Historische Vereniging Arnemuiden

Hermanus Wiltschut, admiraal v/d Zeeuwse vloot

PLG_VOTE_USER_RATING

PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
 

Arneklanken: December 1998

Waar admiraal Wiltschut woonde.

Het oudste huis te Arnemuiden is het pand Langstraat 17, vroeger bekend onder de naam "De Gulden Gans". Uit het cohier van de 100e penning van 1584 blijkt dat dit huis omstreeks 1584 gebouwd is. Het komt dan als "nieuw" en voor de belasting nog als "pro memorie" voor. Het behoorde toen in eigendom toe aan Joan Spierinck. In dit huis woonde in het begin van de 18e eeuw een voorname inwoner van Arnemuiden, namelijk de admiraal van de Zeeuwse vloot Hermanus Wiltschut.

Daarná, vanaf 1735, diende dit pand circa 160 jaar als pastorie voor de predikanten van de Hervormde gemeente. De Hervormde kerk kocht het op 15 december 1734 aan van Wiltschut voor 800 gulden "om te dienen als woning van de predikant". In deze pastorie woonden achtereenvolgens de predikanten P. Tiquet, L. à Brakel, A. la Motthe, C. Vos, J. Molentiel, A. Hoffman, J. Hoek, N. van Rijssel, P. Hondius, H.J. van Ingen, J. Wanrooy, R. Hoogezand, H. Haesebroeck, J. van der Meulen, G.J. Gobius du Sart en H. Poelman.

In 1894 werd de pastorie bij een openbare veiling verkocht aan de Gereformeerde kerk. Hierin woonden de Gereformeerde predikanten J. Boeijenga en J. Runia. In 1931 verkocht de Gereformeerde kerk het pand voor ¦ 1.800 aan C. de Nooijer ("Kees de kolenboer") om te dienen als woning (boven) en kolenpakhuis (beneden).

De familie Wiltschut.

Voor het eerst treffen we de Wiltschutten te Arnemuiden aan in 1702. Dan vestigt zich hier de 55-jarige captein Steven Wiltschut (1647-1717). Uit het huizenregister blijkt dat deze zeeofficier woonde in het huis "De Gouden Swaan" (gelegen ten westen naast "De Gulden Gans") aan de Langstraat, terwijl ook het oude Tolhuis op zijn naam stond.

Deze Steven Wiltschut was een zoon van Steven Corneliszn Wiltschut, commandeur van de afdeling matrozen, aangewezen om als lijfwacht te dienen van de drie gemachtigden van de Staten-Generaal (Johan de Witt, de Middelburgse burgemeester Johan Boreel en Rutger Huygens), die in augustus 1665 met de vloot onder Michiel de Ruyter in zee gingen.

Steven Wiltschut kwam al vroeg bij de admiraliteit van Zeeland in dienst als luitenant van de compagnie zeesoldaten op 's lands vloot, waarbij hij tot kapitein opklom. Hij was daarna in verscheidene plaatsen in garnizoen; kinderen van hem werden geboren te Hulst, Bergen op Zoom, Wijchen en Den Haag.

Op zijn oude dag ging hij te Arnemuiden wonen. Zo pachtte hij vanaf 1708 van het stadsbestuur de wei, genaamd "de Stadsdocque" (het Dokpoldertje). In 1712 verzocht hij om ontwatering "van de wei genaamd de Docque, bij hem in erfpacht". In 1714 kreeg hij toestemming om in de oude kruiskerk een graftombe te laten metselen ("aan de zuidzijde naast de trap naar de toren". Hij overleed op 17 december 1717 te Arnemuiden en werd in de graftombe voor de familie Wiltschut in de kerk begraven.

Het zou kunnen zijn dat de oude Steven Wiltschut zich te Arnemuiden vestigde, omdat z'n toen 24-jarige zoon Pieter op 30 november 1702 door de Staten van Zeeland werd benoemd tot baljuw van Arnemuiden "onder voorwaarde dat hij te Arnemuiden gaat wonen". In 1702 werd hij tevens licentmeester te Arnemuiden. Het is goed mogelijk dat Pieter Wiltschut voor z'n licentmeesterschap kantoor hield in het oude tolhuis aan het zuideinde van de Westdijkstraat (dit behoorde immers in eigendom toe aan z'n vader Steven).

Pieter Wiltschut werd geboren in 1678 te Bergen op Zoom. Hij trouwde op 9 mei 1713 op 35-jarige leeftijd in de Engelse kerk te Middelburg met Anna Sabbinge uit Tholen. In 1712 nam hij ontslag als baljuw (volgens hem was hij te zacht van inborst), maar nadien fungeerde hij nog vele jaren als burgemeester van Arnemuiden. Vanaf 1705 woonde hij in het huis "De Gouden Kroon" (dit huis werd in 1715 door hem, veelbetekenend, "Lybertas" genoemd) aan de noordoost zijde van de Langstraat. Hij raakte in grote opspraak door zijn sympathie voor de zogenaamde "libertijnen". Om die reden verzocht de Classis Walcheren in 1718 aan de Staten van Zeeland Wiltschut uit al z'n ambten te ontzetten. Hij bleef evenwel lid van het Stadsbestuur tot 1724. Daarna treffen we hem niet meer aan. In 1724 gaan z'n huizen naar anderen in eigendom over. Mogelijk is hij uit Arnemuiden vertrokken. In 1733 is hij overleden.

Ook vestigden zich nog drie andere zonen van de oude Steven Wiltschut te Arnemuiden. Allereerst z'n oudste zoon Willem Jacobus (geboren in 1669 te Hulst, op 25 januari 1703 te Tholen gehuwd met Anna van der Heyden uit Tholen en op 34-jarige leeftijd overleden te Arnemuiden in 1703). Deze was commandeur der mariniers of zeesoldaten. Hij betrok het huis "De Gulden Gans" aan de zuidoost zijde van de Langstraat. Hij overleed te Arnemuiden op de jonge leeftijd van 34 jaar. Z'n weduwe bleef nog tot 1715 in "De Gulden Gans" wonen.

Een andere zoon was Jacobus Wiltschut (geboren te 's Gravenhage, op 1 mei 1708 gehuwd met Anna Margrietha Oostwalt uit Hulst en overleden in 1744). Hij was vanaf 1714 stadsbestuurder van Arnemuiden. Ook Hermanus, de jongste zoon, woonde een groot deel van z'n leven in Arnemuiden. Een dochter van de oude Steven Wiltschut, Glaudina Johanna, geboren in 1674 te Hulst, trouwde op 3 februari 1701 te Arnemuiden met Willem van der Heyden, in leven burgemeester van Tholen. Zij overleed in 1715.

Vermoedelijk is het geslacht Wiltschut al spoedig uitgestorven: Pieter, Willem Jacobus en Jacobus hadden waarschijnlijk geen kinderen, terwijl Hermanus geen zonen had.

De admiraal Hermanus Wiltschut.

Hermanus Wiltschut werd te Wijchen in Gelderland geboren. Op 23 mei 1707 trouwde hij in de Engelse kerk te Middelburg met Johanna Maria Austen uit Middelburg. Te Arnemuiden werden vier dochters geboren: Aletta Cornelia op 18 augustus 1715, Sara Maria op 15 december 1716, Johanna Jacoba Catharina op 4 december 1718 (zij trouwde met Jacob Ermerins, secretaris van Veere, tevens een bekend historieschrijver) en Sara Pieternella op 7 juli 1720 (getrouwd met Cornelis Balguerie (een voornaam koopman te Middelburg), overleden in 1778 en begraven in de tombe van de familie Wiltschut).

Wellicht kwamen Hermanus Wiltschut en z'n vrouw in 1713 te Arnemuiden wonen, want op 13 september 1713 werd Hermanus beëdigd als poorter van de stad Arnemuiden. Toch komen we hem ook al tegen (hij woonde toen wellicht nog bij z'n ouders) in een archiefstuk van 1705. Hij verzocht het Stadsbestuur toen "om vrijheid van de impost (belasting) van de stadsbieren". Dit verzoek werd niet ingewilligd.

Gelijk na z'n beëdiging als poorter werd hij in 1714 op de voordracht gezet voor de verkiezing tot burgemeester. De andere burgemeester, Hubert de Bruyn, protesteerde hier tegen. Wellicht vreesde hij een te grote invloed van de Wiltschutten (ook Jacob en Pieter Wiltschut maakten geregeld deel uit van de vroedschap). Maar ook de Staten van Zeeland verklaarden de nominatie "desastreus te wezen omdat er een Militair voorgesteld is geweest tot Burgemeester". Hij werd alsnog van de voordracht afgevoerd.

Al vroeg kwam hij in dienst van de admiraliteit van Zeeland. Door kennis, kordaatheid en zeemanschap klom hij langzamerhand hoger in rang. In 1715 was hij capitein, vanaf 1728 schout bij nacht, vanaf 1734 vice-admiraal en in mei 1745 werd hij luitenant-admiraal van Zeeland. In 1747 voerde hij het bevel over de oorlogsschepen op de Oosterschelde. Hij bleef admiraal tot z'n overlijden in april 1748.

F. Nagtglas in zijn "Levensberichten van Zeeuwen" en J.F. Martinet in zijn "Vereenigd Nederland" vermelden dat "de admiraal Wiltschut, behalve wellicht in enkele gevechten met Algerijnse zeerovers, geen gelegenheid heeft gehad om zich in de oorlog te onderscheiden. Hij leefde in een tijd van droevig verval, toen de statenvlag op zee slechts wapperde van één enkel oorlogsscheepje van twintig stukken, het rampzalig overschot der talrijke en sterke vloten, welke nog pas een halve eeuw te voren geheel Europa in ontzag hielden".

Het is niet waarschijnlijk dat Hermanus Wiltschut altijd te Arnemuiden heeft gewoond. Vermoedelijk is hij omstreeks 1731 naar Veere verhuisd. Het notulenboek vermeldt onder 1731: "Also de heer Schout bij Nacht Hermanus Wiltschut zijn woon tot Veere is houdende, dog zijn labeur alhier blijft continueren". En onder 1732 lezen we: "Alzo de Schout bij Nacht Hermanus Wiltschut alhier verscheidene huizen en erven als eigenaar in possessie (bezit) neemt zonder die te registreren en bekend te maken, zo is besloten met zijn edele daar over te spreken op wiens naam deselve moeten worden getransporteerd alsmede te inspecteren of deselve ook in een goede staat worden onderhouden". De indruk wordt gewekt dat hij na zijn verhuizing van z'n eigendommen aan het noordoost einde van de Langstraat en de aangrenzende, door hem gepachte Schuttershofweide een soort zomer- of buitenverblijf maakte, waar hij zo af en toe verbleef. Regelmatig komen we hem na 1731 nog tegen in archiefstukken. Zo kocht hij aan de zuidoost zijde van de Langstraat het daar staande huis om dit af te breken. Hij liet daar een schuur bouwen, die hij "De Vier Heemskinderen" noemde. In 1736 kreeg hij op z'n verzoek toestemming om in z'n huis "De Wildeman" "een kiekuyt" te maken. Vandaar uit zal hij waarschijnlijk een mooi uitzicht gehad hebben op de scheepvaart voor Arnemuiden.

De huizen van de Wiltschutten te Arnemuiden.

De admiraal Hermanus Wiltschut betrok in 1715 het huis "De Gulden Gans" aan de Langstraat. Hierin woonde tot dan de weduwe van z'n al in 1703 overleden broer Willem Jacobus. In 1734 verkocht hij dit huis aan de Hervormde kerk van Arnemuiden.

Opmerkelijk is dat Hermanus Wiltschut in de periode tot 1747 nogal wat huizen te Arnemuiden in eigendom had. Op het oosteinde van de Langstraat had hij aan beide zijden een aantal naast elkaar liggende panden in eigendom. Aan de noordoost zijde waren dit (tussen haakjes de periode waarin hij eigenaar was): "De Wildeman" (1729-1747), "De Bane" (1717-1747), "De Sleutel en Wolsack" (1738-1747), "De Dry Coningen" (1718-1734) en de schuur "Munnikendam" (1715-1747). Aan de zuidoost zijde waren dit: "De Vier Weeskinderen" (1720-1734), "De Gulden Gans" (1715-1734), "De Gouden Swaan" en "Rogge" (1715-1747), "De Dolphyn" (1720-1747) en "De Gouden Nagel" (1720-1747). Aan de Nieuwstraat bezat hij 't Hof of de schuur "De Vrijheid" (1716-1747).

Overigens bezat ook z'n broer Pieter Wiltschut, de burgemeester/baljuw van Arnemuiden, een aantal huizen aan de Langstraat: "Lybertas" (1705-1724), "De Gouden Engel" (1718-1724), "Schaap en Granaatappel" (1717-1724), "De Hoope/'t Wapen van Portugal" (1716-1723), "Poortugaal" (1715-1724), "De Schrijvende Hand" (1716-1726) en "Het Hof De Schelpe" (1716-1724).

FORM_HEADER


FORM_CAPTCHA
FORM_CAPTCHA_REFRESH

JSN_TPLFW_GOTO_TOP