Historische Vereniging Arnemuiden

Kenau Simonsdochter Hasselaar in Arnemuiden
Kenau Simonsdochter Hasselaar in Arnemuiden - 4.3 RSV_OUTOF 5 RSV_BASEDON 3 RSV_RATINGS

PLG_VOTE_USER_RATING

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
 

Arneklanken: December 2000

Een van de meest bekende vrouwen uit onze vaderlandse geschiedenis is ongetwijfeld Kenau Symonsd. Hasselaer. Zij maakte haar naam onsterfelijk tijdens de belegering van de stad Haarlem door de Spanjaarden tijdens de jaren 1572/1573. Literatuur over haar Haarlemse periode is overvloedig aanwezig, maar wat velen niet weten is dat zij ook enige tijd in Arnemuiden heeft gewoond.

In de gedrukte resolutie der Staten Generaal van Holland van 2 september 1574 lezen we dat Kenau Symonsd. Hasselaar begiftigd werd met het waagmeesterschap en het collecteurschap van de import op de turf binnen Arnemuiden. Lange tijd werd dit opgevat als een beloning van overheidswege voor haar verdiensten tijdens het beleg van Haarlem.

KenauNadere bestudering van de archivalia wijst echter uit dat zij gewoon naar dit ambt heeft gesolliciteerd en zelfs een borg heeft moeten storten, wat toch wel eigenaardig is te noemen als men haar met dit ambt heeft willen belonen.

Uit de archieven van Arnemuiden is nu enigszins na te gaan hoe het Kenau na het beleg van Haarlem is vergaan. Zij is naar Zeeland getogen en heeft zich in Arnemuiden toegelegd op de handel, waarschijnlijk varend op haar eigen schip. Zij heeft, na het voortijdig overlijden van haar man, zijn scheepswerf overgenomen en daadkrachtig voortgezet. Eenmaal in Arnemuiden ‘steekt zij bier’, niet alleen in Arnemuiden maar ook in andere Zeeuwse plaatsen.

Uit de archieven valt op te maken dat zij een rekest indient, zijnde de weduwe van Nannynck Geerbrantsz., waarin zij zich beklaagt dat Simon Rombouts., baljuw van Arnemuiden, haar niet wil toestaan haar betrekking waar te nemen. Als antwoord op dit rekest verkrijgt zij een apostille, gedateerd 6 augustus 1574, waarin de baljuw wordt gelast haar tot haar ambt toe te laten, hetgeen aantoont dat de aanvaarding van het ambt aldaar niet zo vlot is gegaan.

Eerst op 2 september, na een inschrijving in het poortersboek van Arnemuiden op 7 augustus en een ambtelijke eedsaflegging op 10 augustus, volgt de aanstelling door de Staten van Holland.

Hubregt Willemsz backer, die zich op 28 augustus 1574 borg voor haar stelt bij burgemeester Cornelis Jacobs in de Herpe, was vermoedelijk een van haar klanten die tarwe en rogge van haar kocht.

Van het verblijf van Kenau in Arnemuiden zijn ook weer sporen te vinden in het gerechtelijk archief van de gemeente. Niet minder dan 16 maal wordt haar naam genoemd in de Schepenaktenregisters van de jaren 1574/1576. Het gaat hier hoofdzakelijk om drie procedures. Het ene betreft de betaling van twee tonnen bier, die zij geleverd zou hebben aan ene Jacob Willemsz. en waarvoor zij op 27 oktober beslag liet leggen op de som van twee Vlaamse ponden, berustende onder Wonne Claysdr., die hem toekwamen. Een maand later wordt genoemde Jacob Willemsz veroordeeld tot de betaling van dit bier en weer een maand later wordt het haar geoorloofd daarvoor de penningen, onder Wonne Claysdr. berustende, aan te spreken. Een andere procedure gaat over een vordering die zij heeft op het schip van Jan Claysz. Kelder aan waren als boter, kaas en dergelijke ter somme van 22 gld., gelijk zij op 10 januari 1576 bij ede verklaart (‘zoe moeste haer God helpen’), gehaald tot ‘des scheeps behoeff’ waarvoor zij op zekere touwen en ander scheepsgereedschap beslag heeft laten leggen op 12 november 1575.

Het laatste betreft de ei-gendom van zekere ‘bouwen’ (overkleed), welke, volgens Kenau’s verklaringen, aan haar verkocht waren door Hans Lievensz. van Middelburg en die zij ook betaald had. Op 2 juni 1576 luidt de uitspraak van Schepenen dat het kledingstuk aan Hans Lievensz. gerestitueerd moest worden, mits hij haar de koopsom van 19 gld. terugbetaalde met de 2 ponden Vlaams, die Kenau als cautie (borg) had gestort.

Tenslotte lezen we in het Schepenactenboek op 26 juni 1575 dat Kenau Symons, ter instantie van Jan de Leeu als rotmeester van de wacht, veroordeeld is tot betaling binnen 24 uur van de som van 12 stuivers, te weten 6 voor de armen en 6 voor de wacht, ‘op pene dat pant buyten huyse gehaelt zal worden’, omdat zij vorige week verzuimd had een man ter wacht te stellen.

Bovenstaande gegevens werden hoofdzakelijk gehaald uit: G.H. Kurtz, Kenau Symonsdochter van Haerlem, Assen 1956 en C. Ekama, Beleg en verdediging van Haarlem in 1572 en 1573, Haarlem 1872.

FORM_HEADER


FORM_CAPTCHA
FORM_CAPTCHA_REFRESH

JSN_TPLFW_GOTO_TOP