Historische Vereniging Arnemuiden

Ingekomen stukken 1855 - van de burgemeester

Zeeuws Archief - Archieven van  de Gemeente Arnemuiden

Toegangsnummer: 1200 / Inventarisnummer 130

Stukken van de Burgemeester 1855

Digitalisering van P.J. Feij

 

Arnemuiden 3 Januarij 55

Namens de vader van Theuntje de Mol, onlangs wegens het rapen  van boonen door de Arr: regtbank veroordeeld voor een dag gevangenis, heb ik de eer UEA te verzoeken de appèldagen welke  op de 5e? dezer maand ten einde zijn geloopen zoo mogelijk te willen verlengen, doordien aan den Koning voor die straf gratie is gevraagd, en bijaldien dit niet verkregen mogt tegen dit vonnis in hooger beroep te komen.

De Burgemeester

C.J. Baars

Arnemuiden den 6 Januarij 55

Aan den Heer Ontvanger der Registratie Domeinen etc

Onderwerp: Onderzoek plaat Bat.? de Lange Polder

Onder terugzending van de op donderdag jl  ter hand gestelde hebbende missive van den Heer Directeur der Registratie  heb ik de eer  UEA mede te deelen dat ik heden voor mij ontboden heb de bewuste?  Cornelis Klaasse, oud 61 jaar, welke gelijktijdig met een anderen visscher genaamd Jacob Jacobse de Nooijer oud 73 jaar, zich bij mij bevind  en verklaard te hebben.

Dat hun beiden zeer goed bekend is, dat  het schor  leggende tegen de Oranjeplaat door een geul of kreek was afgescheiden alzoo eerstgemelde in het jaar  toen in de nabijheid de buskruid molen van den Heer de Bruin is gesticht  daar dikwijls doorgevaren en dezelve tijdens den jare 1846 daarvan nog door dezelfde geul was afgeschut??  doch op dat oogenblik niet dan met giertij konden passeren en alzoo op dat oogenblik niet gezegd kan worden een getal uitermate?, alzoo bij laag water daar nog altijd circa 3 voet water in bleef staan, dat eerst na de bedijking door een schapendreef, die plaat tezaam gevoegd waardoor  aan de Zuidoostzijde dezelve geheel opslikt, terwijl aan deze of westzijde men met giertij nog tot de schapendreef kan varen.

Zooals ik hiervan reeds aanstipte, heeft de schapendreef voor 1846 niet bestaan, daar eerst naar de bedijking der Oranjeplaat met de beweiding is begonnen als zijnde voor die tijd die plaat geheel  in het water: voor de bedijking was beweiding onmogelijk ??

Ik hoop dat UE door deze inlichting verder op het spoor zult geraken, en den staat wie ik volgens de verklaring der beide visschers  als den eigenaar daarvan beschouwd, in het bezit van die plaat  zal worden gesteld.

De Burgemeester

C.J.Baars

Een aantal attesten aangevraagd wegens broederdienst.

Arnemuiden ,10 Januarij 55

Aan den burgemeester van Goes

UEA zult mij zeer verpligten te willen mededeelen of de schepen welke tot herstelling naar de scheepswerf in uwe gemeente komen, zijn vrijgesteld van haven en sluisgeld en in het toestemmend geval op deze vrijstelling in het besluit van de Gemeente raad is bepaald of eene  bijzondere vergunning aan den scheepmaker toegekend.

Daar wij dit in het belang van mijn gemeente noodig is te weten, zult UEA mij veel genoegen geven, die inlichting te mogen ontvangen.

De Burgemeester

C.J. Baars

Arnemuiden den 14e Januarij 55

Aan den Heer Commissaris des Konings

De Gemeente raad heeft besloten tot heffing van een havengeld;dit door ZM bekrachtigd.

Etc

Samenvatting.

Op 11 Januarij 1855 krijgt de Gemeente Arnemuiden antwoord van de Burgemeester van Goes met betrekking tot het havengeld met een exemplaar van dit Besluit.

Arnemuiden 12 Januarij 55

Aan Heeren GS

Onderwerp: Gestrande goederen

Alle door vissers aangebracht onderscheidene goederen zoo van de Engelsche schoener Maria Elizabeth kapt. Thomas Handford als van in zee drijvende gevondenen houtwaren en van van den bodem geligte Anker, en van welke aangifte door mij telkens aan den Heer Commissaris des Konings is te kennen gegeven.

De Burgemeester

C.J. Baars

Hierbij een STAAT  aanwijzende de maatregelen genomen ter voorkoming van Aanranding van den Regten van de den Staat en van die van Personen en Eigendommen in het jaar 1854.

De totale geldwaarde ontvreemd door inbraak en persoonlijke  “aanranding “bedraagt f.2-

Middelburg 17 Januarij 1855

Ik heb de eer UEd te verzoeken de personen van A. Meerman, wed. P.Meulmeester en Janna Sierveld te doen aanzeggen dat zij zich  voor of uiterlijk op den 20 dezer maand in het huis van verzekering zich te hebben begeven tot het ondergaan der gevangenisstraf door den regtbank opgelegd en voor het geval zij daaraan niet mogten voldoen, dezelve alsdan op den 22 daar aan volgende  door den veldwachter uwer gemeente in gezegd huis doen overbrengen.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Middelburg den 17 Januarij 1855

Onderwerp: heffing belasting

Geen bezwaren  tot heffing van havengeld voor de schipper van het recherche vaartuig.

De Commissaris des Konings in de provincie Zeeland

Van Tets

Toezending van het register van de in 1836 geboren jongelieden voor den dienst van N.M.

Arnemuiden 1 februarij 1855

Oproep aan alle kiesgerechtigden voor de 1e en 2e Kamer zich te laten registreren.

De Burgemeester van Arnemuiden

C.J.Baars

PUBLICATIE

Betrekking hebbende op de invordering  van de grondbelasting  met oproep die zo mogelijk spoedig te kwijten met herinnering aan de mogelijkheid om bezwaren daartegen in te dienen. Etc.

De Burgemeester

C.J.Baars

Middelburg den 8 Februarij 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken de personen van Adriaan Grootjans , Blaas Meulmeester ook wel genaamd Blaas de Verderes?? , Job Schroevers- Jan Schroevers – Jacomina de Ridder en Teuntje Grootjans te doen aanzeggen dat zij zich voor of uiterlijk op den 19 dezes maand in het huis van verzekering alhier hebben te begeven tot het ondergaan des gevangenisstraf hen door mijn regtbank opgelegd en voor het geval zij daaraan niet mogten voldoen dezelve alsdan door den veldwachter te laten overbrengen.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Het volgende stuk is voor een groot deel onleesbaar!!

Middelburg den 14 Februarij 1855

Verzoek of de hieronder vermelde veroordeelden in zake van overtreding der Wet op de Jagt en Visscherij, welke uit hoofde van niet betaling der boeten en kosten de bepaalde  gevangenisstraf hebben ondergaan, al of niet vermogend zijn om de achter hunne namen vermelde kosten van beteekening van het exploict van aanmaning te kunnen voldoen en zoo neen wij alsdan daarvan een certificaat te willen doen geworden, te weten

Job de Ridder

Daniel de Ridder

Lieve Grootjans visschers te Arnemuiden resp. f.3,58 enf.3,28

De  ontvanger der Registratie Geregtelijke Acten

Handtekening

 Nieuwland 12 Februarij 1855

Onderwerp: opgave aanslagen der belastingschuldigen.

Arnemuiden 20 Februarij 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken de persoon van Theuntje de Mol te doen aanzeggen dat krachtens ZM magtiging ZExcie de Minister van Justitie bij beschikking van den 12 dezer maand 2 Afd. heeft afgewezen het ten behoeve van haar ingediende request om gratie te krijgen van diefstal van de oogst van veldvruchten. Moet zich daartoe begeven naar het huis van verzekering tot ondergaan der gevangenisstraf etc.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Arnemuiden, 21 Februarij 55

Aan de Officier van Justitie

Hoezeer ik geene aanklagt UEA mede te deelen heb—zoo vind ik mij echter verpligt onderstaande kennis te moeten brengen daar de   dood  op geene gewoone wijze heeft plaats gehad.

De vrouw van P. Meliefste  genaamd Cornelia Joosse  verliet op gisteren maandag hare woning, met het doel van zich naar hare ?????? te begeven  en liet twee kindertjes waarvan de oudste slechs 2 jaren  oud alleen te huis en sloot de deur  achter haar toe.

Naauwelijks was zij vertrokken of de buren hoorden het kindeen jammeren; daar de deur gesloten zijnde, kon geen hulp worden tgoegebragt, waarna de moeder werd opgezogt, dan te laat daar het 2 jaarige kind reeds zoodanig was verbrand dat het korte oogenblikken daarna bezweek.

De rest is onleesbaar klad !! etc.

C.J.Baars

De Burgemeester

Middelburg den 21 Februarij 1855

Naar aanleiding van de hiernevensgaande Processen Verbaal opgemaakt ter zake van overtreding der Wet op de Jagt en Visscherij heb ik de eer UEA te verzoeken de persoon van Joos van Eenennaam te Arnemuiden die in het tweede procesverbaal wordt opgegeven als de vermoedelijk schuldige aan het ???/gestelde in PB  te hooren omtrent de bezwaren tegen hun gerezen, en van dat verhoor PB op te maken.

De Officier van Justitie

 Van Son

Subst.

Heden den 23 Februarij 55

Heb ik Burgemeester der Gemeente Arnemuiden ter requisitie van den Heer Off. Van Justitie te Middelburg voor mij ontboden de persoon van Joos van Eenennaam thans zonder beroep woonachtig in deze Gemeente  en deze hebben medegedeeld het ten zijnen laste  gelegde feit bij PB opgemaakt door den veldwachter der Gemeente Nieuw en St. Joosland en afgevraagd of hij zich aan die misdaad schuldig kende, waarop hij mij te kennen gaf dat hij in geen 8 jaar in die polder had geweest en mitsdien veel minder op den 8e dezer maand aldaar jagende geweest, waarom het medegedeelde bezijden de waarheidwas en mij verzocht van deze beschuldiging   tegen de veldwachter PB op te maken.

Etc

De Burgemeester

C.J. Baars

Aanvulling: vrij vertaald:

De verdachte blijft ontkennen, ondanks de waarschuwing van de burgemeester dat ontkenning van het delict en eventuele bedreiging van een ambtenaar in functie zeer strafwaardig zou zijn.

Baars

Middelburg den 26 Februarij 1855

Onderwerp: schipbreukelingen.

Van de redding van het verongelukte Belgisch  visschersvaartuig Melanie, heb ik den Minister van binnenlandsche zaken mededeeling gedaan.

Ik ondersteunde daarbij het bij  in den brief van den 14 December jl no 124 gedaan verzoek om langs  den diplomatieken weg voor de redders eene geldelijke tegemoetkoming uit te lokken.

Het strekt mij thans tot genoegen U te kunnen mededeelen dat de Belgische Regering van J. de Nooijer en zijne matrozen eene belooning van honderd franken te dier zake heeft toegekend.

Deze som zal U geworden om tusschen dien visscher en zijne matrozen te worden verdeeld.

De Belgische regering zal voorts eene opgaaf van verdeeling tegemoet zien, gestaafd door de quittancien der deelhebbers.

Ik heb de eer U te verzoeken daarvan aan de belanghebbenden voorloopig kennis te geven.

De Commissaris des  Konings

In de provincie Zeeland.

Van Tets

Arnemuiden 1 Maart 55

Diverse bewijzen van bewijs van dienst in verband met broederdienst.

Nieuwland 19 Februarij 1855

Onderwerp: terugzending/retour opgaven van de hier loopende Dienst gebragte belastingschuldigen gemeenten Arnemuiden en Kleverskerke etc

De Ontvanger

Handteekening

Arnemuiden 2 Maart 55

Onderwerp: Inzending bewijsstukken der lotelingen welke reclamatie hebben ingediend.

Baars

Middelburg den 3 Maart 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken  de personen van Klasina Klaasen, Pieternella Meulmeester, Geertje van Belzen, Maatje van Belzen en Cornelia de Nooijer te doen aanzeggen dat krachtens ZM daartoe verstrekte  magtiging zijne Excie de Minister van Justitie  bij beschikking van den 26  Febr. Heeft afgewezen het door hun ons gister? ingediende request ter zake van diefstal en de  acht dagen gevangenis . Zij moeten zich  den 7 dezer maand in het huis van verzekering alhier hebben te begeven tot het ondergaan  van hun gevangenisstraf. Bij niet voldoening daaraan zullen zij door de veldwachter daartoe geleid  worden.  

De Officier van Justitie

Hurgronje

Middelburg den 3 Maart 1855

Onderwerp: Toezending verlofpassen van J. van de Ketterij en B. van Belzen

De Commissaris  van de Koning

Van Tets

Middelburg den 15e Maart 1855

Toezending afdruk eener circulaire van den Minister voor de Zaken der Hervormde Eeredienst aan de Leeraren der Protestantsche gemeente, betrekkelijk de algemeene collecte op den 20e dezer maand .

Van Tets Commissaris.

Middelburg  29 Maart 1855

  1. J. B. Haringman geeft kennis van het feit dat in het huisgezin van F. van Eenennaam zich de kinderziekte heeft geopenbaard

Middelburg  30 Maart 1855

Onderwerp: Oninbare posten personeele Belastingen  Arnemuiden en Kleverskerke.

De Controleur

Weiler

Arnemuiden 11 April 1855

Aan den Heer Auditeur-Militair etc te Middelburg

Provinciaal Kommandant

In het algemeen policie blad komt voor zekeren Alewijn van Akkeren den 9 Januarij 1854  van het regiment grenadiers  & Jagers  gedeserteerd sedert den 29 November 1852 in mijne Gemeente een persoon als weversbaas werkzaam welke dezelfde naam  draagd als den gedeserteerde Grenadier en op dezelfde datum te Vlissingen geboren, zoodat ware hij na Januarij 1854 in mijne Gemeente komen wonen, ik het er voor houden zoude hij denzelfden persoon was welke daar vermeld word  hetwelk alsnu niet kan zijn.

Daar mij dit echter als een onverklaarde zaak voorkwam. Heb ik gemeend dienaangaande het noodige onderzoek in te stellen en ben ik deswegens onderrigt dat de zwager van Alewijn van Akkeren genaamd  Jan Kloek ? slikwerker? te Brouwershaven vanwege een vonnis ten zijnen laste door den Krijgsraad is geslagen , waardoor hij niet meer in dienst konde komen, zich op een voor hem onbekende wijs had meester gemaakt van zijn paspoort hetwelk berustende  bij zijne ouders te Vlissingen , terwijl hij zich in deze gemeente bevond en langs dezen weg  als  wij vastleggen  bij het regiment Grenadiers word aangenomen, daar van Akkeren eene behoorlijk paspoort had als gediend hebbende  bij het 6 Reg. 1e Baat 1 Comp.

Ik heb gemeend UEG daarvan te moetn kennis geven, met uitnoodiging, mij wel te willen mededeelen, hoedanig ik in dit geval met den alhier  woonachtige van Akkeren moet handelen, als vindende ik het een harde zaak om hem onschuldig al dadelijk een arrest te doen komen.

De Burgemeester

C.J. Baars.

Middelburg 7 April 1855

Toegekend een som van 100 franken of f.47,25. Ter verdeeling onder de schipper J. de Nooijer  en diens matrozen; gestaafd met  quitancien en andere bewijzen.

De Commissaris des Konings in de provincie Zeeland

Van Tets

Ik ondergeteekende Pieter de Nooijer, visscher wonende te Arnemuiden, verklaart uit handen van den Burgemeester alhier  ontvangen te hebben de som van negen gulden vijf en veertig cents en zulks  voor aandeel in eene door de Belgische  Regering geschonken belooning van honderd franken voor de redding der manschappen van het op den Banjaard verongeluke visschers vaartuig Melanie op den 22 november 1854.

Zonder handtekening

Aan Zijne Excie de Heer Comm. In Zeeland

Via de Commissaris bericht van de bovenstaande verdeeling van de beloning van f.47,25 onder de schipper en bemanningsleden van het reddende vaartuig m..t.de Melanie etc.

De Burgemeester

C.J. Baars

 Middelburg, 14 April 1855

Ik heb de eer UEA in antwoord op deszelfs missive van den 11 dezer ter kennisse te brengen dat ik onder de daarin vermelde omstandigheden volstrekt geene reden zie, den in Uwe Gemeente  sints 29 November  1852 woonachtigen Alewijn van Akkeren in arrest te doen nemen, daar hij stellig  de persoon niet is waarvan de aanhouding volgens desertie in het politieblad  gevraagd wordt den Officier van Justitie  bij de Arr. Regtbank te Zierikzee is door mij gerequireerd nasporing te laten doen naar Jan Kloek, zich ook noemende Alewijn van Akkeren en dien persoon gevonden wordende te doen arresteren  en ter mijner beschikking naar herwaarts over brengen.

Wordt hij gevonden alsdan zal hij voor verschillende feiten, waarvan de desertie het minste zal wezen, moeten terechtstaan , terwijl voor het geval  dat men hem niet kan opsporen, de werkelijke Alewijn van Akkeren zonder in hechtenis te worden gesteld, voor den Krijgsraad alhier zal worden geroepen, wanneer ik, nadat zal worden uitgemaakt dat hij de bedoelde deserteur niet kan geweest zijn, zijne vrijspraak zal requireren.

Ik geef UEA in bedenking hem en schriftkeur ter hand te stellen, waarbij alle agenten der openbare magt  worden uitgenoodigd, bij Zijne Excie bij zijne eventuele arrestatie hem voor UEA te brengen, of hem niet in arrest te stellen als zijnde niet de persoon onder denzelfden naam in het politie blad voorkomende. Hiermede kan vele moeite voor de autoriteiten en onaangenaamheid vermeden worden.

De auditeur Militair in Zeeland.

Handtekening    

  

Middelburg den 27 April 1855

25 verzoeken tot het verkrijgen van een jagt-en visch-acte

Goes 2 Mei 1855

Ordonnancie van voldane betaling van verplegingskosten van M.J. le Mahieu over 1854

De Burgemeester van Goes.

Handtekening

Arnemuiden 9 Mei 55

Jagt Akte  aan 12 lieden: M. Hoogerheide , J.Giffard, J. Tramper, A. de Ridder, L. Meulmeester, A. Tramper, J. Meulmeester, Jacob Menhere?, A, Siereveld, M.Meulmeester, H. van der Putte.

Het betreft de Jagt Akte voor de groote Jagt.

Daartoe wordt  door de Burgemeester tot het bekomen daarvan uitgifte gedaan.

C.J. Baars

Middelburg 11 Mei 1855

Verzoek van de Auditeur Militair in Zeeland een extract uit het bevolkingsregister van de van desertie verdachte Alewijn van Akkeren . Heeft deze zich in uw gemeente gevestigd en van waar is hij gekomen etc.

Middelburg den 12 Mei 1855

Onderwerp: voorziening in een behoorlijk kerkgebouw.

Het provinciaal Collegie van toezigt over de kerkelijke administratien bij de hervormden in Zeeland heeft bij zijnen brief van den 1e dezer no 75 aan kerkvoogden der hervormde gemeente te Arnemuiden den uitslag medegedeeld, zoo van de voorloopig – en later door den hoofdingenieur in het 1e district van den waterstaat meer bepaald gedane opneming van den toestand van het kerkgebouw dier gemeente als van de overwegingen welke in verband daarmede bij die vergadering hebben plaatsgehad.

Uit het afschrift van dien brief dat UEA hiernevens ontvangt zal door U worden gezien , dat het provinciaal collegie met den hoofdingenieur van oordeel is, dat de bouw uwer nieuwe kerk volgens het door dien ambtenaar voorloopig opgemaakt ontwerp, in het welbegrepen belang der gemeente boven het herstel van het bestaande gebouw te verkiezen is,, en dat die vergadering bereid is de som, welke daartoe boven de voorhanden middelen nog benoodigd zou wezen, nader als subsidie bij de Regering aan te vragen, doch vooraf omtrent de zaak nader het gevoelen van kerkvoogden en notabelen wenscht te vernemen.

Het nieuwe kerkgebouw zou voorzien zijn van eene toren , waarin het op den tegenwoordigen toren aanwezige carillon en uurwerk en de toestel tot aanwijzing van de schijngestalten der maan en van dagelijksch hoog en laag water, op het behoud waarvan  in uwe gemeente veel prijs wordt gesteld een geschikte plaats zullen vinden.

Gelijk aan het provinciaal collegie komt het ook mij voor in het belang  en der hervormden en de gemeente Arnemuiden in het algemeen te zijn, dat kerkvoogden en notabelen aan het onderwerpelijke plan hunnen bijval schenken.

Het zou mij dus aangenaam zijn, dat de invloed dien gij als hoofd van Arnemuiden bezit, werd aangewend om hen daartoe over te halen.

Gaarne in afwachting van den uitslag.

De Commisaris des Konings

Van Tets.

Middelburg den 1 Mei 1855

Aan Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Arnemuiden

Samenvatting:

Liever subsidie voor het bouwen van een nieuwe kerk in plaats van herstel van het oude gebouw.

Oorspronkelijk f.9500 voor het herstel van het oude gebouw. Een nieuw gebouw brengt minder kosten met zich mee.

Voor de bouw van een nieuwe kerk is een voorlopig ontwerp gemaakt. Toren 36 el hoog. Carillon , schijngestalten etc. Kerk zal ruimte bieden aan ongeveer 550 kerkgangers ; ook bij toename van de bevolking  voldoende ruimte.

De kosten van het nieuwe gebouw en toren wordt geraamd op een som van f,19.000.

Daarbij is gerekend dat de kerk voor de helft en de toren voor een vierde  van den omtrek op de fondamentsmuren van de oude kerk en de overige  deelen dezes muren op eene nieuw bij te maken paalfundering zullen gevestigd worden; dat de bevloering zal geschieden met de bestaande zerken, en dat het oude ameublement voor de nieuwe kerk zal kunnen voldoen.

De opgegevene som van f.19.000 zou echte na aftrek van de vermoedelijke waarde van de afbraak der bestaande kerk verminderen tot f.14.000. Er zou dus voor den nieuwen bouw, boven de reeds toegekende subsidien ad f.9500 nog ongeveer f.4500 benoodigd wezen.

Overtuigd dat deze laatste som vanwege Uwe gemeente kan worden bijgebragt, zijn wij genegen daarvoor onzerzijds een nader subsidie bij de Regering aan te vragen.

Wij wachten verder het nader gevoelen van de kerkvoogden af.

Een nieuw kerkgebouw, als nog een nader toereikende subsidie zal worden verleend, zal de voorkeur verdienen in het welbegrepen eigenbelang der Gemeente boven het herstel van het bestaande gebouw. Het nieuwe gebouw heeft een betere staat van onderhoud. Etc

Het Prov. collegie van toezigt op de Kerkelijke administratien bij de Hervormden in Zeeland.

Van Visvliet lid en secretaris.

Arnemuiden 23 Mei 55

De burgemeester meent dat nu de bezwaren tegen nieuwbouw zijn afgewend. De kerk is inderdaad te groot voor de gemeente. Carillon en schijngestalten van de maan zijn behouden etc

De Burgemeester

Middelburg den 16 Mei 1855

In het verslag in de staat van de veestapel wordt opgegeven het getal van 104 koeijen en 28 kalveren. Dat klopt niet met het vervolg van in de kolommen van het verslag.

Gaarne het verschil goedmaken.

De Griffier der Staten

Handtekening

Hierop komt reactie

Middelburg den 14 Junij 1855

Extract van een vonnis gewezen en gepronuntieerd bij den Krijgsraad in het Provinciaal Kommandement van Zeeland.

Van Akkeren Allewijn. Geboorteplaats: en laatste woonplaats Vlissingen en Arnemuiden.

Geene misdaad. Geen straf

Aanmerkingen: Deze persoon verklaard niet schuldig aan desertie in tijd van vrede en dienvolgens vrijgesproken op grond dat gebleken is dat een ander voorzien van een paspoort als milicien een certificaat van goed gedrag en geboorteacte alle betreffende A. van Akkeren op diens naam zich bij het regiment Grenadiers en Jagers  geengageerd en aan desertie schuldig heeft gemaakt heeft.

  1. NB. Er is niets nieuwes onder de zon: misbruik van een paspoort.

Middelburg den 15 Junij 1855

Elf kostelooze vergunningen om te visschen die zijn aangevraagd. Die gelieve uit te reiken.

De Commissaris des Konings

Van Tets

Middelburg den 22 Junij 1855

Ik  heb de eer UEA te verzoeken de persoon van Aarnout van Belzen te doen aanzeggen dat hij zich voor of uiterlijk op den 27e dezer maand  in het huis van verzekering alhier heb te begeven tot het ondergaan der gevangenisstraf hem door mijne regtbank opgelegd en voor het geval  hij daar aan niet mogt voldoen denzelven als dan door de veldwachter den volgenden dag in gezegd huis te doen overbrengen.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Arnemuiden 23 Junij 55

Aan den Heer Officier van Justitie

Ik heb de eer U ter kennis te brengen dat door A. Van Belzen  mede bij U schrijven van den 22 dezer word aangeschreven om tot het ondergaan zijner gevangenisstraf zich in het huis van arrest te begeven, bij adres aan den Koning heeft verzocht van zoowel van zijn gevangenisstraf als van die zijner  overvoering naar 1 der bedelaars kolonien verschoond te mogen worden, en welke  straf hem nu voor eenige dagen eerst te weten is gekomen.

Ik zoude UEA dus verzoeken tot dat den Koning op zijn verzoek zal hebben beslist, met zijn opsluiting te willen wachten.

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 23 Junij 1855

PB opgemaakt door de burgemeester van Oost en West Souburg,

Op 18 Junij ll ongeveer 9 uur in de avond de persoon van J.A. Krupeling herbergier op de groote Abeele  door 3 personen in zijne herberg is geslagen geworden, toen deze hen wilde beletten zijne herberg te verlaten zonder de gemaakte verteeringen zijnde 55 cents te betalen, en bij nader onderzoek is gebleken dat 1 der drie personen Adriaan Jobse genaamd is, vermoedelijk wonende te Arnemuiden en aldaar van de weverij ontslagen, heb ik de eer  UEA te verzoeken genoemde Adriaan Jobse te willen hooren, hem te vragen of hij niet op den 18e Junij ll met nog twee andere personen naar Vlissingen is geweest, wie de twee anderen zijn geweest, of zij in de de herberg van J.A. Krupeling geene verteeringen hebben gemaakt, en alstoen den herbergier klappen gegeven en of de pet van A. Jobse bij die gelegenheid niet in stukken is getrokken, doordien hij die uit de handen van den rijksveldwachter J. van Leerzum wilde trekken en van dit verhoor PB op te maken en mij toe te zenden met verder verzoek eveneens die twee andere ersonen te hooren indien zij door A. Jobse aan UEA worden opgegeven en in Arnemuiden woonachtig zijn.

De Officier van Justitie

Van Son

Uit het chaotische en omstandige zinnen van de  PB valt geen duidelijke conclusie omtrent de schuldvraag te destilleren.

RIJKS-POLITIE

Parket

Procureur-Generaal

Middelburg den 30 JUnij 1855

Uit het Huis van Verzekering te Middelburg zullen worden ontslagen Huibrecht Meulmeester en Daniel van Belzen die als bestemmingsplaats Uwe Gemeente hebben opgegeven

De Procureur Generaal fungerend Directeur van Politie Zeeland

Verbrugge

PUBLICATIE

Van diverse executoir verklaarde kohieren van het Patentregt en o.a Personele Belasting.

Met verzoek zo spoedig mogelijk aan het verzochte te voldoen en eventuele bezwaren tijdig in te sturen.

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 3 Julij 1855

Onderwerp: Opneming Patenten

Met verzoek de nodige maatregelen te nemen.

De Controleur

Weiler

Middelburg den 7 Julij 1855

Onderwerp: Voorziening in vacaturen Schutters-raad ½ Bataillon Rustende Schutterij.

Daartoe opgeroepen tot de daartoe betrekkelijke werkzaamheden over te gaan.

De Militie-Commissaris in Zeeland

Handtekening

Arnemuiden 9 Julij 1855

Onderwerp: Verzoek van afgifte Jagt -Acte  voor F. van Eenennaam

Burgemeester heeft geen bedenking.

Middelburg den 9 Julij 1855

Hierbij een verzoekschrift om gratie aan ZM den Koning gerigt door A. van Belzen vischleurder wonende te Arnemuiden, met beleefdelijk verzoek  mij daarop wel te willen dienen van schriftelijke consideratien en advies.

De Officier van Justitie

Van Son subst

Arnemuiden 10 Junij 55

Aan de Commissaris des Konings

Onderwerp: Vreemdelingen

Er hebben zich in onze gemeente geen vreemdelingen opgehouden.

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 11 Julij 1855

10 stuks verzoeken om jagt-en visch-acte

Arnemuiden den 18 Julij 1855

Onderwerp: relaas overtreding jagtwet

Teneinde zoo mogelijk het raggen door en in het veld tot groote schade der landlieden te voorkomen verzoeke ik UEA dit stuk ter vervolging  te willen opzenden aan de Heer Officier van Justitie bij de Arr. Regtbank te Middelburg.

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 20 Julij 1855

Naar aanleiding van het hiernevensgaande PB door UEA ogemaakt ten laste van Jannetje Blaasse te Arnemuiden heb ik de eer UEA te verzoeken de persoone van Jacoba van Belzen omtrent die vermoedelijke diefstal eener vischmand nogmaals te willen hooren, en door haar te laten opgeven het juiste tijdstip wanneer die  korf het eerst door haar is vermist geworden, en of dat is geweest directelijk na het verdeelen der visch op de Zuidwal door haar bedoeld, waar dezelve alstoen heeft gestaan en of Jannetje Blaasse bij die bedoelde vischverdeeling ook is tegenwoordig geweest, en bij die gelegenheid die korf heeft kunnen wegnemen, zonder dat dit door haar of anderen daar tegenwoordig behoefde te worden opgemerkt.

En verder mede Jannetje Blaasse te hooren, haar te vragen hoe veel vischkorven zij heeft en dan te onderzoeken of daarbij ook die is welken A. Remeijn heeft opgegeven voor haar te hebben gemaakt of zij bij die bedoelde vischverdeeling is tegenwoordig geweest en alstoen eene mande bij haar heeft gehad en eindelijk haar te verzoeken om die bewuste vermoedelijk ontvreemde vischkurf ten dienst der Justitie mij vrijwillig af te geven, zullende bij gebreke van dien door ons in beslag worden genomen.

Daar bij het volharden van ontkentenis door J. Blaasse het zeer moeiijlijk zal zijn het wettig bewijs van schuld te leveren, verzoek ik UEA omtrent deze zaak zoo veel mogelijk inwinningen te doen, en die inlichtingen mij te doen geworden, die tot consteering van het feit kunnen bijdragen.

De Officier van Justitie

Van Son

Subst.

Heden  Julij

Heb ik Burgemeester der Gem. Arnemuiden ten verzoeke van de Heer Off van Justitie, ten gevolge het door mij opgemaakte  PB opden 16 dezer maand nader gehoord

Dat Jacoba van Belzen mij verklarende, dat zij buiten staat was op te geven den juisten dag wanneer haar kurf ontvreemd was, doch dat zulks had plaats gehad des morgens ten 7 ½ uur en zij dit dadeljk na het verdeelen van den visch had ontdekt hetwelk geschied in het zoogenaamde lage bosje aan de Zuidwal, alwaar zij bij het verdeelen der visch hunne kurven uit de hand neer zetten zonder daarop een aanhoudend toezigt te houden dat Jannetje Blaasse ook bij die verdeeling tegenwoordig had geweest en door niemand werd opgemerkt dat zij dezelve heeft medegenomen, alzoo daarvoor niemand gedacht en uit dien hoofde ook niet gereflecteerd werd

Dat Jannetje Blaasse mij mededeelde zij in haar bezit slechts drie kurven waarvan een is gemaakt door den in het verbaal vermelden Ab: Remijn en gekocht in de Vlissingsche straat te  Middelburg en een bij A.W. Kraamer.

Dat zij niet weet wanneer Jacoba van Belzen haar kurf is ontvreemd en mitsdien niet kan bepalen of zij op dat oogenblik daar al of niet bij tegenwoordig is geweest en bereid is de kurf in kwestie ter dispositie van de Justitie te stellen tot haar onschuld zal gebleken zijn hetwelk door Janntje de Rijk hare buurvrouw wel bewezen kan worden en zij zich weinig laat gelegen leggen aan de verklaring van den mandemaker Remeijn als sprekende met twee monden daar hij haar verklaard heeft buiten staat te wezen zulks nog te onderkennen en ten 3 Cornelia Schroevers huisvrouw van Abraham Kraamer, mij bekennende

!! Er is een gedeelte verloren gegaan of onleesbaar !!

Het komt er op neer dat Jannetje Blaasse de diefstal ontkent en beweert dat zij die heeft laten maken  bij Abraham de mandmaker te Middelburg. Maar die zou met 2 monden spreken door dit niet te kunnen onderkennen !!

Arnemuiden 23 Julij

Toezending van een PB aan de Officier van Justitie

Haarlem 1e Augustus 1855

WEA Heeren

Door een verblijf van 17 jaren in de provincie Zeeland heb ik de betrekkingen gekregen en gevoel de sympathie wij  meer dan andere bezwaren in het geval dat de weverijen in die provincie moesten komen te vervallen en evenwel vrees ik dat trots alle persoonlijke vlijt moeite en werkdadigheid welke ik aan de oprigting gaarne ten offer bragt, de ondergang voor de deur staat

Om echter bloot aanschouwer te zijn dezer ondergang zonder moeite aan te wenden haar te voorkomen, zulks kan  ik niet van mij verkrijgen, en bij de verzekering welke ik UE geef haar met     alle kracht te zullen bestrijden, reken meede dat van de kant der besturen ook daartoe al het mogelijke zal worden  aangewend en ik geloof de eerste bemoeiijng door Uw gemeentebestuur zijn kan zich te wenden aan den commissaris des Konings en het zoude mij aangenaam zijn wanneer daartoe ingesloten project in zijn geheel zoude worden gevolgd, en dat wel zonder eenige wijziging of verandering.

Het is aan UEA  in het bijzonder  dat ik  schrijf, en ik hoop dat UEA als burgemeester aan Uwe mede bestuursleden zult voorstellen  ten spoedigsten een adres aan den Commissaris des Konings te zenden en daarvan aan mijne firma een afschrift over te maken.te geraken..

Ik heb de eer te zijn UEDWDienaar.

Handtekening.

NB Uit bovenstaande kunt U een blijk vinden van de chantage methoden van de Heeren G en H, Salomonson om tot groter gewin te komen

PROJECT                                     Arnemuiden 8 Augustus 1855

Wij hebben de eer UEGA mede te deelen dat in de weverij binnen onze  gemeente een aanal werklieden zijn  ontslagen en dat men daarmede voortgaat en schijnt te zullen voortgaan  tot dat alle werkzaamheden hebben opgehouden.

Het is eene treurige pligt welke wij te vervullen hebben door deze inderdaad jammervolle mededeeling te moeten doen, want,  wij overdrijven geenzints, wanneer wij plegtig verklaren niet te begrijpen wat in het barre wintersaisoen van onze arme ingezetenen moet worden en huiverend beantwoorden wij ons die twijfel als bijna zeker dat het lot van velen zijn zal  “de hongerdood te sterven  “eene verschrikkelijke uitspraak over het toekomstig lot van een aantal onzer natuurgenooten, doch welke wij niet aan UEGA verbergen mogen.

Bij de benarde toestand waarin onze gemeentemiddelen zich bevinden, de algemeene bekendheid hoe de visscherijen sedert langere tijd reeds in kwijnende toestand verkeeren, kunnen wij ons, noch van het eene noch ander eenige hulp of eenige tegemoetkoming voorstellen om in het verlies der weverij zelfs de geringste verligting te kunnen bieden.

Wij achten het overbodig UEGA uiteengezette beschouwingen mede te deelen de al meer en meer aangroeiijende bevolking onzer gemeente en als gevolg daarvan de vermeerdering welke er met den dag plaats heeft van armlastige personen, want bij aangroeiijng van bevolking zouden er zich nieuwe bronnen van volksbestaan mogten opdoen, en helaas 1 zooals wij het zoo even van de achteruitgang der visscherijen zeiden, laat zich in tegenstelling ook slechts achteruitgang  met bedreiging van geheele ondergang der burgerklasse tegemoet zien.

Zal het noodig zijn UEGA te moeten betoogen dat een verlies van f. 22.000 hetgeen de weverij jaarlijks in onze gemeente aan loonen uitbetaalde, de laatste slag aanbrengt om onze geheele bevolking, als het ware met rassche doch zekere schreden op eene lijn te brengen,- de burgerstand zal zich oplossen in armen, - de armen zullen worden bedeelden en uit welke middelen van welke openbare liefdadigheid die bedeelden de mond zullen moeten open houden, weten wij ons niet te verklaren.

Onze  toestand is dan ook zonder overdrijving onhoudbaar te noemen, en wij aarzelen niet UEGA die toestand zoo als zij werkelijk is bloot te leggen met het oogmerk om hulp en  bijstand te erlangen.

Gretig toch wierd door door ons in den jare 1833 het door UEGA geachte voorganger gedane voorstel aangegrepen tot vestiging eener weverij binnen onze gemeente, en wij vermeenen dat er toen zekerheid bestond om die vestiging als van blijvende aard te mogen beschouwen, immers konden wij niet anders veronderstellen, daar de fabrijkanten, de Heeren G.& H. Salomonson in eene tegenovergestelde verwachting niet zouden besloten hebben met opoffering van groote sommen, hunne nijverheid in deze provincie te komen vestigen en naar wij vermeenen, reeds lang zonder ondersteuning werkten en vele verliezen leden, doch het was ook de opgevatte zekerheid, welke men vermeende van het hooge gouvernement verkregen te hebben en daardoor te meer, is de weverij binnen  onze  gemeente  tot stand gekomen, en vele gebouwen daartoe uit gemeentefondsen met groote kosten.

Hadden wij het vermoedelijk uiteinde kunnen voorzien, voorzeker beter geweest, dat wij haar nimmer hadden gevestigd, doch wij gedane zaken niet terugwijzen en veeleer bij UEGA er op aandringen onze toestand in overweging te willen nemen en bij onze innige overtuiging, dat UEGA onze Gemeentebelangens ter harte neemt, durven wij ons nog vleijen eene beter  toekomst te gemoet te gaan door UEGA invloed bij de Heeren G & H Salomonson daartoe aanwenden

Arnemuiden den 4 Augustus 55

WelEd Heer & Ambtgenoot

Ik ontving gisteren van de Heeren Salomonson eenen brief betrekkelijk den slechte situatie waarin Zeeland voor het tegenwoordige de weverijen bevinden, en welke niettegenstaande de vele offers welke zij daaraan toebrengen, bij hun grote vrees bestaat, dezelver ondergang nabij is.

Bij dien brief was nog gevoegd een project missive, welke ZE mij verzoekt dat door het Bestuur zonder eenige wijziging of verandering mogt worden overgeschreven een adres aan den Heer Commissaris des Konings ingezonden.

Deze bevat de kritieke stand der weverijen, de armoede dezer gemeente vooral bij den aannaderende winter, en tenslotte eene  aanbeveling, den Heer Commissaris bij de Heeren Salomonson poging mogte gelieven aan te wenden ten einde door deszelfs invloed een betere toekomst tegemoet te geven.

Hoezeer dien brief veel waarheid bevat, zoo kan ik mij toch niet geheele met dezelve vereenigen en vermeen ik dat het slot derzelven veel eigenbelang bevat.

Daar ook in uwe Gemeente weverijen bestaan, zult UEA mij zeer verpligten te willen mededeelen, of u ook dergelijke uitnoodiging hebt ontvangen en of UEA aan dat verlangen voldoen zult, mogt dat plaats hebben, dan ben ik dan ook daartoe bereid, terwijl voor het geval mij dit alleen mogt opgedragen zijn, wensch ik vooraf de Heeren S. betrekkelijk het slot van hun brief nader toelichting vragen, alzoo ik niet wil begrijpen de bedoeling waarvan? Waartoe? Den Heer Commissaris bij den Heeren Salomonson deszelfs invloed geliefd aan te wenden opdat wij een betere toekomst mogten tegemoet gaan, wanneer ik alle eigenbelang hier uit wegneem.

Ik schrijf u deze vertrouwelijk en  wensch ook u gevoelen  ????

Met  de meeste achting

UEA Ambtgenoot

C.J. Baars

Westkapelle, den 6 Augustus 1855

In antwoord op uwen brief van den 4.dezer heb ik de eer UEA mede te delen dat ook ik een verzoek en wel naar ik uit uw schrijven meen te mogen opmaken een gelijkluidend verzoek als UEA van de Heer Salomonson heb ontvangen.

Aan dat verzoek zal echter dezerzijds niet worden voldaan aangezien wij reeds vroeger uit eigen beweging over de bedoelde aangelegenheid aan Zijne Excie den Commissaris des  Konings hebben geschreven.

Ware dit het geval niet geweest dan had het Bestuur dezer gemeente niet geaarzeld eenen missive als het project van den Heer Salomonson doch eenigzins gewijzigd aan Zijne Excie in te zenden.

In vertrouwen hiermede aan Uw verlangen te hebben voldaan, teeken ik mij

UEADW Dienaar ambtgenoot

De Burgemeester van Westkapelle

Van  ’t Hoff

Middelburg den 7 Augustus 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken ter kennis te willen brengen van Aarnout van Belzen dat krachtens ZM daar toe verstrekte magtiging Zijne Excie de Minister van Justitie bij beschikking van den 4 dezer heeft afgewezen het door hem request om gratie van het vonnis mijner regtbank van den 1 Junij jl daarbij veroordeeld ter zake van bedelarij tot gevangenisstraf van 14 dagen met last om daar na te worden overgebragt naar een bedelaarsgesticht—met verzoek denzelven tevens te willen aanzeggen dat hij zich in het huis van verzekering alhier hebbe te begeven tot het ondergaan der straf.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Middelburg 18 Augustus 1855

Het gerucht wordt binnen deze stad algemeen verspreid dat de kinderziekte in uwe gemeente weder ontstaan en reeds eenige lijders daaraan bezweken zijn. Indien dit gerucht waarheid behelst, moet ik mijne verwondering betuigen deswegens van UEA nog geen berigt bekomen te hebben, en verzoek ik UEA mitsdien bij deze mij ten spoedigste te willen kenbaar maken in hoeverre het verspreide gerucht waarheid  behelst, en in dat geval daarbij opgave te doen van de staat dier ziekte, het getal  der daaraan overledenen, mitsgaders  alle die bijzonderheden welke tot het ontstaan en het verloop dier ziekte eenige betrekking staan.

De voorzitter der Provinciale Commissie van Geneeskundig onderzoek en Toezigt

J.C. van den Broeke

Arnemuiden  den 20 Augustus 1855

Aan de Commissie

Onderwerp: Kinderziekte

Ter beantwoording van U schrijven van den 18e dezer maand, waarin U te kennen geeft bij gerugte vernomen te hebben dat in mijne Gemeente zich weder de kinderziekte zoude geopenbaard hebben en reeds daaraan eenige lijders zouden bezweken zijn, en mij verwondering te kennen geeft nog geen berigt ontvangen te hebben, zoo kan ik niet ontveinzen dat U brief mij even zeer verwonderde, alzoo ik meen aan de wettelijke voorschriften voldaan te hebben alsnu U worden aangeschreven.

Bij het ontstaan dier ziekte heb ik U onmiddellijk kennis gegeven dat de kinderziekte in mijne gemeente had geopenbaard en later van tijd tot tijd daarmede in kennis gesteld en nu onlangs op den 16 Julij jl nr 190 bij de inzending mij ingekomen rapporten der geneesheren betrekkelijk hunne gedane vaccinatien gedaan in het 2e kwartaal dezes jaars deelde ik u mede de ziekte langzaam voortging dat er wekelijksch 3 à 4 lijders bijkwamen, dat weinigen geneeskundige hulp inroepen als zijnde dezelve van goeden aard, dat er 36 tot op dat oogenblik waren aangetast en 3 overleden zijn en de overige grootendeels hersteld, dat er 31 van dat getal niet waren tot heden heeft de ziekte nog niet opgehouden, en dierhalve gevaccineerd en 5 gevaccineerd.

Sedert die tijd tot heden heeft de zieke nog niet opgehouden en dierhalve bij vernieuwing niet weder ontstaan is.

Volgens het laatste mijner wekelijksch rapporten aan de Kommissaris des Konings ingezonden zijn er tot heden 66 lijders aangegeven van dit getal waren er op 15 Augustus jl no 12 ziek 7 overleden en 47 hersteld.

Zooals ik van de famillien  verneem want de geneesheeren geven mij geen kennis zijn de nieuwe lijders gezond waardoor vele geene geneeskundige hulp inroepen en die na  verloop van 12 à 14 dagen zijn hersteld bij enkelde zooals het getal overleden ook bewijst, schijnen dezelve van een meer kwaadaardigen aard te zijn, zoo ver de Heeren Geneesheeren  deswegens een beter oordeelkundig berigt zouden kunnen geven, als de behandeling ???????

De  Burgemeester

C.J. Baars

    

 

Arnemuiden 27 Augustus 1855

Aan de Officier van Justitie

Onderwerp: Verbaal diefstal

Door de veldwachter is weder wegens diefstal van aardappelen ontdekt de bekende persoon van Francois le Mahieu, welken wegens zijne aanhoudende ontvreemding bij ons algemeen als eene gevaarlijke dief bekend staat.

En daar ik ook meer dan vermoede, hij volkomen aan het hem ten laste gelegde feit schuldig staat, heb ik gemeend hem nu den ???? daar is voor het plegen van verdere feiten te onttrekken door middel van gebruik te maken der bevoegdheid mij  bij het Wetboek van Strafvordering toegekend en hem voorloopig in het huis van ???? te Middelburg te laten overbrengen.

Aangenaam zou het mij zijn, dat mijne handelwijs door U mag worden goedgekeurd.

De Burgemeester

C.J. Baars

Arnemuiden 28 Augustus 1855

Aan de Officier van Justitie

Hierbij het door UEG verlangde Proces verbaal van opneming  in zake den diefstal gepleegd door F. le Mahieu door mij heden  morgen onderzocht.

De Burgemeester

C.J. Baars

Heden den acht & twintigsten Aug. 1855

Heb ik Burgemeester der Gemeente Arnemuiden & Kleverskerke

Ten verzoeke van den Heer Officier van Justitie bij den Arr. Regtb. Te Middelburg begeven naar de Gemeente Kleverskerke, ten einde eene plaatselijke opneming te doen op het land  alwaar door F. le Mahieu visscher wonende te Arnemuiden op den voormiddag van zondag den 26 dezer maand aardappelen zijn ontvreemd en daar  ??? zijnde heb ik bevonden

Dat het gemelde stuk land gelegen op 10 minuten afstand van het dorp Kleverskerke in het rond geheel is afgesloten, door een sloot ??? met willigen tronken, dan dit stuk land ten westen toe gangbaar is door een dam, welke is gesloten met een houten hek met  een touw vastgebonden en ten noorden mede  door een dam gesloten met een draai hek vastgemaakt met een klos?

Dat ik heb ontdekt dat van de voor de aardappelen gelegen ??? paardeboonen en paardepeen, zoo mede van de witte gelegen tusschen klavers   & opkomend koolzaad, beide tegen de slootzijde, eenige bossen uien? opgetrokken , en de aardappelen uit de putte waarin zij gegroeid zijn waren weggenomen

Ontbreekt een stuk.

Middelburg den 30 Augustus 1855

Ik heb de eer gehad te ontvangen uwe missive van 20 dezer maand, waaruit het mij gebleken is dat het gerucht, hoewel overdreven waarheid bevatte dat de kinderziekte in uwe Gemeente steeds heerschende was. In antwoord verder op die missive is dienende dat hoezeer door UEA aan de Commissie indertijd opgave is gedaan van het ontstaan en den voortgang dier ziekte, zij echter sedert 10 Julij jl  daaromtrent niets meer heeft vernomen en daaruit moest afleiden dat de ziekte had opgehouden te bestaan en later weder opnieuw was uitgebroken.

Het was dan ook uit dien hoofde, dat ik bij het vernemen van het toen verspreide  gerucht, UEA mijne verwondering betuigen moest, deswegens  van UEA niets te hebben vernomen en daarbij de uitnoodiging voegde, mij met den waren stand der zaak bekend te maken, daar het aan de Provinciale Commissie van Geneeskundig onderzoek en Toevoorzigt volgens de Wet is opgedragen om bij het bestaan van epidemische of besmettelijke ziekten, zich behoorlijk te doen inlichten, en het daarom dan ook, dat ik  mij verpligt acht, mijn reeds gedaan verzoek, om mij van tijd tot tijd met den stand en loop dier ziekte te willen bekend maken, bij dezen te herhalen, daar de wetenschap hiervan bij de Commissie voor uwe gemeente niet anders dan heilzaam wezen kan.

De Voorzitter der Provinciale Commissie etc

J.C. van den Broecke

Middelburg den 4 September 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken mij ten dienste der Justitie te willen toezenden de geboorte extracten van Marinus de Nooijer volgens opgaaf oud 14 jaren en Pieter Jasperse volgens opgaaf oud 13 jaren geboren en wonende te Arnemuiden.

De Officier van Justitie

Van Son

Subst.

Middelburg 6 September 1855

Bij een schrijven van onze Hoofd-Directeur is UEA reeds bekend gemaakt, dat wij door zamenwerking van omstandigheden vreesden, buiten de mogelijkheid gesteld te zijn, de weverijen in Zeeland werk te blijven geven, is het ons onaangenaam die vroegere verklaring thans te moeten berigten, dat de onderhandelingen onzerzijds geopend om de gevreesde slag af te wenden, zooals UEA uit bijgevoegd afschrift blijken zal  met een ongunstig gevolg geeindigd zijn, het blijkt toch dat de provincie Zeeland op eene lijn gesteld wordt met andere provincien, terwijl wij de laatste jaren een loon uitbetaalden, aanzienlijk hooger als dit in andere provincien toegestaan wordt. In afwachting der onderhandelingen welke het provinciaal bestuur gewis openen zal, houden wij nog  een gedeelte der werklieden bezig, en om  aan het inderdaad hartverscheurend  smeeken om werk van vele werklieden eenige voldoening te geven zijn wij niet ongenegen gedurende de winter daartoe te besluiten, doch zal het UEA genoegzaam uit bijgaand afschrift blijken dat zulks alleen kan geschieden in concurrentie met andere provincien, waar de loonen lager dan in Zeeland zijn, en waarmede dezelve zullen moeten gelijkgesteld worden, zoodat wij te beginnen met 10 September a.s. het loon zullen uitbetalen gelijk in Overijssel, zijnde  5/4  45, 6/4  55, 7/4  65 cents.

Bij onze verklaring zulks alleen te willen doen om een gedeelte der werklieden gedurende de winter bezig te houden, mogen wij aan den anderen kant niet verbergen, dat, wilden wij  alleen ons eigenbelang raadplegen, het beter ware, daartoe niet over te gaan en het zal ons dus aangenaam zijn te vernemen of UEA er prijs op stellen dat een gedeelte der werklieden als boven gezegd, worden bezig gehouden.

Wij hebben UEA wijders te verzoeken dat wanneer deze aangelegenheden bij Uwen gemeenteraad zoude moeten voorkomen, de behandeling in eene geslotenen vergadering te doen plaats hebben.

UEADDDienaren

G & H Salomonson.

Copie

Amsterdam 17 Augustus 1855

Het doet ons leed het dringend beroep door U in uwe brief van 15 dezer op onze medewerking gedaan van de hand te moeten wijzen.

Het kan U echter niet vreemd klinken, dat de opeenstapeling van Gewaden in Indie welke U huiverig maakt den reeds zoo belangrijken voorraad, die aldaar voor U in cosignatie ligt, nog te vermeerderen, ook ons op dit oogenblik van nieuwe uitgevingen terug houdt.

Doch al ware dit het geval niet—en wij gelooven U hierop ook ter voorkoming van latere teleurstellingen met nadruk te moeten wijzen—zoo zouden wij nimmer in een voorstel kunnen treden, waarbij Uwe belangen ten koste uwer concurrenten zouden gebragt? worden.

Het zal ons tot een wezenlijk genoegen strekken, wanneer de omstandigheden weder zullen veroorloven onze inkoopen van ruwe en gebleekte lijnwaden op meer uitgebreide schaal dan in den laatsten tijd voort te zetten, doch het is ons vast voornemen in zoodanig geval, onze geheele behoefte bij openbare inschrijving aan te besteden.

Zulks wordt geboden door ons belang, daar wij op deze wijze alleen de zekerheid kunnen bekomen , tot den laagsten prijs mogelijk in onze inkoopen te slagen,, zulks wordt vooral geboden door de regtvaardigheid, die vordert dat alle fabrikanten gelijkelijk in gelegenheid worden geplaatst, om in onze  bestellingen te deelen.

Wij zouden het voorzeker betreuren, zoo eene of meerdere uwer belangrijke etablissementen  moesten worden opgebroken, doch zoo inderdaad   de toestand der Indische markt eene vermindering der fabrikatie in Nederland eischt, ligt het buiten ons vermogen den door U gevreesden slag af te wenden.

De door U gevraagde medewerking zoude alleen ten gevolge kunnen hebben dat de slag uitsluitend  op Uwe concurrenten nederkwam en uwe inrigtingen spaarde en daartoe mogen wij die niet verleenen.

De Nederlandsche Handel Maatschappij

Get. De Monschij

De Clercq

Arnemuiden 18 September 1855

Het doet mij innig leed van deze maand te moeten vernemen dat de door U geopende onderhandelingen om/ het voortdurende belang der collectieve weverijen zijn mislukt, waardoor UEd. bestaande? mogelijkheid? ontzegt? de weverijen in Zeeland werk te blijven geven, en hoezeer het in afwachting der onderhandelingen van het Prov. Bestuur en het verzoek der werklieden bereid zijt gedurende den winter dezelve nog werk te verschaffen, doch het mij echter nog leed dat het loon der geweefde stukjes ,bij de reeds ondergane vermindering der premien? ook elk nog met 10 cents word verminderd , alzoo zij thans door de meer & meer stijgende hooge prijzen van al de levensmiddelen het vroegere verleende loon genoegd ? desnoods?  hadden om in deszelfs onderhoud te voorzien.

Het zal  ten langen laatste geen bestaan meer zal uitmaken ??? derhalve voor velen van belang zijn, nu de stand der fabrijken alzoo staat en om op andere bedacht te zijn, en meen ik dat de gelegendheid welke U dezelve geeft, daartoe zeer geschikt is, om van dezelve gebruik te maken, alzoo sedert den oprigting tot heden de 5 en 6 kwart 39 cents en de 7 kwart 40 cents per stuk blijkens contract den 12 April 183 aantal 9 reeds zijn verminderd, en alzoo geen bestaan meer zal uitmaken.

Om de reeds aangevoerde redenen zal het mij mitsdien aangenaam zijn de wevers gedurende den winter ( nu/mits in het werk gehouden--, daar wij vernemen dat reeds een groot aantal wevers bedankt zijn, zoodat reeds eene weverij ledig staat, heb ik de eer, ook wanneer de wethouders  die het stadhuis te willen ontruimen, hoe gering dit een oud gebouw is hetwelk daardoor veel lijd en hoezeer wij dit uit aanmerking der wevers verdragen hebben, echter zeer “gunstig “?? bij de vergadering en hoogst wenschelijk, zoolang er geen grroter aantal wevers in het  werk zijn ledig word gehouden.

Het zal mij derhalve aangenaam zijn, dat Baas Beerthuis daartoe door U werd aangeschreven en alzoo aan dit verzoek worde voldaan,

De Burgemeester

C.J. Baars

!! slecht leesbaar!!

 Zij deze in handen gesteld van den heer Burgemeester der gemeente

Arnemuiden om raad en berigt.

Middelburg den 20 September 1855.

Van wege den Commissaris des Konings in de Provincie Zeeland.

De Griffier der Staten

Handtekening

Arnemuiden den 21 September 55

Onder terugzending van de bijbehorende stukken, heb ik de eer Uwe Excie mede te deelen dat niettegenstaande het openbaar Ministerie  van het Kantongeregt er eenige twijfel gerezen is, alsof de bewering der armoede in het adres van Leen de Nooijer omschreven eenergermate overdreven  schijnt te wezen, ik op grond van den in uwe hand afgelegde eed verklaard  dat den veroordeelden Lieven de Nooijer, behoord, onder de meest mogelijke armoedige personen in mijne Gemeente, dewelke over meer dan een jaar verpligt is geweest, deszelfs oud vaartuigje wegens daarop gevestigde schulden te moeten verkoopen, waartoe hij anders zoude verpligt op worden zijn, dat zijne verdiensten ten allen tijde gering zijn geweest, hij nog zijne huisvrouw van het geringe , eenig “overleg  “? Die verdienste behoorlijk te besteden, dat zijne huisvrouw  nog slechts 1 à 42 jaren oud, wegens jigt of reumatische pijnen zoo kromgebogen als een sikkel gaat, waardoor zij ook meesten tijd  buiten staat verkeerd, om nevens andere den kost te verdienen.

Dat wel is waar hij maar drie kinderen heeft …………. Ontbreekt een stukje.

Dat ik uit dien hoofde volkomen bevrediging ? gevoel, Uwe Excie te mogen verzoeken,, dat deszelfs aangevoerde redenen, overeenkomstig den waarheid zijn, en uit dienhoof de niet nadeelig zijn geweest op de regt van den eigenaar der jagt, waarin hij jagende is bevonden, zoodanig te willen adviseren, dat ZM deszelfs verzoek in gunstige overweging zal gelieven te nemen, en hem de gevraagde kwijtschelding in zijn geheel mag worden verleend.

De Burgemeester

C.J.Baars

Middelburg den 19 September 1855

Geen bezwaar van de kant van de Commissaris des Koning van den daarbij bedoelden persoon uit uwen brief van den 14 dezer ontslag te ? Cvd K verlenen uit de bedelaarsgestichten en hij is bereid dat ontslag bij den Minister van BIZ aan te vragen.

CvdK in Zeeland

Van Tets

Arnemuiden den 22 September 55

De visschers R. Schroevers en P. Meulmeester, doen mij mededeeling dat zij over eenige tijd te Vlissingen zekere aangebragte een Anker naar gissing 500 Ned. Ponden zwaar en een  ketting van 28 vaam, en dat hetzelve na eenig verschil tusschen u en de strandvonder bij U in bewaring is gebleven en UE hun nu zonder dat het Anker of ketting is gewogen op eene door u alsdan aan den ???? La panee eerst f.30 zijn aangeboden en later nog die som niet verlangde te geven en van  alzoo het elk Anker en ketting, volgens andere aan hem zijn? gedane mededeeling f.60- zonder ???????.

Deze handelwijs is mijns inziens niet naar den regel alzoo het behoorlijk?? was dat om alleen de taxatie plaats had, zoowel door iemand door den schipper als aanbrenger als door Ued als regthebbende te benoemen? ten einde de begrooting van het bergloon ten gevolge art. 560 van het reglement van koophandel----- En daar de schipper zich met de aangeboden f.30- niet kan tevreden stellen, alzoo zij vroeger van een anker van 49 ned. Ponden en 32 vaam ketting f.32- voor belooning voor te ontvangen hebben/ en nu van dit welke meer dan 10 maal zwaarder weegd slechts f.30- word aangeboden, verwacht ik dat UEd het aangebragte Anker & ketting door twee deskundigen van weerszijden overlaat.

Wanneer er geen oplossing komt, zal de zaak regterlijk behandeld worden.

De Burgemeester

C.J. Baars

!!Zeer slecht leesbaar!!

Middelburg den 25 September 1855

Onderwerp: Ondersteuning C. Christiaansen

 De nevensgevoegde stukken zijn mij door den veldwachter van uwe gemeente ter hand gesteld, met verzoek in de daarin omschrevene bezwaren te doen voorzien.

Het is U bekend dat de zaak betreffende de ondersteuning van Cornelia Christiaanse, reeds vroeger tot eene briefwisseling van GS met het gemeentebestuur van Grijpskerke aanleiding heeft gegeven, en dat dit gemeentebestuur de noodzakelijkheid der verleende ondersteuning heeft ontkend en geweigerd, hetgeen voor de vrouw is uitgeschoten terug te geven.

Er kan thans noch door GS noch door mij iets in het belang van Cornelia Christiaanse worden verrigt.

Heeft die vrouw werkelijk behoefte aan onderstand, die zal haar dan op de wijze bij de wet tot regeling  van het armbestuur voorgeschreven in uwe gemeente verstrekt kunnen worden. En de teruggave daarvan, zal zoo noodig in regten kunnen gevorderd kunnen worden.

Ik heb de eer U te  verzoeken gemelde vrouw en ook den veldwachter met teruggave van deze stukken de bovenstaande inlichting te geven.

De Commissaris des Konings

In de provincie Zeeland

Van Tets

De Burgemeester van Arnemuiden

Gelet op het berigt van het Armbestuur van den 27 September 1855

In aanmerking nemende dat aan C. Christiaanse weduwe A. Sturm

Is moeten worden verstrekt

Een wekelijksche bedeeling van 50 cents.

Dat er volstrekte onvermijdelijkheid tot het verstrekken van dien onderstand bestaat,en en die niet van Kerkelijke of bijzondere Instellingen van Weldadigheid  kan worden erlangd.

Dat gemelde persoon, ingevolge Art. 27 der Wet van 28 Junij 1854 (SB no 100) domicilie van onderstand heeft te Grijpskerke

Besluit

Aan het Gemeente-Bestuur van Grijpskerke zal bij Extract dezes van het verstrekken van  gemelde onderstand

Aan Elisabeth Christiaanse wed. A. Sturm

Worden kennis gegeven.

Gedaan te Arnemuiden den 28 September 1855De Burgemeester

C.J. Baars  

Arnemuiden  den 27 September 1855

Wij hebben de eer UEA ter kennis te brengen dat bij vernieuwing zich bij ons heeft aangemeld de persoon van Elisabet Christiaanse, weduwe A. Sturm, ten einde eenigen onderstand te erlangen.

Deze vrouw geboren te Grijpskerke kan uit onze fondsen geene bedeeling erlangen; weshalven wij ten koste van haar onderstands domicilie haar eene wekelijksche bedeeling hebben toegekend van vijftig cents en verzoeken UEA, dringend te bewerkstelligen daarvoor  schadeloos  gesteld te worden, uit de gemeente, waar zij haar onderstands domicilie heeft, alzoo onze fondsen dergelijke bedeeling onmogelijk toelaten.

Namens het Diakonie Armbestuur

Joh: Odding

M: de Nooijer

Middelburg den 3e Octber 1855

Onderwerp: Vreemde muntspecien

Een toenemende circulatie van vreemde muntspecien.

Hoe moet daarmede omgegaan worden ?

Informatie naar de gang van zaken in Arnemuiden.

De Commissaris des Konings

Van Tets

Middelburg den 13 Oktober 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken de personen van Job Schroevers- Aarnoud de Voogd- ?? Jasperse en Hubregt de Koorde? te doen aanzeggen dat zij zich voor of uiterlijk op den 13 dezer maand in het huis van verzekering alhier hebben te begeven tot het ondergaan de gevangenisstraf hen door onze regtbank opelegd—en  voor het geval zij daaraan niet mogten voldoen, dezelve den 15 daaraanvolgende door den veldwachter uwer gemeente in gemeld huis te doen overbrengen, wordende er geen uitstel wegens ziekte verleend.

De Officier van Justitie

Van Son

De Burgemeester van Arnemuiden verzoekt het Gemeente- Bestuur van St. Laurens aan Adriana Brouwer, oud 53 jaren, geboren te Brigdamme en woonachtig in deze Gemeente als leggende dezelve met de kinderziekte  “ onvermijdelijk “hulp te bieden in het verstrekken van geneeskundige hulp.

Gedaan te Arnemuiden den 13 October 1855.

C.J. Baars

Middelburg den 12 October 1855

Naar aanleiding van het hiernevensgaande door UEA opgemaakt P.B. ten laste  van M. Schroevers heb ik de eer UEA te verzoeken eene plaatselijke opneming te willen doen der tuin waaruit de appelen zijn ontvreemd, en van de bevinding PB op te maken , opdat daaruit blijke of de tuin van rondom? is afgesloten en niet dan door in  of overklimming in dezelve kan worden gekomen, en of dezelve gelegen is in de aanhoorigheid  van een bewoond huis.

Ook onderzocht moet worden wie de jongen en het meisje zijn geweest die te zamen met M. Schroevers de diefstal hebben gepleegd, en hoe die personen in uwe gemeente bekend staan.

De Officier van Justitie

Van Son

Subst.

Heden den 25 October 1855

Heb ik Burg; der Gemeente Arnemuiden   K.J. Goedwel?? Kleverskerke ten gevolge het verzoek van den Heer Off.: van Justitie te Middelburg , mij begeven naar gemeente Kleverkerke? en vervoegd  bij den onderwijzer K.J. Goedwel en aldaar een plaatselijke opneming gedaan van zijne ??? op het dorp in wijk A nr 1 en dat den zelven aan den tuin waarin op den 10 dezer maand door Marinus Schroevers en deszelfs Zoon & meisje genaamd Jacob Schroevers oud ?? en Adriana Schroevers: daarvan PB opgemaakt.

Hierna volgt een beschrijving van de ligging van de tuin.

!!dit klad is zeer moeilijk te lezen !!

Etc etc.

RIJKS-POLITIE

Parket

Van den

Procureur-Generaal

In Zeeland

Middelburg den 3 October 1855

Naar aanleiding van een zeer geheim schrijven van Zijne Excie den Heer Minister van Justitie en van een dientengevolge met den Heer Commissaris des Konings en den Provincialen Militairen Kommandant in dit Gewest gehoudene Conferentie, heb ik de eer UEA uit te noodigen om voor het onverhoopt maar toch mogelijk geval dat gedurende den naderenden herfst en winter ten gevolge van de duurte der levensmiddelen klagten ontstaan mogten,   die tot  ???? der orde kwamen over te slaan, alsdan die  “gevestigde orde “zouden kunnen bedreigen.

Dat het daartoe  noodig is , om onder zoodanige  omstandigheden zich tot hulp en ondersteuning  dadelijk te wenden tot den kommanderende officier  der naastbijzijnde  militaire magt om te dien einde  te allen tijde gereed te zijn, zal het nuttig zijn, om in stilte zich deswege met gedachten bevelhebber vooraf te verstaan en alle noodige beschikkingen  dien overeenkomstig te nemen, of bij afwezigheid van deze magt, mij den weg voorstellen te doen, na bij gemelden Heer Officier van Justitie en het Arr. Te rade te zijn gegaan.

Ik verzoek UE voorts om mij bij zeer geheimschrijven, volkomen en naar waarheid in te lichten omtrent den geest der bevolking en Uwe gemeente in dienaangaande met de meeste omzichtigheid

 onderzoek te doen; en aan mij en aan den Heer Officier van Justitie voornoemd zoowel van eene ontstaande gisting alsvan iedere rustverstoring onverwijld berigt  te doen toekomen, en intusschen van al de te Uwen dienste staande middelen, de hulpofficier van Justitie een gepast en naar de omstandigheden ingerigt gebruik te maken.

De Procureur Generaal fungerend

Directeur van Politie in Zeeland

M: Verbrugge

Arnemuiden den 25 October 1855

Aan den Heer Procureur Generaal fungerend directeur van Policie in Zeeland    

Uwen brief van den 3 dezer eerst den 13 ontvangen, kan ik niet ontveinzen mij bij de inzage  min of meer ontstelde , dan mijne inwoonders  kennende , houde ik mij volkomen overtuigd dat er volstrekt geen gedachte behoefd te bestaan, alsdat door dezelve eenige onrust verwekt zal worden.

Als een inboorling der Gemeente ben ik met hun allen zoo wel en door omgang met hen, zoo van nabij bekend, dat ik het ongeraden zoude vinden  een onderzoek te doen, als wenschende  ik niet de minste schijn te geven, dat er bij mij  voor de storing  der goede rust, eenige kommer bestaat.

Ik heb voor de Roomschen hunner  in alle voorgekomene zaken nog nimmer eenige vrees getoont, maar hun bij overtreding zelf van geringe policie zaken, steeds ferm aangepakt hetwelk ten gevolge heeft, dat hoezeer ik aan de eene  zijde  ik niet dan op eene vriendschappelijke wijze verkeer, aan de andere zijde zij voor mij in mijne betrekking moetende verschijnen, met schrik zijn aangedaan, als wetende zij , dat ik zoo noodig niet aazsel om zonder aanzien des persoons, derzelver overtreding, bij PB aan den bevoegden regter ter kennis te brengen.

Het is waar dat velen hunner geen best uiterlijk voorkomen hebben hetwelk onbekend  met  dezelve,daarvoor vrees inboezemt, dan daarmede voortgaande, vervreemdt men al ras dat de Arnemuidenaars een goedaardig volk is, waarvan de armste hunner zich willen? schuldig maken aan geringe diefstallen, als het rapen van stoppels  en granen zonder permissie van de landlieden, het uitdoen van een maaltijd aardappelen het opzoeken van eenig dood brandhout  in het barre wintersaisoen, doch van inbraak, aanranding van personen door bedelgang, en afpersing van geld, daarvan heinner ik mij niets , zoomin als van door hun verwekte stoornis  van rust.

De rechte Arnemuidenaars zijn menschen welke bij den dag leven en wanneer zij bij gebrek zij lang kunnen doorstaan  van ??? en geen cent krijgen , om derzelver honger te stillen, zijn zij als spoedig te vrede.

Hoezeer nu de bedelarij een strafbare daad in ons land is, geloof ik echter niet dat gedurende de winter er niet al te veel op wordt gelet, dat er uit deze Gemeente eenige onrust verstorende kreten zullen gehoord worden, zoo min als op ander jaren..

Zie daar Mijnheer naar waarneming eener korte beschrijving mijner inwoners; voorts wensch ik, wanneer tegen mijne  gedachten eenige gisting mogt  ontstaan, onmiddellijk daarvan aan UEA en den Heer Officier van Justitie zal mededeeling worden gedaan, dan ik betuig nog tenslotte dat ik met betrekking tot die zaak onbekommerd de winter tegemoet ga. !

Nijmegen den 16 October 1855

Aangezien de milicien de Nooijer bij zijn overlijden geen schulden heeft nagelaten op zijn kleding en reparatiefonds heeft nagelaten etc. behoeft deze niet te worden opgezonden.

Regiment  Infanterie te Nijmegen

Fischer.

Middelburg den 23 October 1855

Jacobus de Hamer van de ligting 1851, niet aanwezig op de Inspectie, word verzocht zich op 30 October opnieuw te melden voorzien van al zijn uitrustingsstukken.

De Militie- Commissaris in Zeeland

 Van der Meij

Deze persoon is hier niet woonachtig maar in Nieuw en St. Joosland.

 Middelburg 27. October 1855

Met toezending van nevensgaande gisterenavond bij mij ontvangene missive van zekere E. Christiaanse wonende te Arnemuiden heb ik de eer UEA te verzoeken deze zaak nader te willen onderzoeken. Volgens den inhoud dier missive schijnt de veldwachter uwer gemeente wat forsch te hebben gehandeld, vooral indien het overeenkomstig de waarheid is, dat hij die  vrouw een stomp heeft toegebragt. Gelief verder  genoemde vrouw te verzoeken, mij geene brief meer over de post te zenden, waarvan ik de post moet betalen.

De Officier van Justitie

Hurgronje

Arnemuiden 29 October 55

Onder terugzending eener aan UEA gerigten brief door E. Christiaanse, heb ik UEA te berigten dat ik reeds op maandag den 22 october jl deze geheele zaak heb onderzocht. En dat wat het ??? betreft, geheel onwaarheid is alzoo de weduwe geen hemd aan haar lijf heeft gehad dat door den veldwachter, tot het bekomen van zijne wettige pretensie, een maatregel heeft gebruikt, welke ook wel te Middelburg plaats heeft  zij voorts ge??? bij zekeren persoon in deze gemeente, welke hem beestachtig vijandig zijn, alzoo hij tegen derzelver kinderen den overtreding van policie reglement verbaal heeft opgemaakt, en welke nu meenen, nu zullen wij de veldwachter krijgen, dan geen nood de veldwachter is in staat  zich behoorlijk te verdedigen en zend uit dien hoofde deze door hem aan U eigenhandig.

Ik kan U verzekeren dat het een oud brutaal, vloekbeest is voor wie ik alles in het werk gesteld heb, haar te ondersteunen en door die ik hem laatst nog door ondankbaarheid beloond ben.

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 2 November 1855

Ik ben zoo vrij UEA beleefdelijk te verzoeken de in bijgaande Processen Verbaal opgemaakt door den veldwachter uwer gemeente in dato 12 Julij 1855 in zake overtreding op de wet der jagt en visscherij Giffard Bernardus, Giffard Marinus en de Nooijer Gerard, allen in uwe gemeente woonachtig; voor UEA te doen verschijnen, hunnen ouderdom af te vragen, en voor zooveel die hunner welke beneden de 16 oud zijn, geboorten acten te doen opmaken ten dienste der Justitie- zoo mede gen: veldwachter etc.

Kornelia de Nooijer, Grietie de Nooier, Gritie Keuer en Prina Grootjans ter zake van enkelen diefstal, ook deze voor UEA te willen doen verschijnen, hunnen ouderdom op te nemen en voor hun die beneden de 16 jaren eene geboorteacte te dienste der Justitie te doen opmaken; ook zullen vermoedelijk hunne namen en voornamen wel behooren verbeterd te worden.etc.

De Ambtenaar van het OM bij het Kantongeregt te Middelburg

Van der Pluijm

Arnemuiden 3 November 55

Nadere gegevens worden door de Burgemeester geleverd.

Middelburg den 3 November 1855

Opneming der Patenten

Arnemuiden den 7 November 55

Aan den Heer Griffier der Staten van Zeeland

Onderwerp: register van overlijden.

Daar de sterfte door de kinderziekte in mijne Gemeente groot is, en het jongste toegewezen suppl. Register volschreven is, verzoek tot aanvulling.

De Burgemeester

C.J. Baars

De kosten zijn f. 8.83

Middelburg den 10 November 1855

Naar aanleiding van een door UEA opgemaakt PB ten laste van Marinus Schroevers, Jacob Schroevers en Adriana Schroevers wonende te Arnemuiden ter zake van op 10 October ll te zamen eenige appelen te hebben ontvreemd, welke lagen in  eene sloot en afkomstig waren van boomen, staande in den tuin van K.J.G. van der Wal te Kleverskerke, heb ik de eer UEA de eer te verzoeken genoemde beklaagden te willen hooren, zoo mogelijk met eenigen spoed, omtrent het hierboven ten hunnen laste zijnd feit, en van dat verhoor proces verbaal op te maken, gaarne zoude ik hunne bekentenis nog per PB geconstateerd hebben, daar ik vrees buiten hetzelve geen genoegzaam wettig bewijs van schuld te kunnen aanvoeren, ten minste  wat de twee laatstgenoemde betreft, aangezien de getuigen hen niet in persoon kenden.

De Officier van Justite

Van Son

Substituut

Arnemuiden den 10 November 1855

Ik  heb de eer  UEA te verzoeken den persoon van Marinus de Nooijer  te doen aanzeggen dat hij zich voor of uiterlijk op den 14e dezer maand in he huis van verzekering alhier hebbe te begeven tot het ondergaan der gevangenisstraf hem door mijne regtbank opgelegd en voor het geval hij daaraan niet mogt voldoen den zelven alsdan den 15 daaraanvolgende door den veldwachter uwer gemeente in gezegd huis te doen overbrengen—wordende geen uitstel verleend.

De Officier van Justitie

Van Son

Substituut

Middelburg den 12. November 1855

Met toezending van een PB opgemaakt ten laste van J. de Nooijer c s  heb ik de eer UEA te verzoeken bedoelde beklaagden te willen hooren omtrent de bezwaren tegen hen gerezen, en van dat verhoor  proces verbaal op te maken, onder kennisgeving dat het mij aangenaam zal zijn dat hun speciaal worde gevraagd hun ouderdom of zij het feit te zamen hebben geleegd, of het hout van hetwelk zij hebben ontvreemd, openlijk aan de postweg  lag en in bossen te zamen gebonden, of het land, waarvan zij de paardepeen hebben weggenomen, was afgesloten, en hoe zij op het zelve zijn gekomen, of de peen nog in den grond stonden door hen is opgetrokken.

De Officier van Justitie

Van Son

Heden  11e  / Nov.  1855

Heb ik Burg. De G. Arnemuiden ten verzoeke van den Heer Off. Van Justitie te Middelburg voor mij ontbode den persoon van Jannie ? de Nooijer en Robbedine beide 28 jaar oud en vischleurster van beroep en alhier woonachtig.

Hun medegedeeld het tegen dezelve ten laste gelegde feiten  geconstateerd bij PB des veldw. der Gemeente Nieuwl. Op den 10 Nov. dezes jaars, hun afgevraagd of zij zich daaraan schuldig kenden dit bevestigd beantwoord hebbende  verklaarden zij mij dat zij te samen zijn uitgegaan eenige aardappeltjes te koteren in de Gemeente Nieuw & St. Joosland.

Dat zij ten dien einde  op het land hadde begeven door eenen openen dam en algaande  waren gearriveerd bij uitgedane paardepeen, welke in bossen op het land verzameld  lagen, en bij welke bossen onderscheidene losse peen  in stuk gebroken op de grond lagen waarvan zij tot stellen van hunne  alsdan geheelen dag nog niet genoodigd? hebbende 4 stukken hadden afgesneden, dat zij vervolgens van het land  weder op de weg waren gegaan en eenige rijsjes welke op den postweg ???? lagen hadden bijeenverzameld en medegenomen welke geensints in bossen was te saam gebonden.

Dat de veldwachter bij zijn eerste ontmoeting tegen hun gezegd had, voor ditmaal moogt hij heen gaan en zij daaraan voldaan hebbende  dat hun is achterop komen loopen en gezegd hij daarvan PB zoudee opmaken  van etc

Teugzending van het PB van den veldwachter

Heden 20 November 55

Comparerende voor mij Burgemeester der Gemeente Arnemuiden schipper Joseph Gerard Dolk

????? varende wonende te Zevenbergen provincie Noord-Brabant.

Mij verklarende dat hij op maandag den 19 November 1855 des nademiddags ten 3 uren geladen met balken tussen Amsterdam en Vlissingen was gearriveerd voor Arnemuiden, alwaar hij tegen eene zich  aldaar leggende bank met zijn geladen schip aan de grond geraakt?, hetwelk tengevolge  heeft gehad dat zijn schip lekgestoten waardoor hij niettegenstaande  alle pogingen aangewend te hebben, zijn schip los et krijgen, daarin niet is kunnen slagen, dat zijn schip met de vloed  weder  in het vlak watergeraakt zijnde op zijn ballast is voortgedreven? tot voor Kortgene, alwaar het thans in het zoogenoemde  schor?? ingedreven aan de grond zit.

De vrees bestaat dat niet alleen het schip maar de geheele lading verloren zal gaan,

De Burgemeester

C.J.Baars

Dit bericht wordt ook gezonden aan de Heer Schout bij Nacht etc te Vlissingen

Arnemuiden 23 November 55

Aan de Officier van Justitie te Middelburg

Ik heb de eer UEA te doen toekomen en door mij op heden opgemaakt PB tegen L.Marteijn, wegens gepleegde mishandeling aan het 8 jarige dochtertje van A.J. Beerhuis met verzoek daaraan het noodige gevolg te geven.

De Burgemeester

C.J.Baars

 

Heden den 23 November 1855

Compareerde voor mij Burgemeester der Gemeente Arnemuiden.

Arend Jan Beerthuis weversbaas & alhier woonachtig, mij te kennen gevende dat op gisteren nademiddag tusschen  4 en 5 uur dewelks huisvrouw Maatje Jacoba Harthoorn hun dochtertje Maatje Jacoba  Beerthuis oud 8 jaren had uitgezonden? Naar Johannis Hendrik van Weerd  ten einde aldaar een brood te halen.

Dat hun dochtertje even buiten de woning, tegen de Jan Leeuwenstraat, ontmoete zekeren Laurentina Marteijn oud 16 jaren, welke haar zonder iets te zeggen, vastgreep en een deerlijk pak slaag gaf, en wel in het aangezicht en op haar rug, zoodat het kind verpligt was ???? den toevlugt tot de ouderlijke woning te nemen.

Dat hij als ooggetuigen in deze zaak als getuigen opgeeft  Jacob Schroevers 15 jaren en Adriaan De Ridder oud 14 jaren.

Dat ik beide jongens voor mij heb ontboden, dewelke mij verklaarden dat  de aanklagte door de Baas overeenkomstig de waarheid was, als hebbende gemelde L. Marteijn aan Maatje Jacoba Beerthuis twee slagen toegebragt 1 tegen haar hoofd en 1 tegen haar rug etc etc.

De Burgemeester

C.J.Baars

De Burgemeester van Arnemuiden

Gelet op het berigt van het Armbestuur van den 24 November 1855.

In aanmerking nemende dat aan Laurina de Kam oud 62 jaren, weduwe van Cornelis de Nooijer geboren te Zoutelande, wiens eenige zoon en kostwinner aan de kinderziekte is overleden alsnu gebrek lijd, is moeten worden verstrekt:

Eene wekelijksche bedeeling van zestig cents.

Dat er volstrekte onvermijdelijkheid tot het verstrekken van dien onderstand bestaat, en die niet van Kerkelijke of bijzondere Instellingen van Weldadigheid kan worden erlangd.

Domicilie van onderstand te Zoutelande . Etc

De Burgemeester

C.J. Baars

Hetzelfde betreft geneeskundige hulp Adriana Blaasse, huisvrouw van Pieter Kuiper oud 61 jaren geboren te Koudekerke.

Aan het Gemeente-Bestuur van Koudekerke zal bij Extract dezes van het verstrekken van gemelde geneeskundige hulp kennis worden gegeven.

Arnemuiden den 26 November 1855

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 26 November 1855

Met toezending van een door UEA opgemaakt PB ten laste van L. Marteijn ter zake van het moedwillig toebrengen van slagen aan het kind M. J. Beerthuis heb ik de eer UEA te verzoeken eerstgenoemde persoon te willen hooren omtrent de bezwaren tegen hem gerezen, en van dat verhoor PB op te maken, bepaaldelijk zal hij dienen op te geven, de reden, waarom hij dat kind sloeg, aangenaam zal het mij ook zijn, indien er nog een getuige boven de 16 jaren zoude worden gevonden en opgegeven, die de gepleegde mishandeling heeft gezien, daar buiten dat het wettig bewijs niet zal kunnen geleverd worden,, tenzij L. Marteijn zelf het feit omstandig in alle bijzonderheden bekend.

De Officier van Justitie

Van Son

Subst.

Heden den 28 November 55

Heb ik Burg, der Gemeente Arn. Ten verzoeke van den Heer Off. Van Justitie voor mij ontboden Laurens Marteijn , geboren den 15 dec. 1839 en hem gehoord, betrekkelijk het hem ten last gelegde feit bij PB van den 23 dezer maand, dewelke mij heeft te kennen gegeven dat op    dag den 22 dezer maand in de winkel van A. J. Beerthuis  zag gaan, zekeren Jan Schroevers, tegen wien hij zeide Jan, daar moet gij om geen appels gaan, want daar krijgt gij zulke kleintjes, zonder te bedenken dat de vrouw van Beerthuis daarover zoo boos zoude wezen.

Dat die vrouw daarop tegen hem zeide, loopt naar je oude moer, en zijn moeder overleden zijnde , dit hem griefde.

Dat daarop haar dochtertje  Maatje op de straat kwam, hij haar twee niet beduidende? klappen had gegeven, een op haar hand en een op haar rug, dewelke onmiddellijk zonder dat zij schreide naar huis ging, tegen  zeide ik zal het tegen vader zeggen.

Dat Baas Beerthuis daarna bij zijn vader had geweest en hem gezegt had bij aldien hij de 59 cents schuld betaalde, hij aan de zaak geen gevolg zoude geven, maar anders PB zoude doen opmaken.

Van al hetwelk.

De Burgemeester

C.J. Baars

Arnemuiden 28 November 1855

In voldoening aan u missive van den 26 dezer maand no 1875 heb ik de eer UEA het verlangde PB van verhoor van L. Marteijn te doen toekomen, welke zooals UEA daaruit zult vernemen van weinig beduidenis schijnt te zijn en mij niet anders voortkomt dan zoo wat kattekwaad,  dat zoo dikwijls onder kinderen plaats heeft, en tengevolge de boosheid  van vrouw Beerthuis heeft plaatsgehad, welke volgens betuiging van haar man tegen mij dat jongetje heeft toegevoegd, terwijl Beerthuis mij zelf heeft te kennen gegeven, wanneer zijn vader 59 cents schuld voldeed, hij geen gevolg aan de zaak zoude geven, dan deze man hoezeer daartoe zijn best gedaan te hebben, dit  bij iemand geleend te krijgen daarin niet was geslaagd.

De Burgemeester

C.J. Baars

Vlissingen den 27 November 1855

Onderwerp: afgegeven zeeprotest

In beantwoording uwer missive van 21 dezer is dienende, dat door mij de noodige orders zijn gesteld, van het door U aan schipper J.G. Dolk afgegeven zeeprotest, indien dat stuk bij deze directie mogt aangeboden worden, U te doen toekomen, ten einde op zegel te worden overgeschreven.

De Directeur & Commandant der Marine

Handtekening

Arnemuiden 29 November 55

Aan den Heer Burgemeester van Hellevoetsluis

De visscherman Adriaan de Nooijer, heeft volgens zijn zeggen bij UEA  in de maand Maart jl aangebragt een Anker en een mast waarbij hij van UEA genoten heeft de som van 6 gulden.

Tot heden heeft hij van de finale afrekening nog niets vernomen en verzoekt hij, daar hij zeer veel behoefte heeft, UEA daarover te schrijven, met eerbiedig verzoek UEA wel de goedheid zoude hebben, om het resterende van hetgeen hij van het aangebragte nog mogt toekomen, wel aan mij te willen overmaken.

UEA zult mij ten behoeve van dien armen man, mitsdien zeer verpligten, zoo mogelijk aan dat verzoek gevolg te willen geven, of wel te willen mededeelen, voor het geval nog daaraan door U niet kan worden voldaan.

De Burgemeester

C.J. Baars

De Burgemeester van Arnemuiden

Gelet op het berigt van het Armbestuur van den 1 December 1855

In aanmerking nemende dat aan Adriana Brouwer geb. te Brigdam  ten jare 1802 wegens voortdurende zwakte ten gevolge de kinderziekte voor haar en hare twee kinderen

Is moeten verstrekt

Eene wekelijksche bedeeling van zestig centen.

Dat er volstrekte onvermijdelijkheid tot het verstrekken van dien onderstand bestaat, en die niet van Kerkelijke en bijzondere Instellingen kan worden erlangd.

Dat gemelde persoon, ingevolge Art.27 der Wet van 28 Junij 1854 SB no 100, domicilie  van onderstand heeft te Brigdamme Gemeente St. Laurens

BESLUIT

Aan het Gemeente-Bestuur van St. Laurens zal bij Extract dezes van het verstrekken van gemelde onderstand aan Adriana Brouwer worden kennis gegeven

Gedaan te Arnemuiden den 3 December 1855

De Burgemeester

C.J. Baars

Middelburg den 4 December 1855

Minister van Financien:

Kosten bijwerken der Kadastrale registers over 1855 : f.3,49

De bewaarder van de Hypotheken en het Kadaster

Handtekening

Burgemeester heeft geen bedenkingen daartoe

Hellevoetsluis den 8 December 1855

Onderwerp: Strandvonderij

Volgaarne beantwoord ik Uw beleefd schrijven dd 29 Nov. No 122. Tot op heden geen der goederen door A. de Nooijer hier verkocht, omdat er te weinig goederen onder mijn berusting zijn en de kosten van verkoop advertentien te hoog zouden loopen.

Ik magtig UEA intusschen gaarne om indien hij daarmede genoegen neemt, hem nog vier gulden op rekening te geven, die ik UEA daarvan berigt ontvangend  dan per postwissel toe te zenden.

Ik beloof echter zoo veel mogelijk spoed met de afdoening.

De burgemeester van Hellevoetsluis

Handtekening

10 December 1855

Bewijs van voorschot van f.4 wordt toegestuurd door burgemeester Baars

Kleverskerke den 10 December 1855

Aan Heeren GS

Onderwerp: Lijst van vier personen geschikt voor Raadsleden.

Ter vervulling van de onlangs open gevallende raadsbetrekking door het overlijden  der leden C. de Rijke en L. Blok, heb ik de eer hierbij aan UEGA te doen toekomen een lijst van vier personen welke de geschiktheid en vereischten beschikken gevorderd bij  het reglement van Bestuur ten platten Lande en tegen de benoeming van twee dezer persoenen waaromtrent ik in gevolge het besluit van den Heer Staatsraad Gouverneur dd 16 Maart 1849 de Gemeente raad gehoord heb, dezelve geene bedenking hebben.

De Burgemeester

C.J. Baars

Poppe  Cornelis; Priester Adriaan de; Klerk Jan de; Mesu Joos

Middelburg den 12 December 1855

In verband met het ontwerp van wet, houdende bepalingen omtrent den tijdelijken afslag van meel in entrepôt en andere bergplaatsen, waarvan de bekrachtiging dezer dagen kan worden tegemoet gezien: heb ik de eer UEA ter uitvoering van Art. 7 van hetzelve ontwerp te informeeren dat in uwe Gemeente  op de navolgende dagen en uren der week twee Rijks ambtenaren zullen worden ter beschikking gesteld, ten einde in de door UEA aan te wijzen bergplaats het van de malen aangebragte gemalen graan in ontvang te nemen en te zijner tijd verder af te leveren als

Te Arnemuiden: Elken Maandag middag 12 tot 3 ure

Elke Donderdag idem en zulks vanaf den dag dat de bekrachtiging van het ontwerp van wet zal bekend zijn tot en met den 14 Januarij aanstaande, terwijl voor wat betreft de dagen van 31 December en 1 Januarij als wanneer het te voorzien is dat de toevoer en de weder afvoer van meel welligt meer frequent zal plaats hebben, voor zoo veel noodig nadere maatregelen van voorziening zullen getroffen worden.

De Controleur

Van ‘s Rijks Belastingen

Handtekening

De Burgemeester van Arnemuiden

Gelet op het berigt van het Armbestuur van de 17 December 1855

In aanmerking nemende dat aan Joost Prince,  geboren te Colijnsplaat den 8e Maart 1817 tengevolge een groot gebrek aan den arm, waardoor hij thans buiten staat verkeert bezig werk te kunnen verrigten

Is moeten worden verstrekt: voor hem zijne vrouw en twee kinderen eene wekelijksche bedeeling van vijf en zeventig cents.

Domicilie van onderstand in Kolijnsplaat

Gedaan te Arnemuiden den 18 December 1855

De Burgemeester

C.J.Baars

Middelburg den 19e December 1855

Ik heb de eer UEA te verzoeken de personen van Marinus Schroevers, Job Schroevers, Adrianus Schroevers, Janna de Nooijer en Robeidine(Roberdine?) Baak te doen aanzeggen, dat zij zich voor of uiterlijk op den 24 dezer maand in het huis van verzekering alhier hebben te begeven tot het ondergaan der gevangenisstraf hen door mijne regtbank opgelegd, en voor het geval zij daaraan niet mogten voldoen, dezelve alsdan den volgende dag door den veldwachter uwer gemeente in gemeld huis te doen overbrengen,- wordende er geen uitstel wegens ziekte verleend.

De Officier van Justitie

Hurgronje

De burgemeester beantwoordt bovengestelde brief.

Middelburg den 22 December 1855

Ik heb de eer UEA onder toezending van het PB ten ten laste van Joos de Nooijer te verzoeken dezen persoon nader te hooren op de bezwaren tegen hem gerezen en door hem bepaaldelijk te laten opgeven indien hij de ontvreemding gepleegd heeft, hoe hij op het land gekomen is en of hij de rapen zelf uit den grond gehaald heeft, dan of hij ze  uit den grond op het land liggende gevonden heeft.

Heden den 23 December 55

Heb ik Burg. Der gemeente A. ten verzoeke van den Heer Off. Van Justitie te M. voor mij geroepen Joos de Nooijer zonder ber. & alhier woonachtig dewelke medegedeeld te hebben zijn ten laste gelegd feit bij PB etc.

Hem afgevraagd of hij zich aan hetzelve schuldig kende, dit toestemmend beantwoord.

ik vroeg hem hoedanig hij op het land was gekomen, en waarop hij mij mededeelde, door de drooge dulf (sloot), dat hij toen eenige raapjes uit den grond had getrokken, in de veronderstelling hij dezelve mogt hebben, gelijk zulks in andere jaren het geval was etc.

C.J. Baars

Ga naar boven