WIE WAS PLOONTJE?
Joris Dingemanse (in Arnemuiden beter bekend als
Ploontje) was de zoon van Pieter Dingemanse en Jacomina Johanna
de Troye, geboren te Arnemuiden op 13 februari 1867, visser en
scheeps(model)- maker, overleden te Middelburg op 10 januari 1951,
83 jaar oud.
Hij is getrouwd te Arnemuiden op 17 september 1887
op 20 jarige leeftijd (1) met Clasina de Nooyer, 20 jaar oud,
dochter van Lieven de Nooyer en Cornelia Kuypers, geboren te
Arnemuiden op 12 maart 1867, visleurster, overleden te Veere op
12 mei 1914, 47 jaar oud.
Uit dit huwelijk werden 18 kinderen geboren, 10
kinderen sterven al op vroege leeftijd.
Joris Dingemanse is getrouwd te Arnemuiden op 23
juni 1915, op 48-jarige leeftijd (2) met Grietje Adamse (46 jaar
oud), dochter van Cornelis Adamse en Neeltje Kramer, geboren te
Arnemuiden op 3 november 1868, overleden te Vlissingen op 4 juni
1927, 58 jaar oud. Grietje Adamse was weduwe van Jan de Nooyer (broer
van Joriss eerste vrouw).
Hij trouwt voor de 3e keer te
Middelburg op 14 juni 1929, op 62 jarige leeftijd met Maria
Pagter (57 jaar oud). Zij is een dochter van Cornelis Pagter en
Pieternella van Leerzem, geboren te Middelburg op 4 oktober 1871,
overleden aldaar op 9 mei 1940, 68 jaar oud.
Joris was visserman op de ARM-59, ARM-19, VE-16,
VE-12 en de VLI-22, en nog maar 18 jaar toen hij al schipper/eigenaar
was. Bekend is dat hij tijdens de Eerste Wereld-oorlog
nog visserman was van beroep.
Later heeft hij gewerkt als scheepstimmer-man,
scheepshersteller op de werven van Arnemuiden, Veere en
Vlissingen. Dit deed hij ook zelfstandig, bijvoorbeeld reparaties
op een schip.
Wanneer hij begonnen is met scheepsmo-dellen te
maken is niet met zekerheid te zeggen, waarschijnlijk is hij
hiermee al begonnen toen hij nog visser was wanneer ze vanwege
slecht weer niet uit konden varen.
In april 1938 is hij in Liverpool geweest. Lieven
Kusse heeft een foto van een model loodsschoener
waarbij staat: gemaakt voor Liverpool. In zijn paspoort staat hij
op de pasfoto met een model in zijn handen!
Het was dus bekend dat er in Liverpool ergens in een
museum 10 scheepsmodellen van mijn overgrootvader Joris
Dingemanse waren.
Op internet heb ik de website van het Merseyside
Maritime Museum opgezocht. Via een e-mail heb ik aan dit museum
gevraagd of zij in het bezit waren van deze modellen en zo ja of
zij fotos of kopieën van deze modellen op zouden willen
sturen, omdat Joris Dingemanse mijn overgrootvader was en mijn
oma Leuntje Meulmeester-Dingemanse (laatst levende dochter van
Joris Dingemanse) nu 101 jaar oud is.
Dr. Alan Scarth, curator van de scheepsmodellen,
antwoordde mij via een e-mail: Niet 10, maar 11 modellen hebben
wij in bezit, deze modellen staan zeer hoog aangeschreven om hun
kwaliteit en detail. Dr. Scarth heeft kopieën en fotos van
deze modellen en een catalogus van een tentoonstelling opgestuurd
over deze modellen welke was gehouden in 1958 in het Liverpool
Museum.
Aan mij heeft Dr. Alan Scarth gevraagd om details
over het leven van Joris Dingemanse, zoals wanneer hij was
geboren, of hij een visserman van beroep was of een professionele
modelmaker.
Van Lieven Kusse en Ome Jan Meulmeester (kleinkinderen
van Joris Dingemanse) heb ik gegevens en anekdotes verzameld en
opgestuurd naar Liverpool.
Van Ome Jan Meulmeester:
Grootvader vertelde na de Tweede Wereldoorlog aan
mij dat wij het maar gemakkelijk hadden met een motor aan boord.
Je hoeft dan niet steeds meer naar het vlaggetje in de mast te
kijken. Als ik nu nog zou varen en een schip had, dan zou ik twee
motoren in mijn schip laten zetten, 1 van voren en 1 van achter.
Want ik zou het niet kunnen hebben/verdragen als een ander mij
voorbij zou varen.
Er werd in Arnemuiden en Veere verteld dat zijn
hoogaars vreemd of raar gebouwd was. Ze waren op zekere dag aan
het vissen in het Geultje, waar nu ongeveer de Pijlerdam is.
Pettetje ( Klaas van de Ketterij) was ook aan boord.
Heel de vloot werd overvallen door slecht weer,
allemaal gingen ze voor de wind langs Colijnsplaat de Zandkreek
in naar Veere terug. Om het tegendeel te bewijzen dat zijn schip
niet goed was, zeilde hij op naar Vrouwenpolder om de plaat
Onrust (waar het behoorlijk kon spoken) heen het Veerse Gat in.
Ze kwamen behouden in Veere aan, daarna is er over zijn schip
niet meer geroddeld.
Sies Minneboo had rond 1914, 1915 al een motor in
zijn boot. Op het toot van Veere (hoofd / kade)
hoorde hij tersluiks, hij ving wat op van Minneboo, dat er wat te
buitenviel . Er liep weleens een schip op een bank of
iets dergelijks. Hij vertelde tegen zijn matroos Pettetje, morgen
gaan we zo vroeg weg naar het plekje. In ieder geval heel wat
vroeger dan Minneboo.
Toen Sies Minneboo de volgende dag de zeilhoogaars
van grootvader op de plaats waar wat te halen viel waarnam, zei
hij: Dacht ik het niet, dat verrekte ventje is ons voor. Joris
Dingemanse had de buit al binnen.
Ze waren aan het vissen, toen er eenklap water over
kwam. Gijs (Cornelis van Belzen) was door en door nat en had geen
droge kleren bij zich. Joris Dingemanse heeft toen een
paardendeken gepakt, deze rond de matroos gewikkeld en gaten in
de deken gesneden voor zijn armen en benen.
Zo is deze verder gegaan met werken. Joris
Dingemanse vertelde zelf later: Het leek wel meer op een beest
dan een mens als je hem zo aan het werk zag. En: schoon goed kan
je beter aan boord hebben dan in een kastje thuis.
Een keer was zijn mast afgebroken in de haven van
Veere. Hij ging zelf met de sleperswagen (malle jan) mee naar de
Houttuinen in Middelburg om een goed stuk hout uit te zoeken.
Weer teruggekomen in Veere legden ze deze op een paar schragen.
Hij werkte de hele dag door met een dissel, schaaf en een trekmes
met 2 handvaten, zelfs zijn eten moest bij hem gebracht worden,
totdat het hout rondgeschaaft was tot een mast. Dezelfde avond
stond de mast alweer in zijn schip.
Het is eens mode geweest dat de staarten van paarden
bij boeren ingekort en afgebrand werden. Hij was hier fel op
tegen en heeft hierop instanties aangeschreven dat dit
verschrikkelijk was. Hij is er zelfs voor naar Den Haag geweest.
Tenslotte een stukje uit de PZC van 1951:
Zoals wij reeds berichtten, is onlangs overleden de
heer J. Dingemanse, een bekend bouwer van scheepsmodellen. 134
modellen heeft hij tijdens zijn leven gebouwd, waarvan de meeste
een meter lang waren. In 1896 verkocht hij een van zijn mooiste
modellen aan een Engelsman, die er op de wereldtentoonstelling te
Chicago een eerste prijs mee verwierf. Voor 75 harde guldens had
hij het losgelaten. 17 typen voor zeil-en visserschepen heeft hij
gebouwd. In verschillende Nederlandse musea en in gemeentehuizen
zijn werkstukken en ze houden daar de herinnering levendig aan de
oude glorie van de Nederlandse zeilvaart in de 19e
eeuw. Veel vrienden heeft Joost zich in al die jaren
verworven. In allerlei tijdschriften werd er over zijn werk
geschreven.
J. Dingemanse woonde voor de Tweede Wereldoorlog op
een opgeboeide hoogaars, waarmee hij door heel Zeeland zwierf;
Arnemuiden, Middelburg (Turfkaai of Korendijk), Kortgene. Deze
hoogaars is in Wolfaartsdijk in de Tweede Wereldoorlog
gebombardeerd. Na de oorlog woonde hij op een houten lemsteraak,
ligplaats aan het Schorretje te Arnemuiden, waar men hem altijd
kon zien werken. Hij stierf midden in zijn werk.