Inwoners

De overzichten met inwoners van Arnemuiden zijn opgesteld door Lieven van Belzen. Hij is in 2001 begonnen met het overzicht van 1947 en is daarna steeds verder teruggegaan in de tijd. Momenteel  is hij gevorderd tot het jaar 1830.
Voor het samenstellen van de overzichten heeft hij gebruik gemaakt van het bevolkingsregister en de lijsten voor de hoofdelijke omslag.
Via het submenu aan de linkerzijde zijn de overzichten te raadplegen.

Toelichting op de overzichten

1860
We gaan hierbij terug naar het Arnemuiden van ongeveer 150 jaar geleden.
Destijds was de Sloedam er nog niet, lag er dus ook geen spoorlijn en hadden we nog een open verbinding met zee, weliswaar een vaargeul waarin slechts schepen met geringe diepgang en opkomend tij of hoog water Arnemuiden konden bereiken, maar toch.
Het beste beeld van het stratenpatroon met behuizing die u zich van die tijd kunt schetsen is aan de hand van de plattegrond van onze “smalstede” uit 1574 als u daarbij de wallen en poorten wegdenkt (een maquette hiervan kunt u bewonderen in ons museum).
Kleverskerke was met grondgebied sinds een paar jaar (1857) bij Arnemuiden gevoegd.
De “exodus” van de vissers naar Vlissingen en Veere (2 x Brouwershaven) had nog niet plaats gevonden, die begon namelijk pas een paar jaar na de  afdamming van het vaarwater in 1870.
De hier onderstaande gegevens  komen uit het  bevolkingsregister van 1861 –1880.
Bastiaan de Lange polder en/of Calandpolder werd niet gebruikt, in plaats daarvan gebruikte men de benaming Oranjeplaat.
Opmerkelijk is dat de bewoners daar in die tijd op enkele uitzonderingen na als rooms-katholiek stonden ingeschreven. Vreemd is dit niet, want de enige landbouwer was van dezelfde religie. Zeker in die tijd gold “wiens brood men eet, diens woord men spreekt” en dat gold met name ook voor het geloof.
A-nummering is Langstraat en Westdijkstraat.
B-nummering is Noordstraat en Nieuwstraat.
Tevergeefs zult u de Roomsche straat (thans Schoolstraat) en de Lionstraat zoeken. Ze behoren beide bij de B-nummering van de Noordstraat. Slechts in 3 gevallen wordt de Lionstraat aangeduid als Jan Leeuwertje (in vroeger eeuwen Jan van Leeuwenstraat), en Roomsche straat wordt in het geheel niet genoemd. Toch stonden er een paar huizen, dat blijkt namelijk uit de namen van de bewoners. U komt ze wel tegen in de kolommen hieronder.
Ook het schorretje wordt niet genoemd, het behoort bij de C-nummering van de Zuidwal, vervolgens de Westwal en dan verder het buitengebied van Arnemuiden inclusief Oranjeplaat.
Kleverskerke en het buitengebied hiervan is de D-nummering.
Het komt misschien enigszins vreemd over dat aan de overzijde van het vaarwater ook de D-nummering werd gebruikt, maar dit rest nog uit de tijd van vóór 1857, de Nieuwerkerker polder en de Susanna polder behoorden toen nog bij de zelfstandige gemeente Kleverskerke.
De Oranjeplaat daarentegen behoorde reeds vanaf de inpoldering bij de gemeente Arnemuiden, vandaar de C-nummering aldaar.

1880
Nieuw boek Bevolkingsregister 1880.
Bevolking 1775 zielen (opgave kohier hoofdstedelijke belasting).
Evenals 1890 was het ook weer een hele puzzle om alles op een rijtje te krijgen. De foutieve straatnaam/nummers waren legio, met name de A en B-nummering in de oude kern gaf nogal wat problemen. Aan de hand van de gemeentelijke omslag is er nog wel wat te checken maar helemaal kloppen zal het niet.. Laten we aannemen dat in ieder geval de straatnaam goed is, voor de huisnummers sta ik niet in. De Zuidwal en Westwal (C-nummers) gaven minder moeilijkheden. Het Schorretje (nu Arnestraat) wordt niet genoemd en hoort bij de Zuidwal .
De oorzaak is dat de ene keer een oude nummering werd aangehouden en de andere keer de nieuwe nummering ,en zoek het dan maar uit . Het buitengebied en Kleverskerke was redelijk te checken, al schuift ook daar de nummering dikwijls op.

1890
Deze lijst is samengesteld uit een nieuw aangelegd boek in 1890 van het bevolkingsregister, gecontroleerd aan de hand van de lijsten van de hoofdelijke omslagbelasting. Er was echter een groot probleem, want de adressen klopten absoluut niet. Wat was er namelijk gebeurd? In 1900 had men een nieuw wijkletter/nummeringssysteem ingevoerd.
Nu was dat ook het geval in 1947. Hiervan is in het archief een lijst van vernummering bewaard gebleven en daardoor is ieder adres gemakkelijk over te nemen van de ene lijst naar de andere.
Een dergelijke lijst uit 1899 naar 1900 is niet aanwezig (misschien ook niet gemaakt?). U zult begrijpen dat bij het samenstellen van deze lijst uit 1890 het nogal problematisch was om alles op een rijtje te krijgen.
In deze aflevering zijn achter bepaalde adressen de oude adressen gezet ter vergelijking, meestal van vaste punten zoals winkels en/of van mensen die vanaf 1890 tot 1900 niet verhuisd waren.
Het vele malen verhuizen van sommigen met de doorhalingen/veranderingen van de adressen in het bevolkingsregister maakte het er ook niet gemakkelijker op deze lijst te completeren. Dat verhuizen vroeger was in veel gevallen een daad uit armoede geboren (voor een kwartje minder huur per week ging men ergens anders wonen). Nu moet men zich van dat verhuizen in die dagen niet al te veel voorstellen, men gebruikte een handkar en na twee of drie ritjes was men ‘over’. In die tijd had men niet veel meer dan een tafel met wat stoelen, soms een kabinet, een paar bedden en wat potten en pannen en wat kleren, dan had je het wel zo ongeveer gehad. Dat is vandaag de dag wel even anders! Er waren mensen die zo vaak verhuisden, gezien de vele doorhalingen in het bevolkingsregister, dat het er op leek of het een hobby van hen was. Nog een geluk voor de postbode dat de briefwisseling in die tijd niet zo frequent was.
Een anekdote wil ik u niet onthouden uit ‘die goeie ouwe tijd’. Op zekere zaterdag kwam een visser naar huis na een hele week aan boord te zijn geweest. Hij stapte zijn woning binnen en ging de kamer in waar hij tot zijn stomme verbazing niet zijn eigen vrouw zag, maar een ander, die hem doodleuk meedeelde dat zij nu hier woonde en dat hij zijn gezin ergens op een ander adres kon vinden. In de week dat hij aan boord verbleef had zijn vrouw beslist om deze week maar te verhuizen.
In het buitengebied van Arnemuiden en Kleverskerke waren de adressen nagenoeg hetzelfde gebleven wat de nummering betreft en dat gaf zodoende niet veel problemen.
De nieuwe huizen aan de Grintweg (Molenweg), op de plaats van de afgegraven dijk (1889) vanaf het café tot aan de molen, werden pas in de loop van het jaar 1890 bewoond en worden dus hier niet genoemd. In de Roomschestraat (Schoolstraat, vroeger Slopje genoemd) waren slechts adressen met bewoners zoals u hierna zult lezen.
Het Schorretje (Arnestraat) kwam slechts eenmaal voor, alles werd Zuidwal genoemd. De Markt werd wel genoemd, de nummering hoorde bij de Langstraat en de Noordstraat. Hetzelfde geldt voor het Stationsplein (nummering bij de Nieuwstraat en de latere Molenweg).
Is het u ook opgevallen dat de zogenaamde middenstand in die tijd (ook nog in 1900) bijna geheel in handen was van de families Kramer, Joosse, Crucq en Van Eenennaam en dat deze namen nu in Arnemuiden geheel of nagenoeg geheel verdwenen zijn? Hetzelfde geldt voor de timmermans- en scheepmakersfamilies Buijs, Van Eenennaam, Meerman en Crucq.
Bij verschillende personen zijn kostgangers, inwonende knechten en dienstmeiden ook vermeld.

1900
In 1900 werd een nieuw boek “Bevolkingsregister” aangelegd, hieruit zijn de gegevens voor deze lijst gehaald en nagekeken aan de hand van de lijsten van hoofdelijke omslag van de gemeente over 1900. We kunnen het niemand meer vragen, dat was bij de vorige lijst uit 1920/1921 nog wel mogelijk.
U ziet ook nog de kolommen bewoners 1920 en 1947. Van de meerdere personen/gezinnen die op het adres woonden wordt er hier slechts één persoon/gezin genoemd.
Het grootste probleem is dat sommige personen (of gezinnen) dikwijls verhuisden. Dit waren uiteraard de mensen die geen eigen woning hadden. Ze konden dan bijvoorbeeld iets huren voor een kwartje minder huur per week. De ouderen onder ons weten dat nog wel.
Bij de verhuizingen ging men in het bevolkingsregister als volgt te werk: het oude nummer werd doorgestreept en een nieuw nummer ingevuld. Bij een volgende verhuizing ging het weer zo. De datum van verhuizing werd niet vermeld.
Had men hierbij nu maar een uniform systeem gebruikt dan was het uitzoeken niet zo moeilijk geweest, maar bij de ene verhuizing schreef men het nieuwe huisnummer eronder, bij de volgende verhuizing erboven of erachter en u begrijpt dat dit een uitzoekerij van jewelste is.
Mocht u één van uw voorouders dus op verschillende adressen vinden dan hoop ik dat u mij dat niet als een onzorgvuldigheid aanrekent.
Vooral de huisnummers met C waren één grote puzzel. De Molenweg en de Westwal vielen nog wel mee. Het moeilijkst was echter de Zuidwal en het Schorretje. Waarschijnlijk kregen de schuren die daar stonden ook nummers en/of werden verbouwd tot woning.
Ook kwam het voor dat op de locatie van één breed en groot huis dat werd afgebroken, twee kleinere huizen werden gebouwd, waarvan voor- en achterkamer door verschillende gezinnen werden bewoond.
Een paar keer werd de oude benaming ,,Vlamingsch Padje” gebruikt. Dat was het eerste stukje Westwal (ook wel, “Gat van Ko Crucq” genoemd). De nummering hier is zeer onduidelijk. Op dit kleine stukje woonden op veel nummers veel personen. (Zie de bewonerslijst)
De Molenweg heette toen nog Molenstraat en het eerste stukje van de Singel tot aan de spoorweg oversteekplaats was de Overweg.
De Bastiaan de Langepolder en Calandpolder waren op een drietal gezinnen na ontvolkt. Zoals u kunt lezen gebruikte men daar de letter E voor de huisnummering. Deze E-nummers werden later (1920) in het Tuindorp gebruikt.

1920
Deze lijst is de laatste uit een lange reeks van de toengeheten “gemeentelijke hoofdelijke omslag” en hield in opcenten Rijksbelastingen (grond-, personele-, dividend en tantièmebelasting) en lokale gemeentelijke accijnzen en belastingen. De aanslag (bedrag) moest worden betaald in 1921 en was vastgesteld naar het geschatte inkomen (al dan niet op basis van verplichte aangiften) van 1920, ingedeeld in een geweldig aantal klassen. In Arnemuiden  waren er dit jaar 50 verschillende klassen, begonnen werd met klasse1 (belastb.ink. fl  25 - fl 75, aanslag fl 0,425), de laatste was klasse 99 (belastbaar ink. fl 20200 - fl 20500, aanslag fl 674,925). Nogal een verschil zoals u ziet. Op deze lijst kwamen echter niet voor de mensen die geen gemeentebelasting betaalden (die geen of bijna geen inkomsten hadden gehad, minder dus dan fl 25,-). Zodoende zijn de ontbrekende namen van de bewoners op de adressen uit het bevolkingsregister van 1921-1938 gehaald, niet bepaald een karweitje wat men “eventjes” klaart .
De oude kern van Arnemuiden gaf niet veel problemen omdat de huisnummers + letters veelal overeenkwamen met de lijst van 1947, daar veranderde niet veel. Voor andere straten zoals de Molenweg en Tuindorp lag dat wel wat moeilijker. Dat waren de plaatsen waar de nieuwbouw was, enige jaren later ook aan de Zuidwal (zuidzijde 1926). Wanneer  één of meerdere huizen tussen of  naast de bestaande woningen werden gebouwd schoof de nummering steeds op en werden de huisnummers weer aangepast, wat  het vaststellen van de juiste bewoner(s) op dat bewuste adres niet vergemakkelijkt, dat begrijpt u. Hetzelfde gold voor de buitenwijken en Kleverskerke.
Ook zijn er bijna geen mensen meer die zich nog iets uit die tijd kunnen herinneren (meer dan 90 jaar geleden!).
• de Appelstraat (nu Spoorstraat ) was er nog niet,
• de Spoorstraat (nu Burgemr. Langebeekestraat ) evenmin,
• de Roomschestraat (nu Schoolstraat ) bestond voor de helft, namelijk het oude gedeelte,
• de Nieuwlandseweg  was beperkt tot de smederij met enkele woonhuizen daarnaast en pellerij op het eind + landbouwschuur van Buis Dijke (later Willem Goverse).
• de Molenweg was bebouwd tot de molen, verderop slechts een paar huizen rechts,
• aan de Zuidwal waren de 2 blokken woningen zuidzijde er nog niet,
• Schorretje (nu Arnestraat ) een paar huisjes en schuren.

En weet u het nog ? De Molenweg noemde men Grintweg en heette Molenstraat,
                                het Tuindorp        ,,         ,,    Jordaan,
                                de Lionstraat        ,,         ,,    Leeuwertje,
                                de Schoolstraat     ,,         ,,    Slopje,
                                de Langstraat vanaf Schuttershof tot de markt noemde men Koeiestraat.
Men zal bij het bestuderen van deze lijst bepaalde personen missen die dat jaar net toevallig niet in Arnemuiden woonden . Dit waren meestal vissersgezinnen die te Vlissingen of Veere woonden.
Bijvoorbeeld Adriaan Theune x Janne Koos, Marinus de Ridder x Maatje Koos, Jacob v.d. Ketterij x Grie Tas en Lieven v.d.Ketterij x Neeltje van Belzen (Lup) zult u tevergeefs zoeken in deze lijst.

1947
In dit jaar stapte men over van het oude systeem “straatnaam-(wijk) letter-huisnummer” naar het nog steeds in gebruik zijnde systeem “straatnaam-huisnummer” (de ene kant van de straat even, de andere kant oneven nummers), tegenwoordig uitgebreid met de postcode.
Sinds die tijd is de nummering niet veranderd, dat vergemakkelijkt het zoeken naar een huis soms in een acte genoemd onder het oude nummer.
Zoals u zult bemerken waren er de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog nog geen nieuwe huizen klaar gebouwd, omdat herstel van de bestaande woningen prioriteit had. Later kwamen de eerste nieuwbouw woningen aan de Nieuwlandseweg, daarna aan de Appelstraat en nog later in de Roomschestraat. De vroegere Appelstraat is nu de Spoorstraat, de vroegere Spoorstaat is nu de Burgemeester Langebeekestraat, de vroegere Roomschestraat is nu de Schoolstraat en het vroegere Schorretje is nu de Arnestraat.
In die tijd was bijna ieder kamertje bewoond. U zult dan ook op vele adressen meerdere namen vinden. Nu is het altijd wel zo geweest dat jonggetrouwden dikwijls introkken bij één van de ouders, grootouders of bij iemand anders. Werd het oudergezin kleiner en het jonge gezin groter dan ging het net andersom en gingen de ouders bij één van de kinderen wonen. (Het ene gezin  “in ‘t vooruus”  en het andere gezin “in ‘t achteruus”). Niet zelden was er dan ook nog één van de grootouders in huis (die zat dan “an taefel”, zo noemde men dat). Ook had men huizen met een gemeenschappelijke voordeur, dus met de gang in het midden (men woonde dan “deurtje over deurtje”). Waren ook de beide achterkamers nog bewoond, dan woonden er soms vier gezinnen op één adres.
Gezellig??? Soms. Maar men had ook wel eens “moeite” (=ruzie), dan sprak men “van een kot mee leven” (een huis vol ruzie dus). Toch zijn er mensen die hun hele leven zo hebben gewoond, men wist op den duur niet beter, wende er aan en accepteerde veel van elkaar, anders was het niet uit te houden geweest. “Och jongen”, zei een kennis van mijn vader eens tegen me, “Je was blie dat je in die tied een achteruusje kon kriege voor vuufentwintig stuuvers en vuuftien cent voo de bleik.” Tegenwoordig kunnen we ons dat niet meer voor stellen. Het zal in andere dorpen en ook in stadswijken niet veel beter zijn geweest.
In deze lijst komt een huis voor van zes gezinnen op één adres, namelijk in de Westdijkstraat, waar de familie van Pieter van Dalen woonde. Daar waren ook op de bovenverdieping kamers voor behuizing ingericht, omdat dit huis in de eerste wereldoorlog dienst deed als kazerne, zodoende.
De markt zult u tevergeefs zoeken, de huizen daar hoorden of bij de  Langstraat of bij de Noordstraat zoals u zult  zien.
Bij mijn weten komt één huisnummer op deze lijst niet voor namelijk de groente en fruitwinkel van Arjaan Coppoolse (daarvoor slagerswinkel van Frans Joosse), op het eind van de Langstraat (Zuidzijde). Naar eigen inzicht heb ik dit huis er bij gezet. Het pakhuis van C.Dellebeke aan de Zuidwal op C 20 behoorde daarvoor aan de fa. Gebr.van de Gruiter (Kèrentje), daarna woonhuis van Laurens de Nooijer (Lauw van Theu Baaij). Ter verduidelijking/onderscheid is soms de bijnaam of de vrouwsnaam genoemd.
In de lijst staat dus de naam van het hoofd van het gezin. Een inwonende vader, moeder, broer of zuster wordt apart vermeld. Dit geldt ook voor  kostgangers, huishoudsters en inwonende dienstboden en knechten. We beginnen bovenaan met de straatnaam, daarna in de eerste kolom het oude nummer, vervolgens in de tweede kolom de naam (eventueel bijnaam of vrouwsnaam) en tenslotte in de laatste kolom het nieuwe huisnummer.