Historische Vereniging Arnemuiden

Inventaris van de archieven van de Gemeente Arnemuiden

Om een indruk te geven van wat er in het oude archief van Arnemuiden te vinden is bladert F.H. de Klerk, de samensteller van de inventaris van de archieven van de gemeente Arnemuiden, wat door het boekwerkje. De inleiding omvat een kort historisch overzicht van de geschiedenis van Arnemuiden, de geschiedenis van het archief en een verantwoording voor de inventarisatie. In de landelijke geschiedwetenschap is Arnemuiden en de vroege plannen om het dorp tot stad te verheffen (1288 door Floris V) wel bekend, maar jammer genoeg weet men niet altijd precies hoe de historie verlopen is. Reinoud Rutte meent in zijn artikel "Middeleeuwse nieuwe steden in Nederland" dat Arnemuiden in 1288 als een bastiestad werd gesticht, een nieuwe stad waarmee de Hollandse graaf zijn macht in een nieuw verworven of betwist gebied kon vestigen (Bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, jaargang 95, 1996, nr. 6 bldz. 189-202). Zelfs ziet de auteur in de bekende plattegrond van Arnemuiden van Jacob van Deventer uit ca. 1560 nog bodemsporen van de stad uit 1288. In werkelijkheid is Arnemuiden enkele malen opnieuw als nederzetting begonnen, op andere plaatsen.

De inventaris is ingedeeld volgens de archiefcode zoals die ook voor moderne gemeentearchieven wordt gebruikt. Alle stukken die bij elkaar horen vindt de gebruiker bij elkaar. De gebruiker van het archief, zowel amateur als beroepsmatig, is hier het meest mee gebaat. Het archief begint met de privileges, waarop het stadsrecht van Arnemuiden vanaf 9 maart 1574 stoelt. Vervolgens komen de resolutieboeken, de correspondentie, verordeningen en publicaties van het stadsbestuur, later gemeentebestuur aan bod. Wat opvalt is de grote mate van compleetheid van de stukken. Ook opvallend is het redelijk grote aantal charters in het archief: akten die geschreven zijn op perkament en die ter bekrachtiging zijn bezegeld. Het oudste archiefstuk is een charter uit 1431; hierin geven gravin Jacoba van Beieren en hertog Philips van Bourgondie een stuk grond in leen aan Jan van Schenge (inv. Nr. 171).

In heel het archief zijn veel topografische bijzonderheden te vinden. In het midden van de 17e eeuw betwisten Arnemuiden en Middelburg elkaar een stuk grond dat vroeger Neles land heette, en vanaf 1625 het Mansfeldse Kerkhof. Tijdens het beleg van Breda lagen er te Arnemuiden soldaten onder bevel van Mansfeld. De vele gestorven soldaten werden op dat stukje grond begraven, vandaar de nieuwe benaming. Deze verklaring werd afgegeven door een vrouw die waste voor de Arnemuidse schippers, genaamd Neel Groote Scheet (inv. nr. 178).

Boeiend zijn de stukken die opgemaakt zijn voor het houden van verkiezingen van nieuwe stadsbestuurders. In combinatie met andere gegevens is daaruit veel over de stadspolitiek te destilleren (inv. nrs. 659-672).

De bekende Kenau Simonsdochter Hasselaar, betrokken bij de verdediging van Haarlem tegen de Spanjaarden, krijgt in 1574 een functie in Arnemuiden als waagmeester en inner van de belasting op turf. Ze laat zich ook inschrijven als poorter van de nieuwe stad (inv. nrs. 682, 881).

Het reilen en zeilen van de gemeentelijke economie in de 19e eeuw is te bestuderen in de registers van uitgereikte kwitanties voor het in- en uitvoeren van allerlei levensmiddelen (inv. nrs. 720-752, en verder)

Talrijk zijn de stukken die betrekking hebben op de werkzaamheden aan de zeeweringen, havenhoofden, haven, sluizen, het Arnemuidse kanaal en keersluis, en de veerdiensten van en naar Arnemuiden (hoofdstuk VIII, verkeer en vervoer).

Het financiele beheer in de stad kan worden onderzocht aan de hand van de vele stukken die bewaard zijn gebleven over de Bank van Lening, vanaf het einde van de 16e eeuw (inv. nrs. 998-1006).

De ambachtsgilden zijn ruim vertegenwoordigd in de archieven. Heel specifieke gilden in Arnemuiden waren: het gilde van de ballasters (lieden met platbodemschuiten die op de zandbanken plaatzand laden en daarmee de koopvaarders van ballast-zand voorzagen), het panneliedengilde (van ondernemers in de zoutindustire), het scheeps- en huistimmerlieden-gilde en het schippersgilde. Al voor de verheffing tot stad in 1574 was er bedrijvigheid in Arnemuiden. Door Middelburg werd alleen toe stemming gegeven om neringen op te zetten die met het uitrusten van schepen en het zout samenhingen. Zo was er vanaf 1531 een droog- en teerstoof voor het prepareren van scheepstouwen, waarvan de opbrengsten voor het onderhoud van de kerk waren (inv. nrs. 1075-1081).

Merkwaardig zijn de diverse pogingen om aan geld te komen in de 17e eeuw door het organiseren van loterijen. Deze pogingen liepen allemaal op een flop uit.

Over het bouwen van de moderne vestingwerken rondom de stad aan het einde van de 16e eeuw zijn diverse stukken in het archief aanwezig. We komen de bekende vesting bouwers tegen, zoals Johan van Rijswijck. De stadsschutters, de burgerwacht en de landwacht zijn uiteraard aanwezig, evenals een lijst met wachtwoorden die gebruikt werden in 1830 tijdens de Belgische Opstand (inv. nr. 1390).

Het archief van Arnemuiden wordt gevolgd door dat van Kleverskerke. Deze afzonderlijke gemeente werd in 1857 bij Arnemuiden gevoegd. Tot slot bevinden zich in de inventarisatie enkele losse stukken over de heerlijkheden Nieuwerkerke en Mortiere.

Ga naar boven