Historische Vereniging Arnemuiden

Ds. Scholing, predikant in de crisistijd
Ds. Scholing, predikant in de crisistijd - 5.0 out of 5 based on 1 review

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Arneklanken September 1996

DE CRISIS VAN DE JAREN DERTIG (1929-1939)

ds. Hans Scholling

Hans Scholing werd geboren op 1 januari 1900 in de provincie Drente. Op 32-jarige leeftijd werd hij predikant. Hij ging pas op latere leeftijd studeren- ongeveer 7 jaar later dan de meeste predikanten. Een tijdlang schijnt hij samen met zijn broer werkzaam te zijn geweest als kolenhandelaar. Hij heeft theologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit en was in 1932 kandidaat en woonachtig in Alteveer in Drente. Hij was gehuwd met Lammigje Bos. Zijn oudste zoon Jaap werd een maand voordat kandidaat Scholing naar Arnemuiden kwam geboren en 14 dagen voor de bevestiging gedoopt in de Gereformeerde kerk van Alteveer. Ds. Scholing heeft nog een tijdlang op de boerderij van zijn vader gewerkt. Het was moeilijk in die tijd " in het ambt te geraken", aangezien veel gemeenten niet of nauwelijks een dominee konden onderhouden.

Op 20 maart 1932 werd kandidaat Scholing bevestigd door Ds. D.Scheele met de tekstwoorden: "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Joh. 3 vs.30). Eigenlijk had er in plaats van een kandidaat een predikant met een behoorlijk aantal dienstjaren op de kansel moeten staan. Want er waren in de periode van ds.Runia (1915-1931) diverse conflicten geweest die door een wijs en ervaren pastor mogelijk eerder tot een oplossing zouden kunnen worden gebracht. Het mocht niet zo zijn. De gemeente was niet in staat een tractement van f.2.500.- + f. 100.- belastingtoeslag op te brengen, waar een predikant recht op had. Het was zelfs zo erg geweest dat in december 1930 er geen geld in kas was om de vorige predikant, Ds.Runia, zijn tractement te betalen. Enkele broeders moesten het geld voorschieten, een bedrag van f.2000.- .Snel werd er een oplossing gezocht: een rondgang door de gemeente om de vaste bijdragen en het zitplaatsengeld op te halen.

Een kandidaat behoefde veel minder tractement -- tussen de f.1.800.- en f.2.000.- -- en er waren er in die crisistijd genoeg die snakten naar een beroep. Kandidaten kregen toen een heel laag tractement: een jaarinkomen van minder dan f. 2.000.-- was weggelegd voor de slechtsbetaalde, lagere ambtenaren. Het werd zelfs als sociaal onverantwoord beschouwd , toen er door de overheid sterk bezuinigd moest worden, daar een korting op toe te passen. Toch was een loon van gemiddeld bruto F.35- per week oneindig veel beter dan het loon van een arbeider--f.20.- - in de grote steden. Bij de werklozen was de toestand helemaal hopeloos - in de grote steden f. 12.50 + f.1.50 per kind--.

Wij kunnen nauwelijks onze ogen geloven, als wij in de Kroniek van Arnemuiden van J.Adriaanse lezen, dat ongeorganiseerde werkloze Noordzeevissers als steun f.3.- (+ f.0,50 per gezinslid) ontvingen en de georganiseerde toch ook nog maar f. 6,50 (+ f.0,50 per gezinslid). Daar kun je absoluut niet van rondkomen. Die hadden toch geen eigen volkstuintje of een varken dat in november geslacht kon worden ?

Ds. Scholing ,zijn vrouw en hun 5 kinderen kwamen niets tekort. In natura werd het karige tractement door welgestelde en goedgeefse gemeenteleden aangevuld. Toch moet het voor een predikant niet prettig geweest zijn, zo afhankelijk te zijn van goede gaven.

Mevrouw Scholing was, evenals haar man, bijzonder verheugd dat er een nieuwe pastorie werd gebouwd op een stuk grond naast de oude pastorie. Zij had een sterke voorkeur voor een serre. Deze kwam er, al ging dat de begroting f. 1000.== te boven. Firma de Hamer mocht bouwen voor f.6215,25.

Ds. Scholing en zijn gemeente 
Vanaf de eerste dag dat hij in Arnemuiden was, heeft ds. Scholing keihard gewerkt. Zo ging hij samen met de ouderlingen op huisbezoek, ook in Nieuwland en Kleverskerke. Iedere dinsdag deed hij intensief ziekenbezoek. Hij had in de loop van de tijd gezorgd voor een grote voorraad gedrukte preken uit de bekende uitgave Menigerlei Genade. In plaats van cassettebandjes werden er toen preken uitgewisseld, zodat de zieken in geestelijk opzicht niets te kort kwamen.

Dominee gaf uitstekend catechisatie. Alleen de Heidelbergse Catechismus was niet populair onder de jeugd omdat je al die moeilijke en lange antwoorden uit je hoofd moest leren.

Het Gereformeerde Catechisatieboek van Ds. Th. Delleman en Ds.W.E. Gerritsma in 2 delen, viel meer in de smaak omdat het beter aansloot bij de belevingswereld van de jongens en meisjes. Naast iedere gedrukte bladzijde, aan de rechterkant, was een blanco pagina, waar de dominee en de catechisant zijn aantekeningen kwijt kon. Dominee Scholing ging geen enkele vraag uit de weg en behandelde actuele zaken. Op een vraag van een van de catechisanten: "Dominee, mag ik op zondag een eindje gaan fietsen; mag dat van God"?, pakte hij een krijtje en trok in het midden van het bord een lijn, loodrecht naar beneden. Hij antwoordde:" In het linkergedeelte van het bord bevinden wij ons, voorbij de streep liggen mijnen, maar we weten niet precies waar. Als je het gevoel krijgt dat je bij deze vraag of een andere over de streep gaat en in een mijnenveld terecht komt, moet je het niet doen. Op minstens 4 dagen hield Ds. Scholing catechisatie: Op vrijdag en zaterdag voor de jongens die de hele week gevist hadden. Zelfs op zondag gaf hij gelegenheid voor jongens/meisjes die in de week absoluut niet konden. Dan was er tenslotte nog de "vaste" catechisatiemiddag en - avond, waarbij, behalve bij de belijdeniscatechisanten, de jongens en meisjes in aparte groepen "les" kregen.

Ds. Scholing was een echte "verenigingsman" Hij vond geestelijke, culturele en politieke vorming heel belangrijk, als je in de maatschappij als mens en als christen je roeping wilde verstaan en overeind wilde blijven in de strijd der geesten. Hij is een tijdlang voorzitter geweest van de Geref. Jongelingsvereniging Immanuel en voorzitter van de Mannenvereniging. Secretaris was hij van de Anti-Revolutionaire Kiesvereniging "God, Nederland en Oranje". Jaarlijks werd er een reisje georganiseerd, o.a. naar de grote Wereldtentoonstelling in Brussel.

Je zou je kunnen afvragen: " Had ds. Scholing nog tijd over om zijn 2 preken te maken en uit te schrijven ?". Hij maakte gewoon tijd daarvoor. Het was zijn lust en zijn leven als dienaar van de Here God de broeders (die in aparte banken zaten), de zusters, jongens en meisjes, te wijzen op de liefdevolle Heiland, Die op de aarde gekomen was om ons zalig en gelukkig te maken. Neem dat aanbod aan. Geloof de Here God op Zijn Woord. Op zijn lijf geschreven was de tekst van het bekende gezang: God roept ons broeders (zusters) tot de daad.

Ds. Scholing legde minder nadruk op de strijd die iedere gelovige heeft te voeren tegen zijn eigen zonden en gebreken. De persoonlijke verborgen omgang met God, het worstelen van een arme ziel aan de troon van genade en het werk van de Heilige Geest om je hart te vernieuwen en te zuiveren, kreeg bij hem minder aandacht. Een aantal gemeenteleden ging elders kerken.

In maart 1935 werd ds. Scholing ernstig ziek. Hij moest een operatie in de buik ondergaan. Na die operatie trad er een complicatie op: buikvliesontsteking. In die tijd waren er geen antibiotica; vaak stierf men aan de gevolgen daarvan. Ook ds. Scholing zou aan de rand van het graf zijn geweest. Gelukkig kwam hij de crisis te boven en kon hij 26 april weer op de kerkenraad aanwezig zijn.

Conflicten binnen de gemeente
Aan Arnemuiden was de Afscheiding van 1834 voorbijgegaan. De Hervormde Gemeente was altijd vrij orthodox geweest. Sinds 1874 was er een langdurige predikantsvakature, waar het kerkvolk nogal ontevreden over was. Gelukkig treedt in deze tijd meermalen de oefenaar Willem van Leeuwen op, die werkte in de geest van Abraham Kuyper. Van Leeuwen mocht voorgaan in de kerk, hoewel hij met de hervormde organisatie gebroken had.

Als dan mede door toedoen van Van Leeuwen de Gereformeerde Kerk van Arnemuiden op 12 augustus 1888 wordt geïnstitutionaliseerd, gaan ongeveer 200 leden van de Herv. Gemeente daar deel van uitmaken. Nu zaten er in zowel de Hervormde als Geref. Kerk groepen, die elders deel uit maakten van Afgescheiden groepen en zich Christelijk Gereformeerde Gemeenten noemden of Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis.

Kenmerken van vooral de laatsgenoemde groep waren o.a. in overeenstemming met de Dordtse leerregels: strengheid in de leer en de tucht; nadruk op de leer van de Predestinatie of Uitverkiezing en zoeken naar " bewijzen" of kenmerken van uitverkoren zijn: bij voorbeeld van een krachtdadige bekering kunnen getuigen; de prediking moest bevindelijk zijn : is de Heilige Geest in je hart werkzaam en heb je daar kenmerken van; nadruk op het afsterven van de oude mens en de opstanding tot de nieuwe mens; de Evangelische Gezangen werden verworpen.

Er was veel Avondmaalsmijding. Als je met een onbekeerd hart, als verworpeling aan de Tafel des Heren aan zou gaan , zou je je een oordeel eten en drinken. Vandaar dat van bovengenoemde groep bijna niemand aanging, behalve degenen die van zichzelf konden getuigen of van wie getuigd werd dat zij kenmerken hadden van uitverkoren-zijn.

Tot 1930 werden er in Geref. Kerken nauwelijks gezangen gezongen. Alleen de 9 gezangen, bestaande uit berijmde bijbelgedeelten. In 1933 verschijnt de bundel van 29 gezangen. Ds. Scholing is dan nog maar heel kort predikant en ziet, net als de kerkeraad, geen principiële maar wel praktische bezwaren. In juli 1934 worden er 100 gezangenboekjes aangeschaft ten behoeve van de catechisaties en verenigingen om daarmee kennis te maken door ze te gebruiken. In de kerk worden ze nog niet ingevoerd omdat een groep gemeenteleden daar bezwaren tegen heeft En dat niet alleen tegen de invoering van de 29 gezangen, maar ook tegen de prediking van Ds. Scholing. Deze was volgens hen in strijd met de Calvinistische leer van de Dordtsche vaderen. Er is zelfs iemand die tijdens een preek geërgerd opstaat en uitroept: "Wij zijn hier niet remonstrants" en naar buiten loopt, wat veel opschudding veroorzaakt. Nog erger maakt iemand het door tijdens de predikatie verachtelijk uit te roepen:' Gooi het maar in mijn pet.!" Ongeveer een 20-tal personen, mannen, vrouwen en kinderen daarbij inbegrepen, hebben gebroken met de kerk zoals in het Lidmatenboek staat aangetekend. Dat gebeurde in de periode vanaf 1937-1942. In 1946 was er ook nog een overgang. De meesten gingen kerken bij Prof. G. Wisse van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Middelburg die veel tijdredes hield.

Toen Wisse vertrok werd het merendeel lid van de Gereformeerde Gemeente (later genoemd: de Gereformeerde Gemeente van Nederland en Noord-Amerika), en na de afscheiding onder dr. Steenblok lid van de Gereformeerde Gemeente van Nederland in Arnemuiden. Ook de Hervormde Kerk van Arnemuiden zag een groep gemeenteleden vertrekken en overgaan naar de Geref. Gemeente van Nederland in Arnemuiden. Minstens een van de leden die met de Geref. Kerk alhier gebroken hebben, is ouderling geworden van de Geref. Gemeente.

N.S.B.-ers onder censuur
In 1933 nemen onder leiding van Hitler de nationaal-socialisten in Duitsland de macht in handen. Op grote schaal wordt er terreur uitgeoefend op tegenstanders van Hitler. De eerste concentratiekampen worden opgericht, die weldra gebruikt zullen worden om miljoenen mensen te vernietigen, waaronder heel veel Joden. In Duitsland , maar ook in Europa ,is Hitler populair. Hij zorgt ervoor dat er weer brood op de plank komt. Dat er dank zij de uitbreiding van de wapenindustrie meer werk komt en dat Hitler de bedoeling heeft een vreselijke Wereldoorlog te ontketenen, daar sluit een groot deel van de bevolking de ogen voor. Zelfs onder christenen in andere landen, en ook in Nederland, vinden de nazi’s aanhangers. Binnen de Gereformeerde Kerk van Arnemuiden zijn er enkelen die lid zijn geworden van de N.S.B. Zij geven de democratisch tot stand gekomen regeringen de schuld van de grote werkloosheid en nood onder de bevolking. Het is een schande dat het leger van werklozen 2 maal per dag naar het stadhuis moet komen om te stempelen.

Dat ze als bedelaars in de rij voor de winkels moeten staan om tegen inlevering van een bon, blikken vlees en margarine van slechte kwaliteit te kunnen afhalen. Bovendien viel je als steuntrekker erg op als je met je fiets buiten op straat kwam, want op je (fiets)belastingplaatje was een gat aangebracht, waaruit bleek dat je zo arm was dat je die belasting niet kon betalen: de schrijnende armoede was de schande van de werkloosheid.

Het was zelfs zover gekomen dat de diakenen kolen moesten uitdelen als Kerstgave, en vet en margarine als noodzakelijke aanvulling van de schandalig lage steun.

Ook de werkgevers gedroegen zich niet altijd sociaal. Een jonge arbeider werd vaak in dienst genomen, omdat die goedkoper was dan een kostwinner die een groot gezin had te verzorgen. De laatste werd vaak aangezegd dat hij de volgende dag niet terug hoefde te komen. Ook werd van krullenjongens geëist dat zij voor een rijksdaalder per week vakwerk zouden leveren. Daar zou Mussert als leider van de N.S.B , als hij aan de macht zou komen, een einde aan maken, desnoods met hulp van de Duitse vrienden.

Het overgrote deel van de kerken, de predikanten en priesters zagen heel duidelijk door alle mooie praatjes en propaganda heen, het duivelse karakter van het nazisme dat uit was op misleiding, terreur, oorlog en vernietiging. Onder leiding van ds. Scholing nam de kerkenraad het besluit gemeenteleden te vermanen als ze lid waren van de N.S.B. Het is bekend dat minstens 1 lid afgehouden werd van het Heilig Avondmaal.

Zie ook het artikel Ds. Scholing, predikant in oorlogstijd

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Ga naar boven