Historische Vereniging Arnemuiden

Moorse vloertegels in een Arnemuidse kelder

PLG_VOTE_USER_RATING

PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
 

Arneklanken Juni 2011

Als je tegen een doorsnee Amerikaan zegt: ‘Holland’ en je vraagt waar hij dan aan denkt, is de kans groot dat hij zegt: ‘Molens , klompen, tulpen en Delfts blauw’.
Nu zijn molens en klompen typisch Hollands. Maar tulpen? Die komen uit Turkije. En Delfts Blauw? Is dat een Nederlandse uitvinding? In geen geval. En wat is Delfts blauw eigenlijk?
Gewoon aardewerk waarover een wit glazuur is aangebracht met daarop een beschildering, meestal blauw maar het kan ook veelkleurig zijn. Er bestaat zelfs Delfts met alleen maar dat witte glazuur.
In onze moderne huizen vinden we serviesgoed met allerlei gekleurde versieringen. De tegels in onze badkamers vertonen blauwe, groene of grijze motiefjes, alles is mogelijk. Wij weten in deze tijd niet beter. Maar intussen zijn we vergeten dat er een tijd is geweest dat al die luxe nauwelijks bestond. Dat er niet veel meer was dan bruin of grijs steenkleurig serviesgoed. En plavuizen op de vloer in diezelfde aardkleuren. Dat was het leven, toen, en zo zal het ook voor de meeste mensen zijn geweest in Arnemuiden, aan het begin van de 16e eeuw, zo rond het jaar 1500. Maar, er zijn uitzonderingen. Door alle eeuwen heen zijn er rijke mensen geweest die zich wilden sieren met dure luxe artikelen, die vaak uit verre landen werden geïmporteerd. En wie dan de beste handelscontacten heeft, mag ook het eerste van dat moois genieten.

Onder het Uusje van Eine is een groot keldergewelf aanwezig dat tot voor kort volgestort was met grond en puin. Enkele jaren geleden is die kelder uitgegraven. De kelder is weer toegankelijk gemaakt en biedt nu ook de mogelijkheid om er voorwerpen ten toon te stellen.
Bij het uitgraven van de kelder werden ook bodemvondsten gedaan. Veel aardewerk, glas en natuurlijk ook Delfts blauw, grofweg uit de periode 1620-1850. De archeologische diensten werden in kennis gesteld van de vondsten en vertegenwoordigers van die instellingen bezochten ook de kelder in een beginstadium van de uitgraving.
Behalve het aardewerk, glas en Delfts blauw werd er nog meer gevonden, waarvan op dat moment niemand van de museumvrijwilligers de betekenis inzag. Om die reden werd er ook geen verdere melding gemaakt naar de archeologen.
Toen ik als bezoeker de kelder voor het eerst betrad stond daar schuin tegen de wand een plank met daarop tegels en plavuizen, die ook gevonden waren bij de uitgraving. Bruin en groen geglazuurde plavuizen, een aantal grote cementtegels met geometrisch patroon uit het begin van de 20e eeuw, en bovendien een aantal fel gekleurde, afgesleten tegels en tegelfragmenten die duidelijk uit Spanje afkomstig waren. De versieringen op die tegels waren te herkennen als islamitisch.
In Arneklanken zijn al veel interessante artikelen verschenen over Arnemuiden in vroeger tijd. Arnemuiden heeft heel lang het imago van armoede gehad. Arnemuiden is ARM........ Maar dat is vroeger wel eens anders geweest. Arnemuiden lag in de 15e en 16e eeuw nog gunstiger aan de vaarroute voor zwaarbeladen schepen dan Middelburg. In 1418 werd Arnemuiden in het Hanzeverbond opgenomen en werd aan het begin van de 15e eeuw tot de voornaamste koopsteden van Europa gerekend. (Zie hiervoor o.a. de artikelen van J. Adriaanse in Arneklanken).
Dat Arnemuiden rijk en vooraanstaand was, wordt wel heel duidelijk bevestigd door de tegelvondst, aangezien dergelijke tegels slechts voorbehouden waren aan de allerrijksten.
Waarom zijn deze tegels zo uniek en wat is er de betekenis van? Omdat deze vondst gezien kan worden als een van de allervroegste voorlopers van ‘Delfts blauw’ (al is die term verkeerd) in Nederland. Inderdaad, die term is verkeerd. Omdat Delfts blauw pas in de loop van de 17e eeuw ontstaat. De Arnemuidse tegels zijn op een iets andere manier gemaakt en veel ouder, het oudste exemplaar zelfs zo’n 150 jaar. Uit Spanje hier naar toe gebracht en in een Arnemuidse vloer of wand ingemetseld, in een tijd dat we hier slechts aardkleuren kenden. Voor Nederland is dat als bodemvondst uniek. Slechts uit Zierikzee en Hoorn zijn vergelijkbare – kleinere - vondsten bekend. In alle drie de gevallen staat vast dat er handelscontacten met Spanje waren. De vondst uit Zierikzee (aanwezig in het Stedelijk Museum aldaar) komt uit de woning van een van de leden van de familie De Huybert, schippers en reders die aan het begin van de 16e eeuw frequent op Spanje voeren en ondermeer Karel V in 1517 naar Spanje verscheepten. Hij logeerde in een later stadium ook bij hen thuis. ( mededeling mevr. Katie Heyning, hoofdconservator van het Zeeuws Genootschap).
Nu komen ze dus ook uit Arnemuiden, en gezien het redelijk grote aantal tegels met verschillende motieven, meteen te omschrijven als de belangrijkste vondst in Nederland van dit materiaal tot nu toe.

Om de betekenis van deze vondst duidelijk te maken eerst wat algemene informatie over aardewerk en tegels.
Al zeer vroeg in de geschiedenis van de mensheid kwam men erachter dat een pot, van klei gemaakt, in het vuur een verandering onderging waardoor de klei veel minder in water oplosbaar werd. Dit komt doordat bepaalde deeltjes uit de klei samenvloeien tot een compacte massa. We moeten ons daar bij die allerprimitiefste baksels niet te veel van voorstellen, want om echt een goed baksel te krijgen moet aardewerk enige tijd gelijkmatig roodgloeiend worden gestookt. Op Walcheren zijn verschillende vondsten gedaan van dat primitieve aardewerk, grijsachtig zwart van kleur en daterend van voor het begin der jaartelling. Het is nog meer klei dan steen, maar het is in ieder geval een pot. Dergelijke potten hebben een groot nadeel. Voedsel dat erin bewaard wordt is nauwelijks houdbaar, omdat bacteriën in het aardewerk dringen en daardoor een oorzaak zijn van snel bederf. Maar mettertijd vond men daar een oplossing voor, het glazuur. Als het mogelijk is een pot bij het bakken te bedekken met een laagje glasachtig materiaal wat tijdens het bakken vast smelt, dan is daardoor de pot afwasbaar geworden.

Vanzelfsprekend ging de mens ook het aardewerk versieren en beschilderen, Maar daarmee werd een probleem geboren. Want als je een pot met verf beschilderd en die vervolgens in de oven bakt, dan blijft er van de verf en kleur niets over als een beetje vaal poeder. Hoe dat op te lossen? In het Midden Oosten is men er mettertijd achter gekomen dat men met metaaloxiden verf kon maken welke, gemengd met glazuur, een prachtige heldere kleur te zien gaf, die nooit van kleur veranderde en ook tegen de enorme hitte van de oven kon. Van tinoxyde kon een wit glazuur worden gemaakt. Van ijzeroxide (roest) bruin en oranje, van antimoon geel, van kobalt een blauw glazuur, van mangaan paars en van koperoxide een groen glazuur, en dan konden de glazuren nog worden gemengd om verschillende tinten te krijgen. Het eenvoudigste glazuur, loodglazuur, is kleurloos en doorschijnend en zeer veel toegepast.

We zien dat bij de moskeeën in het Midden Oosten. Deze zijn aan de buitenkant vaak versierd met helder blauwe tegels, die daar al eeuwenlang zitten en nooit van kleur zijn verschoten.
Met de opkomst van de Islam werden ook stelselmatig landen veroverd. In 711 vielen de Moren Spanje binnen en veroverden dit land voor het grootste deel, uitgezonderd enkele provincies in het noorden. Vanaf dat moment waren er telkens oorlogen tussen de Moorse overheersers en de christelijke koninkrijken uit het noorden. Al met al duurde deze periode van ‘reconquista’ (= herovering) bijna 800 jaar. Als laatste viel in 1492 het koninkrijk Granada, helemaal in het zuiden van Spanje. In die tijd was de stad Sevilla bij uitstek het centrum van de Islamitische pottenbakkerscultuur.
De Moorse pottenbakkers kenden al generaties lang de geheimen van hun vak, het maken van transparante en gekleurde glazuren in allerlei tinten. Maar, er was in die tijd nog een probleem. De glazuren die men maakte hadden de neiging, bij het bakken in de oven, door elkaar te vloeien. Hoe dit op te lossen? Daarvoor ontwikkelde men twee technieken. De eerste heet cuerda seca, wat betekent: droog koord. Men maakte een mengsel van mangaan en vet en maakte daarmee als het ware dijkjes op de tegel, in de overgebleven ruimte bracht men glazuur aan. Vergelijk dit maar met Arnemuidse speculaas. De tweede techniek heet cuenca, wat ‘bakje’ betekent. Men maakte een houten stempel , vergelijkbaar met een gewone speculaas-vorm en drukte dat in de natte klei van de tegel. Daardoor ontstonden plaatselijk verdiepte velden. De tegels werden, na langzaam gedroogd te zijn, eerst gebakken. Daarna hadden de tegels eenzelfde kleur als bloempotsteen. De lage delen werden vervolgens opgevuld met glazuur in verschillende kleuren. Daarna werd de tegels nogmaals gebakken totdat het glazuur was gesmolten. Na langzaam afkoelen waren de tegels dan klaar. De Arnemuidse tegels zijn gemaakt volgens de cuenca techniek.

Als in de vroege 15e en 16e eeuw Nederlandse kooplieden voor het eerst de Moorse tegels te zien krijgen, moet dat een enorme indruk op die mensen gemaakt hebben.
Als Spanje bevrijd wordt van de Moorse heerschappij betekent dat natuurlijk niet het einde van de productie van gekleurd vaatwerk en tegels. Integendeel, er blijft een levendige industrie van vaatwerk en tegels bestaan, en mettertijd worden de glazuren zo verbeterd, dat ze niet meer doorlopen tijdens het bakken. Het wordt nu mogelijk op een glad oppervlak te werken en de voorstelling geheel te schilderen. Vanuit Spanje gaat deze kennis via het eiland Majorca, een doorvoerhaven van pottenbakkersgoed, naar Italië, en vanuit Italië bereikt het de Zuidelijke Nederlanden en Antwerpen. Vanuit Antwerpen vestigt de eerste pottenbakker die de geheimen van gekleurd glazuur kent, Joris Andries, zich in Middelburg in 1564. Daarna volgen vele andere pottenbakkers uit Zuid Nederland.
Daarmee is de, uit het Midden Oosten afkomstige, techniek van het maken van aardewerk met gekleurde beschildering in het glazuur deel geworden van onze Nederlandse cultuur.
We kennen dan in Nederland drie producten: tegels, Majolica en Delfts Majolica (verbastering van Majorca) is tamelijk grof aardewerk met aan de voorkant tinglazuur met een beschildering. De achter -of binnenkant is bedekt met het transparante, goedkope loodglazuur. Delfts is eveneens hetzelfde aardewerk, maar meestal veel verfijnder en geheel bedekt met het dure tinglazuur en beschilderd, meest blauw, maar ook veelkleurig.

De Arnemuidse vondsten kunnen dus gezien worden als de allereerste voorbodes van een industrie die Nederland tot ver over de wereld heeft bekend gemaakt. Die zijn bloeitijd kende in de 17e en 18e eeuw, maar nog tot op huidige dag voort bestaat.
Delfts blauw wordt nog steeds op bescheiden schaal gemaakt. En ook Makkum is zo’n bekend centrum van aardewerk- en tegelfabricage.
Opmerkelijk is dat de oudste in Nederland gemaakte tegels, uit het laatste kwart van de 16e eeuw, dezelfde soort motieven hebben als de Moorse tegels, maar de voorstellingen zijn dan niet ingestempeld maar geheel geschilderd
Bij de Arnemuidse tegels zijn er twee typen . Het eerste type, dat zijn de oudste tegels, welke vanaf ca. 1450 zijn gemaakt, tonen alleen een tekening van hoekige lijnen. Dit zijn tegels volgens het islamitisch fundamentalistische gedachtegoed. De Islam kent ook het verbod om afbeeldingen te maken ‘van wat in de hemel en op aarde is’. Dit rigoureus toepassen van een absoluut verbod om iets op aarde af te beelden werd mettertijd toch wat minder streng opgevat, een dergelijke orthodoxie was ook vaak plaatselijk, en zo werden er later wel plant- en bladmotieven toegepast. Bovendien was na 1492 de Moorse heerschappij in Spanje geëindigd. Dat zien we bij de andere tegels, welke grofweg te dateren zijn 1520-1550. Het is naar ik denk wel mogelijk dat de tegels met hoekige lijnen nog tot ver in de 16e eeuw gemaakt zijn. Dergelijke tegels zijn ook aanwezig aan het Alhambra in Granada. Het Alhambra staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Een heel verschil met het Uusje van Eine, maar toch dezelfde tegels…………..

Tot besluit: hoe weten we nu dat de tegels ook daadwerkelijk in Arnemuiden zijn toegepast? Dat is zeer aannemelijk en aan twee dingen is dat te zien. Ten eerste: de tegels zijn aan het oppervlak nogal afgesleten dus ze moeten in een vloer hebben gezeten welke intensief is belopen. En ten tweede: uit een van de tegels is een hoekje gehaald, blijkbaar voor een deurpost of iets dergelijks. Dit moet er bewust zo uitgezaagd zijn, want een tegel kan nooit in die vorm breken.

In de kelder van het Uusje van Eine liggen de tegels nu in een speciale vitrine. Ze zijn zo neergelegd dat ze, waar mogelijk, de mooie figuren vormen die je ziet als je er een heleboel in hun verband bij elkaar legt.
Omdat er in Spanje nog veel van dergelijke tegels zijn, en daar ook regelmatig gevonden worden, is de geldelijke waarde van de tegels niet buitengewoon hoog, temeer daar de Arnemuidse tegels bijna allemaal nogal versleten en beschadigd zijn.
Maar als vondst van historische betekenis zijn ze zonder meer uniek. Geen museum in Nederland heeft een vergelijkbaar aantal van dergelijke tegels, die ook uit de Nederlandse bodem afkomstig zijn.
Wie weet, hoeveel er nog in de Arnemuidse bodem zitten.

Literatuur:
Anne Berendsen, Groot tegelboek: een internationaal overzicht van de tegel door de eeuwen heen. Hoofddorp, Septuaginta, [ca. 1976].
Dingeman Korf, Tegels. Bussum, C.A.J van Dishoeck, 1959.
Dingeman Korf, Nederlandse majolica. Haarlem, De Haan, 1981.
Pieter Biesboer, Nederlandse majolica 1550-1650: schotels en tegels voor de sier. [Amsterdam], Van Drecht, 1997.
J. Adriaanse, Arnemuiden in de grijze oudheid. (1): de periode 1200-1500: Arneklanken 5(2000)3, 16-22
(2): de periode 1470-1500: Arneklanken 5(2000)4, 25-28;
(3): de periode 1470-1550: Arneklanken 6(2001)1, 27-28;
(4): de periode 1470-1550: Arneklanken 6(2001)2, 23-26.
J. Adriaanse, Arnemuiden 423 jaar stad (1574-1996). Arneklanken 2(1997)1, 17-19.

FORM_HEADER


FORM_CAPTCHA
FORM_CAPTCHA_REFRESH

JSN_TPLFW_GOTO_TOP