Historische Vereniging Arnemuiden

Het Zoutarchief van Dordrecht. Deel 2 1852-1853

Het Zoutarchief van Dordrecht. Deel 2

Parlementaire Enquete omtrent den Accijns op het Zout. Zitting 1852-1853.

Selectie en Samenvatting.

Doos F

Verhoor van een zoutfabrikant.

De Controleur heeft o.a. de taak van toezigt, verificatie. Hij is actief door bezoeken aan de zoutziederijen.

Het vroegere stelsel: Belasting bij invoer met vrije circulatie van geraffineerd zout binnen ’s lands, Dat stelsel wordt in Belgie toegepast.

Het systeem in Belgie zou veel gemakkelijker zijn. Dat stelsel werd ook in Nederland tot 1819 toegepast.

De tegenwoordige wet houdt het volgende in: doorlopend  krediet met peiling op hetgeen ingeslagen is, met een verplichte justificatie van het binnenlands vervoer verkiesbaar voor de schatkist om fraudes te weren.

Bij de vorige wet gaf men het overproduct/overmaat niet aan, dat men verkreeg door de korting op het ruwe Engelse klipzout.

Dat is nu niet meer het  geval.

Toch is er nog fraude mogelijk: bij de inslag van het ruwe zout de ondergeschikte ambtenaar er toe te verleiden om niet goed te zien (controleren) en zo duizenden ponden meer in te slaan.

Vooral zoutzieders in de nabijheid van grote steden  b.v. Rotterdam kunnen hun overmaat gemakkelijk wegwerken.

Zo komt het, vooral wat Rotterdam en Zwijndrecht aangaat, het veranderde stelsel weinig vruchtbaar voor de schatkist.

Vroeger: Door omkoping van ambtenaren minder debiet van zout dan werkelijk ingevoerd.

Ook door ligging van ons land en de uitgestrekte zeekusten een ander gevaar dan in Belgie.

Belgische wet: De lossing van ruw zout  mag slechts geschieden in een der bassins de commerce, door het goevernement aangewezen.

Dat was bij ons voor 1819 niet.

In art. 15 van de wet van 1852 is sprake van een dubbele weging, maar geen bijzondere

Bepaling van losplaatsen

Meer dan 2 losplaatsen, maar niet teveel, anders teveel administratieve rompslomp

Als beste oplossing wordt aangedragen: de Belgische + een aantal vaste losplaatsen + dubbele weging. De ambtenaren zouden dan minder durven te frauderen

Praktijkvoorbeeld van fraude: In een schip met ruw zout geladen een lek maken wanneer men vreesde ontdekt te worden en als men dan begon te pompen, vloeide het zout als pekel weg.

Dat klinkt niet erg waarschijnlijk: de algemene wet geeft 10% speling naar onder en naar boven.

Een probleem blijft lastig :de uitgestrekte kust van Nederland, is heel moeilijk te controleren.

In het Belgische systeem heeft men de justificatie bij vervoer van het ruwe zout behouden.

Het tegenwoordige stelsel brengt veel rompslomp met zich mee voor de fabrikanten.

Daarom: als er niet te veel losplaatsen zijn, verdient het Belgische stelsel de voorkeur en wel geografisch gespreid

Voor fabrikanten zou een losplaats in den Helder “slecht”zijn in wegens de grote afstand tot b.v. Amsterdam.

In Groningen komen er zeeschepen voor de keet: dat is straks afgelopen, Tot nadeel voor de zoutzieders.

De tegenwoordige wet bepaalt reeds dat men niet anders  mag lossen dan in ligters of in pakhuizen. Zo is het niet mogelijk zoals in Delfshaven gebeurt dat het schip  voor de keet van de zoutzieder zout lost in een afgesloten den. Dus lossing in  een keer en niet in lichters

Voorbeeld van fraude bij het bestaande stelsel: een schip van 100.000 pond wordt bij omkoping getaxeerd op 90.000 pond.

Mogelijkheden van uitslaan zonder documenten.

De keet heeft heel veel uitgangen. Er zijn huizen in de buurt. Bij afwezigheid van ambtenaren : geen justificatie. Geleibiljetten die dubbele dienst zouden kunnen doen, door b.v. opsturen per post. Onderweg wordt het geleibiljet niet geverifieerd.

Fraude  met geleibiljetten slechts mogelijk als er grote afstand is.

Geleibiljetten moeten bij de goederen blijven. Fraude: flagrant. Er schijnt zelfs handel in gedreven te worden in geleibiljetten : tot voor 25 cent verkocht.

Ook fraude bij het uitslaan bij kleinen partijen.

Bij de tegenwoordige wet  zijn slechts partijen boven de 5 Nederlandsche ponden aan justificatie onderworpen.

Een voorbeeld van fraude : Men slaat een zekere hoeveelheid uit naar een huis en vervoert het vandaar weder in hoeveelheden beneden de 5 ponden.

Welke misbruiken komen voor bij de door deze wet toegekende vrijdommen ?

Met St.Ubes-zout zou er geen misbruik gemaakt kunnen worden als het gebruikt zou worden tegen het vervuren van schepen: dan moest het vermengd worden met houtazijn. Onmogelijk werd het geacht dat zout weer voor consumptie geschikt te maken. ??

Vrijdom bij bemesting van het land (landbouwzout) en tot mesting van vee.

Vermenging van het zout voor leerlooierijen geschiedt met tabak of snuif.

Kan dat afgescheiden worden ? Jawel, doch houtazijn niet.

Bij het vermengen met dierlijke olien ?  Moet antwoord schuldig blijven.

Zout bij de zeepzieders met potasch gemengd en die kan niet afgescheiden worden.

Kortingen

Aan het Fransche zout (bevat slijk)wordt een korting toegekend, aan de andere vreemde zoutsoorten niet.

Lukt het soms met succes andere vreemde zoutsoorten ter raffinage te krijgen ? St.Ubes-zout wel.

Bij de tegenwoordige wet zijn “de kortingen”opgeheven; is er voor de fabrikanten toch nog geen gelegenheid om overmaat te verkrijgen.

Gelooft wel gelegenheid te hebben bij het raffineren van fijne zoutsoorten.

Welke fijne zoutsoorten ?

Boterzout !

Werkt de Vochtweger wel juist !

Is er een mogelijkheid door middel van een vochtweger het gehalte van het zeewater te leren kennen.

Sommige peilingen zijn heel moeilijk.

Voorbeeld: 1.Moeilijk om met behoorlijke juistheid de hoeveelheid  zout die in de smeltkuipen achterblijft te peilen.2. Ook moeilijk bij kubiek-meting de inhoud te bepalen der pekelbakken. 3. moeilijk: de opneming van de hoeveelheid geraffineerd zout door kubiek-meting. N.l dat zout wordt niet altijd in vierkante bergplaatsen bewaard: daardoor is nauwkeurige meeting onmogelijk.

In de dennen zijn er balken, die een nauwkeurige opmeting verhinderen.

Aan de fabrikant en het fabrikaat schade gedaan. Vooral is dat het geval met het grove of kaaszout, dat juist te meer waarde bezit naarmate het uit grootere stukken bestaat.

Het zout bevindt zich niet overal in dezelfde gesteldheid. Van boven veel losser dan in het het midden of van onderen waar het soms door drukking heel compact is.

Meten heel onzeker: 20% marge wordt overschreden.

Kubiek-metingen van het ruwe zout zijn nog onzekerder dan van het geraffineerde

Probleem: nr 1 Hoe langer het zout zich in de den bevindt des te compacter zal de massa worden en de meting heden en over 3 dagen gedaan, zal aanmerkelijk verschillen.

Jaarlijkse afsluiting van de rekeningen :

Tijdens de jaarwisseling op 1 januari een korting van 5% als hij bij een rekening van 1 miljoen pond 950.000 pond uitslaat. Op 2 januari heeft hij een speling van slechts 25000 pond over een mouvement van  1 miljoen pond. Dan ligt hij in een beboetbare over-of ondermaat.

Ieder jaar moet de rekening worden afgesloten.

Vraag: Is de schade die door het breken van de grovere zoutsoorten veroorzaakt wordt aanmerkelijk ?

Ja: Het grove of kaaszout heeft voornamelijk waarde, wanneer het in groote stukken blijft.

In Zwijndrecht heeft men minder gefraudeerd onder deze wet dan onder die van 1822.

Men kan namelijk geen overmaat meer frauderen en daardoor de prijzen vroeger wel drukken en goedkoper leveren.

Mindere aflevering aan Groningen en Friesland omdat men daar het zout thans goedkoper kan krijgen dan te Zwijndrecht.

In Zwijndrecht de accijns achteruit; in Roterdam vooruit.

17 maart 1853    Van Hall

Van Nispen van Sevenaer

Blussee

Poortman

D.Veegens griffier

Verhoor van de Heer N. van Duyl ontvanger te Lobith

Commies: zoutaccijns

Visiteur te Dordrecht, belast met de aanpeiling van de zoutkeet van de heeren van der Sande aan de Mijl; later de keeten te Zwijndrecht als visiteur.

Tegen de Belgische wet: onze zeegaten bieden te veel gelegenheid tot smokkelen .Dat ondervond hij van 1816-1823 als commies 3e klas in Zeeland. Gansche ladingen werden frauduleus ingevoerd. Boven Zierikzee, en aande zeegaten van de Maas. Enkele schepen zijn aangehaald door toevallige omstandigheden.

Bassins de Commerce zijn niet voldoende. Er moet controle zijn op het vervoer binnen ’s lands. Dat vervoer behoorde ook dan gedekt te blijven tot de plaats waar het zout geconsumeerd moet worden.

In Belgie is de circulatie van het ruwe zout niet vrij. Hier helpt dat niet ?

In Engeland is het verschil tussen het ruwe en het geraffineerde zout zo  gering dat in plaats van ruw, geraffineerd zout binnegesmokkeld zou (kunnen) worden.

De schepen met geraffineerd zout lossen niet op het onvrije territoir, maar laten het liggen. De schepen hebben omtrent de zeegaten de keus. Elk zeegat heeft 2 vaarwateren. Het beste wordt afgebakend, maar de visschers van Arnemuiden en Duiveland bij  zijn met de toestand dier wateren zoo bekend dat zij de knapste loods tarten om het onafgebakende vaarwater dat zij ’s nachts kiezen bij dag bevaren. Zoo zeker zijn zij van hun zaak.

Die lieden worden gebruikt als stuurlieden en kapiteins op zee schepen, welker lading men wilde binnensmokkelen. Ook in het Noorden gebeurt iets dergelijks.

Mening:

De thans mogelijke fraudes, zijn gelegen in overmaten en in het bezigen van surrogaten. Toch zijn die overmaten minder dan onder de vorige wet.

Welke surrogaten ? : afval van de salpeterziederijen. Het aluin en het Engelsch glauberzout.

Overmaat komt door frauduleuze uitslag

Voorbeeld:

Een grote waarborg ontbreekt, n.l een bepaling omtrent de nederlagen of depots van zout tot een zeker belangrijk bedrag. In 1843 of 1844 was er een zware brand bij de Firma Hoogstraten Epenhuizen en Staps. Op zeer korte afstand van die verbrande zoutziederijen was een lokaal waarin ik, na verlof van de kantonrechter gevonden heb een hoeveelheid van 100.000 pond zout netjes in zakken op elkaar gestapeld. Elke zak bevattende 50 pond of daaromtrent. Het gebouw, waarin zich dat zout bevond was gehuurd door een aanverwant van een der zoutzieders. Niet bekend, vanwaar dat zout kwam.

Dat zout had gedekt moeten zijn door biljetten, ten name van hem op wier erf het lag. Nog meer: Het schuitenvervoerdershuisje dat voor de keet stond, was ook gedeeltelijk met zakken zout gevuld.

Van Duyl mist de waarborg omtrent nederlagen van onveraccijnsd zout.

Fraude van uitslag zonder biljetten blijft over.

Door die “overmaten”kreeg men dit frauduleuze zout binnen

Een voorbeeld: Commiezen zijn bij de inslag van ruw zout van uit het buitenland minder actief. De een is wel actief en ziet scherp, terwijl de ander gemakkelijk bedrogen kan worden.

Dus vaak minder activiteit, of onwetendheid of opzet van de kant van de Commiezen.

In de leemten van de vorige wet is voorzien door de “herweging “. Dat lukt niet ; De partijen bleven niet in haar geheel.

Zoutzieders/ belanghebbenden deelden de lading; hielden een gedeelte daarvan in hun keeten en verzonden  een ander gedeelte naar andere plaatsen. Zo was de kans op herweging verkeken.

Artikel 150 van de wet van 1822 met de toegekende bevoegdheid tot herweging zou goed hebben gewerkt als er de verplichting was geweest om de partijen in haar geheel te laten.

Dus nu is die in werking getreden bepaling zeer doelmatig om fraude bij de inslag te voorkomen.

Herweging blijft moeilijk in de praktijk toe te passen. Het zout blijft niet in bepaalde afgesloten localen of ligters. Een zoutkeet heeft soms 10, 12, soms 20 dennen: het is onmogelijk om de lokalen aan de straat gelegen alleen voor berging te houden; daar is geen plaats genoeg voor. Niet vol te houden . Dubbele weging als dreigement , niet om toe te passen.

De eerste lossing zal moeten plaatsvinden in ligters of in geheel afgesloten pakhuizen; dan is het zout reeds eenmaal gewogen.

Hoe komt het uit die afgesloten pakhuizen en die ligters in de fabrieken ?

Dat kan, als de hogere ambtenaren er geen bezwaren in zien.

Onder de vorige wet gevallen van misbruik of dubbel gebruik van verleende biljetten.

Voorbeeld:

In Zwijndrecht; ambtenaren zaten verscholen in een schuitje dat in de schaduw van een zeeschip lag; Zout werd ingeladen in een vaartuig. Biljetten werden “geproduceerd “volgens welke het zout  bestemd zou zijn geweest van Rotterdam af, de Waal op te gaan. Men moest de bekeuring “loslaten “

Mengzout

Het gaat hier over vermenging van zout met houtazijn voor het pekelen van schepen.

Is dat zout tot de primitieve vorm terug te brengen ? Het schijnt dat dit bijna onmogelijk is.

Zout is uit dierlijke olie te halen. Zand en Haardasch zijn uit het landbouwzout te halen.

Vraag: Kent gij buiten het  gekleurde Fransche zout ook nog andere zoutsoorten die korting behoeven ? Nee.

Het Fransche zout is duidelijk kenbaar door zijn kleine korrel. Het onderscheidt zich van alle andere zoutsoorten. Als de kleur geen beletsel was, zou het Fransche Zout onder het geraffineerde zout kunnen worden vermengd.

De vochtweger

Deze werkt niet op alle pekels die niet zuiver zijn, inzonderheid niet op pekels met moerloog gemengd.. Dat is niet erg: het bedrag dat men bij aanpeiling in eene zoutziederij aan zodanig pekels vindt, is in verhouding tot het verdere aanwezige zout, nooit van overwegend belang.

Peiling

Deze is nooit volmaakt mogelijk. Alleen bij scheikundig onderzoek. De hoeveelheid kwade pekel is heel klein.

Tegenwoordig is er de z.g. klaringspan waarin men het zout laat afloopen en vanwaar het in andere pannen wordt overgebracht. Eerst nadat dit gebeurd is begint de eigenlijke zieding en deze bewerking heeft tengevolge dat het voorname residu in de klaringspan overblijft.

Van peilingen is bekend dat er daarbij belangrijke overmaten waren.

Geen bezwaar: altijd is een scheikundig onderzoek mogelijk.

!? Mogelijk om de hoeveelheid zout te constateren, die in het slijk op de smeltkuip overblijft.

Niet aangeraden het slijk opnieuw te smelten.

Kubiekmeting voor het geraffineerde zout en voor de smeltkuipen, nadat het verwerkbare zout daarvan is afgenomen.

Bij het scheppen enz. gaat iets verloren.

Verschil in digtheid tussen de onderscheidene zoutlagen (couches )

Planken over het zout leggen en met een sondeerijzer de digtheid van de lagen onderzoeken

Vierkante bak van een kubieke el inhoud als die gevuld is met zout, laat ik hem zo lang schudden, tot ik, door middel van het sondeerijzer beoordelen of die hoeveel dezelfde digtheid heeft als het zout in de den.

Dat sonderen geschiedt altijd op gevoel; kan men er wel op aan ?

Het zout waarover het gaat is meestal kaaszout. Daar is nimmer een grote voorraad van>>> de behoefte kent men.

De dennen zijn in het midden laag, afhellende aan de zijden; daarbij zijn zij van achter hooger dan van vooren, ten einde de pekel, die er nog mogt in gebleven zijn, door goten te laten loopen naar een pekelkuip

Volgens het P. V. is ieder in staat de inhoud der den te meten: als ik nu boven eene den met zout sta, met sonde is de lichamelijk inhoud te meten.

Opmerking: Er zijn huysen en dennen van zeer onregelmatige vorm, omdat er balken en dwarshouten in zitten. N.B. De inhoud van die balken wordt van het geheel afgetrokken.

Ruw zout

Het verwerkbare zout afnemen en laten smelten, dan kubiekmeting.

De praktijk moet uitkomen met het werk.

Procedee

Verwerkbare zout afgenomen en wegen. Wat overblijft wordt, zoo niet gesmolten getaxeerd naar de kubieke inhoud.

Volgens de wet mag geeist worden dat bij peiling de fabriek stilstaat.

Dat is in Zwijndrecht niet nodig.

Bij nederlagen: het enige punt: kwade pekel: kun je alleen door ondervinding opsporen.

Dagtekening 15 maart 1853.

15 maart 1853: Adriaan Nieuwkamp, zoutzieder te Rotterdam.

In 1827 begonnen. Het Belgische stelsel vindt hij verkieselijker, zowel voor de schatkist als voor de zoutzieders.Bij het Belgische systeem: kan de fabrikant vrij werken in zijn fabriek. De circulatie is geheel ontheven van de lastige en onaangename formaliteiten.

Wel nodig: een versterking van de controle op de inslag, opdat de schatkist geen nadeel zou lijden. Zo scherp mogelijk: want later vervalt alle toezicht.

Grote misbruiken mogelijk. Sluykerij: maar nu moeilijker door de bepaling dat slechts 1 pond zout over de grenzen vervoerd mag worden en dat slechts 1 pond in elk huisgezin op het onvrije territoir aanwezig mag zijn.

Onze zeekusten, zeegaten zouden slecht bewaakt zijn. Hetzelfde heeft plaats met opzicht tot de suiker. Superstrenge controle nodig op de inslag.

De fabrikanten zouden zich de moeilijkheden en kosten van die eenige controle bij de inslag moeten getroosten.

Thans bestaand faculteit om bij de een de dubbele weging toe te passen en bij de ander niet, is begunstiging van de een boven de ander.

Voorstel: de dubbele weging nalaten; ook niet de lading van de zeeschepen wegen. Maar het zout uit de zeeschepen in gerhijneikte schepen. Deskundige ambtenaar: met een marge van 2 percent het gewicht aanduiden. Vandaar uit ter weging naar de bestemde plaats: dan dubbele controle:

  1. door de capaciteit van het schip. 2. door de weging die daarna plaatsvindt.
  2. De sterkere surveillance is in het belang van de eerlijke fabrikant ? Ja

Vraag: moeten alle bestaande losplaatsen behouden blijven of beperking ?

Niet alle losplaatsen, maar wel bij Rotterdam vanwege ligging en uitgebreide handel

Dordrecht, Vlaardingen, Zierikzee niet ? Dat zou op eigenbelang wijzen >>>> egoisme.

Wel minder losplaatsen.

Er zijn fabrieken in Delft, den Haag, leiden ,Breda , Goes enz. Dus die als losplaats waar kapitale zoutziederijen gevestigd  zijn en waar zeeschepen kunnen komen.

Minder b.v. geen bevoegdheid: firma Bouvy: geen zeeschepen ( wel bereikbaar) maar overlading(door o.a. ligters )  ??

Het belang van de schatkist: Minder ambtenaren nodig. De boventallige inzetten ter versterking van het toezicht op de grenzen.

Poortman : Het probleem is dat het geraffineerde zout in Engeland veel lager in prijs is dan bij ons. Vanuit Hannover ook: Invoer/ smokkel van geraffineerd zout heel gemakkelijk mogelijk.

Voor suiker is er geen verschil in prijs.

Antw: Engeland is op aanmerkelijke afstand van ons. Het Belgische stelsel =gewijzigd i.v.m. gemakkelijke smokkel.

Niet een stelsel van doorlopend krediet, maar van afloopend krediet op termijn, waarbij de controle op de circulatie binnen ‘’s lands behouden bleef, terwijl de peilingen vervielen.

Het geraffineerde  zout in Engeland voor 8 jaar goedkoper dan het ruwe.

Het zout uit het Bristolsche Kanaal: het geraffineerde zout ( common white ) aldaar kostte toen 12 shilling en 3 pence; het ruwe zout : 14 shilling. Verklaring: het klipzout wanneer het uit de mijn gegraven wordt, kost een schat van arbeidsloon: dat in de mijn steeds water binnendringt en dat men om in de mijn te werken de daar door ontstane pekel er uit moet wegnemen.

Daartoe bezigt men stoomwerktuigen die de mijn droogpompen. Het maken van zout uit de pekel die langs die weg wegloopt en die men  “voor niets “heeft, is minder kostbaar dan het arbeidsloon om de klompen klipzout te doen springen en naar boven brengen.

Vraag: Blusse : Vreest gij niet dat het stelsel van termijnen op crediet zal strekken tot nadeel van de handel in het zout, omdat er geen ander dan veraccijnsd zout is ?

Hoe zal men dan zout naar het buitenland kunnen verzenden ?

Antwoord: Dan zal er evenals bij de verzending van suiker of steenkolen afschrijving kunnen plaatsvinden, zooals ook plaats heeft bij de levering van steenkolen aan fabriakaneten die vrijdom genieten.

Vraag: Is er gevaar voor groote sluikerij. Bij suiker gebeurt dat. Wordt als uitgevoerd aangegeven en aan de landzijde weer frauduleus ingevoerd.

Antwoord: Circulatie van suiker is vrij. Zout niet. Aan de zeezijde stipt toezicht op de uitvoer van zout.

Vraag: Werd er voor de wet van 1852  gefraudeerd ?

Antwoord: Ja; door frauduleuse invoer en  door overmaten. Nu minder fraude.

1) Door het wegnemen van de korting of 5% speling.

2) Het belasten van het zeewater, dat men thans niet meer gebruikt ??

3) Strenger toezicht op de invoer aan de landzijde en het toekennen van het regt van herweging van het ruwe zout en lossing in geheel lege lokalen: 3 dagen: aan de ambtenaren overgelaten>> groot bezwaar.

De fabrikanten hier fabriceren 4/5 grof en slechts 1/5 fijn zout.

Over het fabrieksverlies : dat wisselt af.

Ook bij het uitwegen aan slijters verlies.

Houten bakken , voor 1848, lekten meer door meer of minder gewicht.

Gemetselde bakken lekten minder. Soms scheurt er een pan door slecht onderhoud.

Er is veel nachtwerk: dat betekent weinig toezicht.

Het fijne zout heeft 16 tot 18 uren bewerking nodig.

Het grove zout : dagen lang.

Over vrijdommen:

Veel misbruik. In Noord-Brabant wordt een schat van ruw Portugeesch zout gebruikt.

Daar veel vrijdommen gevraagd voor leerlooierijen, zeepziederijen en plateelbakkerijen.

Over vermenging:

Vermenging met dierlijke olie is met grote kosten weer ongedaan te maken.

Bij het pekelen van schepen is er sprake van vermenging met zoutazijn.

Het zout gaat in de regel onvermengd naar de leerlooierij, zeepziederij of plateelbakkerij.

Voor schepen wordt het vermengd onder toezicht van ambtenaren

Na uitslag en verificatie naar de schepen gebracht.

Ook zand en houtasch wordt gebruikt bij landbouwzout.

Vraag: Waarom wordt er alleen voor gekleurd ruw Fransch zout 5% korting verleend?

Het Fransche zout bevat veel slijkdelen: dus veel korting nodig. Er is sprake van een

Massa slijk op de kuip; daaronder steeds zoutkorrels.

Er is veel meer korting nodig.

Geen Fransch of Spaansch zout wordt meer gebruikt, evenals dat uit Curacau, omdat

Het naar verhouding te hoog in prijs.

Ook Portugeesch zout uit Lissabon en St.Ubes: geen goede soort voor het raffineren

En levert geen voordeel op.

Er wordt geen ander zout gebruikt dan klipzout, omdat het goedkoper is.

Als er geen tolrechten waren, zou ook het Wurtembergsche zout gebruikt worden.

De vochtweger

Deze werkt niet goed. In een gemiddelde zoutziederij bevinden zich 3 tot 4000 vaten pekel

Er is sprake van allerlei soorten pekel.

  1. pekel gevormd van klipzout met zoet water (ik gebruik geen zeewater meer )
  2. pekel die het overblijfsel is van afgestookte pekel, waaruit fijn of grof zout is gekomen.
  3. pekel die het residu is van pekel, na 2 tot 3 malen gestookt te zijn, met allerlei chemische bestanddelen.

Oude / taaie pekel :

8 maal 100.000 of 1 miljoen ponden zout en daarbij zullen ongeveer 3 duizend vaten pekel zijn, waaronder aan oude pekel 5 tot 600 vaten.

Aluin wordt wel eens toegevoegd op een pan van 200 vat, naar gelang de pekel meer of minder vuil. Nodig voor zowel het grove als fijne zout.

N.B. Nadat het zout op de kuipen is gefiltreerd, neemt het nog vlokdeeltjes van het vuil met zich mee. Dat zijn kleine ijzerdeeltjes die pas zichtbaar worden bij warmte in het klipzout; die deeltjes zouden zonder aanwending van de aluin in de pekel blijven en het zout wankleurig maken.

Dus: eenige weinige ponden aluin op eene pan pekel, alleen met het doel om het vuil weg te krijgen. De uitwerking: het vuil komt boven drijven. Dit wordt van de pekel afgestreken en dat is een soort aluinzout. Dat wordt wegeworpen.

De zoutzieder kent geen bestanddelen die het zout zouden kunnen vervangen.

Vraag: Zijn er middelen bekend om het zout meer waterhoudend te maken ?

Antwoord: Ik ken ze niet.

Er schijnt ook fraude voor te komen d.m.v. extra toevoegingen: een soort van gips of andere bestanddelen.

Vragen over het middel van peilingen.

Er is daarbij sprake van dennen met grof zout voor kaas gestookt.

Veel kuipen zijn gevuld met pekel, water, vuil enz.

Er vis ook sprake van hokken met fijn  zout.

Pertinente weging van het voorhanden geraffineerd zout, zal de in de fabriek aanwezige voorraad zeer gedeterioord worden.

Door mijn fabriek is door een pertinente weging van 60.000 pond, die uit mijn fabriek waren afgeladen een schade geleden van 900 gulden, die de administratie heeft moeten vergoeden.

Wanneer ? ter gelegenheid van een uitslag naar Arnhem.

Meestal grof zout en een kleine hoeveelheid fijn zout.

Nog een nadeel: stilstaan van de fabriek.

Tot het opnemen van de pannen, moeten, volgens het voorschrift van het ministerie, deze worden afgestookt. Daarna moet men de pekel laten aflopen om de hoeveelheid daarvan in de bakken te constateren.Men moet het zout en de slijkdelen die ondereengemengd in de kuipen zijn “afzoeten “/afzouten dat is tot pekel maken, tot zolang er geen zout meer in is. Enz.

Te weinig kuipen. Waarin zal men nu de pekel laten, die men uit de smeltkuipen tapt om slijk en zout van elkaar te zuiveren? Lukt niet.

1843: kubiek-meting van ruw zout (onmogelijk !)

Ruim 200.000 ondermaat >>zware boete.

Later pertinente weging 1924 overmaat.

Is Kubiekmeting onmogelijk ?

Klipzout bestaat uit bonken van 30, 40 of 60 pond: worden niet netjes opgestapeld.

Men kan juist niet een vierkante el nemen.

In de fabriek zijn hokken zo groot als de zaal van de Parlementaire Enquete.

Daar zitten zakgoten in voor de afwatering. Sommige delen zijn niet vol.

Inklinking door 8 tot 14 dagen of 2 maanden liggen.

Op het hok stellig een tekort. Soms is aan de voorzijde van de den het zout zwaarder dan van achteren of omgekeerd. Kubiek-meting onuitvoerbaar !!

Als de pekelbakken/kuipen vol zijn en alles stilstaat, dan heeft men geen ruimte.

Dus pertinente weging niet mogelijk.

De administratie gelooft bovenstaande opmerkingen niet.

Is  gebruik van Sondeerijzer mogelijk ?

Nee ! Verschil tussen vierkante bak of een hoeveelheid zout van 3 of 4 ellen hoogte > dan meer ( in het laatste geval) weerstand.

De ambtenaren der administratie gebruiken een vierkante bak van een kubieke el inhoud.

Besliste mening: Goede peiling kan slechts plaatsvinden niet zonder stilstand der fabriek.

Peiling bij de ondervraagde zoutzieder is niet door de controleur van Duijl geschied, maar door inspecteur Daendels, die later is terugeroepen en door controleur Brand vervangen.

De peiling door van Duijl bewerkstelligd heeft in 1839 plaatsgevonden.

Nieuwkamp (A.A.) zoutzieder flinke, knappe, slechte ?? jongen.

Inspecteur Daendels is zonder aanwezigheid van de eigenaar doorgegaan.

De peiling van kubiek-meting en pertinente weging heeft meer dan 1 maand geduurd.

De Pekel had men scheikundig moeten onderzoeken; onderzoeken niet wetenschappelijk.

De vochtweger was van geen waarde.

Het beste grove zout win ik als de loog niet al te zuiver gemaakt is.

Klaringspan dient alleen om de zieding te bevorderen; om terwijl men de pan waarin gezoden wordt, uithaalt  dadelijk warme pekel bij te laten lopen.

1843: Had de Administratie nog niet het recht de fabriek tijdens de peiling te laten stilstaan.

Is er een scheikundig onderzoek aangevraagd ?

Geleibiljet

Laat passeren enz. mits bij de uitslag gevisiteerd, terwijl de visitatie bij de inslag steeds moet plaatshebben !!

Vervoert men met zulke biljetten dan zijn er 200 ambtenaren noodig om aan al die kleine winkeltjes voor elke 25 pond te laten aftekenen.

Het facultatieve van de wet is een bezwaar.

Je kunt dan een andere route nemen: afleveraar moet bewijs geven.

Voor kleine hoeveelheden nutteloos en heel duur.

‘Nachts vaak geen ambtenaren; de gedelegeerde een barbier: die is weg als je hem nodig hebt ??.

Bij gemis van een handtekening: boete.

Nieuwe wet: achteruitgang door de verschrikkelijk formaliteiten.

Er wordt wel minder gesmokkeld in de richting van Zwolle en Deventer. Tengevolge van de bepaling dat slechts 1 pond vrij mag worden overgebracht.

In Friesland is de rijzing van de prijs beduidend hoog.

Debiet is toegenomen.

Ja, er wordt tegenwoordig niet zoveel uit Hannover en Oostfriesland in de Achterhoek binnengesmokkeld. De prijs zou nog veel hoger zijn geweest als de prijs van het klipzout niet was verminderd ten gevolge van een contract door mij en andere medefabrikanten gesloten.

Ook zijn de vrachten niet bijzonder hoog geweest

17 maart 1853.

16 maart 1853

Verhoor van Hannema: zoutzieder te Harlingen.

Belasting bij de inslag moet gepaard gaan met eenige controle binnen ’s lands.

Maar de belasting is nu zo hoog : 9 gulden voor 100 kg. Dat oneerlijke fabrikanten er gebruik van maken.

Fraudes mogelijk; enigszins, maar moeilijker dan vroeger.

Hoe ?

Wanneer men veel fijn zout fabriceert, behalve van Frans zout, dan kan men in weerwil van de opheffing der kortingen en de belasting van het zeewater eenige, hoewel geringe overmaat krijgen.

Fijne zoutsoorten vooral in Friesland Overijssel en Groningen.

Er wordt wel eenig kaaszout gemaakt en ook voor Holland wordt nog een grovere soort van zout gefabriceerd.

De grove soorten worden het meest in de meer zuidelijk provincien gemaakt.

Fraude van de overmaat:

In Holland heeft bijna ieder zoutzieder een pakhuis van veraccijsd zout op een anders naam

Gewoonlijk op een kleine afstand van de keet.

Als er weinig surveillance en er meer dan een ½ uur tijds is op het biljet dat ten geleide strekt van de veraccijnsde tijd, is het mogelijk een tweede vervoer te laten plaatsvinden.

Hoe is het gesteld met smokkel aan de oostelijke grenzen na 1852 (juli).

Veel minder, behalve in de winter toen de armoede vermeerderde.

N.B. Voor de invoering van de bestaande wet werd in Friesland zout gedebiteerd uit het zuiden van het Land. Welke prijs. Tot de prijs van f. 5.90 per zak van 50 kg. Franco en veraccijnsd bij de grossier aan huis, werd het door de Zuidhollandse en Zeeuwse zoutzieders geleverd: een prijs waarvoor geen eerlijk fabrikant met voordeel leveren kan.

Na 1 juli 1852 is het debiet verminderd c.q. helemaal opgehouden: de prijzen van geraffineerd zout met 15 procent verhoogd, zonder accijns.

Debiet uit Zuid-Holland en Zeeland zeer groot. Geleibiljetten: een moeilijke zaak.

Wat de verificatie betreft: niet.

Vrijdommen:

Voor landbouwers. In Friesland ook wel landbouwzout , maar niet in grote mate: geen vrijdom. Ook zout om hooi in te zouten. Niet meer dan 50 kg,die zij veraccijnzen.

Leerlooierijen en vellenblooterijen die gebruiken ongeraffineerd zout, vooral St.Ubes zout en vermengd met tabak en dierlijke olie

Invoer van ruw zout; thans uit het zeeschip gewogen en in ligters of afgesloten lokalen gebracht. Bij eerlijke ambtenaar, en als ’s avonds wordt afgesloten, als de lossing van de dag afgelopen is.

Vraag: Ingevoerd ruw zout  is 3 vrije dagen ter beschikking van de administratie. Is dat voldoende

Antwoord: Dat ligt aan de inrichting van de fabriek en welke praktijken.

2 tot 3 miljoen gulden belastinggeld is er nodig.

De Hollandse en Zeeuwse kust : 20 grote en kleine zeegaten >> veel sluikerij. Belgie heeft dat niet.

Surrogaten: er zijn surrogaten die werkelijk zuiver zout geven.

B.V. bij chloor en de soda: de prijs is minder dan de accijns op zout bedraagt.

De Accijns : en waarde aan zout van 3 gulden en een accijns van 9 gulden voor iedere 100 Nederlandsche ponden.

Peilingen zijn mogelijk. Bij grof zout moeilijk.

Wel eigenaardige moeilijkheden bij grotere fabrieken.

Vierkante dennen en vierkante werkplaatsen vereist.

Kubiek-meting een goed middel, vooral voor fijn zout.

Bij grof zout voordeel dat het zout er niet door lijdt.

In Friesland jaarlijkse peiling.

In deze provincie minder vaak een aantal jaren.

Digtheid van het zout te bepalen door sondering.

Om grof zout te maken : zacht gestookt. Daardoor kan er meer uitgestookt worden, zodat er minder vuile pekel overblijft.

Door het langzame stoken kan het zout zich beter kristalliseren en zijn uit die moerloog of afgezoden pekel nog zoutdelen te krijgen die anders door de grootere hitte zich onmogelijk laten kristalliseren.

In Friesland : het grofste zout gebruikt men voor de vleeszouterijen; minder grof: voor kaas; het fijnste voor boter.

Wegen is slecht voor het grove zout.

Overmaten bij het maken van fijn zout.

Grof zout houdt lang zoveel water niet

Door de vroegere wet van 1822-1853 is  het aantal zoutziederijen verminderd o.a. in Harlingen.   Nu vernieuwing: nieuwe en grotere pannen >>> doelmatiger.

Onlangs een oude zoutziederij te Leeuwarden onder de vroegere wet 2000 gulden voor afbraak; nu 6000 gulden,

1) De vroegere overmaat o.a. opgelost door b.v. een zak die 50 pond moest inhouden, soms 8 of 10 pond meer inhield en dat de fabriek zich zodoende ontdeed van de overmaat.

2) Het dubbel gebruik van geleibiljetten

Verhoor van Louis Jacques Quarles van Ufford, zoutzieder te Haarlem sedert 1826

Belgie : belasting bij inslag met vrije circulatie binnen  ’s lands van het geraffineerde zout.

Ons stelsel voor de belasting beter, met het oog op de sluikerij aan de kant van Pruissen.

Aan de zeezijde gevaar van clandestiene invoer van ruw zout.

In de laatste tijd juist aan de kant van groningen en Friesland het meest gesmokkeld.

Voor de wet van July 1852 veel misbruiken door goedkoop geraffineerd zout uit Engeland.

Voorbeeld: bij de aflevering voor 1851 veel overmaat. Een zak van 50 pond bevatte soms 8 of 10 pond meer. Zo was de overmaat gedekt. Er was slechte controle van alle zakken in een drukke keet. Ook dubbel gebruik van geleibiljetten.

Het biljet werd teruggezonden : op hetzelfde biljet een tweede partij, waarvan wij de impost zouden delen. Dan de 2e partij niet. Zooals gewoonlijk met de schuit van 6 ure ’s ochtends, maar die van 6 uur ’s avonds. Op het biljet alleen het uur vermeld, niet de tijd van de dag.

Nu veel moeilijker geworden.

De termijnen van vervoer veel korter, van keten naar bestemming.

Nu verplichting van verificatie bij de inslag en de uitslag en daarbij tussen-afstand en tussentijdsbepalingen. Is dat mogelijk ?

Ja, voor een partij zakken wel, omdat men een enkele zak kan nawegen.

In de slachttijd alleen langs de rivieren naar Overijssel met beurtschepen, die over het IJ en de Zuiderzee op de IJssel varen.

Waar worden de geleibiljetten geverifieerd te Kampen, Zwolle, Wijhe, Olst, Zutphen enz. Op welke tussenplaatsen ? Weet niet.

Fraude bij inslag van het ruwe zout : zeer moeilijk.

Nu: dubbele weging met verpligte opslag in afgesloten localen en lichters.

Alleen bij keeten die in zeeplaatsen zijn gelegen en dan door geheel en al ongedekte inslag uit zee.

Hoe zich daarvan te ontdoen ? Door overmaat op de zakken. Echter nu nauwkeuriger controle.

Welke zoutsoorten : Grove en het fijne. De laatste het meest.

Gebruikt U zeewater ? Nu niet meer,iedere keer moet het geverifieert worden; daarom gebruik nagelaten.

Geen overmaat, wel enige ondermaat door doorslag.

Klacht dat de belasting te hoog is.

Vrijdommen:

Weinig misbruik door streng toezicht van de commiezen met de verificatie belast. Wel van vermenging gehoord met zand en asch voor het beestenvoer. Dat gemakkelijk weer goed te maken.

Vermenging  van het zout met tabaksstelen en dierlijke olie ? Nee meestal met zand.

Alleen korting op het Fransche zout, maar dat gebruik ik al 4 tot 5 jaar niet ! omdat de prijzen te hoog zijn.

Hij gebruikt alleen klipzout .

St.Ubes enz. Kunnen die met succes geraffineerd worden. Nee, de prijzen zijn te hoog.

Vochtweger: wel geschikt voor pekels van dezelfde gehalte, maar waarin vreemdsoortige bestanddelen zitten > verschillende aanwijzingen. Dat geldt vooral voor pekel uit een gradeermachine en met pekel van klipzout.

Proefondervindelijk bezig geweest met een vat van 32 of 33 pond zout; dan gebeurde het wel dat het op een onsje of half-onsje niet uitkwam!

Zijn er bepaalde soorten pekel waarin de vochtweger minder goed aanwijst ?

Ja , pekel die in de pekelbak gekomen is, nadat zij 2 tot 3 maal gestookt is.

N.B. Wij laten om de drie of vier pannen de pekel gelijk wij het noemen verversen en dan gaat de pekel weer in den algemeene bak en geeft eene opborreling. Dan wel verschil.

Het middel van peiling van de wezenlijke hoeveelheid zout.

Het grove zout lijdt er onder omdat het in mindere of meerdere mate kan breken.

Kubiek-meting>. Voordelig, omdat het zout er niet onder lijdt en kost minder tijd dan bij weging.

Alle dennen, pannen en bergplaatsen zijn opgenomen als ze leeg waren door commiezen en nagemeten. Werkplaatsen: pekelputten enz.

Als de den groot is, kan er verschil ontstaan i.v.m. de zwaarte van het zout. Oplossing: een vat nemen met zout dat erligt. Bij grote den wel verschil, omdat de onderste lagen meer gepakt zijn. Bij bezwaar nog altijd pertinente weging te vorderen.

Bij peiling : overmaten declareren als de peiling niet nabij is ! Zo niet, dan niet declareren, want de ambtenaren kunnen het zelf constateren.

Dat betreft het Saldo van overmaten en ondermaten.

Eigen debiet vermeerdert sinds July 1852.

Waarom?

Omdat ik op dezelfde prijzen gebleven ben die ik had, en mijn beide buren die vroeger goedkoper waren, hebben terstond de prijs opgeslagen.

Hoe ? Dat komt door de kosten van vervoer; ook die zijn van buiten de stad voor hen en voor mij gelijk

Vraag: Kwam er ook van buiten de stad vreemd zout te Haarlem tegen goedkopere prijzen ?

Ja voornamelijk van de fabrieken van Alkmaar en elders.

16 maart 1853

Van Hall

Van Nispen van Sevenaer

Blussee

Poortman

D.Veegens griffier

Verhoor van Florent van Wageningen, gewezen zoutzieder

Bij Engels klipzout is geen ondermaat te duchten. Geeft 100% rendement

Korting:

Is voor sommige zoutsoorten voordelig voor ander nadelig.

Korting voor boterzout is voordelig. Dat is fijn geraffineerd zout.

Wel eenige korting nodig voor het fabriceren van grove soorten.

De fabrikant moet nu om zijn rekening te dekken fijne zoutsoorten stoken en die voor mindere prijzen verkopen.

De vochtweger is ondoelmatig. Kan er niet goed keukenzout mee wegen.

Want onbruikbare pekel wijst ook veel graden aan !

Hebt U peilingen meegemaakt ?

IK heb die in mijn jeugd gezien, en zoals ik zoeven zeide : er was geen einde aan de massa’s vocht die verplaatst moesten worden.

Brak fabriek af bij overlijden van een oom, opgehouden door de wet van 1822.

Moest zaken overlaten aan derden. Ongelukken mogelijk.

Door de hoge vloed van 1825 is er veel ruw en geraffineerd zout verloren gegaan.

Er was voor hem te weinig ruimte voor creativiteit.

De wet vordert de afsluiting per 1 januari ; het meeste debiet is in de periode  sept-november.

Door springen van een bak of door een ongeluk met een pan : straf 10 dubbele impost ??!

Misbruik:

Omdat er zo goedkoop mogelijk verkocht moest worden. In Dordrecht waren heel veel zoutketen die voor Duitsland werkten.

Dat hield op >> daar kwam de klad in.

Hopelijk meer debiet in het binnenland.

Vraag: het debiet naar de Rhijnprovincies verminderde. Hoe kwam dat.

Naar Keulen geweest om leverantie aan te nemen voor de Pruisische Rhijnkwartier.

Ingeschreven voor de gezamenlijke zoutzierders van Dordrecht. Maar het is gegund aan de Pruisische zoutziederijen, die aan adellijke families toebehoren, en dat ging bij protectie, onverschillig of de prijs meer of minder was. De prijs waarvoor de leverantie gegund werd, iets hoger dan waarvoor wij hadden ingeschreven, maar dat kwam er niet op aan.

Sedert zijn er eene menigte van zoutfabrieken hier te lande afgebroken.

Door de nieuwe wet kunnen grote fabrieken beter uitscheiden. Daarentegen kunnen er kleine fabrieken en neringen op kleine plaatsen geboren worden.

Voor de industrie in het groot, wanneer die op loyalen voet gedreven zal worden, kunnen er niet dadelijk mensche met de benodigde kapitalen gevonden worden.

Maar degene die op een kleine binnenplaats geen groot debiet kan vinden, kan daar echter wel eene zoutkeet in het klein oprichten en daarmede eenig voordeel halen door zijn plaaselijk debiet, evenals dit het geval is met bierbrouwerijen.

18 maart 1853

Verhoor van J.A. de Fremery, lid van de 2e Kamer.

Voor Belgie zijn er vanuit zee 2 toegangen : Oostende en de Wester-Schelde.

Ons land ligt vanuit zee “overal “open.

Bij ieder zeegat >> alleen de voornaamste waterweg betond en bebakend.

Daar alleen is men waakzaam en is er toezicht.

Op een aantal punten kunnen grote en kleine vaartuigen bij nacht en ontijden vrij binnenkomen.: de Zeeuwse stromen, de Wadden, de wateren tussen de eilanden door.

Veel smokkel; niet alleen van klipzout maar ook van geraffineerd zout.Langs de stranden. Al in de Frans tijd (1808-1812) zelfs kantoren voor de smokkelhandel in de zeedorpen

In de tijd van 1808-1812 heerste immers ten aanzien van het zout het stelsel van belasting bij de uitslag ?

Andere goederen zijn gemakkelijker te vervoeren; maar de winst op binnensluiken van zout is betrekkelijk groter, daar dit zonder accijns bija geen waarde  heeft,

Het geraffineerde zout in Engeland  is reeds 4 schilling per ton lager geweest dan het ruwe klipzout. Dat kostte een gulden per 100 pond, terwijl de prijs van het geraffineerde zout was 80 cent per hondert pond.

Er was slechts een waarde van 80 cent nodig om f. 9,11 te kunnen profiteren.

Met een zeer klein risico kon men aldus zijn kapitaal 11 maal verhogen.

Daarenboven wordt het geraffineerde zout in Engeland thans meestal gedroogd in vormen, zodat  het vierkante blokken van 110 of 120 Engelse ponden vormt, die zo vast ineen zijn, dat zij uit elkander moeten worden geslagen.

Vraag: Gevaar van meer insmokkeling van geraffineerd dan van ruw zout . Ja.

Zou confiscatie van het schip niet beter zijn bij herhaling ?

Bezwaar : lichters worden er gebruikt die weinig waarde hebben.

Er komt b.v. een stoomboot binnen doe 6 tot 8 platboomde lichters sleept beladen met zout.

Aan de Engelse kust gebruikt  men lichters die bijna niet boven het water uitkomen, die alle kleine boeien hebben; komt er gevaar dan laat men het anker vallen. En blijft de lichter alsoo daarvoor liggen, kenbaar aan de boei die naderhand het opsporen gemakkelijk maakt

Accijns:

  1. Nodig verbetering van de wet op het stuk der kortingen en de belasting van het Zeewater,waardoor de overmaat in de zoutziederijen ophoudt.
  2. Een betere controle op het vervoer binnenlands. Men gaf biljetten om de uit de wet voortvloeiende overmaten zonder betaling van accijns uit te slaan

Controle onmisbaar: is het enige middel om te beletten dat het zout dat heimelijk ingevoerd is, in consumptie gebracht wordt.

Ophouden der werking van de heilzame maatregel omtrent de verificatie van het van het vervoer op bepaalde afstanden, vermeerdert de sluikerijen. Dat is de schuld van de onafhankelijke rechtbank.

Verificatie is mogelijk nu, geeft wel wat belemmering. Soms force majeur door weer en wind.. Ook wel soms een ½ uur wachten.

Ook moeilijkheden door tegenwind of ongunstig getij

Daarbij kan een verklaring van de schipper gebruikt worden.

Is er niet meer controle nodig op de inslag van ruw zout in de fabrieken ?

Oplossing: geen andere lossing van ruw zout zou mogen plaats vinden dan in lichters en niet onmiddellijk in localen binnen de keet gelegen.

Op plaatsen waar anders zeeschepen kunnen gelost worden: de lossing in lichters voor rekening van het Rijk, als behorende tot de eerste kosten van verificatie.

Suggestie: te laten lossen in geijkte schepen.

Zo goed dat een verbod van een 2e weging heel nadelig is, maar deze facultatief.

Dus: gewogen in gerhijnijkte en het houden van een nadere weging bij de wederuitlading facultatief.

Bezwaren voor de eerlijke fabrikant ?

Nee : de belasting 9 maal zo groot als de waarde van de grondstof in het belang van schatkist en fabrikant.

Meer controle : nog meer opbrengst ? Ja.

De hoeveelheden van heimelijk ingeslagen zout is van veel meer belang dan de overmaten.

Vermenging van zout

Volgens de Belgische wet moet het zout reeds in de fabrieken zelf vermengd worden, zodat het er niet meer als zout uitziet.De gebruiker doet dat hier en er kan van afgenomen worden wat gecompenseerd wordt.

Dierlijke olie helpt niet: het zout kanweer opgesmolten worden. Dat kost 4 tot 5 gulden per honderd pond.

Doch als men 9 gulden kan winnen ?

Ook azijn  is er uit te halen.

Verliezen

Er zijn gewone en buitengewone verliezen. Gewoon verlies wordt ruim vergoed.

B.V. Uit honderd pond klipzout >> 102 pond goed geraffineerd zout.

Daar zijn niet meer waterdeelen in dan tot een bedrag van 4 ½ cent.

Een lek  -- een buitengewoon verlies door het losspringen van 1 of meer bouten.

18, 24 tot 36 uren zijn nodig om een pan te laten leeglopen.

Een lek in de pan, komt meestal eerst in de stookplaats.

Het fijne zout is zeer gemakkelijk meer waterhoudend te maken dan het grove zout.

De wetgever meent dat het geraffineerd zout meer water bevat dan het werkelijk doet.

Dat geldt ook voor het klipzout.

Zijn door afschaffing van de kortingen de prijzen gerezen ? Ja.

Er zijn “andere “zoutzieders die vroeger den zak van 50 Nederlandse ponden voor 80 cent verkochten, nu f. 1.35 vragen buiten de accijns.

Niet alleen door afschaffing van de kortingen, is er vermindering van fraude veroorzaakt.

De vochtweger heeft bezwaren als pekelweger, maar is voldoende . Echter niet geschikt voor zee-of gradeerwater, omdat daarin te veel vreemde bestanddelen zijn.

Bij inslag van zeewater daarom een korting van 20%.

Bij grof zout moet de verificatie bestaan in een pertinente weging.

Grof zout wordt er iets minder van in kwaliteit. Fijn zout > beter.

Het wegen van onze keet, die vrij groot is, heeft 4 weken geduurd, en wel met medewerking.

Bij de huidige wet is peiling verplicht en moer de fabriek stilstaan.

Bij opneming van pekel komt de vochtweger te pas.

De onzuivere pekel waarop de vochtweger niet kan worden toegepast, heet vuile pekel of moerloog.

Die kan niet goed gewogen worden.

Scheikundig onderzoek is nodig.

Er zijn chemische preparaten waarvan weinige druppelen in de pekel geworpen doen zien, van welke aard de pekel is.

Duur klipzout met zoet water raffineren >> dan ontstaat er geen moerloog.

Als men zeewater gebruikt, dan bekomt men moerloog >> veel vreemde bestanddelen in het zeewater.

Bij gebruik van zeewater gemakkelijker bewerking en zuiverder kristallisatie.

Men haalt de dure transportkosten van zeewater er uit.

Er wordt vergoeding verleend bij gedwongen stilstaan.

Ieder fabrikant heeft altijd zout voor langer dan 1 maand: zout deugt niet, voordat het 6 weken gelegen heeft.

Goed zout wordt niet afgeleverd dan nadat het 3 maanden heeft gelegen en  alle pekel is uitgelekt.

Schadevergoeding : 180 tot 200 gulden per dag.

De meeste keten in de winter 2 tot 3 maanden stil of langzaam doorwerken omdat het kristalliseren bij grote koude minder goed gaat.

Ook meer brandstoffen nodig.

Verplaatsing van het aanwezige pekel bij peiling in lichters, als er geen plaats is.

Een klaringspan ===   Ziedpan.

In de fabriek van de Fremery wordt het ruwe zout in de fabriek niet in bergplaatsen of pakhuizen opgelegd maar dadelijk in de smeltkuipen.

Dat gebeurt bij hem, maar ook (alleen ) bij de heeren G, van Hoogstraten en Zoon (gedeeltelijk )

Hoe handelen met het slijk in de smeltkuipen ? Slijk uitspoelen met zout water.

Belastingen

Geen vrijdommen.

Alleen peiling bij hen die doorlopend crediet hebben.

Voorstel: de omtrek 1000 ellen om elke fabriek onvrij territoir.

Verbod van grote nederlagen van zout, ongedekt door biljetten ? Nee

Te veel bureaucratie.

In 1819  Commissie ter herziening van het belastingstelsel.

Grote voordelen van de wetgeving op de zoutaccijns dat de fabrikanten in hun nijverheid geheel onbelemmerd bleven.

Stelsel van belasting dat in- en uitslag moeten zijn gedekt door een biljet. Dan is niet meer de nijverheid, niet meer de zoutzieder, maar de handelaar in zout die getroffen wordt.

Er moet dikwijls gewacht worden op de ambtenaren. Dus belemmeringen, ja ook zelfs op winkeliers die zout uitslaan.

Het ligt in ons gehele stelsel van belastingen dat in- en uitslag moeten zijn gedekt met een biljet. Niet meer de nijverheid, niet meer de zoutzieder, maar de handelaar in zout wordt getroffen.

Bij het heffen op suiker, vindt de belemmering bij de uitslag niet plaats.

Daarmee kappen ? nee: heimelijk zal er uitgeslagen worden.

Steunt heimelijke uitslag niet op heimelijke inslag ? Nee Heimelijke uitslag gebeurt vanwege het voordeel van terugbetaling van accijns. Vrije uitslag met termijnen van crediet.

Voor de handelaar wel ??

Geheel ons accijns-stelsel is gebaseerd op betaling bij de uitslag.

Termijnen van krediet zijn allergevaarlijkst voor de schatkist bij een artikel waarvan de accijns 9 maal meer bedraagt dan de waarde van de grondstof.

Bederf van de kwaliteit van het zout door te vroeg te verkopen >> sneller geld.

Doorlopend crediet > zoutzieder is ook verplicht crediet te geven aan degen die zijn zout opkoopt.

De zoutzieders geven maar 2 maanden crediet terwijl het Rijk zes of zeven maanden crediet geeft.

Verificatie van zout bij de inslag is niet bezwaarlijk voor de zoutzieders: alleen grote partijen en alleen voor ruw zout : de administratie vordert ook verificatie bij inslag.

De Ontvanger bepaalt nu voor de aangever dat de aangevraagde tijd niet geschikt is, bb.v. omdat er geen ambtenaren beschikbaar zijn.

Toeneming van gebruik van zout door belastingverlaging niet reeel . Het gaat om behoefte.

Vermindering van de belasting: groot nadeel voor de schatkist.

Zout voor beestenvoer > niet extra groter.

Er zijn fabrikanten die zeer tevreden zijn met de huidige wet. Meer debiet >> meer winst.

Ieder doe vroeger niet ontdoken heeft, nu groot voordeel. In Utrecht, Friesland en Groningen >> de fabrikanten zeer tevreden !!

In Belgie : het zout mag niet worden ingeslagen dan in bepaalde lokalen. Daarna mag het niet worden ingeslagen in de dennen, dan telkens in tegenwoordigheid van de ambtenaren die ook moeten zijn bij het overbrengen in de kuip. Daar zijn meer bepalingen die de fabrikant in zijn fabrieb zeer belemmeren.

Verhoor van A. Hoogendijk Jz zeehandelaar te Vlaardingen

Tot 1822 een stelsel dat net als Belgie het zout alleen bij de invoer belastte.

Smokkel heel moeilijk. Gevaar is veel te groot ?? Vissers durven niet.

Voor grote vrachten veel diepgang nodig.

Vraag : Platboomde schuiten ? Getrokken door stoomschepen.

Visserij nu met meer vrijheid : duurder uit, want men moet nu het zout in lichters overladen en daarvoor moet betaald worden.

Zeehandelaar >> tekort >> alleen betalen wat hij werkelijk heeft en uitslaat.

Misbruiken bestaan er bij de vissers.

Het product : bij knoeierij minder waard..

Wanneer de visserij 3 ton zout , ter waarde van 30 gulden verkoopt, wordt daardoor aan de reder wel een schade van 100 gulden berokkend.

Gebruik van zout

Grof zout, zout van St. Ubes, van Lissabon en van Cadix.

Geen geraffineerd zout ? Nee, weinig

Vraag: Is ongeraffineerd zout dat de vissersschepen meenemen ook geschikt voor menselijk gebruik ?

Ja, om aardappelen te koken, om spek en vleesch te zouten. Ook voor Oost-en West-Indie.

Vrijdommen: vrij zout voor de visserij werd vroeger rechtstreeks in tonnen afgeleverd  en het meetloon verviel dus, maar tegenwoordig heeft men zes gulden aan meetloon en zes gulden aan draagloon per 18.000 pond te betalen >> 12 gulden aan kosten.

Moet de visserij extra betalen

Directe verificatie , dus dadelijk >> is kostenverlagend:

!! dus geen 3 dagen extra wachttijd.

Kortingen:

Voorbeeld : zouthandelaar slaat 200.000 pond in en slaat er 20 tot 30 partijen uit. Dat zout is onderussen verpekeld. De raffinadeur kan die pekel opvangen en er weer zout van maken.

Dat kunnen  wij niet nadeel: geen vergoeding.

1% korting voor lekkage is voldoende per maand . Verpekeling blijft een probleem.

Het probleem van de verekeling in schepen en pakhuizen  >>> verlies

De zeehandelaar vraagt 1% per jaar.

Het zout eenmaal naar zee gezonden ondergaat op het schip een vermindering. Het ondergaat op zee zo’n vermindering , dat het wel 2 maanden nodig heeft om weer te komen tot de staat, waarin het moet wezen.

Blussee: vraag: In welk soort van zout drijft gij handel als zeehandelaar ?

In Portugees zout.

Waarheen gaat de handel ? Veel naar Noord-Brabant. Daar wil men voor de 100 ponden accijns die men betalt ook honderd ponden zout hebben, even als men, in eenen winkel koopende , zijne volle maat verlangt. Maar ! Hoe kan men 100 pond geven, als men geen 100 pond heeft overgehouden.

Prijsverhoging werkt niet !

Vraag: Wordt door de fabrikanten het door U bedoelde ruwe zout niet verwerkt ?

A: Nog niet

In Portugal 1500 rees per mooi  ( 25 mooi maken 18000 pond Ned.)

Vaste prijs. Het vrije stelsel is nu ook tot Portugal doorgedrongen >> prijs naar goedvinden.

Daar is ten gevolge daarvan het zout voor 50% minder te kopen dan vorig jaar.

Door toedoen van de Minister van Financien : de voorrechten van andere natien hebben wij ook verkregen in 1853.

De prijs van het klipzout moet zich, nu wij in de gelegenheid zijn, zo goedkoop het St.Ubes zout te erlangen, zich enigszins daarnaar regelen.

Het Portugese zout zal nooit met het Engelse kunnen concurreren, tenzij het StUbeszout veel goedkoper kan afgezet worden, want er zijn daarin meer vochtdelen dan in het klipzout, dat niet uit zeewater is voortgesproten.

Een verlies van 2200 pond op een hoeveelheid van 200000 pond.

Teelt: van February of Maart tot aan het einde van het jaar.

Over het opvangen van pekel

In een zoutziederij: alles wat zich concentreert lekt naar een punt>> daaruit pekel geschept om er zout van te maken.

Een zouthandelaar heeft een algemeen pakhuis; de pekel druipt door al de reten van de zolder; men kan die niet opvangen en zoo men het al kon, die pekel zou de zouthandelaar niet van nut zijn.

Vraag : Gaat de grossierderij achteruit ?

A:  Weet niet.

Vroeger was er meer menschelijkheid bij de ambtenaren, zonder dat men misbruiken toeliet.

Bij pakhuizen ook kubiekmeting.

Slechts approximatief: acteraan meer dichtheid vanwege de langere tijd van liggen.

Weinig metingen . 22 april 1853

Verhoor van H. Kruyff, zoutzieder te Rotterdam

Voorkeur voor het Belgische stelsel mits genoegzame  controle bij de inslag.

Vraag: Werd er veel gesmokkeld  onder het stelsel dat tot 1852 heeft bestaan ?

Vooral met behulp van mindere ambtenaren zowel bij de inslag als de uitslag.

Niet te bewijzen. Overmaat belangrijk. Zonder hulp van ambtenaren grote fraude niet mogelijk.

Het geleibiljet ; 11.00 uur ambtenaar  11.30 uur kans voor tweede partij

Overmaten belangrijk. Van 1838-1849 voor onze fabriek een bedrag van ongeveer 36.000 gulden.

Waarom fabriek laten varen ?

Omdat ik niet met andere raffinaderijen kan concurreren die het zout goedkoper verkochten dan ik kon.

Reden : sluikerij ! Vooral na 1842 sterk toegenomen.

Over peilingen : als de peiling niet plaats heeft met pertinente wegingen, levert deze nimmer een zekere uitslag op.

Het grove zout lijdt door pertinente weging >>> aanmerkelijk.

Fijn zout verbetert niet, maar geen groot nadeel.

Stilstaan van de fabriek zeer nadelig; vooral midden in de week> voor grof zout.

In het laatst van het jaar is de schade groter. In het laatste half jaar is er minder voorraad.

Dan de meeste afleveringen en de voorraad gering.

Volgens de huidige wet bij stilstaan der fabriek wegens peiling een schadevergoeding van 2 gulden per dag voor elke 50.000 pond geraffineerd zout die de fabrikant in het vorige jaar heeft uitgeslagen.  Genoeg ??

Bij veel fijn zout is de schade niet groot.

In een fabriek met 5 pannen met grof zout nadelig.

Gemiddeld >>> een redelijke vergoeding.

Schade bij grof zout is groot. Bij fijn zout niet.

Er ontstaat direct fijn zout bij zekere warmtegraad.

Grof zout >> door de tijd ontstaat het langzamerhand.

Door stilstand   wordt het proces verstoord en ontstaan allerlei soorten door elkaar.

Vraag: Hoe lang moet er gestookt worden voor grof zout ?

A: ongelijk.

Stookt men bij voorbeeld kaaszout, dan moet men zeer lang, soms wel 3 weken stoken.

Stookt men licht fijn zout dan loopt dit wel in 3 tot 4 etmalen af.

De Belgische wet heeft de voorkeur, in het belang zowel van de schatkist als van de nijverheid.

15 april 1853.

Ga naar boven