gemeente Norg provincie Drente
De Persoon van Jacob de Quelerij ten jare 1840 of 1841 als bedelaar naar de Koloniën overgebragt en aldaar overleden zijnde, zoo ben ik geïnformeerd dat hij laatsetlijk zoude geweest zijn binnen UEA Gemeente; UEA zoude mij mitsdien bijzonder verpligten , de register van overlijden sedert die jaren te willen nazien, en hem opgeteekend vindende, een gelegaliseerd extract van zijn overlijden aan mij te willen doen toekomen met opgaaf der kosten, welke ik UEA alsdan onmiddelijk zal overmaken, zullende het mij aangenaam wezen, indien hij binnen UEA Gemeente niet mogt overleden zijn, de Gemeente te willen opgeven waar deze lieden gewoonlijk worden getransporteerd.
De Burgemeester
CDB

Is niet te Ommerschans, maar vermoedelijk te Veenhuizen, Gemeente Norg, Provincie Drente overleden.

Arnemuiden 28 Julij 1844
Aan den Heer Officier van Justitie te Middelburg
Onderwerp: Verzoekt in bewaring stellen krankzinnigen.
Ik heb de eer hierbij aan UEA te doen toekomen een attest afgegeven door den practiserende geneesheer J. Noom van den persoon van Klaas Hubregt welke sedert hij geleden heeft aan de alhier geheerscht hebbende ziekte in eenen krankzinnigen toestand verkeert, dezen jongeling van dag tot dag boozer wordende , zoo zelfs dat hij zijne moeder reeds naar het leven gestaan heeft, wordt hoogst wenschelijk geacht, hij in verzekerde bewaring mag worden gesteld , ten einde alle ongelukken welke daardoor zouden kunnen ontstaan te voorkomen.
Ik verzoek UEA mitsdien de noodige maatregelen te nemen ten einde door de Arrondissement de noodige bevelen moge gegeven wordt hij tot deszelfs herstel in verzekerde bewaring mag worden gesteld.
De Burgemeester
CDB

Den Bosch den 31 Julij 1844
Nevens deze heb ik de eer UEA toe te zenden eene schriftelijke permissie tot het aangaan van een Huwelijk ten behoeve van den milicien der ligting 1840 Baak C van het regiment onder mijne bevelen, met verzoek dit stuk aan den belanghebbende te doen uitreiken.
De Kolonel
Komm. Het 6 Regiment Infanterie
Handtekening

’s Gravenhage den 31 Julij 1844
Verzoek de som van f.4,41 over te storten bij den Agent van ’s Rijks Schatkist volgens Z.M. besluit van den 13e Januarij 1836 no 60, voor de bijwerking der Kaarten van Uwe Gemeente over het Kadastraal dienstjaar 1844 .
Ten overvloede zij hierbij herinnert, dat deze gelden moeten worden betaald uit de 2 percent op de Gemeente-Begrooting ter beschikking van het Algemeen bestuur uitgetrokken.
De Ingenieur-Verificateur van het Kadaster des Rijks, als tevens belast met het bijzonder toezicht der meetkundige werkzaamheden in het 1e en 2e Arrond. Van de prov. Zeeland.
Kips

Arnemuiden den 3 Augustus 1844
Aan de Heer Griffier der Staten
Ik heb de eer UEG te verzoeken van aan mij te doen toekomen een register van huwelijk aangiften en personen van huwelijksafkondiging en een van huwelijksvoltrekking alle drie zoodanig ingerigt dat dezelve voldoende zijn om nog zes aangiften 12 afkondigingen en 6 huwelijken te kunnen inschrijven.
De Burgemeester
CDB

Middel burg den 8 Augustus 1844
Ik heb de eer UEd.hiernevens gequoteerd en geparapheerd te doen toekomen de bij uwe missive van den 3 dezer no 39 aangevraagde bijvoegsels op de registers van Huwelijksaangiften & afkondigingen en Huwelijksvoltrekkingen van uwe gemeente, waarvan de kosten bedragen f.10,52.
De Griffier der Staten van Zeeland

Arnemuiden 16 Augustus 1844
Aan den Heer Kolonel Kommandant van het 2e Regiment Infanterie te Maastricht
Onderwerp: om verlofpas Miliciens
Bij mijne missive van den 25 Sept 1844 no 57, had ik de eer ter rectificatie aan UEG te doen toekomen het Verlofpas van den milicien Daniël van Belzen van den ligting van 1842 met vriendelijk verzoek het zelve daarna aan mij te willen renvoijeren.
Ter voldeoning aan dit verzoek is door UEG bij uwe missive dato 4 October 1843 den geboorte Acte van dezen persoon verzogt, ten einde bij voorlegging van dat stuk bij het departement van oorlog de verzogte naamsverandering aan te vragen en welk stuk ik bij mijnen missive van den 9dier maand aan UEG heb ingezonden.
Tot dusver heb ik van het verlofpas niets meer vernomen , en zoude zeker metdeze nog langer gewagt hebben, ware het niet dat ik order had ontvangen denzelven voor de najaarsexercities gedurende eene maand mocht in dienst gesteld worden, en het mij alzoo noodig is ik in het bezit van dit stuk gesteld worde.
Ik verzoeke UEG mitsdien zeer vriendelijk om mij op den ontvangst dezes het bedoelde stuk al of niet veranderd te willen doen toekomen, ten einde mij in staat te stellen hetzelve bij zijn vertrek ingevolge de gegevenen voorschriften met den staat DD aan den Heere StaatRaad Gouverneur te kunnen inzenden, of mij een duplicaat van hetzelve in plaats te sturen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden den 15 Augustus 1844
Onderwerp:Verbaal gepleegde diefstal
Ik heb de eer aan UEA nevens deze te doen toekomen een door mij heden opgemaakt proces verbaal van een alhier begane dieverij, ten huize van in het verbaal genoemde A.I. Beerthuis, en wel van een zilven Zakhorloge, vermoedelijk door de persoon P.Pieterse in dat verbaal gemeld.
De Burgemeester
CDB

Dingsdag 13 Aug: 1844 ‘s morgens 10 uren
Een zeker Jongpersoon oud circa 21 jaren zeer tenger of teer, van weinig voorkomen in militaire kleeding, -gediend hebbende zoo hij voorgaf bij de 5e afdeeling,-heeft dingsdag voor de middag in de Herberg op de Markt alhier geweest,-aldaar koffij gedronken en een boterham genuttigd voorts middags aldaar geëten – daar na zonder betaling weg geloopen, over den Veerschen Dijk na Middelburg- hadt alhier voorgegeven – familie over Goes herwaarts zoude komen, en nachtverblijf verzocht,- dat hem niet kon gegeven worden- heeft bij zijn verblijf in de Herberg in de namiddag om een schoenborstel gevraagd, die de vrouw van den Suppliant halende, hij volgde en door haar in een zijwoning, daar die lag gegeven, alwaar hij zijn schoenen heeft gepoetst,- doch de vrouw naar binnen gaande, heeft hij waarschijnlijk de gelegenheid waargenomen- om een zilven zakhorologie , dat aan de bedstede ophing mede te nemen- zijnde hij zeer kort na zijn schoenen geborsteld te hebben, heen gegaan zijnde 3 uren in de namiddag, terwijl volgens berigt hij thans uit den dienst zwervende – en zoude hij zich reeds mer aan dieverij hebben schuldig gemaakt, Zijn naam is PieterPieterse.
Arend Jan Beerthuis.

Middelburg den 5 September 1844
Onderwerp: Verantwoording patentzegels
Ingevolge art: 13 der resolutie van ZE den Minister van Financien van den 24e Mei jl no 42 afd: D: B etc behoorde de volgens art 7 der resolutie van 26 Julij 1832 no 36, door de Heeren Burgemeesters te doene verantwoording der Patentzegels over het dienstjaar 1843, in plaats van aan den Heer Staatsraad Gouverneur dezer Provincie , aan mij en wel voor den 1e Augustus jl te zijn geschied.
Dusdanige verantwoording echter tot heden nog niet van UEA ontvangen hebbende, heb ik de eer, onder herinnering aan opgenoemde voorschriften, UEA uit te noodigen om mij uwe rescriptie binnen veertien dagen na dagteekenig dezes te willen doen toekomen.
De Arrond. Directeur.
Handtekening

Arnemuiden 9 September 1844
Aan den Heer Arr. Directeur der Directe belasting te Middelburg
In voldoening aan art.13 der resolutie van Z.Excie Den minister van Binn. Zaken heb ik de eer UEG te kennen te geven dat van de door mij ontvangene 79 stuks patentzegels voor den dienst van 1843, daarvan door mij zijn uitgegeven 58 stuks en alzoo daarvan nog 21 stuks voorhanden heb, waarvan er twee zijn verklad?
De Burgemeester
CDB


Middelburg den 11 September 1844
De weduwe van Pieter Baas met wie een nieuw contract wegens de pacht van het veer aan het Sloe moet worden aangegaan, heeft tot hare borgen aangeboden Cornelis Mulder, visscher en Lieven Verstraate, kruidenier beide wonende binnen uwe stad.
Genoemde personen mij niet genoegzaam bekend zijnde om te kunnen beoordeelen of derzelver solvabiliteit van dien aard is dat zij als borgen voor eene jaarlijksche pacht van f.1800- kunnen optreden, neem ik de vrijheid UEA te verzoeken mij omtrent de gegoedheid en geschiktheid der beide opgenoemde personen eenige inlichtingen te willen geven.
Het zal mij bijzonder aangenaam wezen die inlichtingen eenigszins spoedig van UEd. te ontvangen
De Griffier der Staten van Zeeland
Handtekening

Arnemuiden, 14 September 1844
In voldoening van de bij mij gisteren avond ontvangene missive van den 11 dezer maand, heb ik de eer UEd: te berigten dat de persoon van Cornelis Mulder is een arme visscher, welke geene de minste eigendommen heeft, en daaruit zijn bestaan moet vinden, terwijl de andere Lieven Verstrate, winkelier & leurder in die waaren zijn brood heeft, echter niet overvloedig, dat hij bezitter is van een huis, hetwelk nagenoegd zoo hoog belast als het waard is.
Het zijn beide brave en zeer geschikte menschen, welke alles in het werk stellen om zoo mogelijk eerlijk door de wereld te komen; het zal niet noodig weezen UEd: te moeten mededeelen dat die personen al of niet geschikt zijn
Latende aan UEd:oordeel of zij wel solvabel genoeg zijn, indien zij onverhoopt verpligt werden tot het opleggen dier som, daaraan te zouden kunnen voldoen.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden, 23 September 1844
Aan den Heer Arr. Directeur te Middelburg
Ik heb de eer UEd. te verzoeken aan mij voor deze Gemeente loopende dienst te willen doen toekomen als drie stukken gezegelde en twintig stuks ongezegelde patentbladen, ten einde mij in staat te stellen, om voor het tegenwoordige de patentbladen af te geven, en in het vervolg bij aanvrager de belanghebbende daarvan te voorzien.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 25 September 1844
Onderwerp: Toezending patentbladen
In voldoening aan de aanvrage in uwe missive van den 23e dezer no 52 heb ik de eer nevens deze aan Ued. Achtbare te doen toekomen drie stuks gezegelde en twintig stuks ongezegelde patentbladen voor het loopend dienstjaar met verzoek om mij de ontvangst daarvan te willen berigten.
De Arr.Directeur
Van der Loeff

Arnemuiden 27 September 44
Aan den Heer Arr.Directeur te Middelburg
Onderwerp: Ontvangst patentbladen.
Bij UEG missive van den 25 dezer maand zijn mij geworden drie stuks gezegelde en twintig stuks ongezegelde patentbladen, voor het loopende dienstjaar,waarvan ik bij deze aan UEdG de ontvangst mededeel.
De Burgemeester
CDB

Middelburg , den 26 September 1844
Ik heb de eer UEA te verzoeken, mij te willen doen toekomen twee ongelegaliseerde Extracten op ongezegeld papier, aan den voet dezes vermeld ten behoeve van het armbestuur dezer stad.
De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand
De Stoppelaar

Susanna Wondergem geboren in 1823 4 December 1822
Johanna Wondergem geboren in 1824 15 Maart 1824
Vader Willem Wondergem
Moeder Dina Wisse

Arnemuiden 28 September 1844
Aan den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand te Middelburg
Voldoende aan UEA verzoek van den 26 dezer maand heb ik de eer hierbij te doen toekomen de daarbij gevraagde geboorte extracten ten behoeve het diaconie Armbestuur Uwer stad.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 10 October 1844
Ik heb de eer UEA hier nevens toe te zenden het Proces Verbaal opgemaakt door den Burgemeester der Gemeente Vrouwe Polder in dato den 4 dezes wegens gepleegden diefstal van een zoogenaamde zekel van af het land van den landman Cornelis Kasse wonende onder Veere met verzoek mij met retour van het zelve verbaal zoo mogelijk eenige informatie te doen toekomen.
De Officier van Justitie
N.J. van Eekelen.

Arnemuiden 14 Ocober 1844
Onder terugzending van het door den Heer Burgemeester der Gemeente Vrouwepolder opgemaakt proces verbaal van gepleegde diefstal bij den Landman Cornelis Kasse onder die Gemeente woonachtig mij tot het toekennen van eenige informatie bij UEG missive van den 10e dezer maand toegezonden, zoo heb ik de eer UEG mede te deelen dat op den ontvangst derzelve, de secretaris bij de alhier aanwezige Smits & Lagrijn? het noodige onderzoek heeft gedaan, of na het tijdstip der ontvreemding het bedoelde stuk ijzer ter verkoop was aangeboden, met dringend verzoek bij aldien zulks mogt hebben plaatsgehad, hij tot voorkoming van onaangenaamheden waar zij zich bij het verzwijgen zelfs in zouden berokkenen dit mogt te komen gaan? , dan alle betuigeden het niet aan hun was gepresenteerd maar zich bereid verklaarden, indien het alsnog mogt aangeboden worden, het zelve aan te houden en dan mij te overhandigen, en daar ik met den menschen zeer goed bekend ben, geloof ik volkomen zij de waarheid in deze niet hebben te kort gedaan.
De in het Proces verbaal vermelde Nicolaas van Trive?? is genaamd Klaas Joosse Grootjans vischleurder en alhier woonachtig, leurende meest met zijn visch ter Veere, is armoedig en uit eige beweging van zijne vrouw gescheiden, doch zonder dat ik bepaald kan zeggen hij zich op dieverij toelegt, ik vertrouw echter indien denzelven door UEG ontboden werd,en een streng onderzoek ondergaan mogt , hij schuldig aan dit feit ,ook wel tot bekentenis zoude komen, daar de vermoedens op de meerder zwaarte van de eene mand mij niet ongegrond voorkomt, hij den dader is,, daar op de terugreis , zijne visch verkogt zijnde, dit niet kan plaats hebben en daarvoor eene oorzaak mocht bestaan, welk hij gehouden is aan UEG mede te deelen.
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 5 October 1844
Ik heb de eer UEA te verzoeken de persoon van Hendrik Marijs inwoner Uwer gemeente te willen doen aanzeggen dat hij zich voor of uiterlijk op den 12 dezer maand ten mijner Parquette vervoegen tot het ondergaan der gevangenisstraf van twee maanden waartoe hij bij vonnis mijner Regtbank van den 19 der vorige maand is veroordeeld.
De Officier van Justitie
N.J. van Eekelen.

Middelburg den 12 October 1844
Ik heb de eer UEA te berigten dat de persoon van H. Marijs welke zich heden morgen ter mijner Parquette heeft vervoegd op zijn verzoek een uitstel tot den eersten der volgende maand is verleend tot het ondergaan zijne gevangensstraf.
De Officier van Justitie.
N.J. van Eekelen

De Staatsraad Gouverneur van de Provincie Zeeland
In aanmerking nemende enz
Willende voorts overgaan tot het doen van eenige verplaatsingen van veldwachters in het belang van de dienst
Besluit
De Burgemeesters der gemeenten Hoek en Breskens en den Burgemeester der stad Arnemuiden aan te schrijven om van de ontslagenen en overgeplaatste veldwachters in te nemen hunnen kleeding-, equipement en wapeningstukken, op den voet van art. 77 van het reglement , om daarmede den nieuw aankomenden veldwachter te wapenen en uit te rusten; terwijl zij zich voor zooveel noodig, ten opzigte der verwisseling van de kleeding- en equipement-stukken, onderling zullen kunnen verstaan.
Extracten etc
De Griffier der Staten
Handtekening

ADMINISTRATIE
Directe Belastingen, In- en uitgaande Regten en Accijnsen
Onderwerp: Onderteekening van het Register en den Legger van het Patentregt
2e kwartaal 1844/45
Middelburg , den 12 November 1844
De Heer Arr. Directeur der Directe belastingen enz. te Middelburg heeft bij circulaire dd 18 September ll no 2831 te kennen gegeven dat aangezien bij art 23 der Wet van 3 frimaire jaar VII bepaald is dat door de Collegien van Zetters geen besluit vermag genomen te worden, tenzij tenminste vijf leden in de vergadering tegenwoordig zijn, ook de stukken, welke aan de beraadslagingen van dat Collegie worden onderworpen steeds door vijf Leden van hetzelve behooren te worden onderteekend.
Zulks ten aanzien der bijgaande stukken niet in acht genomen zijnde, zoo gebruik ik de vrijheid met verwijzing naar des Staatsraad Gouverneurs circulaire dd 4 dezer no 5955 4 Afd UEA beleefdelijk te verzoeken , dit wel te willen doen herstellen, of wanneer door bestaande vacatures het collegie van zetters in uwe gemeente niet mogt voltallig wezen en alzoo in de beraadslaging en beslissing met een minder getal moet worden berust, mij daarvan onder terugzending der hiernevens gevoegde stukken wel de vereischte mededeeling te willen doen.
De Controleur
Handtekening

Arnemuiden 4 December 1844
Aan den Heer Burgemeester van Colijnplaat
Onderwerp: Om certificaat van onvermogen
Door het Plaatselijk bestuur van Nieuwvliet is onderstand geweigerd aan Marinus Janse Schroevers, wonende te Arnemuiden, op grond dat hij volgens art. 376 van het Burgerlijk Wetboek een zoon heeft, welke verpligt is hem den noodigen onderhoud te verschaffen.
Deze Persoon zijnde Jan Schroevers kleermaker binnen UEA Gemeente verkeert volgens betuiging van zijn bovengemelden vader in dien staat dat hij niet in het vermogen is, om hem van het noodige levensonderhoud te voorzien.
Dientengevolge zal UEA mij in het belang van dien persoon verpligten , wel te willen doen toekomen een certificaat waaruit blijkt dat dezen persoon hoezeer zijn eige kost verdienende buiten staat is zijnen vader te onderhouden en wel op getuigenis van twee geloofwaardige manspersonen uit de gemeente en zulks overeenkomstig art. 858 van het Wetboek van burgerlijke Regtsvordering.
De Burgemeester
CDB

Ik heb de eer UEA in handen te stellen nevensgaande missive van den Heer P.R Tak met verzoek van zeer spoedig daarop ruime consideratiën en advies te vernemen.
De Officier van Justitie
N.J. van Eekelen.

Arnemuiden 20 December 1844
Aan den Heer Officier van Justitie te Middelburg
Onderwerp: Consideratiën & advies Brief Tak
Onder terugzending van den Bij UEG missive van den 17e dezer maand gevoegden brief van den Heer P.R. Tak te Middelburg bij UEA klachten inbrengende als dat door ingezetenen dezer Gemeente in de niet ???? gelegen in de Gemeente Nieuw & St Joosland op eene zeer onbeschaamde wijs met geheele benden zelfs op het midden van den dag, hout wordt gehakt en weggedragen zonder het schijnt dat door de Policie dezer gemeente daartegen eenige maatregelen werden genomen, in mijne handen gesteld zijnde om UEd. te dienen van consideratiën & advies , zoo heb ik in voldeoning daaraan de eer UEd. te kennen te geven, dat ik deze klachten van dien zeer als zeer overdreven moet beschouwen en ik niet geloof het op die wijs zooals hij UEA gelieft te melden plaats heeft gevonden, want immers zoude dan toch door de bewoner der Hofstede in dat geval wel als in de nabijheid der gemeente wonende wel de policie te Nieuw-en St. Joosland bijgeroepen? geworden zijn en zoude dit tengevolge hebben gehad even als over eenige jaren bij den Landman Bliek , dat door den Burgemeetser tegen deze verregaande overtreding proces verbaal zoude opgemaakt en aan UEA ingezonden zijn,, daar ik zeer goed weet, dat door geene menslievendheid deze deze daad bij den Landman als mij te zeer goed bekend verzwegen kunnen worden.
Ik geloof het nog te minder , doordien ik dagelijks de veldwachter order geef, om op het hakken van hout te surveilleren , en hem speciaal gelast om bij de landlieden hierna te vernemen en welke rapporten mij steeds bevredigend zijn, bovendien pleit voor de onwaarheid van dezen aanklagte , daar zoo ik hoor de Agenten der Policie uit Middelburg in en rond die Gemeente surveillance houden op jagers en visschers , en deze daar, dan toch wel niet aan dit waakzaam oog dier agenten zouden ontglippen.
Wat of de maatregelen betreffen die ik daartegen niet neem. Zoo moet ik UEA mededeelen.
1dat ik hiervan niets heb geweten en mitsdien daarin niet kon voorzien.
2 dat de veldwachter dezer Gemeente welke tevens is aangesteld in die functie voor Cleverskerke niet kan, mag noch verlangt te laten surveilleren in de Gemeente Nieuw-en St. Joosland, daar hij er twee Gemeenten meer heeft als hij afkan en dit moet overlaten aan de policie
3dat de Heer Tak als onbevoegd daartoe niet te beoordeelen staat dat dat ik tegen die overtreders geenen maatregelen en zooals mij voorkomt beschuldigt dat in plaats ik de aanranding van eenen eigendom mitsdien diefstal oogluikend bevorder
4dat wanneer in deze Gemeente door ingezetenen dood hout wordt ingebragt het naar mijne gevoelen niet te beoordeelen staat of dit gestolen of gekregen is, daar nog onlangs door den Landman Ferdinandusse in die Gemeente aan ingezetenen alhier de vrijheid is verleend geworden het doode hout uit de boomen te halen en mede te nemen.
5dat hoezeer ik eenige ingezetenen niet wil vrijspreken echter alles wat in den omtrek van die gemeente plaats vindt op Arnemuidenaars wordt gestoken, alsof in haar eigen boeren geene dieven zoude woonen kan ik niet gelooven. Zooals blijkt het gebeurde voor eenige jaren, wanneer nacht op nacht hoenders gestolen werden waarmede ook mijne ingezetenen werden betigt, hoezeer later bleek dat het hun eigen ingezetenen deden en hunne welverdiende straf daarvan hebben ontvangen.
UEA zoude mij mitsdien bijzonder verligten dien Heer te willen mededeelen dat de veldwachter door mij dagelijks de surveillancien op het stuk van hout in mijne beide Gemeenten wordt aanbevolen en het mij leed doet dat hij mij bij UEA in verdenking brengt, alsof ik deze misdaad oogluikend zoude toestaan, dat overigens de surveillance bij zijn bosch als het territoir van Nieuw & St Joosland niet door mijne veldwachter kan plaats hebben, daar deze de surveillance alhier verrigt, en het mij voorkomt dat zijne aanklagt zeer overdreven is, daar ik niet geloof dat de bewoner der Hofstede zijnde W: Willeboordse dit zonder het inroepen der policie aldaar te midden op den dag oogluikend zoude hebben toegestaan en hetzelve ook niet aan het waakzaam oog Uwer agenten van policie zoude zijn ontsnapt.
Ten slotte moet ik UEA mededeelen dat ik bij publicatie mijne ingezetenen heb gewaarschuwd dat deze klagte bij mij is ingekomen, en dat voor zoverre zij zich hieraan mogten schuldig kennen gewaarschouwd werden om verder geen handen te slaan aan diens man eigendom, wijl hierop een strenge surveillance zoude gehouden worden, en de overtreders aan de bevoegde regter worden overgegeven.
De Burgemeester
CDB

BEKENDMAKING
De Burgemeester der stad Arnemuiden vernomen hebbende dat door ingezetenen dezer Gemeente hout wordt gehakt in het bosch van de Heer Tak onder de gemeente Nieuw-en St. Joosland, waardoor in hetzelve groote schade wordt aangerigt en hierover klagten is gevallen bij de Heer Officier van Justitie te Middelburg.
Waarschuwen bij deze elk en een iegelijk, wie zich aan deze misdaad heeft schuldig gemaakt, verder geene handen aan diens mans eigendom te slaan, daar bij ontdekking van overtreders , onmiddelijk proces verbaal zal worden opgemaakt en ter vervolging aan de heer Officier van Justitie worden ingezonden.
Den 20 December 1844
De Burgemeester
CDB

Middelburg den 10 Dec 1844
Neme de vrijheid UEG te verzoeken de navolgende persoonen als : Jacobus Meerman Janzoon, Daniël van Belzen Jooszoon, Lieven Grootjans, Boudewijnszoon, Jan van Belzen Janszoon en Klaas Grootjans Daniël Leendertszoon, te willen doen aanzeggen dat zij zich op morgen ten twaalf uur zullen hebben te bevinden ten mijnen kantore gevestigd ten stadhuize alhier.
De Ambtenaar van het Openbaar Miniterie bij het Kantongeregt te Middelburg
Van der Pluijm

Middelburg den 27 December 1844
Ik heb de eer UEA te verzoeken om mij zoo spoedig mogelijk te willen berigten omtrent de persoone van Adriana de Ridder door het armbestuur te Arnemuiden in de bewaarplaats van krankzinnigen alhier geplaatst.
1 of deze persoone nog familie bezit ?
2 of in allen gevalle het armbestuur te Arnemuiden zich hare belangen zal aantrekken , namelijk om haar weder te ontvangen.
Deze persoone mag en kan in het gesticht niet blijven zonder vonnis van curatele ingevolge artikel 487: en volg B: Wetb.
Bij aldien echter dadelijk daarvan werk werd gemaakt en mij dat officieel bekend werd gemaakt zal ik tot 1e Januarij 1845 wachten.
De Officier van Justitie
N.J. van Eekelen.

Arnemuiden 28 December 44
Aan het EerwaardeArmbestuur
De in het simpelhuis geplaatste Adriana de Ridder ten laste van het Armbestuur alhier, mag zonder vonnis van curatele niet ingevolge art 48 en volgende van het Burgelijk Wetboek in dat gesticht verblijven.
Door de Heer Officier van Justitie zijn wij diensvolgens uitgenoodigd ZEA voor 1 Jan e.k te willen mededeelen of het Armbestuur voortdurend de belangens van dat mensch blijft aantrekken.Zoo ja dat dan bij officieel berigt met haar ontslag nog wat zoude geagt worden.
Onder kennisgeving hiervan verzoek ik UEerw daar bovengemelde persoon geene gegoede betrekking heeft, noch in deze gemeente een gesticht is, waar zij geplaatst kan worden, o zoo spoedig mogelijk te willen werkzaam zijn dat zij onder curatle mag worden gesteld ,waartoe de aanvrage bij de regtbank zal dienen plaats te hebben.
De Burgemeester
CDB

Arnemuiden 29 december 44
Aan den Officier van Justitie te Middelburg
In antwoord op UEA missive van den 27e dezer maand no 1371 heb ik de eer met betrekking tot de persoon van Adriana de Ridder ten koste van het Armbestuur alhier in het simpelhuis te Middelburg geplaatst te berigten dat zij een zoon heeft genaamd Marinus Schroevers visscher alhier woonachtig en een schoonzoon genaamd Jan Marijs woonachtig te Middelburg beide zeer armoedige mensche en ten 2e dat het Armbestuur voortdurend in de verpligting is de belangen van dat mensch aan te trekken , doch dat zij als geen gesticht voor dergelijke menschen hebbende haar niet kan ontvangen en mitsdien verpligt zal wezen denzelve onder curatele te doen stellen, waar met den meesten spoed werk van gemaakt zal worden.
De Burgemeester
CDB

Ga naar boven