Na de verwoesting van het dorp Arnemuiden door de
Spanjaarden in 1573 , waarbij ca. 300 inwoners werden vermoord en
velen (voorgoed) wegvluchtten, waren er nog slechts enkele
honderden inwoners van de ca. 2.000 overgebleven. Toen op 9 maart
1574 prins Willem van Oranje aan Arnemuiden stadsrechten
verleende begon onmiddellijk daarna de wederopbouw. Tien jaren
later, in 1584, waren er in Arnemuiden weer 280 bewoonbare huizen
Een voorzichtige schatting levert ca. 1.500 inwoners voor dat
jaar op, waarvan ongeveer de helft kinderen beneden de leeftijd
van 18 jaren. Als we nu uitgaan van ca. 750 volwassenen, dan is
het interessant te bepalen welk percentage van de bevolking nog
katholiek is gebleven en hoeveel gereformeerden er inmiddels in
Arnemuiden waren. Een geweldig hulpmiddel daarbij vormt het
lidmaten- en avondmaalsregister van de gereformeerde kerk. Op 29
april 1584 werd de eerste telling verricht van degenen die hun
belijdenis hadden gedaan of met attestatie van hun belijdenis uit
een andere gemeente in Arnemuiden waren aangekomen. In totaal
waren dat er 152. Dit betekent dat van de volwassen bevolking van
Arnemuiden ca. 20% ofwel 1 op de 5 belijdend lidmaat was.
Het aantal inwoners dat zich gereformeerd beschouwde
zal ongetwijfeld hoger hebben gelegen dan het aantal dat
belijdend lidmaat was. Niettemin moet de conclusie worden
getrokken, dat in 1584 de meerderheid van de Arnemuidse bevolking
nog de oude religie was toegedaan of erg onverschillig stond
tegen de nieuwe religie. Ruim 40 jaren later (in 1625) blijkt dat
ruim 90% van de bevolking van Arnemuiden gereformeerd was.
De reformatie heeft in Arnemuiden geleidelijk ingang
gevonden. Wel moet worden opgemerkt dat het vooral het meer
welvarende deel van de bevolking is geweest, dat als eerste tot
de gereformeerde godsdienst is overgegaan. Dit blijkt uit het
feit dat de meeste lidmaten in de Langstraat woonden, waar de
duurste huizen stonden.
Doordat alleen in de gereformeerde kerk kon worden
gedoopt en getrouwd en ook het onderwijs in gereformeerde handen
was, is na ruim een generatie de reformatie in Arnemuiden
voltooid geraakt. Opvallend is ook dat er in de archieven van
Arnemuiden geen bewijzen van geloofsvervolgingen zijn te vinden
en dat er ook geen dwang werd uitgeoefend, hoewel dit laatste
vanuit de kerkeraad wel meermalen is geprobeerd. Menigmaal botste
de kerkeraad met de baljuw als het om de verdraag-zaamheid jegens
de niet-gereformeerden ging. Echter kan worden geconcludeerd dat
er vanuit de kerkeraad nimmer meer dan (zachte) aandrang is
gebruikt om andersdenkenden tot de gereformeerde godsdienst te
bekeren.
Tot slot nog enkele opmerkingen over de
gepubliceerde lidmatenlijst (opgenomen bij de rubriek Bronnen).
Elke inschrijving is door mij van een volgnummer
voorzien. Wanneer er sprake is van een echtpaar of van een
ouder/kind-relatie heb ik het inschrijvingsnummer voorzien van
een letter. De tussen haakjes geplaatste tekst zijn aanvullingen
uit andere bron (de kohieren van de dubbele honderdste penning).
Vervolgens heb ik aangegeven in welke straat de lidmaten woonden
en in welk huis. De nummering van het huis is dezelfde als die
van mijn publikaties van de kohieren van de dubbele honderdste
penning uit 1584. Ten slotte heb ik aangegeven waar de lidmaten
eventueel vandaan kwamen en waarheen zij eventueel zijn
vertrokken.
Door nu deze lidmatenlijst te vergelijken met de
kohieren van de dubbele honderdste penning alsmede met het doop-
en trouwboek, ontstaat er een prachtig beeld van de samenstelling
van de bevolking van Arnemuiden in het laatste kwart van de
zestiende eeuw. Dat deze gegevens ook voor veel genealogen van
groot belang kunnen zijn is mooi meegenomen. Het uitgangspunt is
echter de sociaal-maatschappelijke verhoudingen in een kleine
Zeeuwse stad als Arnemuiden door het combineren van verschillende
bronnen inzichtelijk te maken. Juist door deze combinatie van
bronnen weten we nu veel meer over godsdienst, beroep en de
plaats in de samenleving van onze voorouders. Hierdoor zullen
eerder getrokken conclusies, welke gebaseerd waren op slechts 1
bron moeten worden herzien.